Kamerstuk 31710-65

Verslag van een algemeen overleg

Water- en hagelschade Zuid Oost Nederland

Gepubliceerd: 27 oktober 2016
Indiener(s): Martijn van Dam (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen: ruimte en infrastructuur waterkeringen en waterbeheer
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31710-65.html
ID: 31710-65

Nr. 65 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 27 oktober 2016

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 6 oktober 2016 overleg gevoerd met de heer Van Dam, Staatssecretaris van Economische Zaken, over:

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 29 juli 2016 met de rapportage over water- en hagelschade in Zuidoost-Nederland (Kamerstuk 31 710, nr. 61);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 1 september 2016 met de tweede rapportage over water- en hagelschade in Zuidoost-Nederland (Kamerstuk 31 710, nr. 62).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de commissie, Vermeij

De griffier van de commissie, Franke

Voorzitter: Jacobi

Griffier: De Vos

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Dijkgraaf, Dik-Faber, Van Gerven, Geurts, Graus, Jacobi, Leenders en Lodders,

en de heer Van Dam, Staatssecretaris van Economische Zaken.

Aanvang 11.30 uur.

De voorzitter:

Goedemorgen. Ik heet de Staatssecretaris, de staf van EZ, de Kamerleden, de griffier, de stenograaf en alle mensen op de tribune welkom. We beginnen met het debat over de hagel- en waterschade in Zuidoost-Nederland. De Kamerleden hebben drie minuten spreektijd. Ik stel voor dat we in de eerste termijn twee interrupties doen. Het woord is aan de heer Geurts, die volgens mij ook de initiatiefnemer van dit overleg is.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Als we het door de procedurevergadering heen hebben gehaald, zijn we allemaal initiatiefnemer.

Dat de gevolgen van het natuurgeweld in Zuidoost-Nederland nog steeds doordreunen, zal toch niemand ontkennen? De inwoners van het gebied, dat zeer extreem getroffen is door een ijsstorm met hagelstenen van ongekende omvang, hebben er nog elke dag mee te maken. Zeker nu de oogst van het land gehaald wordt, blijkt op veel plekken dat er eigenlijk geen oogst is. We hebben het over extreme regen, hagelstormen, water van onderop, waardoor talloze percelen zijn ondergelopen, een directe schade van meer dan 500 miljoen en vervolgschade aan gewassen die oploopt tot meer dan 285 miljoen. Deze schade is lang niet allemaal verzekerbaar, want de brede weersverzekering dekt alleen waterschade van boven. Schade door water van onderop valt hierbuiten. Dan moet je toch concluderen dat dergelijke risico's de verantwoordelijkheid van boer of tuinder overstijgen?

In het vorige algemeen overleg heb ik een pleidooi gehouden voor een noodfonds. De Staatssecretaris zei nee. Ik vroeg om het getroffen gebied in aanmerking te laten komen voor ondersteuning door Brusselse fondsen. De Staatssecretaris zei nee. We vroegen om nationale solidariteit. In Duitsland en België is die er wel. De Staatssecretaris zei ook hierop nee. Het wordt tijd dat de Staatssecretaris eens ja zegt. Laat ik met een simpele vraag beginnen: is de Staatssecretaris bereid om een onafhankelijke commissie in te stellen die de schade inventariseert en taxeert? Deze commissie kan de huidige patstelling doorbreken. Wat is hierop het antwoord van de Staatssecretaris?

Daarnaast stel ik voor om een fonds in te richten, een fonds gevuld door betrokkenen, zoals dat in de dierhouderij met het Diergezondheidsfonds is vormgegeven. Dit fonds kan een oplossing bieden voor onverzekerbare schade en voor plantenziekten. Wat is hierop het antwoord van de Staatssecretaris?

Een volgend voorstel is dat de assurantiebelasting op de brede weersverzekering eraf gaat, om deze zo in de toekomst interessanter te maken voor telers. Andere lidstaten heffen deze belasting nauwelijks, zoals blijkt uit de brief van de Staatssecretaris. Is de Staatssecretaris bereid om dit nog voor volgend jaar aan te passen?

Mijn volgende voorstel gaat over een programma voor klimaatadaptatie. Het mag ook een ander woord zijn, dat maakt me niet zoveel uit. Het gaat er gewoon om dat wij het waterbeheer zo moeten inregelen dat snelle afvoer van water bij hevige neerslag wordt bereikt. Daarnaast moet het water worden vastgehouden in droge periodes. De provincie Limburg en de waterschappen hebben hiervoor 50 miljoen euro gereserveerd. Een ongekend bedrag, dat laat zien dat het hen menens is. Wat is hierop het antwoord van de Staatssecretaris?

Dan heb ik nog twee losse punten. Hoe bevorderen wij de asbestsanering in Zuidoost-Nederland? Ik heb een brief gezien van diverse Brabantse gemeenten die daar aandacht voor vragen. Zij vragen of zij een voorkeurspositie kunnen krijgen in de regelingen die er nu zijn.

Wat is de status van de gezamenlijke werkgroep die is ingesteld? Misschien kan de Staatssecretaris daarop ingaan?

U merkt dat het CDA de voorstellen vanuit Zuidoost-Nederland wil omarmen. We doen een indringende oproep aan het kabinet om over deze voorstellen mee te denken. Het kan niet zo zijn dat we Zuidoost-Nederland, dat zoekt naar oplossingen, in de steek laten. Ik neem aan dat de Staatssecretaris dat volmondig met mij eens is.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Geurts. U bent iets over de drie minuten heen gegaan, namelijk 27 seconden. Mevrouw Lodders heeft nog een interruptie voor u.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dat is wel heel precies, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Geurts over het inrichten van een fonds, gevuld door mensen uit het gebied. Begrijp ik hem zo goed? Ik heb het dus niet over een noodfonds, maar over zijn voorstel voor een vergelijkbaar fonds als het Diergezondheidsfonds. Dat is volgens mij een fonds dat vanuit de sector gevuld kan worden. Kan de heer Geurts aangeven hoe dit in de praktijk zal werken?

De heer Geurts (CDA):

Wij hebben dat in de dierhouderij ook. Het Diergezondheidsfonds wordt inderdaad, zoals mevrouw Lodders zei, gevuld door dierhouders. Er zit een bepaalde cap in. Op het moment dat die overstegen wordt, komt de landelijke overheid ook in beeld. Daardoorheen zweeft ook een bijdrage vanuit de Europese Commissie. Die gedachtegang wil ik ook eens bekijken voor onverzekerbare schade. Ik vraag dit ook aan het kabinet en aan de Kamer. Ik heb de plantenziekten er ook bij gehaald, want daar hebben we nog geen fonds voor. Ik heb al eens eerder in de Kamer geopperd om het voor plantenziekten te doen. Daarom heb ik die er nu ook bij betrokken. Het gaat om de gedachtegang. Over de invulling valt met mij te praten.

Mevrouw Lodders (VVD):

Nu is het iets voorzichtiger geformuleerd. Ik denk namelijk dat er heel veel uitwerkingsvraagstukken om de hoek komen kijken. Ga je dat landelijk doen? Hoe ga je om met bepaalde vormen van schade die de ene sector wel en de andere sector niet raken? Hoe gaat het met zaken die je wellicht kunt voorkomen? Ik proef enige terughoudendheid in de zin van dat het een oplossing voor nu zou kunnen zijn. Ik denk dat het altijd mogelijk is om ernaar te kijken. Overigens zie ik dan ook een rol voor de sector, voor het bedrijfsleven zelf. Dan begrijp ik de heer Geurts op de juiste manier.

De heer Geurts (CDA):

Ik ben in ieder geval blij dat mevrouw Lodders en de VVD-fractie willen meedenken over deze gedachtegang. Bij de uitvoering zijn er altijd details. Ik zie dat het kabinet op dit punt ideeënarmoede heeft. Dan komen we met wat ideeën en hopen we een en ander op een wat hoger niveau te brengen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Ik ben het helemaal met de heer Geurts eens. Het gaat over een grote ramp die moeilijk verzekerbaar is. Er is sprake van grote schade: 200 miljoen euro aan gewassen, en 400 miljoen euro als je de stallen en de kassen erbij betrekt. Is die schade redelijkerwijs verzekerbaar? Schade door het overlopen van beken wordt bijvoorbeeld niet vergoed. Er gelden veel beperkende voorwaarden. Er is een hoog eigen risico. De premie is ondanks de subsidieregeling heel hoog. Zelfs verzekeringsadviseurs adviseren je om je niet te verzekeren.

Ik zou willen dat de Staatssecretaris dit erkent als ramp. De mensen voelen het zo en als je naar het gebied gaat, zie je het ook. Eigenlijk is de ramp ook nog sluipend. Hij wordt nu pas zichtbaar in de oogsten en dat gaat nog wel even door.

Ook wij willen dat er een noodfonds wordt ingesteld. In Duitsland en België is zoiets gedaan. We moeten toch voorkomen dat bedrijven door deze ramp omvallen? Wil de Staatssecretaris een commissie instellen die dit oppakt en tegelijkertijd bekijkt hoe we hier in de toekomst mee om moeten gaan?

Ik was eerlijk gezegd geschokt door de stukken die wij gekregen hebben. In het stuk van 29 september, het Dossier Water- en supercelschade 2016 van ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie), LLTB (Limburgse Land- en Tuinbouwbond), de provincies Limburg en Noord-Brabant en het waterschap, wordt gezegd dat de betrokken partijen zonder uitzondering van mening zijn en het gevoel hebben dat de rijksoverheid het getroffen gebied in de steek heeft gelaten. Dat is niet best. Er is wel een werkgroep aan de gang. Die is echter al een poos ingesteld en tot nu licht die alleen maar toe waarom iets niet mogelijk is. Er zou toch een positieve houding moeten zijn? Daarom doen wij het verzoek om een commissie in te stellen die wel doorzettingsmacht heeft en die naar het geheel van de schade kijkt.

Ik heb drie detailvragen. Wil het kabinet in ieder geval op korte termijn geld uittrekken voor vervanging van asbestdaken in ruil voor zonnepanelen, niet via de generieke regeling maar specifiek voor dit gebied? Wil het kabinet ervoor zorgen dat de asbestsanering niet in het gedrang komt? Er moet snel gerepareerd worden. De procedures voor asbest zijn traag en moeizaam. De asbestsanering komt nu onvoldoende van de grond. Dat is een gemiste kans. Lost de Staatssecretaris dit op? Wil de Staatssecretaris in het belastingplan de brede weersverzekering vrijstellen van assurantiebelasting?

Ik was deze zomer in Ethiopië. Daar werden zes Nederlandse bedrijven overvallen door demonstranten. Ik heb Minister Ploumen gevraagd ervoor te zorgen dat de Ethiopische regering de schade deels vergoedt. Haar antwoord was: ja, we knokken met elkaar, de commissie en het kabinet, voor deze zes Nederlandse bedrijven in Ethiopië. Dat gebeurt vaak, maar als het in Nederland gebeurt, zeggen we: ja, dat is het ondernemersrisico. Dat kan toch niet? Kan de regering niet alleen in het buitenland, maar ook in eigen land zorgen voor onze eigen ondernemers?

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Op 23 juni werd Zuidoost-Nederland getroffen door barre weersomstandigheden: een extreme regenperiode en hagelstenen die als tennisballen uit de lucht kwamen. Deze commissie heeft hier begin juli over gesproken. Het moet angstaanjagend zijn geweest. Dat heb ik toen ook gezegd. De verhalen van mensen uit het gebied raken mij nog steeds. Mensen die wat verder weg staan, gaan over tot de orde van de dag, maar als getroffen gezin of ondernemer word je nog dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van die barre weersomstandigheden.

Ik heb een aantal vragen aan de Staatssecretaris. De provincies en gemeenten zijn direct aan de slag gegaan om met inwoners de schade te inventariseren en te zoeken naar oplossingen voor de problemen waar men tegen aanliep. De Staatssecretaris heeft een landelijke werkgroep ingesteld om samen met de mensen in het gebied ondersteuning te bieden. Graag hoor ik van de Staatssecretaris wat de laatste stand van zaken is. Is bijvoorbeeld al duidelijk of die landelijke werkgroep nog nodig en wenselijk is? Dat was nog niet duidelijk in de laatste rapportagebrief.

De Staatssecretaris heeft namens het kabinet een aantal maatregelen genomen om het herstel in het gebied te ondersteunen. Dat is een goede zaak. Denk bijvoorbeeld aan de overmachtssituatie in het GLB (gemeenschappelijk landbouwbeleid), een verruiming van de subsidieregeling asbest, werktijdverkorting en herstelbemesting. Hoe staat het hiermee? In de laatste brief lees ik dat de Staatssecretaris in afwachting is van het aanleveren van casussen. Is dit inmiddels gebeurd? Zo nee, waar ligt dit aan? Lopen ondernemers of organisaties tegen drempels aan? Wat heeft de landelijke werkgroep ondernomen om deze voorbeelden los te krijgen? Het kan toch niet zo zijn dat de administratieve rompslomp leidt tot het niet aandragen van voorbeelden en het niet meedoen of mee kunnen doen aan deze regelingen? Hoe heeft de Staatssecretaris hierop gestuurd? Uit de signalen die met mij gedeeld worden, blijkt dat men niet uitblinkt in een actieve benadering. Ik hoop dat de Staatssecretaris dat gevoel kan wegnemen. Heeft de Staatssecretaris gesprekken gevoerd met bijvoorbeeld banken over bedrijven die in een noodlijdende situatie verkeren? Hoe gaan dat soort gesprekken?

Er leven veel vragen en er leeft veel ongenoegen over de verzekering die ondernemers hebben afgesloten. Is de schade wel of niet verzekerd? Mensen voelen zich in de steek gelaten. Ik heb gezien dat de landbouworganisatie een kort geding voorbereidt of inmiddels heeft ingediend. Dat maakt het moeilijk om daar nu inhoudelijk op in te gaan. Ik wil dat dus eigenlijk niet doen, maar de volgende vraag houdt mij bezig: hoe heeft de Staatssecretaris hier in de afgelopen maanden, vrij snel na begin juli, op gereageerd?

Dan kom ik op het onderhoud van sloten en vaarten en de wijze waarop waterberging voor extreme situaties wordt vormgegeven en nog belangrijker, ten tijde van hevige regenval wordt ingezet. De VVD heeft hier al op meerdere momenten aandacht voor gevraagd, omdat na gesprekken in het gebied is gebleken dat met name de waterafvoer een probleem is of in ieder geval is geweest. We zien dat er steeds vaker slootverfraaiing plaatsvindt. Ik zal maar eerlijk zeggen dat ik dit begrip van iemand heb geleend. Deze slootverfraaiing wordt vaak gesubsidieerd door de Europese POP-gelden (Plattelandsontwikkelingsprogramma) en gaat ten koste van de waterberging en waterafvoer. Wat heeft de Staatssecretaris zelf gedaan? Waarin heeft het overleg met zijn collega van I en M geresulteerd?

Kan de Staatssecretaris aangeven wanneer wij de stukken ontvangen over de evaluatie van de brede weersverzekering?

De heer Geurts (CDA):

Ik heb in mijn inbreng aangegeven dat de provincie Brabant en het waterschap 50 miljoen hebben gereserveerd om, zoals ik het noem, een klimaatadaptatie te bewerkstelligen. Dat wil zeggen het snel afvoeren van water of water vasthouden in de desbetreffende gebieden en breder daaromheen. Hoe kijkt de VVD-fractie daartegen aan? Vindt zij ook dat dit een ongekend, gigantisch bedrag is in deze tijd? Vindt zij ook dat het kabinet daar wat aan moet bijdragen, mee moet denken en er geld voor moet vrijmaken?

Mevrouw Lodders (VVD):

De heer Geurts zit volgens mij ook in de commissie I en M en is woordvoerder op het waterdossier, waarin sprake is van een groot landelijk klimaatadaptatieplan. De vraag is of we een specifiek plan moeten hebben voor deze regio. Ik stel me op het standpunt, en met mij mijn collega Barbara Visser, dat waterschappen een primair doel hebben, namelijk waterafvoer en waterberging. Ik ben zelf wezen kijken in het gebied en heb gezien dat er waterberging is, maar dat die niet wordt ingezet. De gebieden die aangewezen zijn om overvloedige regenval te bergen, zijn niet ingezet. Er kunnen prachtige plannen zijn, maar waterschappen hebben één primaire taak, en dat is niet slootverfraaiing of dat soort hobby's. Ze moeten ervoor zorgen dat het water afgevoerd kan worden.

De heer Geurts (CDA):

Ik weeg even hoe ik de positie van de VVD moet zien. Wil de VVD meedenken? Het klopt dat ik waterwoordvoerder ben, evenals de voorzitter van dit algemeen overleg. Ik zie dat er soms bewegingen zijn, maar ik vind het belangrijk dat de VVD er ook aan meedoet. Er waren hier situaties die een voorbeeld kunnen zijn voor hoe het her en der in Nederland kan verlopen. Dit gebied is getroffen. Wij kunnen daarvan leren hoe wij dit in andere gebieden kunnen voorkomen, maar dan moeten wij vanuit de rijksoverheid het gebied wel gaan helpen. Ik zoek de verbinding.

De voorzitter:

Mevrouw Geurts verder nog? Ik bedoel: mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Mevrouw Geurts? Nu gaat u wel heel snel. Ik weet niet of we specifiek voor dit gebied zo'n plan moeten hebben. Dat is oprecht een serieuze vraag. Ik vind namelijk dat de handen uit de mouwen moeten worden gestoken. De heer Geurts, het CDA, kan op de VVD rekenen. Daarom hebben mevrouw Visser en ik recentelijk schriftelijke vragen gesteld over een situatie in Overijssel, waar een waterschap slootkanten niet eens meer wil onderhouden. Dat kan niet het geval zijn, zeker niet gezien de ontwikkelingen die we hebben gezien in andere gebieden. Dus handen uit de mouwen! Volgens mij ligt de basis in het landelijke plan. Misschien moet dat aangescherpt worden. Dan moet de commissie I en M, waar de heer Geurts ook in zit, daar forsere stappen in zetten, want dat is wel waar we in Nederland primair voor staan. Gezien de klimaatontwikkelingen staan we daar steeds nadrukkelijker voor. Dat de provincie daar ook geld aan wil besteden, kan ik alleen maar toejuichen. Dat is heel erg belangrijk.

De voorzitter:

We gaan door met de inbreng van de PvdA-fractie, van de heer Leenders. Ik verwelkom de heer Graus, mevrouw Dik-Faber en de heer Van Gerven, die er bij de aanvang nog niet bij konden zijn, maar inmiddels zijn aangeschoven.

De heer Leenders (PvdA):

Voorzitter. Meerdere bezoeken deze zomer aan Noord-Limburg en Oost-Brabant hebben mij tot de conclusie gebracht dat er vooral problemen zijn in de agrarische sector. Burgers en andere ondernemers – we hebben er een aantal gesproken – zijn, hoewel geschrokken en soms onzeker over uitkeringen, in het algemeen positief over verzekeringen en accepteren de situatie als een gegeven. Ik kan er heel veel verhalen over vertellen, want er zijn ook aspecten rondom sociale cohesie die de moeite waard zijn om te vertellen, maar daar heb ik geen tijd voor.

Deze conclusie rechtvaardigt nog steeds de intentie om de getroffen boeren in de regio te helpen. Daarom wil ik een aantal vragen voorleggen aan de Staatssecretaris over heel concrete kwesties. Bij een aantal getroffen bedrijven is sprake van een wankele basis voor normale financiering van hersteloperaties en werkkapitaal. Men kan bij de gemeente dan een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar er wordt een rentepercentage gehanteerd van 8%. Dat blijkt een heel groot obstakel om van deze regeling gebruik te maken. Kan de Staatssecretaris hiervoor een oplossing bieden?

Voor de sanering van asbestdaken is de landelijke subsidieregeling in 2016 verruimd. Collega's hebben er ook al over gesproken. Vanwege de enorme omvang van de schade is die verruiming onvoldoende gebleken, zo heb ik begrepen. Ook de pot van de subsidieregeling Asbest eraf, zonnepanelen erop, die hiervoor heel mooi zou zijn, is leeg voor 2016. Is het mogelijk om in het kader van deze regeling extra middelen beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld door op een creatieve manier budgetten van volgende jaren naar voren te halen?

Er zijn door deze situatie kansen om snel iets te doen aan energietransitie. Dit sluit aan bij het vorige punt. Bestaande regelingen, zoals de SDE (Stimulering Duurzame Energieproductie) en de regeling voor een laag tarief, zijn hiervoor minder geschikt. Ook dat heb ik begrepen uit verhalen uit de regio. Een beperkt budget zou hierbij uitkomsten bieden. Ik heb begrepen van de provincie Noord-Brabant dat ze daar veel in wil investeren. Ziet de Staatssecretaris mogelijkheden om specifiek voor dit doel een beperkte cofinanciering te regelen? Ook die zou eventueel kunnen voortkomen uit bestaande regelingen, door die op een slimme manier te heralloceren.

Bij de regeling voor arbeidstijdverkorting is de voorgeschreven herstelperiode van 24 weken een probleem. De regio vraagt om een algemene vrijstelling van de huidige herstelperiode vanwege de bijzondere situatie waarin hij verkeert. De Staatssecretaris heeft hierover overleg gevoerd met de Minister van Sociale Zaken. Kan hij vertellen waar de Minister staat op dit punt?

Er zijn vragen gerezen over de werking van de brede weersverzekering. De regio wil samen met de sector en de verzekeraars een verzekeringspakket ontwikkelen dat ertoe leidt dat oogstschade als gevolg van extreme weerssituaties in de toekomst een beter verzekerbaar risico is. Wat vindt de Staatssecretaris hiervan? Welke rol ziet hij voor zichzelf om hieraan bij te dragen?

De agrarische sector is bezorgd over de mogelijke schade op de lange termijn als gevolg van de klimaatverandering. Dat lijkt ons een terechte zorg. De sector vraagt om een gedegen onderzoek naar de effecten van de klimaatverandering en om een advies daarover en wil ook zelf met suggesties komen. Collega's hebben hier al iets over gezegd, ook in termen van miljoenen. Hoe denkt de Staatssecretaris daarover? Wil hij hierin mede het initiatief nemen?

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Een noodweer met enorme hagelstenen trof Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg. Daarbij was juni 2016 de natste maand in 100 jaar, zo stelde het KNMI. De nasleep is in sommige gevallen dramatisch. Op dit moment zijn er zes bedrijven in de regio die door de extreme weersomstandigheden moeten stoppen. Er zijn 140 bedrijven die uitstel van aflossing hebben aangevraagd en in acute financiële problemen zitten. Hier wil ik graag een reactie van de Staatssecretaris op, ook gezien de motie die hij heeft overgenomen. De verwachting is dat nog meer bedrijven zullen volgen, omdat de schade nog niet overal verhaald is.

Ik kreeg een mail van een boerin in nood. Zij schreef: wij voelen ons eenzaam en verlaten; straks wordt ons bedrijf verkocht en ik weet niet wat er op ons afkomt. Zij staat natuurlijk voor heel veel anderen. De SP heeft in het eerste debat hierover gesteld dat zij niet wil dat bedrijven die toekomst hebben, omvallen. Dat vinden we eigenlijk met zijn allen. Hoe staat het dus met het uitvoeren van de overgenomen motie? Hoe gaat de Staatssecretaris een en ander verder vormgeven?

De heer Graus (PVV):

Ik deel een groot deel van wat de heer Van Gerven zegt. Ik hoorde de Staatssecretaris ook zeggen dat gezonde bedrijven niet mogen omvallen. In de huidige situatie, zeker na de economische crisis maar ook door het beleid van de regering, is echter geen enkel bedrijf meer 100% gezond. Hoe bepaal je dan wat een gezond bedrijf is? Wat verstaan de heer Van Gerven en de Staatssecretaris – dat zal ik dadelijk horen – daaronder? Er bestaan namelijk vrijwel geen gezonde bedrijven meer.

De voorzitter:

De heer Van Gerven moet die vraag eerst maar eens beantwoorden.

De heer Van Gerven (SP):

Ik vind de heer Graus altijd positief kritisch. Hij is een kritisch Kamerlid, maar gericht op een positieve uitkomst. De crisis van 2008 heeft op allerlei sectoren effect gehad, maar die heeft er niet toe geleid dat alle bedrijven failliet zijn gegaan. Een aantal wel, maar een heleboel ook niet. Na het noodweer is er een acute extra belasting bijgekomen. Dat was voor mij de reden om die motie in te dienen. Bedrijven die op zichzelf wel toekomst hebben, maar dit net niet meer aankunnen, moeten in ieder geval overeind gehouden worden. De oplossingen waar we het nu over hebben, zijn niet voor bedrijven die überhaupt geen toekomst hebben. Dat moet je op een andere manier aanpakken. Natuurlijk moet je dat wegen. Om het oordeel te vellen over de vraag of een bedrijf toekomst heeft, hebben we deskundigen vanuit de financiers, de boeren zelf en het bedrijfsleven.

De heer Graus (PVV):

Daar maak ik me dus ernstig zorgen over. Wie gaat dat bepalen? Al onze bedrijven waren gezond, al eeuwenlang. Dat waren familiebedrijven, van vader op zoon. Die gezins- en familiebedrijven zijn allemaal kapotgemaakt door het beleid van de Europese Unie en door regeringsbeleid. We hebben die mensen in de steek gelaten. Nu wordt er gezegd: ze hebben geen kans van bestaan, dus laat maar gaan. Daar ben ik tegen. Ik vind dit erg. Wij hebben die mensen in de problemen gebracht. Niet ik persoonlijk, want ik heb altijd geageerd tegen het Europese beleid en het regeringsbeleid, maar velen wel. Vervolgens wordt er gezegd dat die bedrijven niet meer gezond genoeg zijn.

De voorzitter:

Wat is uw vraag aan de heer Van Gerven?

De heer Graus (PVV):

Ik uitte mijn zorgen. Ik wil het ook straks van de Staatssecretaris horen.

De voorzitter:

Dat komt straks.

De heer Graus (PVV):

Je kunt in deze tijd namelijk geen goede definitie geven van een gezond of een niet-gezond bedrijf. Hierdoor komen heel veel bedrijven die wel potentieel hebben, onder de ongezonde bedrijven te vallen en die krijgen dus dadelijk geen steun. Dat vind ik een schande. Al onze boeren en al onze bedrijven zijn namelijk gezond.

De voorzitter:

Wat is uw vraag aan de heer Van Gerven?

De heer Graus (PVV):

Ze zijn echter ongezond gemaakt. Van nature zijn ze gezond. Ze moeten dus allemaal geholpen worden. We moeten er niet in discrimineren.

De heer Van Gerven (SP):

Ik denk dat het goed mogelijk moet zijn om onderscheid te maken tussen bedrijven die voor het noodweer potentie en toekomst hadden en bedrijven die die niet hadden en toch al afgebouwd zouden worden. Ik ben het voor een groot deel met de heer Graus eens. Europa heeft inderdaad allerlei invloed op de ontwikkeling van bedrijven, maar laten we die discussie hier niet verder voeren. Daar is een ander debat meer geschikt voor.

De SP is voorstander van het ontwikkelen van een noodfonds om mensen in die gebieden te helpen. Dat fonds moet er komen voor schrijnende gevallen, onverzekerbare schade en het opnieuw stimuleren van de regionale economie na deze episode van maatschappelijke ontwrichting. Schrijnende gevallen kunnen wat ons betreft ook getroffen particulieren zijn. Veel van de schade blijkt redelijkerwijs niet goed verzekerbaar. De verzekeringen zijn extreem duur of hebben veel uitsluitende voorwaarden. LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland) heeft daarover een rapport geschreven. Ik krijg hierop graag een reactie van de Staatssecretaris. Ik las over een verzekering in Duitsland, met een percentage van 0,03% als premie. Dat lijkt mij heel laag voor zo'n verzekering. Klopt dat of niet? Is het daar anders dan hier? Het antwoord op die vraag is heel belangrijk.

Er is een voorstel gedaan voor een onafhankelijke commissie die de totale schade vaststelt en zich buigt over de redelijkheid van een verzekering, over de vraag of een verzekering wel of niet mogelijk is. Er moet overleg komen met de sector en de verzekeraars om een goed pakket samen te stellen. Voor de langere termijn moeten er maatregelen komen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Daar moet men goed over nadenken.

Afrondend kom ik op de asbestsanering. De middelen zijn opgehoogd; dank daarvoor. Wat is de stand van zaken? Wordt iedereen die aan de regels voldoet en asbestsanering wil toepassen, geholpen? Anders hebben we altijd nog de beroemde begrotingsreserves, het apurement, waar wellicht een beetje uit kan worden gehaald. Die zijn namelijk nog erg ruim gevuld.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Vanmorgen las ik het bericht dat bijna de helft van de Nederlandse varkens- en kippenhouders al jarenlang onder de armoedegrens leeft. Dan is er de melkveehouderij, die voor een enorme opgave staat om de fosfaatproductie onder het plafond te brengen. Vanmiddag hebben we hierover een rondetafelgesprek.

Vandaag spreken we elkaar over de water- en hagelschade in het zuiden van het land, waardoor zo veel bedrijven getroffen zijn. Ik vind het om te huilen. Onze agrarische sector is wereldwijd toonaangevend op het gebied van innovatie, milieu en dierenwelzijn, maar staat enorm onder druk. De technocratische blik van EZ doet geen recht aan het belang van de sector, aan de boeren en tuinders die iedere dag weer met zo veel passie werken voor onze voedselvoorziening. De mensen in het zuiden van het land voelen zich in de steek gelaten door Den Haag.

Ongeveer 143.000 hectare aan akker- en tuinbouwgrond is getroffen door de extreme weerssituatie. De schade aan gewassen bedraagt 285 miljoen euro en de schade aan gebouwen 131 miljoen euro. De eerste bedrijven die door het noodweer zijn getroffen, vallen om. Dat zouden we toch voorkomen?

Er is een brede weersverzekering, maar in de praktijk werkt die niet. Er gelden allerlei beperkende voorwaarden. Veel risico's zijn uitgesloten van dekking en de premies zijn te hoog. Ik hoorde vanmorgen dat maar 3% van de ondernemers is aangesloten. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Kan de Staatssecretaris dit percentage bevestigen?

Ik heb vier verzoeken aan de Staatssecretaris. Ten eerste: kom met een onafhankelijke commissie die de aard en de omvang van de schade vaststelt en ook bekijkt wat redelijkerwijs niet verzekerbaar is. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan een noodfonds in het leven worden geroepen voor schade die niet redelijkerwijs verzekerbaar is, niet elders kan worden verhaald en ook niet vermijdbaar is.

Ten tweede: verbreed de regeling voor de sanering van asbestdaken. Ik sluit me aan bij de vragen die daarover gesteld zijn.

Ten derde: kom in samenspraak met de sector en verzekeraars met een verzekeringspakket dat wel werkt bij oogstschade als gevolg van extreme weerssituaties. Ontwikkel deze verzekering samen met de sector en verzekeraars, zodat alle gewassen verzekerbaar zijn voor alle ongunstige weersomstandigheden, zoals ook het uitgangspunt was bij de brede weersverzekering. Zelfs het Verbond van Verzekeraars wijst erop dat evaluatie van de brede weersverzekering nodig is en wijst ook op klimaatgerelateerde oorzaken, zoals een overstroming, iets wat in ons land nu vrijwel niet verzekerd is.

