Kamerstuk 31710-63

Verslag van een algemeen overleg

Waterschade in Zuidoost-Nederland

Gepubliceerd: 21 september 2016
Indiener(s): Martijn van Dam (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen: ruimte en infrastructuur waterkeringen en waterbeheer
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31710-63.html
ID: 31710-63

Nr. 63 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 21 september 2016

De vaste commissie voor Economische Zaken en de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie hebben op 7 juli 2016 overleg gevoerd met de heer Van Dam, Staatssecretaris van Economische Zaken, over:

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 1 juli 2016 inzake waterschade in Zuidoost-Nederland (Kamerstuk 31 710, nr. 51).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Vermeij

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Ypma

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Franke

Voorzitter: Vermeij

Griffier: De Vos

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Dik-Faber, Van Gerven, Geurts, Graus, Koşer Kaya, Leenders en Lodders,

en de heer Van Dam, Staatssecretaris van Economische Zaken.

Aanvang 10.01 uur.

De voorzitter:

Goedemorgen. Wij houden een algemeen overleg van de vaste commissie voor Economische Zaken over de waterschade in Zuidoost-Nederland. Ik heet de Staatssecretaris van Economische Zaken van harte welkom, net als zijn ambtenaren, de leden en alle mensen die hiernaartoe gekomen zijn, meeluisteren of meekijken. Het is de bedoeling dat dit debat een goede gelegenheid wordt om op de laatste dag voor het reces over dit onderwerp van gedachten te wisselen. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Koşer Kaya van D66 omdat zij om 10.15 uur weg moet. We hebben een tamelijk gek schema vandaag. Als u daarin interesse hebt, kunt u het zien op tweedekamer.nl. Allerlei mensen zijn heen en weer aan het rennen om de laatste dingen af te ronden. Mevrouw Dik-Faber sluit straks aan namens de ChristenUnie; dat moest ik ook nog even melden. Mevrouw Koşer Kaya, gaat u uw gang. De spreektijden zijn vier minuten per fractie. Ik geef u in de eerste termijn twee interrupties tijdens de inbreng van de Kamer en twee tijdens de beantwoording van de Staatssecretaris.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Veel dank. Ik moet zo naar het overleg over de Participatiewet. Dat is ook heel belangrijk.

We hebben alle beelden gezien en verhalen gehoord van tuinders, boeren en landbouwers. Die spreken boekdelen. Het drama voor de landbouwers, tuinders en hun gezinnen is groot. Dat raakt ons allen hier. Ik heb wel een aantal vragen, die ik zal voorleggen.

De vraag is hoe deze mensen te ondersteunen. Hoe gaan we zorgen dat deze boeren gehoord en gezien worden, en wat is daarvoor de beste manier? De brief van de Staatssecretaris geeft al een goede indicatie. Ik begrijp dat de Rabobank getroffen boeren tegemoetkomt met onder meer een overbruggingskrediet of de mogelijkheid om aflossingen uit te stellen, maar er is een brede roep om het noodweer uit te roepen tot nationale ramp. Voor mij staat een goede oplossing voorop waarin iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. Dat kan via de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts), maar ook via andere wegen. Om de beste oplossing te vinden, zijn er nu dus vooral veel vragen aan de Staatssecretaris.

Dat het een persoonlijke ramp is, staat voor mij buiten twijfel. Maar is het ook een ramp in de zin van de wet? Hoe beziet de Staatssecretaris dat, vooral gezien het element «gecoördineerde inzet van diensten»? Daar wordt in het betreffende wetsartikel duidelijk aan gerefereerd. Is daar sprake van? Wat is vanuit historisch perspectief wel en niet als ramp aangeduid? Was de vuurwerkramp in Enschede een ramp waarvan de schade vergoed werd? De kadebreuk bij Wilnis, in 2003, of andere overstromingen, waren die dat? Als we de schade zouden vergoeden, volgt de vraag hoe de Europese Commissie hiertegen aankijkt. Is het staatsteun of hulp aan de getroffenen van een ramp? Is het échte hulp of slechts windowdressing?

Is er sinds de brief van vorige week al meer zicht gekomen op de omvang van de schade? Ik ben specifiek benieuwd hoeveel bedrijven getroffen zijn en welk deel van hun oogst verloren is gegaan, of dat het om de totale oogst gaat. Welk deel van de verwachte winstomzet is dat? Zijn er bedrijven die succesvol voorzorgsmaatregelen getroffen hebben, of was de schade onvermijdelijk?

Bij de petitieaanbieding is uitgebreid aandacht gevraagd voor de verzekerbaarheid. Voor de glastuinbouw is dit, zo begreep ik, goed geregeld. Daar is hagelschade gedekt. Klopt dat? Voor de landbouwers hoor ik zeer tegenstrijdige verhalen, verzekerbaar versus onverzekerbaar. Kan de Staatssecretaris precies aangeven of er polissen beschikbaar waren die deze specifieke omstandigheden dekken? Maakt het daarvoor nog uit dat het nu ging om een samenloop van regen en verzadiging van de grond, of niet? Waren de beschikbare polissen gegeven de onder druk staande markt betaalbaar voor landbouwers? Als er geen polissen zijn, hadden deze gemaakt kunnen worden indien er vraag naar was geweest, of had een coöperatie bijvoorbeeld het risico kunnen dekken? Hadden de landbouwers dat zelf kunnen doen? Wij moeten voorkomen dat de continuïteit van bedrijven in gevaar komt. Het drama zou dan alleen maar groter worden en een onnodige klap zijn voor deze belangrijke, hardwerkende sector, waarmee Nederland een hoop geld verdient. Europese souplesse is daarbij ook belangrijk.

Ten slotte wil ik ingaan op de asbestdaken die afgewaaid zijn. Dat is een ontzettend groot probleem. Dat treft ook de volksgezondheid. Wordt dat snel opgepakt, en hoe? Kortom, dit moet nu snel aangepakt worden. Er moet misschien eerst opgeruimd worden en dan bekeken worden wie waarvoor verantwoordelijk is. Eén ding staat voorop: dit kan zo natuurlijk niet. De coördinerende rol van de Staatssecretaris is buitengewoon belangrijk.

De voorzitter:

Dank voor de lange laatste zinnen, die ik niet durfde te onderbreken. Ik ga naar de heer Geurts van het CDA voor zijn inbreng in dit debat.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik spreek mede namens de SGP-fractie. Diverse Kamerleden hebben net als ik de gevolgen van het natuurgeweld in Zuidoost-Nederland mogen bekijken. Het CDA leeft mee met de inwoners van het gebied, dat zeer extreem getroffen is door een ijsstorm met hagelstenen van ongekende omvang en met onder water gelopen land. De tranen schieten je in de ogen als je een schoolgebouw ziet waar de kinderen voorlopig niet meer in kunnen. In hele straten zijn daken bekleed met zeil om het water buiten te houden. In een melkveebedrijf was het asbestdak geperforeerd door de hagel. Oogst staat te verrotten op het land, mede door de enorm hoge grondwaterstand. In kassen is geen ruit meer heel en zijn de gewassen niet meer oogstbaar.

Maar ja, zei de Staatssecretaris, dat is verzekerbare schade. Hij zei dat dit het ondernemersrisico is. Minister Asscher sprak echter over «buitengewone omstandigheden die niet tot het normale ondernemersrisico behoren». Hier zit een tegenstelling in. Is de Staatssecretaris nog steeds van mening dat alles verzekerbaar zou zijn geweest en dat er sprake is van een ondernemersrisico? Het heeft mij in ieder geval aangegrepen dat mensen onzeker zijn over de vraag of de schade wel gedekt wordt door de verzekering. Ik constateer dat de regionale economie zware tijden tegemoet gaat.

Het CDA wil Staatssecretaris Van Dam ook complimenteren. Hij heeft wél een bezoek gebracht aan het getroffen gebied en hij heeft wél de emotionele impact gezien. Minister Schultz had daar weinig zin in en premier Rutte opende een Coca-Colafabriek in Dongen en reed gelijk weer terug. Ik maak ook complimenten voor de snelle actie van de Staatssecretaris met Minister Asscher voor werktijdverkorting en bijstandsverlening voor zelfstandigen. Maar ik hoor over die werktijdverkorting in het veld dat «24 weken maximaal» te kort is. Daarnaast is het goed dat de brede weersverzekering wordt geëvalueerd. De vraag is of daarbij ook de hoge waterstand en het onderlopen vanuit watergangen worden meegenomen. Wanneer is de evaluatie afgerond?

Kan de Kamer op de hoogte gehouden worden van het oplossen van de liquiditeitsknelpunten, de betalingen in het kader van het GLB (gemeenschappelijk landbouwbeleid), de bemesting en de aanpak voor de ondersteuning van bedrijven? Graag aandacht hiervoor. Is de Staatssecretaris bereid om de Kamer op de hoogte te houden van de voortgang op al deze punten?

Ik wil nu ingaan op de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Nederland heeft regelmatig veel geld over voor rampen elders in de wereld. Als het een gebied in ons eigen land betreft, zijn er blijkbaar allerlei juridische belemmeringen. Er is nu sprake van maatschappelijke ontwrichting en grote materiële belangen worden bedreigd. Om die redenen werd in september en oktober 1998, toen er sprake was van extreem zware regenval, de Wts in werking gesteld. In augustus 2003 vond de dijkdoorbraak in Wilnis plaats: de Wts werd in werking gesteld. In januari 2011 vond een overstroming van de Maas plaats. Ook toen werd de Wts in werking gesteld. Waarom toen wel en nu niet, zo vraag ik de Staatssecretaris.

Het mag duidelijk zijn dat het CDA wil dat de Wts wordt opengesteld, of dat het kabinet een andere, gelijkwaardige oplossing vindt, bijvoorbeeld een noodfonds. Het CDA wil dat we nationale solidariteit laten zien met het getroffen gebied. Daarnaast vragen wij de Staatssecretaris alles in het werk te stellen om het getroffen gebied ook voor ondersteuning uit Brusselse fondsen in aanmerking te laten komen. Is de Staatssecretaris daartoe bereid? In Duitsland heeft men overigens niet alleen een brede weersverzekering, maar ook een tegemoetkoming door de overheid vanwege de enorme schade, zo heb ik gezien in de media.

