Kamerstuk 33400-VI-94

Reactie op het rapport 'Erven zonder financiële zorgen'van de Radboud Universiteit en Netwerk Notarissen

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2013

Gepubliceerd: 7 maart 2013
Indiener(s): Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiën
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33400-VI-94.html
ID: 33400-VI-94

Nr. 94 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 maart 2013

In deze brief geef ik een reactie op het rapport «Erven zonder financiële Zorgen» van het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen (hierna: het rapport). Hiermee geef ik uitvoering aan de Toezegging die ik heb gedaan in de beantwoording van de vragen van de Kamerleden Omtzigt en Oskam van 22 oktober 2012 (Aanhangsel Handelingen II, 2012/2013, nr. 644) en beantwoord ik het verzoek van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie van 24 oktober 2012.

In het rapport wordt naar aanleiding van diverse mediaberichten die het afgelopen jaar zijn verschenen over erfgenamen die in financiële problemen kwamen door het zuiver aanvaarden van een nalatenschap, aandacht gevraagd voor negatieve nalatenschappen. Over de inhoud van het rapport is ambtelijk overleg gevoerd met de rapporteurs. Uit het rapport en het overleg komen de volgende kwesties naar voren, die om een reactie vragen:

  • 1. het erven van een huis dat niet of moeilijk verkoopbaar is;

  • 2. de (on)bekendheid van erfgenamen met beneficiaire aanvaarding en/of de wettelijke regeling dat door gedragingen de erfenis zuiver wordt aanvaard;

  • 3. de bescherming van erfgenamen tegen schulden van de overledene.

1. Erven van een huis

Vandaag de dag is het niet langer vanzelfsprekend dat een huis bij verkoop overwaarde heeft. Ook is het gelet op de huidige woningmarkt niet eenvoudig om een huis (snel) te verkopen. Bij het erven van een huis dient hiermee rekening te worden gehouden. Erfgenamen dienen zich daarom goed te laten informeren over de vraag of zij het beste de nalatenschap zuiver of beneficiair kunnen aanvaarden.

Erfgenamen die een nalatenschap – waarvan een huis onderdeel uitmaakt – zuiver aanvaarden, krijgen totdat de woning is verkocht te maken met kosten. Zo moeten zij de maandelijkse lasten van de woning (o.a. hypotheekkosten en energierekeningen) doorbetalen. Ook dienen zij over de verkrijging van de woning erfbelasting te betalen. Bij de beantwoording van de Kamervragen van 2 mei 2012 (Aanhangsels van de Handelingen II 2011–12, nr. 2728) is ter zake de betaling van erfbelasting al gewezen op het feit dat de belastingdienst coulant omgaat met verzoeken tot uitstel van betaling van de erfbelasting in verband met het nog niet verkocht zijn van de woning.

Erfgenamen kunnen in financiële problemen raken doordat zij gedurende lange tijd de vaste lasten van de geërfde woning moeten doorbetalen of doordat de woning uiteindelijk verkocht wordt met een restschuld. De onverkoopbaarheid van een woning is echter een probleem waarmee op dit moment alle huizenbezitters en niet alleen erfgenamen worden geconfronteerd. Een oplossing voor dit probleem moet daarom niet in het erfrecht worden gezocht, maar in maatregelen die de woningmarkt weer op gang helpen. De regering heeft inmiddels bij brief van 13 februari 2013 (Kamerstukken II 2012/13, 32 847, nr. 42) diverse maatregelen genoemd om de problemen op de woningmarkt aan te pakken.

2. (On)bekendheid van erfgenamen met beneficiaire of zuivere aanvaarding

Erfgenamen kunnen naar huidig erfrecht kiezen of ze een nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen (4:190 lid 1 BW). Bij zuivere aanvaarding verkrijgt een erfgenaam alle goederen en schulden uit de nalatenschap. Als sprake is van een nalatenschap met meer schulden dan bezittingen, dan hebben schuldeisers van de erflater verhaal op het privévermogen van de erfgenaam. Een erfgenaam kan uitdrukkelijk aangeven dat hij de erfenis zuiver aanvaard. Hij kan zich ook als zodanig gedragen, bijvoorbeeld door eigendommen van de erflater mee te nemen of zonder voorbehoud schulden te voldoen (artikel 4:192, eerste lid, BW). Een erfgenaam die zich als zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen, verliest de mogelijkheid om nadien de nalatenschap beneficiair te aanvaarden of te verwerpen.

Bij beneficiaire aanvaarding verkrijgt een erfgenaam alleen de goederen van de nalatenschap die zijn overgebleven na voldoening van de schulden van de erflater. De erfgenaam hoeft daarom alleen de schulden van de erflater te voldoen voor zover het door hem geërfde vermogen daartoe toereikend is. Beneficiaire aanvaarding kent wel een aantal spelregels. Zo mag de erfgenaam geen spullen van de erflater meenemen. Hij moet namelijk eerst nagaan of deze spullen wellicht nodig zijn om de schulden te voldoen. Als hij opzettelijk spullen van de nalatenschap zoek maakt of verwijtbaar de voldoening van schulden verhindert, kunnen schuldeisers hem alsnog in privé aanspreken tot betaling (artikel 4:184, tweede lid, BW). Bij verwerping van de nalatenschap wordt een erfgenaam met terugwerkende kracht geacht nooit erfgenaam te zijn geweest.

Een erfgenaam kan door beneficiaire aanvaarding voorkomen dat hij met zijn privévermogen aansprakelijk wordt voor schulden van de erflater. Bij het erven van een huis kan een erfgenaam door beneficiair te aanvaarden voorkomen dat hij voor een eventuele restschuld van de woning met privévermogen moet instaan. Ook in geval een erfgenaam de extra maandelijkse lasten van een geërfde woning niet kan dragen, biedt beneficiaire aanvaarding voor hem een oplossing. Op beneficiaire aanvaarding volgt vereffening van de nalatenschap waardoor een erfgenaam eerst na verkoop van de woning de openstaande maandelijkse lasten – inclusief vertragingsrente – hoeft te voldoen. Blijkt na verkoop dat de woning een restschuld oplevert, dan zijn erfgenamen door beneficiaire aanvaarding beschermd tegen deze schuld.

In het rapport, op pagina 3, wordt gesteld dat erfgenamen slechts beperkt bekend zijn met de mogelijkheid van beneficiaire aanvaarding en met de wettelijke regeling dat men geacht wordt de erfenis zuiver te hebben aanvaard als men zich als erfgenaam gedraagt.

Uit de paragrafen 5.5. (de enquête) en 5.6 (de steekproef) van het rapport lijkt echter te volgen dat erfgenamen steeds vaker een nalatenschap beneficiair aanvaarden om te voorkomen dat zij met hun privévermogen aansprakelijk zijn voor schulden van de nalatenschap. Uit de steekproef bij negen rechtbanken blijkt dat in 2011 het aantal beneficiaire aanvaardingen 6324 bedraagt. In 2012 wordt op basis van de gegevens van deze rechtbanken van de maanden januari tot en met augustus verwacht dat het aantal beneficiaire aanvaardingen in totaal op 7170 uitkomt. Dit betreft een stijging van het aantal beneficiaire aanvaardingen met 13,4%. Nu in verband met de huidige economische situatie het aantal negatieve nalatenschappen zal kunnen zijn toegenomen, waardoor erfgenamen meer risico lopen om met schulden van de erflater geconfronteerd te worden, is goede voorlichting over de risico’s van het krijgen van een erfenis, meer in het bijzonder het erven van een huis, van groot belang. Ook publiciteit draagt bij aan de bekendheid met beneficiaire aanvaarding. Ik heb daarom nog eens kritisch gekeken naar de voorlichting die op dit punt door het Rijk beschikbaar wordt gesteld. De informatie op de website van de Rijksoverheid over het verkrijgen van een erfenis is inmiddels uitgebreid. De website: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/overlijden-en-erven, geeft meer informatie over onder meer de gevolgen van zuivere aanvaarding en negatieve nalatenschappen. Burgers zullen hierover via de media met een persbericht worden geïnformeerd.

3. Bescherming van erfgenamen tegen schulden van de nalatenschap

In het rapport staat de vraag centraal hoe erfgenamen beschermd kunnen worden tegen schulden van de erflater. Erfgenamen kunnen zich op grond van huidig recht tegen deze schulden beschermen door de nalatenschap beneficiair te aanvaarden. Een ingrijpende wijziging van het erfrecht is niet nodig. Uit overleg met de rapporteurs is mij echter duidelijk geworden dat in enkele gevallen een erfgenaam onverwacht, zonder dat hem hiervan een verwijt kan worden gemaakt, wordt geconfronteerd met een schuld waardoor de nalatenschap negatief wordt en hij alsnog met zijn privévermogen moet instaan voor hem eerder onbekende schulden van de erflater. Een erfgenaam heeft in dat geval vastgesteld dat hij eventuele andere schulden van de nalatenschap zonder meer kon voldoen uit het vermogen van de nalatenschap. Het zuiver aanvaarden van de nalatenschap is voor hem de beste keuze, omdat hij hierdoor op eenvoudige wijze de nalatenschap kan afwikkelen. Beneficiaire aanvaarding zou voor hem enkel tot onnodige kosten en lasten van een gerechtelijke vereffeningsprocedure leiden. De rapporteurs vinden dat een erfgenaam in deze – niet veel voorkomende – situatie tegen de onverwachte schuld dient te worden beschermd. Ik deel deze mening.

Een oplossing voor deze situatie wordt door de rapporteurs geboden in de door hen voorgestelde route 3 in het rapport.

De voorgestelde routes 1 en 2 gaan verder dan voor een oplossing van voornoemd probleem nodig is. Route 1 stelt voor de zuivere aanvaarding uit de wet te schrappen. Dit staat haaks op de omstandigheid dat in het merendeel van de gevallen waarin sprake is van een positieve nalatenschap erfgenamen door zuivere aanvaarding met de minste lasten de erfenis kunnen afwikkelen.

Route 2, waarin een aanvullende termijn voor beneficiaire aanvaarding wordt voorgesteld, biedt slechts deels een oplossing voor het probleem en heeft nadelige gevolgen voor de positie van schuldeisers van de nalatenschap. Erfgenamen kunnen volgens route 2 de nalatenschap eerst zuiver aanvaarden waardoor zij vrij kunnen beschikken over alle goederen van de nalatenschap zonder de verplichting om eerst alle schulden te betalen.

Als zij binnen een bepaalde termijn bekend worden met schulden van de nalatenschap, kunnen zij alsnog beneficiair aanvaarden waardoor schuldeisers zich niet kunnen verhalen op hun privévermogen. Erfgenamen die na het verstrijken van deze termijn kennis nemen van een (onverwachte) schuld, worden tegen deze schuld niet beschermd. Dit leidt tot rechtsongelijkheid tussen erfgenamen. Bovendien leidt deze oplossing tot rechtsonzekerheid voor schuldeisers. Schuldeisers lopen als gevolg hiervan het risico dat zij niet meer kunnen achterhalen welke goederen deel uitmaken van de nalatenschap en verliezen daardoor (deels) de mogelijkheid om zich op deze goederen te verhalen. Evenmin kunnen zij erfgenamen in privé aanspreken tot voldoening van hun vordering, tenzij dezen opzettelijk goederen aan de nalatenschap hebben onttrokken of verwijtbaar de voldoening van een schuld hebben verhinderd (4:184, tweede lid, BW). Schuldeisers zullen om de voldoening van hun vordering veilig te stellen vaker de rechter verzoeken om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:204, eerste lid, BW. Dit leidt tot extra lasten en kosten voor zowel schuldeisers als erfgenamen.

Ik zal bezien op welke wijze ik route 3 kan omzetten in wetgeving. Daarbij zal ik het voorstel van de rapporteurs overnemen om in de wet een bepaling op te nemen voor de uitzonderlijke situatie waarin een erfgenaam de nalatenschap zuiver heeft aanvaard en nadien – zonder dat hem hiervan een verwijt kan worden gemaakt – met een onverwachte schuld wordt geconfronteerd, waarbij hij alsnog de mogelijkheid krijgt om de kantonrechter om machtiging te vragen om de nalatenschap – voor wat betreft deze nieuwe schuld – beneficiair te aanvaarden. De rapporteurs stellen voor aansluiting te zoeken bij artikel 4:194 BW. In deze bepaling worden erfgenamen beschermd tegen een testament van de erflater dat later bekend wordt en waardoor zij in een financieel nadeliger positie komen. Artikel 4:194 heeft eenzelfde doel: een erfgenaam beschermen tegen schulden die hij niet had voorzien. De wet biedt in dat geval een erfgenaam de mogelijkheid om alsnog beneficiair te aanvaarden, omdat indien de erfgenaam wel bekend was geweest met het testament hij de nalatenschap waarschijnlijk beneficiair zou hebben aanvaard. Dit is met een onverwachte schuld, die de erfgenaam niet had kunnen voorzien, niet anders.

Ik zal bij mijn voorstel ook aansluiten bij bestaande jurisprudentie. Zo is onlangs een uitspraak gewezen door de rechtbank Limburg, sector kanton, op 1 februari 2013 (LJN: BZ0690), waarin op grond van de redelijkheid en billijkheid erfgenamen alsnog in de gelegenheid zijn gesteld om beneficiair te aanvaarden. Met het voorstel zal aan gerechten een uniforme grondslag worden geboden om in gevallen, waarin de redelijkheid en billijkheid dit vereist, erfgenamen de mogelijkheid te geven de nalatenschap beneficiair te aanvaarden zodat zij niet met hun privévermogen hoeven in te staan voor onverwachte schulden.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven