Gepubliceerd: 20 mei 2026
Indiener(s): Ulysse Ellian (VVD)
Onderwerpen: immigratie migratie en integratie
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35501-20.html
ID: 35501-20

62,7 %
37,3 %

Volt

50PLUS

JA21

CU

VVD

PvdD

PVV

SP

D66

CDA

FVD

Groep Markuszower

GroenLinks-PvdA

BBB

DENK

SGP


Nr. 20 AMENDEMENT VAN HET LID ELLIAN

Ontvangen 20 mei 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel D, vervalt in het vijfde lid «74».

II

Artikel I, onderdeel Dc, komt te luiden:

Dc

Artikel 74 vervalt.

III

Na artikel I, onderdeel Dc, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Dca

Artikel 76, derde lid, vervalt onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.

Dcb

Artikel 77, zesde lid, vervalt.

IV

In artikel I, onderdeel De, wordt na onderdeel 2 een onderdeel ingevoegd, luidende:

3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «76, vijfde lid» vervangen door «76, vierde lid».

Toelichting

De indiener is van mening dat de in artikel 74 voorgestelde uitbreiding van de beklagmogelijkheid leidt tot een onnodige verruiming van het aantal onderwerpen waarover kan worden geklaagd. Hierdoor dreigt een toename van klachtenprocedures, hetgeen een onnodige belasting vormt voor de medewerkers en de beklagcommissie

Uit de memorie van toelichting blijkt dat onder de reikwijdte van artikel 74 onder meer kwesties zoals gebouwelijke kenmerken, beschikbaarheid van bepaalde voorzieningen of activiteiten of andere, meer algemene, zaken vallen. Juist omdat deze kwesties een algemeen en generiek karakter hebben, acht de indiener het aannemelijk dat het verlagen van de drempel om hierover te klagen zal leiden tot extra bestuursrechtelijke procedures die niet direct samenhangen met individuele beslissingen jegens een vreemdeling. Daarmee wordt de beklagprocedure opgerekt tot een instrument voor klachten over algemene detentieomstandigheden, iets wat indiener onwenselijk acht.

Daarnaast merkt de memorie van toelichting op dat dergelijke klachten op dit moment «soms» aan de vreemdelingenrechter worden voorgelegd. Naar het oordeel van de indiener toont dit aan dat er geen intrinsieke behoefte is om de gronden om een beklag in te stellen uit te breiden.

De indiener acht de bestaande mogelijkheden tot bemiddeling en rechtsbescherming dus afdoende en ziet geen noodzaak voor de in artikel 74 voorgestelde uitbreiding.

Ellian