Gepubliceerd: 23 juni 2014
Indiener(s): Sander Dekker (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (VVD)
Onderwerpen: onderwijs en wetenschap organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33971-2.html
ID: 33971-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk voor het toezicht is om inzicht te hebben in het aantal leerlingen per samenwerkingsverband en per school voor wie een ontwikkelingsperspectief is vastgesteld;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS

Artikel 178a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder verlettering van onderdeel l tot onderdeel j, vervalt onderdeel k.

2. In onderdeel j (nieuw) wordt de punt aan het slot vervangen door: ; en.

3. Na onderdeel j (nieuw) wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • k. indien van toepassing de begin- en de einddatum van de periode waarvoor er voor de leerling van een basisschool een ontwikkelingsperspectief als bedoeld in artikel 40a, is vastgesteld.

ARTIKEL II. WIJZIGING WET OP DE EXPERTISECENTRA

In artikel 164a van de Wet op de expertisecentra worden na het tweede lid, twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • 2a. Het bevoegd gezag van een instelling verstrekt indien van toepassing aan Onze minister het persoonsgebonden nummer van een leerling van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een leerling van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een leerling van een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een deelnemer van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, die conform de taakomschrijving, bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt begeleid door een aan de instelling verbonden leraar, tezamen met de volgende gegevens:

    • a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats van de leerling of deelnemer;

    • b. het registratienummer van de school of instelling waar de leerling respectievelijk de deelnemer is ingeschreven of, indien sprake is van een nevenvestiging, het registratienummer daarvan; en

    • c. de begin- en de einddatum van de periode waarvoor de leerling of deelnemer wordt begeleid.

  • 2b. Het bevoegd gezag van de scholen, genoemd in artikel XXIVA van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) verstrekt indien van toepassing aan Onze minister het persoonsgebonden nummer van de leerling van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de leerling van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, de leerling van een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of de deelnemer van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, die wordt begeleid door een leraar verbonden aan een school die genoemd wordt in artikel XXIVA van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) tezamen met de volgende gegevens:

    • a. geslacht, geboortedatum, en postcode van de woonplaats van de leerling of deelnemer;

    • b. het registratienummer van de school of instelling waar de leerling respectievelijk de deelnemer is ingeschreven of, indien sprake is van een nevenvestiging, het registratienummer daarvan; en

    • c. de begin- en de einddatum van de periode waarvoor de leerling of deelnemer wordt begeleid.

ARTIKEL III. WIJZIGING WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS

Artikel 103b, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel h wordt «; en» vervangen door een puntkomma.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma worden na onderdeel i twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • j. indien van toepassing de begin- en de einddatum van de periode waarvoor er voor de leerling, niet zijnde een leerling van een school voor praktijkonderwijs, een ontwikkelingsperspectief als bedoeld in artikel 26, is vastgesteld; en

  • k. indien van toepassing de begin- en de einddatum van de periode waarvoor een leerling geplaatst is op een orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in artikel 17a, lid 10a, en het registratienummer van het orthopedagogisch-didactisch centrum.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT

Artikel 24c, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «genoemd in artikel 178a, tweede en zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;» vervangen door: genoemd in artikel 178a, tweede en zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs, en artikel 164a, leden 2a en 2b, van de Wet op de expertisecentra;.

2. In onderdeel b wordt «genoemd in artikel 164a, tweede en achtste lid, van de Wet op de expertisecentra;» vervangen door: artikel 164a, tweede lid, lid 2a, lid 2b, en achtste lid, van de Wet op de expertisecentra;.

3. In onderdeel c wordt «genoemd in artikel 103b, tweede en achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;» vervangen door: genoemd in artikel 103b, tweede en achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en artikel 164a, leden 2a en 2b, van de Wet op de expertisecentra;.

4. In onderdeel e wordt «genoemd in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;» vervangen door: genoemd in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 164a, leden 2a en 2b van de Wet op de expertisecentra;.

ARTIKEL V. INWERKINGTREDING

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De Staatssecretaris van Economische Zaken,