Gepubliceerd: 27 oktober 2011
Indiener(s): Henk Kamp (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD)
Onderwerpen: organisatie en beleid sociale zekerheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33015-8.html
ID: 33015-8
Origineel: 33015-2

Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 28 oktober 2011

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

In artikel X, onderdeel B, tweede onderdeel, wordt het laatste aanhalingsteken vervangen door een punt.

2

Artikel XIII wordt als volgt gewijzigd:

a. Voor onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

Aan artikel 16, derde lid, wordt, onder vervanging van de punt na onderdeel b, door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet.

b. Onderdeel L vervalt.

3

Na artikel XVII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel XVIIA Wijziging van de Wet op de Europese ondernemingsraden

In artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Europese ondernemingsraden wordt «Het hoofdbestuur licht zo spoedig mogelijk de Europese ondernemingsraad of het beperkte comité in» vervangen door «Het hoofdbestuur informeert zo spoedig mogelijk de Europese ondernemingsraad of het beperkte comité» en vervalt «van ten minste twee vestigingen of ondernemingen van de communautaire onderneming of groep in verschillende betrokken staten».

4

Na artikel XIX wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel XIXA Wet uniformering loonbegrip

Artikel IV, onderdeel A, onder 1, van de Wet uniformering loonbegrip komt te luiden:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt in de eerste zin de zinsnede «premies op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, over het bruto-minimumloon en loonbelasting, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet» vervangen door «premies volksverzekeringen en loonbelasting» en vervalt in de tweede zin de zinsnede «vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen».

5

Artikel XX wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel B wordt «artikel 2.23» vervangen door: artikel 2:23.

b. Na onderdeel I wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ia

In artikel 3:38, eerste lid, onderdelen h en i, wordt «30a, eerste lid» vervangen door «30a, vierde lid» en wordt «30a, derde lid» vervangen door: 30a, zesde lid.

6

Artikel XXVI wordt als volgt gewijzigd:

a. Aan onderdeel E wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

9. Indien de werkgever de melding, bedoeld in het tweede of derde lid, niet tijdig doet, kent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld met terugwerkende kracht toe over de verstreken periode, doch ten hoogste over een jaar.

b. In onderdeel F wordt «artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandigheden» vervangen door: artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.

7

Artikel XXVII wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «artikel I, onderdeel G» vervangen door: artikel I, onderdeel A en G.

b. Voor onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

In artikel 16, tweede lid, onderdeel a, wordt na «een werknemersverzekering» ingevoegd: of wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet.

Toelichting

Onderdeel 2 a

Overheidswerknemers, die wachtgeld ontvangen worden niet als werknemer beschouwd in de zin van de WW, maar zijn wel verzekerd voor de WAO en de Wet WIA. Dat betekent, dat over dat wachtgeld wel premie betaald dient te worden voor de arbeidsongeschiktheidsfondsen. Daarmee dient het wachtgeld wel tot het loon waarover premie wordt betaald gerekend te worden.

In artikel 16 Wfsv is het loonbegrip opgenomen. Daarin is bepaald, dat uitkeringen op grond van een werknemersverzekering tot het loon behoren, terwijl die uitkeringen wel worden aangemerkt als hetgeen uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten. Wachtgeld is feitelijk niet een uitkering op grond van een werknemersverzekering. Daarom wordt aan dit artikel ook dat wachtgeld toegevoegd. Onder wachtgeld wordt verstaan hetgeen daarover in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de WW wordt verstaan. Hier is geregeld, dat onder wachtgeld wordt verstaan: een wachtgeld in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, zoals dat luidde op 31 december 2000, of een soortgelijke uitkering van een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid alsmede een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden.

De wijziging opgenomen in artikel XXVII heeft betrekking op het vereenvoudigde artikel 16 Wfsv zoals het komt te luiden na inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip (Stb. 2011, 288).

Onderdeel 2 b

De voorgestelde wijziging van artikel 122b, eerste lid, van de Wfsv, waarin een verwijzing naar artikel 47 van de Wfsv betreffende de ouderenkorting was aangepast kan vervallen. De verwijzing in artikel 122b Wfsv blijkt correct.

Onderdeel 3

Bij de behandeling van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de Europese ondernemingsraden in verband met de uitvoering van richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 mei 2009 (PbEU 2009, L 122), houdende herschikking van richtlijn 94/45/EG, inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (32 705) in de Eerste Kamer is geconstateerd dat de zinsnede die met de onderhavige wijziging komt te vervallen feitelijk overbodig is, en kan leiden tot onduidelijkheid. Uit de definitie van grensoverschrijdende aangelegenheden, die is opgenomen in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, blijkt immers dat van een grensoverschrijdende aangelegenheid al sprake is bij aangelegenheden die voor de gehele communautaire onderneming of groep van belang zijn. Voorts wordt de term «inlichten» vervangen door «informeren», teneinde te verduidelijken dat het de informatieverstrekking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, betreft.

Onderdeel 4

Dit betreft een technische aanpassing van artikel IV, onderdeel A, onder 1, van de Wet uniformering loonbegrip. Hiermee wordt voorkomen dat dat artikel bij zijn inwerkingtreding een wijziging uit een ander wetsvoorstel ongedaan maakt. Het betreft de wijziging die artikel III, onderdeel 1, van het wetsvoorstel tot geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene Ouderdomswet – nadat dat tot wet is verheven en in werking is getreden – aanbrengt in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene nabestaandenwet.

Onderdeel 5 b

Een onjuiste verwijzing wordt gecorrigeerd.

Onderdeel 6 a

Met de onderhavige wijziging wordt een onbedoeld gevolg hersteld, dat is ontstaan door de wijziging van artikel 38a, van de Ziektewet (ZW), bij de inwerkingtreding (per 1 januari 2011) van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving. Sindsdien geldt dat de werkgever zijn zieke werknemers binnen een aangiftetermijn van zes weken collectief ziek kan melden bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), middels zogeheten «bulkmeldingen». Bij een te late aangifte legt het UWV een boete op van maximaal 455 euro. Voordat deze boete werd ingevoerd, moest de werkgever zelf het loon doorbetalen over de periode waarover hij te laat aangifte deed. Wanneer een werkgever een te late aangifte doet van ziekte van zijn werknemer bij het UWV, omdat hij niet wist dat zijn zieke werknemer aanspraak had op ziekengeld wegens de aanwezigheid van een no riskpolis (op grond van artikel 29b, van de ZW) of wegens ziekte als gevolg van zwangerschap (op grond van artikel 29a, van de ZW), dan wordt deze te late aangifte toch als tijdig aangemerkt, indien de werkgever die aangifte doet binnen vier dagen na het moment waarop het de werkgever redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat de werknemer aanspraak had op ziekengeld. In dat geval kent het UWV ziekengeld toe over de verstreken periode, doch met een terugwerkende kracht van ten hoogste een jaar. De strekking van deze regeling is te voorkomen dat de werkgever een sanctie krijgt wegens een te late aangifte, terwijl hij niet wist dat er aanspraak bestond op ziekengeld vanwege een no riskpolis of ziekte als gevolg van zwangerschap. Wel kan de werkgever een boete worden opgelegd van maximaal 455 euro, als hij de werknemer later ziek meldt dan de vierde dag waarop hij redelijkerwijs kon weten dat zijn werknemer aanspraak had op een no riskpolis. Dit is geregeld in artikel 38b, van de ZW.

Wanneer de werkgever echter een te late aangifte van ziekte doet via de weg van artikel 38a, van de ZW, dan kan het UWV weliswaar ook een boete opleggen van maximaal 455 euro, maar voor de toekenning van het ziekengeld geldt hierbij geen beperking van de terugwerkende kracht. Anders dan bij een aangifte van ziekte op grond van artikel 38b, van de ZW, kan het ziekengeld dan – ook ingeval van een no riskpolis – wel over een langere periode dan een jaar worden toegekend. Omdat de regering deze verschillende gevolgen bij een te late aangifte van ziekte niet consequent vindt, wordt dit alsnog gelijkgetrokken in deze nota van wijziging. Daarom wordt in het nieuwe negende lid van artikel 38a, van de ZW eveneens geregeld dat – evenals op grond van artikel 38b, tweede lid, van de ZW – het ziekengeld met maximaal een jaar terugwerkende kracht wordt verstrekt, als de werkgever te laat aangifte doet van ziekte.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp