Gepubliceerd: 28 mei 2014
Indiener(s): Melanie Schultz van Haegen (minister infrastructuur en waterstaat) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33940-XII-2.html
ID: 33940-XII-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1.

Leeswijzer

2

     

2.

Het beleid

2

     

2.1

Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangsten mutaties

2

2.2

De beleidsartikelen

6

2.3

De niet-beleidsartikelen

21

1. Leeswijzer

Allereerst is de begrotingsstaat voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor de begroting van Infrastructuur en Milieu (XII) opgenomen. Hierin wordt inzicht gegeven in de financiële mutaties die op artikelniveau worden voorgesteld in de begroting voor het jaar 2014.

Daarna is onder 2.1 in een overzicht met de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties de aansluiting gemaakt met de budgettaire nota (Voorjaarsnota) van het Ministerie van Financiën en worden de belangrijkste begrotingsmutaties in dit wetsvoorstel toegelicht.

Tot slot wordt onder 2.2 en 2.3 voor de (niet-) beleidsartikelen inzicht gegeven in de mutaties op financieel instrumentniveau die zijn opgenomen in de begrotingsstaat. De gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is de stand per 1 maart 2014.

2. Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangsten mutaties

Suppletoire mutaties 2014 (Voorjaarsnota) (in € mln.)

   

Artikel

Uitgaven

Ontvangsten

Stand ontwerpbegroting

 

10.253,8

261,3

         

– nota van wijziging (Kamerstukken II, 33 750 XII, nr. 11)

 

0,0

0,0

– Amendement van het lid Remco Dijkstra

     

Kamerstukken II, 2013–2014, 33 750 XII, nr. 17

 

0,0

 
         

Stand vastgestelde begroting 2014

 

10.253,8

261,3

         

– belangrijkste mutaties Voorjaarsnota:

     
         

1.

Invulling IenM aandeel in bezuiniging collectieve sector (maatregelpakket € 6 miljard)

Diverse

– 18,3

 
   

99

18,3

 

2.

Invulling beperking garantieregelingen (verplichtingen)

13

0,0

 

3.

Toekenning eindejaarsmarge

99

29,0

 

4.

Afroming eigen vermogen Agentschappen IenM

99

14,8

14,8

5.

Egalisatievordering Rijkshuisvesting

98

– 25,0

 

6.

Nieuwe raming ontvangsten emissiehandel

19

 

– 53,0

7.

Interreg

19

5,3

 

8.

Bijdrage IF aan Beter Benutten voor ITS

14

2,4

 
 

Bijdrage IF aan ERMTS en Groei op het Spoor

16

4,3

 
 

Bijdrage IF aan BDU

25

165,7

 
 

Bijdrage uit IF aan BDU, Beter Benutten, ITS, ERMTS en Groei op het Spoor

26

– 172,4

 

9.

Decentralisatie IJsselsprong naar Provinciefonds

26

– 18,0

 

10.

Bijdrage gemeenten en EZ aan Basisregistratie Kadaster

13

4,5

 

11.

Bijdrage vanuit Defensie voor uitvoering vergunningverlening BRIKS

22

0,4

0,4

12.

Bijdrage voor Defensie noodsleephulp en de betonningstaken.

26

– 3,7

 

13.

Generale kasschuif IF

26

– 250,0

 

14.

Loon en prijsbijstelling

99

11,5

 

15.

Diversen

Diverse

4,6

5,0

Stand 1e supplettoire wet

 

10.027,2

228,5

Toelichting
  • 1. Bij ontwerpbegroting 2014 is het aandeel van IenM in het pakket van € 6 miljard aan bezuinigingen (€ 18,3 miljoen structureel) op artikel 99 (Nominaal en onvoorzien) geparkeerd. Bij 1e suppletoire wet is deze over diverse artikelen verdeeld. Zie hieronder het onderdeel «Invulling van taakstellingen».

  • 2. In de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen is het garantiekader aangescherpt (Kamerstukken II, 2013/14, 33 750, nr. 13). IenM geeft hier invulling aan door de verplichtingenruimte op de garantieregeling MKB Krediet op artikel 13 te beperken van € 65,3 miljoen naar € 15 miljoen.

  • 3. Als gevolg van de onderuitputting in het jaar 2013 wordt het kader van het jaar 2014 van de begroting van Hoofdstuk XII met € 29 miljoen verhoogd om aan de betaling van overlopende verplichtingen te kunnen voldoen.

  • 4. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is op basis van de regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Bij de agentschappen ILT (€ 11,6 miljoen), KNMI (€ 2,4 miljoen) NEa (€ 0,6 miljoen) en RWS (€ 0,2 miljoen) wordt deze norm overschreden. Deze overschrijdingen worden conform de regeling agentschappen hersteld door afroming ten gunste van het IenM-brede beeld.

  • 5. Het kabinet heeft besloten tot een nieuwe vormgeving van het Rijkshuisvestingsstelsel per 1-1-2016 (Kamerstukken II, 2011/12, 31 490, nr. 75). Onderdeel van dit nieuwe Rijkshuisvestingsstelsel is bijvoorbeeld een vaste gebruikersvergoeding voor departementen per m2 en het voorkomen van leegstand door centrale sturing. De een-op-een relatie uit het oude huisvestingstelsel tussen de (huur)prijs van het pand en het behuizen van een pand wordt met het nieuwe Rijkshuisvestingsstelsel losgelaten, waardoor de huidige huurcontracten voortijdig worden opengebroken. Gedurende de looptijd van het huurcontract heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) een vordering op de balans (zogenaamde egalisatievordering). Doordat de huurcontracten voortijdig moeten worden opengebroken vanwege de overgang naar het nieuwe huisvestingsstelsel, dienen departementen deze egalisatievordering voortijdig af te lossen. Afgesproken is dat dit vanaf Voorjaarsnota 2014 tot en met uiterlijk Najaarsnota 2015 kan. Het Ministerie van IenM lost bij deze 1e suppletoire begroting 2014 de egalisatievordering af.

  • 6. In Europees verband is besloten het aantal te veilen rechten in de jaren 2014 tot en met 2016 met in totaal 900 miljoen stuks te beperken en deze in 2019 en 2020 alsnog op de markt te brengen. Naar schatting betekent dit voor het Nederlandse aandeel hierin € 53 miljoen minder aan ontvangsten in 2014, maar per saldo ruim € 200 miljoen meer in de periode 2014–2020.

  • 7. De begroting van IenM wordt in de periode 2014–2020 met € 14,3 miljoen verhoogd (waarvan € 5,3 miljoen in 2014) voor de internationale uitvoering van de programma’s Interreg in Nederland (ook inbegrepen de stimulering van deelname door Nederlandse partners en evaluatie). Nederland is verantwoordelijk voor transnationale en Europabrede structuurfondsen.

  • 8. Verhogingen van de artikelen 14, 16 en 25 worden vanuit het Infrastructuurfonds gevoed. Het gaat om activiteiten die op basis van hun aard en in lijn met de Wet Infrastructuurfonds op hoofdstuk XII moeten worden begroot en verantwoord. Op basis hiervan wordt artikel 25 (Brede Doeluitkering) met bijna € 166 miljoen verhoogd, waarvan bijna € 129 miljoen voor de BDU-bijdrage (met name voor Beter Benutten), ruim € 17 miljoen voor Zuidasdok en € 17 miljoen voor de N23. Artikel 14 (Wegen en verkeersveiligheid) wordt met ruim € 2,4 miljoen verhoogd ten behoeve van Beter Benutten voor Intelligente Transport Systemen. Artikel 16 (Spoor) wordt met ruim € 4 miljoen verhoogd ten behoeve van ERTMS en het Actieplan Groei op het spoor.

  • 9. De middelen die zijn toegekend aan het Nota Ruimtebudget project IJsselsprong Zutphen worden gedecentraliseerd naar het Provinciefonds.

  • 10. Dit betreft de bijdrage van gemeenten en het Ministerie van Economische Zaken ten behoeve van het Kadaster voor de uitvoering van de Basisregistratie Kadaster. De opdrachtverstrekking aan het Kadaster loopt via IenM.

  • 11. In verband met het grotere aantal BRIKS-vergunningen dat moet worden verleend is sprake van hogere ontvangsten van het Ministerie van Defensie voor de kosten van de BRIKS-vergunningen.

  • 12. IenM draagt bij aan de financiering van de noodsleephulp en de betonningstaken die Defensie uitvoert. De bijdrage komt uit het Hoofdvaarwegenbudget op het Infrastructuurfonds.

  • 13. Investeringen in aanleg, beheer en onderhoud zijn gebaat bij continuïteit en een kasbeeld met beperkte schommelingen. In de Infrastructuurfondsbegroting was er in 2016 echter sprake van een forse terugloop van de totale beschikbare middelen ten opzichte van het jaar 2014. Bij het realiseren van meerjarige infrastructuurprojecten is dit een moeilijk te beheersen situatie. Het verloop van de budgetten vergde daarom een oplossing om het programma zo veel mogelijk volgens planning in uitvoering te blijven nemen. Deze oplossing is gevonden in twee kasschuiven op het Infrastructuurfonds, waarvan een generale kasschuif op het Infrastructuurfonds van 2014 naar 2016 en 2017. Aangezien de voeding van het Infrastructuurfonds via artikel 26 loopt, wordt deze kasschuif ook op Hoofdstuk XII zichtbaar. Zie voor meer toelichting de 1e suppletoire 2014 van het Infrastructuurfonds.

  • 14. Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling 2014. Deze is geparkeerd op artikel 99 en zal bij Miljoenennota 2015 worden verdeeld.

  • 15. Naast de hierboven toegelichte mutaties zijn diverse kleinere mutaties in deze 1e suppletoire begroting opgenomen. Het grootste deel van deze restpost wordt verklaard door hogere ontvangsten en uitgaven van het PBL op artikel 97 Algemeen departement en vertraagde uitgaven en ontvangsten uit 2013 op artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement.

Invulling van taakstellingen en aangescherpt garantiekader

Bij 1e suppletoire wet wordt invulling gegeven aan drie bezuinigingen. Het zijn taakstellingen waartoe het kabinet in de afgelopen maanden heeft besloten en die meerdere Rijksbegrotingshoofdstukken raken:

  • 1. Invulling Maatregel «Bezuiniging op de collectieve sector van € 6 miljard»

  • 2. Invulling Maatregel «Herschikking subsidies» op het Bedrijfslevenbeleid / Topsectoren

  • 3. Invulling aangescherpte garantiekader.

Deze maatregelen worden hieronder omschreven en zijn terug te vinden in de afzonderlijke artikelen waar naar wordt verwezen.

1. Bezuiniging op de collectieve sector (maatregelpakket van € 6 miljard)

IenM draagt vanaf 2014 structureel € 18,3 miljoen bij aan de bezuiniging op de collectieve sector uit het maatregelpakket van € 6 miljard waartoe in augustus 2013 is besloten1. Van de € 18,3 miljoen die structureel is ingeboekt, is ruim € 16 miljoen op de investeringsfondsen ingeboekt. Voor meer informatie over deze verwerking zie de suppletoire wetten van de begrotingsfondsen A en J (resp. Infrastructuur- en Deltafonds). De Brede Doeluitkering is van deze taakstelling uitgezonderd.

Deze taakstelling was bij begroting 2014 op artikel 99 geparkeerd en wordt bij deze 1e suppletoire wet ingevuld.

Invulling Maatregel «IenM aandeel in bezuiniging op de collectieve sector van € 6 miljard» (Miljoenennota 2014) op Hoofdstuk XII (x € 1.000).

Artikel

2014

2015

2016

2017

2018

art. 11 Waterkwantiteit

– 55

– 55

– 55

– 55

– 55

art. 12 Waterkwaliteit

– 183

– 92

– 18

– 37

– 18

art. 13 Ruimtelijke ordening

– 183

– 366

– 366

– 384

– 384

art. 14 Wegen en verkeersveiligheid

– 73

– 55

– 55

– 55

– 55

art. 15 Openbaar vervoer

– 18

– 18

– 18

– 18

– 18

art. 16 Spoor

– 55

– 37

– 18

– 18

– 18

art. 17 Luchtvaart

– 37

– 37

– 18

– 18

– 18

art. 19 Klimaat

– 59

– 165

– 165

– 165

– 165

art. 20 Lucht en geluid

– 125

       

art. 21 Duurzaamheid

– 18

– 37

– 37

– 37

– 37

art. 22 Externe veiligheid en risico’s

– 37

– 73

– 128

– 146

– 146

art. 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

– 92

– 73

– 73

– 73

– 73

art. 24 Handhaving en toezicht

– 238

– 238

– 238

– 238

– 238

art. 26 Bijdrage investeringsfondsen

– 16.470

– 16.470

– 16.470

– 16.470

– 16.470

art. 97 Algemeen

– 35

– 35

– 37

– 37

– 38

art. 98 Apparaat van het kerndepartement

– 622

– 549

– 604

– 549

– 567

 

– 18.300

– 18.300

– 18.300

– 18.300

– 18.300

2. Taakstelling op Bedrijfslevenbeleid / Topsectoren

In de Begrotingsafspraken 2014 is afgesproken dat de middelen voor het bedrijfsleven vanaf 2015 worden herschikt en de subsidies rijksbreed worden verlaagd2. De taakstelling van structureel € 2,4 miljoen is verdeeld over de artikelen 11, 14, 15, 16, 17 en 18 van Hoofdstuk XII.

Invulling Maatregel «Herschikking subsidies» op het Bedrijfslevenbeleid / Topsectoren (Begrotingsafspraken 2014) op Hoofdstuk XII (x € 1.000).

Artikel

2014

2015

2016

2017

2018

art. 11 Waterkwantiteit

 

– 1.000

– 1.200

– 1.200

– 1.200

art. 14 Wegen en verkeersveiligheid

 

– 550

– 665

– 663

– 570

art. 15 Openbaar vervoer

 

– 159

– 188

– 173

– 215

art. 16 Spoor

 

– 78

– 85

– 100

– 105

art. 17 Luchtvaart

 

– 145

– 186

– 188

– 223

art. 18 Scheepvaart en havens

 

– 68

– 76

– 76

– 87

 

0

– 2.000

– 2.400

– 2.400

– 2.400

3. Invulling aangescherpte garantiekader

In de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen is het garantiekader aangescherpt (Kamerstukken II, 2013/14, 33 750, nr. 13). Een van de doelen is het afbouwen van niet-gebruikte plafonds en het stopzetten van slapende regelingen. IenM heeft een garantieregeling «Regeling Bijzondere Financiering (Bodemsanering)» waarbij sprake is van een verplichtingenplafond van € 65,3 miljoen. Het verplichtingenplafond van deze garantieregeling wordt in lijn met de kabinetsreactie verlaagd naar € 15 miljoen. Momenteel wordt een beleidsdoorlichting uitgevoerd op artikel 13. Op basis van deze beleidsdoorlichting zal de garantieregeling verder worden versoberd conform het aangescherpte garantiekader (bij begroting 2016).

2.2 De beleidsartikelen

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

11

Waterkwantiteit

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

34.814

0

5.033

39.847

2.928

– 645

– 1.835

– 2.294

1)

Uitgaven:

39.731

0

2.429

42.160

– 597

1.211

– 1.364

– 2.294

 

Waarvan juridisch verplicht

85%

   

72%

         

11.01

Algemeen waterbeleid

34.564

0

102

34.666

– 706

1.102

– 1.472

– 2.402

 

11.01.01

Opdrachten

2.436

0

52

2.488

– 12

– 12

– 11

– 11

2)

11.01.02

Subsidies

10.712

0

234

10.946

0

1.884

0

0

 
 

– Partners voor Water (HGIS)

10.500

0

0

10.500

 

1.884

   

3)

 

– Overige subsidies

212

0

234

446

         

11.01.03

Bijdrage aan agentschappen

19.416

0

– 184

19.232

– 694

– 770

– 1.461

– 2.391

 
 

– waarvan bijdrage aan KNMI

473

0

85

558

         
 

– waarvan bijdrage aan RWS

18.943

0

– 269

18.674

– 694

– 770

– 1.461

– 2.391

4)

11.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

2.000

0

0

2.000

0

0

0

0

 

11.02

Waterveiligheid

2.860

0

– 18

2.842

65

65

65

65

 

11.02.01

Opdrachten

2.860

0

– 18

2.842

65

65

65

65

 

11.03

Grote oppervlaktewateren

2.307

0

2.345

4.652

44

44

43

43

 

11.03.01

Opdrachten

1.992

0

2.345

4.337

44

44

43

43

5)

11.03.05

Bijdrage aan internationale organisaties

315

0

0

315

0

0

0

0

 
 

Ontvangsten

30

0

0

30

0

0

0

0

 
  • 1) De hogere verplichtingen in 2014 worden met name veroorzaakt door HGIS verplichtingenbudgetten die niet zijn gerealiseerd in 2013 en weer in 2014 en 2015 worden toegevoegd. In latere jaren zijn er lagere verplichtingen door onder meer de taakstelling op het Bedrijfslevenbeleid.

  • 2) Dit betreft de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op dit artikelonderdeel ingevuld.

  • 3) In 2013 is € 1,9 miljoen van Partners voor Water niet gerealiseerd. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft deze HGIS-middelen aan de begroting van IenM toegevoegd.

  • 4) Dit betreft de invulling van de taakstelling op Bedrijfslevenbeleid. De taakstelling van structureel € 2,4 miljoen is verdeeld over de artikelen 11, 14, 15, 16, 17 en 18.

  • 5) De hogere uitgaven in 2014 op het onderdeel 11.03.01 «Opdrachten» Grote Oppervlaktewateren worden met name gedaan ten behoeve van het opstellen van de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee in het kader van het Energieakkoord voor het opwekken van duurzame energie. Dekking wordt op artikel 13 gevonden door herprioritering en wordt in 2014 vrijgemaakt door een kasschuif tussen artikel 13.02.06 «Bijdrage aan ZBO en RWT» voor Basisregistraties en 13.03.01 «Opdrachten» voor Gebiedsontwikkeling.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

12

Waterkwaliteit

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

83.393

0

110

83.503

666

794

72

83

 

Uitgaven:

85.558

0

– 80

85.478

9

860

842

83

 

Waarvan juridisch verplicht

97%

   

91%

         

12.01

Waterkwaliteit

85.558

0

– 80

85.478

9

860

842

83

 

12.01.01

Opdrachten

3.815

0

– 436

3.379

– 238

– 244

– 183

– 137

1)

12.01.02

Subsidies

36

0

77

113

0

0

0

0

 

12.01.03

Bijdrage aan agentschappen

78.944

0

0

78.944

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

78.944

0

0

78.944

         
 

* Verbeterprogramma Waterkwaliteit rijkswateren

67.968

0

0

67.968

         
 

* Natuurcompensatie Perkpolder

7.372

0

0

7.372

         
 

* Natuurlijker Markermeer/IJ'meer

3.153

0

0

3.153

         
 

* Verruiming vaargeul Westerschelde

451

0

0

451

         

12.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

1.453

0

0

1.453

0

777

778

0

2)

12.01.05

Bijdrage aan internationale organisaties

1.310

0

279

1.589

247

327

247

220

1)

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Dit betreft de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op dit artikelonderdeel ingevuld. Daarnaast wordt een deel van het opdrachtenbudget ingezet voor de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (bijdrage aan internationale organisaties).

  • 2) Bij tweede suppletoire wet 2013 is de bijdrage voor de bodemprojecten Kempen en Amsterdam Diemerzeedijk versneld betaald. Dit was deels mogelijk door een lagere bijdrage aan medeoverheden in het jaar 2013. Door middel van deze mutatie worden deze middelen weer teruggeven aan het financiële instrument «Bijdrage aan medeoverheden».

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

13

Ruimtelijke Ontwikkeling

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

136.319

0

– 44.981

91.338

– 55.459

– 51.547

– 11.456

– 17.167

1)

Uitgaven:

105.979

0

4.109

110.088

– 2.325

– 1.376

– 1.154

554

 

Waarvan juridisch verplicht

78%

   

98%

         

13.01

Ruimtelijk instrumentarium

10.756

0

760

11.516

130

136

– 15

– 18

 

13.01.01

Opdrachten

7.770

0

60

7.830

30

36

– 15

– 18

2)

13.01.02

Subsidies

1.386

0

600

1.986

100

100

   

3)

13.01.03

Bijdrage aan agentschappen

1.200

0

0

1.200

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

1.200

0

0

1.200

         

13.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

400

0

100

500

         

13.02

Geo-informatie

39.131

0

3.707

42.838

4.720

– 458

38

1.368

 

13.02.01

Opdrachten

2.590

0

– 100

2.490

– 380

– 380

   

4)

13.02.02

Subsidies

0

0

300

300

380

380

   

4)

13.02.06

Bijdrage aan ZBO en RWT

36.541

0

3.507

40.048

4.720

– 458

38

1.368

 
 

– Basisregistraties

36.541

0

3.507

40.048

4.720

– 458

38

1.368

5)

13.03

Gebiedsontwikkeling

11.083

0

1.095

12.178

– 80

4.352

5.479

– 504

 

13.03.01

Opdrachten

217

0

1.095

1.312

– 80

– 6

– 103

– 504

6)

13.03.02

Subsidies

60

0

0

60

         

13.03.03

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

0

0

0

0

         

13.03.04

Bijdrage aan medeoverheden

10.806

0

0

10.806

0

4.358

5.582

0

 
 

– Bufferzones

0

0

0

0

         
 

– Projecten BIRK

5.278

0

0

5.278

 

4.358

4.359

 

6)

 

– Projecten Nota Ruimte

5.528

0

0

5.528

   

1.223

 

6)

 

– Projecten Bestaand Rotterdams Gebied

0

0

0

0

         

13.04

Ruimtegebruik bodem

33.321

0

547

33.868

– 1.595

– 5.406

– 6.656

– 292

 

13.04.01

Opdrachten

3.856

0

– 519

3.337

47

1.454

1.452

1.452

6)

13.04.02

Subsidies

16.538

0

– 708

15.830

0

0

0

0

 
 

– Bedrijvenregeling

6.400

0

0

6.400

         
 

– Overige subsidies

10.138

0

– 708

9.430

         

13.04.03

Bijdrage aan agentschappen

7.066

0

– 204

6.862

204

2.248

2.266

2.266

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

7.066

0

– 204

6.862

204

2.248

2.266

2.266

6)

13.04.04

Bijdrage aan medeoverheden

4.261

0

1.258

5.519

– 1.846

– 9.108

– 10.374

– 4.010

 
 

– Meerjarenprogramma Bodem

1.981

0

1.114

3.095

– 1.846

– 9.108

– 10.374

– 4.010

6)

 

– Programma Gebiedsgericht instrumentarium

2.280

0

144

2.424

         

13.04.07

Bekostiging

1.600

0

720

2.320

0

0

0

0

 
 

– Uitvoering klimaatadaptie

1.600

0

720

2.320

       

7)

13.05

Eenvoudig Beter

11.688

0

– 2.000

9.688

– 5.500

0

0

0

 

13.05.01

Opdrachten

11.376

0

– 3.193

8.183

– 5.738

     

8)

13.05.03

Bijdrage aan agentschappen

312

0

1.193

1.505

238

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

312

0

1.193

1.505

238

     

8)

Ontvangsten

934

0

0

934

0

0

0

0

 
  • 1) In de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen is het garantiekader aangescherpt (Kamerstukken II, 2013/14, 33 750, nr. 13). Een van de doelen is het afbouwen van niet-gebruikte plafonds en het stopzetten van slapende regelingen. IenM heeft een garantieregeling «Regeling Bijzondere Financiering (Bodemsanering)» waarbij sprake is van een verplichtingenplafond van ruim € 65 miljoen. Het verplichtingenplafond van deze garantieregeling wordt in lijn met de kabinetsreactie verlaagd naar € 15 miljoen. De lagere verplichtingen in latere jaren (2017 en 2018) betreft een versnelling van verplichtingen voor opdrachten aan het Kadaster voor Basisregistraties.

  • 2) Dit betreft de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op dit artikelonderdeel ingevuld.

  • 3) In 2014 is een eindejaarsmarge toegevoegd om aan de betalingen te voldoen als gevolg van overlopende verplichtingen voor het programma Klimaatbuffers.

  • 4) Dit betreft een subsidieverstrekking aan de Stichting Geonovum (2014–2016), dat ten laste moet komen van het subsidiebudget. De subsidie is verstrekt met als doel het leveren van een bijdrage aan de basisvoorziening Geo-informatie Nederland.

  • 5) Dit betreft de bijdrage van met name gemeenten en het Ministerie van Economische Zaken ten behoeve van het Kadaster voor de uitvoering van de Basisregistratie Kadaster. De opdrachtverstrekking aan het Kadaster loopt via IenM.

  • 6) Bij tweede suppletoire wet 2013 is de bijdrage voor de bodemprojecten Kempen en Amsterdam Diemerzeedijk versneld betaald. Dit was deels mogelijk door een lagere uitputting van budgetten voor opdrachten en bijdragen aan medeoverheden in het jaar 2013. Door middel van deze mutatie worden deze instrumenten gecompenseerd voor het mogelijk maken van deze versnelling. Daarnaast is een eindejaarsmarge ontvangen voor kostenverhaal bodemsanering conform afspraak met het Ministerie van Financiën.

  • 7) In 2014 is een eindejaarmarge toegevoegd om aan de betalingen te voldoen als gevolg van overlopende verplichtingen voor het Nationaal Onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat.

  • 8) De bedragen in 2014 en 2015 betreffen een saldo van mutaties die te maken hebben met de benodigde werkzaamheden in het kader van de ombouw van het Omgevingsloket. Het gaat in 2014 en 2015 om: toevoeging eindejaarsmarge (€ 3,2 miljoen in 2014), een overboeking van respectievelijk € 4,7 miljoen en € 5,5 miljoen naar Apparaat ten behoeve van extra benodigde capaciteit. Daarnaast betreft dit een bijdrage aan RWS en opdrachten aan het Kadaster evenals voor de uitvoering van het Omgevingsloket.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

14

Wegen en verkeersveiligheid

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

28.575

0

3.167

31.742

– 1.601

– 1.382

– 718

– 625

1)

Uitgaven:

33.119

0

2.134

35.253

– 830

– 720

– 718

– 625

 

Waarvan juridisch verplicht

65%

   

100%

         

14.01

Netwerk

14.029

0

1.890

15.919

– 605

– 720

– 718

– 625

 

14.01.01

Opdrachten

11.364

0

1.531

12.895

– 605

– 720

– 718

– 625

2)

14.01.02

Subsidies

105

0

0

105

0

       

14.01.03

Bijdrage aan agentschappen

2.560

0

359

2.919

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

2.560

0

359

2.919

         

14.02

Veiligheid

19.090

0

244

19.334

– 225

0

0

0

 

14.02.01

Opdrachten

5.506

0

1.008

6.514

       

3)

14.02.02

Subsidies

13.208

0

– 1.025

12.183

– 225

     

3 en 4)

14.02.03

Bijdrage aan agentschappen

376

0

261

637

         
 

– waarvan bijdrage aan RWS

376

0

261

637

       

5)

 

Ontvangsten

6.782

0

0

6.782

0

0

0

0

 
  • 1) Voor SWUNG (Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid) wordt in 2014 een driejarige verplichting voor wettelijke taken aangegaan. De verplichtingen worden eerder aangegaan dan ze in de begroting staan. Het voorstel is om de begrote verplichtingen in latere jaren te verlagen ten gunste van het verplichtingenbudget van 2014. Deze mutatie heeft geen gevolgen voor de kasstand.

  • 2) Uit het Infrastructuurfonds wordt € 1,5 miljoen overgeboekt voor uitgaven Intelligente Transport Systemen (ITS) die op Hoofdstuk XII moeten worden verantwoord. Daarnaast is een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard op dit artikelonderdeel ingevuld. Tenslotte is de invulling van de Taakstelling op Bedrijfslevenbeleid deels hierin verwerkt. De taakstelling van structureel € 2,4 miljoen is verdeeld over de artikelen 11, 14, 15, 16, 17 en 18.

  • 3) Voor de uitvoering van de publiekscampagnes Veiligheid zijn aanvullende middelen toegevoegd uit het onderdeel Netwerk van hetzelfde artikel.

  • 4) IenM draagt bij aan Slachtofferhulp Nederland met betrekking tot verkeersslachtoffers (€ 0,225 miljoen in 2014 en 2015). Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

  • 5) Voor de uitvoeringskosten RWS van de publiekscampagnes Veiligheid zijn aanvullende middelen toegevoegd uit het onderdeel Netwerk van hetzelfde artikel.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

15

Openbaar vervoer

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

5.734

0

3.107

8.841

– 427

– 456

– 441

– 483

1)

Uitgaven:

7.531

0

1.500

9.031

– 427

– 456

– 441

– 483

 

Waarvan juridisch verplicht

33%

   

44%

         

15.01

Openbaar vervoer

7.531

0

1.500

9.031

– 427

– 456

– 441

– 483

 

15.01.01

Opdrachten

5.252

0

1.625

6.877

– 427

– 456

– 441

– 483

1)

15.01.02

Subsidies

1.284

0

0

1.284

         

15.01.03

Bijdrage aan agentschappen

995

0

– 125

870

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

995

0

– 125

870

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) In 2014 is een eindejaarsmarge toegevoegd voor het project Nationale Databank Openbaar Vervoer (NDOV) als gevolg van vertraagde besluitvorming bij decentrale overheden. Vanaf 2015 betreft dit de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op de opdrachten van openbaar vervoer ingevuld. Ook de taakstelling op het Bedrijfslevenbeleid is hierin verwerkt. Deze taakstelling van structureel € 2,4 miljoen is verdeeld over de artikelen 11, 14, 15, 16, 17 en 18. Daarnaast is structureel € 0,25 miljoen aan de bijdrage voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) naar artikel 97 Algemeen departement overgeheveld. Op deze wijze worden alle subsidies naar de NWO onder een artikel begroot en verantwoord. Het verplichtingenbudget in 2014 is tenslotte verhoogd als gevolg van vertraging in de vastlegging van verplichtingen van opdrachten regie in 2013.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

16

Spoor

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

5.348

0

1.440

6.788

– 115

– 103

– 118

– 123

 

Uitgaven:

 

24.424

0

4.229

28.653

– 115

– 103

– 118

– 123

 

Waarvan juridisch verplicht

88%

   

100%

         

16.01

Spoor

24.424

0

4.229

28.653

– 115

– 103

– 118

– 123

 

16.01.01

Opdrachten

2.888

0

2.093

4.981

– 115

– 103

– 118

– 123

1)

16.01.02

Subsidies

21.365

0

2.136

23.501

0

0

0

0

 
 

– Subsidies Bijzondere Spoordiensten

12.189

0

2.136

14.325

       

1)

 

– Subsidie bodemsanering NS percelen

9.076

0

0

9.076

         
 

– Overige subsidies

100

0

0

100

         

16.01.03

Bijdrage aan agentschappen

74

0

0

74

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan KNMI

74

0

0

74

         
 

– waarvan bijdrage aan RWS

0

0

0

0

         

16.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

97

0

0

97

0

0

0

0

 
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Artikel 16 Spoor wordt met ruim € 4 miljoen verhoogd ten gunste van ERTMS (ruim € 2 miljoen onder opdrachten) en het Actieplan Groei op het spoor (bijna € 1 miljoen onder subsidies) op basis van een geactualiseerde raming. De dekking van deze projecten, die op Hoofdstuk XII moeten worden verantwoord, komt uit het Infrastructuurfonds. Daarnaast is een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard op de opdrachten van Spoor ingevuld. Ook de taakstelling op het Bedrijfslevenbeleid is hierin verwerkt. Deze taakstelling van structureel € 2,4 miljoen is verdeeld over de artikelen 11, 14, 15, 16, 17 en 18.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

17

Luchtvaart

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

20.183

0

– 414

19.769

– 367

– 204

– 206

– 241

 

Uitgaven:

34.291

0

– 267

34.024

– 182

– 204

– 206

– 241

 

Waarvan juridisch verplicht

83%

   

75%

         

17.01

Luchtvaart

34.291

0

– 267

34.024

– 182

– 204

– 206

– 241

 

17.01.01

Opdrachten

21.750

0

– 157

21.593

519

496

494

459

 
 

– Opdrachten GIS

15.530

0

0

15.530

         
 

– Overige opdrachten

6.220

0

– 157

6.063

519

496

494

459

1)

17.01.02

Subsidies

1.290

0

– 110

1.180

– 701

– 700

– 700

– 700

1)

17.01.03

Bijdrage aan agentschappen

10.071

0

0

10.071

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

10.048

0

0

10.048

         
 

– bestemd voor Caribisch Nederland

10.000

0

0

10.000

         
 

– waarvan bijdrage aan KNMI

23

0

0

23

         

17.01.05

Bijdrage aan internationale organisaties

1.180

0

0

1.180

         
 

Ontvangsten

44.851

0

0

44.851

0

0

0

0

 
  • 1) De opdrachten voor de stichting Knowledge & Development Center worden voortaan onder de opdrachten luchtvaart begroot en verantwoord. Hiermee wordt dit budget onder het juiste financiële instrument geplaatst. Daarnaast is een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard op de opdrachten van Luchtvaart ingevuld. Ook de taakstelling op het Bedrijfslevenbeleid is hierin verwerkt. Deze taakstelling van structureel € 2,4 miljoen is verdeeld over de artikelen 11, 14, 15, 16, 17 en 18.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

18

Scheepvaart en Havens

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

4.963

0

– 43

4.920

– 20

– 76

– 76

– 87

 

Uitgaven:

5.303

0

– 9

5.294

– 20

– 76

– 76

– 87

 

Waarvan juridisch verplicht

71%

   

99%

         

18.01

Scheepvaart en havens

5.303

0

– 9

5.294

– 20

– 76

– 76

– 87

 

18.01.01

Opdrachten

2.302

0

340

2.642

233

225

225

214

1)

18.01.02

Subsidies

340

0

0

340

         

18.01.03

Bijdrage aan agentschappen

1.705

0

– 301

1.404

– 301

– 301

– 301

– 301

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

1.705

0

– 301

1.404

– 301

– 301

– 301

– 301

1)

18.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

956

0

– 48

908

48

       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Door IenM wordt in 2014 een bedrag van € 1,9 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van Economische Zaken. Het betreft een bijdrage voor de door Autoriteit Consument en Markt (ACM) te betalen boete aan de loodsen. Daarnaast wordt de lagere bijdrage aan RWS in de periode 2014–2018 toegevoegd aan het opdrachtenbudget. Tenslotte is de taakstelling op het Bedrijfslevenbeleid hierin verwerkt. Deze taakstelling van structureel € 2,4 miljoen is verdeeld over de artikelen 11, 14, 15, 16, 17 en 18.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

19

Klimaat

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

50.581

0

5.261

55.842

1.435

1.535

1.335

1.335

 

Uitgaven:

59.422

0

10.443

69.865

1.435

1.535

1.335

1.335

 

Waarvan juridisch verplicht

82%

   

100%

         

19.01

Klimaat

19.969

0

– 3.676

16.293

– 112

– 102

– 101

– 101

 

19.01.01

Opdrachten

5.659

– 100

– 3.689

1.870

– 219

– 102

– 101

– 101

1)

19.01.02

Subsidies

3.185

0

– 5

3.180

         

19.01.03

Bijdrage aan agentschappen

11.125

100

18

11.243

107

0

0

0

 
 

– Waarvan bijdrage aan NEa

7.894

0

– 980

6.914

– 400

– 248

– 606

 

2)

 

– Waarvan bijdrage aan RWS

2.913

0

998

3.911

507

248

606

 

2)

 

– Waarvan bijdrage aan KNMI

318

100

0

418

         

19.02

Internationaal beleid, coordinatie en

                 
 

samenwerking

39.453

0

14.119

53.572

1.547

1.637

1.436

1.436

 

19.02.01

Opdrachten

9.181

0

5.486

14.667

1.245

1.335

1.134

1.436

 
 

– Uitvoering CDM

2.806

0

0

2.806

         
 

– RIVM

0

0

163

163

         
 

– AgNL

0

0

1.300

1.300

       

3)

 

– Overige opdrachten

6.375

0

4.023

10.398

1.245

1.335

1.134

1.436

4)

19.02.03

Bijdrage aan agentschappen

26.737

0

8.633

35.370

302

302

302

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

188

0

302

490

302

302

302

 

5)

 

– waarvan bijdrage aan AgNL

1.022

0

6.778

7.800

       

5)

 

– waarvan bijdrage aan RIVM

25.527

0

1.553

27.080

       

5)

19.02.05

Bijdrage aan internationale organisaties

3.535

0

0

3.535

         
 

Ontvangsten

200.000

0

– 53.000

147.000

– 32.000

– 11.000

24.000

24.000

6)

  • 1) Het lagere opdrachtbudget in 2014 betreft met name de betalingen inzake de gecoördineerde opdracht aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO, waarin onder andere het AgentschapNL is opgegaan) voor de uitvoering van IenM regelingen (waaronder het milieuinnovatieprogramma). Deze budgetten worden overgeheveld naar artikelonderdeel 19.02. Binnen dat onderdeel is het centrale budget geplaatst voor geheel IenM. In verdere jaren zijn er lagere uitgaven doordat een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard ten laste van dit artikelonderdeel is ingevuld.

  • 2) Enkele budgetten worden herschikt in verband met de definitief verstrekte opdrachten aan de uitvoeringsorganisaties NEa en RWS voor 2014.

  • 3) Dit betreft een toevoeging van eindejaarsmarge om aan de betalingen te voldoen als gevolg van overlopende verplichtingen voor het programma Klimaatbuffers.

  • 4) De begroting van IenM wordt in de periode 2014–2020 met € 14,3 miljoen verhoogd (waarvan € 5,3 miljoen in 2014) voor de internationale uitvoering van de programma’s Interreg in Nederland (ook inbegrepen de stimulering van deelname door Nederlandse partners en de evaluatie). Nederland is verantwoordelijk voor de transnationale en Europa brede structuurfondsen. De programma’s 2014–2020 worden rond de zomer ter goedkeuring aan de Europese Commissie aangeboden. Op dat moment moet IenM haar aandeel in de nationale cofinanciering rond hebben.

  • 5) De mutaties op het instrument bijdrage aan agentschappen van het artikelonderdeel 19.02 worden onder andere veroorzaakt door de gecoördineerde opdracht 2014 aan de RVO ten behoeve van de uitvoering van IenM regelingen (bijvoorbeeld het milieuinnovatieprogramma) en aan het RIVM (bijvoorbeeld voor milieuonderzoeken). De dekking komt uit diverse artikelen, inclusief onderdeel 19.01 (zie ook toelichting 1).

  • 6) De mutaties in de ontvangsten worden veroorzaakt doordat in Europees verband is besloten het aantal te veilen emissierechten in de jaren 2014 tot en met 2016 met in totaal 900 miljoen stuks te beperken en deze in 2019 en 2020 op de markt te brengen («backloaden»). Het Nederlandse aandeel in de te veilen rechten bedraagt 3,23%. Dit betekent dat ook in Nederland het aantal te veilen rechten en daarmee de geraamde ontvangsten zullen wijzigen.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

20

Lucht en Geluid

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

32.060

0

6.325

38.385

– 3.225

– 3.225

0

0

1)

Uitgaven:

49.383

0

– 594

48.789

0

0

0

0

 

Waarvan juridisch verplicht

95%

   

100%

         

20.01

Luchtkwaliteit en tegengaan geluidshinder

49.383

0

– 594

48.789

0

0

0

0

 

20.01.01

Opdrachten

5.269

0

– 205

5.064

– 10

– 43

76

 

2)

20.01.02

Subsidies

20.150

0

3.600

23.750

       

3)

20.01.03

Bijdrage aan agentschappen

1.292

0

– 264

1.028

10

43

– 76

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

1.292

0

– 264

1.028

10

43

– 76

 

2)

20.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

21.531

0

– 3.725

17.806

0

0

0

0

 
 

– NSL

1.288

0

0

1.288

         
 

– Wegverkeerlawaai

19.764

0

– 3.725

16.039

       

3)

 

– Overige bijdrage medeoverheden

479

0

0

479

         

20.01.07

Bekostiging

1.141

0

0

1.141

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Voor zowel de uitvoering van opdrachten in het kader van luchtkwaliteit als het tegengaan van geluidshinder wordt in 2014 ruim € 6 miljoen aan verplichtingen aangegaan voor opdrachten voor de periode 2014 tot en met 2016. Om dit te realiseren worden de verplichtingenbudgetten in de jaren 2015 en 2016 verlaagd.

  • 2) Deze mutaties op artikel 20 worden onder andere veroorzaakt door overboekingen naar artikelonderdeel 19.02 ten behoeve van de gecoördineerde opdracht 2014 voor de uitvoering van IenM regelingen (bijvoorbeeld het milieuinnovatieprogramma) aan de RVO (waarin onder andere het AgentschapNL is opgegaan).

  • 3) In 2013 is een deel van de bijdragen voor de sanering van wegverkeerlawaai versneld uitgegeven, wat mogelijk was vanwege vertragingen bij de uitputting van het instrument Subsidies. Deze maatregel wordt door middel van deze mutatie gecompenseerd, zodat voor beide onderwerpen het budget meerjarig en in totaliteit ongewijzigd blijft.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

21

Duurzaamheid

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

12.707

0

1.982

14.689

– 37

– 37

– 37

– 37

1)

Uitgaven:

13.530

0

435

13.965

– 37

– 37

– 37

– 37

 

Waarvan juridisch verplicht

84%

   

100%

         

21.04

Duurzaamheidsinstrumentarium

1.365

0

– 813

552

0

0

0

0

 

21.04.01

Opdrachten

1.171

0

– 813

358

0

0

0

0

2)

21.04.03

Bijdrage aan agentschappen

194

0

0

194

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

194

0

0

194

         

21.05

Duurzame Productketens

8.598

0

1.313

9.911

0

0

0

0

 

21.05.01

Opdrachten

5.478

0

1.313

6.791

       

3)

21.05.02

Subsidies

520

0

0

520

         

21.05.03

Bijdrage aan agentschappen

2.600

0

0

2.600

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

2.600

0

0

2.600

         

21.06

Natuurlijk kapitaal

3.567

0

– 65

3.502

– 37

– 37

– 37

– 37

 

21.06.01

Opdrachten

2.339

0

– 65

2.274

– 37

– 37

– 37

– 37

4)

21.06.02

Subsidies

359

0

0

359

         

21.06.03

Bijdrage aan agentschappen

869

0

0

869

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

869

0

0

869

         

21.06.04

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Dit betreft in 2014 een toevoeging van eindejaarsmarge op verplichtingen om aan de betalingen te voldoen als gevolg van overlopende verplichtingen voor duurzame productketens, waaronder het afvalbeleid. In verdere jaren zijn er lagere verplichtingen door de invulling van een deel van de taakstelling van het maatregelpakket van € 6 miljard ten laste van dit artikel.

  • 2) Dit betreft de overboeking naar artikelonderdeel 19.02 ten behoeve van de gecoördineerde opdracht 2014 voor de uitvoering van IenM regelingen (bijvoorbeeld het milieuinnovatieprogramma) aan de RVO (waarin onder andere het AgentschapNL is opgegaan) en het RIVM (bijvoorbeeld voor milieuonderzoeken).

  • 3) Dit betreft in 2014 een toevoeging van een eindejaarsmarge om aan de betalingen te voldoen als gevolg van overlopende verplichtingen voor duurzame productketens, waaronder het afvalbeleid.

  • 4) Dit betreft de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is ten laste van de opdrachten van Natuurlijk Kapitaal ingevuld, zie ook toelichting 1.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

22

Externe veiligheid en risico's

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

25.803

0

– 2.562

23.241

– 2.061

– 165

– 232

– 231

1)

Uitgaven:

 

28.134

0

– 765

27.369

277

172

104

104

 

Waarvan juridisch verplicht

92%

   

86%

         

22.01

Veiligheid chemische stoffen

11.908

0

– 966

10.942

40

– 36

– 108

– 108

 

22.01.01

Opdrachten

8.627

0

– 1.115

7.512

– 73

– 128

– 146

– 146

2)

22.01.02

Subsidies

2.369

0

0

2.369

         

22.01.03

Bijdrage aan agentschappen

532

0

149

681

113

92

38

38

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

532

0

149

681

113

92

38

38

 

22.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

380

0

0

380

         

22.02

Veiligheid GGO's

3.216

0

0

3.216

0

0

0

0

 

22.02.01

Opdrachten

3.116

0

0

3.116

         

22.02.05

Bijdragen aan internationale organisaties

100

0

0

100

         

22.03

Externe veiligheid inrichtingen en transport

13.010

0

201

13.211

237

208

212

212

 

22.03.01

Opdrachten

7.688

0

– 998

6.690

– 281

– 355

– 170

– 256

3) 4)

22.03.02

Subsidies

3.000

0

136

3.136

         

22.03.03

Bijdrage aan agentschappen

2.022

0

1.063

3.085

518

563

382

468

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

2.022

0

1.063

3.085

518

563

382

468

5)

22.03.04

Bijdragen aan medeoverheden

300

0

0

300

         
 

– Bijdragen asbestsanering

0

0

0

0

         
 

– Bijdragen programma EV

300

0

0

300

         
 

– Overige bijdragen

0

0

0

0

         

22.03.05

Bijdragen aan internationale organisaties

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

2.369

0

350

2.719

350

300

250

250

4)

  • 1) Het verplichtingenbudget wordt verlaagd ter compensatie voor de in 2013 versneld vastgelegde verplichtingen. Zo wordt gewaarborgd dat het verplichtingenbudget meerjarig ongewijzigd blijft.

  • 2) Dit betreft in 2014 de overboeking naar artikelonderdeel 19.02 ten behoeve van de gecoördineerde opdracht 2014 voor de uitvoering van het RIVM (bijvoorbeeld voor milieuonderzoeken). Daarnaast is een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard ten laste van de opdrachten van Veiligheid chemische stoffen ingevuld.

  • 3) De mutaties op de opdrachtenbudgetten van Externe veiligheid, inrichtingen en transport worden onder andere veroorzaakt door overboekingen naar artikel 19.02 ten behoeve van de gecoördineerde opdracht 2014 voor de uitvoering van IenM regelingen (bijvoorbeeld het milieuinnovatieprogramma), aan de RVO (waarin onder andere het AgentschapNL is opgegaan), het RIVM (bijvoorbeeld voor milieuonderzoeken) en RWS Leefomgeving.

  • 4) In verband met het grotere aantal BRIKS-vergunningen dat moet worden verleend is er sprake van hogere ontvangsten van het Ministerie van Defensie voor de kosten van de BRIKS-vergunningen.

  • 5) Dit betreft een bijdrage aan RWS Leefomgeving voor het versterken van het veiligheidbeleid van gevaarlijke stoffen.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

23

Meteorologie, seismologie en aardobservatie

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

33.190

0

1.642

34.832

189

– 73

189

– 73

1)

Uitgaven:

33.926

0

39

33.965

58

58

58

58

 

Waarvan juridisch verplicht

100%

   

93%

         

23.01

Meteorologie en seismologie

23.198

0

39

23.237

58

58

58

58

 

23.01.03

Bijdrage aan het agentschap KNMI

22.462

0

– 92

22.370

– 73

– 73

– 73

– 73

 
 

– Meteorologie

21.922

0

– 92

21.830

– 73

– 73

– 73

– 73

1)

 

– Seismologie

540

0

0

540

         

23.01.04

Bijdrage aan internationale organisatie

736

0

131

867

131

131

131

131

 
 

– Contributie WMO (HGIS)

736

0

131

867

131

131

131

131

2)

23.02

Aardobservatie

10.728

0

0

10.728

0

0

0

0

 

23.02.03

Bijdrage aan het agentschap KNMI

10.728

0

0

10.728

0

0

0

0

 
 

– Aardobservatie

10.728

0

0

10.728

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Dit betreft de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op de bijdrage aan het agentschap KNMI ingevuld.

  • 2) De contributie voor de World Meteorological Organisation (WMO) valt hoger uit als gevolg van een hogere koers van de Zwitserse Frank.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

24

Handhaving en toezicht

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

129.559

0

– 252

129.307

– 252

– 252

– 252

– 252

1)

Uitgaven:

129.559

0

– 252

129.307

– 252

– 252

– 252

– 252

 

Waarvan juridisch verplicht

100%

   

92%

         

24.01

Handhaving en toezicht

129.559

0

– 252

129.307

– 252

– 252

– 252

– 252

 

24.01.03

Bijdrage aan het agentschap ILT

129.559

0

– 252

129.307

– 252

– 252

– 252

– 252

1)

 

– Risicovolle bedrijven

12.952

0

43

12.995

43

43

43

43

1)

 

– Rail en wegvervoer

28.433

0

– 68

28.365

– 68

– 68

– 68

– 68

1)

 

– Scheepvaart

17.435

0

– 42

17.393

– 42

– 42

– 42

– 42

1)

 

– Luchtvaart

15.259

0

– 37

15.222

– 37

– 37

– 37

– 37

1)

 

– Risicovolle stoffen en producten

38.026

0

– 106

37.920

– 106

– 106

– 106

– 106

1)

 

– Water, bodem, bouwen

17.454

0

– 42

17.412

– 42

– 42

– 42

– 42

1)

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Een deel van de bezuiniging op de collectieve sector van € 6 miljard is ingevuld op de bijdrage aan de ILT (circa € 0,2 miljoen structureel). Daarnaast heeft ILT een structurele bijdrage ontvangen voor de inzet op het project «Afpakken» (€ 0,3 miljoen structureel) in het kader van het landelijke programma «Misdaad mag niet lonen». Tenslotte is € 0,3 miljoen structureel voor de taken rondom het Interbestuurlijk Toezicht aan de provincies overgedragen.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

25

Brede doeluitkering

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

1.779.634

0

143.582

1.923.216

 

18.000

   

1)

Uitgaven:

1.819.189

0

165.720

1.984.909

0

18.000

0

0

 

Waarvan juridisch verplicht

100%

   

100%

         

25.01

Brede doeluitkering

1.819.189

0

165.720

1.984.909

 

18.000

   

1)

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) Artikel 25 (Brede Doeluitkering) wordt met bijna € 166 miljoen verhoogd, waarvan bijna € 130 miljoen voor Beter Benutten (waaronder Decentraal Spoor), ruim € 17 miljoen voor Zuidasdok, € 17 miljoen voor de N23 en € 2 miljoen voor Actieplan Groei op het Spoor. De dekking komt uit het Infrastructuurfonds.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

26

Bijdrage investeringsfondsen

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

7.452.327

0

– 442.944

7.009.383

– 6.396

130.371

95.424

– 4.629

 

Uitgaven:

7.452.327

0

– 460.480

6.991.847

– 20.419

116.159

81.143

– 18.863

 

Waarvan juridisch verplicht

100%

   

100%

         

26.01

Bijdrage aan het Infrastructuurfonds

6.363.354

0

– 440.074

5.923.280

– 18.040

268.538

83.522

– 66.484

1)

26.02

Bijdrage aan het Deltafonds

1.088.973

0

– 20.406

1.068.567

– 2.379

– 152.379

– 2.379

47.621

2)

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

 
  • 1) De mutaties op 26.01 Bijdrage aan het Infrastructuurfonds worden hoofdzakelijk verklaard door:

    • Verwerking van de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op het Infrastructuurfonds ingevuld (€ 14,1 miljoen structureel). Zie voor de nadere verdeling van deze bezuiniging op het Infrastructuurfonds de 1e suppletoire begroting van het Infrastructuurfonds.

    • De beschikbare budgetten op artikelen 14, 16 en 25 zijn met dekking uit het Infrastructuurfonds verhoogd. Zie de genoemde artikelen voor meer details.

    • Daarnaast draagt IenM bij aan de financiering van de noodsleephulp en de betonningstaken die Defensie uitvoert. De voeding aan het Hoofdvaarwegenbudget op het Infrastructuurfonds wordt hiertoe verlaagd.

    • Investeringen in aanleg, beheer en onderhoud zijn gebaat bij continuïteit en een kasbeeld met beperkte schommelingen. In de Infrastructuurfondsbegroting was er in 2016 echter sprake van een forse terugloop van de totale beschikbare middelen ten opzichte van het jaar 2014. Bij het realiseren van meerjarige infrastructuurprojecten is dit een moeilijk te beheersen situatie. Het verloop van de budgetten vergde daarom een oplossing om het programma zo veel mogelijk volgens planning in uitvoering te blijven nemen. Deze oplossing is gevonden in twee kasschuiven op het Infrastructuurfonds ten gunste van het jaar 2016. Eén via het generale beeld (€ 250 miljoen uit 2014 naar 2016 en 2017) en één via het Deltafonds (€ 150 miljoen uit 2018 en 2019 naar 2016). Met deze laatste schuif wordt tevens een bijdrage geleverd aan een evenwichtiger kasbeeld op het Deltafonds. Op dit fonds was juist in 2016 sprake van een budgettaire piek en een terugloop in 2018 en 2019. Zie voor meer toelichting de 1e suppletoire 2014 van het Infrastructuurfonds.

  • 2) De mutaties op 26.02 Bijdrage aan het Deltafonds worden hoofdzakelijk verklaard door:

    • Verwerking van de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op het Deltafonds ingevuld (€ 2,4 miljoen structureel). Zie voor de nadere verdeling van deze bezuiniging op het Deltafonds de 1e suppletoire begroting van het Deltafonds.

    • Investeringen in aanleg, beheer en onderhoud zijn gebaat bij continuïteit en een kasbeeld met beperkte schommelingen. In de Infrastructuurfondsbegroting was er in 2016 echter sprake van een forse terugloop van de totale beschikbare middelen ten opzichte van het jaar 2014. Het verloop van de budgetten vergde daarom een oplossing om het programma zo veel mogelijk volgens planning in uitvoering te blijven nemen. Onder andere door middel van een kasschuif met het Deltafonds (in 2016 wordt € 150 miljoen aan het Infrastructuurfonds toegevoegd; deze middelen komen in 2018 en 2019 terug) is bijgedragen aan een oplossing op het Infrastructuurfonds en is tevens een bijdrage geleverd aan een evenwichtiger kasbeeld op het Deltafonds. Op het Deltafonds was juist in 2016 sprake van een budgettaire piek en een terugloop in 2018 en 2019. Zie voor meer toelichting de 1e suppletoire 2014 van het Deltafonds.

2.3 De niet-beleidsartikelen

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

97

Algemeen departement

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

27.205

0

2.276

29.481

– 61

– 44

– 6.688

– 6.685

1)

Uitgaven:

27.206

0

3.014

30.220

215

213

213

212

 

Waarvan juridisch verplicht

46%

   

85%

         

97.01

IenM-brede programmamiddelen

27.206

0

3.014

30.220

215

213

213

212

 

97.01.01

Opdrachten

19.816

0

2.764

22.580

– 35

– 37

– 37

– 38

2)

 

– Regeringsvliegtuig

6.681

0

– 10

6.671

– 11

– 11

– 11

– 11

2)

 

– Onderzoeken Planbureau voor de Leefomgeving

4.089

0

2.649

6.738

       

3)

 

– Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing

1.902

0

– 4

1.898

– 5

– 5

– 5

– 5

2)

 

– Overige opdrachten

7.144

0

129

7.273

– 19

– 21

– 21

– 22

2)

97.01.02

Subsidies

1.400

0

250

1.650

250

250

250

250

 
 

– Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk

                 
 

onderzoek (NWO)

1.400

0

250

1.650

250

250

250

250

4)

97.01.03

Bijdrage aan agentschappen

607

0

0

607

0

0

0

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

607

0

0

607

0

0

0

0

 

97.01.03

Bijdrage aan agentschappen

                 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

607

0

0

607

0

0

0

0

 

97.01.06

Bijdrage aan ZBO en RWT

                 
 

en medeoverheden

5.383

0

0

5.383

0

0

0

0

 
 

Ontvangsten

3.873

0

1.449

5.322

0

0

0

0

3)

  • 1) In 2013 zijn op advies van de Auditdienst Rijk meerjarige verplichtingen voor het regeringsvliegtuig versneld aangegaan. Om deze ophoging van het verplichtingenbudget te compenseren, wordt het verplichtingenbudget in latere jaren verlaagd.

  • 2) Dit betreft de bezuiniging op de collectieve sector. Een deel van het maatregelpakket van € 6 miljard is op de opdrachten van dit artikel ingevuld.

  • 3) De mutaties op artikel 97 worden onder andere veroorzaakt doordat het Planbureau voor de Leefomgeving meer inkomsten van derden krijgt, waarvoor gelijktijdig het uitgavenbudget voor onderzoek wordt verhoogd. Daarnaast draagt het Ministerie van Economische Zaken bij aan de financiering van het wettelijk onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving en het TEEB-programma (The Economics of Ecosystems and Biodiversity).

  • 4) Aan de NWO wordt een subsidie verstrekt voor het programma duurzame logistiek vanuit artikel 15. Om de bedrijfsvoering rondom de verstrekking van subsidies zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, wordt voorgesteld om deze subsidie voortaan via artikel 97 te begroten en te verantwoorden. Vanuit artikel 97 worden namelijk ook de andere subsidies aan de NWO verstrekt.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

98

Apparaat van het kerndepartement

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

323.235

0

– 4.123

319.112

12.375

– 4.919

1.118

1.798

1)

Uitgaven:

319.700

0

4.513

324.213

3.558

– 2.613

458

446

 
 

Personele uitgaven

196.582

0

14.652

211.234

19.401

12.976

9.610

9.198

 
 

– waarvan eigen personeel

173.746

0

12.043

185.789

16.416

12.996

9.632

9.223

2)

 

– waarvan externe inhuur

9.752

0

2.609

12.361

2.985

– 20

– 22

– 25

2)

 

– waarvan postactieven

13.084

0

0

13.084

         
 

Materiele uitgaven

123.118

0

– 10.139

112.979

– 15.843

– 15.589

– 9.152

– 8.752

 
 

– waarvan regulier materieel

49.648

0

– 10.875

38.773

– 13.833

– 13.650

– 7.249

– 6.856

2)

 

– waarvan ICT

33.210

0

2.872

36.082

– 442

– 401

– 414

– 411

2 en 3)

 

– waarvan bijdrage aan SSO's

40.260

0

– 2.136

38.124

– 1.568

– 1.538

– 1.489

– 1.485

2)

 

Ontvangsten

3.873

2.434

3.616

9.923

0

0

0

0

3)

  • 1) In 2013 zijn verplichtingen die in latere jaren waren begroot, versneld vastgelegd of juist vertraagd (niet vastgelegd). Deze verplichtingenbudgetten worden vervolgens verlaagd dan wel verhoogd opdat het meerjarig verplichtingenbudget ongewijzigd blijft.

  • 2) De taken rondom het Interbestuurlijk Toezicht worden aan de provincies overgedragen (circa € 0,3 miljoen structureel uit artikel 24 en circa € 0,9 miljoen structureel uit artikel 98). Daarnaast zijn de salarissen van de bewindspersonen (conform het besluit van de Ministerraad van 22 maart 2013 om alle bewindspersonen uit één salarisadministratie te betalen – vergelijkbaar met de TMG-groep (Top Management Groep)) naar het Ministerie van BZK overgeheveld. Binnen het materieelbudget wordt daarnaast omgebogen ten behoeve van de kosten van personeel onder andere voor een capaciteitsimpuls bij de directies Openbaar Vervoer en Spoor. Daarnaast is een deel van de bezuiniging uit het Aanvullend beleidspakket van € 6 miljard op de budgetten van het eigen personeel, externe inhuur, materieel, ICT en bijdrage aan Rijksbrede SSO’s ingevuld. Met instemming van het Ministerie voor Wonen en Rijksdienst vinden overboekingen van programma naar apparaat plaats ten behoeve van de uitvoering van de stelselherziening Omgevingswet en de Lange Termijn Spooragenda (LTSa).

  • 3) Op artikel 98 worden inkomsten van derden begroot ter uitvoering van ICT-gerelateerde uitgaven.

Budgettaire gevolgen van beleid: Voorjaarsnota 2014 (Bedragen in EUR 1.000)

99

Nominaal en onvoorzien

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Mutatie 2017

Mutatie 2018

 
   

(1)

(2)

(3)

(4=(1)t/m(3))

(5)

(6)

(7)

(8)

 

Verplichtingen

– 14.543

0

20.624

6.081

15.113

13.254

13.540

11.678

1)

Uitgaven:

– 14.543

0

37.329

22.786

29.134

27.466

27.821

25.913

1)

 

Nominaal en onvoorzien

– 14.543

0

37.329

22.786

29.134

27.466

27.821

25.913

 
  • 1) Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat dit artikel als tussenstation fungeert voor de overboeking van middelen naar de andere artikelen op de IenM begrotingen, zoals loon-en prijsbijstelling. De mutaties in deze 1e suppletoire begroting op dit artikel worden hoofdzakelijk verklaard door:

    • Het toedelen van de bij begroting 2014 geparkeerde taakstelling van € 6 miljard op de collectieve sector aan de diverse artikelen op Hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds en Deltafonds (zie ook het onderdeel «Invulling van taakstellingen»).

    • Het toevoegen van de eindejaarsmarge van € 29 miljoen om aan de betaling van overlopende verplichtingen te voldoen.

    • Het afromen van het Eigen Vermogen van de baten-lastenagentschappen ILT, KNMI, NEa en RWS. Dit is conform de regeling agentschappen. De middelen worden ingezet ten gunste van het IenM-brede beeld.

    • Het toevoegen van de toegekende loon- en prijsbijstelling 2014.