Kamerstuk 35000-X-108

Lijst van vragen en antwoorden over het jaarplan 2019 Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch Gebied

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2019

Gepubliceerd: 20 maart 2019
Indiener(s): Aukje de Vries (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35000-X-108.html
ID: 35000-X-108

Nr. 108 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 20 maart 2019

De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Defensie over de brief van 21 januari 2019 inzake het jaarplan 2019 Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch Gebied (Kamerstuk 35 000 X, nr. 102).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 19 maart 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Aukje de Vries

De griffier van de commissie, De Lange

1 Hoeveel migranten uit Venezuela zijn het afgelopen jaar gered door de Kustwacht? Is de reddingscapaciteit voor 2019 voldoende om te waarborgen dat er geen te voorkomen verdrinkingsdoden vallen?

In 2018 zijn 95 personen door de Kustwacht gered in het kader van de Search and Rescue (SAR) taken. Voor de SAR-taken is de Kustwacht 24/7 beschikbaar. De Kustwacht coördineert reddingscapaciteit bij iedere melding, en met de varende en vliegende eenheden borgt de Kustwacht dat zo goed mogelijk gereageerd kan worden op maritieme noodsituaties.

2 Waar worden door de Kustwacht geredde migranten ontscheept? Hoe wordt gewaarborgd dat hierbij geen strijdigheid met het non-refoulement beginsel plaatsvindt?

Staande gehouden migranten worden door de Kustwacht bij de drie van de vier steunpunten (een op Curaçao, een op Aruba en een op Sint Maarten) ontscheept. Daar worden de migranten overgedragen aan de politieorganisatie van het desbetreffende Land. Het Land is vervolgens zelf verantwoordelijk voor het vervolgproces, dat dient te geschieden met inachtneming van het non-refoulement beginsel.

3 Zijn er in 2019 nieuwe stappen voorzien voor het intensiveren van de internationale samenwerking bij het uitvoeren van SAR-taken en drugsopsporing? Zo ja, welke?

Ja. Met Colombia wordt gesproken over de verdere intensivering van uitwisseling van informatie, onderlinge coördinatie en afstemming. Voor wat betreft de bilaterale samenwerking met de overige in het Jaarplan genoemde landen geldt dat in 2019 verder wordt voortgebouwd op bestaande afspraken.

4 Hoeveel personen zijn afgelopen jaar verdronken in het SAR-gebied van Caribisch Nederland? Hoe verhoudt zich dit tot voorgaande jaren?

Het is voor de Kustwacht niet mogelijk aan te geven hoeveel personen er verdronken zijn in het SAR-gebied in een bepaald jaar. De Kustwacht kan immers niet met zekerheid vaststellen of alle incidenten in beeld waren. Ook is er sprake van meldingen waarbij de Kustwacht niet met zekerheid kan vaststellen of en zo ja hoeveel personen erbij betrokken zijn. Wel is bekend hoeveel personen de Kustwacht gered heeft in de afgelopen jaren in het kader van de SAR-taken. Dit betreft 95 personen in 2018, 61 personen in 2017, 34 in 2016, 54 personen in 2015, 49 personen in 2014, 92 personen in 2013 en 49 personen in 2012.

5 Wat was de personele uitstroom voor de Kustwacht in 2018?

De personele uitstroom in 2018 betrof tien personen.

6 Wat was de personele instroom voor de Kustwacht in 2018?

De personele instroom in 2018 betrof vijftien personen.

7 Voor welke ambities is nog geen financiële dekking gevonden, die wel van belang zijn voor het optimaal functioneren van een Intelligence gestuurd Politieoptreden (IGP) ingerichte Kustwacht? Betreft het alleen de op blz. 25 omschreven ambities (permanente bezetting op Bonaire, mobiel walradarsysteem Benedenwindse eilanden, dag- en nachtcamera's) of zijn er nog meer ambities waarvoor nog geen dekking is gevonden?

De plannen beschreven in hoofdstuk 6 van het Jaarplan betreffen zaken waarvoor nog geen financiële dekking is gevonden. Dit hoofdstuk beoogt inzicht te geven in ontwikkelrichtingen en mogelijkheden, waarover nog geen definitieve politieke besluitvorming heeft plaatsgevonden. Ook voor het Lange Termijn Plan 2019–2028 (LTP), waar een aantal van deze plannen in zal worden opgenomen, is nog geen gezamenlijke financiële dekking gevonden. Het LTP behoeft derhalve nog definitieve politieke goedkeuring, waarna het met uw Kamer zal worden gedeeld.

8 Hoe wordt omgegaan met de situatie dat de Kustwacht minder kan terugvallen op de VS en dat landen in het Caribisch gebied steeds meer afhankelijk zijn van hun eigen informatievergaring en verwerking ten behoeve van effectieve bestrijding van smokkel van drugs, mensen en wapens? In hoeverre ontstaan er gaten die binnen het Koninkrijk onvoldoende kunnen worden opgevuld?

De Kustwacht blijft samenwerken met de Verenigde Staten binnen de Amerikaanse (civiele) drugsbestrijdingsorganisatie Joint Inter Agency Task Force South (JIATF-S). In dit verband blijft er sprake van informatie-uitwisseling. Deze informatie wordt aan JIATF-S verstrekt door diverse bronnen, waaronder de Drugs Enforcement Agency, de Amerikaanse Kustwacht en de Customs Border Protection. Naast Nederland zijn o.a. het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada, Spanje en Colombia in JIATF-S vertegenwoordigd. Echter, eigenstandige informatievergaring door de Kustwacht zal de komende jaren aan belang toenemen. Dit is een van de redenen dat de Kustwacht zich richt op het versterken van het Intelligence Gestuurd Politieoptreden (IGP). Daarnaast investeert de Kustwacht in de verdere intensivering van uitwisseling van informatie, onderlinge coördinatie en afstemming met Colombia.

9 In hoeverre keert de crisis in Venezuela de trend dat de VS zich steeds meer richten op drugsbestrijdingsoperaties in de Grote Oceaan, ten koste van het Caribisch gebied? Bent u bereid een beroep te doen op de VS om zich onverminderd in te zetten in het Caribisch gebied?

Er zijn geen signalen dat de situatie in Venezuela de trend keert dat de VS zich steeds meer richt op de drugsbestrijdingsoperatie in de Grote Oceaan. De Kustwacht neemt iedere gelegenheid te baat om JIATF-S op te roepen de juiste prioriteit te geven aan het Caribisch gebied. De inschatting blijft dat de eigenstandige informatievergaring en -verwerking van de Kustwachtorganisaties van alle landen in het Caribisch gebied aan belang zal toenemen.

10 Welke gevolgen heeft de door Venezuela opnieuw afgekondigde blokkade van de ABC-eilanden? In hoeverre wordt de lucht- en scheepvaart en het functioneren van de Kustwacht hierdoor gehinderd?

Het Koninkrijk betreurt de eenzijdige grenssluiting door Venezuela, waarvan de gevolgen naar verwachting beperkt zullen blijven. Voor zover bekend hebben gestrande reizigers de mogelijkheid gekregen terug te keren. Het functioneren van de Kustwacht wordt niet gehinderd door de unilaterale sluiting van de maritieme en luchtgrens door Venezuela.

11 Waarom gaat u ten aanzien van de crisis in Venezuela slechts in op de groeiende migratiestromen en niet op criminaliteit, piraterij en potentiële militaire dreiging richting de ABC-eilanden? Kunt u hier op ingaan?

Het Jaarplan maakt melding van het feit dat de Kustwacht in het kader van de opsporings- en toezichthoudende taken zich richt op zowel het bestrijden van mensensmokkel en mensenhandel als op illegale immigratie. Voor al deze drie fenomenen geldt dat deze afkomstig kunnen zijn vanuit Venezuela. Daarnaast wordt in overleg met het Ministerie van Defensie en afhankelijk van de ontwikkelingen in Venezuela ten aanzien van de effecten op de Benedenwindse eilanden, zoals illegale immigratie maar ook grensoverschrijdende criminaliteit, de beschikbaarheid van het Stationschip Caribisch Gebied (SSCG) voor de Kustwacht afgewogen. Van een directe bedreiging voor de soevereiniteit of de territoriale integriteit van het Koninkrijk is op dit moment geen sprake. De ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden, inclusief de militaire dimensie. Als daartoe aanleiding is, zal het Ministerie van Defensie passende maatregelen nemen.

12 Zijn er afspraken met de VS en andere bondgenoten over militaire bijstand, in het geval van een aanval van Venezuela op de ABC-eilanden? Zo ja, welke? Zo nee, bent u bereid deze alsnog te maken?

Nee. Voor de Kustwacht geldt dat dit een civiele organisatie in de rechtshandhavingsketen betreft die incidenteel bijstand aanvraagt bij het Openbaar Ministerie van het betreffende Koninkrijksdeel. De Kustwacht heeft geen rol in of bij militair optreden.

13 Is de Kustwacht voldoende toegerust en in staat om om te gaan met de groeiende migratiestromen vanuit Venezuela?

Het overgrote deel van de illegale Venezolaanse migranten betreft nog altijd de zogenoemde illegale overstayers, waarbij men legaal binnenkomt via de luchthavens en daarna in de illegaliteit verdwijnt na de maximaal toegestane verblijfsperiode. De Kustwacht heeft op dit moment voldoende middelen om aan haar taken in het kader van maritieme veiligheid te voldoen. De personele vulling vergt echter bijzondere aandacht.

14 Wat zijn de huidige procedures en protocollen voor het melden van integriteitsklachten?

Meldingen van vermoedelijke integriteitsschendingen worden gedaan bij de vertrouwenspersonen Integriteit of leidinggevenden die als meldpunt fungeren binnen de Kustwacht. Deze meldingen worden schriftelijk vastgelegd en afgehandeld conform het Onderzoeksprotocol Integriteitsschendingen. De nieuw aangestelde Adviseur Integriteit fungeert als centraal aanspreekpunt voor alle medewerkers, leidinggevenden en vertrouwenspersonen.

15 Hoeveel integriteitsklachten zijn er gemeld voor het jaar 2018? Hoe is dit opgevolgd en wat zijn de lessons learned?

In 2018 werden door de vertrouwenspersonen van de Kustwacht op Curaçao zes meldingen van vermoedelijke integriteitsschendigen geregistreerd. Van deze zes meldingen werden er drie doorverwezen naar de Adviseur Integriteit. Twee meldingen resulteerden uiteindelijk in één integriteitsonderzoek. In het algemeen wordt meer aandacht besteed aan de inrichting van het meldings- en onderzoeksproces, aan de nazorg van de melders en aan de communicatie na afloop van een onderzoek.

16 Kunt u aangeven wie leidend is in de pilot opsporing? Wie voert de regie over dit gezamenlijke initiatief?

Het Korps Politie Curaçao is leidend in de pilot opsporing en voert de regie.

17 Welk effect hebben de landpatrouilles van de Kustwacht op de zeevarende taak, daar de capaciteit binnen de formatie gevonden gaat worden?

Er is geen verdringingseffect voorzien. Steeds zal op basis van de beschikbare informatie en planning een overwogen besluit worden genomen of een patrouille het beste op land of op water kan plaatsvinden.

18 Bent u, in het licht van de steeds grotere crisis in Venezuela, bereid gedurende heel 2019 een fregat als stationsschip in te zetten? Zo nee, waarom niet?

Van een directe bedreiging voor de soevereiniteit of de territoriale integriteit van het Koninkrijk is op dit moment geen sprake. Er is op dit moment voor het Ministerie van Defensie daarom geen aanleiding om een fregat in plaats van een Oceangoing Patrol Vessel in te zetten. De ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden, inclusief de militaire dimensie. Als daartoe aanleiding is, zal het Ministerie van Defensie passende maatregelen nemen.

19 Welk effect heeft het IGP op de operationele resultaten? Is er sprake van vermindering van capaciteiten?

Er is geen sprake van vermindering van capaciteiten. De inzet van de Kustwacht zal naar gelang het informatiebeeld completer wordt wel steeds gerichter en effectiever plaatsvinden. Op deze manier maakt het IGP een meer efficiënte inzet mogelijk.

20 Waarom zijn de functiebeschrijvingen nog steeds niet op orde? Wie is verantwoordelijk voor de functiebeschrijvingen?

Op Curaçao en Sint Maarten dienen de functiebeschrijvingen nog geformaliseerd te worden. Op Aruba zijn de functies en de bijbehorende functiebeschrijvingen inmiddels goedgekeurd, geformaliseerd en toegepast. De directeur Kustwacht is verantwoordelijk voor de functiebeschrijvingen, de overheid van elk betreffend Land is verantwoordelijk voor de goedkeuring, toekenning van de waardering en formalisatie van de functies.

21 Wordt de mobiele radar voor de Bovenwindse eilanden nu mogelijk eerder uitgevoerd, lees 2019, of gaat het om extra capaciteit?

De mobiele walradarsystemen (drie stuks) voor de Bovenwinden worden in 2019 ingevoerd in het kader van de Versterking van het Grenstoezicht op Sint Maarten. Dit betreft een extra capaciteit, waarvoor financiële middelen uit het Wederopbouwfonds beschikbaar zijn gesteld. Een permanente walradaropstelling voor de Bovenwinden is beschreven/voorzien in het LTP, waarvoor echter nog geen financiële dekking bestaat (zie ook vraag 7).

22 Waarom moet er nog een pilot ten aanzien van de mogelijke capaciteit van inzet drones worden uitgevoerd? Wat is er niet duidelijk aan de mogelijkheden van de inzet van drones?

De mogelijkheden van de inzet van drones zijn bekend bij de Kustwacht. Er is echter gekozen voor een pilot omdat er nader onderzoek nodig is om vast te stellen welk type drone de meeste meerwaarde voor de Kustwachtoperaties levert (denk hierbij aan zaken als gewicht, bereik, weersbestendigheid, bediening etc.). Op basis van de pilot besluit de Kustwacht welk type drone of combinatie van types drones het meest geschikt is.

23 Zijn er voldoende middelen om de Kustwacht in de toekomst te voorzien van drones? Hoe lang duurt de pilot om de mogelijkheden van drones te verkennen en op welke wijze wordt er vervolg aan gegeven?

De Kustwacht heeft een eigen budget voor zogenaamde «kleine materieel projecten». Vanuit dit budget kunnen ook drones, in het kader van de pilot, worden aangeschaft of vervangen. De pilot is voorzien voor de duur van zes maanden.

24 Wie krijgen er allemaal toegang tot de gezamenlijke database? Welk risico lopen operaties als er informatie bij de verkeerde mensen komt? Hoe wordt dat voorkomen binnen de ontschotte databases?

Het ontschotten van databases met politie-informatie zal geschieden in overleg met de deelnemers van de diverse zogenaamde fusion-centers en binnen daarvoor geldende juridische kaders. In dat verband is er aandacht voor de beheersmatige projecten, zoals het delen van informatie en de toegang hiertoe.

25 Wanneer is iedereen opgeleid binnen het IGP concept? Wat gebeurt er met mensen die niet aan de eisen van het IGP kunnen voldoen?

Het IGP is een doorlopende leerlijn en vergt voornamelijk een cultuuromslag. In de komende Jaarverslagen en Jaarplannen zal de Kustwacht nader ingaan op de voortgang van het IGP.

26 Zal de kustwachtoefening Open Eyes met Venezuela nog steeds doorgang vinden? Hoe verlopen de contacten?

In het Jaarplan wordt vermeld dat de Venezolaanse Kustwacht in 2018 nog aangaf interesse te hebben in het deelnemen aan de bilaterale kustwachtoefening in 2019. Daarop heeft de Kustwacht in het Jaarplan de intentie opgenomen in 2019 deze oefening te organiseren. Op dit moment staat er echter geen oefening in de planning voor 2019. De contacten met de Venezolaanse Kustwacht verlopen verder, naar omstandigheden, normaal.

27 Welke gevolgen heeft de nieuwe blokkade door Venezuela van de ABC-eilanden voor het binnenvliegen van de Flight Information Region Maiquetia door de Kustwacht?

De blokkade heeft geen gevolgen voor het binnenvliegen van de Flight Information Region Maiquetia door de Kustwacht.

28 Welke gevolgen hebben de nieuwe blokkade door Venezuela van de ABC-eilanden en de oplopende spanningen voor de voorziene oefening «Open Eyes» op het gebied van SAR?

Zie het antwoord op vraag 26.

29 Welke aanpassing van het protocol met Frankrijk heeft u voor ogen? Welke zaken moeten worden aangepast?

Onder het huidige protocol mag de Kustwacht niet in de Franse wateren onderscheppen, staande houden of aanhouden. De Kustwacht streeft ernaar het reeds bestaande politieverdrag dat hot pursuit op elkaars land mogelijk maakt, ook toepasbaar te maken op de wateren rondom Sint Maarten. Hierover zijn de betrokken organisaties van Frankrijk, Nederland, Sint Maarten en Saint Martin in gesprek.

30 Wanneer is er sprake van een definitief besluit en op basis van welke evaluatie zal het besluit genomen worden om de werkorganisatie om te zetten in een definitieve organisatie?

De pilot opsporing op Curaçao loopt gedurende 1 jaar (van september 2018 – september 2019) met een tussentijds evaluatiemoment medio 2019. Daarna wordt bezien of de pilot omgezet wordt naar een definitieve organisatie en hoe de personele capaciteit hiervoor (binnen de Kustwacht) het beste belegd kan worden. Dit besluit vergt eveneens formalisering door het land Curaçao.

31 Ziet u de mogelijkheid om een vast kustwachtpunt op Bonaire te creëren? Hoe ziet u deze mogelijkheid in relatie tot de huidige zorgen over de mogelijke influx van Venezolaanse vluchtelingen?

De BES-eilanden worden door de Kustwacht «bediend» vanaf Sint Maarten en Curaçao. Zo is de Kustwacht permanent vertegenwoordigd op Bonaire met een detachement van het Steunpunt Curaçao. Het huidige beeld is dat de behoefte en noodzaak aan Kustwachtcapaciteit als gevolg van de toenemende onrust in Venezuela momenteel het grootst is bij Curaçao, gevolgd door Aruba. Uit de bespreking van het Jaarplan 2019 in het presidium van de Kustwachtcommissie, waarin alle Landen vertegenwoordigd zijn, is vastgesteld dat met de huidige capaciteit binnen de Kustwacht recht wordt gedaan aan de verplichtingen uit de Rijkswet.

32 Bent u bekend met het (kritische) BIT-advies over het project Maritiem Operatiecentrum (MOC) Kustwacht? In hoeverre kunnen het BIT of andere externen een adviserende rol spelen bij de investeringen in ICT voor de Kustwacht in het Caribisch gebied? Bent u bereid dit te overwegen?

Het genoemde BIT-advies is opgesteld t.b.v. de Kustwacht Nederland. De Kustwacht Caribisch gebied staat open voor adviezen van het BIT of andere externen.

33 Hoe verklaart u de onverwachte uitstroom van personeel van afgelopen jaren? Worden er exit gesprekken gevoerd? Wat zijn de voornaamste redenen van uitstroom?

Met iedere vertrekkende medewerker wordt een exitgesprek gevoerd. In 2018 zijn er drie medewerkers uitgestroomd in het kader van het volgen van een opleiding in Nederland en hebben drie personen om persoonlijke redenen ervoor gekozen te (re)emigreren naar Nederland. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren ook medewerkers uitgestroomd bij de Kustwacht, om vervolgens in te stromen bij ketenpartners in het veiligheidsdomein.

34 Kunt u nader ingaan op de besluitvorming over de bijdrage aan de financiering door de deelnemende landen, die gaande is, en de reikwijdte en de mate waarin de toekomstige taakinvulling kan worden uitgevoerd? Waarom zijn de geraamde middelen nog niet volledig beschikbaar gesteld en welke negatieve consequenties kan dit krijgen?

Uitgangspunt van de Rijkswet Kustwacht, artikel 13, is de gezamenlijke financiering van de Kustwacht door alle Landen van het Koninkrijk. Hiervoor is een verdeelsleutel vastgesteld. Aan de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten is gevraagd de mogelijkheden tot (mede-)financiering van het LTP op korte termijn te bespreken en de resultaten hiervan tijdens het eerst volgende presidium van de Kustwachtcommissie terug te koppelen. Financiering van de investeringen conform de verdeelsleutel uit de Rijkswet Kustwacht betekent dat een toekomstbestendige voorzetting van de huidige taken van de Kustwacht mogelijk is.

35 Waarom is de Kustwacht nog niet zichtbaar opgenomen in de plannen van de rampenbestrijdingsorganisatie van de Landen?

De opname van de Kustwacht in de rampenbestrijdingsplannen van de Landen is niet aan de Kustwacht maar aan de desbetreffende Landen. Hierover is contact tussen de Kustwacht en de Landen.

36 Wordt daadwerkelijk voorzien in aanvullend afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen en nachtzichtapparatuur, die noodzakelijk zijn voor de getraindheid en geoefendheid van de Metal Shark teams voor optreden bij een hogere geweldsdreiging? Zo ja, wanneer?

Ja, er wordt continu geïnvesteerd in nieuwe persoonlijke beschermingsmiddelen. Omdat zowel de omgeving waarin het Kustwachtpersoneel opereert als de dreiging verandert, zullen steeds nieuwe behoeftes ontstaan om de persoonlijke veiligheid van de Kustwachter adequaat te borgen. Zo zijn de interceptieteams van de Metal Shark in 2018 uitgerust met nieuwe nachtzichtapparatuur, en worden in het tweede kwartaal van 2019 nieuwe kogelvrije vesten geleverd. Deze investeringen staan los van de getraindheid en geoefendheid.

37 Bent u bereid de walradarketen zo snel mogelijk uit breiden naar de Bovenwindse eilanden, om zo het stationsschip meer in te kunnen zetten bij de Benedenwindse eilanden? Zo nee, waarom niet?

Het vervangingstraject voor de permanente walradar op de Benedenwinden is recent gestart. Aanschaf van een permanente walradarketen voor de Bovenwinden is afhankelijk van besluitvorming over het LTP en het voorzien in de financiering (zie ook vraag 7.)

38 Kunt u de investeringsplannen voor 2019 nader toelichten, met bijbehorende middelen die hiervoor gereserveerd worden?

In 2019 zijn bedragen gereserveerd voor de vervanging van de Waldetectie capaciteit (€ 4,5 miljoen in 2019) en voor een nieuw contract voor de luchtverkenningscapaciteit (€ 3 miljoen in 2019). Daarnaast wordt geïnvesteerd in kleinere materieelprojecten, bijvoorbeeld het voertuigenpark, drones en het rijdend materieel op het steunpunt Hato.

39 Klopt het dat de begroting van de Kustwacht wordt verlaagd van ruim 51 miljoen in 2019 naar circa 48 miljoen en lager de komende jaren? Waarom is de begroting voor de komende jaren lager?

De omvang van de begroting in 2019 is het gevolg van een verhoging met middelen uit de incidentele suppletoire begroting 2018, en een bijstelling als compensatie voor de valutagevoeligheid van de begroting (zie tabel op pagina 35). De begroting voor de jaren 2019 t/m 2022 blijft stabiel op circa 48 miljoen, eventuele wisselkoerseffecten en eventuele overheveling van onbenutte delen van het investeringsbudget daargelaten.