Gepubliceerd: 17 maart 2015
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen: bestuur gemeenten
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34075-8.html
ID: 34075-8

Nr. 8 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 17 maart 2015

Inhoudsopgave

blz.

Algemeen

2

1.

Inleiding

2

2.

Voorgeschiedenis en totstandkoming herindelingsadvies

2

3.

Toets aan het beleidskader

2

 

3.1.

Draagvlak

2

 

3.2.

Interne samenhang

4

 

3.3.

Bestuurskracht

5

 

3.4.

Evenwichtige regionale verhoudingen

6

 

3.5.

Duurzaamheid

7

4.

Financiële aspecten

7

 

4.1.

Algemeen

7

 

4.2.

Artikel 12-aanvraag gemeente Muiden

8

   

4.2.1.

Inleiding

8

   

4.2.2.

Afhandeling artikel 12-aanvraag en gevolgen voor de nieuwe gemeente

9

     

4.2.2.1.

Inleiding

9

     

4.2.2.2.

Afhandeling van de artikel 12-aanvraag

9

     

4.2.2.3.

Gevolgen voor de nieuwe gemeente

14

     

4.2.2.4.

Vergelijkbare gevallen

14

   

4.2.3.

Niet-nakoming van de vaststellingsovereenkomst

15

     

4.2.3.1.

Inleiding

15

     

4.2.3.2.

Het risico van niet-nakoming

16

     

4.2.3.3.

De hoogte van eventuele schadevergoeding

17

     

4.2.3.4.

De toegezegde verhoging van de aanvullende uitkering

18

   

4.2.4.

Artikel 7 van het wetsvoorstel en het amendement-Van Beek

19

   

4.2.5.

De zorgen van de gemeenten

20

5.

Overige aspecten

22

 

5.2.

Zittingsduur gemeenteraad na datum van herindeling

22

Artikelsgewijs

23

Algemeen

1. Inleiding

Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken. Op de vragen en opmerkingen ga ik hieronder graag in. Bij de beantwoording heb ik zoveel mogelijk de volgorde van het verslag aangehouden. Uit praktisch oogpunt ben ik op een aantal plaatsen van die volgorde afgeweken om vragen van vergelijkbare strekking in samenhang te kunnen beantwoorden. Zo worden alle vragen over de financiële problemen van Muiden beantwoord in § 4.2.

2. Voorgeschiedenis en totstandkoming herindelingsadvies

De leden van de SP-fractie vragen waarom niet is gekozen voor een samenvoeging van de gemeenten Muiden en Weesp.

Tijdens de voorbereiding van het eerdere wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Bussum, Muiden, Naarden en Weesp is de mogelijkheid van een samenvoeging van Muiden en Weesp onderzocht. Geconcludeerd is dat deze variant zou leiden tot een gemeente met een zeer beperkte duurzaamheid en een zeer kwetsbare bestuurskracht.1 Het onderhavige wetsvoorstel staat ook niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een regiobreed initiatief om de gemeentelijke bestuurskracht te versterken. Op 23 januari 2015 heb ik het advies van de provincie Noord-Holland over het middellangetermijnperspectief voor de regio Gooi en Vechtstreek ontvangen. Om te komen tot dit advies heeft de provincie een verdiepende verkenning laten uitvoeren naar het gewenste perspectief en hebben de gemeenten schriftelijk en via bestuurlijk overleg hun zienswijzen kunnen inbrengen. Hieruit blijkt dat Weesp voor een andere bestuurlijke toekomst heeft gekozen.2

3. Toets aan het beleidskader

3.1. Draagvlak

De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre sprake is van een vrijwillige samenvoeging. Daarnaast vragen deze leden naar het aanwezige bestuurlijke draagvlak voor de samenvoeging. Zij vragen de regering daarbij ook de schadeclaim en de financiële positie van Muiden en de gevolgen hiervan voor de nieuwe gemeente te betrekken. Ook de leden van de SGP-fractie vragen naar het bestuurlijk draagvlak.

Dit wetsvoorstel vloeit weliswaar voort uit een herindelingsadvies van de provincie Noord-Holland, maar het voorstel tot samenvoeging van Bussum, Muiden en Naarden kon en kan op steun van de betrokken gemeenten rekenen. Dit blijkt ook uit de brief die de drie gemeenten op 9 februari 2015 aan de Kamer hebben gestuurd. Hierin schrijven zij ervan overtuigd te zijn dat het samengaan van de gemeenten kan bijdragen aan de slagkracht van de regio, de dienstverlening aan de inwoners en het versterken van de lokale democratie. Daarmee is sprake van een vrijwillige samenvoeging.

Er zijn twee onderwerpen van belang voor het draagvlak voor deze herindeling in de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden. Het eerste is de financiële positie van Muiden en de gevolgen daarvan voor de nieuwe gemeente. In § 4.2 licht ik toe dat de gemeente Muiden voorafgaand aan de herindeling schoon zal worden opgeleverd, wat betekent dat Muiden met ingang van 2016 niet langer beschikt over een aanmerkelijk en structureel begrotingstekort en een negatieve algemene reserve. Ook ga ik in deze paragraaf in op de wijze waarop het risico van een mogelijke schadeclaim wordt afgedekt. De regering meent daarmee de voornaamste zorgen van de betrokken gemeenten weg te kunnen nemen.

Het tweede onderwerp is de voorgestelde grenscorrectie tussen de gemeenten Muiden en Weesp. Hoewel de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden deze grenscorrectie niet steunen, doet dit niet af aan het aanwezige draagvlak in deze gemeenten voor de samenvoeging. De bezwaren tegen de grenscorrectie bestonden reeds toen de raden van Bussum, Muiden en Naarden in het kader van de herindelingsprocedure hun steun uitspraken voor de samenvoeging.

De regering is door de weerstand in de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden dan ook niet van mening veranderd over de grenscorrectie, antwoord ik op een vraag van de leden van de PvdA-fractie.

Deze leden vragen ook naar de vergoeding van de kosten die de gemeente Muiden heeft gemaakt en nog zal maken voor de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering de zorg beoordeelt van de raden van Bussum, Muiden en Naarden dat de gemeente Muiden al kosten heeft gemaakt voor de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder, maar niet deelt in de opbrengsten.

De samenwerkende publieke en private partijen in het project Bloemendalerpolder, waaronder de gemeenten Muiden en Weesp, hebben in het najaar van 2012 de zogeheten Samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst (SUOK) getekend. De gemeente Muiden ontvangt (evenals Weesp) van de private partijen bij deze samenwerkingsovereenkomst een vergoeding voor de ontwikkeling van het nieuwe bestemmingsplan voor het gebied. Ook ontvangt Muiden reeds bijstand van de provincie voor ambtelijke capaciteit. Mogelijk komen reeds gemaakte kosten in aanmerking voor vergoeding via de aanvullende uitkering; het rapport van de artikel 12-inspecteur zal daar duidelijkheid over bieden (zie § 4.2). Voor de kosten in verband met de Bloemendalerpolder die de gemeente Muiden tot 2016 maakt (of die haar rechtsopvolger daarna nog moet maken) kunnen gedeputeerde staten op grond van artikel 50 van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) een verrekening vaststellen.

Het antwoord op de vraag van de leden van de Groenlinks-fractie naar de mogelijkheden en verantwoordelijkheid voor het compenseren van de nieuwe gemeente Gooise Meren voor de gevolgen van de grenscorrectie is dan ook dat deze primair bij de betrokken gemeenten en bij gedeputeerde staten liggen.

De leden van de CDA-fractie vragen naar het belang om nog voor de komst van de bewoners te komen tot één ongedeelde wijk. De leden van de SGP-fractie vragen waarom het beter zou kunnen zijn later te besluiten over de grenscorrectie.

Het is van belang om nu een besluit te nemen omdat de wijk dan vanaf het begin onder dezelfde regels, voorzieningen en belastingen valt. Een voordeel is bovendien dat de ontwikkeling van de wijk dan in handen ligt van één gemeentebestuur. Het moment waarop naar de gemeentelijke indeling wordt gekeken is een logisch moment om deze grens aan te passen. Wordt dit nu niet meegenomen, dan zal naar verwachting op relatief korte termijn alsnog een grenscorrectie volgen, met mogelijk nieuwe (bestuurlijke) onrust als gevolg. Grenscorrecties kunnen immers ook bij besluit van provinciale staten of de raden van de betrokken gemeenten tot stand komen.

De leden van de SGP-fractie vragen naar het alternatieve voorstel dat Weesp heeft gedaan en de overwegingen om de ongedeelde wijk Bloemendalerpolder bij de gemeente Weesp in te delen.

Het alternatieve voorstel van Weesp komt overeen met het voorstel dat de provincie in het herindelingsadvies heeft gedaan en dat in het wetsvoorstel is overgenomen. Tijdens het open overleg bleek dat Muiden belang hecht aan het grondgebied op de Vechtoever waar het zogeheten Pippi Langkoushuis en een zorgboerderij zijn gevestigd. Weesp stond positief tegenover een wijziging van de voorgestelde grenscorrectie waardoor dit gebied bij Muiden blijft.

Bij de grenscorrectie spelen, naast het precieze grensbeloop en het tijdstip van de grenscorrectie, twee afwegingen. De eerste afweging betreft de wenselijkheid van een ongedeelde woonwijk, dat wil zeggen een woonwijk die in één gemeente ligt. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de inwoners hetzelfde voorzieningenniveau en dezelfde lastendruk hebben. De tweede afweging betreft de keuze voor de gemeente waar deze wijk in komt te liggen. De ongedeelde wijk past het best bij Weesp, omdat de nieuwe wijk een eenheid gaat vormen met een kern van Weesp: de Bloemendalerpolder sluit direct aan op een kern van Weesp en niet op een kern van Muiden. De inwoners zullen primair georiënteerd zijn op Weesp, omdat dit centrum en haar voorzieningen (winkels, scholen, sport) het dichtst bij zijn. Indien de wijk naar de nieuwe gemeente Gooise Meren zou gaan, zou sprake zijn van een satellietwijk op aanzienlijke afstand van de dichtstbijzijnde kern van de gemeente Gooise Meren aan de andere kant van de A1.

3.2. Interne samenhang

De leden van de VVD-fractie vragen naar de oriëntatie vanuit de Bloemendalerpolder en de reeds gedane investeringen en verrichte activiteiten voor de ontwikkeling van dit gebied door Muiden en Weesp.

Sinds het najaar van 2012 zijn de raden van de gemeenten gezamenlijk bezig met de ontwikkeling van de polder, onder meer via een gezamenlijke raadsadviescommissie voor het nieuwe bestemmingsplan. Beide gemeenten zijn ambtelijk vertegenwoordigd in de projectgroep die de Bloemendalerpolder ontwikkelt. Tot op heden is derhalve sprake van een gezamenlijke inzet om de polder te ontwikkelen. Het binnenkort te verschijnen rapport van de artikel 12-inspecteur zal meer duidelijkheid geven over de door Muiden reeds gemaakte kosten (zie § 4.2). Voor de vergoeding die Muiden al voor deze kosten ontvangt, de wijze waarop de overige kosten gedekt kunnen worden en de oriëntatie van de Bloemendalerpolder verwijs ik naar de vorige paragraaf.

Op de vraag van deze leden naar de effecten van de voorgestelde grenscorrectie voor de uitkering uit het Gemeentefonds, antwoord ik dat de algemene uitkering voor de gemeente Gooise Meren, uitgaande van de cijfers en maatstaven van eind 2014, zonder de grenscorrectie ongeveer € 72.000 hoger zou uitvallen.

De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering de zorgen van Bussum, Muiden en Naarden beoordeelt dat Weesp te weinig bestuurskracht heeft om de nieuwe wijk te kunnen ontwikkelen.

De regering deelt deze zorg niet. De gemeente Weesp heeft volgens de provincie de afgelopen jaren getoond een professionele partner te zijn in de publiek-private samenwerking. Zo levert Weesp de projectleider voor het bestemmingsplan voor de Bloemendalerpolder en wordt de gemeente Muiden op onderdelen ambtelijk vertegenwoordigd door Weesp. Gezien de rol die Weesp nu al speelt in het project Bloemendalerpolder heeft de provincie er alle vertrouwen in dat deze gemeente de gebiedsontwikkeling op een adequate manier zal uitvoeren.

De leden van de D66-fractie vragen om een reactie op de stellingen dat de grondslagen waarop de grenscorrectie is gebaseerd achterhaald zouden zijn en dat de kern Muiden zonder de Bloemendalerpolder zeer beperkt de ruimte over zou houden voor vraagstukken van ruimtelijke ordening.

Bij welke gemeente de Bloemendalerpolder ook hoort, op basis van de genoemde samenwerkingsovereenkomst (SUOK) kan buiten de bepaalde bebouwingscontouren niets méér worden gebouwd in de Bloemendalerpolder. De ruimte voor vraagstukken van ruimtelijke ordening is daarmee in ieder geval wat betreft de uitbreidingsmogelijkheden zowel voor Muiden als voor Weesp beperkt. Het aantal woningen is gemaximeerd op 2.750 en de woningen moeten binnen de bepaalde bebouwingscontouren aansluitend op de kern van Weesp worden gerealiseerd. Daarnaast heeft de gemeente Muiden volgens de provincie wel degelijk mogelijkheden in ruimtelijk opzicht, zoals de ontwikkeling van het Brediusterrein en de woonwijk De Krijgsman.

Voor de grondslagen van de grenscorrectie, die onverminderd van belang zijn, verwijs ik naar § 3.1.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de wijze waarop bepaald is wat de oriëntatie van de inwoners van de nieuwe wijk zal zijn.

In opdracht van de publieke en private partners is door een stedenbouwkundig adviesbureau en een adviesbureau voor landschapsarchitectuur een ruimtelijk plan opgesteld waaruit deze oriëntatie blijkt. Dit plan is in overleg met alle betrokken publieke en private partijen tot stand gekomen.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen naar de maatschappelijke en financiële gevolgen indien de grenscorrectie buiten het wetsvoorstel wordt gelaten.

De maatschappelijke gevolgen betreffen vooral de verschillen die zullen ontstaan tussen de bewoners van de Bloemendalerpolder en de onduidelijkheid die dit oplevert. Zonder grenscorrectie zal de grens tussen de gemeente Weesp en de nieuwe gemeente Gooise Meren dwars door de wijk lopen. Dit betekent dat de toekomstige bewoners verschillende rechten zullen hebben op maatschappelijke voorzieningen en dat zij onder verschillende (belasting)verordeningen en handhavingsregimes zullen vallen. Daarnaast levert de betrokkenheid van twee gemeentebesturen afstemmingslasten op.

Voor de financiële gevolgen wordt verwezen naar § 3.1 en het antwoord op de vragen van de leden van de VVD-fractie in de onderhavige paragraaf.

3.3. Bestuurskracht

De leden van de SP-fractie vragen welke zaken nu al door de betrokken gemeenten samen worden gedaan, waarover al een besluit tot samenwerking is genomen, welke kosten hieraan zijn verbonden en welke zaken alleen tegen hoge kosten omkeerbaar zijn. De leden van de D66-fractie vragen welke parallelle processen in relatie tot het bestemmingsplan KNSF, de artikel 12-status van Muiden en de beoogde fusie er lopen, en hoe die op elkaar zijn afgestemd.

De gemeenten Bussum, Muiden en Naarden hebben voor de voorbereiding van de samenvoeging een aparte projectorganisatie ingesteld. Voor alle onderwerpen die in het kader van de samenvoeging moeten worden voorbereid zijn inmiddels procesplannen en visiedocumenten vastgesteld, bijvoorbeeld over de missie en visie, organisatie en dienstverlening van de nieuwe gemeente. De huidige gemeentesecretaris van Bussum is − onder het voorbehoud dat de samenvoeging doorgang vindt − in februari 2015 aangewezen als beoogd gemeentesecretaris van de nieuwe gemeente.

De voorbereiding heeft in 2014 circa € 1,4 miljoen gekost. De kosten in de eerste maanden van 2015 bedragen circa € 0,7 miljoen.

In het kader van deze voorbereiding zijn volgens de gemeenten geen besluiten genomen die niet of slechts tegen hoge kosten omkeerbaar zijn. Voor de plannen die worden ontwikkeld om de nieuwe organisatie te huisvesten geldt bijvoorbeeld dat daaraan pas uitvoering wordt gegeven nadat de wetgever een besluit heeft genomen. De gemeenten treffen deze voorbereidingen tijdig om voorbereid te zijn op de beoogde instelling van de nieuwe gemeente Gooise Meren, opdat deze gemeente goed van start kan gaan als het wetsvoorstel wordt aangenomen. De voorbereidingen zijn nodig om vanaf het begin een adequate dienstverlening aan de burgers te geven, om als bestuurlijke entiteit in de regio te opereren en om op een goede wijze de gemeentelijke taken uit te kunnen voeren.

Het op deze wijze voorbereiden van de samenvoeging is geheel in lijn met de Wet arhi en het rijksbeleid. De Wet arhi vraagt van gemeenten dat zij actief werken aan de voorbereiding van de nieuwe gemeente en daartoe tijdig voorzieningen treffen (artikel 79). Mede daarom krijgen de huidige gemeenten al in het jaar voorafgaand aan de datum van herindeling een deel van de uitkering uit het Gemeentefonds voor kosten in verband met de herindeling (frictiekosten).

Voor de lopende procedures inzake het bestemmingsplan voor het KNSF-terrein en de artikel 12-aanvraag van Muiden verwijs ik naar § 4.2.

De leden van de Groenlinks-fractie vragen waaruit de beperkte bestuurskracht van Muiden respectievelijk Naarden concreet blijkt.

Uit de in 2005 uitgevoerde bestuurskrachtmetingen bleek al dat een herindeling voor Muiden noodzakelijk is. Ook Naarden werd toen al door de provincie geadviseerd om invulling te geven aan de eigen wens tot herindeling. Als gevolg van het verwerpen van het voorstel tot samenvoeging van de gemeenten Muiden, Naarden, Bussum en Weesp in 2012, zijn Muiden en Naarden tot op heden niet verder gekomen dan zij in 2005 waren. Muiden telt circa 6.500 inwoners en heeft met circa 40 fte een kwetsbare ambtelijke organisatie met veel eenmansposten. De ambtelijke organisatie is niet goed toegerust voor grote projecten, terwijl Muiden wel voor grote opgaven staat, zoals de verlegging van de A1/A6, de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder en de woonwijk De Krijgsman en de uitvoering van het rijk-regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM). Muiden is nu aangewezen op de inhuur van externe expertise en dit kost veel geld. Op dit moment wordt Muiden daarom financieel ondersteund door de provincie voor de inhuur van ambtelijke expertise. Eerder heeft Muiden ook personele bijstand ontvangen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Naarden telt circa 17.000 inwoners en heeft een ambtelijke organisatie van 115 fte. Het is voor Naarden naar eigen zeggen lastig om met deze beperkte ambtelijke organisatie en steeds minder geld de dienstverlening op orde te houden. Omdat Naarden het met samenwerking alleen niet meer redt, acht deze gemeente een herindeling noodzakelijk.

3.4. Evenwichtige regionale verhoudingen

De leden van de PvdA-fractie hebben behoefte aan perspectief voor de gemeente Weesp, nu deze gemeente geen deel meer uitmaakt van de herindeling, terwijl dit in het vorige herindelingsvoorstel wel het geval was.

De gemeente Weesp heeft voor de korte termijn nieuw perspectief gevonden in samenwerking met de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht. Weesp is met deze gemeenten een samenwerking aangegaan in het sociaal domein. Voor de middellange termijn laat de provincie in 2016 meerdere bestuurskrachtonderzoeken uitvoeren, onder meer naar een mogelijke samenvoeging van de gemeenten Weesp en Wijdemeren, al dan niet met de gemeente Hilversum.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen een reactie op het voornemen om te komen tot één of twee gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek in het licht van het adagium dat samenwerking van onderop tot stand dient te komen, een onderbouwing van de stelling dat de nu voorgestelde samenvoeging is bedoeld als kortetermijnoplossing en een duiding van het draagvlak bij de gemeenten.

De regering neemt geen standpunt in over de mogelijke toekomstige ontwikkelingen in de Gooi en Vechtstreek, juist vanwege het uitgangspunt dat initiatieven tot gemeentelijke samenwerking en samenvoeging van onderop komen. De gemeenten en de provincie zijn met elkaar in gesprek; daar past voor de regering een terughoudende opstelling bij. Met de uitspraak dat deze samenvoeging een kortetermijnoplossing is, is vooral bedoeld dat de samenvoeging op korte termijn noodzakelijk is als oplossing voor de problemen van Muiden, terwijl er initiatieven voor latere jaren lopen. Zoals gezegd steunen de raden van de drie gemeenten de samenvoeging. Dit volgt onder meer uit de inbreng die door de gemeenten is geleverd bij het provinciale traject over de bestuurlijke toekomst, de zienswijzen die zij hebben ingediend op het herindelingsontwerp en hun brief van 9 februari 2015 aan de Kamer. Bovendien past de samenvoeging in de regionale visie voor de middellange en lange termijn die de provincie Noord-Holland samen met de gemeenten heeft opgesteld (zie ook § 3.5).

3.5. Duurzaamheid

De leden van de SGP-fractie vragen of het logisch is om een gemeente te vormen waarvan de duurzaamheid op de korte termijn niet duidelijk is, of het mogelijk is een duidelijke keuze te maken voordat de herindeling definitief wordt en waarop de stelling is gebaseerd dat het niet waarschijnlijk is dat er snel een nieuwe samenvoeging volgt.

Uit het advies van de provincie over de toekomst van de regio Gooi en Vechtstreek van januari 2015 blijkt dat de ontwikkelingen in de regio op de middellange termijn niet zullen leiden tot een samenvoeging waar de nieuwe gemeente Gooise Meren bij betrokken is. Alleen voor de gemeenten Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren en de gemeenten Weesp, Wijdemeren en Hilversum (zie ook § 3.4) is sprake van verdere verkenningen voor de middellange termijn, waartoe de provincie en deze gemeenten in 2016 bestuurskrachtonderzoeken uitvoeren. De verwachting die in de memorie van toelichting is uitgesproken over de toekomst van de nieuwe gemeente Gooise Meren is met dit provinciale advies bevestigd.

4. Financiële aspecten

4.1. Algemeen

De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe de daling van de algemene uitkering met € 0,4 miljoen zich verhoudt tot de conclusie van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) dat een herindeling niet leidt tot besparingen. De leden van de SGP-fractie vragen naar het oordeel van de regering over de stelling van dat onderzoek dat er bij een herindeling ook schaalnadelen plaats kunnen vinden als gevolg van een grotere bureaucratie en management en naar de wijze waarop de uitkomsten van het COELO-onderzoek zijn meegewogen in het oordeel over de financiële positie van de nieuwe gemeente.

De uitkering uit het Gemeentefonds aan de nieuwe gemeente Gooise Meren is gelijk aan de uitkering die gemeenten met dezelfde kenmerken ontvangen. In mijn nadere reactie op het onderzoek van het COELO heb ik opgemerkt dat de uitkomst van het onderzoek niet verrast. Er is geen externe prikkel om na herindelingen in te zetten op besparingen, omdat de achteruitgang in de algemene uitkering beperkt is en opgevangen kan worden met de door de onderzoekers ook geconstateerde daling van de uitgaven aan bestuurskosten.3 Een herindeling heeft meestal niet tot doel om besparingen te realiseren, maar om de kwetsbaarheid te verkleinen (minder eenmansposten) en de professionaliteit van de gemeentelijke organisatie te vergroten, waardoor de gemeente meer (taken) kan realiseren en ze beter kan uitvoeren. Er is geen reden om te veronderstellen dat de nieuwe gemeente Gooise Meren de achteruitgang in de algemene uitkering niet kan dekken.

Het onderzoek van het COELO doet mij dan ook niet twijfelen aan de inschatting van de provincie over de financiële positie van de nieuwe gemeente.

4.2. Artikel 12-aanvraag gemeente Muiden

4.2.1. Inleiding

In het verslag is een groot aantal vragen gesteld over de financiële problemen van de gemeente Muiden. Omdat deze vragen in veel opzichten samenhang en overlap vertonen, heb ik ervoor gekozen ze in deze paragraaf onderwerpsgewijs te behandelen. Omwille van de duidelijkheid en om zoveel mogelijk herhaling te voorkomen hanteer ik daarbij een andere volgorde dan het verslag.

Ik hecht eraan vooraf het volgende te benadrukken. Met de vaststellingsovereenkomst van 7 maart 2014 is de in het verleden bestaande schadevergoedingsclaim van de eigenaars van het KNSF-terrein in beginsel van tafel. Muiden heeft veel energie gestoken in de totstandkoming van deze overeenkomst, waarmee de problematiek rond het KNSF-terrein is vlotgetrokken. Over het risico dat de claim opnieuw ter tafel komt en de mogelijke hoogte ervan doen allerlei verhalen de ronde, die begrijpelijkerwijs hebben bijgedragen aan de zorgen over de financiële uitgangspositie van de nieuwe gemeente Gooise Meren. De speculatie is onder meer gevoed door het feit dat lange tijd onduidelijkheid heeft bestaan over de omvang van de financiële problemen. Binnenkort stelt de artikel 12-inspecteur zijn rapport vast, dat duidelijkheid zal bieden over de financiële positie van de gemeente Muiden en de gevolgen ervan voor de nieuwe gemeente.

Nu door de gesloten vaststellingsovereenkomst kan worden vastgesteld wat de financiële positie van Muiden is, kan de gemeente voor de herindeling «schoon opgeleverd» worden. Dit betekent dat alle financiële problemen die de draagkracht van Muiden te boven gaan, worden weggenomen met de aanvullende uitkering en niet ten laste komen van de nieuwe gemeente. Bovendien wordt de aanvullende uitkering verhoogd indien onverhoopt alsnog schadevergoeding betaald zou moeten worden die hoger uitvalt dan de kosten die voortvloeien uit de vaststellingsovereenkomst. Dit is in lijn met het in 2012 aangenomen amendement-Van Beek, dat ertoe strekte in geval van een eventuele schadeclaim en in verband daarmee noodzakelijke aanvraag van een aanvullende uitkering van de beoogde nieuwe gemeente de eigen bijdrage te beperken tot het bedrag dat Muiden zelf had kunnen opbrengen.

Het vervolg van deze paragraaf is als volgt opgebouwd. Allereerst ga ik in op de vragen over de afhandeling van de artikel 12-aanvraag van Muiden, de gevolgen voor de nieuwe gemeente Gooise Meren en vergelijkbare gevallen waarin artikel 12-gemeenten betrokken waren bij een herindeling (§ 4.2.2). Vervolgens betreft § 4.2.3 de vragen over het scenario dat er opnieuw een schadevergoedingsclaim zou komen en over mijn toezegging om de aanvullende uitkering in dat geval te verhogen. In § 4.2.4 ga ik in op de vragen over de financiële voorziening in het wetsvoorstel en de verhouding ervan tot het amendement-Van Beek. Tot slot beantwoord ik de vragen over de zorgen van de gemeenten (§ 4.2.5).

Indien behoefte bestaat aan een technische briefing over deze onderwerpen, ben ik uiteraard graag bereid daaraan mee te werken. Naar verwachting verschijnt het rapport van de artikel 12-inspecteur op 19 maart 2015. De inspecteur kan, indien de Kamer dat wenst, kort daarna een technische briefing verzorgen.

4.2.2. Afhandeling artikel 12-aanvraag en gevolgen voor de nieuwe gemeente
4.2.2.1. Inleiding

Achtergrond van de artikel 12-aanvraag van de gemeente Muiden is de vaststellingsovereenkomst van 7 maart 2014 tussen Muiden en de ontwikkelaars van de woonwijk De Krijgsman op het KNSF-terrein (de eigenaars van het terrein, KNSF NV en KNSF Vastgoed II BV, en projectontwikkelaar Dura Vermeer), die verder worden aangeduid als de projectontwikkelaars. In verband met de financiële verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomst heeft Muiden in 2014 een aanvullende uitkering aangevraagd voor het jaar 2015, die naar verwachting medio 2015 verleend zal worden. Hierna beantwoord ik achtereenvolgens de vragen over de afhandeling van de aanvraag, de verwachte financiële gevolgen voor de gemeente Gooise Meren en vergelijkbare gevallen waarin gemeenten met een artikel 12-status betrokken waren bij een herindeling.

4.2.2.2. Afhandeling van de artikel 12-aanvraag

De leden van verschillende fracties vragen naar de afhandeling van de artikel 12-aanvraag van Muiden en de bepaling van de eigen bijdrage. Zo vragen de leden van de SGP-fractie aan wat voor eigen bijdrage gedacht moet worden, in hoeverre dit reëel is en wat voor eigen bijdrage in dit soort gevallen gebruikelijk is als een gemeente zelfstandig blijft. Naar aanleiding van deze vragen maak ik eerst enkele algemene opmerkingen over de artikel 12-procedure en het verloop van deze procedure in het geval van Muiden, waarna ik inga op de specifiekere vragen over dit onderwerp.

Algemene opmerkingen

Een gemeente kan op grond van artikel 12 Financiële-verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen indien haar begroting aanmerkelijk en structureel tekortschiet om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de gemeente een redelijk niveau aan eigen inkomsten heeft. Artikel 12 Financiële-verhoudingswet biedt zo een vangnet aan gemeenten die niet in staat zijn zelfstandig of met hulp van de financieel toezichthouder hun begroting op orde te krijgen. De aanvullende uitkering wordt betaald uit het Gemeentefonds en komt daarmee ten laste van alle gemeenten. Om de kosten zo beperkt mogelijk te houden, wordt in het kader van de artikel 12-procedure bezien welke extra inspanningen de gemeente redelijkerwijs zelf kan leveren om haar financiële problemen op te lossen.4 Voor het bepalen van deze zogeheten eigen bijdrage wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheden die de gemeente heeft om de eigen inkomsten (met name uit onroerendezaakbelasting) te verhogen en te bezuinigen op bijvoorbeeld het voorzieningenniveau. Na vaststelling van de bijdrage die de gemeente zelf kan leveren om haar tekorten te dekken, wordt bekeken hoe hoog het bedrag is dat de gemeente nog nodig heeft als aanvullende uitkering.

Bij een gemeentelijke herindeling verloopt de artikel 12-procedure meestal anders dan gebruikelijk, vooral omdat de duur van de procedure vaak korter is: waar een artikel 12-traject normaal vele jaren duurt (vier tot tien jaar), is het uitgangspunt bij gemeentelijke herindeling dat de gemeente vóór de datum van herindeling schoon wordt opgeleverd. Dit betekent dat de gemeente geen aanmerkelijk en structureel begrotingstekort en geen negatieve algemene reserve meer heeft en dat het artikel 12-traject is afgerond vóór de datum van herindeling.5 Daarmee is niet gezegd dat de nieuw te vormen gemeente geen gevolgen kan ondervinden van de bestaande financiële problemen. Als de artikel 12-gemeente nog tekorten of toekomstige kosten heeft die zij zonder herindeling zelfstandig zou kunnen dragen, komen deze ten laste van de artikel 12-gemeente en na de herindeling van haar rechtsopvolger, de nieuwe gemeente. Dit is niet ongebruikelijk: ook herindelingsgemeenten die zich niet in een artikel 12-traject bevinden kunnen een meerjarige bezuinigingsopgave hebben die van invloed zal zijn op de financiële positie van de nieuw te vormen gemeente.

Afhandeling aanvraag Muiden

Naar verwachting zal het rapport van de artikel 12-inspecteur op 19 maart 2015 gereed zijn. Daarmee wordt duidelijk wat de precieze omvang is van de financiële problemen van gemeente Muiden en welke inspanningen de gemeente volgens de inspecteur zelf nog kan leveren om deze problemen op te lossen. Zoals gebruikelijk wordt het rapport vervolgens voor een reactie voorgelegd aan Muiden en de provincie Noord-Holland. Ook de gemeenten Bussum en Naarden krijgen de gelegenheid om op het rapport te reageren. Meestal geeft de inspecteur een technische toelichting aan de betrokken gemeenteraden. Daarna zal de Raad voor de financiële verhoudingen advies uitbrengen. Op basis van het rapport, de reacties van de gemeenten en provincie en het advies van de Raad voor de financiële verhoudingen zullen de Minister van Financiën en ik als fondsbeheerders een besluit nemen over de aanvullende uitkering. Naar verwachting kan dit besluit medio 2015 genomen worden.

Het feit dat het besluit pas na de behandeling van het wetsvoorstel kan worden genomen is mijns inziens geen probleem, omdat de uitkomst hoe dan ook zal zijn dat de gemeente Muiden schoon wordt opgeleverd. Dit betekent dat Muiden met ingang van 2016 niet langer beschikt over een aanmerkelijk en structureel begrotingstekort en een negatieve algemene reserve en dus op het moment van herindeling geen artikel 12-status meer heeft. De hiervoor beschreven procedure, zoals opgenomen in de handleiding over de toepassing van artikel 12 Financiële-verhoudingswet, is zorgvuldig en heeft er ook bij de recente herindelingen van de artikel 12-gemeenten Boarnsterhim en Millingen aan de Rijn toe geleid dat de gemeenten voorafgaand aan de herindeling schoon zijn opgeleverd (zie ook § 4.2.2.4).

Uit de artikel 12-aanvraag van Muiden en haar begroting voor 2015 blijkt dat de vaststellingsovereenkomst heeft geleid tot een negatieve algemene reserve en voor de periode 2015–2030 leidt tot een aantal doorlopende kosten. Een belangrijk deel van de kosten vloeit voort uit de afspraak dat de gemeente geldleningen aantrekt voor de ontwikkeling van het KNSF-terrein en deze gelden tegen een lager rentepercentage doorleent aan de projectontwikkelaars. Omdat deze leningen voor een groot deel nog moeten worden aangetrokken en de rente inmiddels verder is gedaald, vallen de kosten naar verwachting lager uit dan de gemeente heeft geraamd. De artikel 12-inspecteur onderzoekt nog welke kosten binnen de begroting van Muiden gedekt kunnen worden. In zijn rapport zal hij daarover duidelijkheid geven.

Overige vragen

De leden van de VVD-fractie vragen welke peildatum wordt gehanteerd voor het vaststellen van de eigen inkomsten die de gemeente Muiden zou hebben kunnen opbrengen.

De eigen bijdrage die Muiden moet leveren is gebaseerd op de inkomsten die Muiden in 2015 kan genereren (op basis van de tarieven die Muiden in 2015 hanteert), omdat het artikel 12-traject in 2015 wordt afgerond en de eigen bijdrage volledig in 2015 moet worden opgebracht. Voor het bepalen van de mogelijkheden van Muiden om na 2015 kosten te kunnen dragen wordt ook gekeken naar de extra inkomsten die Muiden kan genereren door de onroerendezaakbelasting op 120% van het gemiddelde tarief te houden en de mogelijkheden om het voorzieningenniveau terug te brengen tot het niveau van vergelijkbare gemeenten.

Voorts vragen deze leden of de gemeente Muiden de afgelopen jaren de volledige belastingcapaciteit heeft benut. Heeft Muiden alles gedaan om de financiële last die na de samenvoeging op de nieuwe gemeente komt te rusten, zo laag mogelijk te houden? Zo neen, wat zijn daarvan de gevolgen voor de artikel 12-aanvraag en de nieuwe gemeente Gooise Meren? Welk bedrag is met het eventueel niet volledig benutten van de belastingcapaciteit van de gemeente Muiden gemoeid?

In 2015 voldoet de gemeente Muiden aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering, waaronder een OZB-tarief van 120% van het landelijk gemiddelde tarief. Muiden heeft dit tarief voor 2015 verhoogd; in de jaren daarvoor had Muiden een gemiddeld tarief. Dit betekent dat Muiden de zaken niet op hun beloop heeft gelaten. De financiële opgaven zijn pas met de vaststellingsovereenkomst van maart 2014 duidelijk geworden en leiden voor een groot deel pas in latere jaren tot kosten. Na het treffen van de vaststellingsovereenkomst heeft Muiden haar OZB-tarief op het eerst mogelijke moment verhoogd; dit tarief kan alleen met ingang van 1 januari van enig jaar gewijzigd worden. Voorts heeft Muiden in het artikel 12-traject meegewerkt aan het vinden van mogelijkheden om te bezuinigen. Kortom, Muiden heeft snel gehandeld nadat de omvang van de financiële opgaven duidelijk was geworden. Daarnaast kan gewezen worden op de inspanningen van Muiden om de vaststellingsovereenkomst te treffen.

Deze leden vragen ook naar de financiële positie van de gemeente Muiden zonder de problematiek van het KNSF-terrein.

Het antwoord op deze vraag zal blijken uit het rapport van de artikel 12-inspecteur. Hoewel Muiden alleen een aanvullende uitkering heeft aangevraagd in verband met de financiële gevolgen van de vaststellingsovereenkomst, wordt in het artikel 12-onderzoek, zoals gebruikelijk, de gehele financiële positie van de gemeente doorgelicht. Pas als alle mogelijke financiële problemen in beeld zijn, kan worden bepaald welke bijdrage de gemeente zelf kan leveren aan het oplossen van haar financiële problemen.

De leden van de PvdA-fractie vragen de regering om duidelijkheid te geven over de berekening van de artikel 12-bijdrage aan de gemeente Muiden bij het volledig uitvoeren van de vaststellingsovereenkomst.

Zoals hiervoor is toegelicht, kan nog geen duidelijkheid worden gegeven over de berekening van de eigen bijdrage die van Muiden zal worden gevraagd. Het rapport van de artikel 12-inspecteur, dat naar verwachting op 19 maart 2015 verschijnt, zal hier meer duidelijkheid over bieden. Ik benadruk nogmaals dat de gemeente Muiden schoon opgeleverd zal worden en op het moment van herindeling geen artikel 12-status meer heeft.

De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat bij de bepaling van de artikel 12-bijdrage aan de gemeente Muiden zal worden getoetst aan de «algemene» criteria van artikel 12 Financiële-verhoudingswet. Zij vragen hoe deze uitspraak zich verhoudt tot de stelling van de provincie dat de financiële consequenties van de vaststellingsovereenkomst volledig worden gesaneerd via een artikel 12-bijdrage. De leden van de CDA-fractie stellen een soortgelijke vraag. Zij wensen specifiek te vernemen of toetsing aan de algemene criteria van artikel 12 Financiële-verhoudingswet leidt tot een lagere uitkering dan eerder was afgesproken, met als gevolg een hogere eigen bijdrage voor Muiden en haar rechtsopvolger.

Het is voor de betrokken partijen altijd duidelijk geweest dat de normale beoordelingscriteria van artikel 12 Financiële-verhoudingswet worden toegepast. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de brief die gedeputeerde staten op 5 maart 2014 aan de gemeente Muiden hebben gestuurd, waarin zij erop wijzen dat bij de vaststelling van de saneringsbijdrage rekening wordt gehouden met een hogere OZB-heffing voor de duur van ten minste tien jaar, ongeacht of deze heffing ook daadwerkelijk wordt geheven, en constateren dat dit gevolgen kan hebben voor de nieuw te vormen gemeente. Afwijking van de normale beoordelingscriteria werd overigens ook niet beoogd met het amendement-Van Beek: dit amendement strekte ertoe de eigen bijdrage van de nieuwe gemeente te beperken tot het bedrag dat Muiden zelfstandig kan opbrengen, in lijn met het uitgangspunt dat artikel 12-gemeenten voorafgaand aan een herindeling schoon worden opgeleverd.

De wijze waarop de criteria in het geval van Muiden zullen worden toegepast, leidt naar verwachting niet tot een lagere uitkering: de inspecteur houdt bij zijn beoordeling ook rekening met andere kosten dan de kosten die voortvloeien uit de vaststellingsovereenkomst.

De leden van de CDA-fractie vragen om een nadere toelichting van de voorwaarde dat «er mogelijk rekening mee [dient] te worden gehouden dat bij het vaststellen van de eenmalige saneringsbijdrage het Ministerie van Binnenlandse Zaken uitgaat van een verhoogde OZB-heffing voor de duur van 10 jaren voor de gemeente Muiden, ongeacht of deze ook daadwerkelijk zal worden geheven door de gemeente».

Met deze passage wordt gedoeld op het bij artikel 12-trajecten gehanteerde principe dat de gemeente die een aanvraag voor een aanvullende uitkering doet een eigen bijdrage levert aan het oplossen van de problemen. In het geval van problemen die zijn ontstaan ten gevolge van grondexploitatie kan gerekend worden met een eigen bijdrage voor de duur van tien jaar.6 Daarvan is bij Muiden geen sprake; de eigen bijdrage wordt alleen berekend over 2015.

Daarnaast is het gebruikelijk dat de inspecteur de mogelijkheden van een artikel 12-gemeente onderzoekt om structurele lasten zelf binnen de meerjarenbegroting op te vangen, waarbij één van de mogelijkheden is dat de gemeente een verhoogd OZB-tarief van 120% van het landelijk gemiddelde aanhoudt. Een andere mogelijkheid is dat het voorzieningenniveau wordt verlaagd tot het niveau dat in vergelijkbare gemeenten gebruikelijk is. Het is dus niet gezegd dat Muiden (of haar rechtsopvolger) een verhoogd OZB-tarief moet hanteren; mogelijk kan de gemeente de noodzakelijke meerjarige dekking op andere wijze realiseren.

Tevens vragen deze leden wanneer het rapport over de artikel 12-status van de gemeente Muiden wordt vastgesteld en of dit rapport ook aan de Kamer kan worden gezonden.

Dit rapport zal naar verwachting op 19 maart 2015 verschijnen en ook aan de Kamer worden gezonden.

De leden van de D66-fractie vragen of gegarandeerd kan worden dat de herindelingsgemeente een financieel schone start maakt per januari 2016.

Omdat de gemeente Muiden schoon wordt opgeleverd, vormt haar financiële positie geen belemmering voor een gezonde start. Dit blijkt ook uit het oordeel van gedeputeerde staten over de financiële positie van de nieuw te vormen gemeente Gooise Meren, zoals opgenomen in het herindelingsadvies. Daarin spraken gedeputeerden staten de verwachting uit dat de gemeente Gooise Meren met een goede financiële positie zal beginnen.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe het staat met de afspraken over de oplossing van de artikel 12-status en hoe ik daarbij de rol zie van het rijk respectievelijk de provincie.

Het artikel 12-traject wordt in 2015 afgerond. Over het rapport van de artikel 12-inspecteur en de daarin opgenomen cijfers vindt overleg plaats met de provincie Noord-Holland en de gemeente Muiden. Naar verwachting wordt medio 2015 een besluit genomen op de aanvraag van Muiden.

De leden van de SGP-fractie vragen wat de consequenties zijn voor de aanvullende uitkering als er toch geen sprake zou zijn van een private claim of als deze claim lager is dan op dit moment wordt verwacht.

Met de vaststellingsovereenkomst van 7 maart 2014 is er in beginsel geen sprake meer van een schadevergoedingsclaim van onbekende omvang, maar van afspraken waarvan de financiële gevolgen duidelijk zijn. Voor het geval dat zich onverhoopt de situatie zou voordoen dat de vaststellingsovereenkomst niet wordt nagekomen en er alsnog sprake zou zijn van een claim, verwijs ik naar § 4.2.3.

Verder vragen deze leden of de beslissing over een eventuele extra uitkering uit het Gemeentefonds niet genomen kan worden voordat er een besluit komt over het wetsvoorstel.

Het besluit op de aanvraag wordt naar verwachting medio 2015 genomen. Uitstel van de behandeling tot dat moment zou het zeer onwenselijke gevolg hebben dat de door de betrokken gemeenten gewenste datum van herindeling van 1 januari 2016 niet wordt gehaald.

4.2.2.3. Gevolgen voor de nieuwe gemeente

Uit het voorgaande blijkt dat de artikel 12-status van de gemeente Muiden slechts in beperkte mate gevolgen heeft voor de nieuw te vormen gemeente Gooise Meren: de gemeente Muiden wordt schoon opgeleverd, waarmee alleen kosten die Muiden zelf kan dragen ten laste komen van de nieuwe gemeente. Een daarvan te onderscheiden kwestie, waarnaar de leden van de VVD-fractie informeren, is in hoeverre de inwoners van de nieuwe gemeente met hogere OZB-tarieven geconfronteerd zullen worden, gelet op het feit dat er thans grote verschillen zijn tussen de OZB-tarieven van de huidige gemeenten Bussum, Muiden en Naarden. Ook vragen deze leden in hoeverre de nieuwe gemeente Gooise Meren als gevolg van de samenvoeging wordt geconfronteerd met hogere financiële lasten.

Iedere gemeentelijke herindeling heeft gevolgen voor de lastendruk in de betrokken gemeenten: de nieuwe gemeente zal de tarieven die gelden op haar grondgebied moeten uniformeren. Voor de onroerendezaakbelasting moet dit binnen drie maanden na de datum van herindeling gebeuren.7 De gevolgen van een dergelijke uniformering voor de inwoners van de nieuwe gemeente zijn afhankelijk van de verschillen in de tarieven van de huidige gemeenten en de keuzes die de raad van de nieuwe gemeente maakt. Als de nieuwe raad ervoor kiest het lastenniveau van de gemeente met de laagste lasten als uitgangspunt te nemen, zal het voorzieningenniveau waarschijnlijk omlaag moeten; als de nieuwe raad kiest voor een hoger voorzieningenniveau zal de lastendruk waarschijnlijk voor sommige inwoners stijgen en voor andere inwoners dalen. Het is dan ook niet mogelijk uitspraken te doen over de lastendruk in de nieuwe gemeente.

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering mogelijkheden ziet om de hogere belastingnorm – de hogere OZB-inkomsten lijken nog negen jaar na de fusie berekend te worden – na de samenvoeging te compenseren.

De raad van de nieuwe gemeente Gooise Meren kan zelf afwegen hoe zij de eigen inspanningen die Muiden zelf had kunnen leveren zal opbrengen. Dit kan via de onroerendezaakbelasting, maar mogelijk ook via een lager voorzieningenniveau in het gebied van de huidige gemeente Muiden. Compensatie hiervoor past niet in het beleid over de toepassing van artikel 12 Financiële-verhoudingswet: van iedere artikel 12-gemeente worden eigen inspanningen gevraagd om de financiële problemen zelf op te lossen.

De leden van de SP-fractie vragen naar de financiële risico’s voor de nieuwe gemeente als gevolg van de artikel 12-status van de gemeente Muiden.

Die zijn er niet, omdat het artikel 12-traject voor de datum van herindeling wordt afgerond en Muiden schoon wordt opgeleverd. Het feit dat Muiden zich nu in een artikel 12-traject bevindt, levert eerder meer zekerheden voor de nieuwe gemeente op dan risico’s, omdat de financiële positie van Muiden in dit traject grondig in beeld wordt gebracht.

4.2.2.4. Vergelijkbare gevallen

De leden van de fracties van de VVD, het CDA en de ChristenUnie vragen naar eerdere gevallen waarin een artikel 12-gemeente betrokken was bij een gemeentelijke herindeling. De leden van de VVD-fractie vragen hoe deze gevallen verliepen en welke gevolgen er doorgaans zijn voor artikel 12-gemeenten in de jaren na afloop van die status. De leden van de CDA-fractie wijzen op de gemeenten Boarnsterhim en Millingen aan de Rijn, die voorafgaand aan de herindeling «schoon zijn opgeleverd», waarmee de leden bedoelen dat de lasten van de artikel 12-status van deze gemeenten niet meer financieel drukten op de nieuwe gemeenten. Zij vragen of de regering dit ook een begaanbare weg vindt voor de nieuwe gemeente Gooise Meren en zo nee, waarom niet. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de wijze waarop in eerdere gevallen afspraken werden gemaakt over de financiële consequenties.

De voorbeelden die de leden van de CDA-fractie noemen, zijn recente voorbeelden van gemeenten die voorafgaand aan een herindeling een artikel 12-traject doorliepen. Zoals gezegd is het streven in dergelijke gevallen dat de betreffende gemeente schoon opgeleverd wordt. Dit betekent vooral dat de duur van het artikel 12-traject korter is dan normaal, doordat het traject voorafgaand aan de datum van herindeling afgerond moet zijn. Muiden zal, net als de gemeenten Boarnsterhim en Millingen aan de Rijn, schoon opgeleverd worden. Zoals gezegd betekent dit niet dat er geen financiële opgaven kunnen resteren.

Hoewel elke artikel 12-gemeente uiteraard eigen bijzonderheden kent, zijn er ook overeenkomsten tussen Muiden en de genoemde eerdere gevallen. Ook in het geval van Millingen aan de Rijn was er, evenals bij Muiden, één duidelijke oorzaak voor de financiële problemen die aanleiding waren om een aanvullende uitkering aan te vragen. Millingen aan de Rijn is in financiële problemen gekomen door hoge personeelskosten als gevolg van een afspraak over de inkoop van ambtelijke diensten met Groesbeek, één van de herindelingspartners. Bij Boarnsterhim was, evenals naar verwachting bij Muiden, sprake van doorlopende verplichtingen om ook na de herindeling bezuinigingen te realiseren.

De leden van de CDA-fractie vragen of de regering zich kan vinden in het argument dat in het onderhavige geval «geen sprake is van een generieke artikel 12-procedure».

Zoals gezegd kent elke artikel 12-gemeente eigen bijzonderheden, maar daarmee wordt in het kader van de artikel 12-procedure rekening gehouden: bij elk artikel 12-traject is sprake van maatwerk. Dat wordt, binnen de kaders van het generieke beleid inzake aanvullende uitkeringen, ook Muiden geboden.

4.2.3. Niet-nakoming van de vaststellingsovereenkomst
4.2.3.1. Inleiding

Met de vaststellingsovereenkomst van 7 maart 2014 is er in beginsel geen sprake meer van een geschil of van schadevergoedingsclaims tussen de gemeente Muiden en de eigenaars van het KNSF-terrein (KNSF NV en KNSF Vastgoed II BV). Onderdeel van de gemaakte afspraken is dat Muiden en de eigenaars afzien van alle aanspraken uit het verleden indien de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst worden nagekomen.

In de voorgaande paragraaf ben ik ingegaan op de verwachte afhandeling van de artikel 12-aanvraag van Muiden, ervan uitgaande dat de vaststellingsovereenkomst wordt uitgevoerd. De leden van verschillende fracties vragen naar het scenario waarin Muiden de gemaakte afspraken niet nakomt en de eigenaars van het KNSF-terrein alsnog schadevergoeding vorderen. In deze paragraaf ga ik achtereenvolgens in op het risico dat dit scenario zich voordoet, de hoogte van een eventuele claim en de toezegging die ik bij brief van 5 december 2014 heb gedaan voor het geval dat de claim opnieuw ter tafel komt.

De vraag in hoeverre artikel 7 van het wetsvoorstel en het amendement-Van Beek betrekking hebben op dit scenario wordt beantwoord in § 4.2.4.

4.2.3.2. Het risico van niet-nakoming

De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre de claim van de eigenaars van het KNSF-terrein kan herleven. Tevens vragen deze leden naar het risico dat de vaststellingsovereenkomst wordt ontbonden en naar de ontbindende voorwaarden van de overeenkomst.

In de vaststellingsovereenkomst is afgesproken dat zowel Muiden als de projectontwikkelaars (de eigenaars van het KNSF-terrein en Dura Vermeer) de overeenkomst in drie gevallen kunnen ontbinden. Dit kan ten eerste indien het bestemmingsplan voor het gebied waar de woonwijk De Krijgsman wordt ontwikkeld niet uiterlijk op 31 december 2015 is vastgesteld. Ten tweede is ontbinding mogelijk als de partijen na overleg in redelijkheid constateren dat het vastgestelde bestemmingsplan afwijkt van het door Muiden en de projectontwikkelaars opgestelde ambitiedocument. Afgesproken is dat de partijen in dat geval gezamenlijk een mediator aanwijzen om overeenstemming te bereiken over het wegnemen van de geconstateerde afwijkingen.

Een beroep op een van deze twee gronden is niet aannemelijk. Om procedurele redenen is de vaststelling van het bestemmingsplan vertraagd, maar de raad heeft al ingestemd met de vaststellingsovereenkomst, het ambitiedocument en het ontwerpbestemmingsplan.

Ten derde kunnen Muiden en de projectontwikkelaars de vaststellingsovereenkomst ontbinden als het vastgestelde bestemmingsplan niet uiterlijk op 31 december 2016 onherroepelijk is geworden. Hoewel de partijen juridisch advies over het ontwerpbestemmingsplan hebben ingewonnen bij meerdere advocatenkantoren, valt nooit volledig uit te sluiten dat de bestuursrechter juridische onvolkomenheden constateert. Indien dat tot vertraging zou leiden, hoeft dat niet te betekenen dat de eigenaars van het KNSF-terrein onmiddellijk met een schadeclaim komen; ook zij hebben immers belang bij de uitvoering van de overeenkomst en het voorkomen van slepende conflicten met de gemeente. Dit blijkt ook uit het feit dat Muiden en de projectontwikkelaars in de afgelopen periode nauw samen hebben gewerkt aan de totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan, waarbij zij geringe afwijkingen ten opzichte van het ambitiedocument in onderling overleg hebben weggenomen. Ook de aangepaste planning voor vaststelling van het bestemmingsplan is in gezamenlijk overleg tussen de gemeente en de projectontwikkelaars tot stand gekomen.

De leden van de VVD-, PvdA- en CDA-fractie vragen naar de samenhang tussen de nakoming van de vaststellingsovereenkomst, de vaststelling van het bestemmingsplan en de vaststelling van de milieueffectrapportage (MER).

In het najaar van 2014 bleek dat het bestemmingsplan pas vastgesteld kan worden na afronding van een milieueffectrapportage. De planning voor de vaststelling van het bestemmingsplan is vervolgens in overleg met de projectontwikkelaars aangepast. De afspraken over de gevolgen van de procedure inzake de milieueffectrapportage en de aangepaste planning zijn vastgelegd in een addendum bij de vaststellingsovereenkomst, waarmee de raad van Muiden op 19 februari 2015 heeft ingestemd.

De leden van de VVD- en CDA-fractie vragen wanneer het bestemmingsplan onherroepelijk zal zijn vastgesteld.

Volgens de planning van de gemeente Muiden zal de milieueffectrapportage in mei 2015 gereed zijn, waarna deze tezamen met het bestemmingsplan ter visie wordt gelegd. Het bestemmingsplan kan vervolgens eind 2015 door de gemeenteraad worden vastgesteld en in de loop van 2016 onherroepelijk worden. Het exacte moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk wordt, is afhankelijk van externe factoren, zoals de tijd die eventuele procedures bij de bestuursrechter in beslag nemen. Gunstig is in dit verband dat het project onder de Crisis- en herstelwet valt, waardoor kortere termijnen gelden voor bestuursrechtelijke procedures.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe de regering de haalbaarheid van de planning voor het vaststellen van het bestemmingsplan beoordeelt.

De planning van de gemeente Muiden is gebaseerd op de gangbare termijnen voor de procedures tot vaststelling van een milieueffectrapportage en een bestemmingsplan. Het handelen van de gemeente wijst erop dat de besluitvorming over het bestemmingsplan snel kan worden afgerond. Zoals gezegd heeft de raad van Muiden reeds ingestemd met het ambitiedocument van de projectontwikkelaars en een eerdere versie van het ontwerpbestemmingsplan. Ook heeft het college van burgemeester en wethouders het benodigde beeldkwaliteitplan voor het project de Krijgsman vastgesteld, waarvan de commissie Ruimtelijke Zaken met instemming heeft kennisgenomen.

De leden van verschillende fracties vragen naar de mogelijke gevolgen van de vertraging. Daarbij vragen de leden van de VVD-fractie naar de gevolgen voor de nieuwe gemeente Gooise Meren en de beoogde datum van herindeling (1 januari 2016), alsmede in hoeverre dit nadere aandacht krijgt. De leden van de PvdA-fractie vragen naar de gevolgen voor het herindelingsproces met de bijbehorende verkiezingen en voor de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst. De leden van de SP-fractie willen zekerheid over het bestemmingsplan voordat de behandeling van deze herindeling in de Tweede Kamer wordt voortgezet. De leden van de SGP-fractie vragen wat er gebeurt als de afspraken van de vaststellingsovereenkomst niet tijdig haalbaar blijken te zijn.

Het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk wordt vastgesteld is niet van invloed op de afhandeling van de artikel 12-aanvraag en de beoogde datum van herindeling. Het artikel 12-traject wordt naar verwachting medio 2015 afgerond. Daarvoor is niet noodzakelijk dat het bestemmingsplan onherroepelijk is vastgesteld. Bij de afhandeling van de aanvraag wordt uitgegaan van de financiële verplichtingen van de gemeente Muiden indien de vaststellingsovereenkomst wordt nagekomen.

Voor het onwaarschijnlijke scenario dat de vaststellingsovereenkomst niet wordt nagekomen en de gemeente alsnog schadevergoeding moet betalen, heb ik een toezegging gedaan, waarop ik in § 4.2.3.4 nader inga.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke verschillende scenario’s zijn verbonden aan de juridische procedure die op dit moment doorlopen wordt.

Op dit moment spelen er geen juridische procedures tussen Muiden en de eigenaars van het KNSF-terrein: afgesproken is dat Muiden en de eigenaars afzien van alle aanspraken uit het verleden indien de vaststellingsovereenkomst wordt nagekomen. Voor de procedures inzake de vaststelling van de milieueffectrapportage en het bestemmingsplan verwijs ik naar mijn antwoorden op de voorgaande vragen.

4.2.3.3. De hoogte van eventuele schadevergoeding

De leden van de VVD-fractie vragen of er zicht is op de hoogte van een mogelijke claim. Deze leden hebben namelijk verschillende bedragen horen noemen, oplopend tot wel 300 à 400 miljoen euro, en vragen naar een verklaring voor die verschillende bedragen.

Voordat de vaststellingsovereenkomst werd gesloten, vorderden de eigenaars van het KNSF-terrein € 376 miljoen aan schadevergoeding. Dit betekent niet dat de rechter een dergelijke vordering ook zou toekennen; Muiden stelde zich destijds op het standpunt dat de eigenaars helemaal geen schade hebben geleden. Hoewel de gemeente in 2010 in eerste aanleg is veroordeeld tot schadevergoeding aan de eigenaars,8 is het dankzij de vaststellingsovereenkomst niet gekomen tot een rechterlijke uitspraak over de hoogte van de mogelijke schade (schadestaatprocedure). Duidelijk is wel dat de afspraken die zijn gemaakt in de vaststellingsovereenkomst veel lagere bedragen betreffen dan het bedrag dat de eigenaars destijds eisten.

De leden van de SP-fractie willen inzicht in de hoogte van een mogelijke claim voordat de behandeling van deze herindeling in de Tweede Kamer wordt voortgezet. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom niet gewacht kan worden tot bekend is wat de omvang van een claim zou kunnen zijn en welke risico’s dit met zich meebrengt.

Zoals gezegd hebben Muiden en de eigenaars van het KNSF-terrein er alle belang bij om de vaststellingsovereenkomst uit te voeren, waarmee de schadeclaim tot het verleden behoort. Bovendien heb ik toegezegd dat ik in het besluit over de aanvullende uitkering aan Muiden een voorziening zal treffen voor het geval dat er onverhoopt toch een claim zou komen, waardoor de mogelijke claim geen financieel risico vormt voor de nieuwe gemeente Gooise Meren.

4.2.3.4. De toegezegde verhoging van de aanvullende uitkering

De leden van verschillende fracties vragen hoe de regering zal handelen indien het scenario van niet-nakoming van de vaststellingsovereenkomst zich onverhoopt toch voordoet.

Zoals toegezegd zal ik bij het afhandelen van de artikel 12-aanvraag in lijn handelen met het amendement-Van Beek.9 In mijn brief van 5 december 2014 aan de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden heb ik dit als volgt toegelicht.10 Bij het bepalen van de hoogte van de aanvullende uitkering zal ik rekening houden met het scenario dat de vaststellingsovereenkomst niet wordt uitgevoerd en dit ertoe leidt dat de gemeente een hoger bedrag moet betalen dan het bedrag dat voortvloeit uit de vaststellingsovereenkomst. Daartoe wordt in het besluit over de aanvullende uitkering een bepaling opgenomen die inhoudt dat een verplichting tot het betalen van schadevergoeding aan de eigenaars van het KNSF-terrein die hoger uitvalt dan hetgeen reeds is vergoed via de aanvullende uitkering op basis van de vaststellingsovereenkomst, zal leiden tot een verhoging van de aanvullende uitkering. Een voorwaarde daarbij is dat het niet uitvoeren van de vaststellingsovereenkomst niet te wijten is aan de schuld van de gemeente Muiden onderscheidenlijk de nieuwe gemeente Gooise Meren.

De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre de toegezegde verhoging volledig het uit een eventuele schadeclaim voortvloeiende risico dekt. De leden van de PvdA-fractie willen van de regering de bevestiging dat extra kosten van de claim behoudens onwaarschijnlijke uitzonderingen gewoon gecompenseerd worden en dan wel het volledige bedrag van die extra kosten.

Met de toegezegde verhoging bedoel ik inderdaad dat eventuele extra kosten – bovenop hetgeen reeds is vergoed op basis van de vaststellingsovereenkomst – volledig zullen worden vergoed via een verhoging van de aanvullende uitkering, zonder dat de eigen bijdrage wordt verhoogd. De enige voorwaarde die ik daarbij stel is dat het niet uitvoeren van de vaststellingsovereenkomst niet te wijten is aan de schuld van de gemeente Muiden onderscheidenlijk de nieuwe gemeente Gooise Meren. Zoals ik in § 4.2.3.2 uiteengezet heb, is het niet te verwachten dat deze situatie zich zal voordoen.

De leden van de VVD-, CDA- en D66-fractie vragen om een nadere uitleg van de voorwaarde dat niet-nakoming van de vaststellingsovereenkomst niet te wijten is aan de schuld van de gemeente. De leden van de CDA-fractie vragen of het niet tijdig vaststellen van het bestemmingsplan hier ook onder valt.

De voorwaarde houdt in dat de niet-nakoming niet te wijten is aan bewust handelen van de gemeente Muiden of de gemeente Gooise Meren om de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst te frustreren. Met het oog op de herindeling acht ik het redelijk om kosten die zijn ontstaan door handelen uit het verleden – voor zover deze de draagkracht van Muiden te boven gaan – via een aanvullende uitkering te vergoeden, maar niet om de gemeente Muiden of de nieuwe gemeente Gooise Meren te vrijwaren van de mogelijk aanzienlijke financiële gevolgen van het bewust niet goed uitvoeren van de vaststellingsovereenkomst.

4.2.4. Artikel 7 van het wetsvoorstel en het amendement-Van Beek

De leden van de VVD-fractie stellen een aantal vragen over het amendement-Van Beek, dat in 2012 is aangenomen bij de behandeling van het wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Bussum, Muiden, Naarden en Weesp.11 Zij leggen dit amendement als volgt uit: alle financiële schade, gelieerd aan het KNSF-terrein, met inbegrip van de daaraan gerelateerde kosten, de effectuering van de claim en de kosten voortvloeiend uit de vaststellingsovereenkomst, komt in aanmerking voor vergoeding uit het Gemeentefonds, voor zover dit totale bedrag de eigen belastingcapaciteit van de gemeente Muiden te boven gaat. Dat bedrag dat de belastingcapaciteit van Muiden te boven gaat, is dan niet voor de nieuwe gemeente Gooise Meren. Dus: de financiële last die Muiden zelf had kunnen dragen, ware deze gemeente zelfstandig gebleven, is voor rekening van de nieuwe gemeente. De leden vragen of de regering deze visie deelt.

De regering deelt het oordeel van deze leden dat het amendement-Van Beek de financiële last (eigen bijdrage) van de destijds beoogde nieuwe gemeente beperkte tot de last die Muiden zelf had kunnen dragen. Het amendement bevat geen beperking of uitbreiding van de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen tot de financiële schade gelieerd aan het KNSF-terrein. Zoals in § 4.2.2.2 is toegelicht, worden bij de afhandeling van de artikel 12-aanvraag alle financiële problemen van Muiden in beeld gebracht, ongeacht de oorzaak.

Mocht de financiële claim herleven, dan beschouwen deze leden het amendement-Van Beek als een voorziening voor deze nieuwe situatie. De leden vragen of de regering deze visie deelt. Voorts vragen deze leden of artikel 7 van het wetsvoorstel voorziet in een voorziening, zoals naar hun oordeel is neergelegd in het amendement-Van Beek, voor het geval dat de financiële claim inzake het KNSF-terrein herleeft.

De regering deelt de visie dat het amendement-Van Beek ertoe strekte de financiële risico’s van een mogelijke schadeclaim te begrenzen door de eigen bijdrage van de nieuwe gemeente bij een eventuele artikel 12-aanvraag te beperken tot het bedrag dat Muiden zelfstandig zou hebben kunnen opbrengen.12 Destijds was daarvoor een wettelijke voorziening nodig, omdat artikel 12 Financiële-verhoudingswet voorschrijft dat de eigen bijdrage wordt bepaald op het bedrag dat de gemeente die de aanvraag doet kan opbrengen. Het amendement-Van Beek maakte het mogelijk om de eigen bijdrage van de nieuwe gemeente in afwijking van artikel 12 Financiële-verhoudingswet lager vast te stellen door uit te gaan van de situatie van vóór de gerealiseerde herindeling.

In de huidige omstandigheden is een wettelijke voorziening niet meer nodig om in lijn te kunnen handelen met het amendement-Van Beek. Inmiddels heeft Muiden een vaststellingsovereenkomst gesloten en een aanvullende uitkering aangevraagd, die naar alle waarschijnlijkheid vóór de datum van herindeling wordt afgehandeld. Een wettelijke voorziening is dan niet nodig: omdat de aanvullende uitkering nog aan Muiden wordt verstrekt, wordt de eigen bijdrage bepaald op het bedrag dat Muiden zelfstandig kan opbrengen. Een wettelijke voorziening is alleen nodig als de aanvraag niet voor de herindeling kan worden afgehandeld. Die voorziening biedt artikel 7 van het wetsvoorstel, dat evenals het amendement-Van Beek alleen ziet op de situatie dat pas na de herindeling een aanvullende uitkering kan worden toegekend.

Zoals gezegd zal ik – in ieder scenario – handelen in lijn met het amendement-Van Beek. Dit betekent dat de aanvullende uitkering wordt verhoogd als de gemeente Muiden (dan wel Gooise Meren) alsnog een hoger bedrag moet betalen dan op grond van de vaststellingsovereenkomst, behoudens de zeer onwaarschijnlijke situatie dat de gemeente zelf de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst heeft gefrustreerd (zie § 4.2.3.4). Dit is naar mijn oordeel in lijn met het amendement-Van Beek, dat ertoe strekte de destijds bestaande risico’s uit het verleden af te dekken.

Het voorgaande biedt ook een antwoord op de vraag van de leden van de CDA-fractie of de regering het met hen eens is dat de omstandigheden zijn veranderd in vergelijking met het moment dat het amendement-Van Beek werd ingediend.

De leden van de D66-fractie vragen of de regering bereid is om het wetsvoorstel te verduidelijken door daarin op te nemen dat de financiële gevolgen van een mogelijke schadeclaim beperkt worden in de lijn van amendement-Van Beek zoals beschreven in de brief van 5 december 2014.

Om de hiervoor genoemde redenen acht ik het niet nodig de toezegging in het wetsvoorstel op te nemen. Zoals gezegd bestond er ten tijde van het amendement-Van Beek een juridische noodzaak om een wettelijke voorziening te treffen, terwijl deze noodzaak nu niet aanwezig is.

4.2.5. De zorgen van de gemeenten

De leden van de VVD-, PvdA-, CDA- en ChristenUnie-fractie vragen naar de zorgen en onrust in de gemeenten over de afwikkeling van de financiële problemen van Muiden. Zo vragen de leden van de VVD-fractie hoe de regering de onrust taxeert die over het voldoen aan de vaststellingsovereenkomst door de gemeente Muiden lijkt te zijn ontstaan.

De regering betreurt deze zorgen, maar herhaalt dat de schadeclaim tot het verleden behoort. De vaststellingsovereenkomst en het binnenkort te verschijnen rapport van de artikel 12-inspecteur geven duidelijkheid over de financiële positie van Muiden en de gevolgen daarvan voor de nieuwe gemeente Gooise Meren. Met de antwoorden over de afhandeling van de artikel 12-aanvraag (§ 4.2.2) en de toezegging dat de aanvullende uitkering wordt verhoogd als Muiden of haar rechtsopvolger alsnog schadevergoeding moet betalen (§ 4.2.3) verwacht de regering de onrust te kunnen wegnemen.

De leden van de PvdA-fractie vragen of in het proces optimale openheid is betracht, wat de regering doet om maximale duidelijkheid te krijgen en welke voortgang daar in samenspraak met de provincie en de gemeenten in is gemaakt.

De gemeente Muiden heeft de financiële gevolgen van de vaststellingsovereenkomst direct na ondertekening openbaar gemaakt. De uitkomsten van het onderzoek van de artikel 12-inspecteur zijn zoals gezegd nog niet bekend; naar verwachting wordt het rapport op 19 maart 2015 openbaar. Daarna zal de inspecteur zijn bevindingen nader toelichten aan de betrokken gemeenteraden en de provincie. Desgewenst zal de inspecteur ook aan de Tweede Kamer een briefing verzorgen.

Voorts vragen de leden van de PvdA-fractie welke invloed de specifieke onzekerheden van deze samenvoeging lijken te hebben op het proces. De leden van de CDA- en ChristenUnie-fractie vragen naar de gevolgen van de onrust voor het draagvlak voor de herindeling. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering de moties beoordeelt die de gemeenteraden van Bussum en Naarden op 26 januari 2015 hebben aangenomen, waarin zij aangeven dat er geen draagvlak voor de fusie is indien de financiële problematiek van de gemeente Muiden onvoldoende wordt opgelost. Deelt de regering de indruk dat het draagvlak in Bussum en Naarden staat of valt met de afwikkeling van het KNSF-conflict, zo vragen deze leden. Daarbij vragen zij tevens in hoeverre de onherroepelijke vaststelling van het bestemmingsplan voor het KNSF-terrein van invloed is op het draagvlak en wat in dit verband de gevolgen zijn van de recent opgestarte MER-procedure.

Ik constateer dat het draagvlak in de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden nog steeds groot is. Zo schrijven de raden van deze gemeenten in hun brief van 9 februari 2015 dat zij ervan overtuigd zijn dat een samengaan van de gemeenten ten goede kan komen aan de slagkracht van de regio Gooi en Vechtstreek, de dienstverlening aan de inwoners en het versterken van de lokale democratie. Wel vereist dat, zo stellen de raden, dat de nieuwe gemeente Gooise Meren bestuurlijk en financieel een goede start kan maken. In het voorgaande heb ik uiteengezet dat dit het geval is: voor zover Muiden de financiële gevolgen van de vaststellingsovereenkomst niet zelf kan dragen, worden ze opgevangen met een aanvullende uitkering. Ik verwacht dat de gedetailleerde gegevens over de financiële positie van Muiden in het binnenkort te verschijnen artikel 12-rapport zullen bijdragen aan het draagvlak.

Voor de relatie tussen de milieueffectrapportage en de vaststelling van het bestemmingsplan verwijs ik naar § 4.2.3.2.

Gelet op het voorgaande schat ik het risico laag in dat de samenvoeging een averechts effect zou kunnen hebben vanwege een te gering draagvlak, zo antwoord ik op een vraag van de leden van de ChristenUnie-fractie.

De leden van de CDA-fractie vragen of de regering het standpunt deelt dat eventuele claims als gevolg van ontwikkelingen rond het KNSF-terrein niet ten laste zouden moeten komen van de inwoners van de nieuwe gemeente en op welke wijze de regering bijdraagt aan de oplossing van het gesignaleerde probleem.

De regering deelt deze opvatting, met dien verstande dat de nieuwe gemeente wel moet bijdragen wat Muiden als zelfstandige gemeente kan dragen, zoals is toegelicht in § 4.2.2.

Deze leden vragen tevens of de regering bereid is een aantal (aanvullende) financiële garanties te bieden en zo nee, waarom niet.

Voor de wijze waarop wordt omgegaan met de financiële gevolgen van de vaststellingsovereenkomst verwijs ik naar § 4.2.2 over de afhandeling van de artikel 12-aanvraag en § 4.2.3.4 over de toegezegde verhoging van de aanvullende uitkering. Bij de afhandeling van de artikel 12-aanvraag wordt ook rekening gehouden met de door Muiden reeds gemaakte kosten in verband met de vaststellingsovereenkomst, waarvoor de provincie eerder ook al een bedrag ter beschikking heeft gesteld (voor ambtelijke capaciteit). Compensatie bovenop hetgeen in aanmerking komt voor vergoeding via een aanvullende uitkering past niet binnen de regelgeving en het beleid inzake de aanvullende uitkering.

Voorts vragen deze leden hoe de regering de stelling van de gemeenteraden van Bussum, Muiden en Naarden beoordeelt dat het vangnet in artikel 7 van het wetsvoorstel niet toereikend is om de financiële risico’s voor de nieuwe gemeente Gooise Meren te begrenzen en hoe de regering oordeelt over de voorstellen van deze gemeenten voor aanpassing van artikel 7 van het wetsvoorstel. De leden van de GroenLinks-fractie vragen eveneens naar een oordeel over de suggesties van de gemeenten voor aanpassing van artikel 7 van het wetsvoorstel, alsmede over de suggestie om de voorgestelde grenscorrectie uit het wetsvoorstel te schrappen.

In het voorgaande heb ik de voorziene afhandeling van de artikel 12-aanvraag van de gemeente Muiden toegelicht (§ 4.2.2), alsmede mijn toezegging voor het geval dat onverhoopt opnieuw een schadeclaim ter tafel zou komen (§ 4.2.3.4). Gelet daarop acht de regering het niet nodig artikel 7 van het wetsvoorstel aan te passen, omdat daartoe geen juridische noodzaak bestaat (§ 4.2.4).

Voor een reactie op het voorstel van de gemeenten om de grenscorrectie uit het wetsvoorstel te schrappen verwijs ik naar § 3.1 en § 3.2.

De leden van de D66-fractie vragen hoe de regering de onzekerheid ten aanzien van de financiën voor de komende jaren reduceert.

Na afronding van het artikel 12-traject resteert geen financiële onzekerheid, omdat de gemeente Muiden schoon wordt opgeleverd (§ 4.2.2) en een toezegging is gedaan voor het geval dat onverhoopt opnieuw een schadeclaim ter tafel zou komen (§ 4.2.3).

5. Overige aspecten

5.2. Zittingsduur gemeenteraad na datum van herindeling

De leden van de PvdA-fractie vragen welke redenen de gemeenteraden van Bussum, Muiden en Naarden hebben om te kiezen voor een kortere zittingsduur.

De gemeenten hebben laten weten dat zij het niet eens zijn met de afweging van de wetgever om de zittingsduur van gemeenteraden na een herindeling halverwege de raadsperiode te verlengen. Zij wegen met name het verlies aan democratische legitimiteit zwaarder dan de wetgever. Hoewel het niet aan de gemeenten is om de afweging van de wetgever over te doen, hebben de raden tijdens de besluitvorming over de herindeling niet kunnen voorzien dat de gewenste datum van herindeling zou leiden tot een langere zittingsduur. Om deze reden heeft de regering voorgesteld eenmalig een uitzondering te maken op de nieuwe regeling in de Wet arhi.

De leden van de SGP-fractie vragen of het wel de bedoeling is om de nieuwe normen strikt te hanteren.

Het is inderdaad de bedoeling om de nieuwe normen in het vervolg strak te hanteren. Bij de voorbereiding van toekomstige herindelingen kan immers wel rekening worden gehouden met de nieuwe regeling over de zittingsduur.

Voorts vragen deze leden wat de consequentie van de verkorte zittingsduur is voor de herindeling van de gemeenten Edam-Volendam en Zeevang, die naar verwachting tegelijkertijd zal plaatsvinden, en of dit geen verwarring oplevert voor de inwoners van deze gemeenten.

De keuze voor dit overgangsrecht heeft geen gevolgen voor de herindeling van Edam-Volendam en Zeevang. De raden van Edam-Volendam en Zeevang hebben een andere afweging gemaakt dan de raden van Bussum, Muiden en Naarden, waardoor de nieuwe gemeente Edam-Volendam de verkiezingen van maart 2018 wel zal overslaan. Ik verwacht niet dat hierdoor problemen ontstaan.

Artikelsgewijs

Artikel 7

De leden van de CDA-fractie vragen om een nadere toelichting op artikel 7 van het wetsvoorstel.

Het artikel is enkel bedoeld voor het geval dat de artikel 12-aanvraag van de gemeente Muiden onverhoopt niet voor de datum van herindeling kan worden afgehandeld. Voor dat geval regelt het artikel het volgende:

  • 1. De eigen bijdrage van de nieuwe gemeente Gooise Meren wordt beperkt tot het bedrag dat de gemeente Muiden zou hebben moeten bijdragen indien zij zelfstandig zou zijn gebleven.

  • 2. Het verzoek om een aanvullende uitkering van de gemeente Muiden wordt behandeld als verzoek van de nieuwe gemeente Gooise Meren. Dit betekent dat de raad van de gemeente Gooise Meren geen nieuwe aanvraag hoeft in te dienen. De aanvraag van Muiden wordt als het ware getransformeerd tot aanvraag van de gemeente Gooise Meren.

Voor het antwoord op de vragen van deze leden over de stelling dat artikel 7 niet toereikend is en over de zorgen van de gemeenten verwijs ik naar § 4.2.4 en § 4.2.5.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe artikel 7 zich verhoudt tot de Handleiding Artikel 12 Financiële-verhoudingswet, waarin staat dat het geldende uitgangspunt bij een voorgenomen herindeling is dat de artikel 12-gemeente in principe «schoon wordt opgeleverd» en dat de nieuw te vormen gemeente niet met de financiële problematiek van de artikel 12-gemeente wordt geconfronteerd.

Alle inspanningen zijn erop gericht de aanvraag van de gemeente Muiden – in overeenstemming met het aangehaalde uitgangspunt – vóór de datum van herindeling af te handelen (naar verwachting medio 2015). Artikel 7 van het wetsvoorstel is enkel bedoeld voor het geval dat de aanvraag onverhoopt niet tijdig kan worden afgehandeld. In dat geval is een wettelijke grondslag nodig om de eigen bijdrage van de nieuw te vormen gemeente Gooise Meren in afwijking van artikel 12 Financiële-verhoudingswet te kunnen beperken (§ 4.2.4). Op de gevolgen van de financiële problematiek van Muiden voor de nieuw te vormen gemeente is ingegaan in § 4.2.2.3.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk