Gepubliceerd: 28 juni 2018
Indiener(s): Attje Kuiken (PvdA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34960-XIII-3.html
ID: 34960-XIII-3

Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 28 juni 2018

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 12 juni 2018 voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Bij brief van 27 juni 2018 zijn ze door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Kuiken

De griffier van de commissie, Haveman-Schüssel

1

Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de precieze uitgaven inzake Regionale Knelpunten (op projectniveau) en hoe wordt beslist welk aangemeld project in welk jaar een bijdrage krijgt uit dit fonds?

Antwoord

In mijn brieven van februari en maart jl. (Kamerstuk 29 697, nrs. 37 t/m 43) heb ik aangegeven welke middelen gereserveerd worden voor de zes prioritaire opgaven die in het regeerakkoord expliciet benoemd zijn: Eindhoven (€ 130 miljoen), Rotterdam Zuid (€ 130 miljoen), Zeeland (€ 35 miljoen), ESTEC (€ 40 miljoen), Nucleaire problematiek (€ 117 miljoen), BES-eilanden (€ 30 miljoen). De eerste drie genoemde zullen rond het zomerreces tot Regio Deals leiden tussen rijk en regio. De getekende deals zullen ter informatie aan de Kamer worden aangeboden. Over ESTEC is uw Kamer nader geïnformeerd door de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (EZK) (Kamerstuk 24 446, nr. 62). Over de bijdragen voor de nucleaire problematiek en de BES-eilanden zal uw Kamer later dit jaar nader geïnformeerd worden mede namens de Minister van EZK respectievelijk de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

In de periode van 8 juni tot 1 september 2018 kunnen regio’s voorstellen voor Regio Deals aanmelden bij het Ministerie van LNV. Op basis van de randvoorwaarden genoemd in de brief van 8 juni jl. (Kamerstuk 29 697, nr. 48) en het afwegingskader, welke is gepubliceerd in de Staatscourant (Staatscourant 2018, 32735), bepaal ik in het najaar, in overleg met de Minister van BZK en de relevante vakdepartementen, welke voorstellen uitgewerkt worden tot Regio Deals in deze eerstkomende tranche (inclusief een indicatieve verdeling van de bijdrage uit de Regio Envelop en de bijbehorende cofinanciering vanuit de regio). De Kamer zal hierover worden geïnformeerd. De toekenning van de uiteindelijke financiële bijdrage uit de Regio Envelop aan een Regio Deal wordt bekend bij afronding van het vervolgtraject, wanneer de deal wordt ondertekend. Het streven is dat de Regio Deals die worden uitgewerkt in de huidige tranche, uiterlijk in het voorjaar van 2019 zijn ondertekend. Er wordt gewerkt met twee tranches, zodat de lessen en ervaringen uit deze aankomende tranche meegenomen kunnen worden bij de voorbereiding van de volgende tranche.

2

Wat is de reden van de kasschuif egalisatieschuld Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)?

Antwoord

In 2016 is het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) een agentschap geworden. Om te kunnen voldoen aan de Regeling Agentschappen moest het RVB in één keer de egalisatiereserve vereffenen. Hiertoe zijn alle departementen die huren via het RVB gevraagd om hun deel van de egalisatieschuld aan het RVB over te maken. Het toenmalige Ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft dit toen voor de NVWA gedaan. Deze betaling heeft het Ministerie van EZ kunnen realiseren door een kasschuif uit te voeren, waarbij rekening is gehouden met de meerjarige betalingsverplichting die de NVWA voorheen had aan het RVB. Vervolgens is in de jaarrekening van de NVWA een kortlopende schuld aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat opgenomen. Deze wordt in 2018 volledig afgelost.

3

Kunt u een toelichting geven op het bedrag van € 50 miljoen herinrichting EZK/LNV?

Antwoord

De € 50 miljoen in 2018 wordt besteed aan personele kosten en daaraan gerelateerde materiële kosten, aan investeringen in ICT en aan het dekken van ICT- en uitvoering gerelateerde problematiek op de begroting van LNV. Tot slot is er een kleine post inrichtings- en uitvoeringskosten (inhuur en opdrachten externen).

4

Waar bestaat de uitvoering gerelateerde problematiek uit?

Antwoord

De genoemde problematiek betreft kosten gerelateerd aan EU-wetgeving en regelgeving. Het voldoen aan de complexe en veeleisende EU-regelgeving leidt jaarlijks tot een stijging van de kosten voor de handhaving en uitvoering. Dat geldt in het bijzonder voor de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en nemen hiervoor de kosten voor hun rekening, in dit geval het Ministerie van LNV. Ook gedurende een MFK-periode kunnen kosten hoger uitvallen, waardoor opdrachten aan bijvoorbeeld RVO.nl duurder uitvallen dan eerder begroot.

5

Hoe is de raming van de kosten voor extra inzet voor de NVWA en zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) LNV (€ 14,6 miljoen) als gevolg van de Brexit tot stand gekomen?

6

Waar is het bedrag van € 14,6 miljoen Brexit/NVWA en (ZBO’s) LNV uit opgebouwd?

Antwoord 5 en 6

De toevoeging van € 14,6 miljoen aan de LNV-begroting heeft betrekking op de kosten die gemaakt worden voor het voorbereiden van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en keuringsdiensten op Brexit met een volledige terugval op WTO-regime. Om hierop goed voorbereid te zijn, dienen de NVWA, het Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB), de Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) en het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) gekwalificeerd personeel te werven en op te leiden zodat de handel zonder belemmeringen voortgezet kan worden. Bij de NVWA gaat het om het werven en opleiden van 143 fte en bij de genoemde keuringsdiensten 48 fte. Daarnaast dient het kerndepartement van LNV tijdelijk met 3 fte uit te breiden om te komen tot nieuwe veterinaire en fytosanitaire afspraken bij export en afspraken over voedselveiligheidsvoorwaarden. In de tabel hieronder vindt u een uitsplitsing van de kosten per organisatie.