Het CDA heeft ook geconstateerd dat veel asbestdaken door de ijsstorm getroffen zijn. Wij stellen voor een slimme koppeling te maken met het provinciale beleid voor het plaatsen van zonnepanelen. Is de Staatssecretaris bereid dit snel op te pakken binnen het kabinet? Het zou een prikkel kunnen zijn voor de energietransitie.

Ik doe vanaf deze plaats ten slotte een oproep aan de verzekeringsmaatschappijen om door te werken bij het afhandelen van de schade. Een gebied dat zo getroffen is, verdient snelle oplossingen.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Deze neerslag was een van de meest extreme sinds de eerste metingen van het KNMI in 1911. We spreken hier over een natuurramp. Vele generaties oude familiebedrijven – ik noem ze vaak «eeuwenoude» – zijn aan het einde van hun Latijn. Niet alleen de bedrijven gaan kapot, maar ook de mensen gaan rechtop kapot. Er wordt gesproken over maatschappelijke ontwrichting. De neerslag was in juni 50% hoger dan de hoogst gemeten metingen sinds 1911, zo heb ik me laten vertellen. Het KNMI spreekt van een supercel. Laten we dus echt van een natuurramp spreken.

De directe schade schijnt al meer dan een half miljard te zijn. De indirecte schade, die dus nog moet volgen, is nog een keer een half miljard. Meer dan 750 agrarische bedrijven, die ons voorzien in onze primaire levensbehoefte en die onze dieren verzorgen en voorzien in hun primaire levensbehoefte, gaan op deze manier naar de knoppen. Dat kan niet. Een natuurramp is geen ondernemersrisico. Dat wil ik even gezegd hebben.

Wij willen de Staatssecretaris vragen om garantstellingen ten behoeve van inzaaien te vragen zodat men er snel weer bovenop kan komen. Ik vind het belachelijk dat dit bij de Europese Commissie moet gebeuren. Ik vind dat echt te gek voor worden! Staatssecretaris, pak uw verantwoordelijkheid en laat de Europese Commissie desnoods links liggen. We moeten dat nu allemaal zelf gaan doen.

Het gaat niet alleen om het neerdalende water, maar ook om het opstuwende water, waarvoor verzekering niet mogelijk is. Ik vraag de Staatssecretaris of dat klopt. Als dat inderdaad niet mogelijk is, moet de rampenwet zeker in werking treden, maar die had eigenlijk al direct in werking moeten treden. Ik heb me laten vertellen dat dit zo is. Waarom worden er wel miljarden gegeven aan klaplopers als de bankenbobo's, aan Griekenland, dat 55 jaar achter de OESO kan zitten, aan vluchtelingen en aan noem het allemaal maar op? Voor iedereen is er hulp, maar nu gaat het om Brabantse en Limburgse boeren, die ons voorzien van onze primaire levensbehoefte, en dan is er plots geen hulp. Dat gaat er bij niemand in. Dat gaat er bij niemand in! Niemand begrijpt dat!

De mensen zijn het zat, en terecht. Er is niet afdoende hulp voor hardwerkende Brabanders en Limburgers. Ik hoorde gisteren een heel triest verhaal van een boerin in de buurt van Roermond. Zij zei huilend: het trieste van het verhaal is dat ik nu zelfs gezonde koeien moet laten inslapen omdat ik niets meer heb om ze te eten te geven en ik daar ook geen geld meer voor heb. Denk daar maar eens over na. Het gaat dus niet alleen om menselijk leed, maar ook om dierenleed. Wij vragen de Staatssecretaris om artikel 3 van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen van toepassing te verklaren. Wij vragen net als het CDA om met het Verbond van Verzekeraars om tafel te gaan zitten, want het opstuwende water is het grootste probleem. Door de mogelijke groei van de kans op natuurrampen gaan we hier nog vaak mee te maken krijgen.

Ik heb gesproken.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Op vrijdag 1 juni was ik in het rampgebied Someren. Het leek wel een oorlogsgebied. Velen die daar de ravage in ogenschouw hebben genomen, kunnen alleen maar concluderen dat er in Zuidoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg iets extreems heeft plaatsgevonden. In de vele tientallen jaren dat ik politiek actief ben, heb ik zoiets in ieder geval nooit meegemaakt. Heel veel is vernield door de supercel met hagelkogels en de enorme regenval gedurende weken.

Staatssecretaris Van Dam had zijn mening al snel klaar. De Wet tegemoetkoming schade bij rampen is niet van toepassing, verklaarde hij al voordat hij het gebied goed en wel had bezocht. Er was verontwaardiging in Brabant en Limburg. Ik ben Staatssecretaris voor iedereen, stelde hij onlangs. Waarom neemt hij het dan niet op voor de burgers, boeren en tuinders in het gebied, dat hij overigens heel goed kent? De vraag is ook wat het kabinet zou doen als de ramp zich niet in Brabant en Limburg had voltrokken, maar in Noord- of Zuid-Holland. Het beeld van een Randstadkabinet dringt zich op.

Het gaat om circa 1.000 bedrijven en ook vele burgers hebben veel schade geleden door het extreme weer. Het is onaanvaardbaar als er van deze bedrijven vele failliet zouden gaan door het noodweer. Het dringende verzoek van de provincies, gemeenten en boerenorganisaties is om de Wet tegemoetkoming schade bij rampen van toepassing te verklaren om zo burgers, boeren en tuinders met onverzekerbare schade tegemoet te komen. Banken kunnen in een weekend worden gered met tientallen miljarden euro's, maar voor dit rampgebied zouden geen mogelijkheden zijn? Ik dacht het wel, Staatssecretaris!

De Staatssecretaris stelt dat het in principe verzekerbare risico's betreft, zodat de Wts niet van toepassing kan zijn. Kan hij precies aangeven welk percentage van de bedrijven adequaat verzekerd is? Mij bereiken signalen dat het slechts om enkele procenten van het totale areaal gaat. Enkele procenten, Staatssecretaris! Als dat waar is en de brede weersverzekering ondanks alle inspanningen dus duidelijk toch niet werkt, dan ligt toch het gebruik van de Wts meer voor de hand? Kan de Staatssecretaris nog eens nader ingaan op de brede weersverzekering, die volgens hem wel goed werkt? Zijn de voorwaarden om daarvoor in aanmerking te komen niet te stringent?

Er is dus een verzekering, die in de praktijk niet werkt, want ze bestaat al een jaar of zes en maar een paar procent is adequaat verzekerd. Dan moet er dus veel gebeuren. Ik noem een duur gewas als de aardbei. Als je dat wilt verzekeren, schijnt dat onbetaalbaar te zijn. Zo zijn er nog allerlei andere hobbels te nemen. We weten immers dat verzekeraars niet altijd snel en ruimhartig zijn en dat ze de neiging hebben om allerlei regeltjes te hanteren waardoor ze niet hoeven uit te keren, of dat het heel lang duurt voordat men de uitkering tegemoet kan zien.

Is de Staatssecretaris ten principale van mening dat faillissementen van levensvatbare bedrijven te allen tijde moeten worden voorkomen? Hoe gaat hij dat fixen? De SP is voorstander van het van kracht laten verklaren van de Wts. Een noodfonds zou ook kunnen, waarbij wij om te beginnen denken aan 100 à 200 miljoen om een eerste stap te kunnen zetten. Dat noodfonds zou ingezet kunnen worden voor schrijnende gevallen, onverzekerbare schade en het opnieuw stimuleren van de regionale economie na deze episode van maatschappelijke ontwrichting.

Verder is het goed als we de nood die er is, omzetten in een deugd. Heel veel daken met asbest zijn beschadigd. Kunnen de subsidieregelingen voor het vervangen van die asbestdaken worden uitgebreid? Er moet snel een asbestrisico-inventarisatie komen om te bezien of er gevaarlijke situaties zijn waarin met spoed gesaneerd moet worden. Geef garanties dat in het gebied niemand die aan de subsidiewaarden voldoet, wordt afgewezen vanwege te weinig budget. Het kabinet moet nu laten zien dat het er inderdaad voor iedereen is, ook voor Zuidoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg. Zij verdienen het. Ik zou zeggen: Staatssecretaris Van Dam, aan het werk!

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. 23 juni zal voor veel mensen en ondernemers een dag zijn die hen herinnert aan angstaanjagende omstandigheden. Na een extreme regenperiode vallen hagelstenen als tennisballen uit de lucht. Je ziet je huis, je auto, je bedrijf overgeleverd aan barre weersomstandigheden en je kunt niets doen. Angstaanjagend. Ik zag de beelden op televisie en probeerde me een voorstelling van de situatie te maken, maar toen ik afgelopen maandag het getroffen gebied bezocht, werd ik geraakt door de emoties. Een ondernemer en zijn vrouw vertelden over hun ervaring en lieten zien hoe hun levenswerk, een kast met perkplanten, beschadigd is. Ze zijn verzekerd, maar zijn tegelijkertijd radeloos, want ze weten niet wanneer de schade hersteld is, of ze dit jaar hun vaste klanten nog kunnen helpen en of ze de schade überhaupt kunnen oplossen of dat ze nog vele jaren geconfronteerd worden met glasscherven.

Vanuit de regio is er een nadrukkelijk verzoek om het getroffen gebied in aanmerking te laten komen voor de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Ik heb begrip voor dit verzoek. Mensen zoeken naar zekerheid, bevestiging en ondersteuning in de situatie waarin zij verkeren. Ze lopen tegen verschillende problemen aan. De instelling van een werkgroep waarin verschillende partijen vertegenwoordigd zijn, is een goede stap, maar tegelijkertijd vraagt de VVD er nog een stapje bij.

Ik heb een aantal concrete punten. De daken moeten dicht. Koeien kunnen niet in de regen staan en hun voer moet droog liggen. Tijdelijk herstel van een dak, eventueel asbestsanering en een nieuw dak vragen vanwege de grote hoeveelheid gebouwen om een gecoördineerde aanpak. Als boeren niet kunnen voldoen aan de voorschriften van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of voor vanggewassen, dan verwacht ik van de Staatssecretaris dat hij een vrijstelling bevecht in Brussel. Dat geldt ook voor de voorschriften voor bemesting. Geen ambtelijke rompslomp, om de schade te herstellen.

Veel ondernemers hebben schade aan daken en schuren. In een aantal is asbest verwerkt. Wat kan de Staatssecretaris in overleg met zijn collega van Infrastructuur en Milieu doen om de regeling sanering asbestdaken ruimhartig open te stellen? Bij deze sanering komen heel praktische zaken aan de orde. Is er voldoende capaciteit om de daken op te ruimen en voldoende aanbod om ze te herstellen?

Ik mis in de werkgroep aandacht voor de psychosociale hulpverlening, want de mensen zijn geraakt en hebben angstaanjagende momenten gekend, kinderen kunnen alleen thuis zijn geweest tijdens de extreme hagelbui en ondernemers weten niet hoe hun toekomst eruitziet. Dit mag niet onderschat worden en ik vraag de Staatssecretaris met nadruk om aandacht hiervoor, met name in de gesprekken met de werkgroep.

Uit gesprekken met ondernemers blijkt dat waterberging en waterdoorstroming een grote zorg is. Gebieden die als overloopgebied zijn aangewezen, zijn niet ingezet. Slootkanten die vanwege de Flora- en faunawet niet mogen worden gemaaid, zorgen voor een minder goede afvoer van water. Mijn collega Barbara Visser heeft al een motie ingediend waarin wordt verzocht om met waterschappen in overleg te treden over passende maatregelen in geval van extreme omstandigheden. De eerste regenbui kan je overvallen, maar daarna heeft het waterschap de taak om de waterafvoer snel en adequaat te laten plaatsvinden. Het kan niet zo zijn dat natuurregels dit belemmeren. Sloten zijn er primair voor waterafvoer. Het zijn geen ecologische gebieden. Van de Staatssecretaris verwacht ik een constructieve bijdrage aan een calamiteitenplan dat in de toekomst ingezet kan worden bij extreme omstandigheden. Ik realiseer me dat de ondernemers die nu getroffen zijn hier helemaal niets aan hebben, maar toch moeten we hiernaar kijken.

Ik wil terug naar de aanwijzing van het gebied in de zin van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Er zijn al verschillende vragen over gesteld en ook ik wil vragen of aanwijzing als rampgebied de mensen en ondernemers een oplossing biedt. Ik vraag de Staatssecretaris hier nog eens uitgebreid op in te gaan. Biedt dit daadwerkelijk een oplossing?

Ik sluit af. De werkgroep staat voor een grote opgave. Het gaat niet alleen om de werkgroep hier in Den Haag, maar ook om alle partijen die daarbij betrokken zijn, zoals andere overheden, verzekeraars, banken enzovoorts. Ik vraag de Staatssecretaris om ook in het reces de Kamer te informeren over de voortgang en de te nemen maatregelen. Is hij daartoe bereid?

De heer Van Gerven (SP):

Ik vraag de VVD om ook positie te kiezen. De VVD legt de bal bij de Staatssecretaris voor het wel of niet in werking stellen van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Vindt de VVD niet dat uit de praktijk blijkt dat het bestaande verzekeringsstelsel niet werkt en dat er grote problemen dreigen voor honderden bedrijven, nog los van de vele particulieren in grote problemen? Zou dat niet toch ook voor de VVD moeten gelden, nu de markt niet werkt bij dit extreme weer dat we in tientallen jaren niet gezien hebben? Wordt zo niet gewoon aan de voorwaarden voldaan om de Wts in werking te stellen?

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik zou willen dat het zo simpel en eenvoudig zou zijn, want dan hadden we hier niet hoeven te zitten. Ik heb oprecht de vraag of de Wts helpt. De Kamer heeft daar een aantal afspraken in vastgelegd. Op het moment dat die afspraken aangepast moeten worden dan wel niet van toepassing verklaard worden omdat de schade verzekerd is, heeft een ondernemer daar helemaal niets aan. Het is dan een lege huls, waarmee we de ondernemers, de mensen, de betrokkenen terugsturen naar het gebied. Ik heb me de afgelopen week erin verdiept: de verzekerbare schade valt niet onder de Wts. Dat helpt de ondernemers dus niet. Ik vraag de Staatssecretaris daarom dat hij met zijn collega's in het kabinet met name de regie en de coördinerende rol heel nadrukkelijk oppakt. De eerste stap is gezet in de werkgroep, maar daar moet wat mij betreft een stapje bij.

De heer Van Gerven (SP):

Goed. De VVD wil geen Wts, maar volgens mij kan het wel. Je kunt de Wts van toepassing verklaren omdat de gewone markt in het dagelijks leven niet functioneert. De overheid kan dan allerlei extra maatregelen nemen. Dat wil de VVD niet, terwijl we kunnen constateren dat het huidige verzekeringsstelsel niet functioneert, want slechts enkele procenten van de bedrijven zijn verzekerd...

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, in tweede instantie stellen we een vraag.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter, ik was klaar geweest als u mij mijn betoog even liet afmaken.

Geen Wts dus, maar er ligt ook voorstel om een noodfonds in te richten van 100 tot 200 miljoen, vergelijkbaar met wat Duitsland en België doen. Zij gaan wel steun verlenen. Dat kan daar blijkbaar wel. Als dat daar kan, waarom zou het hier niet kunnen?

Mevrouw Lodders (VVD):

Volgens mij vraagt de heer Van Gerven nu naar de bekende weg. Wij hebben hier met elkaar willens en wetens besloten om geld te investeren in de brede weersverzekering vanuit het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dat is het verschil met de landen om ons heen. Dat is één. Ik ga ervan uit dat de Staatssecretaris daar straks uitgebreid op zal ingaan. Twee: op grond van de Wts kan alleen een financiële tegemoetkoming in geleden schade worden verstrekt als gedupeerden de schade niet redelijkerwijs hadden kunnen verzekeren. Ik constateer uit mijn gesprekken van afgelopen maandag dat ondernemers die verzekering kunnen kiezen. Dat waren overigens heel ingrijpende gesprekken, zoals ik de heer Van Gerven niet hoef uit te leggen, want we hebben allemaal gevoel bij de ondernemers en de mensen in het gebied. Het is ontzettend wrang voor de mensen die dit niet hebben gedaan, omdat dit een uitzonderlijke situatie was. De regie, de gecoördineerde aanpak helpt de mensen op het moment dat ze straks terug naar hun huizen gaan. Het aanwijzen van de Wts en vervolgens bekijken of de bepalingen wel of niet van toepassing zijn, zou een lege huls zijn. Daarom zet mijn partij in op de mensen helpen met een gecoördineerde aanpak en regierol.

De heer Geurts (CDA):

Regelmatig zijn emotie en ratio in dit huis niet geheel in evenwicht. Ik denk dat we daar vanmorgen met alle woordvoerders wel toe in staat zijn. We voelen de emotie en we moeten daar de ratio tegenover stellen. Ik hoor mevrouw Lodders spreken over «stappen erbij» en «regie en coördinatie van het kabinet». Ook refereert ze aan een werkgroep. Maar wat kan deze werkgroep doen als het nationale parlement geen nationale solidariteit betoont? Moet deze werkgroep wat hij allemaal van plan is te gaan doen dan uit eigen portemonnee betalen?

Mevrouw Lodders (VVD):

Er zijn een aantal voorbeelden in de brief genoemd van wat deze werkgroep kan doen. Dat zijn goede voorbeelden, waarin banken en verzekeraars worden aangesproken. Het kabinet noemt een aantal voorbeelden. Omwille van de tijd ga ik ze niet citeren uit de brief. Ik vraag ook om in overleg te treden met waterschappen. Ik liep maandag in het gebied en voelde het drukkende weer. Ik denk dat mensen daar heel veel angst voor hebben. Laten we zorgen dat we dat soort zaken op orde hebben. Er zijn asbestdeeltjes, maar er zijn onvoldoende saneerders in het land om de rotzooi op te ruimen. Laten we daar constructief naar kijken. Daar hebben we volgens mij de Wts niet voor nodig. We hebben een aantal mensen nodig die zeggen: dit en dat heeft de hoogste prioriteit en daar gaan we op een praktische manier mee om. Daar moeten we naar op zoek. Er zijn onvoldoende bouwbedrijven om alle daken in drie, vier, vijf weken te herstellen. We moeten dus zorgen voor een gecoördineerde aanpak. Dat heeft niets te maken met de Wts. Dat heeft te maken met mensen om tafel zetten en een stap erbij zetten waar mogelijk.

De heer Geurts (CDA):

Ik heb de afgelopen dagen en weken geprobeerd om me rustig te houden, om te bekijken of we hier nationale eenheid konden betonen met het getroffen gebied. Maar als ik mevrouw Lodders zo hoor praten, moet alles op orde gebracht worden en moet er orde op zaken worden gesteld in het gebied zonder dat er geld komt van de nationale overheid. Hoe wil zij dat gaan bereiken? De vervolgschade wordt nog vele malen groter dan de schade die we nu al aantreffen in het gebied. Ik heb het net al gezegd: de regionale economie wordt kei- en keihard getroffen. Waarom is de VVD niet bereid om met de oppositiepartijen mee te denken en ook daar iets aan te doen, om de regionale economie te stimuleren en zo op gang te krijgen? Ik vraag het echt heel indringend aan mevrouw Lodders: blijf niet in dit cirkeltje draaien, laat gewoon zien dat ook de VVD nationale solidariteit toont met geldmiddelen voor het gebied.

Mevrouw Lodders (VVD):

Met alle respect, maar dan heeft de heer Geurts niet naar mijn betoog geluisterd. Ik heb niet voor niets het voorbeeld genoemd van asbestsanering. We hebben allerlei regelingen. We hebben regelingen over duurzame energie. Misschien kun je een win-winsituatie creëren: aan de ene kant een dak saneren en repareren, en aan de andere kant voor zonnepanelen net dat extra zetje geven. Dat vraagt wel een aanpak van deze Staatssecretaris in overleg met zijn collega's. Daar roep ik toe op. Daar hoeft vanmiddag geen zak geld bij gezet te worden, want we hebben heel veel van dit soort regelingen. Laten we kijken naar de praktische invulling daarvan. Daar roep ik het kabinet toe op. De heer Geurts heeft met ondernemers gesproken. Ik ook. Heel veel ondernemers geven aan: wij zitten niet te wachten op een zak geld; wij willen dat wij hier praktisch mee om kunnen gaan. Zij willen niet dat de NVWA straks komt kijken en zegt: daar ligt een asbestdeeltje dus wij schrijven een boete uit. Als dat het geval is, zo heb ik gezegd, dan krijg ik graag dat signaal, want dat mag niet het geval zijn. Ik roep deze Staatssecretaris daar dus toe op en doe een groot beroep op hem, want dat kunnen we er op dit moment niet bij hebben.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Het gaat om een half miljard aan schade en waarschijnlijk nog een half miljard die daarachter wegkomt. Ik hoorde mevrouw Lodders zeggen: verzekerbare schade valt niet onder de Wts. Dat is een heel formele redenering. Een half miljard, is die schade te verzekeren? Of is het zo dat mevrouw Lodders deze formele redenering aanpakt omdat ze helemaal niet wil bijdragen aan het gebied? Daar krijg ik graag een reactie op.

Mevrouw Lodders (VVD):

De werkgroep heeft zichzelf als een van de taken toebedeeld om de schade in kaart te brengen. Ik denk dat het nog te vroeg is om te zeggen welke schade wel en welke niet verzekerbaar is en wat de vervolgschade is. Ik heb daar maandag geen enkel beeld van gekregen. De taxateurs zijn één keer langs geweest en bij sommigen twee keer. Dat verschilde per onderneming en bij de mensen in het dorp waar ik was. Het is dus te vroeg om te zeggen wat wel en niet verzekerbaar is. De Tweede Kamer heeft de Wts in het leven geroepen als sober vangnet. Ik zou eigenlijk de vraag terug willen leggen, maar dat is niet de bedoeling dus dat zal ik niet doen. Ik spreek het wel uit tegen iedereen die nadrukkelijk pleit voor aanwijzing van de Wts: gaan we daar vervolgens ook concreet geld bijdoen, of sturen we mensen met een loze aanwijzing terug? Ik vind dat we daar met elkaar met respect over moeten spreken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Mevrouw Lodders en ik zijn op dezelfde dag, maar niet tegelijkertijd, in het gebied geweest. We hebben beiden met eigen ogen gezien wat er aan de hand is. We hebben volgens mij ook beiden bedrijven bezocht en gezien dat arbeidsinvesteringen van tien jaar tijd in een kwartier tijd door die hagelstormen vernietigd zijn. Die schade is gewoon niet te verzekeren. Technisch niet, maar ook financieel niet. Dat zou in de tienduizenden, misschien wel honderdduizenden euro's lopen. Mevrouw Lodders geeft aan – die handschoen pak ik toch maar even op – dat we ze niet blij moeten maken met een lege huls, maar de Wts is wel degelijk van toepassing omdat het hier gaat om niet verzekerbare schade. De coalitie heeft aardig wat geld te verdelen. Dat geld gaat naar goede zaken, maar ik zie ook een gebied dat zwaar getroffen is. Daarom vraag ik mevrouw Lodders: staan wij schouder aan schouder met deze mensen en gaan we hen waar de financiële nood hoog is en bedrijven kopje onder gaan als overheid ondersteunen, of laten we hen aan hun lot over?

Mevrouw Lodders (VVD):

Mevrouw Dik-Faber spreekt nu twee richtingen op. Zij zegt: de schade is niet verzekerbaar. Ondernemers met kassen zijn verplicht verzekerd voor hagelschade. De emotionele schade is inderdaad niet verzekerbaar. Ik ben geraakt door de emoties van mensen met wie ik gesprekken heb gevoerd. Het zal je maar gebeuren dat je levenswerk, van soms meerdere generaties, in korte tijd onderuit wordt gehaald. Maar ook deze ondernemers geven aan dat ze helemaal niets aan een zak geld hebben, want ook al hebben ze die, is er nog geen asbestsanering. Of ze zeggen: de ruiten die ik nodig heb voor mijn kas moeten weet ik veel waar vandaan komen en ik hoor nu al dat er onvoldoende op voorraad zijn. Dat vraagt om een gecoördineerde aanpak en vraagt erom dat de werkgroep morgen met al die mensen om tafel gaat en vraagt: hoe gaan we dit doen en hoe zorgen we dat uit andere delen van het land of uit andere landen producten weer op voorraad komen? Voor dat soort dingen moeten we ons volgens mij heel stevig inzetten.

De heer Graus (PVV):

Ze hebben wél geld nodig, want zonder geld kunnen ze helemaal niks betalen. De NVWA is al in het gebied. Dat moet ik voor de juistheid van de Handelingen zeggen. Ik hoorde dat van een betrouwbare bron rechts van me. De VVD kan hier eindelijk het verschil maken. Ze heeft al gezorgd dat de boeren een nekslag kregen door Natura 2000. Ze heeft voor miljarden naar de Grieken gestemd, waar wij tegen zijn geweest. Er is geen sprake van de win-winsituatie waarover wordt gesproken. We kunnen nog een paar boeren bij de kuif pakken en hun hoofd boven water proberen te houden. Er is helemaal niets meer te winnen. Het gaat echt om een noodsituatie en het redden van mensen en bedrijven. Ik doe echt een appel op mevrouw Lodders. Pak uw verantwoordelijkheid. U bent ook een boerendochter. Laat uw hart nou eens spreken en ga u ook eens hiervoor hard maken in uw fractie.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik hoor geen vraag van de heer Graus, maar een oproep. Ik heb aangegeven op welke manier ik geraakt ben door het bezoek dat ik maandag gebracht heb. Ook de komende week zal ik bezoeken brengen. Waarom? Omdat het me daadwerkelijk iets doet, en om te bekijken welke stappen gezet moeten worden. De heer Graus haalt er allerlei andere dossiers bij; ik laat dat voor zijn rekening.

De heer Graus (PVV):

Dat is wel essentieel, want de VVD zegt wel dat er miljarden naar de Grieken moeten gaan en miljarden naar de Europese Unie. Ze heeft Natura 2000 mogelijk gemaakt. Dat was al een nekslag voor de boeren. Dat heeft hen allemaal genekt in de afgelopen jaren. De VVD was vroeger een ondernemerspartij en ik vraag gewoon: help nou toch eens een keer. Lul er niet zo flauw omheen. Help nou toch een keer! Ik vind het zo flauw, dat eromheen draaien en eigenlijk niets zeggen. Ik kan daar niet tegen. Ik wil er graag een reactie op hebben of mevrouw Lodders zich hard wil maken voor de boeren in Brabant en Limburg.

Mevrouw Lodders (VVD):

Volgens mij ben ik duidelijk geweest.

De heer Leenders (PvdA):

Voorzitter. Ik denk dat wij allemaal erg geschrokken zijn van het noodweer in Zuidoost-Nederland en de enorme schade die dit teweeg heeft gebracht. Ik denk dat alle partijen die hier aan tafel zitten, solidair zijn met Zuidoost-Nederland en de mensen die getroffen zijn. Dat is niet het primaat van het CDA of van andere partijen. Dat wil ik maar even in de richting van de heer Geurts zeggen. Velen van ons zijn ter plekke geweest en hebben daar gesproken met mensen over de soms zeer schrijnende situaties. Ik was afgelopen maandag in Luyksgestel en Someren. Daar is geen huis zonder dakschade. Oranje en blauwe dakzeilen overheersen het straatbeeld. Scholen en gemeenschapshuizen zijn gesloten et cetera.

Minder zichtbaar, want die heb ik niet helemaal gezien, is de schade die bedrijven hebben. Dan gaat het om een drukkerij die stilligt of een timmerbedrijf dat niet meer aan opdrachten kan werken. Agrarische ondernemingen, waar ik er wel een paar van gezien heb, zijn zwaar getroffen door schade aan onroerend goed en gewassen. Duidelijk is dat er grote kortetermijnschade is en dat de schade op de langere termijn minstens zo groot is.

Er zijn prangende vragen. Hoe gaan we dit oplossen? Dekt de verzekering alle schade? Wat betekent dit voor iemands bedrijf? Is de vervolgschade ook gedekt? Door deze vragen en de onzekerheid is de sociale nood in veel gevallen hoog. Dat heb ik heel goed begrepen. Er zijn mensen die geen uitweg meer zien. Het laat zich raden wat op termijn de gevolgen hiervan zijn. We kunnen gerust spreken van een ontwrichte samenleving, of in ieder geval een kans daarop. Het is onze inzet om de regio te helpen waar we dit kunnen. Volgens mij is dit de inzet van ons allemaal. We zijn bij elkaar om het debat daarover te voeren en van gedachten te wisselen met de Staatssecretaris, maar wat ons betreft ook om te komen met ideeën over de wijze waarop de regio kan worden gesteund.

De Staatssecretaris heeft in zijn Kamerbrief van 1 juli zijn inzet aangegeven om de regio te ondersteunen. Wij steunen de Staatssecretaris bij zijn inzet. Er is inmiddels een werkgroep actief om oplossingen te inventariseren en acties uit te zetten. Mijn collega van de VVD had het daar al over. Ik heb daar hoge verwachtingen van. Volgens ons zijn er meer mogelijkheden om de regio te ondersteunen. Er is een regeling voor het vervangen van asbesthoudende daken, er is een regeling voor duurzame energie en er zijn landelijke, provinciale en lokale regelingen. Er zijn er vast nog veel meer die op de een of andere wijze gebruikt zouden kunnen worden om versneld problemen in de regio op te lossen. Er wordt in de wandelgangen druk gespeculeerd over onorthodoxe en creatieve wegen en combi's, en vooral ook over samenwerking in de regio.

Ik geef enkele voorbeelden. Kapotte daken moeten dicht. Dat zijn doorgaans golfplaten daken, vaak asbesthoudend. Zulke daken moet eerst worden bemonsterd. Door een gebrek aan capaciteit voor bemonstering, door een lange doorlooptijd van het onderzoek en door een gebrek aan asbestsaneerders, duurt dat veel te lang. Gevolg daarvan is dat de daken niet snel gerepareerd worden en dat er gevaar kan optreden voor de volksgezondheid. Wij vragen de Staatssecretaris dat hij zich samen met provincies en gemeenten inspant om de capaciteit voor bemonstering te vergroten. Hij moet bekijken of de subsidieregeling van het Rijk om asbestdaken te verwijderen met prioriteit kan worden aangewend voor de getroffen gebieden. Ook moet hij bekijken of voor deze situatie de regels verantwoord kunnen worden versoepeld om de sanering te versnellen. Herstel van daken van scholen, bedrijven en stallen heeft de hoogste prioriteit. Dat is misschien ook een kans om daken te vergroenen, beter te isoleren en te voorzien van zonnepanelen. Mijn collega zei dat ook al en misschien moet ik het niet herhalen, maar we moeten dus bekijken of we dat kunnen versnellen en intensiveren.

Sommige ondernemers, onder wie boeren, zijn van plan om op termijn te stoppen. Wellicht willen ze nu sneller stoppen, maar dat gaat vaak niet omdat verzekeraars eisen dat er wordt herbouwd. Die eisen passen daar niet altijd bij. Wij vragen de Staatssecretaris om dit punt mee te nemen naar de verzekeraars en hen om meer flexibiliteit te vragen. Hij moet vooral ook al die andere vragen die mijn collega's hebben gesteld over de flexibiliteit en verantwoordelijkheid van verzekeraars meenemen.

Ik kom op mijn laatste punt, de volksgezondheid. Er zijn asbesthoudende daken beschadigd van schuurdaken in wijken. Asbesthoudend materiaal ligt verspreid in de wijken, heb ik begrepen van mensen van de ggd. Ik heb ook begrepen dat dit geen acuut probleem is, maar dat het dit wel kan worden in de zomer als het droog wordt en het spul kan verwaaien. Deelt de Staatssecretaris de opvatting dat dit materiaal zo snel mogelijk moet worden opgeruimd, zonder dat vooraf duidelijk is wie de kosten daarvoor draagt?

Ik heb eigenlijk nog veel meer, maar ben ruim door mijn tijd heen. Dank u wel dat u mij die tijd gegeven heeft, voorzitter. Ik stop.

De heer Geurts (CDA):

Ik hoorde half wat de heer Leenders in het begin van zijn betoog zei over het CDA. Als de heer Leenders goed had geluisterd, had hij gehoord dat ik vanmorgen complimenten uitdeelde aan twee PvdA-bewindspersonen, Staatssecretaris Van Dam en Minister Asscher. Ik hoor de heer Leenders ook praten over hoge verwachtingen van de werkgroep. Hoe gaat de PvdA dan nationale solidariteit laten zien als die werkgroep geen geld krijgt van de coalitie? Is hij ook van mening dat nationale solidariteit getoond moet worden en dat geld van de nationale overheid naar het gebied moet? Hoe gaat het gebied zich redden zonder dat geld?

De heer Leenders (PvdA):

Zonder al te veel in herhaling te vallen van de antwoorden van mijn collega van de VVD, want ik ben het eigenlijk in alles met haar eens, is de veronderstelling van het CDA dat er geen geld zou zijn misplaatst. Ik heb een aantal regelingen genoemd en ik ken een aantal regelingen niet, en de heer Geurts ook niet. Als we nu eens bekijken wat er allemaal is, welke slimme combinaties er te vinden zijn en op welke manier we misschien ook op een verantwoorde wijze regels kunnen versoepelen om snel te kunnen ingrijpen, dan vraag ik mij af of de stelling dat er geen geld zou zijn wel terecht is. Sterker nog, ik zeg dat die zeer onterecht is.

De heer Geurts (CDA):

Ik twijfel of ik deze woorden moet uitspreken, maar ik ga het toch doen: het lijkt wel een toneelspel van de coalitie. Er is coalitievooroverleg geweest en men heeft gewoon besloten dat er geen geld gaat naar het gebied. Het CDA vraagt niet om de Wts alleen open te stellen. Ik heb heel duidelijk gezegd: of een andere, gelijkwaardige oplossing. Zou de PvdA daarover willen meedenken?

De heer Leenders (PvdA):

Ik wil meedenken over iedere oplossing die dit probleem oplost voor de regio. Ik heb net een helder antwoord gegeven op de vraag over wat ik denk van de beschikbare financiën. Daar wil ik het toch echt even bij laten. Laat de gezamenlijke werkgroep, waar ik veel vertrouwen in heb, zijn gang gaan en de komende weken bekijken hoe dat uitpakt. Ik wil daar graag van op de hoogte blijven. Vervolgens bekijken we de situatie verder.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb behoefte om een punt van orde te maken. De coalitie wordt hier neergezet als een toneelstuk. Ik neem daar ver afstand van. Ik vind dit een zeer ongepast onderwerp om dit soort opmerkingen over te maken.

De voorzitter:

Het punt van orde is geaccepteerd. Ik denk dat we hier allemaal, ook ik als voorzitter die verder niet aan het debat deelneemt, van de week bij de petitieaanbieding hebben gevoeld wat dit voor mensen betekent.

De heer Van Gerven (SP):

Met warme woorden alleen komen we er niet. Ik parafraseer een collega van de heer Leenders: in geklets kun je niet wonen. Er moet dus wel echt iets gebeuren. Ik wil de heer Leenders het volgende voorleggen. Er is een boer met een schade van 2 miljoen, al dan niet verzekerd, en die is op dit moment failliet. Wat gaan wij doen?

De heer Leenders (PvdA):

Bij de eerste woorden van de heer Van Gerven kwam bij mij de vraag op waar we hier met z'n allen nou mee bezig zijn. Volgens mij zoeken we met elkaar naar de oplossingen die wij kunnen aandragen en de verantwoordelijkheden die wij als Tweede Kamerleden, als vertegenwoordigers van het volk en dus ook van de mensen in de regio, kunnen bedenken. Daar is dit debat voor aangevraagd en voor bestemd. Daar zijn we met z'n allen mee bezig en er zijn heel veel punten uitgewisseld die daaraan bijdragen. Op de casus die de heer Van Gerven schetst, kan ik geen antwoord geven. Ik ben niet bekend met alle aspecten van deze casus. Ik ga dus ook niet op zo'n casus in, omdat ik het gewoon niet weet.

De heer Van Gerven (SP):

Kunnen we dan het volgende afspreken? Dit voorbeeld staat wellicht voor honderden andere bedrijven, in meer of mindere mate. We kennen inderdaad niet alle persoonlijke situaties. Maar kan ik op de Partij van de Arbeid rekenen dat wij levensvatbare bedrijven, dus de bedrijven die levensvatbaar waren voordat de natuurramp zich voltrok, er linksom of rechtsom doorheen helpen? Dat moeten we doen in de wetenschap dat de verzekeraars zeggen – we hebben vandaag nog een brief gehad – dat minder dan 10% adequaat verzekerd is. Er is dus een dijk van een probleem. Is de Partij van de Arbeid bereid om er linksom of rechtsom voor te zorgen dat er geen onnodige faillissementen ontstaan door deze natuurramp?

De heer Leenders (PvdA):

Ik ben geneigd om daar bevestigend op te antwoorden, maar ik wil daar wel iets aan toevoegen. Ik denk dat levensvatbare bedrijven niet zullen omvallen, omwille van alle maatregelen en alle voorstellen die we op dit moment al nemen en doen. Ik sprak een boer in het bezit van een gezond bedrijf. Ik vroeg hem of hij verzekerd was. Hij zei: nee, ik ben niet verzekerd en dat is ontzettend stom, want ik dacht dat het hier toch nooit zou gebeuren. De brede weersverzekering wordt geëvalueerd. Er wordt hier heel veel gezegd over wat wel of niet verzekerd is en over de werking van de verzekeringen. Daar heb ik ook vragen over. Ik heb daar een heleboel opmerkingen over gekregen in de regio. Ik ben heel benieuwd wat er uit de evaluatie komt. Als blijkt dat de verzekering niet werkt zoals wij haar ooit hebben bedoeld, dan hoop ik dat de Staatssecretaris zijn invloed kan aanwenden zodat ze in de toekomst wel zal werken in dit soort gevallen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik noemde daarstraks al de bedragen die in de petitie staan en die we afgelopen dinsdag gehoord hebben. Een half miljard nu, een half miljard erachteraan en dan is er ook nog heel veel emotionele schade, waar we financieel niets tegenover kunnen zetten. Maar goed, er is dus ook financiële schade. Ik hoor de heer Leenders veel goede woorden spreken, maar uiteindelijk moet die schade wel betaald worden. Wie gaat dat doen?

De heer Leenders (PvdA):

Ik wil best even herhalen wat ik zojuist heb gezegd. Ik verwacht dat dit kan met slim bekijken welke regelingen er zijn, welk geld daarachter zit, hoe we slimme combinaties kunnen maken en hoe rijksoverheid, provincies en gemeenten goed kunnen samenwerken. Ik heb gisteren met de provincie Noord-Brabant gesproken, die een aantal voorstellen gedaan heeft en zegt te willen investeren. Ik heb mensen van gemeenten in de regio gesproken die ook zeggen te willen investeren. Als we dat bij elkaar leggen en op een slimme manier bekijken hoe we regels op een verantwoorde wijze kunnen versoepelen waardoor we een en ander snel kunnen aanpakken, dan vraag ik mij af of er geen geld beschikbaar is. Het kan best zijn dat over een maand blijkt dat het nog steeds een heel groot probleem is. Wellicht praten we daar dan verder over.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Goed, heel mooi: slim samenwerken. En ik hoor: de provincie en gemeenten willen investeren. Maar wat wil de PvdA investeren in het gebied?

De heer Leenders (PvdA):

Wij willen investeren wat ik allemaal al gezegd heb en niet voor de vierde keer zal herhalen.

De heer Graus (PVV):

Ook de PvdA heeft mede verstikkende wet- en regelgeving mogelijk gemaakt, zoals Natura 2000, dat de meeste boeren al nekt. Daardoor zijn veel boerenbedrijven al niet levensvatbaar. Daarom ben ik het ook niet eens met de heer Van Gerven van de Socialistische Partij. Wat is namelijk het verhaal? Veel boerenbedrijven waren al niet meer levensvatbaar door het beleid van de Europese Unie en de overheid. Daar is nu een nationale ramp, een natuurramp bovenop gekomen. Bankenbobo's, die gewoon klaplopers zijn die met elkaar op dezelfde golfclub zitten en alles om zeep hebben geholpen, hebben ons met permissie van de heer Leenders miljarden gekost. Er gaat heel veel naar het aanleggen van jeu-de-boulesbanen in Roemenië via de Europese Unie. Er gaat miljarden naar vluchtelingen, die soms terecht en soms onterecht geholpen worden, want soms zijn ze ook gewoon economische vluchtelingen. Naar Griekenland gaan ook miljarden, allemaal met permissie van de heer Leenders. Dan kan hij toch nu niet achterblijven als het om onze boeren gaat, die hem voorzien van zijn bord eten? Dat kan toch niet? Ik kan echt niet begrijpen dat hij zegt: we gaan kijken en we gaan het bezien. Het is dadelijk zomerreces en ik wil dat hij nu iets toezegt en we op zijn steun kunnen rekenen.

De heer Leenders (PvdA):

De heer Graus haalt er nu wel heel veel dingen bij. Ik vraag mij werkelijk in redelijkheid af of mensen in Oost-Brabant hiermee geholpen zijn. Ik wel een suggestie overnemen en die betreft de bankenbobo's. Misschien mag ik de Staatssecretaris vragen om bij het goede werk dat hij in de komende weken vast gaat doen, ook eens met de bankenbobo's te bespreken of zij een stuk van die verantwoordelijkheid kunnen overnemen, bijvoorbeeld voor kredietverlening en door garant te staan. Dat is in ieder geval een nuttige suggestie, die ik bij dezen wil meenemen.

De heer Graus (PVV):

Er zijn mensen en ook dieren letterlijk en figuurlijk aan het verzuipen. Kom op! Ik vind het echt flauw wat er nu gebeurt. Dit is de laatste dag voor het reces. We moeten nu spijkers met koppen slaan. Zegt de PvdA hulp toe aan die mensen, of niet? Dat wil ik nu gewoon weten. Ik wil niet horen: bezien, kijken en dergelijke. Daar heb ik kasten vol mee. Er moeten nu gewoon acties worden ondernomen, ook door de PvdA. Pak uw verantwoordelijkheid eens, alstublieft.

De heer Leenders (PvdA):

Wij pakken onze verantwoordelijkheid. Wij dragen bij door alles wat we vandaag al hebben geopperd. Daar laat ik het even bij.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Twee weken geleden is Zuidoost-Nederland getroffen door uitzonderlijk zwaar noodweer: een supercel die leidde tot een ijsstorm met enorme hagelstenen. Ik was afgelopen maandag met ons Brabantse Statenlid op bezoek in Bergeijk en Luyksgestel. Met eigen ogen heb ik daar gezien dat de schade echt enorm is. Pas als je in het gebied zelf bent en met de mensen daar spreekt, zie je de omvang en dringt het tot je door. In grote delen van Brabant en Limburg zijn honderden bedrijven getroffen. Staldaken hebben onherstelbare schade opgelopen. Veel goed voedsel, een primaire levensbehoefte, is verloren gegaan. Boomkwekers zien jarenlange inspanningen in één klap tenietgedaan.

Er is veel materiële schade bij bedrijven, scholen en woningen, maar de sociale en emotionele schade is misschien nog wel groter. Dit heeft er echt ingehakt. Het is goed dat de Staatssecretaris het gebied heeft bezocht om met de bewoners te spreken en de schade op te nemen, maar zo'n bezoek schept ook verwachtingen. Ik begrijp dan ook de teleurstelling in het gebied over de brief van de Staatssecretaris. De brief bevat namelijk veel goede bedoelingen maar weinig concrete maatregelen waar mensen nu iets aan hebben. Werktijdverkorting is voor nu de enige concrete maatregel die de Staatssecretaris voorstelt. Dat is niet voldoende. Bovendien is deze maatregel niet voor iedere onderneming geschikt.

We gaan het zomerreces in en mijn fractie wil de getroffen boeren en tuinders niet in de kou laten staan. Ik wil vanochtend oprecht met de Staatssecretaris bekijken wat we nog meer kunnen doen om de agrarische sector tegemoet te komen. Een evaluatie van de brede weersverzekering is mooi om lessen te trekken voor de toekomst, maar daar hebben de gedupeerden nu helemaal niets aan. Het is mij te gemakkelijk om te wijzen naar de eigen verantwoordelijkheid van agrariërs. Veel boeren en tuinders zijn wel degelijk verzekerd voor weerschade, maar deze verzekeringen kennen allerlei beperkingen en uitzonderingen. Daarnaast hebben veel agrariërs een eigen risico van 30%.

Het is soms eenvoudigweg niet mogelijk om je tegen volledige dekking te verzekeren, ook al zouden agrariërs dat willen. Als dan je volledige oogst is verwoest en je van de verzekering maar een klein deel vergoed krijgt, blijf je met een enorme strop zitten. Een varkenshouder die ik sprak, dacht goed verzekerd te zijn, maar uit de kleine lettertjes bleek dat stormschade en hagelschade verzekerd waren, maar niet hagel tijdens een storm. De mooie toekomst voor zijn dochter als bedrijfsopvolger ziet er nu ineens heel anders uit. Iemand anders vertelde me dat de verzekeraar had geadviseerd om zelf met vrienden en buren de glasschade maar op te ruimen, alsof het om serviesgoed gaat.

Ik weet dat de Wet tegemoetkoming schade bij rampen mogelijkheden biedt voor een aanvullende tegemoetkoming boven op de uitkering door de verzekering voor de schade die niet vergoed wordt. De Staatssecretaris wuift deze optie echter simpel weg. Ik vraag hem waarom. Onderkent hij wel dat er sprake is van een ramp? Moeten we niet eerst eens nagaan hoe groot de schade is die niet verzekerd is? Verzekeraars hebben het over een schade van 25 tot 30 miljoen euro voor de open teelten. De totale schade in het gebied wordt geschat op 500 miljoen. Maar hoe groot is de onverzekerde schade in de totale agrarische sector? Ik doe een beroep op de Staatssecretaris om dit met verzekeraars in kaart te brengen en vervolgens nogmaals te bekijken of de Wts voor dit specifieke deel van de schade soelaas kan bieden. Is de Staatssecretaris bereid om met de Minister van V en J om tafel te gaan zitten en te bekijken wat wél mogelijk is?

Door het noodweer worden veel ondernemers ook nog eens getroffen door plotselinge kosten voor asbestsanering. Is de Staatssecretaris bereid om te bekijken hoe we van deze nood een deugd kunnen maken door met een goede regeling te komen, die ook nog eens bijdraagt aan de doelstelling dat in 2024 alle daken asbestvrij moeten zijn? Daarvoor zijn mensen nodig, maar het moet natuurlijk ook allemaal betaald worden.

Ik rond af. Help de mensen in Zuidoost-Nederland. Stel de Wts open. Voer de druk op bij de verzekeraars en ga met hen in gesprek. Zorg ervoor dat de schade hersteld wordt. Er is ook heel veel emotionele schade. Die is niet te verzekeren, maar we kunnen wel schouder aan schouder staan met de mensen in het gebied, solidair met hen zijn en de instrumenten die we hebben allemaal gebruiken.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor tien minuten, waarna wij aanvangen met de beantwoording van de vragen van de leden, waarvoor ik het woord zal geven aan de Staatssecretaris.

De vergadering wordt van 10.58 uur tot 10.17 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heb geen bel maar wel een hamer en heropen de vergadering. Aan de orde is een algemeen overleg over de waterschade in Zuidoost-Nederland. We hebben de inbreng van de Kamer in eerste termijn gehad en ik geef nu het woord aan de Staatssecretaris van Economische Zaken.

Staatssecretaris Van Dam:

Voorzitter. Dit overleg gaat over twee soorten weerschade die zich in de afgelopen tijd hebben voorgedaan in het oosten van Brabant en het noorden van Limburg. Het begon eigenlijk al begin juni, toen er een enorme hoeveelheid regen viel, vooral in Noord-Limburg en het uiterste oostpunt van Brabant. Dat was dusdanig veel dat heel veel ondernemers, vooral boeren, daar enorme schade van ondervonden. Zij trokken dus bij mij aan de bel en zeiden: kom alsjeblieft zelf kijken; zelfs als je niets te bieden hebt, is het nog fijn als je langskomt. Ik heb toen meteen een afspraak gemaakt om op 29 juni langs te gaan.

Vervolgens kwam daar op 23 juni, vooral in het zuidoosten van Brabant, een ongekende hagelstorm bij waarvan we allemaal de beelden hebben gezien. Op basis van de beelden kun je je voorstellen hoe beangstigend het moet zijn geweest om daar middenin te zitten. We hebben gezien wat voor enorme knotsen er uit de lucht vielen. We horen weleens dat soort verhalen van zomervakanties in Zuid-Europa, maar in Nederland komt het zelden tot nooit voor. Het is een wonder dat mensen er niet zelf slachtoffer van zijn geworden en dat de schade zich vooral materieel heeft voorgedaan, want het is natuurlijk ongekend wat daar is gebeurd. Ik weet dat zelf ook uit verhalen van mensen die ik ken in het gebied. De heer Van Gerven verwees daar al naar.

Ik kreeg foto's van familieleden, die op die dag in hun straat konden varen in plaats van er met de auto doorheen te rijden. Ze lieten ook foto's zien van hun auto's, die waren toegetakeld. Ze zagen eruit alsof er een mensenmenigte overheen gelopen was. Ik zag het op de 29ste ook zelf. Ik heb mijn oorspronkelijk geplande bezoek aan Noord-Limburg natuurlijk meteen aangepast, ben ook in Someren langs geweest en zag het daar met eigen ogen. Dat is toch anders dan wanneer je het op tv ziet. De woordvoerders hebben dat zelf ook mogen ervaren.

Je zag overal de gehavende daken, de dakpannen, de zeilen op de daken en de mensen die aan het werk waren om de boel te herstellen. Er zaten gaten in de daken van de stallen, soms snel opgevuld met purschuim. Kassen waren totaal verruïneerd. Ik heb zelf in een kas gestaan bij de familie Joosten waarin glas lag zo ver je kon kijken, met inmiddels een al verdroogde bijna-oogst, want de paprika's waren bijna klaar om geoogst te worden. Het moet voor mensen die thuis waren en ineens deze storm zagen langskomen doodeng geweest zijn. Ook is het een heel harde klap geweest voor heel veel ondernemers. Het gaat om tuinders, om boeren, om autohandelaren en om mensen die hun privébezit ineens toegetakeld zagen.

Even los van de financiën: ook voor wie goed verzekerd was, zoals de familie Joosten waar ik was, is het een enorme klap. Al het werk dat men jarenlang heeft gedaan, ziet men letterlijk in puin liggen. Dat is ongelooflijk droevig en heftig. Mensen waren vrij nuchter. Ze zeiden: we krijgen het wel vergoed, bouwen de boel weer op en over een halfjaar draaien we weer. Desondanks zag ik bij mensen hoe hard het ze geraakt heeft dat ze in feite helemaal opnieuw moeten beginnen. Ik ben langs geweest en vond dat ook nodig. Ik vind het goed dat deze leden van de Kamer, volgens mij allemaal, langs zijn geweest om mensen een hart onder de riem te steken. Heel veel mensen in het gebied hebben er zeker behoefte aan dat er niet alleen in de regio aandacht voor is maar ook vanuit de landelijke politiek. Ik heb daar gezegd, en wil hier herhalen, dat ik iedereen die te kampen heeft met grote schades ongelooflijk veel sterkte wens. Met name voor heel veel ondernemers wordt het een behoorlijke uitdaging om er weer bovenop te komen.

De schrik en de landelijke aandacht gingen vooral naar de enorme hagelstorm. Die was het meest opvallend. Maar vanuit het perspectief van veel boeren en tuinders, met name akkerbouwers, was de schade door de regenval van de weken ervoor eigenlijk veel groter. Die had een grotere impact. Ik was op de 29ste ook bij de familie Mans in Noord-Limburg. Ik werd allerhartelijkst ontvangen op z'n Limburgs, met een groot stuk vlaai, maar er was niet veel te vieren. Zeker een kwart van de groenten en de lelies die de familie in het veld had staan is verloren gegaan doordat de akkers waren veranderd in een blubberpoel. We zakten met de laarzen tot aan de enkels weg in die blubber. Het was overduidelijk dat de lelies daar niet meer zouden gaan groeien. Ze waren inmiddels bruin uitgeslagen. Zoals mevrouw Koşer Kaya ook duidelijk zei, zijn dat persoonlijke drama's, die zeer ingrijpend zijn.

Ik begrijp heel goed dat mensen in een situatie als deze vragen wat de overheid kan doen om te helpen. De eerste vraag is natuurlijk of de overheid de schade kan vergoeden. Daarover heeft de overheid in het verleden afspraken gemaakt. In 2002 heeft Minister Veerman afspraken gemaakt met LTO (Land- en Tuinbouworganisatie) over de rol van de overheid in dergelijke situaties. Tot dan toe – er werd bijvoorbeeld aan 1998 gerefereerd – sprong de overheid vaak bij in situaties van extreme regenval. De overheid vergoedde vaak de schade. Minister Veerman wilde dat anders regelen. Hij is daarvoor met LTO om tafel gaan zitten. Hij heeft een akkoord gesloten en gezegd: we gaan inzetten op een verzekering. LTO heeft gezegd die samen met de verzekeraars te gaan ontwikkelen, de zogeheten brede weersverzekering. De overheid subsidieert de premies daarvoor. Dat doen we tot de dag van vandaag met ongeveer 9 miljoen euro per jaar, ook dit jaar. Dat is goed voor ongeveer twee derde van de premie die betaald moet worden. LTO heeft toen gezegd: we zullen hierna geen beroep meer doen op de overheid om schade te vergoeden. Dat is terug te vinden in de brief van 13 december 2002, die Minister ook aan de Kamer gestuurd heeft. Op basis van die afspraken handelt de overheid in dit soort situaties. Sindsdien heeft de overheid dus ook geen noodpotjes meer beschikbaar, omdat zij haar geld niet in noodpotjes maar in de subsidiëring van de premie steekt.

De Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) is de enige mogelijkheid die er nog wel is. Ik begrijp heel goed dat vanuit de regio's gevraagd wordt om die in te zetten. Kan die wet worden toegepast? Dat is in deze situatie niet het geval. In de Wet tegemoetkoming schade bij rampen is heel helder gedefinieerd wanneer hij kan worden ingezet. De wet kan alleen worden toegepast bij een nationale ramp, waarvan sprake is bij een grootschalige overstroming, een aardbeving of een ramp van soortgelijke omvang die voldoet aan de definitie van artikel 1 van de Wet veiligheidsregio's. Dat is hier niet het geval. Deze situatie voldoet aan geen van deze drie criteria. Dit is primair de verantwoordelijkheid van de Minister van V en J, maar we hebben hier natuurlijk samen naar gekeken. Toepassing van de wet is niet mogelijk.

Daar zeg ik bij dat de wet niet veel soelaas zou bieden aan de door dit weer getroffen ondernemers. In artikel 4, derde lid onder a staat dat redelijkerwijs verzekerbare schade uitgesloten is van compensatie. Daar is de laatste tijd veel over te doen geweest. Was deze schade verzekerbaar of niet? Dat is wel het geval. De Kamer heeft een brief gehad van het Verbond van Verzekeraars, waarin daarop wordt gewezen en wordt gezegd dat de verzekeringsproducten samen met LTO zijn opgesteld, juist om te kunnen voldoen in dergelijke situaties. Ik ben er zelf uiteraard nog verder ingedoken, en alleen al de hoeveelheid regen die op 1 juni is gevallen in het noorden van Limburg en het oosten van Brabant voldeed aan de ondergrens die in de meeste verzekeringen wordt gesteld. Veel verzekeringen stellen bijvoorbeeld een ondergrens van 50 millimeter binnen 24 uur. In het gebied is op 1 juni veel meer gevallen dan dat. Boeren die verzekerd zijn, kunnen dus in vrijwel alle gevallen gebruikmaken van hun verzekering ten behoeve van deze schade. Voor hagel geldt hetzelfde. Die valt onder de brede weersverzekeringen.

Zoals ik zei, is het kabinet van mening dat toepassing van de Wts niet mogelijk is omdat het niet past binnen de wettelijke definities. Maar stel dat dit wel het geval was geweest. Dan zou alle redelijkerwijs verzekerbare schade niet gecompenseerd mogen worden. Dat geldt voor het overgrote deel van de schade. Een vraag daarbij is hoe verzekeraars daarmee omgaan. Zij hebben aangegeven coulant te zullen zijn. Als een bedrijf net buiten die voorwaarden valt, zullen ze dat niet te nauw nemen. Wij zullen ze daar zeker op blijven aanspreken. Om die reden hebben we ze uitgenodigd om deel te nemen aan de werkgroep die we hebben ingesteld en die morgen bij elkaar komt. Dat is van belang voor de bedrijven die wel verzekerd waren.

Ik moet daarbij zeggen dat een ruime meerderheid van de bedrijven in dit gebied er niet voor heeft gekozen zich te verzekeren. Dat is een keuze die de overheid niet van een afstand kan beoordelen, want je kunt niet bij elk bedrijf in de boeken kijken. Sommige bedrijven zullen het risico in de bedrijfsvoering kunnen opvangen, of hebben dat althans gemeend, waardoor zij zich niet verzekerd hebben. Ik zat met ondernemers aan tafel die zeiden: we vonden de kosten eigenlijk te hoog. Ook dachten sommigen, zoals sommige Kamerleden ook hebben gehoord, dat het hier niet zou gebeuren in deze omvang, waardoor zij zich niet verzekerd hebben. Bedrijven kunnen allerlei redenen hebben om zich niet te verzekeren.

De belangrijkste vraag is hoe de overheid de bedrijven, waarvan er heel veel heel gezond zijn en waarvoor dit een enorme klap is, wel kan helpen om door deze moeilijke tijd heen te komen. Daar ligt het grootste probleem. Het zou buitengewoon droevig zijn als gezonde bedrijven er door een dergelijke klap niet bovenop komen. Omdat de Wts niet toegepast kan worden en die geen soelaas biedt, heb ik bekeken wat we wel kunnen doen om deze bedrijven zo goed mogelijk te ondersteunen.

De heer Graus (PVV):

Ik heb bijna tweeënhalf jaar in de commissie-De Wit gezeten, een van de zwaarste onderzoeks- en enquêtecommissies die ooit hebben bestaan. Daar bleek dat sommige dingen gewoon moeten worden aangepast als het niet anders kan. Dat is nu ook zo. Los van het feit dat er 300% tot 400% hogere regenval was dan gemiddeld in juni, was de regenval 50% hoger dan de hoogst gemeten metingen door het KNMI sinds 1911. Er is dus sprake van een natuurramp die nooit te verwachten of voorspellen was. Daarop hebben Veerman, LTO en de boeren zich gebaseerd, maar als blijkt dat het mensen overkomt die ook nog eens voor onze primaire levensbehoefte zorgen, dan moeten we ingrijpen en de boel veranderen. Er ontstaat dan een noodsituatie. Zoals er ook miljarden naar de Grieken en de banken zijn gegaan, moet nu dat geld naar de boeren in Brabant en Limburg. Zo eenvoudig is het. Eén plus één is twee.

Staatssecretaris Van Dam:

Zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Dat weet de heer Graus ook. Ik heb net geschetst dat de Wts eigenlijk de enige optie is die de overheid heeft, maar dat die ingezet kan worden op het moment dat een situatie voldoet aan de definitie van de wet. Compensatie is uitgesloten op het moment dat het gaat om verzekerbare risico's. Ik heb net aangegeven dat die wet niet kan worden toegepast, en dat het, als dat wél zou kunnen, voor de meeste ondernemers geen soelaas zou bieden. Daarom is het relevant om te bekijken wat de overheid wel kan doen om ondernemers zo goed mogelijk te ondersteunen.

De heer Graus (PVV):

Ik ben niet deskundig ter zake, zeg ik er eerlijk bij, maar deskundigen hebben mij verteld dat het opstuwende water het grootste probleem is geweest en dat je je daar juist niet tegen kunt verzekeren. Dat is gewoon het verhaal. Daarom heb ik de Staatssecretaris ook gevraagd om alsjeblieft in conclaaf te gaan met het Verbond van Verzekeraars, maar daar zijn de boeren niet mee geholpen. Dit is een noodsituatie. Daarom heb ik ook geïnterrumpeerd. We moeten nu spijkers met koppen slaan. Mensen en dieren verzuipen. Wij kunnen hier niet gaan «bureaucraten». Als het voor mensen in andere landen kan, dan zeker voor onze mensen. Sorry dat ik het zeg, maar eigen boeren eerst.

Staatssecretaris Van Dam:

Over de waterstand is er volop discussie tussen de boeren en het waterschap. Aangekondigd is dat boeren claims zullen indienen bij het waterschap. Daar sta ik vanzelfsprekend buiten, maar het lijkt me terecht dat men met elkaar erover spreekt of de waterafvoer wel afdoende is geweest. Die terechte discussie moet daar worden gevoerd. Die discussie gaat over stand en afvoer van het water. Waar het hier over gaat, is de hoeveelheid water die gevallen is. Alleen al de hoeveelheid water die op 1 juni binnen 24 uur is gevallen, valt onder de voorwaarden van alle verzekeringsproducten.

De heer Geurts (CDA):

Ik ga even door op dit punt. De discussie spitst zich nu toe op de Wts. Ik heb in mijn bijdrage al aangegeven dat een gelijkwaardige oplossing ook een optie is. Buiten wat de Staatssecretaris aangeeft, heeft de Wts nog een andere betekenis: als sprake was of is van maatschappelijke ontwrichting en dreigende aantasting van grote materiële belangen is deze wet ook van toepassing. Water van onderop is volgens mij aantasting van grote materiële belangen. Laten we niet blijven hangen in een discussie over de vraag of het wel of niet onder de Wts valt. Is de Staatssecretaris bereid, naar een gelijkwaardige oplossing te zoeken? Ik hoor dat er heel hoge verwachtingen zijn van een werkgroep die gaat kijken naar bestaande regelingen. Is de Staatssecretaris bereid, buiten de bestaande regeling, buiten de Wts om naar een oplossing te zoeken om geld te vinden voor dit gebied?

Staatssecretaris Van Dam:

Waar de heer Geurts naar verwijst, is artikel 1 van de Wet op de veiligheidsregio's. Daar wordt in de Wts naar verwezen. De definitie is dusdanig dat ook deze situatie daar niet onder valt. Er zijn zoals gezegd drie situaties waarop de Wts van toepassing is: grootschalige overstromingen als dijken doorbreken, aardbevingen en soortgelijke rampen die voldoen aan artikel 1 van de Wet op de veiligheidsregio's. Ook die definitie is niet van toepassing op deze situatie. Zo heeft de wetgever het bedoeld. Dit is het wettelijk kader waarbinnen het kabinet opereert.

Het tweede kader bestaat uit de afspraken die in 2002 met LTO zijn gemaakt om niet langer op een andere basis schade te vergoeden, zoals daarvoor wel gebeurde. Er moet worden ingezet op een brede weersverzekering. Verder is een andere basis niet zomaar mogelijk, omdat de Europese staatssteunregels daar ook op zien. Deze zijn dusdanig dat ze in een Wts-situatie steun toestaan, maar in situaties daarbuiten niet. Met die drie kaders hebben wij als kabinet te maken, kaders die in het verleden met het parlement zijn besproken en door het parlement zijn goedgekeurd. Deze drie kaders zijn de basis voor wat we aan schadevergoeding kunnen doen.

Ik wil overgaan naar wat we wél kunnen doen.

De heer Geurts (CDA):

Uiteraard hoor ik dat heel graag. Maar toch nog even het volgende. Wij blijven nu juridisch in de Wts-discussie hangen. Ik denk dat er meer ruimte in zit. De uitleg van de Staatssecretaris doet mij schrikken. Die betekent namelijk dat de waterschappen straks zeggen: bij ons hoef je ook niet aan te komen, want water van onderop is niet aan de orde. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat het kabinet wel wil gaan doen.

De voorzitter:

Dat is een mooie overgang.

Staatssecretaris Van Dam:

Toen we de conclusie hadden getrokken dat de Wts geen soelaas zou bieden, hebben we bekeken wat we wel kunnen doen. Het belangrijkste is dat ondernemers met een gezond bedrijf hier wel weer bovenop moeten kunnen komen. Daarvoor hebben ze in de eerste plaats financiering nodig. We hebben daartoe contact met banken. Zij hebben publiekelijk aangegeven dat zij zeer bereid zijn om te financieren. Het is ook in hun belang dat gezonde bedrijven door kunnen gaan. We praten met de banken over de vraag of een borgstelling daarbij behulpzaam kan zijn. Het risico voor de banken kan daarmee worden verlaagd, waardoor ze mogelijk sneller het besluit om financiering te verstrekken, zullen nemen. Dat vergemakkelijkt het voor ondernemers om hun bedrijven draaiende te houden. Dat gesprek zetten we voort. Als de banken aangeven dat dat niet nodig is, is het ook goed, zolang het doel maar voorop staat: banken zorgen ervoor dat ze gezonde ondernemers door deze moeilijke tijd heen slepen.

Het tweede is dat ik de dag na mijn bezoek aan de regio gesprekken heb gevoerd met Minister Asscher over inzet van de werktijdverkorting. De dag daarna is werktijdverkorting mogelijk gemaakt. Dat kan een behoorlijke verlichting bieden, juist voor bedrijven die werknemers in dienst hebben. Op die betreffende woensdag zat ik met een paar ondernemers aan tafel, onder wie er één was met 25 mensen in dienst. Dan kan werktijdverkorting een enorme verlichting betekenen, waardoor het makkelijker wordt om door zo'n moeilijke tijd heen te komen en waardoor er geen banen onnodig verloren gaan. Het laatste kan immers ook nog een effect zijn van een en ander.

Het derde punt is dat bedrijven in een aantal omstandigheden niet meer kunnen voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld aan een deel van hun directe betalingen op basis van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ondernemers moeten dat individueel claimen bij Europese Commissie, zich daarbij beroepend op overmacht. Wij zullen die ondernemers daarbij zo goed mogelijk ondersteunen. De RVO voert dat uit. In onze contacten met de Commissie zullen we dat ondersteunen. Daardoor zijn bedrijven in staat hun directe betalingen op hetzelfde niveau te houden.

Er zijn bedrijven die zo snel mogelijk weer van start willen, waarvoor ze opnieuw moeten bemesten. Ook daarbij proberen we zo goed mogelijk steun te bieden. De bestaande regeling biedt daarvoor mogelijkheden. De regenval is niet alleen voldoende om aanspraak te maken op verzekeringen, maar ook om aanspraak te maken op de regeling die het mogelijk maakt om herbemesting uit te voeren. Dat moet wel op bedrijfsniveau worden vastgesteld; we zijn daarover in overleg met LTO.

Asbest speelt met name in Oost-Brabant, waar enorme hagelstenen de asbestdaken soms geperforeerd hebben. Het is belangrijk dat asbestresten zo snel mogelijk worden opgeruimd, ongeacht de vraag wie er voor de kosten opdraait. De coördinatie daarvan ligt bij provincies en gemeenten. Gezien de omvang van de schade kan de omgevingsdienst dit in opdracht van de gemeente coördineren. Het interbestuurlijk toezicht is belegd bij de provincies. De provincie Limburg heeft inmiddels een meldpunt ingericht voor schade aan asbestdaken. Ze zal de dakeigenaren actief benaderen. Verder zal dit in de werkgroep worden afgestemd, zodat die verwijdering zo snel mogelijk plaatsvindt. Ondernemers mogen vanzelfsprekend niet nog meer last krijgen van het feit dat er asbest op hun land ligt. Ze moeten zo goed mogelijk worden ondersteund bij het opruimen daarvan.

Wat kan er met die daken gebeuren? De provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat ze de regeling voor zonnepanelen wil benutten. Dat is precies wat hopelijk in de werkgroep tot stand wordt gebracht. Wie kan wat vanuit de eigen verantwoordelijkheid doen? De Staatssecretaris van I en M heeft begin dit jaar een regeling opgesteld voor het saneren van asbestdaken. Daarvoor is nog geld beschikbaar. De regeling is breed opengesteld en toegankelijk voor alle eigenaren. In de werkgroep bespreken we hoe die regeling kan worden toegepast om bedrijven te ondersteunen die noodgedwongen hun asbestdaken moeten saneren. Bekeken wordt ook of een combinatie met een regeling zoals de provincie Noord-Brabant die heeft, mogelijk is, zodat de kosten daarvan zo laag mogelijk kunnen worden gehouden en het voordeel voor de ondernemers zo groot mogelijk is.

Dat is wat wij op korte termijn in gang kunnen zetten. