Kamerstuk 34968-5

Verslag inzake wijziging van de Aanpassingswet studiefinanciering BES

Dossier: Wijziging van de Aanpassingswet studiefinanciering BES

Gepubliceerd: 10 juli 2018
Indiener(s): Ingrid van Engelshoven (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (D66)
Onderwerpen: hoger onderwijs onderwijs en wetenschap
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34968-5.html
ID: 34968-5

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 9 juli 2018

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

 

Algemeen

1

1

Inhoudelijk

2

1.1

Huidig wetsvoorstel

2

1.2

Aanpassingen naar aanleiding van onderzoek naar de mogelijkheden van het automatisch stopzetten

3

2

Blacklisten

3

3

Consultatie en toetsing van de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid

3

3.1

Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)

3

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de voorgenomen wijziging van de Aanpassingswet studiefinanciering BES1. Zij hebben hier nog enkele vragen over.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de novelle betreffende een wijzigingsvoorstel «Aanpassingswet studiefinanciering BES». De leden vinden het onacceptabel dat er in 2016 bijna 120.000 deurwaarders zijn ingezet om betalingsachterstanden te innen bij studenten door het klantonvriendelijke systeem van DUO2. De leden zijn nog steeds van mening, net als het Adviescollege Toetsing Regeldruk, dat een systeem van automatisch opzeggen bij uitschrijven mogelijk zou moeten zijn. Het is positief dat het totale bedrag aan opgelegde ov-boetes de laatste jaren is afgenomen, maar we zijn er nog lang niet. Deze wetwijziging komt aan een aantal problemen tegemoet waar de leden tevreden over zijn. De leden hebben nog wel enkele vragen en opmerkingen.

1 Inhoudelijk

1.1 Huidig wetsvoorstel

De leden van de GroenLinks-fractie lezen in de memorie van toelichting van het onderhavige wetsvoorstel dat het automatisch stopzetten van reisproduct niet gemakkelijk is. Dit is ook eerder met de Kamer gedeeld. De voornoemde leden constateren echter dat de technologische ontwikkelingen snel gaan. Wellicht zijn er in de toekomst andere manieren mogelijk, zoals Account Based Ticketing (ABT). Hoe verhouden nieuwe ontwikkelingen over het automatisch stopzetten van het reisproduct zich tot het onderhavige wetsvoorstel? Als nieuwe technologische ontwikkelingen voor het automatisch stopzetten van het reisproduct geïmplementeerd worden, is er dan een nieuwe wetswijziging nodig, zo vragen deze leden.

De leden van de SP-fractie zijn verheugd dat de ov-boete alleen wordt opgelegd als de (oud)-student ook daadwerkelijk van het studentenreisproduct gebruik heeft gemaakt nadat het recht daarop is verlopen en dat de boete de eerste twee halve maanden verlaagd wordt. Het feit dat de wettelijke termijn voor het stopzetten van het studentenreisproduct wordt verlengd van vijf naar 10 werkdagen stemt de leden tevreden. De leden zijn echter wel ontstemd over het verhogen van de boete na de eerste maand. De argumentatie hiervoor is de deze leden nog niet duidelijk. Kan de regering deze maatregel toelichten?

Voorts willen deze leden aandacht vragen voor mbo3-studenten die te maken hebben met het te vroeg intreden van de zomerperiode voor het studentenreisproduct, waardoor zij hun studentenreisproduct een aantal dagen niet kunnen gebruiken. De leden willen graag weten op hoeveel mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten er wordt lesgegeven in de periode dat het studentenreisproduct niet geldig is en om hoeveel studenten het gaat die hier last van ondervinden. Welke stappen gaat de regering zetten om er voor te zorgen dat studenten te allen tijde gebruik kunnen maken van hun studentenreisproduct als ze naar hun school of universiteit gaan? Is de regering daarnaast bereid om enige vorm van compensatie te bieden aan studenten die hiervan last ondervinden of hebben ondervonden?

Tevens merken de leden wat betreft de informatievoorziening voor mbo-studenten op dat de bal voornamelijk bij de mbo-instellingen wordt gelegd. De leden vrezen dat de stappen, die er gezet zijn om de informatiestroom te verbeteren, te vrijblijvend zijn. De Minister heeft onderwijsinstellingen in het mbo opgeroepen om studenten beter te informeren over hun afstudeerdatum. Zijn er sancties voor mbo-instellingen die studenten niet juist of onduidelijk informeren? Kortom, een oproep is prima, maar hoe gaat er daadwerkelijk voor worden gezorgd dat de oproep door mbo-instellingen wordt opgepakt, zo vragen deze leden.

1.2 Aanpassingen naar aanleiding van onderzoek naar de mogelijkheden van het automatisch stopzetten

De leden van de VVD-fractie lezen dat in de WSF 2000 eenduidig wordt opgenomen dat de studerende verplicht is zelf zorg te dragen het reisproduct tijdig stop te zetten. Geldt dit alleen voor studenten in het hoger onderwijs, of gaat dit ook gelden voor studenten aan een mbo-instelling? Kunt u deze keuze toelichten, zo vragen de leden.

2 Blacklisten

De leden van de VVD-fractie betreuren dat het nog niet mogelijk is om op korte termijn tegen beperkte kosten de studentenreisproducten automatisch stop te zetten. Wel zijn zij verheugd te lezen dat capaciteit van de blacklist wordt uitgebreid en de blacklist slimmer zal worden ingezet. Kan de regering een stand van zaken geven betreffende de verwachting dat het aantal plekken binnen de blacklistcapaciteit om studentenreisproducten te deactiveren per 2018 verdubbeld wordt? De leden lezen dat vanaf 2019 de maximale periode waarover boetes worden opgelegd, wordt verlaagd van twaalf naar negen maanden. Wat gebeurt er na deze periode? Zijn de gedragseffecten van deze verlaging met betrekking tot calculerend misbruik van het studentenreisproduct in kaart gebracht, zo vragen de genoemde leden.

3 Consultatie en toetsing van de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid

3.1 Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)

De leden van de SP-fractie zijn benieuwd wat de regering gaat doen met het advies van het ATR om de verwachte kosten op te nemen voor de vervoersbedrijven om ophaalautomaten te plaatsen bij geselecteerde onderwijsinstellingen. Het advies is door de regering weliswaar niet overgenomen omdat deze maatregel geen deel uitmaakt van de novelle en dus buiten de scope van dit wetsvoorstel valt. De leden staan echter positief tegenover het plaatsen van ophaalautomaten bij onderwijsinstellingen, zodat studenten gemakkelijk hun studentenreisproduct stop kunnen zetten en de leden vragen welke mogelijkheden de regering in de toekomst voor deze maatregel ziet.

De voorzitter van de commissie, Tellegen

De adjunct-griffier van de commissie, Bošnjaković