Kamerstuk 32156-70

Verslag van een algemeen overleg

Dossier: Monumentenzorg

Gepubliceerd: 11 december 2015
Indiener(s): Stef Blok (minister zonder portefeuille ) (VVD)
Onderwerpen: cultuur cultuur en recreatie
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32156-70.html
ID: 32156-70

Nr. 70 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 11 december 2015

De algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft op 4 november 2015 overleg gevoerd met Minister Blok voor Wonen en Rijksdienst over:

  • de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 15 oktober 2015 inzake toezeggingen tijdens het algemeen overleg over «Vervreemding en transformatie rijksmonumenten» van 1 oktober 2015 (Kamerstuk 32 156, nr. 63);

  • de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 1 september 2015 inzake reactie op het advies van de Raad voor Cultuur over de afstoot van de monumenten met erfgoedfunctie door het Rijk (Kamerstuk 32 156, nr. 60);

  • de brief van de regering d.d. 9 juli 2015 inzake toelichting op de brief van 29 juni 2015 om geen onomkeerbare stappen te zetten m.b.t. de koopovereenkomst met de Nationale Monumentenorganisatie (Kamerstuk 32 156, nr. 59);

  • de brief van de regering d.d. 7 september 2015 inzake advies van de voorzitter Ronde Tafel Paleis Soestdijk over een nieuwe bestemming van landgoed en paleis Soestdijk (Kamerstuk 34 000-XVIII, nr. 24);

  • de brief van de regering d.d. 3 april 2015 inzake vervreemding en transformatie rijksvastgoed (Kamerstuk 31 490, nr. 170);

  • de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 13 maart 2015 inzake reactie op adviezen inzake rijksvastgoed (Kamerstuk 31 490, nr. 168);

  • de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 27 februari 2015 inzake reactie afschrift antwoordbrief aan Stichting Gastenhuis Kasteel Slangenburg over het voornemen kasteel Slangenburg te vervreemden aan de Nationale Monumentenorganisatie;

  • de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 18 december 2014 inzake voortgang overleg Nationale Monumentenorganisatie (Kamerstuk 32 156, nr. 54);

  • de brief van de regering d.d. 8 oktober 2014 inzake reactie op de brief over de Rijksinzet op afstoot en transformatie Rijksvastgoed, het verantwoordingsonderzoek 2013 van de Algemene Rekenkamer (Kamerstuk 31 490, nr. 161);

  • de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 28 augustus 2014 inzake rijksinzet op afstoot en transformatie rijksvastgoed (Kamerstuk 31 490, nr. 158).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de commissie, Geurts

De griffier van de commissie, Van der Leeden

Voorzitter: Aukje de Vries

Griffier: Van der Leeden

Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: De Caluwé, Pechtold, Ronnes, Albert de Vries en Aukje de Vries,

en Minister Blok voor Wonen en Rijksdienst, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

Aanvang 11.00 uur.

De voorzitter: Dit algemeen overleg heeft enige voorgeschiedenis, zo heb ik begrepen, want het is de tweede voortzetting. Ik wil dus snel beginnen en hoop dat we het relatief kort kunnen houden, zodat we binnen het uur blijven.

De heer Albert de Vries (PvdA): Voorzitter. Ik zei het in het vorige algemeen overleg al: het wordt tijd dat er knopen worden doorgehakt. De Minister heeft de zaak nu van alle kanten bekeken. Het advies van de Raad voor Cultuur is positief. Die raad geeft nu ook een positief oordeel over de financiële onderbouwing van het plan. De Partij van de Arbeid is voorstander van de constructie met de Nationale Monumentenorganisatie (NMo). Wij hebben er vertrouwen in dat de vijf organisaties die de NMo vormen een goed beheer zullen garanderen.

Er zijn nog drie belangrijke punten die wij nog wel graag geregeld zien. Wij willen ten eerste dat de NMo overeenstemming bereikt over de voorwaarden van het voortgezet gebruik van Kasteel Slangenburg. Als daar onverhoopt knelpunten bij opduiken, dan verzoeken wij de Minister om de Kamer daarover te informeren. Ten tweede willen wij dat wordt vastgelegd dat de huidige afspraken met de gemeente Naarden over het gebruik en beheer van de vesting door de NMo worden gerespecteerd en uitsluitend in onderling overleg gewijzigd kunnen worden. Ten derde zouden wij het op prijs stellen als er na vijf jaar een evaluatie plaatsvindt van de vraag of de NMo haar taken naar behoren heeft kunnen uitvoeren en of haar financiële positie zich ontwikkeld heeft zoals in de businesscase is vastgelegd. Wij vragen de Minister om op die drie punten te reageren.

Wij kennen de wensen uit Naarden om een stichting Goois erfgoed op te richten, die als lid toe zou willen treden tot de NMo en onder die vlag de vesting Naarden zou willen beheren. Wij zijn het met de Minister eens dat dit idee veel te laat in het proces is opgekomen en dat het uitzoeken van dit alternatief het proces nu niet verder meer kan ophouden. Dat is slecht voor de afspraken met de NMo en voor alle andere betrokkenen bij de organisaties. De discussie wordt al jaren gevoerd, maar de wethouder van Naarden kwam pas op 13 oktober van dit jaar met een voorstel voor deze alternatieve oplossing. Dat het voorstel te laat komt, wil echter niet zeggen dat de Partij van de Arbeid de belangen van de gemeente Naarden niet ziet. Wij hebben daar in al onze eerdere bijdragen aandacht voor gevraagd. Uiteraard hebben wij daarover nauw contact onderhouden met onze raadsfractie. Wij vragen de Minister om bij de overdracht aan de NMo vast te leggen dat als er een stichting Goois erfgoed wordt opgericht en die aantoont als professionele organisatie voor monumentenbeheer te kunnen werken, die stichting toe kan treden tot de NMo en een rol kan krijgen in het beheer van Naarden Vesting.

De heer Pechtold (D66): Voorzitter. Het vorige algemeen overleg werd onderbroken omdat de Kamer nog niet over voldoende informatie beschikte om een verantwoorde afweging te maken. Ik wil de Minister bedanken voor het beschikbaar stellen van die informatie. Ik waardeer zeer dat hij het met de Kamer eens was dat we even een pas op de plaats moesten maken. Ik begrijp echter ook – het was een van de redenen waarom we gezegd hebben dat het wel snel moest gebeuren – dat er voor zowel de monumenten als de NMo duidelijkheid moet komen. Wat mij betreft gaan we dat vandaag doen.

De Minister liet weten dat de Raad voor Cultuur er inmiddels van overtuigd is dat de instandhouding van de monumenten financieel voldoende geborgd is. Hier en daar is er nog wel een puntje, zoals de rente en dat soort dingen, maar het oordeel van de raad weegt voor mijn fractie zwaar. Ik wil de Minister op dit punt dan ook steunen en hem het voordeel van de twijfel – die ik de vorige keer nog had – geven, maar wel onder een belangrijke voorwaarde. Het beoogde rendement is nog steeds gebaseerd op aannames, maar in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, zo horen wij nog weleens snel opgelezen worden. Wij kunnen dus niet het erfgoed overdragen, vervolgens de brug ophalen en de sleutel weggooien. Het gaat om belangrijke monumenten, met ooit een categorie 1-status. Ik vind dat wij als Rijk dus een verantwoordelijkheid houden. Daarom wil ik, een beetje voortbouwend op wat de vorige spreker zei, over vijf jaar ook een onafhankelijke evaluatie. Zo kunnen we op basis van redelijke gronden bezien of de overdracht zorgvuldig is gegaan en de monumenten nog in goede staat zijn. Wil de Minister deze evaluatie toezeggen? En als uit de evaluatie blijkt dat de overdracht onverantwoord was, wil hij hier dan ook financieel op terug kunnen komen? Ik gebruik woorden als «redelijk» en heb het over paramaters die we van tevoren vaststellen, maar het gaat er mij vooral om dat je niet kunt zeggen: we nemen nu afscheid en daarmee is alle verantwoordelijkheid voorbij. Hoe kijkt de Minister daartegenaan?

De grootste zorgen heb ik over de vestingwerken van Naarden. De vesting is voor de gemeente van groot historisch, cultureel en economisch belang. Het kan en mag dus niet zo zijn dat de gemeente Naarden na de overdracht niets meer te zeggen heeft over de vestingwerken. Deze overdracht moet niet alleen op draagvlak kunnen rekenen in de Kamer, maar ook binnen de gemeente Naarden, waar de vestingwerken zijn ingebed in de lokale gemeenschap. De vestingwerken onderbrengen in een stichting en die laten toetreden als lid van de NMo zie ik dan ook als een oplossing. Ook hierbij sluit ik mij dus eigenlijk aan bij wat de heer De Vries zei. Ik krijg graag een reactie van de Minister hierop.

De heer Ronnes (CDA): Voorzitter. Mevrouw Keijzer heeft de eerste delen van dit debat meegemaakt. Ik mag haar vandaag vervangen. Op een aantal puntjes moeten we enkele zaken nog fijn slijpen.

Ons eerste punt is dat wij blij zijn met de extra informatie de Minister ons heeft doen toekomen, met name de conclusie van de Raad voor Cultuur dat het aannemelijk is gebleken dat de financiële kant van de langdurige instandhouding van de over te dragen monumenten voldoende geborgd is. Dat is een belangrijke uitkomst.

Ons tweede punt, een zorgpunt waar we een nadere reactie van de Minister op zouden willen hebben, is dat het CSZ (College Sanering Zorginstellingen) als zelfstandig bestuursorgaan opgeheven zal worden en vervangen zal worden door de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit). Gaat de NZa ook het periodiek van de RVR (Raad voor Vastgoed rijksoverheid) bijwonen als vervanger van het CSZ?

Dan het derde punt. Wij hebben er met D66 schriftelijke vragen over gesteld aan welke monumenten grootonderhoud nodig is en of alle monumenten in goede staat worden overgedragen. Van twee monumenten is voor ons niet helder of in het bedrag van 2,1 miljoen daadwerkelijk is opgenomen om het onderhoud alsnog te doen, namelijk de Ruïne van Teylingen en het Gotisch Huis in Kampen. Zit het onderhoudsbedrag nou wel of niet in die 2,1 miljoen?

Ons vierde punt is dat aangegeven is dat de NMo bereid is om de samenwerkingsovereenkomst die de Staat tot eind 2014 had met de gemeente Naarden voor ten minste vijf jaar voort te zetten. De vraag is wel of Naarden daar tevreden mee is, of daar nader overleg over is geweest en waarom dit alternatief niet eerder aangeboden is in de overlegsituaties die er zijn geweest.

Ons vijfde punt betreft Kasteel Slangenburg. Daar geeft men aan in de problemen te komen als niet duidelijk is hoe de toekomst eruit gaat zien. 2015 is al bijna ten einde. Wij willen de Minister vragen of hij toch niet bereid is om in 2016 tijdelijk het huidige contract een jaar langer door te laten lopen, zodat goed bekeken kan worden wat de consequenties zijn en hoe daarmee op langere termijn kan worden verdergegaan.

De vorige sprekers hadden het er ook al over om een moment in te bouwen waarop een grondige evaluatie van het geheel plaatsvindt. Dat was ons laatste punt.

Mevrouw De Caluwé (VVD): Voorzitter. Andere collega's hebben het al gezegd: het wordt tijd om een besluit te nemen. Wat de VVD betreft gaat de NMo nu snel van start. Diverse monumenten of stichtingen waar monumenten onder vallen hebben, soms middels een brief aan de Kamer, aangegeven dat zij heel graag willen starten, dat zij heel graag afspraken willen maken met de NMo en dat het nu allemaal helaas een beetje stilligt en zij in afwachting zijn.

Ik wil graag twee puntjes naar voren brengen. Met Kasteel Slangenburg is goed overleg geweest over het huurcontract. Ik heb in een mail van Kasteel Slangenburg gezien dat de Minister heeft voorgesteld te kijken wat voor 2016 gedaan kan worden als het heel lang gaat duren. Ik zou van de Minister willen weten wat de stand van zaken nu is, want doordat wij iedere keer opschuiven, is ook de datum iedere keer opgeschoven. Dat ligt ook aan de Kamer, die graag nog met de Minister wilde spreken.

Naarden heeft inderdaad, zoals mijn collega van de Partij van de Arbeid al zei, zeer recentelijk een nieuw voorstel ingediend om een stichting Goois erfgoed op te richten en als die stichting toe te treden. De VVD is er net als de PvdA geen voorstander van om dat op het laatste moment te doen, want anders moet je afspraken en contracten openbreken en veranderen, met alle vertragingen en gevolgen van dien. Wij zijn het dan ook niet eens met wat D66 daarover heeft ingebracht, maar wij zien ook wel dat de NMo het potentieel heeft om uit te groeien tot een soort National Trust, zoals die in Engeland bestaat. Het idee om op termijn tot een soort clustering te komen van regionale of anderszins samengestelde stichtingen spreekt ons wel aan. Het voorstel van Naarden biedt de NMo mogelijkheden om op termijn samen met monumenten te kijken welke bestuursvorm past bij toekomstige ontwikkelingen. Mijn vraag aan de Minister is: kan in de jaarlijkse audit die er komt ook expliciet aandacht worden geschonken aan de werking van de governance van de NMo en de ontwikkelingen ten aanzien van toetredende stichtingen?

De voorzitter: De Minister heeft aangegeven vijf minuten schorsing nodig te hebben.

De vergadering wordt van 11.14 tot 11.16 uur geschorst.

De voorzitter: De Minister heeft aangegeven dat hij al kan beginnen met de beantwoording. Het woord is aan hem.

Minister Blok: Voorzitter. De heer Pechtold constateert dat de afgelopen twee weken goed besteed zijn. Daarmee ben ik het eens. De extra helderheid die de Raad voor Cultuur heeft kunnen bieden over de financiële onderbouwing is voor mij ook een extra waarborg.

Ik zal de vragen van de sprekers langslopen. De heer De Vries vroeg hoe omgegaan zal worden met Kasteel Slangenburg. Ik hoop, met de zegen van de Kamer, de overdracht van het hele pakket aan de NMo op 1 januari plaats te laten vinden. Ik zal ervoor zorgen dat in de tussentijd niet de situatie ontstaat dat Slangenburg eruit gezet zal worden; ik geloof dat de heer De Vries het zo zei. De NMo heeft al aangegeven eruit te willen komen met de huidige huurders van Kasteel Slangenburg voor voortgezet gebruik.

De heer De Vries en anderen vroegen hoe wij omgaan met Naarden. De heer De Vries wees er terecht op dat wij lang en uitgebreid gesproken hebben met Naarden. Met het vorige college hebben we de optie van overdracht aan de gemeente op tafel gehad. Dat wilde de gemeente Naarden op dat moment niet. De gemeente Naarden komt nu met een voorstel voor een stichting Goois erfgoed. Dat is een interessante optie. De NMo is bewust een open structuur aangegaan. Het is niet aan mij om opdrachten te geven aan de NMo, maar die structuur is juist open om dit soort stichtingen toe te kunnen laten. Partijen moeten het natuurlijk met elkaar eens worden, maar dit is nou bij uitstek het soort organisaties dat zich daarbij aan zou moeten kunnen sluiten. Ik zal ook graag in het kader van de jaarlijkse evaluatie laten weten of er voortgang is met de toetreding van deze stichting en eventueel andere nieuwe toetreders. Mevrouw De Caluwé had daarover een vraag gesteld.

De NMo heeft toegezegd dat de huidige overeenkomst tussen de Staat en Naarden in ieder geval voor de komende vijf jaar wordt voortgezet. Daarmee is er ook rechtszekerheid. In combinatie met de publieksrechtelijke positie die de gemeente heeft – zeg ik tegen de heer Pechtold, want de gemeente gaat over de bestemming – waarborgt volgens mij dat er gewoon doorgewerkt wordt zoals er nu wordt gewerkt, dat de gemeente de bevoegdheden heeft die zij ook hoort te hebben en de stichting Goois erfgoed of Goois monumentenbezit zodra die er is zelf tot overeenstemming moet komen met de NMo. De structuur is wel zo gekozen dat het mogelijk zou moeten zijn om toe te treden.

De heer De Vries en anderen sloten zich daarbij aan en vroegen om een grondige evaluatie na vijf jaar. De heer Pechtold vroeg ook expliciet om dan ook nog een keer de financiële randvoorwaarden op tafel te leggen. Wij gaan sowieso jaarlijks evalueren. Ik vind het prima om na vijf jaar de thermometer er nog iets dieper in te steken. Ik kan niet over mijn graf heen regeren in financieel opzicht, maar ik vind het logisch dat de Kamer op dat moment nog eens heel kritisch wil gaan kijken naar de vraag of de financiële situatie zich heeft ontwikkeld zoals zij bedoeld had. Als daar aanleiding voor is, gaat de Kamer heel kritisch naar het kabinet kijken om er zeker van te zijn dat de monumenten nog in goede handen zijn.

De heer Ronnes ging nog in op de coördinatie rond zorgvastgoed, gerelateerd aan rijksvastgoed. We hebben inderdaad het College Sanering Zorgverzekeringen uitgenodigd, dat ook aanwezig is geweest bij de Raad voor Vastgoed rijksoverheid. Diezelfde uitnodiging gaat ook naar de NZa. Ik heb geen reden om aan te nemen dat zij daarvan geen gebruik zal maken, met in het achterhoofd dat de eigendomspositie echt een heel andere is. Zorgvastgoed is niet van het Rijk maar over het algemeen van de stichting die de zorg verleent.

De Ronnes vroeg of in de 2,1 miljoen achterstallig onderhoud concreet het Gotisch Huis in Kampen en de Ruïne van Teylingen zitten. Het antwoord daarop is ja. De Staat is van plan om samen met de NMo op korte termijn een aanbesteding te doen voor een betere overkapping voor de Ruïne van Teylingen. Wij willen daar niet mee wachten totdat dit helemaal rond is.

De vraag over de voortzetting van de huur van Kasteel Slangenburg heb ik net beantwoord.

Mevrouw De Caluwé vroeg of er in de jaarlijkse audit naast de toetreding van stichtingen, waar ik net op in ben gegaan, ook zal worden ingegaan op de ontwikkeling van de governance. Dat lijkt mij logisch. Wij zullen in de praktijk zien hoe de NMo zich ontwikkelt, intern bij de omgang met geld, wat de aansturing betreft maar ook in de relatie met alle belanghebbenden in de omgeving. Dus het antwoord daarop is een volmondig ja.

Ik hoop hiermee de bondige vragen van de Kamer volmondig te hebben beantwoord.

De heer Albert de Vries (PvdA): Voorzitter. Ik dank de Minister voor de antwoorden, die ik op twee punten toch iets scherper zou willen hebben. Met Slangenburg gaat het de goede kant op maar ik had gevraagd om als het uiteindelijk toch niet goed gaat, de Kamer te informeren. Ik vind het echt belangrijk dat de Kamer ervan verzekerd kan zijn dat het gebruik kan worden voortgezet. Daarover krijg ik graag een toezegging.

De stichting Goois erfgoed is in onze beleving toch iets anders dan de gemiddelde regionale stichting omdat hier echt een heel groot openbaar gebied wordt ondergebracht in particulier beheer. Dus wij zouden iets meer comfort hebben als de Minister bij de overdracht vastlegt dat als die stichting er is en aantoont professioneel te kunnen werken, zij dan kan toetreden en een rol kan spelen in het beheer van Naarden Vesting. Ik vind het goed om op die manier vast te leggen wat de Kamer een- en andermaal heeft uitgesproken.

De heer Pechtold (D66): Voorzitter. Bij dat laatste punt sluit ik me volmondig aan. Ook ik heb in eerste termijn gezegd dat de gemeente Naarden misschien wat laat is gekomen met die variant, maar dat neemt niet weg dat als dit binnenkort een goed functionerende stichting is, zij dan ook kan toetreden, zoals de heer de Vries het omschreef. Daarop krijg ik graag een wat steviger toezegging van de Minister.

Over de jaarlijkse evaluatie en na vijf jaar een heel stevige evaluatie ben ik blij met de toezegging van de Minister. Natuurlijk regeert de Minister net zo min als de Kamer over zijn graf heen, maar ik noem dit toch nog maar even om teleurstellingen over vijf jaar te voorkomen. Wat we hier uitspreken, maakt ook allemaal weer onderdeel uit van de besluitvorming. Het is voor mij echt van belang dat we van de aannames – bijvoorbeeld het rendement, want dat is voor de raad wel een afweging – op grond van zuivere criteria moeten kunnen bekijken of we vandaag de inschattingen goed hebben gemaakt. In financieel opzicht vind ik dat er na vijf jaar wel een achterdeurtje moet zijn om de besluitvorming te heroverwegen. Dat moet goed aangetoond worden en dat kan niet zomaar. Ik hoorde de Minister dat eigenlijk zeggen, maar ten overvloede zeg ik het nog maar eens stevig. Als hij dat zo zegt, hoef ik op dat punt geen motie in te dienen, maar als hij het niet zegt, overweeg ik toch in ieder geval op dat gebied een motie.

De heer Ronnes (CDA): Voorzitter. Ik ben het eens met de opmerking van de heer De Vries over voortzetting van het gebruik van Kasteel Slangenburg door de huidige gebruikers. Daarom vraagt het CDA de Minister ook om te zorgen dat, mocht men om wat voor reden ook niet tot een oplossing komen, het gebruik kan worden voortgezet gedurende een voldoende lange periode voor een zachte landing als er een nieuwe bestemming zou komen. In eerste termijn heb ik vergeten te zeggen dat ik dit ook heb ingebracht namens de fractie van de ChristenUnie, die niet aanwezig kan zijn bij dit overleg.

Mevrouw De Caluwé (VVD): Voorzitter. Dank aan de Minister voor de afdoende beantwoording van de vragen. Ik ben heel blij van de Minister te horen dat hij in de audit wil meenemen of de stichting Goois erfgoed met de oprichting waarvan men bezig is, zou kunnen toetreden tot de audits. Ik vraag me af of het verstandig is van de Kamer om de Minister nu al te vragen aan te geven dat die stichting zal worden toegelaten, want die stichting is er nog niet. Als de NMo van start gaat, wordt het heel lastig als die al meekrijgt dat zij hoe dan ook een stichting moet toelaten. Maar als ik zo beluister wat de NMo tot nu toe al heeft gedaan, altijd in heel goed overleg met diverse partijen, vind ik het prima dat in de audit wordt meegenomen of die stichting kan toetreden. Mochten er overwegingen zijn om die stichting al dan niet te laten toetreden, dan kunnen we het er altijd nog over hebben wat de beweegredenen daartoe zijn. Ik vind het heel goed dat NMo nu van start kan gaan en zelfstandig haar besluiten kan nemen, en dat we in de evaluatie steeds op de hoogte worden gehouden over toetredende stichtingen en de wijze waarop de governance haar beslag zal krijgen.

Minister Blok: Voorzitter. De heren De Vries en Ronnes vroegen allereerst of de Kamer informatie kan krijgen over de uitkomst van het overleg tussen Slangenburg en de NMo. Dat zeg ik graag toe. Het is natuurlijk wel zo dat er twee partijen aan tafel zitten, die van beide kanten redelijke voorwaarden op tafel moeten leggen. Je kunt niet van de NMo verwachten dat die tot in de eeuwigheid belooft de huur te bevriezen, om maar eens iets te noemen, maar de Kamer krijgt die informatie binnen de genoemde randvoorwaarden sowieso. Zoals juristen altijd zeggen, moet je altijd opereren binnen de redelijkheid en de zorgvuldigheid die het maatschappelijk verkeer betaamt. Dat vind ik altijd een heerlijke zin.

De heer Ronnes (CDA): Zoals het er nu formeel uitziet, eindigt de verhuurrelatie op 31 december 2015. Betekent dat, met de toezeggingen die de Minister doet, dat beide partijen ook besloten hebben om in ieder geval de overeenkomst tijdelijk te laten doorlopen? Zo ja, tot wanneer? Is dat gedurende het volledige jaar 2016?

Minister Blok: Ik zal ervoor zorgen dat de overeenkomst doorloopt. Een termijn van een jaar is zeer waarschijnlijk helemaal niet nodig, maar lijkt mij redelijk. Ik begreep van de heer De Vries en eigenlijk ook uit de eerdere vraag van de heer Ronnes dat de Kamer geïnformeerd wil worden over de uitkomst van de besprekingen tussen de NMo en Slangenburg. Daaraan voldoe ik graag, maar als een van beide partijen bijvoorbeeld het langdurig bevriezen van de huur op prijs zou stellen, kan ik ook niet kan garanderen dat ze daaruit komen. Ik kan ertoe oproepen dat ze met elkaar tot overeenstemming komen. Ik heb daar op zich wel vertrouwen in maar dan moeten beide partijen zich redelijk opstellen.

De heren De Vries en Pechtold vroegen of ik kan vastleggen dat de stichting Goois erfgoed kan toetreden tot de NMo. Ik denk, maar dat wil ik echt even checken, dat ik wel in de overdrachtsovereenkomst kan vastleggen dat als de stichting Goois erfgoed voldoet aan de criteria, de NMo daar dan aan meewerkt. Maar ik ben zelf geen partij meer bij de NMo en ik ben dus over mijn graf heen aan het regeren. Misschien kan ik het zo met de Kamer afspreken dat het mijn intentie is om dat zo in de koopovereenkomst vast te leggen, dus dat als de stichting voldoet aan de criteria van de NMo, die dan ook zal meewerken aan de toetreding. Ik hoop dat de Kamer begrijpt dat ik dit even juridisch en met de NMo wil checken. Mocht dat niet lukken, dan informeer ik de Kamer daarover. Dat moet binnen twee weken kunnen. Dan komt de datum van 1 januari ook niet in gevaar.

De heer Pechtold (D66): Dat lijkt me prima. Ik ben heel blij met de toezegging en de juridische check daarop, anders had ik dit in een VAO in een Kameruitspraak willen gieten. Ik wil de Minister ter voorkoming van een onnodige motie alle ruimte geven om dit te verkennen maar ik wil mijn kans op een VAO ook niet laten verlopen op het moment dat wij over twee weken te horen krijgen dat het juridisch niet kan. Dus ik kijk even naar de voorzitter en de griffier dat wij dat dan wel netjes regelen.

Minister Blok: Ja. En ik weet dat u in een motie nooit iets wilt vragen wat juridisch niet kan, dus ik ben weer helemaal gerust.

De heer Pechtold (D66): Naar juridische adviezen kun je op vele manieren kijken.

Minister Blok: De heer Pechtold vroeg mij ook nog een keer te bevestigen dat wij bij de diepgaande evaluatie na vijf jaar ook expliciet bekijken of de 2% rendement reëel was. Ik hoop eerlijk gezegd voor alle mensen die met pensioen zijn of nog met pensioen hopen te gaan dat we over vijf jaar nog gemiddeld 2% rendement weten te maken. Ik vind het ook een reële vraag van de heer Pechtold, dus die vraag komt expliciet aan de orde. Als hier rare dingen uitkomen, gaat de Kamer zeker op de verantwoordelijke Minister zitten.

De heer Ronnes hoop ik over Slangenburg beantwoord te hebben. Dat waren inderdaad ook de vragen die de ChristenUnie in een vorig overleg stelde.

Mevrouw De Caluwé hoop ik over het Goois erfgoed net ook voldoende beantwoord te hebben

Voorzitter, zo hoop ik ook de vragen in tweede termijn beantwoord te hebben.

De voorzitter: Het VAO blijft nog een beetje hangen, maar dat kan altijd nog aangevraagd worden. De griffier heeft mij zonet gezegd dat er eventueel na de brief die de Minister binnen twee weken aan de Kamer gaat sturen een VAO zou kunnen volgen als die brief niet naar tevredenheid is.

Sluiting 11.32 uur.