Organisatie

Kosten 2018 (in € mln)

NVWA

10,8

KCB

2,0

Naktuinbouw

1,5

Kerndepartement van LNV

0,2

COKZ

0,1

Totaal

14,6

7

Waar is het bedrag van de agentschapsbijdrage voor de NVWA van € 10,8 miljoen oplopend naar € 19,7 miljoen voor de Brexit uit opgebouwd?

Antwoord

De Brexit zorgt voor extra douaneformaliteiten, waarvan de NVWA en andere landbouwgerelateerde keuringsdiensten een deel gaan uitvoeren. Voor deze extra inzet moeten de NVWA en de keuringsdiensten extra personeel werven en opleiden. Voor werving en opleiding van dierenartsen is een bedrag beschikbaar van € 10,8 miljoen in 2018. Voor de structurele kosten van de extra dierenartsen is een bedrag voorzien van € 19,7 miljoen. Dit betreft de jaarlijkse kosten van 143 fte medewerkers die door de NVWA worden ingezet ten behoeve van de import- en exportkeuringen van en naar het Verenigd Koninkrijk.

8

Kunt u een toelichting geven op het bedrag van € 1,9 miljoen voor werkzaamheden ZBO Centrale Commissie Dierproeven (CCD)?

Antwoord

De kosten voor werkzaamheden van het ZBO Centrale Commissie Dierproeven (CCD) zijn opgesplitst in retribueerbare (€ 0,84 miljoen) en niet-retribueerbare kosten (€ 1,05 miljoen). Deze verdeling is gebaseerd op de Handreiking kostentoedeling 2014. De retribueerbare kosten zijn kosten die direct verband houden met het afhandelen van projectvergunningaanvragen. De niet-retribueerbare kosten zijn kosten die gemaakt worden voor de nadere invulling van het vergunningsstelsel. Dit betreft onder andere kosten voor ICT-voorzieningen, communicatie en vergoeding van de commissieleden. Daarnaast wordt een groot deel van de niet-retribueerbare kosten gemaakt om te voldoen aan de verplichtingen die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) stelt.

9

Wat zijn de kosten die de CCD maakt per vergunningsaanvraag?

Antwoord

De kosten die de CCD maakt per vergunningsaanvraag variëren. De tijd die aan een aanvraag wordt besteed is afhankelijk van het aantal bijlagen dierproeven, de complexiteit en de kwaliteit van de aanvraag. De leges die betaald moeten worden zijn gebaseerd op de gemiddelde behandeltijd per vergunningaanvraag:

  • voor een eenvoudige dierproef met één bijlage dierproeven geldt het bedrag van € 568;

  • bij één bijlage dierproeven: € 1.035;

  • bij twee bijlagen dierproeven: € 1.287;

  • bij drie bijlagen dierproeven: € 1.541;

  • bij meer bijlagen dierproeven: voorgaand tarief verhoogd met € 143,– per extra bijlage dierproeven.

10

Waarom worden de contributies voor internationale organisaties vermeerderd met € 241.000? Om welke contributies gaat het hier precies en wat zijn de achterliggende oorzaken voor deze stijgingen?

Antwoord

De verhoging heeft voor € 141.000 betrekking op de toevoeging voor de loon- en prijsbijstelling. Deze bijstelling is bedoeld om de te verwachten stijging van de contributies te kunnen dekken en is niet toe te rekenen aan een specifieke contributie. Voorts heeft de verhoging voor een bedrag van € 100.000 betrekking op de overloop van betalingen van 2017 naar 2018. Voor een aantal aangegane contributies voor 2017, in het bijzonder de UNEP (United Nations Environmental Programme), vindt de betaling in 2018 plaats.

11

Gaan de kosten van de digitalisering bij de NVWA, die zijn gestegen van € 36 miljoen, naar € 52 miljoen, en nu naar € 95 miljoen, de totale kosten zijn van de uitrol van het nieuwe ICT-systeem (Bleuriq)?

Antwoord

De NVWA heeft in het voorjaar 2018, mede op basis van adviezen van Berenschot, de planning van het programma nauwgezet herijkt. Op basis hiervan heeft de NVWA een raming gemaakt, waarbij het programma een uitloop nodig heeft met totale kosten van € 95 miljoen. Op dit moment heb ik een aanvraag in voorbereiding voor het Bureau ICT-toetsing om de herijkte planning van advies te laten voorzien.

12

Hoe gaat u de sterk toegenomen kosten van de ICT-vernieuwing bij de NVWA, van € 52 miljoen begroot naar € 95 miljoen, dekken? Kunt u verzekeren dat dit niet ten kosten gaat van de extra middelen voor de NVWA ten aanzien van de Brexit of de extra middelen voor de herinrichting van LNV/EZK?

Antwoord

De kosten van het programma NVWA 2020 zijn eerder opgenomen in de meerjarenbegroting.1 In de dekking van de kosten die gepaard gaan met de langere doorloop van de ICT-vernieuwing is meerjarig voorzien. Dit betekent dat de ICT-vernieuwing niet ten koste gaat van de middelen voor de NVWA ten aanzien van de Brexit of de extra middelen voor de herinrichting van de ministeries van LNV/EZK.