Als laatste: kom met een toekomstvisie die rekening houdt met de gevolgen van klimaatverandering en sluit daarbij aan bij het deltaplan klimaatadaptatie.

Het is een ramp en mensen voelen zich in de steek gelaten. Waar is de Staatssecretaris die schouder aan schouder met de getroffen ondernemers staat, die samen met hen knokt voor hun toekomst?

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Dik. U hebt het record; u blijft binnen de drie minuten.

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Nu het om een belang gaat van mijn Limburgse achterban zal ik geen records breken. Ik zal de tijd nemen. In Zuidoost-Brabant spreken wij over hagelschade, in Limburg over waterlast. Vorige keer zat ik als eerste spreker. Ik ben nu maar eens achteraan gaan zitten; ik ben eerst een gevulde koek gaan eten, want ik dacht: misschien werkt het beter als deze PVV-tokkie achteraan gaat zitten. Ik merk dat veel mensen een deel van mijn vorige inbreng hebben overgenomen, dus mijn tactiek werkt wel.

Het blijkt dat veel schade niet verzekerbaar is, in tegenstelling tot hetgeen de Staatssecretaris heeft gezegd. Dat kan natuurlijk niet. Ik wil echt weten hoeveel verzekerbaar is en hoeveel niet. Welke gevallen zijn niet verzekerbaar? Ik wil ook weten waar de verantwoordelijkheid van de waterschappen eindigt, want dat is ook niet duidelijk. Mensen hebben vaak 30% eigen risico bij deze verzekeringen en vaak wordt maar 30% uitgekeerd als het al verzekerbaar is, maar het was niet verzekerbaar. Het water kon niet weg, maar de overstroming van sloten – met een duur woord «inundatie» – is niet verzekerbaar. Ik krijg hier graag een reactie op van de Staatssecretaris, want hij heeft dit vorige keer wel min of meer gezegd.

Mijn fractie wil dat er een onafhankelijke commissie komt die de totale schade vaststelt en op grond daarvan ook de aard en omvang van niet-redelijkerwijs verzekerbare schade. Ik wil mij best kandideren als voorzitter van die commissie. Het zou goed zijn als dat eens door een PVV'er werd gedaan. Daarnaast wil ik dat op korte termijn in samenspraak met de verzekeraars en de sector alsnog een verzekeringspakket wordt ontwikkeld, waardoor ook schade als gevolg van extreme weerssituaties een redelijkerwijs verzekerbaar risico is.

Ik heb met LTO gesproken. De organisatie wil een fonds stichten. De boeren zijn dus zeer welwillend, zoals altijd als zij in de problemen komen. In plaats van alleen met de vuist op tafel te slaan, willen zij altijd meedenken en meedoen. Ik waardeer dit enorm. Zij willen meebetalen, ook gezien de weersverandering, maar ik vind dat dit ook een taak is van de overheid. Klopt de schatting dat de directe schade 200 miljoen is? Hoeveel is de indirecte schade? De exacte ellende is nooit in beeld gebracht en volgens mij kan die ook niet helemaal in beeld worden gebracht. De hele wereld wordt geholpen, Grieken, vluchtelingen en noem maar op, behalve onze mensen die ons voorzien van primaire nutriënten, onze voeding, een primaire levensbehoefte. Hen laten wij in de steek. Ik vind dat onbegrijpelijk. Overal kunnen er miljoenen en miljarden worden ingezet, maar niet voor onze mensen. Ik vind dat not done.

De laatste vraag is hoe de Staatssecretaris denkt over het natuurrampadaptatieplan waar de provincies mee willen komen? Ook de provincie Limburg zal daarmee komen en ik neem aan dat dit al bekend is bij de Staatssecretaris. Ik heb begrepen dat de provincie Limburg hier best 50 miljoen wil insteken, maar zij vraagt dan ook 50 miljoen van de Staat. Ik denk dat dit heel billijk is.

Ik zal het hierbij laten, want er is al veel gezegd en ik heb vorige keer al veel gezegd. De Staatssecretaris is toch al multi-amoureus door met de VVD in bed te liggen. Hij zou ook eens wat multi-amoureuzer moeten zijn naar Zuidoost-Nederland, naar de Brabanders en de Limburgers. Dat zou hem goed staan en zijn vrouw heeft daar vast geen problemen mee.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de Staatssecretaris. Hij heeft ongeveer vijf minuten nodig. Ik schors de vergadering tot 12.10 uur.

De vergadering wordt van 12.04 uur tot 12.11 uur geschorst.

De voorzitter:

Wij beginnen met het antwoord in eerste termijn van de Staatssecretaris. Wij hebben vrijwel allen andere verplichtingen om 13.00 uur. Wij gaan proberen zo veel mogelijk samen te werken om toch alles aan bod te laten komen, want er zijn veel leden bij dit overleg aanwezig. Daarom zal ik ook maar één interruptie per Kamerlid toestaan, anders halen wij het niet. Aan het einde van een blokje kan desgewenst worden geïnterrumpeerd.

Staatssecretaris Van Dam:

Voorzitter. Wij spraken elkaar op 7 juli jongstleden over de gevolgen van het extreme weer in Zuidoost-Nederland.

De heer Van Gerven (SP):

Kan de Staatssecretaris aangeven in welke blokjes hij zal antwoorden?

De voorzitter:

Dat is een goede vraag.

Staatssecretaris Van Dam:

Ik heb geen duidelijke blokjes. De vragen van de leden vertonen veel overlap, ook met de brief die wij allen hebben ontvangen van ZLTO en LLTB. Ik zal die vragen langslopen. Die hebben onder meer betrekking op de werkgroep, de brede weersverzekering, asbestsanering enzovoort. De leden weten zelf welke vragen zij hebben gesteld, maar mijn antwoord is niet helemaal ingedeeld in blokjes.

De voorzitter:

Als het onder die titulatuur kan, brede weersverzekering bijvoorbeeld, kunnen wij bekijken wat er te interrumperen is.

Staatssecretaris Van Dam:

Voorzitter. Het weer van juni heeft veel sporen achtergelaten en die zijn nog steeds voelbaar in de regio. Bij zowel bedrijven als particulieren is flinke schade aangericht. Aan de kant van de bedrijven hebben de agrarische bedrijven de grootste klap gekregen; daarom zitten wij hier bij elkaar. Er is zojuist ook gezegd dat de schade voor particulieren wel is meegevallen. De schade aan particuliere kant is echter zeker zo groot geweest. Bij de verzekeraars is tweemaal zo veel particuliere als zakelijke schade geclaimd. Ik wil dit wel in het juiste perspectief plaatsen.

Veel agrarische bedrijven hebben nog dagelijks te maken met de gevolgen van de weersomstandigheden in juni. Er wordt, nog steeds, hard gewerkt aan het herstellen van de schade. Door de landelijke werkgroep die een brede vertegenwoordiging kent, is en wordt bekeken hoe getroffenen kunnen worden ondersteund. Daarbij wordt uitgegaan van ieders eigen rol en verantwoordelijkheid – dat heb ik vorige keer ook al benadrukt – en die kunnen van elkaar verschillen. Ik heb, zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg in de zomer, tweemaal gerapporteerd over de voortgang. Daaruit blijkt dat er veel werk is verzet en ik wil daarvoor ook hier mijn grote waardering uitspreken. Juist door de samenwerking en doordat iedereen in de werkgroep zijn bijdrage heeft geleverd, zijn veel van de problemen waar ondernemers tegen aanliepen, van een antwoord voorzien.

De werkgroep is vanaf begin juli zevenmaal bijeen geweest, maar daarbuiten was er natuurlijk ook contact. Ik heb in de rapportage een aantal resultaten opgesomd, maar nu enkele sprekers wat negatief commentaar hebben geleverd op die samenwerking, lijkt het mij goed nog even stil te staan bij hetgeen die samenwerking heeft opgeleverd, want de getroffen bedrijven en mensen zijn wel degelijk ondersteund. Ik begin met de regeling Werktijdverkorting die van groot belang is voor bedrijven die werknemers in dienst hadden en die door de schade die zij hebben opgelopen, een tijdlang weinig werk hadden. Dankzij die regeling waren zij in staat dat werk tijdelijk stil te leggen zonder dat zij te maken kregen met de hoge kosten voor hun werknemers en zonder dat de werknemers hun baan verloren. Er zijn 24 aanvragen toegekend; daarbij waren 274 werknemers betrokken die dankzij deze regeling ook straks weer aan de slag kunnen bij het bedrijf waar zij werkten voordat het slechte weer toesloeg.

Daarnaast heb ik op verzoek van veel boeren in de regio's in het oosten van Brabant en in Limburg, de mogelijkheid gecreëerd om grasland te scheuren buiten de normale periode door daarvoor een ontheffing te verlenen. Van die mogelijkheid is 109 keer gebruikgemaakt. Van de mogelijkheid tot herstelbemesting die nodig was omdat veel mest was uitgespoeld, is 141 keer gebruikgemaakt. Er is gezamenlijk gewerkt aan het organiseren van aandacht en hulp voor psychosociale problemen. In juni en juli werd door de regio en LTO ook met klem gevraagd te voorkomen dat de GLB-betalingen voor de boeren in het getroffen gebied in gevaar zouden komen. Daaraan leek grote behoefte te bestaan, maar opvallend genoeg is daar uiteindelijk maar vier keer om gevraagd. Voor die vier ondernemers was dit natuurlijk wel van belang. Toen het verzoek kwam om gewasbescherming opnieuw te mogen toepassen omdat de gewasbeschermingsmiddelen zouden zijn uitgespoeld, hebben wij geantwoord dat wij bereid waren met een positieve blik te kijken naar concrete casussen die zouden worden aangeleverd. Tot op heden zijn daarvoor geen casussen aangeleverd.

De zaak moet dus van twee kanten worden bekeken. Enerzijds wordt gevraagd of ik wel voldoende doe, anderzijds werden in de dynamiek van het moment soms problemen voorzien die zich minder hebben voorgedaan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de kwestie van de gewasbescherming. Dat is achteraf gezien positief, maar het ministerie is altijd welwillend geweest om dergelijke problemen aan te pakken in overleg met de deelnemers van de werkgroep.

De werkgroep gaat door zo lang er nog gezamenlijk werk te verrichten is. De werkgroep komt eind deze maand weer bij elkaar en dan zullen wij bekijken of er nog reden is om met elkaar verder te gaan. De werkgroep blijft bestaan zo lang die nuttig en noodzakelijk wordt geacht, juist ook om een beetje oog te houden op de effecten op langere termijn.

Ik heb de indruk dat de meeste woordvoerders voor hun inbreng hebben geput uit de brief van ZLTO en LLBT. Zij hebben een aantal onderwerpen uit die brief naar voren gebracht met de vraag of ik daarop wil reageren. Daarbij wordt teruggekomen op de discussie die wij in juli hebben gevoerd over de vraag of de vergoeding van de schade een verantwoordelijkheid van de overheid is. Ik heb geantwoord dat het enige wettelijke kader dat ons daarvoor ter beschikking staat, de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) is en dat die hier niet van toepassing is. De heer Dijkgraaf heeft gevraagd of ik daar nog een keer op wil ingaan, maar wij hebben die discussie toen gevoerd. De Kamer heeft daarover gestemd en een meerderheid was van mening dat de Wts niet van toepassing is. Ik vind het instellen van een commissie die nog eens naar dezelfde vraag kijkt, niet zinvol. Daarmee doen wij een discussie over die wij eerder met elkaar hebben gevoerd. Ik snap wel dat ZLTO en LLTB schrijven dat in overleg met de verzekeraars moet worden gekeken naar het verzekeringspakket opdat dat goed is toegesneden op de praktijk. Ik wil overleg over de vraag wat redelijkerwijs verzekerbaar is, onder welke voorwaarden en met welke premies graag aanmoedigen. Ik ben graag bereid dat overleg te faciliteren indien dat nodig is.

Ik kom nog apart terug op de overige punten in de brief zoals de klimaatadaptatie.

Er is een aantal vragen gesteld over asbestsanering. Doordat veel asbestdaken in de regio ernstig beschadigd zijn, moeten ze worden vervangen. Daarbij staan gezondheid en veiligheid voorop. Ik roep in herinnering dat asbestdaken vanaf 2024 sowieso zijn verboden in Nederland. Die daken moeten dus hoe dan ook voor die tijd worden verwijderd. Om dit te versnellen, bestaat sinds dit jaar een subsidieregeling voor het verwijderen van asbestdaken. Eind augustus bleek dat het bedrag van 10 miljoen dat voor dit jaar beschikbaar is, niet voldoende is. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft dit bedrag daarom opgehoogd naar 15 miljoen euro. Omdat er ook tijd nodig is om de aanvragen te behandelen, lijkt deze verruiming toereikend voor dit jaar, maar zelfs als er aanvragen worden gedaan voor meer dan 15 miljoen, dan kunnen die zonder vertraging worden uitbetaald. Desnoods worden die betalingen als eerste in 2017 gedaan. Ook in 2017 zal er voldoende budget worden vrijgemaakt. In dit geval is het budget dus geen bottleneck. Het budget is ook beschikbaar voor de versnelde sanering van asbestdaken in de regio. Het Ministerie van EZ verleent subsidie voor zonnepanelen. Die subsidie mag worden gestapeld op de subsidie voor de verwijdering van asbestdaken. Als je dit combineert met provinciale regelingen zoals die van de provincie Brabant, dan zou dat allemaal voldoende ondersteuning moeten bieden om asbestdaken te saneren c.q. ze meteen te vervangen door daken met zonnepanelen.

De voorzitter:

Ik zie dit maar even als een blokje asbestsanering. De heer Dijkgraaf wil daarop interrumperen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik heb maar één interruptie, maar misschien trekt u straks nog bij.

De voorzitter:

Choose your battle, zou ik zeggen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

De Staatssecretaris spreekt over de financiële regelingen, maar ik kijk naar de praktijk. Die reparaties moeten snel worden uitgevoerd, maar de procedures duren ellenlang. De regelingen zijn er dus wel en het bedrag is opgehoogd – waarvoor dank – maar er wordt weinig gebruik van gemaakt, want als het dak lekt, moet je het repareren. Daar zit de bottleneck. De werkgroep heeft hierover wel gesproken, maar uiteindelijk zijn er geen knopen doorgehakt. Iedereen is het erover eens dat de procedures zorgvuldig moeten zijn, maar kunnen ze in dit geval niet zodanig worden versneld dat de reparatie in combinatie met asbestsanering kan plaatsvinden? Er moet iets gebeuren, want anders lukt het niet.

Staatssecretaris Van Dam:

Het gaat om bestaande regelingen die op de normale manier moeten worden aangevraagd en overigens kunnen worden benut. Eerder was de zorg vooral of er wel voldoende budget beschikbaar is. Dat was de belangrijkste bottleneck en dat probleem is opgelost. Ik kan moeilijk beoordelen of er versnelling nodig is in die procedures. Dat er budget is, is naar mijn mening het belangrijkste en daarnaast dat met de werkzaamheden kan worden begonnen als er wordt voldaan aan de regelingen. Ik heb al gezegd dat het mogelijk is dat er pas volgend jaar wordt uitbetaald uit het budget voor volgend jaar. Mijn collega van I en M is natuurlijk verantwoordelijk voor de subsidie voor asbestsanering, maar het is mijn inschatting dat dit geen belemmering hoeft op te leveren.

Een andere vraag die hieraan is gerelateerd, heeft betrekking op de capaciteit van asbestsaneerders. Het Ministerie van I en M en de regio onderzoeken of kan worden gewerkt met een apart en eenvoudiger certificaat voor de sanering van asbestdaken zodat de capaciteit bij aannemers kan worden vergroot. Dat kan ook helpen om tot versnelling van de sanering van asbestdaken te komen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dat zou in ieder geval mooi zijn. De signalen die wij krijgen, zijn dat de vele protocollen en trage procedures verhinderen dat die combinatie wordt benut. Volgens mij wil niemand dat. Daarom vraag ik de Staatssecretaris om in ieder geval met LTO te overleggen of snellere procedures mogelijk zijn om zonder de veiligheid te raken – nogmaals, dat wil niemand – twee vliegen in een klap te slaan. Misschien zijn er ook nog andere partijen, maar LTO lijkt het dossier compleet te hebben.

Staatssecretaris Van Dam:

Ik ben vanzelfsprekend altijd bereid om nog eens te bekijken, ook in overleg met mijn collega van I en M, of de procedures een belemmering vormen. Ik heb al gezegd dat ik dat beeld niet heb, maar als de heer Dijkgraaf dat wel heeft, ben ik zeker bereid om hiernaar te kijken. Ik zal hierover contact opnemen met mijn collega van I en M.

De voorzitter:

Het verzoek is om dat ook met LTO te doen.

Staatssecretaris Van Dam:

LTO maakt deel uit van de werkgroep en daar wordt gesproken over al dit soort zaken.

De voorzitter:

Mijnheer Dijkgraaf, bij uitzondering nog een keer.

De heer Dijkgraaf (SGP):

U bent geweldig. Dit is nu precies het punt. Het is in de werkgroep besproken maar er gebeurt niets mee. Het probleem ligt daar op tafel, daar is de werkgroep voor, maar aan het einde van de dag gebeurt er niets. Daarom mijn aanvullende verzoek om extra aandacht in het belang van iedereen.

Staatssecretaris Van Dam:

Ik laat ernaar kijken. Over het contact tussen LTO en mijn departement hoeft de heer Dijkgraaf zich overigens geen zorgen te maken. Wij hebben vorig jaar kunnen zien dat LTO de organisatie in Nederland is die het meeste contact heeft met de departementen waarbij ons departement bovenaan staat.

De voorzitter:

Dat is statistiek, Staatssecretaris. Er is nog een interruptie van de heer Leenders en dat is dan meteen ook zijn laatste in deze termijn.

De heer Leenders (PvdA):

Mijn vraag sluit hierbij aan. Ik hoor van bijvoorbeeld de provincie Brabant dat zij bereid is om miljoenen te investeren in energietransitie en deze gelegenheid biedt een kans om dat proces te versnellen. De regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en de postcoderoosregelingen werken daarbij niet. Er zijn regelingen en er is geld, dat is het probleem niet. Wil de Staatssecretaris bekijken of het geld op een andere, flexibelere en creatieve manier kan worden aangewend om buiten de reguliere procedures om tegemoet te komen aan de specifieke vraag van bijvoorbeeld de provincie? Is de Staatssecretaris bereid om creatief om te gaan met de bestaande regelingen?

Staatssecretaris Van Dam:

Ik heb al twee keer toegezegd dat wij zullen kijken naar de procedures. Ik heb ook al eerder gezegd dat geld op dit moment het probleem niet is. Er is geld beschikbaar voor asbestsanering en er is geld beschikbaar voor zonnepanelen. De heer Leenders verwijst specifiek naar de SDE-regeling. Dat is een aparte regeling waarbij altijd wordt gekeken naar de meest kostenefficiënte manier van verduurzaming van de energievoorziening. Geld is het probleem dus niet en ik ben bereid om naar de procedures te kijken.

De heer Leenders (PvdA):

Dan kan ik dus tegen de provincie zeggen: neem contact op het ministerie want de wil om ernaar te kijken, is er?

De voorzitter:

Dat lijkt mij helder.

Staatssecretaris Van Dam:

Dan zijn er vragen gesteld over de assurantiebelasting en dat is ook geen nieuwe discussie. Het staat de Kamer vrij om bij het Belastingplan voor volgend jaar daartoe voorstellen in te dienen, ook voorzien van dekking, zeg ik daarbij, want dat kost geld. Wij hebben er eerder voor gekozen om de brede weersverzekering te subsidiëren met Europees geld. Daar zit ook een subsidie voor de assurantiebelasting in, want wij betalen voor ondernemers ongeveer twee derde deel van de premie inclusief de assurantiebelasting. Het is natuurlijk uniek dat wij dat doen. Wij doen dit alleen voor deze sector en wij maken daarvoor gebruik van Europees geld. Als de Kamer die subsidie wil uitbreiden en daarvoor gebruik wil maken van nationaal geld, kan zij daar altijd voorstellen voor doen en daarover discussiëren op de plek waar zij dat hoort te doen.

De Kamer heeft bij motie van de leden Leenders en Lodders gevraagd om de evaluatie van de brede weersverzekering ook te bespreken in de landelijke werkgroep – dat is gebeurd – en met de gebruikers van de brede weersverzekering in de werkgroep BWV (brede weersverzekering). Daarbij zijn ook de ervaringen in Zuidoost-Nederland in ogenschouw genomen. Wij werken nu aan de kabinetsreactie op de evaluatie. Ik streef ernaar die binnen enkele weken aan de Kamer te sturen.

Her en der is door leden van de Kamer gesuggereerd dat de brede weersverzekering niet de schade aan alle gewassen zou afdekken, terwijl de voorwaarde voor subsidie juist is dat er geen teelten worden uitgesloten, behalve gras, en ook geen weersomstandigheden. Daarom heet de verzekering ook «brede weersverzekering». Het lijkt me goed dit op te helderen.

De heer Geurts (CDA):

Geen interruptie, maar een punt van de orde. Ik vind het toch wel lastig wat de Staatssecretaris nu zegt. Water dat van onderop komt, is niet verzekerbaar. Hij moet niet blijven volhouden dat dit verzekerbare schade is. Deze correctie vind ik een punt van de orde.

De voorzitter:

Dit is beide.

De heer Graus (PVV):

Dit is ook een punt van de orde en geen interruptie. Ik heb ook gesproken over overlopende sloten en inundatie. Dat is echt niet verzekerbaar. De Staatssecretaris heeft dat een paar maanden geleden, voor het zomerreces, ook al gezegd.

De voorzitter:

Dit is ook beide. Ik vraag de Staatssecretaris te reageren op deze beide punten van orde die eigenlijk interrupties zijn. We zien het als een halve interruptie.

Staatssecretaris Van Dam:

Dit gesprek hebben wij ook in juli gevoerd. Er spelen twee kwesties. De eerste wordt gevormd door de weersomstandigheden, zowel de hagel als de extreme hoeveelheid regen. Het is goed dat wij het erover eens zijn dat die schade verzekerbaar was. Dit blijkt ook, want claims op basis van neerslag worden door de verzekeraars toegekend. De tweede kwestie is het waterbeheer. De landbouworganisaties in de regio, ZLTO en LLTB, hebben bij herhaling aangegeven dat zij in gesprek zijn met het waterschap over de vraag of het waterschap zijn taken heeft uitgevoerd zoals mag worden verwacht. Men heeft al een aantal keren aangekondigd dat er mogelijk rechtszaken worden aangespannen om schadevergoeding te eisen. Dat is verder niet aan mij; dit is een discussie tussen de ondernemers in de regio en een andere bestuurslaag, namelijk het waterschap. Het waterschap is democratisch gekozen en maakt zijn eigen beleid. Als het waterschap iets te verwijten valt, wordt die discussie terecht op die plek gevoerd.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik maak er een echte interruptie van. De Staatssecretaris spreekt over de evaluatie van de brede weersverzekering en kondigt aan dat hij over enkele weken met een kabinetsreactie zal komen. Ik zal geduld moeten betrachten, maar ik hoorde vanochtend dat 3% van de ondernemers is aangesloten bij de brede weersverzekering, dat er veel beperkende voorwaarden zijn, dat veel risico's zijn uitgesloten en dat de premies te hoog zijn. Ik vind het moeilijk om nog weken geduld op te brengen als ik hier niets over hoor. Komen deze punten aan de orde in de evaluatie die de Staatssecretaris waarschijnlijk al kent? Klopt het getal van 3%? Ik wil eigenlijk gerustgesteld worden door de Staatssecretaris, maar dat ben ik op dit moment nog niet.

Staatssecretaris Van Dam:

Dat wordt allemaal vanzelfsprekend geadresseerd in de evaluatie. Ik merk daarbij wel op dat de brede weersverzekering niet zomaar uit de lucht is komen vallen. De verzekering is vormgegeven door de verzekeraars in overleg met de landbouworganisaties. Zij hebben de brede weersverzekering dus mede vormgegeven. Dan kun je de bal niet alleen bij de verzekeraars neerleggen als je bij nader inzien ontevreden bent. De verzekeraars hebben niet alleen bedacht hoe die verzekering er moest uitzien. Wij komen daar in de evaluatie uitvoerig op terug. Dan wordt ingegaan op het verzekerd pakket en de premie. Uiteindelijk is het een ondernemersbeslissing of je premie wilt betalen voor een verzekering. Je kunt als ondernemer ook beslissen om het risico zelf te dragen. Het is niet aan de overheid om dat op te leggen. De heer Geurts heeft daarvoor een suggestie gedaan. Hij stelt voor dat er een fonds wordt gesticht dat de ondernemers zelf vullen. Het staat de bedrijven en hun organisaties vrij om te verkennen of daarvoor een draagvlak is. Ik betwijfel of er voldoende draagvlak in de Kamer is voor een verplichting daartoe, een verplichte verzekering die door de overheid wordt opgelegd. Zo'n voorziening heeft ook allerlei ingewikkelde uitvoeringsconsequenties, doordat de teelten en de risico's die worden gelopen, ongelijksoortig zijn. Dan kom je onmiddellijk bij uitvoeringsvragen als: hoe vertaal je dit in de bijdrage die iedereen levert? Op het moment dat de ondernemers die kant op willen, daarvoor draagvlak weten te organiseren en dat met een groot collectief willen doen, kunnen wij daar altijd bij helpen. Dat spreekt voor zich.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dit raakt volgens mij ook aan het punt van solidariteit in de sector. Ik kom terug op de opmerking van de Staatssecretaris over het uitgangspunt van de brede weersverzekering: alle gewassen verzekerbaar voor alle ongunstige weersomstandigheden. Zelfs het Verbond van Verzekeraars is hier kritisch over. Het stelt dat zich situaties kunnen voordoen die niet verzekerd zijn. Volgens mij kan de Staatssecretaris niet volhouden dat het uitgangspunt van de brede weersverzekering nog steeds geldt. Wil hij daarnaar kijken en de klimaatgerelateerde oorzaken zoals overstroming die in ons land nauwelijks verzekerd zijn, meenemen in die nieuwe brede weersverzekering?

Staatssecretaris Van Dam:

Dat heb ik zojuist al toegezegd. Er wordt in den brede gekeken naar de brede weersverzekering, dus zowel naar het pakket dat wordt verzekerd als naar de vraag of het voldoende is toegerust op nieuwe omstandigheden die mogelijk het gevolg kunnen zijn van klimaatveranderingen. Er wordt ook gekeken naar de premie en de redenen waarom veel ondernemers beslissen om er geen gebruik van te maken, ondanks de vrij forse subsidie op de premie. Ik wil dat nog eens benadrukken: het is niet zo dat de ondernemers de premie zelf moeten ophoesten; de overheid hoest twee derde van de premie op en de ondernemers hoeven zelf maar een derde te betalen.

De voorzitter:

Nu een vraag van mevrouw Lodders en dan een van de heer Graus.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik wacht nog even, voorzitter, want niet al mijn vragen zijn beantwoord.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Graus, die eigenlijk nog maar recht heeft op een halve interruptie.

De heer Graus (PVV):

Ik zal het korthouden. Ik kondig bij dezen een VAO aan. Het loopt weer spaak op dezelfde punten en ik wil niet langer afwachten. Ik heb verantwoording af te leggen aan de kiezers en de achterban in die gebieden. Dan zal ik een motie indienen die, als ik goed heb geluisterd naar de inbreng, door niemand kan worden afgewezen. Wij zullen eens zien of er partijpolitiek wordt bedreven over de rug van de boeren.

Het gaat erom dat de verzekering een eigen risico van 30% kent. Vaak wordt er maar 30% uitgekeerd. Die mensen voorzien in onze primaire levensbehoeften. Dat heeft niets te maken met fout beleid van die mensen. Andere mensen worden voor minder geholpen. In Griekenland was er sprake van wanbeleid, maar de Grieken worden wel geholpen. Onze mensen zijn de dupe van een natuurramp. Dat heeft niets met beleid te maken. Al zou het verzekerbaar zijn, en dat is het niet, dan nog mag niet voorkomen dat zij tientallen procenten niet krijgen. Ik ga die discussie niet meer aan. De Kamer moet zich uitspreken en dan zullen wij kijken wat de Staatssecretaris daarmee gaat doen. Ik snap niet dat hij zo vlak voor de verkiezingen ... Hij zou in de peilingen van zes naar acht zetels voor de PvdA kunnen gaan en dan nog doet hij het niet. Ik snap er niets van.

De voorzitter:

Ik heb geen vraag gehoord, mijnheer Graus.

De heer Graus (PVV):

Ik heb gezegd: ik wil een VAO. Ik wil dat de Kamer zich uitspreekt.

De voorzitter:

Dat is geen vraag, dat is een mededeling.

De heer Graus (PVV):

Dat is wel een vraag, want de griffier dient dit op te tekenen. Voorts vraag ik aan de Staatssecretaris om alles wat ik heb gevraagd, te vergoeden, ook de 200 miljoen waarover ik eerder heb gesproken en die nu niet verzekerbaar blijkt te zijn. Ik vraag hem om daarvoor een dekking te vinden. Hij heeft honderden ambtenaren en ik heb maar één beleidsmedewerker. Hij zit daar en hij ziet er al uit als een kaastaart zo wit doordat hij dag en nacht moet werken. Wij kunnen niet tegen de ambtenaren opboksen. Ik zeg dat die jongen dag en nacht moet werken en moet opboksen tegen honderden ambtenaren op het ministerie.

De voorzitter:

Uw opmerking over een VAO is geregistreerd. Die gaat volgens de procedure naar de plenaire zaal. De Staatssecretaris zal reageren op het punt dat 200 miljoen niet is verzekerd.

De heer Graus (PVV):

Klopt het dat het 200 miljoen is? Ga daarvoor een dekking vinden! Dat zijn onze mensen. Alles wat naar Grieken en vluchtelingen gaat, kan ook naar onze boeren gaan. Einde oefening! Daar is geen discussie over.

Staatssecretaris Van Dam:

Ik heb geen exact beeld van de schade die niet is verzekerd. Ik weet wel hoeveel schade bij de verzekeraars is geclaimd en is toegekend. Dat heb ik al eerder gemeld. De heer Graus roept het beeld op dat de agrarische sector niet wordt gesteund door de overheid. Het tegendeel is het geval. De agrarisch sector wordt juist zeer sterk ondersteund door de overheid. De sector krijgt uit Europese middelen vrij forse subsidies toebedeeld. Die middelen zijn er bijvoorbeeld ook om een inkomenszekerheid te garanderen juist op momenten dat het in de markt tegenzit. Het is ook bekend dat die subsidies tegenwoordig zijn gebaseerd op het aantal hectaren dat een boer bezit. Een gemiddeld boerenbedrijf in Nederland beslaat een hectare of 30. Dit betekent dat men sowieso € 12.000 subsidie uit Brussel krijgt. Dat geeft het bedrijf een zekerheid ook in jaren dat de inkomsten uit de markt tegenvallen. Daarbovenop subsidiëren wij twee derde van de verzekeringspremie. Ik durf wel te zeggen dat er geen andere sector is die op dergelijke ondersteuning van de overheid kan rekenen. Ik neem behoorlijk afstand van de suggestie van de heer Graus. Ik denk dat dit de best ondersteunde sector van ons land is. Daar zijn ook redenen voor. Ten eerste de voedselzekerheid. Ten tweede omdat wij van de land- en tuinbouw een duurzame productiewijze verwachten waarbij rekening wordt gehouden met ons landschap. Dat zijn ook redenen voor ondersteuning al zijn die op dit moment niet doorslaggevend in het Europese beleid.

De voorzitter:

De heer Graus mag nog één korte opmerking maken.

De heer Graus (PVV):

Onze boeren en alle mensen behoren tot de hoogste nettobetalers per hoofd van de bevolking. Zij worden kapotgemaakt door belemmeringen uit Brussel zoals Natura 2000 en al die meststoftoestanden terwijl mest een waardevolle grondstof is; al die ellende komt uit Brussel. Daardoor worden zij genekt. En als zij dan een beetje geld krijgen, weegt dat nooit op tegen de ellende die zij moeten doorstaan. Ik heb niet gezegd dat de Staatssecretaris niets voor boeren doet. Ik heb gezegd dat hij nu niets voor de boeren doet. Het gaat om die ramp die daar heeft plaatsgevonden met hagel en wateroverlast. Daarover hebben wij het nu en ik heb het niet over al die dingen die hij goed heeft gedaan. Daarover praten wij wel een andere keer.

De voorzitter:

Uw punt is wel helder. Het gaat om die 200 miljoen. Dat is heel specifiek gevraagd door de heer Graus. Wilt u daar nog op reageren?

Staatssecretaris Van Dam:

Ik heb sowieso de belofte van de heer Graus geïncasseerd dat hij ook nog een keer een positieve recensie zal geven. Ik ben in blijde afwachting daarvan. Dat lijkt me bijzonder prettig. De discussie over de vraag of het aan de overheid is om schade die niet verzekerd was te vergoeden, hebben we in juli ook gevoerd. De Kamer kent mijn standpunt daarover. Dat was ook het standpunt van een ruime meerderheid van de Kamer. Ik benadruk nog maar eens wat boeren krijgen aan subsidie vanuit Brussel. Ik denk ook niet dat de heer Graus een goed beeld heeft van wat de meeste Nederlanders verdienen als hij een subsidie van € 12.000 «een beetje geld» noemt. Dat is voor een Nederlander met een modaal inkomen ongeveer een derde van zijn jaarinkomen. Nogmaals, ik neem afstand van de suggestie van de heer Graus dat er weinig of geen ondersteuning voor de agrarische sector zou zijn. Er is forse ondersteuning, en daar zijn ook redenen voor. Die ondersteuning is er dus wel degelijk.

De voorzitter:

Ik grijp even in. De heer Graus heeft heel specifiek gevraagd naar deze ramp. Hij heeft gezegd dat er voor de schade als gevolg van deze ramp nog onvoldoende tegemoetkoming is. Dat is zijn punt. Ik heb een reactie daarop niet echt gehoord.

Staatssecretaris Van Dam:

Dat kan ik u niet kwalijk nemen, maar ik heb de vraag wel beantwoord. Ik heb aangegeven dat we daar in juli uitgebreid met elkaar over gediscussieerd hebben. Wij hebben toen gesproken over de vraag of het een verantwoordelijkheid voor de rijksoverheid is om schade die niet verzekerd is, te vergoeden. Ik heb destijds aangegeven dat wij daarvoor alleen de wettelijke basis hebben van de Wts. Die is hier niet op van toepassing. De meerderheid van de Kamer heeft toen ook een motie verworpen waarin werd gevraagd om de Wts wel van toepassing te verklaren. Daarmee hebben we die discussie in juli al met elkaar gevoerd en ook van een conclusie voorzien.

De voorzitter:

Dat is een duidelijk antwoord. Ik verzoek u om door te gaan met de beantwoording.

Staatssecretaris Van Dam:

In juli heb ik ook gezegd dat het buitengewoon droevig zou zijn als bedrijven die in de kern gezond zijn, als gevolg van deze weersomstandigheden zouden omvallen. De heer Van Gerven heeft daaraan gerefereerd. Daarover zijn wij ook met de banken in gesprek gegaan. Mevrouw Lodders heeft daar ook een vraag over gesteld. Wij hebben de banken gevraagd of zij dat uitgangspunt deelden. Dat was het geval. Wij hebben de banken aangeboden om ondersteuning te bieden in de vorm van een garantstelling, maar de banken gaven aan dat zij dat niet nodig hadden omdat zij het ook in hun eigen belang achten om in de kern gezonde bedrijven te blijven ondersteunen. Ze hebben daarom ook al snel uitstel van aflossing gegeven. Daar hebben 140 bedrijven gebruik van gemaakt. Het vervolg daarop zijn nu maatwerkregelingen om liquiditeitsproblemen op te lossen. Wij hebben van de banken te horen gekregen dat zes bedrijven hebben besloten om te stoppen. Daarbij hebben de banken ons uiteraard niet de precieze informatie gegeven, want dat behoren ze ook niet te doen, maar daarbij is wel het beeld dat de slechte weersomstandigheden niet de oorzaak waren van het stoppen met het bedrijf. Het kan wel zijn dat het slechte weer het besluit om te stoppen, iets versneld heeft, maar het besluit zat er over het algemeen toch al aan te komen.

Dan zijn er behoorlijk wat vragen over het waterbeheer en klimaatadaptatie.

De heer Van Gerven (SP):

Ik wil nog even ingaan op de overgenomen motie van mevrouw Dik-Faber en mij. Die had de bedoeling om in principe gezonde bedrijven overeind te houden. Dan kan er sprake zijn van onverzekerbare schade, onvoorziene omstandigheden of schrijnende gevallen. Laten we even die 140 bedrijven nemen die uitstel hebben gekregen. De banken hebben kennelijk gezegd: wacht maar even met betalen; we gaan dat later weer oppakken. Ik heb in mijn inleiding gesproken over een brief van een boerin die misschien haar bedrijf moet verkopen, maar die wel door wil. De Staatssecretaris heeft de motie overgenomen. Wat zijn dan zijn aanvullende inspanningen om de strekking daarvan tot werkelijkheid te maken? Kan hij daar toch iets dieper op ingaan? Kan hij voorts ingaan op het aspect dat er kennelijk ook onverzekerbare schade is? Dat kan toch ook een element zijn waardoor bedrijven dreigen om te vallen. Het is toch de intentie om dan te bekijken hoe die bedrijven op een of andere manier toch door kunnen?

Staatssecretaris Van Dam:

We moeten ons realiseren dat het natuurlijk ook in het belang van banken is om een bedrijf dat gezond is, niet te laten omvallen. Dat levert bij de banken een oninbare vordering op. De bank zal dat zelf dus ook nooit willen doen. Die zullen er ook alles aan doen om dat bedrijf erdoorheen te slepen. Dat hebben de banken ons ook nadrukkelijk meegegeven. Wij hebben tegen de banken gezegd: mocht het voor u lastig zijn om bedrijven met een tijdelijke financiering door die liquiditeitsproblematiek heen te trekken, dan zijn we bereid om dat overheidsbudget te garanderen, waardoor het risico ook lager wordt. De banken hebben nadrukkelijk aangegeven dat ze dat niet nodig hebben om dit te kunnen doen. Het is de intentie om met de bedrijven waaraan ze uitstel van aflossing hebben moeten verlenen, tot maatwerkoplossingen te komen om ervoor te zorgen dat die bedrijven door kunnen. De beoordeling of een individueel bedrijf gezond is of niet, kan een bank over het algemeen veel beter maken dan wij, want een bank kijkt mee in de boeken van het bedrijf. Het feit dat er na deze weersomstandigheden tot nu toe pas zes bedrijven het besluit hebben genomen om te stoppen, laat ook zien dat de banken er alles aan doen om bedrijven die in de kern gezond zijn, door deze moeilijke tijd heen te helpen.

De heer Van Gerven (SP):

Laten wij het even over die 140 bedrijven hebben. De Staatssecretaris heeft de gang van zaken geschetst. Ik denk dat het heel belangrijk is dat dit een zorgvuldig vervolg krijgt. Ik zou ook tegen die 140 bedrijven willen zeggen: lees die motie, die iedereen eigenlijk heeft overgenomen, nog eens goed en bekijk of die in uw specifieke situatie ook werkelijkheid wordt. Het is inderdaad waar: wij kunnen vanuit onze positie hier moeilijk elk individueel bedrijf goed analyseren. Ik denk dat de intentie moet zijn dat die 140 bedrijven – en wellicht nog andere bedrijven – in ieder geval door moeten kunnen, linksom of rechtsom, en dat we als er toch problemen zijn, die moeten proberen op te lossen.

Staatssecretaris Van Dam:

Ik kan daaraan toevoegen dat als de bank toch tot de conclusie komt dat men op basis van bancaire normen niet tot financiering over kan gaan, er ook een terugvaloptie is. Daar heeft de heer Leenders ook naar gevraagd. Dat is het Besluit bijstandverlening zelfstandigen. De gemeente kan conform dat besluit voorzien in een lening en op die manier zorgen voor financiering. De gemeente beslist daarover en krijgt daarbij advies van RVO-experts (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). De heer Leenders heeft gevraagd of de rente die daarvoor wordt gerekend, niet te hoog is. Die rente bedraagt 8%. Dat is hoog als je het vergelijkt met de rente die we tegenwoordig voor hypotheken betalen en wat we aan spaarrente krijgen. In de bedrijvenmarkt zijn hogere percentages bij dergelijke hoogrisicoleningen echter niet ongebruikelijk. Toch heeft mijn collega van Sociale Zaken aangegeven de Bbz te willen herzien. Zij wil daar in overleg met de VNG opnieuw naar kijken. De hoogte van het rentepercentage is mede naar aanleiding hiervan daar geagendeerd. Die wordt dus meegenomen in die herziening. Ik zeg er wel bij dat de rente op dit moment is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Die kan dus niet van de ene op de andere dag gewijzigd worden. De Staatssecretaris van Sociale Zaken kijkt hiernaar en neemt dit mee als een mogelijke verbetering.

Nu we het toch over sociale zaken hebben, lijkt het me goed om ook nog de vraag over de werktijdverkorting te beantwoorden.

Mevrouw Lodders (VVD):

De Staatssecretaris was toch begonnen met zijn antwoorden op vragen over het klimaat en de maatregelen?

Staatssecretaris Van Dam:

Ik dacht: die laat ik dan nog even liggen. Dan doe ik die als laatste.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dan kondig ik hierbij in ieder geval een interruptie aan.

Staatssecretaris Van Dam:

De heer Leenders heeft een vraag gesteld over de werktijdverkorting. Kan er niet een algemene vrijstelling plaatsvinden van een herstelperiode van 24 weken? Het is een generieke regeling. Die kan in een specifieke situatie worden opengesteld. Dat heeft de Minister van Sociale Zaken ook gedaan. Terugkijkend kan ik zeggen dat hij dat zeer snel en daadkrachtig heeft gedaan. De regeling kent een verlengingsmogelijkheid van zes weken. Bij een langere herstelperiode dan 24 of maximaal 30 weken zullen werknemers naar ander werk moeten omzien, omdat ze anders ook hun WW-rechten opgebruiken. In de werkgroep is afgesproken dat er concrete casussen zouden worden aangeleverd, waarmee men echt kon laten zien dat men geen gebruik kon maken van deze regeling. Door LTO en vanuit de regio werd ook gesuggereerd dat bedrijven er door die verplichte herstelperiode geen gebruik van zouden kunnen maken. Er zijn tot op heden nog geen concrete casussen aangeleverd. Dat kan nog gebeuren. De Minister van Sociale Zaken heeft laten weten dat zijn departement ook zeer bereid is om specifiek naar die aan te leveren casussen te kijken.

Dan kom ik bij het waterbeheer en klimaatadaptatie. Ik zeg erbij dat dit niet onder mijn portefeuille valt, maar ik zal mijn best doen om de vragen daarover zo goed mogelijk te beantwoorden. Klimaatadaptatie is niet alleen een verantwoordelijkheid van de overheid. We krijgen daar allemaal mee te maken. Overheden, bewoners en bedrijven zullen zich allemaal moeten instellen op de gevolgen van klimaatverandering. Via het Deltaprogramma wordt bevorderd dat al die partijen kunnen beschikken over kennis en instrumenten en dat zij van elkaar kunnen leren via voorbeeldprojecten en het delen van ervaringen met elkaar. Daar is bijvoorbeeld de website www.ruimtelijkeadaptatie.nl voor ingericht. Gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk zijn bezig om uitvoering te geven aan de afspraken in de bestuursovereenkomst Deltaprogramma van 2014. Dat betreft het nemen van maatregelen ter voorkoming van schadelijke gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast. Naar aanleiding van de waterschade die in Zuidoost-Nederland is ontstaan door het slechte weer in juni bespreekt het bedrijfsleven ook met de waterschappen welke maatregelen nodig zijn om te komen tot een klimaatbestendig en meer toekomstgericht waterbeheer. Ik heb in de brief van 1 juli toegezegd dat ik dit onder de aandacht zou brengen van de Minister van I en M. Dat heb ik dus ook gedaan, mede in relatie tot de tussenevaluatie van het Bestuursakkoord Water.

Er is op 4 juli een wetgevingsoverleg geweest over de wijziging van de Waterwet. Het Kamerlid Visser van de VVD heeft toen samen met anderen een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht om los van de evaluatie van het Bestuursakkoord Water met de waterschappen en gemeenten in overleg te treden om een plan te maken hoe er in de toekomst in dit soort extreme gevallen sneller gehandeld kan worden en schade dus beter beperkt kan worden. De Minister van I en M heeft in reactie daarop gezegd, dat zij die motie als een steun in de rug beschouwt en dat zij die zal oppakken in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Dat plan is met Prinsjesdag aangekondigd in het Deltaprogramma 2017.

Mevrouw Lodders vroeg specifiek naar het beheer van sloten. Uit de landelijke werkgroep blijkt dat de waterschappen een grote inzet hebben gepleegd en nog steeds plegen om alle klachten zo snel mogelijk te verhelpen. Volgens mij is mede naar aanleiding hiervan ook het gesprek tussen bijvoorbeeld de ZLTO, LLTB en de verschillende waterschappen op gang gekomen over de wijze waarop men dat waterbeheer vormgeeft en over de vraag of er naast wateropslag ook voldoende aandacht is voor waterafvoer. We moeten ons realiseren dat de taak van waterschappen er niet gemakkelijker op wordt. Men zal niet alleen beter voorbereid moeten zijn op langere droge periodes en periodes met hoge temperaturen maar men zal ook beter voorbereid moeten zijn op periodes met extreme regenval. Het is de verwachting dat beide situaties zich als gevolg van klimaatverandering vaker zullen voordoen.

De voorzitter:

Mevrouw Lodders heeft een interruptie. Het is wel duidelijk dat we de eindtijd van 13.00 uur niet gaan halen. Ik weet niet hoe snel iedereen weg moet. We moeten in elk geval gas geven en kijken of we in de buurt van 13.00 uur kunnen stoppen. Dat betekent dat we niet nog een derde termijn doen. Maar er komt wel een VAO.

Mevrouw Lodders (VVD):

Wij hebben nog niet eens een tweede termijn gehad! De VVD heeft er in dit algemeen overleg niet voor gepleit om de schade die niet verzekerbaar is, uit te keren of voor rekening van de overheid te laten komen. Dat klinkt sympathiek, maar ik vind dat principieel ook niet de juiste route. Ik vind wel dat de overheid een aantal maatregelen kan nemen waarmee zij die getroffen ondernemers tegemoet kan komen. Er is een aantal maatregelen denkbaar. Daar hebben we het ook over gehad. De Staatssecretaris leest overigens veel citaten uit de brief voor. Ik hoor, eerlijk gezegd, dus weinig nieuws. Ik ben nu zo nieuwsgierig wat de Staatssecretaris hier zelf van vindt. Als we het hebben over klimaat en alle maatregelen die genomen kunnen worden, wat vindt deze Staatssecretaris daar nu van? We kennen deze geschiedenis en lezen in een krantenartikel dat er waterschappen zijn die de watergangen niet meer willen onderhouden vanwege allerlei prachtige argumenten. Wat gaat deze Staatssecretaris daaraan doen? Daarmee kun je dit soort algemeen overleggen voorkomen. Dan schrik ik dat de Staatssecretaris zegt dat de boeren al heel veel geld uit Europa krijgen. Nee, de boeren worden gecompenseerd voor die negentien richtlijnen uit Europa waaraan zij door allerlei maatschappelijke hobby's moeten voldoen. Dat is net een andere insteek. Wil de Staatssecretaris daar eens op reflecteren?

De voorzitter:

Het zal zeker 13.00 uur zijn voordat de Staatssecretaris daarmee klaar is.

Staatssecretaris Van Dam:

Om met de laatste vraag te beginnen: het heeft niet zo veel zin dat debat hier te voeren. Er komen nog gelegenheden genoeg om te spreken over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Laten wij dat debat daar voeren.

Mevrouw Lodders vraagt mij verder een oordeel over de manier waarop de waterschappen hun werk doen. Dat past mij niet. De waterschappen vormen een zelfstandige bestuurslaag binnen de overheid. Het is ook een democratische bestuurslaag; zij hebben hun eigen raden. Het staat iedereen vrij om zich daarvoor te kandideren en zich te bemoeien met het beleid van de waterschappen. Het past niet dat andere overheidslagen met een vingertje naar een andere laag wijzen. Wij doen dat ook niet naar de provincies als het gaat om de verantwoordelijkheid voor het natuurbeheer. Soms heeft de Kamer ook de neiging om te zeggen dat ik daar iets van moet vinden. Zo gaan wij nu eenmaal niet met elkaar om. Iedereen heeft een eigen verantwoordelijkheid en die respecteren wij ook.

Mevrouw Lodders (VVD):

Daar vinden wij elkaar direct: iedere bestuurslaag heeft een eigen verantwoordelijkheid. Ik heb niet voor niets het woord «POP-gelden» in de mond genomen. Als wij dat soort dingen gaan subsidiëren met alle gevolgen van dien, zitten wij hier in de toekomst vaker. Ik ben van mening dat een Staatssecretaris met landbouw, natuur en visserij in zijn portefeuille daar iets van mag vinden. Ik heb in mijn inbreng gezegd dat ik op zoek ben. Ik heb gevraagd of de Staatssecretaris het gevoel kan wegnemen dat ik krijg naar aanleiding van de gesprekken die ik heb gevoerd. Misschien gaat het om die actieve houding. Gewoon eens het gesprek aangaan. Ik vraag hem niet om met de vinger te wijzen, maar hij kan toch vragen: waarom gebeurt het op deze manier? Er is een waterberging, waarom wordt die niet gebruikt? Hoe kan dat? Dat mag toch?

Staatssecretaris Van Dam:

Dat mag zeker, maar daar zit bij mevrouw Lodders een opvatting achter. Zij stelt bijna iedere subsidie die wordt verleend voor natuurprojecten ter discussie. Zij noemde het zojuist maatschappelijke hobby's. Het zijn geen hobby's. Het is noodzakelijk dat de biodiversiteit wordt versterkt. Het is noodzakelijk dat wij proberen de klimaatverandering te keren. Het staat mevrouw Lodders vrij om daar sceptischer over te zijn, maar het is mijn overtuiging dat dit noodzakelijk is. De uitdaging voor de waterschappen is bijvoorbeeld dat zij verschillende doelen bij elkaar moeten brengen, namelijk het doel van natuurbeheer en het doel van waterberging en waterafvoer. Dat is een behoorlijke klus. De waterschappen staan midden in die verandering. In dit geval ligt het bij mijn collega van I en M die hierover in gesprek is met de waterschappen die gezamenlijk werken aan plannen om dit zo goed mogelijk te doen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat wij het vanwege de tijd hierbij laten. Misschien kunt u afronden met het antwoord op de vraag van de heer Geurts over de onafhankelijke commissie?

Staatssecretaris Van Dam:

Ik heb al op die vraag gereageerd aan het begin van mijn betoog. Ik heb gezegd dat ik, gelet op de discussie in juli, geen logica zie in de instelling van een commissie die zich over dezelfde vragen buigt waarover wij ons in juni al hebben gebogen.

De voorzitter:

Wij zijn hiermee aan het einde. Er is geen tijd voor een tweede termijn, maar er komt een VAO dat is aangevraagd door de heer Graus.

Er is één toezegging gedaan.

  • De Kamer ontvangt binnen enkele weken de evaluatie van de brede weersverzekering plus een kabinetsreactie.

Dank u zeer, en nu rennen naar de petitie.

Sluiting 13.01 uur.