31 821
Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en enige andere wetten onder meer in verband met de verbetering van het bestuur bij de instellingen voor hoger onderwijs, de collegegeldsystematiek en de rechtspositie van studenten (versterking besturing)

nr. 18
AMENDEMENT VAN HET LID BESSELINK

Ontvangen 15 juni 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel DU, wordt artikel 10.16b, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel b vervalt «en».

2. De punt aan het slot van onderdeel c wordt vervangen door: , en.

3. Toegevoegd wordt een onderdeel, luidende:

d. de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, met uitzondering van het tweede lid, onderdelen a tot en met g, van dat artikel.

Toelichting

Met dit amendement wordt het instemmingsrecht voor medezeggenschapsraden op hogescholen met betrekking tot de procedurele elementen van de onderwijs- en examenregeling alsnog geregeld (op basis van de WOR). Deze geldt bij ongedeelde medezeggenschap (dus als studenten en personeel samen in één raad zitten). Bij gedeelde medezeggenschap op hogescholen (zoals geregeld in het nu voorliggende wetsvoorstel) geldt die wel voor studentenraad, maar niet voor de ondernemingsraad (personeel). Dat laatste moet worden toegevoegd omdat de ondernemingsraad dan geen instemmingsrecht meer zou hebben op de onderwijs- en examenregeling, zoals tot nu toe wel het geval was. Deze regeling is voor het personeel van groot belang. Het gaat hier onder andere om nakijktermijnen, geldigheidsduur van tentamenuitslagen, de wijze van tentaminering (mondeling of schriftelijk) etcetera. Met dit amendement wordt een reeds bestaand instemmingsrecht behouden voor de gezamenlijke raad aangezien men schijnbaar is vergeten om dit recht over te zetten naar dit wetsvoorstel.

Besselink