Kamerstuk 33402-21

Derde nota van wijziging

Dossier: Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2013)

Gepubliceerd: 13 november 2012
Indiener(s): Frans Weekers (staatssecretaris financiƫn) (VVD)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33402-21.html
ID: 33402-21
Origineel: 33402-2

Nr. 21 DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 november 2012

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Artikel III, onderdeel E, vervalt.

2

Na artikel VIIc worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIId

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van hoofdstuk V, afdeling 4, komt te luiden: Accijnsgoederen, andere dan tabaksproducten.

B

Artikel 28 vervalt.

ARTIKEL VIIe

De Wet op de accijns wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 76, eerste en tweede lid, vervalt «en omzetbelasting».

B

Artikel 77 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde en vierde lid vervalt «en omzetbelasting».

2. In het vijfde lid vervalt telkens «en omzetbelasting».

ARTIKEL VIIf

1. Op verzoek wordt teruggaaf verleend van omzetbelasting die is geheven van tabaksproducten als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de accijns die bij aanvang van 1 juli 2013 tot de handelsvoorraad behoren van ondernemers die handelen in tabaksproducten. Met betrekking tot de teruggaaf is artikel 31 van de Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing.

2. Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld inzake de toepassing van dit artikel.

3

In artikel XI wordt na het eerste lid, onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen VIId, VIIe en VIIf in werking met ingang van 1 juli 2013.

Toelichting

I. Algemeen

Deze nota van wijziging strekt ertoe de per 1 januari 2013 voorziene verhoging van de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling geen doorgang te doen vinden en de systematiek van de btw-heffing op tabaksproducten te wijzigen.

Werkkostenregeling

In het wetsvoorstel is voorzien in een verhoging van de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling met 0,1%-punt per 1 januari 2013. Ingevolge het regeerakkoord zou deze verhoging met ingang van 1 januari 2014 weer worden teruggedraaid. Deze nota van wijziging strekt ertoe de per 1 januari 2013 voorziene verhoging geen doorgang te laten vinden. Het niet door laten gaan van deze verhoging per 1 januari 2013 is enerzijds ingegeven doordat uit de evaluatie van de werkkostenregeling is gebleken dat het effect van een dergelijke verhoging op het aantal werkgevers waarvoor de forfaitaire ruimte dan toereikend wordt vrijwel ontbreekt. Anderzijds wordt daarmee voorkomen dat de forfaitaire ruimte in het ene jaar wordt verhoogd en in het andere jaar weer wordt verlaagd. Het met deze wijziging per 1 januari 2013 vrijkomende budgettaire beslag wordt mede ingezet als dekking voor de eveneens in deze nota van wijziging opgenomen wijziging van de heffingssystematiek van de btw op tabaksproducten.

Btw-heffing op tabaksproducten

De omzetbelasting (btw) van tabaksproducten wordt thans geheven als ware de btw een accijns. Dit houdt in dat de belasting eenmalig wordt verschuldigd op het moment dat de tabaksproducten worden uitgeslagen tot verbruik. De heffing van de btw geschiedt tegelijkertijd met de accijns en wordt voldaan door de fabrikant of importeur van de tabaksproducten. Deze heffing van de btw geschiedt op basis van de prijs die is vermeld op de accijnszegel die is aangebracht op de kleinhandelsverpakking.

Ingevolge deze nota van wijziging wordt de btw van tabaksproducten voortaan op dezelfde wijze geheven als dat deze op andere producten wordt geheven. De koppeling met de accijnsheffing wordt daarmee losgelaten.

De heffing van de accijns blijft overigens ongewijzigd en de accijns wordt ook na de wijziging afgedragen door de fabrikant of importeur van de tabaksproducten.

Omdat de koppeling tussen de heffing van de btw en de accijns komt te vervallen, wordt de Wet op de accijns dienovereenkomstig aangepast. De verplichting om naast de accijns ook voor de btw zekerheid te stellen, komt daardoor te vervallen. Tevens komt de aansprakelijkheid voor de btw in de Wet op de accijns te vervallen.

Als ingangsdatum van deze wijziging geldt 1 juli 2013.

Bij de ingang van deze maatregel moet worden voorzien in een overgangsregeling waardoor een dubbele heffing wordt voorkomen voor tabaksproducten die in voorraad zijn bij de groot- en kleinhandel. Om de administratieve lasten voor de desbetreffende ondernemers en de Belastingdienst zo beperkt mogelijk te houden, is gekozen voor teruggaaf van btw over de tabaksproducten die tot de handelsvoorraden behoren die worden aangehouden door ondernemers. Dit betekent dat teruggaaf wordt verleend voor het bedrag aan btw dat begrepen is in de kleinhandelsprijs die is vermeld op de accijnszegels van de bij de aanvang van 1 juli 2013 in voorraad zijnde tabaksproducten. Deze teruggaaf – waarvoor de voorwaarden en beperkingen waaraan het verzoek om teruggaaf is onderworpen in een ministeriële regeling zal worden uitgewerkt – wordt op verzoek verleend en geschiedt met toepassing van de bepalingen van artikel 31 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968).

Budgettaire gevolgen

De overgang van het huidige btw-systeem naar het reguliere btw-systeem betekent een eenmalige derving in 2013 van € 67 miljoen. Deze derving ontstaat omdat de btw-ontvangsten door de overheid in 2013 een vertraging oplopen van gemiddeld een maand.

De dekking geschiedt door het eveneens in deze nota van wijziging opgenomen achterwege laten van de in het wetsvoorstel voorziene verhoging van de forfaitaire ruimte in de werkkostenregeling. Dit leidt tot een eenmalige opbrengst van € 100 miljoen.

EU-aspecten

Aan deze nota van wijziging zijn als zodanig geen bijzondere EU-aspecten verbonden. Wel kan nog worden opgemerkt dat in Nederland van oudsher btw van tabaksproducten wordt geheven als ware deze een accijns. Bij de totstandkoming in het verleden van de dwingende zogenoemde Zesde btw-richtlijn is het onder meer Nederland toegestaan door middel van een standstillbepaling die systematiek te handhaven. Door de thans in deze nota van wijziging opgenomen systeemwijziging – waardoor het reguliere op de btw-richtlijn gebaseerde systeem zal worden toegepast – vervalt deze toenmalige «Brusselse» toestemming. Indien Nederland in de toekomst toch weer de oude systematiek zou willen invoeren, zal daarvoor dan de in de btw-richtlijn vastgelegde procedure tot het verkrijgen van een «derogatie» moeten worden ingezet.

Het in deze nota van wijziging opgenomen recht op teruggaaf van btw over de op 1 juli 2013 tot de handelsvoorraad behorende tabaksproducten is niet geheel in lijn met de letterlijke tekst van de btw-richtlijn. De voorziene teruggaaf is echter noodzakelijk om te voorkomen dat de btw gaat cumuleren. Daarmee is deze teruggaaf wel in lijn met het beoogde doel en het neutraliteitsbeginsel van de richtlijn.

Gevolgen voor burgers en bedrijfsleven

De groothandel en detailhandel hebben net als andere ondernemers vanaf 1 juli 2013 recht op vooraftrek van de btw. Per detailhandelaar (tabakspeciaalzaak, supermarkt en tankshops) is het eenmalige financieringsvoordeel dat zij verkrijgen door de teruggaaf van btw ongeveer € 5000. Dit is de btw die nu gemiddeld in de voorraden zit die deze detailhandelaren aanhouden. Het jaarlijkse rentevoordeel over dit financieringsvoordeel is afhankelijk van de rentevoet. Bij een veronderstelde gemiddelde kredietfaciliteit à 4% gaat het dan om een voordeel van jaarlijks € 200.

Een groot deel van de ondernemers die in tabak handelen moet al voor andere goederen het reguliere btw-systeem toepassen. Daarom leidt de voorgestelde wijziging naar verwachting tot een relatief geringe stijging van de administratieve lasten bij deze groep ondernemers. Tezamen genomen met de administratieve lasten voor ondernemers die nieuw in de btw worden betrokken nemen de administratieve lasten toe met € 0,35 miljoen.

Uitvoeringskosten

De overgang van het huidige systeem naar het reguliere btw-systeem leidt bij de Belastingdienst tot eenmalige aanpassingskosten van € 1 miljoen. Daarnaast vereist deze overgang extra werkzaamheden bij de Belastingdienst in de sfeer van behandeling van aangiften btw, toezicht op juiste toepassing van de btw-regelgeving alsmede opsporingsactiviteiten met het oog op de kans op btw-fraude. De hiermee gemoeide kosten bedragen € 1 miljoen structureel. De dekking van deze kosten wordt bezien bij de voorjaarsnota 2013.

II. Onderdeelsgewijs

Onderdeel 1

Artikel III, onderdeel E (artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964)

De in het wetsvoorstel opgenomen verhoging van de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling wordt teruggenomen. Ter voorkoming van misverstanden wordt opgemerkt dat deze aanpassing geen gevolgen heeft voor de uit de Wet uniformering loonbegrip voortvloeiende verhoging van de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling per 1 januari 2013. Het percentage wordt met ingang van 1 januari 2013 derhalve gesteld op 1,5.

Onderdeel 2

Artikel VIId (hoofdstuk V, afdeling 4, en artikel 28 van de Wet op de omzetbelasting 1968)

In artikel 28 van de Wet OB 1968 is van oudsher geregeld dat de heffing van de btw op tabaksproducten plaatsvindt overeenkomstig de regels van de accijnswetgeving.

Ingevolge deze nota van wijziging vervalt dit artikel 28 waardoor de heffing van de btw op tabaksproducten – met ingang van 1 juli 2013 – overeenkomstig de reguliere systematiek van (gefractioneerde) heffing van btw plaatsvindt. Dit geldt zowel voor levering, de invoer en de intracommunautaire leveringen en verwervingen van deze producten.

In verband met het vervallen van genoemd artikel 28 van de Wet OB 1968 dient om redactionele redenen ook het opschrift van de vierde afdeling van het vijfde hoofdstuk van die wet te worden aangepast.

Artikel VIIe (artikelen 76 en 77 van de Wet op de accijns)

In artikel 76, eerste en tweede lid, van de Wet op de accijns wordt bepaald dat degene die accijnszegels aanvraagt zekerheid moet stellen voor het bedrag aan accijns en btw dat die accijnszegels vertegenwoordigen.

In artikel 77, derde lid, van de Wet op de accijns wordt geregeld dat degene die accijnszegels aanvraagt, vanaf het moment dat de aanvrager de accijnszegels in ontvangst neemt op het distributiepunt, aansprakelijk is voor het bedrag aan accijns en btw dat de zegels vertegenwoordigen. In het vierde lid van dat artikel 77 staat dat de aanvrager bij vermissing van de accijnszegels dit bedrag aan accijns en btw moet betalen. In het vijfde lid van dat artikel wordt bepaald dat het bedrag aan accijns en btw bij voor bezwaar vatbare beschikking wordt vastgesteld door de inspecteur.

Omdat de heffing van de btw ingevolge deze nota van wijziging niet meer zal geschieden overeenkomstig de regels voor de heffing van de accijns, wordt voorgesteld dat degene die accijnszegels aanvraagt, geen zekerheid meer hoeft te stellen voor het bedrag aan btw dat door de accijnszegels vertegenwoordigd wordt en hier ook niet meer aansprakelijk voor is. De aanvrager van accijnszegels hoeft immers niet meer bij de uitslag tot verbruik van de tabaksproducten het in de kleinhandelsprijs van de tabaksproducten begrepen bedrag aan btw te betalen, maar alleen de btw die hij zelf in het kader van het reguliere btw-systeem is verschuldigd.

Artikel VIIf (overgangsrecht)

Artikel VIIf voorziet in een overgangsregeling voor de overgang van het huidige btw-systeem voor tabaksproducten naar het reguliere btw-systeem. Een dergelijke overgangsmaatregel is onder meer noodzakelijk omdat er bij de groot- en detailhandel op de ingangsdatum tabaksproducten tot de handelsvoorraad behoren, waarover op grond van artikel 28 van de Wet OB 1968 al btw is afgedragen. Meestal zal dit zijn gebeurd door de tabaksfabrikanten bij het moment van uitslag. Vanaf de datum van ingang van de systeemwijziging is door de groothandel en de detailhandel wel btw verschuldigd over de leveringen aan hun afnemers van deze in voorraad zijnde «oude» producten. Om dubbele heffing te voorkomen wordt – zoals in de algemene toelichting is aangegeven – een recht op teruggaaf voorgesteld voor de btw die al is begrepen (en afgedragen) in de tabaksproducten die tot de handelsvoorraad behoren bij aanvang van 1 juli 2013. Daarmee wordt deze voorraad conform de reguliere systematiek in de btw met een aftrekrecht voor ondernemers «belastingvrij» gemaakt. Als deze «oude» producten na ingang van de systeemwijziging worden geleverd, is de leverancier conform de reguliere systematiek btw verschuldigd. Voor dit recht op teruggaaf zullen de betrokken tabakshandelaren overeenkomstig de in artikel 31 van de Wet OB 1968 opgenomen procedure ter zake een verzoek kunnen indienen.

Dat op de teruggaaf de voor de btw geldende bepalingen van toepassing zijn, betekent onder meer dat bij onjuiste verzoeken om teruggaaf naheffing kan plaats vinden op grond van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

In het tweede lid van dit artikel VIIf wordt geregeld dat bij ministeriële regeling nadere voorwaarden en beperkingen kunnen worden gesteld waaraan het verzoek om teruggaaf is onderworpen.

Onderdeel 3

Artikel XI (inwerkingtreding)

Ingevolge het in artikel XI in te voegen tweede lid treedt de voorziene wijziging van de heffingssystematiek voor de btw op tabaksproducten in werking met ingang van 1 juli 2013.

De staatssecretaris van Financiën, F. H. H. Weekers