Kamerstuk 33930-IIA-1

Jaarverslag Staten-Generaal 2013

Dossier: Jaarverslag en slotwet Staten-Generaal 2013

Gepubliceerd: 21 mei 2014
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33930-IIA-1.html
ID: 33930-IIA-1

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN DE STATEN-GENERAAL (IIA)

Aangeboden 21 mei 2014

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein Totaal uitgaven (x € 1.000)

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein Totaal 				  uitgaven (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein Totaal ontvangsten (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein Totaal 				  ontvangsten (x € 1.000)

INHOUDSOPGAVE

A.

Algemeen

6

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

6

2.

Leeswijzer

9

     

B.

Beleidsverslag

10

1.

Beleidsartikelen

10

2.

Niet-beleidsartikel

22

3.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

23

     

C.

Jaarrekening

26

1.

De verantwoordingsstaat

26

2.

De saldibalans

27

     

D.

Topinkomens

31

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het jaarverslag met betrekking tot de begroting van de Staten-Generaal (IIA) over het jaar 2013 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2013 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2013;

  • b. het voorstel van de slotwet over het jaar 2013 dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2013 met betrekking tot de onderzoeken van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2013 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2013, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2013 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Opbouw Jaarverslag 2013

Het jaarverslag over 2013 bestaat conform de regelgeving uit de volgende delen:

  • A. Algemeen

  • B. Beleidsartikelen

  • C. De jaarrekening

  • D. Topinkomens

De paragraafindeling van de artikelen is als volgt:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidsconclusies

  • D. Budgettaire gevolgen van beleid

  • E. Toelichting artikelonderdeel

Bij de begrotingen HII wordt vermeld dat er sprake is van een afwijkend regime voor het centrale apparaatsartikel. Dit betekent dat geen apart centraal apparaatsartikel hoeft te worden opgenomen. Vaak bestaan deze begrotingen uit één artikel.

De bedrijfsvoeringsparagraaf is onder een aparte paragraaf opgenomen.

Wat betreft de budgettaire gevolgen van beleid is alleen een inhoudelijke toelichting gegeven bij opmerkelijke verschillen (boven € 0,5 mln.) tussen de oorspronkelijke vastgestelde begroting 2013 en de realisatie 2013.

Rechtmatigheid

In 2013 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid op hoofdstukniveau niet overschreden en is er sprake van een getrouw beeld. Een toelichting op de rechtmatigheid per College is te vinden in de bedrijfsvoeringsparagraaf.

Groeiparagraaf

Er zijn dit jaar geen nieuwe ontwikkelingen voor de groeiparagraaf te melden.

B. BELEIDSVERSLAG

1. Beleidsartikelen

Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

A. Algemene doelstelling

De Eerste Kamer vormt samen met de Tweede Kamer de Staten-Generaal. De voorzitter van de Eerste Kamer is tevens voorzitter van de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

De kerntaken van de Eerste Kamer liggen in het, als sluitstuk van de wetgevingsketen, toetsen van voorgenomen wetgeving en het controleren van de regering. De Eerste Kamer besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de beoordeling van de wetgevingskwaliteit. Voorts heeft de Eerste Kamer taken op het terrein van de Europese wetgeving en het Europese beleid. Deze zijn door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in omvang en intensiteit toegenomen.

De algemene doelstellingen van de Eerste Kamer liggen op het terrein van een adequate wetgeving en controle, hetgeen verder is te operationaliseren naar een adequate toetsing van de kwaliteit van wet- en regelgeving, een adequate controle van het regeringsbeleid, transparantie over de taken en de uitvoering daarvan, en toereikende voorzieningen in een effectieve en efficiënte organisatie.

Daarnaast onderhoudt de Eerste Kamer vele diplomatieke contacten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. 1

C. Beleidsconclusies

De Eerste Kamer vormt de voorlaatste schakel in de keten van het wetgevingsproces. Mede-actoren in het proces zijn, voorafgaand aan de bekrachtiging van een aanvaard wetsvoorstel door het Staatshoofd, respectievelijk de Ministerraad, de Raad van State en de Tweede Kamer. De controle op het regeringsbeleid voltrekt zich in interactie met de regering. Uit hoofde van het Verdrag van Lissabon is de Eerste Kamer betrokken bij de voorbereiding van Europese wetgevings- en beleidsvoorstellen. De taken van de Eerste Kamer en Tweede Kamer op dit terrein zijn gelijk. Binnen de nationale context voert de Eerste Kamer overleg met de regering over de regeringsinzet bij de voorbereiding van Europese wetgeving.

Omdat de Eerste Kamer in het wetgevingsproces de laatste schakel in de keten van het parlementaire wetgevingsproces vormt, is haar taakuitvoering afhankelijk van het aanbod van wetsvoorstellen, en van de kwaliteit van het werk dat door de voorafgaande actoren is verricht.

Voor wat betreft de reguliere uitvoering en beoogde resultaten hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

De Eerste Kamer heeft in 2013 als voorzitter van de Verenigde Vergadering drie vergaderingen georganiseerd. Zie punt «E. Toelichting per artikel onderdeel, punt 1.3». De inhuldiging van de Koning op 30 april 2013 had hierbij een bijzonder karakter. Gezien de korte voorbereidingstijd, was het resultaat van de prestaties van de Eerste Kamer boven verwachting.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 1.1 Wetgeving en controle EK
           

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

(x € 1.000)

2009

2010

2011

2012

2013

2013

2013

Verplichtingen

10.430

10.792

11.017

11.632

11.844

11.434

410

                 

Uitgaven:

10.677

10.816

11.026

11.701

11.807

11.434

373

1.1

Apparaat EK

6.662

6.628

6.878

7.504

6.530

7.020

– 490

1.2

Vergoeding voorzitter/leden EK

3.973

4.122

4.144

4.149

3.304

4.345

– 1.041

1.3

Verenigde vergadering

42

66

4

48

1.973

69

1.904

                 

Ontvangsten

85

76

139

93

204

79

125

E. Toelichting artikelonderdeel

1.1 Apparaat

De totale uitgaven zijn € 0,5 mln. lager dan begroot. Dit komt doordat diverse posten zijn doorgeschoven naar 2014, door minder externen en minder advisering/opdrachtverlening. Ook de fractie-ondersteuning, catering, websitekosten en aanschaf/vervanging investeringsgoederen vallen lager uit.

1.2 Vergoedingen voorzitter en leden Eerste Kamer

Door invoering van de Werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2013, zijn de uitgaven aan dit artikel € 1 mln. lager uitgevallen dan begroot.

1.3 Verenigde Vergadering

Er waren dit jaar drie Verenigde Vergaderingen:

  • Op 28 januari 2013 kondigde Koningin Beatrix haar abdicatie aan, na een regeerperiode van bijna 33 jaar. Vanaf die tijd heeft de Eerste Kamer zich als organisator en als voorzitter van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal met een aantal medewerkers intensief bezig gehouden met de Inhuldiging van de nieuwe koning, Koning Willem-Alexander, op 30 april 2013 in De Nieuwe Kerk te Amsterdam.

In de begroting van de Eerste Kamer voor 2013 was de inhuldiging niet voorzien. De kosten voor de inhuldiging (ad. € 2 mln.) zijn in 2013 toegevoegd aan de begroting van de Eerste Kamer.

Mede door de inspanningen van de Eerste Kamer is deze heuglijke dag vlekkeloos verlopen en heeft Nederland zich internationaal sterk gemanifesteerd. De voorbereiding van deze Verenigde Vergadering heeft echter wel een zware extra inspanning van de Eerste Kamer gevergd. De door de Eerste Kamer gemaakte kosten voor de inhuldiging zijn binnen het begrootte budget van € 2 mln. gebleven.

In de begroting van de Eerste Kamer voor 2013 was ook deze Verenigde Vergadering niet voorzien.

Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer, alsmede leden van het Europees Parlement

A. Algemene doelstelling

Onder dit artikel worden rechtspositionele uitgaven aan leden en oud-leden van de Tweede Kamer, alsmede hun nagelaten betrekkingen, evenals de schadeloosstelling aan de Nederlandse leden van het Europees Parlement geraamd.

Activiteiten: Zorg dragen voor uitbetalingen in verband met wettelijke regelingen

De Tweede Kamer draagt ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (Stb. 1997, 250), de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Stb. 1969, 594) en de Wet schadeloosstelling leden Europees Parlement (Stb. 1979, 379) zorg voor de uitgaven uit hoofde van:

  • schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel 2.1);

  • reis- en overige kostenvergoedingen leden Tweede Kamer (artikel 2.1);

  • wachtgelden oud-leden Tweede Kamer (artikel 2.2);

  • pensioenen oud-leden en hun nabestaanden (artikel 2.2);

  • schadeloosstelling Nederlandse leden van het Europees Parlement (die niet door het Europees Parlement betaald worden) (artikel 2.3).

Aan deze activiteiten zijn de volgende kengetallen (aantallen gerechtigden) verbonden.

Tabel 2.1 Kengetallen

Aantallen deelgerechtigden

2009

2010

2011

2012

2013

Pensioenen oud-leden

381

437

423

433

452

Wachtgelden oud-leden

57

90

72

89

66

Totaal

438

527

495

522

518

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. 2

C. Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijhorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 2.1 Uitgaven tbv (oud) leden Tweede Kamer en leden EP
           

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

(x € 1.000)

2009

2010

2011

2012

2013

2013

2013

Verplichtingen

31.549

34.465

32.425

33.982

29.890

31.915

– 2.025

                 

Uitgaven:

31.549

34.458

32.431

33.982

29.890

31.915

– 2.025

2.1

Schadeloosstelling

21.476

21.909

22.166

22.107

18.700

22.017

– 3.317

2.2

Pensioenen en wachtgelden

8.622

10.956

10.071

11.683

10.999

9.679

1.320

2.3

Schadeloosstelling Europarlementariers incl teg ziektekosten

1.451

1.593

194

192

191

219

– 28

                 

Ontvangsten

195

100

51

62

86

86

0

De onderuitputting op het artikel «Schadeloosstelling» ad € 3,3 mln. wordt veroorzaakt door het artikelonderdeel «reis- en overige kosten van de leden» en is het gevolg van de ingevoerde werkkostenregeling. Hierdoor worden de bedragen in 2013 netto uitbetaald en volgt een afrekening in 2014.

De overschrijding op het artikel «pensioenen en wachtgelden» ad € 1,3 mln. wordt veroorzaakt door de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 en het daarmee samenhangende grotere beroep op de wachtgeldregeling door de oud-leden.

E. Toelichting artikelonderdeel

In onderstaand overzicht zijn als achtergrondinformatie de gerealiseerde uitgaven en gemiddelde uitgaven van de artikelonderdelen 2.1, 2.2 en 2.3 opgenomen voor de jaren 2009–2013.

Tabel 2.3 Gemiddelde uitgaven
per lid (in € 1.000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2: Uitgaven t.b.v. leden en oud-leden Tweede Kamer, alsmede leden van het Europees Parlement.

         

1. schadeloosstelling

21.476

21.909

22.166

22.107

18.700

gemiddeld per lid TK

143

146

148

147

125

2. pensioenen en wachtgelden

8.622

10.956

10.071

11.684

10.999

– totaal 1 en 2

30.098

32.865

32.237

33.791

29.699

gemiddeld per lid TK

201

219

215

225

198

3. schadeloosstelling leden Europarlement

1.451 1

1.593

194

192

191

Gemiddeld per lid EP

88

59

97

96

95

X Noot
1

Vanaf de nieuwe zittingsperiode in het voorjaar van 2009 wordt de schadeloosstelling op twee leden na betaald door het Europarlement (en niet meer door de Tweede Kamer).

Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

A. Algemene doelstelling

Taak van de Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft naast de taak van volksvertegenwoordiging twee hoofdtaken: het controleren van de regering en (mede-)wetgeving. Deze taken vloeien voort uit de grondwetsartikelen 50 (vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk), 65 tot en met 72 (werkwijze), 81 tot en met 87 (wetgeving), 105 (begrotingen), 137 en 138 (grondwetgeving) en enkele andere (grond)wetsartikelen.

De ambtelijke diensten

De ambtelijke organisatie zorgt ervoor dat de Kamerleden worden ondersteund bij de uitvoering van de kerntaken van de Tweede Kamer: controle van de regering en (mede-) wetgeving.

De primaire aandacht van de ambtelijke organisatie gaat uit naar de 150 leden van de Kamer. Daarnaast heeft de Kamer een aantal belanghebbenden met een relatie tot het parlementaire proces zoals: ministeries, journalisten en burgers.

Om de missie te vervullen zijn drie kerntaken van de ambtelijke organisatie belangrijk:

  • 1. de zorg voor procedurele en inhoudelijke instrumenten ter ondersteuning van de Kamerleden en hun vergaderingen;

  • 2. de zorg voor facilitaire ondersteuning;

  • 3. de zorg voor het vastleggen, ontsluiten en zichtbaar maken van de werkzaamheden van de Kamer.

Een belangrijk uitgangspunt is daarbij dat de Kamer te allen tijde moet kunnen vergaderen. De ambtelijke organisatie heeft een operationeel plan om in voorkomende gevallen te kunnen uitwijken naar een externe vergaderlocatie.

Gegeven de algemene doelstelling, de ambtelijke organisatie zorgt ervoor dat de leden worden ondersteund bij de uitvoering van de kerntaken van de Tweede Kamer: controle en (mede-) wetgeving, worden jaarlijks accenten gelegd. De speerpunten voor 2013 worden in paragraaf E nader toegelicht.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. 3

C. Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijhorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 3.1 Wetgeving/controle TK
           

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

(x € 1.000)

2009

2010

2011

2012

2013

2013

2013

Verplichtingen

90.100

101.236

104.889

98.521

97.690

93.784

3.906

                 

Uitgaven:

91.237

99.306

99.801

100.501

95.429

93.784

1.645

3.1

Apparaat TK

64.918

67.408

66.862

69.926

64.281

63.526

755

3.2

Onderzoeksbudget

755

814

677

281

927

2.534

– 1.607

3.3

Drukwerk

3.075

3.814

3.042

3.689

2.432

3.165

– 733

3.4

Fractiekosten

22.186

27.040

27.959

25.597

27.077

24.105

2.972

3.5

Uitzending leden

303

230

176

334

186

454

– 268

3.6

Parlementaire Enquetes

   

1.085

673

526

0

526

                 

Ontvangsten

8.051

3.336

4.740

6.749

4.766

2.766

2.000

Het achterblijven van de uitgaven op het artikelonderdeel «Onderzoeksbudget» wordt voor een deel verklaard door het overgaan van een parlementair onderzoek in een parlementaire enquête (woningcoöperaties), waardoor de verantwoording op een ander artikel plaatsvindt (artikel 3.6).

De overschrijdingen op het artikelonderdeel «fractiekosten» zijn het gevolg van de extra uitgaven en het extra beroep op de trekkingsrechten naar aanleiding van de verkiezingen in 2012. Fracties die kleiner zijn geworden na de verkiezingen ontvangen nog een jaar lang een tegemoetkoming die gebaseerd is op de oude omvang.

De ontvangstenraming is gebaseerd op een gemiddelde over de jaren heen. De ontvangsten in 2013 zijn € 2 mln. hoger uit dan oorspronkelijk voorzien. Dit wordt ondermeer verklaard door dienstverleningen aan andere Hoge Colleges van Staat en detacheringen.

E. Toelichting artikelonderdeel

Als speerpunten voor het jaar 2013 koos het Presidium voor de volgende onderwerpen:

  • 1. uitvoeren inspanningsverplichting om te bezuinigen voor de komende periode;

  • 2. uitvoering van de Toekomst- en onderzoeksagenda als onderdeel van de Parlementaire Zelfreflectie;

  • 3. versterken beheer en onderhoud;

  • 4. modernisering audiovisuele faciliteiten;

  • 5. studie naar de inrichting van de plenaire zaal.

De keuze voor deze speerpunten vloeit voort vanuit keuzes die in eerdere jaren, ook in de raming zijn gemaakt. Zo is een belangrijk uitgangspunt dat het wetgevende en controlerende proces onverkort doorgang moet vinden.

Ad 1) Uitvoeren inspanningsverplichting voor de komende periode

De door de Kamer afgesproken inspanningsverplichting is in 2013 uitgevoerd. Er heeft in 2012 besluitvorming plaatsgehad over een pakket aan maatregelen dat in 2013 is uitgevoerd. Onderdeel hiervan is een korting van 3% in 2013 op de bijdrage die fracties ontvangen. Het overige is gerealiseerd binnen de ambtelijke onderdelen van de begroting.

Ad 2). Uitvoering van de Toekomst- en onderzoeksagenda als onderdeel van de Parlementaire Zelfreflectie

De Toekomst- en onderzoeksagenda is een van de concrete resultaten uit de Parlementaire Zelfreflectie. Het is een jaarlijks terugkerend product, met in het kielzog daarvan, onderzoeksactiviteiten voor en door de Kamer. In 2013 betrof het onderzoek door Tijdelijke commissies naar ICT bij de overheid en Huizenprijzen. Daarnaast vinden overigens ook nog parlementaire onderzoeken plaats op grond van de actualiteit. In 2013/2014 zelfs in de vorm van twee gelijktijdige parlementaire enquêtes (woningcorporaties en Fyra).

Bij de stukken voor de raming 2015 zal in «de Staat van de Tweede Kamer over 2013» opnieuw een overzicht worden gegeven van de uitvoering van de Toekomst- en onderzoeksagenda en andere activiteiten door de Tweede Kamer.

Ad 3) Versterken beheer en onderhoud.

In 2013 is voor het eerst gewerkt met een driedeling van de budgetstructuur, namelijk:

  • beheer en onderhoud;

  • vervangingsinvesteringen;

  • innovatie / projecten.

Het doel van deze budgettaire driedeling is een meer grip te hebben op de realisatie van met name de materiële budgetten.

  • De beheer en onderhoud budgetten worden toegekend op basis van de taken van de verschillende diensten. In samenwerking met de afdeling Inkoop van de stafdienst FEZ wordt permanent aandacht besteed aan zo efficiënt mogelijk inkopen van goederen en diensten. Gelet op het aandeel van de Kamer in de ombuigingstaakstelling is het van belang de beheerslasten zo laag mogelijk te houden.

  • De grootste diensten binnen de Kamer zijn enkele jaren geleden begonnen met het opstellen van vervangingsplannen. Nu deze vervangingsplannen aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen, wordt op basis hiervan budget toegekend voor vervangingsinvesteringen. Het streven is om de vervangingen zodanig in te richten dat er jaarlijks sprake is van een vast deel van het materiële budget dat wordt aangewend voor vervanging van duurzame goederen.

  • Tenslotte wordt een deel van het budget (het resteende materiële budget) aangewend voor innovatieve projecten. Hierbij ligt een kosten-baten analyse ten grondslag. Zo’n project mag niet leiden tot toenemende beheerslasten, maar moet (op den duur) leiden tot lagere structurele uitgaven (personeel en materieel).

Ad 4) Modernisering Audiovisuele faciliteiten.

Het programma Audiovisuele faciliteiten is er op gericht om de huidige, verouderde audiovisuele infrastructuur en daarmee samenhangende productie en distributie van beeld- en geluidsignalen te renoveren en te innoveren. Deze vervanging van de audiovisuele infrastructuur biedt tevens de mogelijkheid, de transparantie te vergroten door het breed ter beschikking stellen van beeld en geluid vanuit de Kamer aan fracties, publiek en professionele afnemers. In 2013 is de audiovisuele infrastructuur vervangen zodat de openbare vergaderingen ontsloten zijn. Daarnaast is in 2013 het programma Audiovisuele Faciliteiten afgerond en daarmee is aan de doelstellingen van het programma voldaan.

Ad 5) Studie naar de inrichting van de plenaire zaal

Mede in het licht van de modernisering audiovisuele faciliteiten moet de vraag gesteld worden of de inrichting van de plenaire zaal na 20 jaar nog voldoet aan de eisen van deze tijd om transparant en doelgericht te zijn. Het Presidium is voornemens daartoe een onderzoek te laten instellen en voorstellen voor verbeteringen en aanpassingen aan de Kamer voor te leggen. De AV infrastructuur is nu vernieuwd, de volgende stap is een onderzoek naar (her)inrichting van de plenaire zaal.

Overige aandachtspunten voor 2013

Naast de bovengenoemde speerpunten die specifiek zijn voor 2013, is er een aantal andere onderwerpen dat aandacht behoeft. Het gaat om de volgende zaken:

200 jaar Staten-Generaal

Op vrijdag 16 oktober 2015 is het precies 200 jaar geleden dat de Staten-Generaal in huidige vorm voort het eerst in een gewone vergadering bijeenkwam in Den Haag. Op en rond die datum zullen er door beide kamers gezamenlijk activiteiten worden georganiseerd. Naast herdenken en vieren, zullen deze activiteiten vooral gericht zijn op het over het voetlicht brengen van het belang van de parlementaire democratie.

Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

In het strategisch werkplan 2011–2015 van de Tweede Kamer is opgenomen: «De aandacht voor plaatsing van mindervaliden, gehandicapten en Wajongers in de ambtelijke organisatie blijft onverminderd van kracht.» In 2011 is rijksbreed de structurele quotumregeling voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ingevoerd. De Tweede Kamer volgt deze rijksbrede 1%-regeling. De regeling houdt in dat 1% van het aantal fte beschikbaar wordt gesteld voor werkervaringsplaatsen. In 2013 waren bij de Tweede Kamer 6 medewerkers uit de doelgroep in dienst. Dat is ruim 1%.

Charter Talent naar de Top

In mei 2009 is het Charter Talent naar de Top ondertekend. Naar aanleiding daarvan is een plan van aanpak opgesteld met doelstellingen voor 2011 en voor 2014. De doelstellingen voor 2011, te weten vijf vrouwelijke diensthoofden (25%) en 17 vrouwelijke leidinggevenden (35%), zijn behaald. De realisatie van de doelstelling voor het aantal vrouwen in leidinggevende functies wordt bemoeilijkt door de geringe doorstroom. Op het niveau van diensthoofd heeft de laatste 4 jaar geen enkele verandering plaatsgevonden. Op het niveau van leidinggevenden wel en daar zijn de cijfers gelijk gebleven. Er zijn vele activiteiten, instrumenten en communicatiemiddelen ingezet om bij te dragen aan de bewustwording rondom diversiteit.

Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

A. Algemene doelstelling

Het onder dit artikel opgenomen budget ten behoeve van wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer betreft de kosten van interparlementaire activiteiten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. 4

C. Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijhorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4.1 Wetgeving/controle EK en TK
           

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

(x € 1.000)

2009

2010

2011

2012

2013

2013

2013

Verplichtingen

1.194

1.075

1.067

2.219

1.285

1.561

– 276

                 

Uitgaven:

1.194

1.075

1.067

1.029

1.384

1.561

– 177

4.3

Interparlementaire betrekkingen

0

0

0

1.029

1.384

1.561

– 177

                 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

23

– 23

Interparlementaire betrekkingen heeft betrekking op de volgende onderdelen:

  • uitzending leden naar internationale organisaties;

  • aandeel Nederland in de kosten van interparlementaire organen;

  • contacten tussen de parlementen van het koninkrijk;

  • ontvangst van buitenlandse parlementsleden en delegaties van internationale organisaties;

  • de bijdrage aan de Nederlandse groep van de Interparlementaire Unie (IPU).

E. Toelichting artikelonderdeel

In onderstaand overzicht zijn in meerjarig perspectief (2008–2012) de uitgaven met betrekking tot dit artikel opgenomen. Voorts zijn, afgeleid hiervan, gemiddelden per Kamerzetel (van Eerste en Tweede Kamer) opgenomen. Met ingang van 2009 maken de apparaatskosten van de Griffie Interparlementaire Betrekkingen geen deel meer uit van het gezamenlijk artikel met de Eerste Kamer (artikel 4 «Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer»). Deze uitgaven maken thans onderdeel uit van artikel 3 «Wetgeving en controle Tweede Kamer».

Tabel 4.2 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer (in € 1.000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

Interparlementaire betrekkingen

1.194

1.075

1.067

1.029

1.384

Totaal artikel 4

1.194

1.075

1.067

1.029

1.384

Gemiddeld per zetel (225 zetels)

5

5

5

5

6

2. Niet-beleidsartikel

Artikel 10. Nominaal en onvoorzien

Tabel 10.1 Nominaal en onvoorzien
           

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

(x € 1.000)

2009

2010

2011

2012

2013

2013

2013

Verplichtingen

0

0

0

0

0

– 2.800

2.800

                 

Uitgaven:

0

0

0

0

0

– 2.800

2.800

10.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

10.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

10.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

– 2.800

2.800

De Regeerakkoord taakstelling Rutte-I (inspanningsverplichting voor de Kamer) is bij 1e suppletoire begroting deels gerealloceerd naar artikel 3.1 Apparaat (€ 2,1 mln.) en artikel 4.3 Interparlementaire betrekkingen (€ 0,1 mln.). Het resterende bedrag van € 0,6 mln. wordt door de Kamer niet geaccepteerd omdat dit betrekking heeft op niet-beïnvloedbare politieke artikelen (schadeloosstelling en onkosten Leden en pensioenen en wachtgelden oud-leden).

3. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Artikel 1. Eerste Kamer

1. Rechtmatigheid

De begrotingsuitvoering is in het algemeen rechtmatig verlopen. Dat neemt niet weg dat ten aanzien van een tweetal verplichtingen de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet zijn nageleefd. In totaal betreft dit een bedrag van € 157.745,39. In deze gevallen zijn contracten verlengd terwijl dit niet contractueel was geregeld.

Tussen de aankondiging van de abdicatie van de koningin en de inhuldiging van de koning zat drie maanden. Bij het inkopen van diensten konden daardoor niet altijd de reguliere inkoop- procedures worden gevolgd. De Eerste Kamer acht de uitgaven echter redelijk en rechtmatig. Hierbij beroept de Eerste Kamer zich bovendien op artikel 13 van de Bao (in gelijke zin art. 2.23, lid 1 onder b, van de Aanbestedingswet 2012). De bepaling stelt dat «Europese aanbestedingsregels niet van toepassing zijn indien de uitvoering van een opdracht met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan of wanneer de bescherming van wezenlijke belangen van de Staat zulks vereist».

2. Totstandkoming (niet financiële) informatie

De totstandkoming van de beleidsinformatie in het jaarverslag voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de Rijksbegrotingvoorschriften van het ministerie van Financiën. Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

3. Financieel en materieel beheer

Het financieel en materieel beheer voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Alle documentatie, zowel P & O, Salaris als Financieel, worden beoordeeld vanuit minstens het vier-ogen principe. Hiermee wordt fraude en omissies of fouten voorkomen.

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Werkkostenregeling

De Werkkostenregeling (WKR) is bij de Eerste Kamer ingevoerd per 1 januari 2013.

Betaalsnelheid

Het betaalgedrag is zodanig, dat in 2013 90% van de facturen binnen 30 dagen is betaald.

Artikel 2. Tweede Kamer

Het managementteam van de Tweede Kamer stelt hoge eisen aan het op orde zijn van de bedrijfsvoering in het algemeen en het financieel beheer in het bijzonder. In de afgelopen jaren heeft het digitaliseren van diverse primaire en ondersteunende processen de aandacht gehad. Daarnaast heeft een interne werkgroep geselecteerde werkprocessen opnieuw beoordeeld op doelmatigheid en doeltreffendheid, waarbij kwaliteit en professionaliteit als leidraad dienen.

In het kader van het financieel beheer is de ZBB methode als budgetmethode geïntroduceerd. Door het differentiëren van uitgavencategorieën en het opnieuw bepalen van het benodigd budget, is de besluitvorming ten aanzien van exploitatie, vervanging en investeringen meer geconcentreerd op risicovolle uitgaven.

1. Rechtmatigheid

De begrotingsuitvoering is rechtmatig verlopen; het door de Tweede Kamer ingerichte contractbeheer en contractregister hebben overschrijdingen van de tolerantie voorkomen.

2. Totstandkoming beleidsinformatie

Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan. De Tweede Kamer heeft voor de totstandkoming van de niet-financiële informatie de procedure gevolgd.

3. Financieel en materieelbeheer

Het financieel en materieelbeheer heeft permanent de aandacht van het managementteam en de diensten. Mede door de introductie van de ZBB methode is de kwaliteit van de vervangingsplannen toegenomen en wordt nog meer de nadruk gelegd op het goed functioneren van de bedrijfsmiddelen. Onderhoud en tijdig vervangen van bedrijfsmiddelen wordt structureel steeds professioneler beheerd.

In 2013 is zowel een technische als functionele migratie voorbereid van het financiële informatiesysteem en is een aantal administratieve personele processen gedigitaliseerd. Door het steeds verder digitaliseren van de werkprocessen neemt de afhankelijkheid en daarmee de kwaliteit en beschikbaarheid van de geautomatiseerde systemen toe. In dat kader wordt steeds meer aandacht besteed aan de kwaliteit van het technisch en functioneel beheer. In 2014 wordt het onderzoek van de Auditdienst Rijk naar de beheerorganisatie van de financiële applicaties afgerond. De aanbevelingen van de Auditdienst worden zeer op prijs gesteld. In 2014 wordt een groot deel van de aanbevelingen ingevoerd en wordt extra aandacht besteed aan het autorisatie- en wijzigingenbeheer.

In de afgelopen jaren heeft de controle op de personeelsuitgaven zich toegespitst op de ISAE-3402 verklaring, die wordt verstrekt door de organisatie die de salarisverwerking uitvoert voor de Tweede Kamer. Deze verklaring is slechts een onderdeel binnen het stelsel van (interne) controles om de rechtmatigheid en de juistheid van de uitbetaalde salarissen te garanderen. In 2014 zal op basis van het advies van de Auditdienst Rijk worden beoordeeld of deze verklaring tegemoet komt aan de zekerheidsbehoefte van het managementteam binnen het totale stelsel van interne controlemaatregelen.

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

De Tweede Kamer heeft op veel terreinen een voorbeeldfunctie, mede door wetgeving die op verzoek van de Tweede Kamer tot stand komt. In dat kader staat het thema integriteit, inclusief fraudebestrijding, hoog op de agenda. In 2013 en 2014 wordt een programma uitgevoerd om iedereen (opnieuw) bewust te maken van onze positie en het omgaan met integriteitsdilemma’s. Door het aanstellen van vertrouwenspersonen en het invoeren van procedures wordt dit binnen de reguliere bedrijfsvoering geborgd.

Het jaar 2013 heeft het Audit Committee gebruikt om het eigen functioneren, zoals bedoeld in artikel 6 van de Regeling Audit Comittees 2012, te beoordelen. De discussie richtte zich voornamelijk op de huidige taak, de samenstelling en de ontwikkeling richting de toekomst. In 2013 zijn geen reguliere bijeenkomsten gehouden. De evaluatie wordt begin 2014 afgerond.

C. Jaarrekening

1. De verantwoordingsstaat 2013 van Staten-Generaal (IIA)

   

-1-

     

-2-

 

3=(2–1)

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(+ = tekortschietend t.o.v. geraamd bedrag)

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

 

135.894

2.954

 

138.510

5.056

 

2.616

– 2.102

                   

 

Beleidsartikelen

                 

1

Wetgeving en controle EK

11.434

11.434

79

11.844

11.807

204

410

373

– 125

2

Uitgaven tbv (oud) leden Tweede Kamer en leden EP

31.915

31.915

86

29.890

29.890

86

– 2.025

– 2.025

0

3

Wetgeving/controle TK

93.784

93.784

2.766

97.690

95.429

4.766

3.906

1.645

– 2.000

4

Wetgeving/controle EK en TK

1.561

1.561

23

1.285

1.384

0

– 276

– 177

23

                     
 

Niet beleidsartikelen

                 

10

Nominaal en onvoorzien

– 2.800

– 2.800

0

0

0

0

2.800

2.800

0

2. De saldibalans

Saldibalans per 31 december 2013 van de Staten-Generaal (IIA)
(Bedragen x € 1.000)

Activa

     

Passiva

   
   

31–12-’13

31–12-’12

     

31–12-’13

31–12-’12

                 

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

138.510

147.213

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

5.056

6.904

                 

3)

Liquide middelen

26

27

         
                 

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

131.369

137.955

               

         

5)

Begrotingsreserves

0

0

                 
                 

6)

Uitgaven buiten

214

252

 

7)

Ontvangsten buiten

2.325

2.633

 

begrotingsverband

       

begrotingsverband

   
 

(=intra-comptabele

       

(=intra-comptabele

   
 

vorderingen)

       

schulden)

   
                 

8)

Kas-transverschillen

0

0

         
                 
 

subtotaal

138.750

147.492

   

subtotaal

138.750

147.492

                 

9)

Openstaande rechten

0

0

 

9a)

Tegenrekening

0

0

           

openstaande rechten

   
                 

10)

Extra-comptabele vorderingen

3.850

238

 

10a)

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

3.850

238

                 
                 
                 

11a)

Tegenrekening extra-comptabele schulden

0

0

 

11)

Extra-comptabele schulden

0

0

                 

12)

Voorschotten

48.362

103.689

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

48.362

103.689

                 

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

10.617

8.579

 

13)

Garantieverplichtingen

10.617

8.579

                 

14a)

Tegenrekening openstaande verplichtingen

7.217

6.522

 

14)

Openstaande verplichtingen

7.217

6.522

                 

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

                 
                 
 

TOTAAL

208.796

266.520

   

TOTAAL

208.796

266.520

Toelichting op de saldibalans van de Staten-Generaal (IIA) over het jaar 2013

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten 2013

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is het saldo contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:

(Bedragen x € 1)

Eerste Kamer

439

Tweede Kamer

25.719

Totaal

26.158

Ad 4. Rekening-courant RHB

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Het opgenomen bedrag is in overeenstemming met het saldobiljet van genoemd departement.

Ad 6. Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen x € 1)

a

Eerste Kamer

22.976

b

Tweede Kamer

191.141

 

Totaal

214.117

Ad a.

De vorderingen van de Eerste Kamer bestaan voornamelijk uit de reguliere debiteuren (€ 7.960) en uit verstrekte voorschotten in het kader van de buitenlandse dienstreizen (€ 13.299).

Ad b.

De vorderingen van de Tweede Kamer bestaan voornamelijk uit verstrekte voorschotten in het kader van de buitenlandse dienstreizen (€ 184.689).

Ad 7. Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

Het bedrag aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen x € 1)

a

Eerste Kamer

167.872

b

Tweede Kamer

2.157.392

 

Totaal

2.325.264

Ad a.

De schulden van de Eerste Kamer bestaan voornamelijk uit de afdrachten loonbelasting (€ 160.425).

Ad b.

De schulden van de Tweede Kamer bestaan voornamelijk uit de afdrachten loonbelasting (€ 2.145.074).

Ad 10. Extra-comptabele vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:

(Bedragen x € 1)

a Eerste Kamer

13.056

b Tweede Kamer

3.837.444

Totaal

3.850.500

Ad a.

Het saldo van de Eerste Kamer betreft een vordering op de Belastingdienst betreffende een teruggave van de AOF-premie.

Ad b.

Het saldo van de Tweede Kamer bestaat uit vorderingen op eigen personeel en terugbetaling van aan de fractie verstrekte voorschotten (€ 3.691.227). Verder is opgenomen een vordering op de Belastingdienst betreffende een teruggave van de AOF-premie (€ 146.216).

Ad 12. Extra-comptabele voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening extra-comptabele voorschotten

De saldi van de per 31 december 2013 openstaande voorschotten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Stand openstaande voorschotten per 31 december 2013:

(Bedragen x € 1)

a Eerste Kamer

762.162

b Tweede Kamer

47.599.627

Totaal

48.361.789

Toelichting stand openstaande voorschotten:

Ad a.

Het saldo van de Eerste Kamer bestaat uit verstrekte voorschotten aan de fractie-ondersteuning (€ 388.179), SDU (€ 100.000) en aan Loyalis (€ 273.982).

Ad b.

Het saldo van de Tweede Kamer bestaat voornamelijk uit verstrekte voorschotten aan de fracties (€ 26.564.184) en aan Loyalis (€ 20.121.689).

Specificatie afgerekende voorschotten in 2013:

(Bedragen x € 1)

a Eerste Kamer

555.280

b Tweede Kamer

93.973.828

Totaal

94.529.108

Ad 13. Openstaande garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening openstaande garantieverplichtingen

Het bedrag aan openstaande garantieverplichtingen is als volgt opgebouwd:

(Bedragen x € 1)

Garanties per 1 januari 2013

   

8.579.457

 

Verleende garanties

   

2.459.197

+

     

11.038.654

 

Tot betaling gekomen in 2013

421.423

     

Vervallen garanties

0

     
     

421.423

-/-

Totaal openstaande garanties per 31 december 2013

10.617.231

 

De garanties van de Tweede Kamer vloeien voort uit het gestelde in de regeling «Tegemoetkoming in de kosten van de fracties».

Ad 14. Openstaande verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

Het bedrag aan openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

(Bedragen x € 1)

Verplichtingen per 1 januari 2013

6.521.572

 

Aangegane verplichtingen in 2013

 

140.708.259

+/+

   

147.229.831

 

Tot betaling gekomen in 2013

138.507.874

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

1.504.613

   
   

140.012.487

-/-

Totaal openstaande verplichtingen per 31 december 2013:

7.217.344

 

D. TOPINKOMENS

Bezoldiging

Voor de Hoge Colleges van Staat heeft de publicatieplicht die voorkomt uit artikel 4.1 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Wnt), betrekking op de onderstaande topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen. Dit geldt op grond van artikel 4.2. Wnt eveneens voor onderstaande functionarissen wier bezoldiging in het verslagjaar, na herrekening naar een voltijds dienstverband op jaarbasis, meer bedroeg dan het wettelijke bezoldigingsmaximum. Bij functionarissen wordt de naam niet vermeld en worden ingevolge artikel 4.2, zesde lid, tussen haken de gegevens over het voorafgaande boekjaar vermeld. Voor leden van de TMG wordt verwezen naar het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen

Naam orgaan of instelling waar functie wordt bekleed

Functie(s)

Aard van de functie

Naam

Beloning (in €)

Belastbare vaste en variabele onkosten-vergoeding (in €)

Werkgeversdeel van voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn (in €)

Datum aanvang dienstverband in het boekjaar(indien van toepassing)

Datum einde dienstverband in het boekjaar(indien van toepassing)

Omvang dienstverband

(in FTE)

Interim

Motiveringoverschrijding norm(indien van toepassing)

HCvS/Eerste Kamer der Staten-Generaal

Griffier

topfunctionaris

Dhr. G.J.A. Hamilton

125.985

4.800

22.263

1

nvt

nvt

HCvS/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Griffier

topfunctionaris

Mevr. J.E. Biesheuvel-Vermeijden

145.103

4.800

27.842

1

nvt

nvt

                       

Overige functionarissen van wie de bezoldiging de norm overschrijdt

                     

Naam orgaan of instelling waar functie wordt bekleed

Functie(s)

Beloning (in €)

Belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding (in €)

Werkgeversdeel van voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn (in €)

Datum aanvang dienstverband in het boekjaar(indien van toepassing)

Datum einde dienstverband in het boekjaar (indien van toepassing)

Omvang dienstverband

Interim

Motiveringoverschrijding norm

       

EK/TK

         

Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband

                 
Topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen

Naam orgaan of instelling waar functie werd bekleed

Laatste Functie

Aard van de Functie

Naam

Eerdere Functie(s) tijdens dienstverband

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband (in €)

Jaar van beëindiging dienstverband

Interim

Motivering overschrijding norm(indien van toepassing)

EK/TK

nvt

             

Overige functionarissen

                 

Naam orgaan of instelling waar functie werd bekleed

Laatste Functie

Eerdere Functie(s) tijdens dienstverband

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband (in €)

Jaar van beëindiging dienstverband

Interim

Motivering overschrijding norm

EK/TK

nvt

         
               
               

De minister van BZK heeft bij brief van 27 februari 2014 aan de Tweede Kamer laten weten dat hij een ministeriële regeling over de WNT (inclusief beleidsregels toepassing WNT) heeft opgesteld. In de begeleidende brief is aangegeven dat het niet mogelijk is gebleken een sluitende oplossing te vinden voor de uitvoeringsproblematiek ten aanzien van de vermelding van de gegevens over personen die anders dan op grond van een dienstbetrekking een functie vervullen als niet-topfunctionaris (externe niet-topfunctionarissen). De minister van BZK stelt daarom voor het verslagjaar 2013 als gedragslijn voor dat niet volledig aan de verplichting tot openbaarmaking kan en hoeft te worden voldaan. De Hoge Colleges van Staat hebben overeenkomstig deze gedragslijn uitvoering gegeven aan de WNT. Dit leidt tot een onzekerheid in de verantwoording vanwege het ontbreken van een praktisch toepasbare normstelling voor dit onderdeel van het WNT-overzicht. De onzekerheid betreft uitsluitend het achterwege blijven van de vermelding van de gegevens over externe niet-topfunctionarissen.