Gepubliceerd: 16 mei 2018
Indiener(s): Mark Rutte (minister-president , minister algemene zaken) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34950-III-4.html
ID: 34950-III-4

Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2017 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken;

  • 2. de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning;

  • 3. de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten;

  • 4. de begrotingstaat inzake het agentschap van dit ministerie.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

B.1 Ministerie van Algemene Zaken

Artikel 1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Het overschot wordt onder andere verklaard door meevallers en vertragingen bij projecten bij de Rijksvoorlichtingsdienst, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de directie Bedrijfsvoering. In 2017 zijn minder ontvangsten gerealiseerd omdat er minder openstaande vorderingen betreffende personele uitgaven uit voorgaande jaren waren en dat betrof voor het grootste gedeelte ontvangsten voor gedetacheerden. Daarnaast zijn er minder ontvangsten gerealiseerd als gevolg van een lagere doorbelasting naar de begroting van de Koning.

B.2 Kabinet van de Koning

Artikel 1 Kabinet van de Koning

Het overschot bij het Kabinet van de Koning wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven door minder personeel.

B.3 Commissie van Toezicht betreffende de Inlichten- en Veiligheidsdiensten

Artikel 1 Commissie van Toezicht betreffende Inlichtingen -en Veiligheidsdiensten

Het overschot wordt verklaard door het niet in 2017 in werking treden van de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten en een niet volledige personele bezetting gedurende het jaar. De ontvangsten hebben betrekking op een afrekening van een betaald voorschot dat verband houdt met een servicecontract met het Rijksvastgoedbedrijf.

B.4.1 Exploitatieoverzicht 2017

Staat van baten en lasten van de baten-lastenagentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC) (Bedragen x € 1.000)1
 

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2016

Baten

       

Omzet moederdepartement

22.586

25.873

3.287

24.158

Omzet overige departementen

37.909

40.696

2.787

48.203

Omzet derden

26.303

17.290

– 9.013

21.666

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

16

Bijzondere baten

0

39

39

37

Totaal baten

86.798

83.897

– 2.901

94.080

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

– Personele kosten

11.367

13.172

1.805

13.095

Waarvan eigen personeel

10.367

11.180

813

11.078

Waarvan inhuur externen

1.000

1.334

334

1.472

Waarvan overige personele kosten

0

657

657

546

– Materiële kosten

75.431

70.456

– 4.975

81.108

Waarvan apparaat ICT

6.100

6.513

413

5.598

Waarvan bijdrage aan SSO’s

0

0

0

0

Waarvan overige materiële kosten

69.331

63.943

– 5.388

75.510

         

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

       

– Materieel

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

– Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

       

– Dotaties voorzieningen

0

108

108

209

– Bijzondere lasten

0

9

9

19

Totaal lasten

86.798

83.745

– 3.053

94.431

Saldo van baten en lasten

0

152

152

– 351

X Noot
1

Door afrondingen hoeft het totaal niet gelijk te zijn aan de som der onderdelen.

Toelichting:

DPC heeft in 2017 een positief saldo behaald van € 0,2 miljoen. De winst is bijna geheel in de normale bedrijfsvoering gerealiseerd. De voorziening ten behoeve van wachtgelden voor eigen personeel heeft in 2017 een negatieve invloed op het resultaat.

Het saldo van baten en lasten zal ten gunste worden gebracht van de exploitatiereserve. Hiermee zal het eigen vermogen nog onder de grens van 5% van de gemiddelde omzet van de afgelopen drie jaar blijven die is voorgeschreven in de Regeling Agentschappen.

Daarnaast is er sprake van een lagere omzet en daarmee samenhangende lagere materiële kosten dan begroot als gevolg van een lagere media-omzet.

Kasstroomoverzicht over 2017 (bedragen x € 1.000)
   

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2017 + stand depositorekeningen

18.934

21.556

2.622

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

0

90.144

90.144

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–)

0

90.721

90.721

2.

Totaal operationele kasstroom

0

– 577

– 577

 

Totaal investeringen (–/–)

0

0

0

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

0

0

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale roodstand is 0,5 miljoen €.

18.934

20.979

2.045

Toelichting

De stand van de rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding per 31 december is lager dan de stand per 1 januari. Dit wordt met name veroorzaakt door een mutatie in het werkkapitaal van DPC.