Kamerstuk 33000-VIII-161

Fusie van de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief tot één organisatie

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012

Gepubliceerd: 23 december 2011
Indiener(s): Halbe Zijlstra (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiën
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33000-VIII-161.html
ID: 33000-VIII-161

Nr. 161 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag 23 dcember2011

Hierbij informeer ik u over het besluit de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief te fuseren tot één organisatie.

De Koninklijke Bibliotheek is de nationale bibliotheek van Nederland. Het instituut biedt iedereen toegang tot alle in Nederland uitgegeven digitale en papieren publicaties en een deel van de internationale publicaties over Nederland. De Koninklijke Bibliotheek speelt een centrale rol in de Nederlandse (wetenschappelijke) informatie-infrastructuur en bevordert de duurzame toegang tot digitale informatie in (inter)nationaal verband.

Het Nationaal Archief is de grootste openbare archiefinstelling in Nederland. Het instituut beheert en biedt toegang tot de archieven van de landelijke overheid, de provincie Zuid-Holland, maar ook archieven van maatschappelijke organisaties en individuele personen die van nationaal belang zijn (geweest). Tevens beschikt het Nationaal Archief over een grote collectie foto's en historische kaarten. Door de snelle ontwikkelingen in de (digitale) informatiehuishouding wordt een steeds groter beroep gedaan op de kennis en expertise van het Nationaal Archief.

Naast verschillen tussen beide instellingen in achterbannen, informatienetwerken waarin gewerkt wordt, en soorten informatie zijn er heel veel belangrijke overeenkomsten. Deze liggen met name op het gebied van de uitdagingen en ambities op digitaal gebied, het toenemende beroep op hen als kennisinstituut en de overeenkomsten in gebruikersgroepen (wetenschap, onderwijs, overheid, cultuur en burgers).

Beide instellingen hebben te maken met de sterk toenemende digitalisering van de samenleving en de sterk groeiende vraag naar het aanbod van betrouwbare digitale informatie. Zo streeft dit kabinet naar versnelling van rijksbrede invoering van digitaal werken per 2015. Ook bieden uitgevers steeds meer informatie digitaal aan (born digital) en komen voor onderwijs en onderzoek allerlei faciliteiten beschikbaar op het gebied van e-learning en e-science. Deze digitale ontwikkelingen roepen nieuwe vraagstukken op zoals het omgaan met de enorm snel veranderende techniek die digitale informatie onbruikbaar maakt. Het duurzaam beheer van digitale informatie is een technisch ingewikkeld proces waarvoor veel kennis, expertise en apparatuur noodzakelijk is. Structurele samenwerking is om kwaliteit- en efficiencyredenen gewenst.

De Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief hebben een gelijkgerichte digitale uitdaging. Beide instellingen hebben de ambitie om een substantiële bijdrage te leveren aan de versnelling van het aanbod van betrouwbare digitale informatie in Nederland en om een voortrekkersrol in de sector van wetenschappelijke en openbare bibliotheken en de sector van archiefinstellingen te vervullen. Beide nationale instellingen hebben een bestelverantwoordelijkheid: de Koninklijke Bibliotheek als nationale bibliotheek naar wetenschappelijke en openbare bibliotheken, en het Nationaal Archief als nationaal archief naar archiefinstellingen. In dat kader wordt van hen steeds meer gevraagd om invulling te geven aan de rol als landelijk kennisinstituut.

Al deze inspanningen staan in teken van een betere dienstverlening aan wetenschap, onderwijs, overheid, cultuur en burgers, maar brengen ook de volgende strategische uitdagingen met zich mee: het verbeteren van de nationale informatie-infrastructuur, het garanderen van duurzame opslag van digitale informatie en het onderhouden, presenteren en versterken van de collecties.

Aan deze uitdaging kan beter tegemoet worden gekomen door bundeling van schaarse kennis, kunde en middelen. Alleen hierdoor kunnen voordelen op het gebied van kwaliteit, continuïteit en efficiency bereikt worden. De gemeenschappelijke uitdagingen maken een fusie wenselijk. Eén organisatie geeft een betere uitgangspositie in zowel nationaal, Europees als internationaal verband op het gebied van bibliotheken en archieven, en voor het aangaan van strategische allianties voor bijvoorbeeld (niet-)commercieel hergebruik digitale data. Het heeft mijn voorkeur de nieuwe organisatie de status van zelfstandig bestuursorgaan te geven. In samenwerking met de ministeries van BZK en FIN wordt dit nader onderzocht. Ik kom hier voor de zomer 2012 op terug.

Een fusie van de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief is in lijn met het programma compacte rijksdienst in de zin dat daardoor een brede shared service organisatie ontstaat, het kabinetsstandpunt betreffende hergebruik en open data en de Archiefvisie. De fusie zal geen inhoudelijke gevolgen hebben voor de mede in deze kaders vastgestelde speerpunten, zoals de shared services functie voor semistatische digitale archieven van de (rijks)overheid en het depot van de Nederlandse publicaties (print en digitaal), maar wel tot betere uitvoering hiervan leiden. De vigerende regimes met betrekking tot selectie, overbrenging en openbaarheid van overheidsarchieven en het wettelijk zorgdragerschap van alle overheidsorganen blijven onaangetast.

De fusie van de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief vergt wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Archiefwet 1995. Ik streef ernaar u voor de zomer 2012 een voorstel hiervoor toe te zenden.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra