Kamerstuk 32123-VIII-106

Reactie op moties en amendementen begroting OCW 2010 (32123 VIII)

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2010

Gepubliceerd: 18 januari 2010
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (PvdA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32123-VIII-106.html
ID: 32123-VIII-106

32 123 VIII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2010

nr. 106
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 januari 2010

Hierbij informeer ik u mede namens de beide staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de uitvoering van de moties en het amendement die zijn aangenomen in het kader van de behandeling van de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het jaar 2010 (Tweede Kamer, 32 123 VIII). Met deze brief voldoe ik ook aan het verzoek van het lid Remkes, van 8 december 2009, om een brief van het kabinet te ontvangen over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan moties nrs. 74, 75 en 76.

Moties

32 123 VIII, nr. 19 – motie-Van Vroonhoven-Kok en Leerdam over het inzetten van de Cultuurkaart voor actieve kunstbeleving

«Verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat de Cultuurkaart meer wordt ingezet voor actieve kunstbeleving, zoals muzieklessen en theaterworkshops, zodat jongeren gestimuleerd worden, zelf kunst te beoefenen».

Reactie

Overeenkomstig mijn brief van 13 november 2009 zal ik op basis van een grondige analyse van de bestedingscijfers van het eerste jaar van de cultuurkaart met de uitvoerder, CJP, in gesprek gaan. Ik zal in het gesprek aan de orde stellen dat in de communicatie naar docenten en leerlingen duidelijker naar voren moet komen dat ze de mogelijkheid hebben om met de Cultuurkaart workshops en lessen te volgen. Ook zal ik in gesprek gaan met branchevereniging Kunstconnectie over de mogelijkheden het aanbod van lessen en workshops bij centra voor de kunsten en muziekscholen te stimuleren. Tot slot zal ik in gesprek gaan met sectorinstituut Kunstfactor en het Fonds voor Cultuurparticipatie. De keuzevrijheid van docenten en leerlingen bij de besteding van het Cultuurkaarttegoed staat bij dit alles voorop.

32 123 VIII, nr. 20 – motie-Ten Broeke en Bosma over het in de brede heroverweging meenemen van de cultuurbegroting

«Verzoekt de regering, de cultuurbegroting alsnog in de brede heroverweging mee te nemen».

Reactie

Reactie is aan Tweede Kamer verzonden (32 123 VIII, nr. 91).

32 123 VIII, nr. 22 – motie-Bosma over het zo snel mogelijk uitvoeren van de afspraak over het vastleggen van het Nederlands in de Grondwet

«Verzoekt de regering, zo snel mogelijk de gemaakte afspraak over het vastleggen van het Nederlands in de Grondwet uit te voeren».

Reactie

Het kabinet heeft op dit moment een wetsvoorstel over dit onderwerp in voorbereiding. Uitvoering van de in het regeerakkoord gemaakte afspraak valt overigens primair onder de regie van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

32 123 VIII, nr. 25 – motie-Peters over het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling bij subsidieverlening door fondsen

«Verzoekt de regering, te onderzoeken hoe de schijn van belangverstrengeling bij de subsidieverlening door de fondsen voorkomen kan worden».

Reactie

Ik zal aan deze motie uitvoering geven. In het kader van het onderzoek zal ik in ieder geval voorzien in een analyse van de waarborgen in de bestaande procedures van de fondsen die dienen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

32 123 VIII, nr. 26 – motie-Leerdam c.s. over het informeren van de Kamer over het vervolg van het beleid op digitalisering

«Verzoekt de regering om de Kamer voor 1 maart 2010 te informeren over het vervolg van het beleid op digitalisering en daarbij te streven naar uitbreiding van de behaalde resultaten».

Reactie

Bij de begrotingsbehandeling zegde ik toe de Tweede Kamer dit voorjaar nader te informeren over de ontwikkeling van de digitale cultuur, innovatie en infrastructuur. Daarbij zal ik het advies van de Raad voor Cultuur, «Cultuur digitaal», dat voorzien is voor het eerste kwartaal van 2010, meenemen.

32 123 VIII, nr. 27 – motie-Van der Ham c.s. over overleg met Dutch Art Works over voortzetting van hun werk

«Verzoekt de regering in overleg te treden met Dutch Art Works om te bezien op welke wijze hun werk kan worden voortgezet, bijvoorbeeld binnen het kader en de budgetten van de Mondriaan Stichting».

Reactie

Ik zal aan deze motie uitvoering geven. Nog deze maand wordt een oriënterend gesprek gevoerd met de organisatie van Dutch Art Works. Initiatiefnemer Rudi Fuchs zal hierbij aanwezig zijn. Overigens wil ik, zoals ik eerder in de Tweede Kamer heb gesteld, niet de indruk wekken voor dit initiatief extra middelen ter beschikking te zullen stellen.

32 123 VIII, nr. 41 – motie-Besselink c.s. over de oplossing van het gat tussen aanvang van studie en studiefinanciering

«Verzoekt de regering om de werkgroep heroverwegingen een oplossing te laten formuleren voor dit gat tussen aanvang van de studie en studiefinanciering».

Reactie

De wens van de Kamer die in deze motie is vastgelegd, heb ik uitgevoerd op de wijze die ik tijdens de plenaire behandeling van de begroting heb gepresenteerd, namelijk door het aanbieden van het stenografisch verslag op dit onderdeel aan de werkgroep voor het hoger onderwijs.

32 123 VIII, nr. 42 – motie-Kraneveldt-van der Veen en Dibi over een formele positie voor de schoolleider in het nieuwe inspectietoezicht

«Verzoekt de regering, de schoolleider in het nieuwe inspectietoezicht weer formeel een positie te geven om bij gesprekken met de inspectie aanwezig te zijn en hem als volwaardige gesprekspartner te laten deelnemen, daarbij de mogelijkheid houdend om als bevoegd gezag een apart gesprek met de inspectie aan te vragen indien dit noodzakelijk wordt geacht».

Reactie

Het bevoegd gezag van de school is voor de Inspectie van het Onderwijs het formele aanspreekpunt in het kader van het toezicht. Het bevoegd gezag kan zich in het gesprek met de inspectie door eenieder laten bijstaan. Omdat een schoolleider, zoals uw Kamer terecht constateert, als geen ander weet wat er op het niveau van zijn of haar locatie afspeelt, nodigt de inspectie het bevoegd gezag in principe altijd uitdrukkelijk uit zich te laten bijstaan door functionarissen die het beste op de hoogte zijn van wat zich op (onderdelen van) de school of instelling afspeelt. Als de inspectie een onderzoek op een school heeft verricht, vindt altijd een terugkoppeling plaats aan de schoolleiding en een vertegenwoordiging van het bevoegd gezag.

De werkwijze van de inspectie garandeert dat de kennis en het oordeel van de schoolleiding een rol kunnen spelen bij de uitoefening van het toezicht, maar houdt ook de primaire verantwoordelijkheid van het bestuur als bevoegd gezag in stand, zoals dit is vastgelegd in de Wet op het onderwijstoezicht. Naar mijn oordeel zijn daarom geen aanvullende wettelijke voorzieningen nodig om de positie van schoolleiders bij het inspectietoezicht veilig te stellen.

32 123 VIII, nr. 43 – motie-Kraneveldt-van der Veen c.s. over het inspelen op innovatieve mogelijkheden

«Verzoekt de regering, nog deze kabinetsperiode via een multidisciplinair experiment op een of meerdere scholen in de praktijk te laten zien hoe het onderwijs kan inspelen op innovatieve mogelijkheden voor schooltijden en dagarrangementen en dit experiment wetenschappelijk te ondersteunen».

Reactie

Deze motie beschouw ik als ondersteuning van het op dit terrein gevoerde beleid. Tijdens de plenaire behandeling van de begroting heeft staatssecretaris Dijksma toegezegd een inspanningsverplichting te willen aangaan om de wens van de Kamer betreffende een multidisciplinair experiment nog binnen de huidige kabinetsperiode te realiseren. Zij zal de Kamer hier in februari 2010 verder over informeren.

32 123 VIII, nr. 47 – motie-Anker c.s. over de tegemoetkoming in de reiskosten van mbo’ers

«Verzoekt de regering:

te onderzoeken wat nodig is om de geconstateerde uitvoeringsproblemen op te lossen en daarbij in ieder geval na te gaan wat de reisbehoefte is voor mbo’ers van 16 en 17 jaar, op welke wijze kan worden voorzien in een landelijke regeling voor deze groep, welke kansen daarbij de verdere invoering van de OV-chipkaart biedt,

de wens van de Kamer om mbo’ers van 16 en 17 jaar in hun reiskosten tegemoet te komen mee te nemen bij de fundamentele heroverwegingen».

Reactie

Staatssecretaris van Bijsterveldt streeft ernaar de in deze motie gevraagde gegevens vóór het zomerreces 2010 ter beschikking te stellen. Zij zal zich ervoor inspannen gevolg te geven aan de wens van de heer Anker om die gegevens al vóór de behandeling van de Voorjaarsnota te hebben, maar dat kan alleen als die informatie volledig is.

Overigens wijzen wij de Kamer in dit verband erop dat de benodigde financiële middelen op dit moment niet aanwezig zijn.

De wens van de Kamer ten aanzien van de heroverwegingen die in deze motie is vastgelegd, heb ik uitgevoerd op de wijze die ik tijdens de plenaire behandeling van de begroting heb aangegeven.

32 123 VIII, nr. 71 – motie-Van Dijk c.s. over de overhead bij de publieke omroep

«Verzoekt de regering, met voorstellen te komen om de kosten voor overhead bij de publieke omroep te verlagen».

Reactie

De Raad van Bestuur van de publieke omroep zal ik vragen een inventarisatie te maken van de mogelijkheden om de indirecte kosten te verlagen, zodat er meer financiële middelen zijn voor het media-aanbod. De Tweede Kamer wordt bij de mediabegroting 2011 geïnformeerd over de uitkomsten van deze inventarisatie. Daarbij zal ik, zoals aan de Tweede Kamer bij de behandeling van de mediabegroting 2010 toegezegd, tevens ingaan op de reden van de toename van het aantal fte’s bij de NPO.

32 123 VIII, nr. 74 – motie-Remkes c.s. over het aanpassen van de Tijdelijke wet mediaconcentraties

«Verzoekt de regering onderhavige wet niet te verlengen, dan wel het percentage van 35% te verhogen tot 50%».

Reactie

Het kabinet vindt het niet-verlengen van de Tijdelijke wet mediaconcentraties ongewenst, omdat aanhoudende zorg en oplettendheid van de overheid voor opiniemacht gerechtvaardigd zijn. Daarom heeft het kabinet gekozen voor verlenging tot 1 januari 2012. Zoals ik heb aangekondigd in de persbrief van 30 september (31 777, nr. 18) ga ik eerst onderzoek doen naar de modernisering van de tijdelijke wet. Daarbij betrek ik de motie. Ik verwacht uw Kamer hierover vóór het zomerreces te berichten.

32 123 VIII, nr. 75 – motie-Remkes en Bosma over de formatiereductie van persvoorlichters en woordvoerders

«Verzoekt de regering de Kamer nader te rapporteren inzake de uitvoering van de aanbeveling tot formatiereductie met betrekking tot departementale persvoorlichters en woordvoerders».

Reactie

De minister-president is eerstverantwoordelijke voor de voorlichting door de Rijksoverheid. De uitvoering van de motie heb ik daarom aan het departement van Algemene Zaken overgedragen. De minister-president zal op korte termijn een reactie op de motie naar de Tweede Kamer sturen.

32 123 VIII, nr. 76 – motie-Remkes en Van der Ham over samenwerking tussen publieke en geschreven media

«Verzoekt de regering, de Kamer nader te rapporteren over de voorwaarden waaronder die samenwerking gestalte zou kunnen krijgen en bij het overleg daarover alle relevante mediapartijen te betrekken».

Reactie

In het debat met de Kamer heb ik gemeld dat er drie grenzen zijn aan die samenwerking: het moet verband houden met de wettelijke taken van de publieke omroep, de publieke omroep moet redactioneel onafhankelijk blijven en er moet sprake zijn van normaal economisch handelen (commerciële samenwerkingspartners van de publieke omroep mogen niet bovenmatig profiteren van publieke middelen). De publieke omroep moet dus marktconform handelen. Het Commissariaat voor de Media ziet erop toe dat de samenwerking tussen printmedia en publieke omroep zich binnen deze voorwaarden afspeelt. Ik zal het Commissariaat verzoeken met inachtneming van deze grenzen de beleidslijn voor publiek-private samenwerking zoveel mogelijk te verruimen en bij de voorbereiding daarvan alle relevante partijen te betrekken. Over de voortgang zal ik u voor het zomerreces 2010 berichten.

32 123 VIII, nr. 79 – motie-Van Dam c.s. over het fiscaal faciliteren van geschreven media met grote multidisciplinaire redacties en rapportage verlaagd btw-tarief elektronische diensten

«Verzoekt de regering, binnen een half jaar:

mogelijkheden uit te werken die geschreven media met grote multidisciplinaire redacties korting geven op de werkgeverslasten naar analogie van de WBSO

aan de Kamer te rapporteren op welke wijze de BTW voor elektronischediensten zou kunnen worden verlaagd binnen de Europese regelgeving».

Reactie

In mijn brief van 7 december 2009 aan uw Kamer (32 123 VIII, nr. 99) heb ik mede namens de minister van Financiën de motie ontraden. Ik zie namelijk geen mogelijkheden om de motie uit te voeren. Voor de korting op de werkgeverslasten is geen dekking aangegeven. Verder is de afgelopen jaren het streven juist geweest het aantal afdrachtverminderingen te reduceren. Bovendien past de voorgestelde uitbreiding niet in het streven naar vereenvoudiging en administratieve lastenverlichting. Wat betreft de btw voor elektronische diensten wijs ik erop dat de Europese btw-richtlijn geen ruimte biedt voor een verlaagd tarief voor elektronische diensten. Daarom kan de Nederlandse wetgeving op dit punt niet worden aangepast.

32 123 VIII, nr. 82 – motie-Voordewind over het voorportaal voor aspirant-omroepen

«Verzoekt de regering, te onderzoeken op welke wijze een voorportaal of plug-in faciliteit voor adspirant-omroepen kan worden opgezet en dit onderdeel te laten zijn van de opties voor wetswijziging in de eindrapportage naar aanleiding van de toekomstverkenning publieke omroep».

Reactie

Met de Raad van Bestuur van de publieke omroep ga ik in gesprek over de mogelijkheden voor een plug-in faciliteit voor aspirant-omroepen. Op welke wijze een plug-in faciliteit georganiseerd moet worden, zal vervolgens bij de toekomstverkenning van de publieke omroep worden betrokken.

32 123 VIII, nr. 83 – motie-Voordewind en Atsma over het bevorderen van pluriformiteit binnen het opinieaanbod

«Roept derhalve de regering op, bij de per 1 september 2010 te sluiten prestatieovereenkomst met de NPO, dit te bevorderen en de Kamer daarover te rapporteren».

Reactie

De Kamer constateert dat de motie-Atsma (31 804, nr. 67) nog niet is uitgevoerd. Per brief van 29 mei 2009 heb ik echter op deze motie gereageerd (31 700 VIII, nr. 193). Ik heb in deze brief gemeld dat de Raad van Bestuur met de omroepen in gesprek is over het concessiebeleidsplan.

Ik deel het ideaal van een pluriform omroepbestel met de Kamer. Maar ik heb moeite met deze tweede motie omdat zij zich niet verdraagt met de wet. Daarin is immers bepaald dat de prestatieovereenkomst niet gaat over de inhoud van de programmering (Mediawet art. 2.22 lid 3). Het is aan de Raad van Bestuur van de publieke omroep en aan de omroepverenigingen zelf (die tenslotte verantwoordelijk zijn voor de vorm en inhoud van programma’s) om te zorgen voor voldoende pluriformiteit in het opinieaanbod. Wel bevat de prestatieovereenkomst kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik.

De publieke omroep werkt op dit moment aan de invulling van het concessiebeleidsplan voor de periode 2010–2015 en dient dit uiterlijk 1 maart 2010 in. Dit plan vormt de basis voor de prestatieovereenkomst over diezelfde periode. Ik hoop deze overeenkomst vóór de aanvang van de nieuwe concessietermijn op 1 september 2010 met de publieke omroep te sluiten. Ik stuur de Kamer hiervan een afschrift.

32 123 VIII, nr. 84 – motie-Voordewind en Atsma over ideële sponsoring

«Verzoekt de regering, bij het uitvoeren van voornoemde motie een uitzondering te maken voor programma’s die door instellingen die een ideëel belang behartigen, worden gesponsord;

en verzoekt daarbij voorts, met het Commissariaat voor de Media in overleg te treden om een ruim begrip van «ideëel belang behartigen» te hanteren».

Reactie

Ik heb van de Nederlandse Publieke Omroep een voorstel ontvangen ter uitvoering van de eerdere motie-Van Dijk (31 876, nr. 20) waarin meer ruimte is voor bijdragen van «ideële sponsors». Ik zal de NPO vragen de regeling in lijn met de voorliggende motie uit te werken en op te nemen in het Concessiebeleidsplan 2010–2015. Ook zal ik met het Commissariaat voor de Media overleggen of de gehanteerde omschrijvingen met betrekking tot «ideële sponsoring» onnodig beperkend zijn en de Kamer daarover informeren.

32 123 VIII, nr. 85 – motie-Peters over zelfregulering van journalistieke ethiek

«Verzoekt de regering te onderzoeken hoe zij goede, onafhankelijke, brede zelfregulering ten aanzien van de journalistieke ethiek kan versterken, om te beginnen bij de publieke omroep».

Reactie

Het College van Omroepen is op de hoogte gesteld van de inhoud van deze motie. Ik heb het college voorgesteld om de aansluiting van de omroepredacties bij de Raad voor de Journalistiek op te nemen in de gedragscodes van de individuele omroepen die binnenkort verschijnen. Het College van Omroepen zal bekijken op welke wijze gehoor gegeven kan worden aan de motie. Ik zal de Tweede Kamer vóór de zomer informeren over de uitkomsten daarvan.

32 123 VIII, nr. 89 – motie-Atsma c.s. over regionale omroepen in kleinere provincies

«Verzoekt de regering, de oorzaak van de problemen van de regionale omroepen in kleinere provincies nader te onderzoeken;

en verzoekt de regering bovendien, om samen met de provincies en de koepelorganisatie ROOS naar een oplossing te zoeken».

Reactie

In mijn brief over de regionale omroep (32 123 VIII, nr. 17) heb ik gemeld een dergelijk onderzoek nuttig te vinden. Steun van de provincies en regionale omroep is daarbij noodzakelijk. Immers, de provinciale omroepen zijn verantwoordelijk voor de financiering van de regionale omroepen en het is van belang dat het onderzoek hen inzicht geeft in mogelijke oplossingen voor de problematiek van kleinere provincies. Bij het onderzoek kunnen eventuele herverdeeleffecten en de eigen vermogens van de regionale omroep tegen het licht worden gehouden. Ik streef ernaar in het eerste kwartaal van 2010 met IPO en ROOS tot een onderzoeksopzet te komen voor de uitvoering van het onderzoek. Ik zal u vóór het eind van het jaar over de resultaten informeren.

32 123 VIII, nr. 90 – motie-Atsma c.s. over het beperken van de doorgifte van buitenlandse zenders

«Verzoekt de regering, het waarborgmodel zodanig aan te passen dat de op de Nederlandse kijkers gerichte buitenlandse zenders die zich niet expliciet vrijwillig conformeren aan de Nederlandse regelgeving op het gebied van o.a. het uitzenden van reclame en de Kijkwijzer, geen aanspraak kunnen maken op verplichte doorgifte zoals dat voortvloeit uit het voorgestelde waarborgmodel».

Reactie

Bij de uitvoering van de motie dien ik rekening te houden met Europese wet- en regelgeving. Ik zal u vóór 1 maart 2010 in een aparte brief informeren over hoe ik de uitvoering van deze motie wens op te pakken.

Amendement

32 123 VIII, nr. 48 – amendement Van der Ham over het project Roze Olifant

Binnen artikel 25 Emancipatie, onderdeel Veilige School € 150 000 vrijmaken voor het project de Roze Olifant, dat leerlingen in staat stelt homovijandigheid op school zelf aan te pakken.

Reactie

Voor het project de Roze Olifant zal ik binnen mijn begroting € 150 000,- vrijmaken. Over de dekking hiervan zal ik u bij Voorjaarsnota informeren.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk