Gepubliceerd: 6 mei 2015
Indiener(s): van Schultz Haegen-Maas Geesteranus
Onderwerpen: bodem natuur en milieu
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33839-7.html
ID: 33839-7
Origineel: 33839-2

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 6 mei 2015

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerst lid, onderdeel b, vervallen «, en de in artikel 22, eerste lid, bedoelde authentieke modellen» en «respectievelijk authentiek model».

2. In het derde lid, onderdeel a, vervalt: of model.

B

Artikel 41 komt te luiden:

Voor zover een krachtens artikel 9 aangewezen brondocument dat de grondslag vormt voor een gegeven over een verkenning als bedoeld in artikel 19, ontstaat in het kader van de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van een werk waarvoor een bronhouder schriftelijk opdracht heeft verleend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de krachtens artikel 9 gegeven bepalingen tot aanwijzing van dat brondocument, zijn de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 11, niet van toepassing tot drie jaar na dat tijdstip.

Toelichting

Onderdeel A

Deze wijziging bewerkstelligt dat wanneer het wenselijk is om een ander model in de basisregistratie ondergrond op te nemen dan de modellen die in artikel 22 reeds worden genoemd, dat niet bij algemene maatregel van bestuur kan gebeuren. Hiervoor is een wetswijziging vereist. Artikel 23 beoogt de ruimte te bieden om de basisregistratie ondergrond stapsgewijs door te ontwikkelen en bij algemene maatregel van bestuur aanvullende (authentieke) gegevens aan te wijzen voor opname in de registratie ondergrond. Hieraan kan behoefte bestaan, omdat op voorhand nog niet van ieder in de basisregistratie op te nemen registratieobject bekend is welke kennisbehoefte er in de praktijk ten aanzien van dat object bestaat. Een volledig inzicht hierin ontstaat steeds pas bij de totstandkoming van de gegevensdefinities van registratieobjecten. Het aanwijzen van eventueel ontbrekende gegevens bij algemene maatregel van bestuur voorkomt dan dat bij de vulling van de basisregistratie ondergrond aanzienlijke vertragingen kunnen ontstaan. Deze werkwijze gaat echter niet op voor modellen. De noodzaak tot het opnemen van een geheel nieuw model in de basisregistratie ondergrond hangt niet samen met een goede werking van de basisregistratie ondergrond. De besluitvorming hiertoe doorloopt een ander proces dan de besluitvorming rondom gegevensdefinities met betrekking tot registratieobjecten. Er is daarom geen reden om nieuwe modellen bij algemene maatregel van bestuur aan te kunnen wijzen.

Onderdeel B

Artikel 41 bevat een overgangsperiode voor brondocumenten die de grondslag vormen voor verkenningen waarvoor reeds schriftelijk opdracht is verleend op het moment dat daarop de aanleververplichting aan de basisregistratie ondergrond van toepassing wordt. Deze wijziging houdt verband met het feit dat de brondocumenten met betrekking tot de registratieobjecten die in de basisregistratie ondergrond zullen worden opgenomen, in verschillende tranches zullen worden aangewezen. De overgangsperiode geldt daarom vanaf het tijdstip dat de algemene maatregel van bestuur waarin het desbetreffende brondocument wordt aangewezen, in werking treedt. De overgangsperiode zelf is daarbij aangepast van vijf naar drie jaar. Dit is gedaan omdat tussen het moment waarop voor bronhouders bekend wordt welke brondocumenten in de basisregistratie ondergrond zullen worden opgenomen en het moment van aanwijzing en inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur reeds een invoeringstermijn zal worden gehanteerd. Bij elkaar genomen zullen bronhouders dan voldoende tijd hebben om zich op de aanleververplichting van het brondocument voor te bereiden.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus