Gepubliceerd: 30 september 2016
Indiener(s): Pieter Duisenberg (VVD)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34527-4.html
ID: 34527-4

Nr. 4 VERSLAG

Vastgesteld 30 september 2016

De vaste commissie voor Financiën belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Blz.

   

1. Inleiding

2

2. Europese regelgeving

3

3. Implementatie in nationale wetgeving

6

4. Administratieve lasten, uitvoeringskosten en budgettaire effecten

6

5. Overige

7

6. Artikelsgewijs

10

De voorzitter van de commissie, Duisenberg

De adjunct-griffier van de commissie, Van den Eeden

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel uitwisseling inlichtingen over rulings, maar hebben nog wel een aantal opmerkingen en vragen.

De leden van de fractie van de VVD zijn voorstander van de automatische uitwisseling van rulings tussen belastingdiensten omdat dit zorgt voor meer transparantie en het kunnen aanpakken van ongewenste belastingontwijking.

De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings. Het betreft implementatie van een Europese richtlijn. Deze richtlijn is noodzakelijk in de strijd tegen belastingontwijking. Door deze richtlijn kunnen lidstaten elkaar controleren of er geen ongeoorloofde afspraken met bedrijven worden gemaakt. Daarnaast kunnen lidstaten beter beoordelen of bedrijven de juiste belasting afdragen. De leden van de PvdA-fractie achten dit vooruitgang en danken de regering voor de voortvarendheid met betrekking tot de implementatie. Zij hebben daarbij nog enkele vragen.

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings. Deze leden achten het van groot belang dat er meer transparantie over rulings komt. Wel hebben zij nog enkele vragen.

De leden van de SP-fractie hebben naar aanleiding van het verslag schriftelijk overleg over de brief van 1 april 2016 over automatische rulings ook enkele vragen, welke zij de regering hierbij voorleggen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings. Deze leden achten het van zeer groot belang dat informatie die voor de belastingheffing van belang is, tussen belastingautoriteiten wordt gedeeld. De Nederlandse Belastingdienst moet over alle relevante informatie beschikken, ook uit het buitenland, voor de Nederlandse belastingheffing. En andersom moeten buitenlandse belastingdiensten over alle relevante informatie beschikken voor hun nationale belastingheffing, ook als het informatie uit Nederland betreft. Dit wetsvoorstel draagt daaraan bij.

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings. Het tegengaan van belastingontwijking vergt een Europese aanpak en de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings voorziet hierin door uitvoering te geven aan de Europese Richtlijn 2015/2376/EU. De leden hebben een aantal vragen over de Wet en de invoering van de Richtlijn.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel voor de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings. Zij willen de regering hierover enkele vragen voorleggen.

De leden van de fractie van GroenLinks hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel over de uitwisseling inlichtingen over rulings. Zij hebben hierover nog enkele vragen.

2. Europese regelgeving

Reikwijdte van de richtlijn

Waarom is de WIB (Wet op de internationale bijstandsverlening) alleen van toepassing op het Europese deel van het Nederland en niet op bijvoorbeeld de BES-eilanden? Wat zijn de gevolgen daarvan, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af wat de reikwijdte is van de richtlijn. Tussen lidstaten moeten akkoorden, mededelingen en andere instrumenten worden gedeeld die zekerheid bieden aan belastingplichtigen. In hoeverre vallen mondelinge toezeggingen hieronder? Hierbij kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan voor akkoord ondertekende telefoonnotities. In hoeverre vallen vertrouwenwekkende handelingen hieronder? Indien bijvoorbeeld in een aangifte om een uitdrukkelijke standpuntbepaling wordt gevraagd kunnen belastingplichtigen vertrouwen ontlenen aan de interpretatie van regelgeving door de belastingdienst. Dienen dit soort handelingen gedeeld te worden? Hoe worden aflopende rulings behandeld, die in de praktijk wel degelijk nog effect hebben zolang de feiten en de regelgeving niet veranderen?

In hoeverre vallen BTW afspraken onder de richtlijn, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

In de memorie van toelichting lezen de leden van de SP-fractie dat, indien sprake is van een belastingverdrag met een derde land welke een geheimhoudingsclausule bevat, «volgens de richtlijn de inlichtingenuitwisseling moet worden gebaseerd op het verzoek om een verrekenprijsafspraak, dat aan de bilaterale of multilaterale verrekenprijsafspraak met het derde land ten grondslag heeft gelegen.» Deze leden vragen een nadere uitleg van deze zin.

Kan de regering verklaren waarom ervoor is gekozen dat geen inlichtingen hoeven te worden verstrekt over rulings die betrekking hebben op een of meer natuurlijke personen, vragen de leden van de SP-fractie?

De leden van de D66-fractie constateren dat belastingenautoriteiten van de lidstaten gegevens uitwisselen middels een standaardformulier. Voor dit formulier wordt nauw aangesloten bij de initiatieven die de OESO op dit terrein heeft ontwikkeld. Waar zit het verschil met de initiatieven van de OESO? En is het zo dat het «standaardformulier» kan wisselen per land? De leden lezen ook dat er wordt beoogd om een standaardformulier te gebruiken. Onder welke omstandigheden zou er afgeweken moeten worden van het standaardformulier? Wordt er met de belastingplichtige overlegd wanneer er afgeweken wordt van het standaardformulier? En hoe voorkomt de regering dat er een veelheid aan vormen van het formulier ontstaan?

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de definitie van de richtlijn een opsomming van vier kenmerken bevat die bepalen of sprake is van een voorafgaande grensoverschrijdende ruling. Betekent dit dat sprake moet zijn van alle vier de kenmerken?

De regering geeft aan dat Nederland bilaterale en multilaterale verrekenprijsafspraken omzet in unilaterale verrekenprijsafspraken, zodat het probleem dat informatie op grond van verdragen niet mag worden gedeeld, zich niet voordoet in Nederland. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe dit zit in andere landen. Is daar ook sprake van een omzetting in unilaterale verrekenprijsafspraken? Zo nee, betekent dit dan veel informatie door deze landen niet mag/kan worden gedeeld?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of in alle gevallen duidelijk is of sprake is van een grensoverschrijdend effect. In andere woorden, is het voor belastingdiensten altijd duidelijk of informatie over een ruling moet worden gedeeld met de andere lidstaten?

Inlichtingenuitwisseling: wat en hoe?

De automatische uitwisseling van inlichtingen over rulings komt met dit wetsvoorstel tot stand. Dit heeft echter geen enkele toegevoegde waarde als er niet ook iets met de deze informatie gebeurt. Wat gaat Nederland doen met de automatisch verkregen informatie? Wat is het beeld dat andere landen gaan doen met deze informatie, zo vragen de leden van de fractie van de VVD.

Welke lidstaatopties bevat de richtlijn? Van welke maakt Nederland wel en niet gebruik en waarom? En welke lidstaatopties worden in de andere lidstaten gebruikt en welke niet, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Begrijpen de leden van de SP-fractie goed dat de aanvrager van een ruling het standaardformulier aan de hand waarvan informatie over rulings wordt uitgewisseld mag invullen? Kan de regering deze keuze toelichten? Acht de regering het logisch dat de aanvrager, welke een belang heeft om het formulier er zo te laten uitzien dat dit geen verdere vragen oproept, deze rol krijgt? Waarom is het niet de Belastingdienst die dit formulier invult? Is de regering wel met deze leden eens dat de juistheid van de informatie in het standaardformulier de verantwoordelijkheid van de Belastingdienst moet zijn? En deelt de Belastingdienst meer informatie met andere lidstaten dan enkel de informatie die is opgenomen in het standaardformulier?

De inlichtingenuitwisseling bestaat uit twee fasen. In de eerste fasen worden enkele basisgegevens over de ruling uitgewisseld via een database aan alle EU-lidstaten. In de tweede fase kan een lidstaat informatie over een relevante ruling opvragen. Op welke wijze vindt de gegevensverstrekking in de tweede fase plaats, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Wordt de gehele originele ruling uitgewisseld met de andere lidstaat in de tweede fase, wordt hiervoor specifieke informatie uit de ruling gehaald of moet de ruling in een bepaald format worden uitgewisseld? Wordt de ruling automatisch uitgewisseld als een andere lidstaat hiertoe verzoekt of wordt eerst getoetst of de andere lidstaat een heffingsbelang heeft en terecht om de ruling gevraagd heeft?

De definitie van een ruling is bewust breed om zoveel mogelijk uit te wisselen. Is de regering honderd procent zeker dat de definitie van een ruling in andere lidstaten, zoals Frankrijk, Spanje, Portugal, Griekenland, Polen, Tsjechië, Cyprus, Malta en Italië, exact gelijk is aan die in Nederland en dat de richtlijn daar ook zo wordt uitgevoerd? Welke rechtsmiddelen heeft de Nederlandse regering om een ruling te verkrijgen, wanneer deze niet wordt uitgewisseld wegens verschillen over de definitie van een ruling of om andere redenen, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de verplichting om informatie uit te wisselen alleen geldt voor de zogenaamde basisinlichtingen. Geven deze basisinlichtingen volgens de regering voldoende informatie om een oordeel te kunnen vormen of een nader verzoek om informatie nodig is? En welke verplichtingen gelden er voor lidstaten om nadere informatie uit te wisselen als een andere lidstaat heel duidelijk kan maken dat een ruling de belastingheffing in deze lidstaat raakt. Immers, voor de «tweede stap» gelden slechts de regels voor uitwisseling van informatie op verzoek.

De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen dat lidstaten vanaf 1 januari 2018 de basisinlichtingen over rulings en verrekenprijsafspraken kunnen uploaden naar een database. Hoe en door wie wordt gecontroleerd of lidstaten dit ook daadwerkelijk doen? Zijn er sancties verbonden aan het niet uitwisselen van basisinlichtingen?

De leden van de fractie van GroenLinks vragen zich af waarom er in twee stappen informatie wordt uitgewisseld, en of het niet sneller en praktischer is direct de volledige informatie over de afgegeven ruling te verstrekken. Wat betreft de inlichtingen die nu in de eerste stap uitgewisseld worden, zijn de leden benieuwd in hoe verre welke onderdelen van deze informatie ook publiek bekend gemaakt zouden kunnen worden, gegeven het streven naar transparantie.

Reeds afgegeven rulings

De leden van de VVD-fractie zijn voorstander van het gebruik van de mogelijkheid om een drempel van € 40 miljoen te hanteren voor rulings en verrekenafspraken die vóór 1 april 2016 tot stand gekomen zijn, dat beperkt de administratieve lasten voor de Belastingdienst en voor het mkb. Waarom is er in de richtlijn niet voor gekozen om deze optie ook voor de periode ná 1 april 2016 te kunnen hanteren?

De leden van de SP-fractie vragen de regering aan te geven welke andere lidstaten gebruik maken van de optie om voor rulings die voor april 2016 tot stand zijn gekomen, een drempel van € 40 miljoen te hanteren. De leden vragen de regering ook aan te geven welke andere lidstaatopties in de richtlijn zijn opgenomen.

Geldt de «MKB-vrijstelling» voor afspraken over een belang van € 40 miljoen of minder ook nog na 1 april 2016, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Op 3 juni jl. schreef de Staatssecretaris van Financiën dat het nog niet duidelijk was hoeveel rulings van voor 1 april 2016 moeten worden uitgewisseld. De leden van de CDA-fractie vragen of dit inmiddels al in kaart is gebracht. Heeft Nederland een archief aangelegd met de bestaande rulings? Heeft de regering een idee hoe in andere lidstaten de bestaande rulings verzameld worden? Worden daarbij in andere lidstaten ook templates gebruikt zoals de Nederlandse Belastingdienst dat doet? Worden daarbij in andere lidstaten ook de bedrijven betrokken die de desbetreffende ruling hebben aangevraagd?

De leden van de D66-fractie constateren dat gegevens van bepaalde al geldende rulings en verrekenprijsafspraken ook moeten worden uitgewisseld met andere lidstaten. Hoe hoog zijn de administratieve lasten voor de Belastingdienst om deze gegevens uit te wisselen?

De leden constateren dat er een drempel wordt gehanteerd voor automatische inlichtingenuitwisseling over de op 1 april 2016 bestaande rulings en verrekenprijsafspraken van een omzetcriterium van € 40 miljoen. Klopt het dat er geen drempel meer geldt voor rulings en verrekenprijsafspraken die na 1 april 2016 tot stand komen?

De leden lezen dat de regering constateert dat de voorwaarden voor handhaving voor de Belastingdienst verbeteren. De leden vragen de regering hoe de Belastingdienst alle extra informatie die zij automatisch ontvangen door deze wet, gaat verwerken? Komt er bij de Belastingdienst meer capaciteit voor handhaving naar aanleiding van de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings?

De leden constateren dat om de administratieve lasten te beperken, het standaardformulier voor gegevens uitwisseling wordt toegevoegd aan de aanvraagprocedure voor een ruling. Het formulier kan ingevuld worden door de persoon die de ruling aanvraagt maar ook door de Belastingdienst. Mocht de persoon die de ruling aanvraagt, het formulier onjuist invullen, past de Belastingdienst het formulier dan aan? En zo ja, wordt dit in overleg met de aanvrager gedaan? En als de aanvrager er direct voor kiest om het formulier door de Belastingdienst in te laten vullen, heeft de aanvrager dan nog inzage in en/of zeggenschap over het formulier alvorens de gegevens worden uitgewisseld met andere belastingautoriteiten? Kan de aanvrager bezwaar maken indien deze het niet eens is met de informatie die uitgewisseld wordt/ gaat worden? Zo ja, hoe wordt dit mogelijk gemaakt? Zo nee, waarom is er voor gekozen dit niet mogelijk te maken, zo vragen de leden van de D66-fractie.

De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen dat basisinlichtingen over op 31 december 2016 reeds bestaande rulings of verrekenprijsafspraken voor 1 januari 2018 moeten zijn uitgewisseld met andere lidstaten. Het elektronische gegevensbestand komt echter pas op 1 januari 2018 beschikbaar. Hoe vindt uniforme uitwisseling tot die datum dan plaats, vragen de genoemde leden.

De leden van GroenLinks vragen zich af waarom Nederland ervoor kiest gebruik te maken van de omzetdrempel van € 40 miljoen voor rulings die tot stand zijn gekomen vóór 1 april 2016. Hoeveel rulings worden hierdoor uitgesloten, en wat zouden de kosten zijn van het niet gebruikmaken van deze drempel? De leden zijn benieuwd of het gebruikmaken van de drempel volgens de regering ook past binnen de genoemde voortrekkersrol van Nederland op het gebied van inlichtingenuitwisseling.

3. Implementatie in nationale wetgeving

Hoe ver zijn andere landen met implementatie van de wetgeving én met de uitvoering van de nieuwe regelgeving? Is Nederland tijdig klaar met de voorbereiding? Zo nee, op welke onderdelen niet, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

4. Administratieve lasten, uitvoeringskosten en budgettaire effecten

De leden van de VVD-fractie lezen dat er aan het wetsvoorstel geen budgettaire effecten verbonden zijn. Uit de uitvoeringstoets blijkt echter wel dat er kosten gemaakt moeten worden, zowel incidenteel als structureel. Hoe moet dit tot elkaar gezien worden? Hoe worden deze uitvoeringskosten opgelost c.q. opgevangen?

Kan de regering aangeven in hoeverre er bij de personele gevolgen van het wetsvoorstel rekening is gehouden met het aantal fte dat benodigd is om de ontvangen informatie uit andere lidstaten te controleren? Kan worden aangegeven hoeveel fte beschikbaar is voor het bekijken van ontvangen informatie uit andere lidstaten, zo vragen de leden van de SP-fractie.

De leden van de CDA-fractie danken de regering voor het meesturen van de uitvoeringstoets, want zij zijn van mening dat de uitvoering bij een dergelijk massaal proces als automatische gegevensuitwisseling van cruciaal belang is, zowel voor het proces van uitgaande gegevens als voor het proces van gegevens die binnenkomen. Zij vragen de regering daarom om inzicht te geven op welke wijze de Belastingdienst de enorme hoeveelheid van rulings en afspraken die door andere EU-belastingdiensten wordt uitgewisseld, gaat beoordelen op relevantie voor de Nederlandse belastingheffing. Kan de regering daarbij tevens aangeven van hoeveel buitenlandse binnenkomende rulings de Belastingdienst is uitgegaan voor het maken van de uitvoeringstoets?

Kan de regering een voorbeeld geven van belastingconstructies of andere relevante transacties die door de uitwisseling van rulings bij de Belastingdienst bekend kunnen worden?

De leden van de CDA-fractie zijn nog niet geheel overtuigd van de goede uitvoerbaarheid van de uitwisselingsverplichting en dan vooral gedurende het overgangsrecht. De Belastingdienst oordeelt daarover dat de geautomatiseerde gegevenslevering mogelijk is, maar wel afhankelijk is van andere systemen voor gegevensuitwisseling.

Kan de regering aangeven hoe het staat met de voorzieningen die voor FATCA, CRS en CbC gerealiseerd worden?

De gegevensuitwisseling kent verschillende invoeringsmomenten eerst voor de OESO en vervolgens voor de EU. Kan de regering aangeven hoe deze invoeringsmomenten zich tot elkaar verhouden? De bestaande rulings moeten binnen de OESO al voor 31 december van dit jaar worden uitgewisseld. Kan de regering aangeven of dit de Nederlandse Belastingdienst gaat lukken? Heeft de regering inzicht of het de andere OESO-landen gaat lukken om aan deze verplichting te voldoen?

Kan de regering een idee geven hoeveel grensoverschrijdende afspraken de Belastingdienst jaarlijks afgeeft? Om hoeveel afspraken met een belang van € 40 miljoen of meer gaat het?

Voor de uitvoering van de wet zijn structureel 29,5 fte benodigd. De leden van de CDA-fractie vinden dit best fors. Kan de regering aangeven wat de verwachte meeropbrengst is voor de Nederlandse belastingheffing van de uitwisseling van rulings binnen de EU en hoe deze meeropbrengst zich verhoudt tot de geraamde kosten? De leden van de CDA-fractie vragen dus niet naar de geraamde opbrengst, want de regering raamt de opbrengst volgens de regels op nihil, maar naar een schatting van de extra belastinginkomsten als gevolg van deze wet.

De leden van de CDA-fractie vragen de regering te reageren op de zorgen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs over de deskundigheid van de personele capaciteit.

Volgens de regering bevat het formulier dat wordt gebruikt voor uitwisseling van informatie slechts basale informatie. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of voor andere lidstaten met deze «basale informatie» dan wel voldoende duidelijk wordt of een ruling of verrekenprijsafspraak om nader onderzoek vraagt.

De leden van de fractie van GroenLinks lezen dat er geen inschatting van de budgettaire effecten is gegeven. Zij vragen zich af of er ook geen inschatting van de orde van grootte van de budgettaire effecten te geven is. Doel en verwachting van de richtlijn is immers dat automatische uitwisseling «een belangrijk wapen is tegen belastingontwijking».

5. Overige

De leden van de VVD-fractie en de CDA-fractie verzoeken de regering tevens in te gaan op de vragen en opmerkingen zoals verwoord in het commentaar van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs op onderhavig wetsvoorstel.

Waarom is de Belastingdienst al gestart met het versturen van een «exchange tax rulings-formulier» voor in het verleden afgesloten maar wel geldige ATR’s (Advance Tax Rulings) en APA’s (Advance Pricing Agreement), dus ook al voorafgaand aan de goedkeuring van de wet? In hoeverre schuift de Belastingdienst daarmee de eigen verplichting af op bedrijven? Welke administratieve lasten/kosten brengt dit voor het bedrijfsleven met zich mee? Is het invullen van het formulier een verplichting of is het vrijblijvend, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

De Staatssecretaris antwoordt in zijn brief van 6 juni 2016 op vragen dat het verstrekken van meer informatie over een ruling kan worden geweigerd indien sprake is van een commercieel, industrieel of beroepsgeheim. De leden van de SP-fractie willen graag weten of het de Belastingdienst is die uiteindelijk beslist of hiervan sprake is en die uiteindelijk beslist of de informatie kan worden verstrekt.

De leden van de SP-fractie vinden het opmerkelijk dat in 1983 wel kon worden meegedeeld welk bedrag was gemoeid met de rulingpraktijk (namelijk 15 miljoen gulden) en dat dit heden ten dage blijkbaar niet meer het geval is. Zij vragen de regering duidelijk te maken waarom dit toen wel, en nu niet meer kan.

Werd in het verleden wel centraal bijgehouden of aan een aanslag een ruling ten grondslag lag? Welke veranderingen zijn opgetreden in het ruling- of APA-/ATR-praktijk sinds het in 2001 is gewijzigd?

De Staatssecretaris antwoordt op vragen van de SP-leden dat «voor zover hem bekend» geen APA’s en ATR’s voorkomen met een onbepaalde looptijd. Kan dit inhouden, vragen de leden van de SP-fractie, dat deze rulings wel bestaan maar dat de Staatssecretaris hier geen weet van heeft omdat niet centraal wordt bijgehouden of aan een aanslag een ruling ten grondslag ligt? De leden ontvangen hierop graag een gemotiveerde reactie.

Tevens antwoordde de Staatssecretaris in het verslag van 6 juni jl. dat rulings met een looptijd van langer dan tien jaar nauwelijks voorkomen. Hoe vaak komen rulings voor die een looptijd hebben van tien jaar of langer, vragen deze leden aan de regering? Verstrekt de Belastingdienst ook heden ten dage nog rulings die een langere looptijd dan tien jaar kennen?

De leden van de SP-fractie vragen de regering uiteen te zetten hoe het systeem zo kan worden vormgegeven dat uiteindelijk wel bekend is hoeveel rulings met een looptijd van langer dan tien jaar er bestaan en welk bedrag er is gemoeid met de rulingpraktijk. Welke stappen dienen te worden gezet om in de toekomst deze informatie wel te verstrekken? Acht de regering het, net als de leden van de SP-fractie, wenselijk dat dergelijke informatie kan worden verstrekt?

Hoeveel kans loopt een onderneming die een ruling van de belastingdienst heeft gekregen, dat de feiten en omstandigheden welke ten grondslag liggen aan het afgeven ervan, ook daadwerkelijk worden gecontroleerd?

De Staatssecretaris heeft geen adequate informatie over het rulingbeleid in andere landen voorhanden. Is de regering bereid, vragen de leden van de SP-fractie, om deze informatie te vergaren zodat zij een vergelijking kunnen maken? Indien neen, waarom is de regering daar niet toe bereid?

Wordt de Tweede Kamer op enigerlei wijze geïnformeerd over de hoeveelheid rulings waarover Nederland informatie uitwisselt, vragen de leden van de SP-fractie? Wordt de Tweede Kamer op enigerlei wijze geïnformeerd over de uitvoering van de onderliggende wet, vragen deze leden?

De leden van de CDA-fractie vragen tevens of Duitsland al automatisch gegevens heeft uitgewisseld met Nederland, aangezien Nederland wel automatisch gegevens uitwisselt met Duitsland. Deze leden vragen ook of de regering problemen verwacht met de uitwisseling van schriftelijke rulings met lagere overheden, zoals de Duitse deelstaten. Verder vragen de leden van de CDA-fractie of de regering bereid is om jaarlijks in het jaarverslag te melden hoeveel rulings per EU-lidstaat zijn uitgewisseld en hoeveel uitwisselingsverzoeken niet zijn gehonoreerd.

De leden van de D66-fractie zien dat samenwerking tussen landen essentieel is om belastingontwijking te voorkomen. Het is daarom van groot belang dat Nederland niet alleen gegevens aanlevert aan andere landen maar ook gegevens ontvangt. Bij eerdere afspraken met Duitsland over het uitwisselen van gegevens van grensoverschrijdende rulings, constateren de leden dat Nederland wel gegevens uitleverde aan Duitsland maar Duitsland niet aan Nederland. De regering gaf ook daar aan wederkerigheid te verlangen maar in praktijk bleek dit niet te gebeuren. De leden vragen de regering wat de stand van zaken is met de gegevens uitwisseling met Duitsland. En wat de stand van zaken is bij andere lidstaten bij het invoeren van de Europese Richtlijn 2015/2376/EU. Kan de regering garanderen dat Nederland ook de gegevens over ruling afspraken ontvangt van de lidstaten waaraan Nederland gegevens aanbiedt?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe de OESO-richtlijnen worden geïmplementeerd in de afspraken met derde landen. Betekent dit dat de bestaande belastingverdragen met derde landen worden aangepast, zodanig dat hier ook bepalingen over de uitwisseling van informatie over rulings in worden opgenomen?

Het lid Van Vliet dankt de regering voor dit heldere stuk concept wetgeving op een complex beleidsterrein. Als Tweede Kamerlid en als fiscalist, is het lid Van Vliet erg benieuwd naar de (uit)werking en de effecten van dit voorstel in de praktijk. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van de doelstellingen, zal er naar de mening van dit lid «nog heel wat water door de Nijl stromen» voordat het ambtelijke proces van uitwisseling van inlichtingen over rulings echt goed verloopt. We zijn daarbij niet alleen afhankelijk van goede wetgeving en aansturing in Nederland maar ook van dezelfde inspanningen van alle andere landen die in het kader van de OESO deelnemen aan het BEPS project. De nieuwe transparantie moet het onterechte wantrouwen over de rulingpraktijken wegnemen.

De zorgen van het lid Van Vliet gaan in dit verband dan ook vooral over het bewaken van het level playing field tussen Nederland en de andere deelnemende landen. Wanneer andere landen onjuiste informatie verstrekken, dan kan dat weliswaar juridisch bestreden worden maar dan is het kwaad doorgaans al geschied.

Wat gaat de regering doen om zich ervan te verzekeren dat andere landen zich ook aan hun verplichtingen houden? Zijn er concrete controle mechanismen zoals twinning, uitwisseling van medewerkers en grensoverschrijdende procesevaluaties (of anderszins) in voorbereiding, zodat we niet alleen juridisch maar ook procesmatig bij elkaar «over de schutting kijken» en elkaar aanspreken wanneer dat wenselijk of noodzakelijk is? Kan de regering toezeggen dat het gebruik van de centrale database wordt gemonitord, zodat eventueel misbruik van de database door individuen of landen tijdig gesignaleerd kan worden, zo vraagt het lid Van Vliet.

6. Artikelsgewijs

Artikel 2b van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

De leden van de VVD-fractie lezen dat de uitwisseling van de inlichtingen over de rulings plaatsvindt naar álle belastingautoriteiten en de Europese Commissie (EC). Waarom is de automatische uitwisseling van inlichtingen over rulings niet beperkt tot die belastingautoriteiten die betrokken zijn of kunnen zijn? Wat is nut en noodzaak van informatie-uitwisseling met alle lidstaten, dus ook die lidstaten die niet betrokken zijn? In hoeverre is de uitwisseling naar alle belastingautoriteiten proportioneel?

Wat is de reden dat de Europese Commissie ook toegang moet krijgen tot de inlichtingen over de rulings? Wat is de nut en noodzaak daarvan? De leden van de VVD-fractie zien de toegang van de Europese Commissie op dit moment nog niet als een logische stap. Welke extra administratieve en uitvoeringslasten brengt deze optie met zich mee, gelet op het feit dat de Europese Commissie ook weer niet alle informatie krijgt. Welke informatie kan de Europese Commissie wel raadplegen en welke niet?

Welke informatie krijgt de Europese Commissie in te zien en welke niet? Waarom kunnen de elektronische gegevensbestanden niet gebruikt worden voor staatssteunonderzoeken? Is niet juist een van de goede effecten van de richtlijn dat ongeoorloofde afspraken eerder aan het licht komen? Welke rol heeft de Europese Commissie precies met betrekking tot de uitwisseling van rulings, en met betrekking tot de inhoud van die rulings, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

De regering vermeldt dat in de Nederlandse praktijk sprake zal zijn van een schriftelijke uitlating. De leden van de CDA-fractie vragen de regering of hier altijd sprake van is. Zijn ook de rulings van voor 1 april 2016, die dus onder het overgangsrecht vallen, altijd op schrift gesteld? Is in de richtlijn als voorwaarde voor uitwisseling gesteld dat het om een schriftelijk vastgelegde ruling gaat of moeten ook mondelinge rulings worden uitgewisseld? Kan de regering een inschatting geven of in andere EU-landen rulings altijd op schrift gesteld worden? Verwacht de regering problemen bij het uitwisselen van mondelingen rulings van andere lidstaten? Hoe beoordeelt de regering het risico dat rulings in andere lidstaten niet op schrift gesteld worden om uitwisseling te voorkomen?

Artikel 2c van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

Kunnen in Nederland ook andere afspraken dan Advance Pricing Agreements onder de definitie van voorafgaande verrekenprijsafspraken vallen, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Valt een innovatieboxruling altijd onder de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of kan deze, afhankelijke van de feiten en omstandigheden, ook als voorafgaande verrekenprijsafspraak gelden? Dezelfde vraag hebben de leden van de CDA-fractie voor een ruling over de winstallocatie aan een vaste inrichting: is dit een voorafgaande grensoverschrijdende ruling of een voorafgaande verrekenprijsafspraak?

Artikel 6d van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

De leden van de VVD-fractie lezen dat er geen inlichtingen worden uitgewisseld over bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraken met derde landen indien in het belastingverdrag dat aan de totstandkoming van de bilaterale of multilaterale verrekenprijsafspraak ten grondslag lag niet toestaat dat deze verrekenprijsafspraken aan derden worden vrijgegeven. In hoeverre is dit een gebruikelijke afspraak in belastingverdragen van de lidstaten? Hoeveel lidstaten maken gebruik van deze optie in belastingverdragen? Maakt Nederland hiervan ook gebruik? Zo ja, in welke belastingverdragen? Hoe wordt voorkomen dat in nieuwe belastingverdragen nu juist meer van deze mogelijkheid gebruik gaat worden gemaakt?

Klopt het dat over rulings van vóór 1 januari 2012 geen automatische uitwisseling van inlichtingen plaats vindt? Om hoeveel rulings gaat het dan in Nederland en in andere lidstaten, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Hoe worden betrokken belastingplichtigen geïnformeerd over welke informatie en set gegevens wordt verzonden aan alle lidstaten? Welke rechtsbescherming hebben zij? In hoeverre is er de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen? Waarom is er niet een soort kennisgevingsprocedure, zoals vroeger in de WIB?

Hoe gaat bepaald worden of er gebruik gemaakt gaat worden van de uitzonderingsmogelijkheid dat er geen commercieel, industrieel of beroepsgeheim openbaar gemaakt mag worden? Wie bepaalt dat? Hoe kan de belastingplichtige dat controleren? Wat wordt verstaan onder commercieel, industrieel of beroepsgeheim? Welke waarborgen zijn er dat er geen commercieel, industrieel of beroepsgeheim wordt verstrekt?

Welke waarborgen zijn er dat andere lidstaten goed omgaan met de geheimhoudingsplicht van de uitgewisselde gegevens? Hoe lang gaan of mogen de uitgewisselde gegevens bewaard blijven? Hoe spoort dit met de Wet bescherming persoonsgegevens? Hoe spoort deze richtlijn met de Europese Privacy richtlijn, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Voor de samenvatting van de ruling of de verrekenprijsafspraak geldt dat een commercieel, industrieel of beroepsgeheim niet mag worden onthuld. Ook worden geen inlichtingen verstrekt indien de openbare orde van de Nederlandse staat zich daartegen verzet. De leden van de CDA-fractie vragen de regering op welke wijze de Belastingdienst beoordeelt, indien zij de gegevens voor de samenvatting van de ruling of de verrekenprijsafspraak invult, of sprake is van een commercieel, industrieel of beroepsgeheim? Kan de regering een voorbeeld geven aan welke informatie de leden van de CDA-fractie dan moet denken? Is het bijvoorbeeld bedrijfsgevoelige informatie hoeveel winst van een bepaald bedrijf in de innovatiebox valt? Kan de regering ook een voorbeeld geven van toepassing van het voorbehoud van strijd met de Nederlandse openbare orde?

De leden van de CDA-fractie zijn blij dat de Staatssecretaris heeft toegezegd dat de belastingplichtige betrokken wordt bij de afweging of sprake is van een bedrijfsgeheim. Zij verwijzen hiervoor naar de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 3 juni met als kenmerk AFP/2016/521.

Ziet de regering ook het eventuele risico dat andere landen rulings niet uitwisselen door onterecht te stellen dat sprake is van een bedrijfsgeheim? Is daar toezicht op?

In dezelfde brief schrijft de Staatssecretaris van Financiën dat belastingplichtigen niet geïnformeerd zullen worden over de gegevensuitwisseling. In dit kader vragen de leden van de CDA-fractie naar de mogelijkheid dat per abuis foutieve informatie wordt uitgewisseld. Deze leden denken dan aan een typefout, een informatietechnische fout of verwisseling van informatie tussen belastingplichtigen. Belastingplichtigen die dit betreft kunnen in het buitenland problemen krijgen, omdat de buitenlandse belastingdienst immers vertrouwt op de uitgewisselde informatie. In het geval dat er toch een fout gemaakt is met het uitwisselen van informatie, op welke wijze wordt dit dan hersteld? Hoe kan de belastingplichtige erachter komen dat over hem per abuis foutieve informatie is uitgewisseld? Kan de regering reageren op de door de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs voorgestelde notificatie achteraf, waarbij de belastingplichtige in bezwaar en beroep kan gaan tegen de uitwisseling zonder opschortend effect?

De informatie voor de eerste fase van uitwisseling zal vaak door de belastingplichtige zelf worden ingevuld. Wat gebeurt er als de belastingplichtige of de Belastingdienst ontdekt dat er een fout zit in de ingevulde informatie? Kan de Belastingdienst afwijken van de informatie die de belastingplichtige zelf over de ruling heeft ingevuld. En zo ja, op welke wijze zal dit plaatsvinden? Als de Belastingdienst de template van de belastingplichtige met informatie over de ruling aanvult of wijzigt, wordt de belastingplichtige hiervan dan op de hoogte gesteld?

De leden van de CDA-fractie vragen de regering tevens of zij het mogelijk acht dat het bedrag van de transactie, zoals bedoeld in onderdeel g van artikel 6d van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, mogelijk in combinatie met de overige uit te wisselen gegevens een commercieel, industrieel of beroepsgeheim zou zijn. Zo ja, is dit dan een belemmering om de informatie uit te wisselen op grond van onderhavig wetsvoorstel?

De leden van de D66-fractie vernemen dat er geen inlichtingen worden uitgewisseld over bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraken met derde landen indien het belastingverdrag dat aan de totstandkoming van de verrekenprijsafspraak ten grondslag lag niet toestaat dat deze verrekenprijsafspraken aan derden worden vrijgegeven. De leden vragen de regering bij hoeveel belastingverdragen van toepassing is dat verrekenprijsafspraken niet mogen worden uitgewisseld? Mag een dergelijke bepaling ook opgenomen worden in verdragen die in de toekomst afgesloten worden? Is de regering voornemens dergelijke bepalingen niet (meer) op te nemen in belastingverdragen?

Artikel 14 van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

De leden van de D66-fractie nemen kennis van het feit dat er geen commercieel, industrieel of bedrijfsgeheim onthuld mag worden aan andere belastingautoriteiten. Hoe controleert de regering of de gegevens dergelijke informatie niet bevatten? Kan een belastingplichtige bezwaar maken indien deze van mening is dat er wel commercieel, industrieel of bedrijfsgeheim onthuld wordt?