Gepubliceerd: 11 maart 2010
Indiener(s): Hirsch Ballin
Onderwerpen: recht strafrecht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32177-7.html
ID: 32177-7
Origineel: 32177-2

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 11 maart 2010

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel D wordt «zodra het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten of geëindigd of indien een gerechtelijk vooronderzoek niet heeft plaatsgehad,» vervangen door: zodra het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten of geëindigd of, indien een gerechtelijk vooronderzoek niet heeft plaatsgehad,.

2. In onderdeel G wordt «de rechter-commissaris indien deze uit hoofde van de artikelen 181 tot en met 183 onderzoekshandelingen verricht» vervangen door: indien deze uit hoofde van de artikelen 181 tot en met 183 onderzoekshandelingen verricht, de rechter-commissaris.

3. In onderdeel H wordt «tot het eerste verhoor tijdens het gerechtelijk vooronderzoek» vervangen door: tot het eerste verhoor tijdens een gerechtelijk vooronderzoek.

4. In onderdeel J, subonderdeel 3, wordt «plaatsgehad» vervangen door: plaats gehad.

5. Na onderdeel L wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

La

In artikel 95, tweede lid, wordt «artikel 56, eerste tot en met vierde lid» vervangen door: artikel 56.

6. In onderdeel Q komt subonderdeel 2 te luiden:

2. In het derde lid wordt «tijdens het gerechtelijk vooronderzoek, de rechter-commissaris» vervangen door: indien deze de doorzoeking heeft verricht, de rechter-commissaris.

7. Na onderdeel S worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Sa

Artikel 170 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. De rechter-commissaris is in het bijzonder belast met de uitoefening van toezichthoudende bevoegdheden met betrekking tot het opsporingsonderzoek, ambtshalve in door de wet bepaalde gevallen en voorts op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte of diens raadsman.

Sb

In artikel 176, tweede volzin, wordt «een verzoek op grond van artikel 36a» vervangen door: een verzoek op grond van artikel 182.

8. Onderdeel X wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «183» vervangen door: 184.

2. In artikel 181, derde lid, vervalt de laatste volzin.

3. Artikel 182, eerste lid, komt te luiden:

1. Een persoon die als verdachte van een strafbaar feit is verhoord, of die reeds terzake van een strafbaar feit wordt vervolgd, kan de rechter-commissaris verzoeken dienaangaande onderzoekshandelingen te verrichten.

4. Artikel 183, tweede lid, komt te luiden:

2. De rechter-commissaris beslist bij een met redenen omklede schriftelijke beschikking die hij doet toekomen aan de verdachte en tevens in afschrift aan de officier van justitie.

5. Artikel 184, tweede lid, komt te luiden:

2. De rechter-commissaris verstrekt de officier van justitie op diens vordering, of ambtshalve, schriftelijk inlichtingen over de door hem verrichte of te verrichten onderzoekshandelingen. Op diens verzoek, of ambtshalve, verstrekt de rechter-commissaris tevens schriftelijk inlichtingen aan de verdachte, tenzij het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet.

9. Onderdeel Y komt te luiden:

Y

Het opschrift van de tweede afdeling van titel III van het Tweede Boek komt te luiden:

TWEEDE AFDELING. HET VERRICHTEN VAN ONDERZOEKSHANDELINGEN DOOR DE RECHTER-COMMISSARIS

10. Onderdeel Z komt te luiden:

Z

Artikel 185

  • 1. Indien de rechter-commissaris dit voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk acht, roept hij de officier van justitie en de verdachte op voor hem te verschijnen, teneinde de stand van zaken in het onderzoek te bespreken.

  • 2. De rechter-commissaris kan ten behoeve van het goede verloop van het onderzoek, bij gelegenheid van of in aansluiting op de regiebijeenkomst bedoeld in het eerste lid, de officier van justitie en de verdachte een termijn stellen voor het indienen van een vordering of verzoek tot verrichten van onderzoekshandelingen, of voor de onderbouwing daarvan.

11. In onderdeel DD wordt «strafzaak» vervangen door: opsporingsonderzoek.

12. In onderdeel II wordt onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid, tot derde tot en met vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

2. Indien terzake van het feit aan de verdachte een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 5:50, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht is verzonden, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging.

13. Na onderdeel JJ wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

JJa

In artikel 256, tweede lid, vervalt «behoudens het bepaalde bij artikel 257,».

14. Na onderdeel MM wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

MMa

In artikel 267, eerste lid, wordt «Artikel 255, vierde en vijfde lid,» vervangen door: Artikel 255, vierde lid,.

15. In onderdeel OO wordt «de tweede tot en met de vijfde en de achtste afdeling» vervangen door: de tweede tot en met de vijfde en achtste afdeling.

16. Onderdeel TT komt te luiden:

TT

In artikel 420, tweede lid, vervalt «, geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en» en wordt «de tweede tot en met de vijfde en achtste afdeling» vervangen door: de tweede tot en met de vijfde en de zevende afdeling.

17. Na onderdeel TT worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

TTa

In artikel 466, eerste lid, vervalt «, geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en» en wordt «de tweede tot en met de vijfde en de achtste afdeling» vervangen door: de tweede tot en met de vijfde en de zevende afdeling.

TTb

Artikel 484, eerste lid, onder 5°, komt te luiden:

5°. In geval van vervolging, bedoeld in artikel 483, zijn niet van toepassing de artikelen 237, 238, 241c tot en met 255, 262, 313 en 314, en behelst de dagvaarding een opgave van het feit in de last tot vervolging uitgedrukt.

18. In onderdeel VV wordt «gerechtelijk vooronderzoek» vervangen door: een aanhangig gerechtelijk vooronderzoek.

19. In onderdeel WW wordt «de tweede tot en met vijfde en achtste afdeling» vervangen door: de tweede tot en met de vijfde alsmede de achtste afdeeling.

B

In Artikel II wordt «de artikelen 53, eerste lid, en 54, eerste lid, 418 en 419» vervangen door: de artikelen 53, eerste lid, 54, eerste lid, 418 en 419.

C

In Artikel III, onderdeel C, wordt «artikel 64» gewijzigd in: artikel 64, eerste lid,.

D

Artikel XII komt te luiden:

ARTIKEL XII

Indien de wet van 26 november 2009 tot partiële wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met rechtsontwikkelingen, internationale verplichtingen en geconstateerde wetstechnische gebreken en leemten in werking is getreden op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt in de artikelen 412, tweede lid, en 511b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering «artikel 258, vijfde lid» vervangen door: artikel 258, tweede lid.

Toelichting

Deze nota van wijziging behelst een aantal voorstellen van technische en redactionele aard. Enkele meer inhoudelijke wijzigingen van het wetsvoorstel worden hieronder toegelicht.

A (Artikel I)

Onderdeel Sa

Voorgesteld wordt om in een nieuw tweede lid bij artikel 170 Sv het nieuwe accent in de taakuitoefening van de rechter-commissaris tot uitdrukking te brengen. De beschrijving sluit nauw aan op de in de memorie van toelichting verwoorde verdeling van taken en bevoegdheden in het vooronderzoek. Uitgangspunt in deze verdeling is dat het openbaar ministerie belast is met de opsporing en vervolging van strafbare feiten, daartoe gezag uitoefent over de politie en de leiding heeft over het opsporingsonderzoek. De rechter-commissaris is op zijn beurt in het bijzonder – naast enkele andere taken – belast met toezichthoudende taken ten behoeve van het rechtmatige verloop van het opsporingsonderzoek. Het gaat daarbij om het uitoefenen van toezichthoudende bevoegdheden in verband met de rechtmatigheid van de inzet van ingrijpende opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen, de voortgang van het opsporingsonderzoek, het evenwicht en de volledigheid van het onderzoek. De rechter-commissaris oefent deze bevoegdheden uit, hetzij ambtshalve in de door de wet bepaalde gevallen, hetzij op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdediging.

Subonderdeel 8

Dit subonderdeel wijzigt meerdere voorgestelde artikelen. De wijziging van artikel 181, derde lid, Sv is toegelicht in paragraaf 5.2 van de nota naar aanleiding van het verslag. De wijziging van artikel 182, eerste lid, Sv is redactioneel van aard. De wijziging van artikel 183, tweede lid, is eveneens redactioneel van aard. De wijziging van artikel 184, tweede lid, waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat de rechter-commissaris ook eigener beweging de officier van justitie en de verdediging kan inlichten over door hem verrichte onderzoekshandelingen, is toegelicht in paragraaf 8 van de nota naar aanleiding van het verslag.

Subonderdeel 10

De voorgestelde wijziging van het eerste lid is redactioneel van aard. Het karakter van de regiebijeenkomst wordt beter tot uitdrukking gebracht in de bepaling. Het voorgestelde tweede lid betreft de opneming van een «orde-bevoegdheid» voor de rechter-commissaris, in aansluiting op de door het wetsvoorstel geïntroduceerde regiebijeenkomst. Met deze bevoegdheid in de hand kan de rechter-commissaris, naar aanleiding van hetgeen hij aan de orde stelt in het overleg met de officier van justitie en de verdediging, een termijn stellen aan de officier van justitie en de verdediging voor het indienen van nadere vorderingen of verzoeken en de onderbouwing daarvan. Zo kan de rechter-commissaris voorkomen dat het onderzoek vertraging oploopt, en vooral ook de verdediging dwingen om gebruik te maken van haar bevoegdheid om onderzoekshandelingen te vragen tijdens het vooronderzoek, in plaats van daarmee te wachten tot het onderzoek ter terechtzitting.

Subonderdeel 11

Voor een toelichting op deze redactionele wijziging zij verwezen naar paragraaf 8 van de nota naar aanleiding van het verslag.

Subonderdeel 12

De wijziging betreft een aanpassing van het wetsvoorstel in verband met de inwerkingtreding van de Vierde Tranche van de Algemene wet bestuursrecht.

B (Artikel II)

Het betreft een technische verbetering.

C (Artikel III)

Het betreft een technische verbetering.

D (Artikel XII)

Voorzien wordt in een overgangsbepaling ten aanzien van de wet van 26 november 2009 tot partiële wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten, daar deze wet enkele artikelen wijzigt die ook door het onderhavige wetsvoorstel worden gewijzigd.

De minister van Justitie

E. M. H. Hirsch Ballin