Gepubliceerd: 26 juni 2013
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen: bestuur gemeenten
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33681-3.html
ID: 33681-3

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

I Algemeen

Dit wetsvoorstel voorziet in een verlenging van de zittingsduur van de gemeenteraden van gemeenten waarin een herindeling per 1 januari 2015 wordt beoogd. Door middel van dit wetsvoorstel wordt voorkomen dat in de gemeenten die met ingang van die datum worden heringedeeld binnen één jaar tweemaal verkiezingen voor de gemeenteraad worden gehouden; de reguliere gemeenteraadsverkiezing in maart 2014 en de tussentijdse raadverkiezing, die ingevolge artikel 52 van de Wet algemene regels herindeling (hierna: wet Arhi) in verband met de herindeling moet worden gehouden en in het najaar van 2014 zal plaatsvinden.

Een afzonderlijke wet tot verlenging van de zittingsduur van de gemeenteraden die betrokken zijn bij een herindeling is nodig, omdat de reguliere raadsverkiezingen van maart 2014 plaatsvinden voordat wetsvoorstellen voor gemeentelijke herindelingen tot wet zijn verheven en in werking treden. De inwerkingtreding van een herindelingswet vindt doorgaans plaats in juli of uiterlijk de eerste helft van september voorafgaand aan het jaar van herindeling. Dat is ruim nadat de reguliere gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden.

Dit wetsvoorstel wordt niet tegelijkertijd met de wetsvoorstellen voor de gemeentelijke herindeling ingediend. Om deze reden wordt in dit wetsvoorstel dan ook niet naar de concrete gemeenten verwezen. In plaats daarvan is een meer algemene bepaling opgenomen dat de reguliere raadsverkiezing niet plaatsvindt in gemeenten waarvoor een wetsvoorstel tot herindeling aanhangig wordt gemaakt bij de Tweede Kamer in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2013. In verband met de te volgen procedure, die in de wet Arhi is voorgeschreven, kunnen herindelingswetsvoorstellen vaak pas vanaf medio oktober-november bij de Tweede Kamer worden ingediend. In combinatie met een uitstelwet is dit tamelijk laat. Gemeenten zijn dan gedwongen de wettelijk verplichte voorbereidingen van de reguliere gemeenteraadsverkiezingen in gang te zetten, terwijl deze hoogstwaarschijnlijk niet plaatsvinden. De algemene benadering van dit wetsvoorstel biedt een mogelijkheid om deze situaties te voorkomen. Op het moment dat deze uitstelwet in werking is getreden en het voorstel voor herindeling aanhangig wordt gemaakt bij de Tweede Kamer staat vast dat de verkiezingen worden uitgesteld. Het moment van indiening van een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer is een logisch moment om te bepalen dat de zittingsduur van de raden wordt verlengd. Het is het eerste officiële moment waarbij een wetsvoorstel in de openbaarheid wordt gebracht.

De wettelijk verplichte voorbereidingen van de aankomende reguliere gemeenteraadsverkiezingen vangen aan met de (sluiting van de) registratie van politieke partijen op 12 december 2013.1 Het heeft daarom de voorkeur dat het onderhavige wetsvoorstel vóór deze datum in werking treedt.

Het is van belang dat ook de herindelingsvoorstellen tijdig, en uiterlijk voor het einde van het kalenderjaar, bij de Tweede Kamer worden ingediend. Indien het onderhavige wetsvoorstel in werking is getreden blijkt op het moment dat een wetsvoorstel tot herindeling vóór 1 januari 2014 wordt ingediend dat in de her in te delen gemeente geen reguliere raadsverkiezingen plaatsvinden. De regering spant zich dan ook in de voorstellen voor herindeling tijdig bij de Tweede Kamer in te dienen, zo mogelijk vóór 1 december 2013. Dat is ruim voor de sluiting van de termijn voor registratie van politieke groeperingen.

Om een indicatie te geven van de gemeenten waar het hierbij om gaat, volgt hieronder een opsomming van gemeenten waarvoor een herindelingprocedure is gestart:

  • Groesbeek, Millingen en Ubbergen (Gelderland);

  • Alkmaar, Graft- De Rijp, Schermer (Noord-Holland);

  • Bernisse en Spijkenisse (Zuid-Holland).

In het nader rapport en tijdens de parlementaire behandeling van de voorgaande uitstelwet2 is aangegeven dat ernaar zou worden gestreefd om vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 een meer algemene regeling inzake de verlenging van de zittingsduur in de wet Arhi op te nemen. Hierdoor zou de voorbereiding en indiening van een dergelijk nieuw wetsvoorstel iedere vier jaar niet meer nodig zijn. Het is echter niet mogelijk gebleken de benodigde wijziging van de wet Arhi voor deze streefdatum te realiseren. Het streven is er niettemin op gericht een dergelijke regeling voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 alsnog tot stand te brengen.

II Artikelsgewijs

Artikel 1

De definitie van een herindelingsgemeente in dit wetsvoorstel omvat die gemeenten waarvoor een voorstel van wet tot herindeling wordt ingediend bij de Tweede Kamer in de periode tussen 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2013. In deze gemeenten vindt de reguliere raadsverkiezing niet plaats en wordt de zittingsduur van de gemeenteraden verlengd tot na de herindelingverkiezingen.

De verlenging van de zittingsduur heeft alleen betrekking op raden in gemeenten waar blijkens de herindelingswet een tussentijdse verkiezing ingevolge artikel 52 van de wet Arhi moet worden gehouden. Niet alle gemeenten waarvan de grens bij een herindelingswet wordt gewijzigd, hoeven tussentijdse verkiezingen te houden. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een herindeling gepaard gaat met een kleine grenscorrectie in een aanliggende gemeente. In de gemeente die alleen bij de grenscorrectie is betrokken bestaat er geen noodzaak de reguliere verkiezingen uit te stellen.

Artikel 2

Dit artikel regelt in het eerste lid dat de reguliere gemeenteraadsverkiezing voor een herindelingsgemeente niet plaatsvindt. Om aan te geven om welke verkiezing het gaat is verwezen naar de dag van kandidaatstelling, bedoeld in artikel F 1, eerste lid, van de Kieswet. Normaliter zou in dit wetsvoorstel de exacte datum van kandidaatstelling zijn opgenomen. Echter, in verband met de bij de Eerste Kamer aanhangige wijziging van de Kieswet3 is ervoor gekozen het eerste lid zodanig te formuleren dat het noemen van de exacte datum niet nodig is. Bij inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M en AU, van dit wetsvoorstel tot wijziging van Kieswet zal de datum van kandidaatstelling namelijk verschuiven van 21 januari 2014 naar 3 februari 2014. Door middel van de gekozen formulering kan een samenloopbepaling achterwege blijven.

Het tweede lid ziet erop dat de zittingsperiode van de thans zitting hebbende raden van de her in te delen gemeenten wordt verlengd tot 1 januari 2015.

Artikel 3

Dit artikel heeft betrekking op de situatie dat een of meer van de betrokken herindelingsvoorstellen niet of niet tijdig, dat wil zeggen niet uiterlijk 18 september 2014, in werking zijn getreden. In dat geval zullen alsnog gemeenteraadsverkiezingen moeten plaatsvinden, aangezien de reguliere verkiezingen zijn uitgesteld. In dit artikel wordt geregeld dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de situatie zoals deze zou zijn indien er wel herindelingverkiezingen zouden worden gehouden.

De kandidaatstelling voor de verkiezingen van de leden van de betreffende gemeenteraden vindt plaats op 6 oktober 2014. Bij de keuze voor deze datum is enerzijds aangesloten bij wat gebruikelijk was in eerdere wetten ter verlenging van de zittingsduur van gemeenteraden. Daarnaast is rekening gehouden met het amendement van het lid Heijnen bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Kieswet4, waarmee in artikel 55, tweede lid, van de wet Arhi wordt bepaald dat de datum van kandidaatstelling voor een herindelingverkiezing plaatsvindt op de maandag in de periode van 5 tot en met 11 oktober voorafgaand aan de datum van herindeling.

Voor de in het eerste lid beschreven situatie wordt in het tweede lid een aantal termijnen verkort, onder meer betreffende de registratie van de aanduidingen van politieke groeperingen. De laatstgenoemde verkorting vloeit voort uit het feit dat krachtens artikel 2, tweede lid, de leden van de betrokken gemeenteraden op 1 januari 2015 aftreden. De verkorting van de termijnen komt overeen met de verkorting van termijnen die gebruikelijk is bij tussentijdse raadverkiezingen vanwege gemeentelijke herindelingen. In het geval van herindelingverkiezingen komt de bevoegdheid tot verkorting van de termijnen ingevolge artikel 55, derde lid, van de wet Arhi toe aan gedeputeerde staten.

De zittingsduur van de op grond van deze bepaling te kiezen gemeenteraden eindigt tegelijk met de zittingsduur van de raden die in maart 2014 worden gekozen. Daarmee zal de zittingsduur van die raden ongeveer 9 maanden korter zijn dan de raden die bij de reguliere verkiezingen zijn gekozen.

Artikel 4

Het wetsvoorstel voorziet in een vervaldatum per 1 januari 2019. Bij toepassing van artikel 3, wordt in het derde lid van dat artikel bepaald dat de raad die dan gekozen wordt, zitting heeft tot medio maart 2018. Daarna kan deze wet vervallen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk