Gepubliceerd: 20 september 2016
Indiener(s): Eric Wiebes (staatssecretaris financiƫn) (VVD)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34545-2.html
ID: 34545-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal wijzigingen aan te brengen in de energiebelasting voor de transitie naar elektrisch rijden;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:

A

Het in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, opgenomen tarief wordt verhoogd met € 0,00007.

B

Na artikel 60 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 60a

  • 1. In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtstreepje, is het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat niet hoger is dan 10.000 kWh, gelijk aan het in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, tweede aandachtsstreepje, opgenomen tarief.

  • 2. Het tarief, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is.

  • 3. Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast en worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden.

  • 4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

ARTIKEL II

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2021 als volgt gewijzigd:

A

Het in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, opgenomen tarief wordt verlaagd met € 0,00007.

B

Artikel 60a vervalt.

ARTIKEL III

In de Wet opslag duurzame energie wordt artikel 3 als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw), aanhef, wordt «elektriciteit» vervangen door: elektriciteit, met uitzondering van de elektriciteit, bedoeld in het tweede lid,.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting als bedoeld in artikel 60a van de Wet belastingen op milieugrondslag wordt geen tarief vastgesteld.

ARTIKEL IV

In de Wet opslag duurzame energie vervallen in artikel 3 met ingang van 1 januari 2021 het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid. Voorts wordt in de aanhef «elektriciteit, met uitzondering van de elektriciteit, bedoeld in het tweede lid,» vervangen door: elektriciteit.

ARTIKEL V

  • 1. Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2017.

  • 2. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel B, en de artikelen II, III en IV in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, in welk besluit de volgorde van toepassing van de verschillende artikelen of onderdelen daarvan wordt vastgesteld. Als dat tijdstip na 1 januari 2017 valt werken zij terug tot en met 1 januari 2017. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12 van de Wet raadgevend referendum.

ARTIKEL VI

Deze wet wordt aangehaald als: Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,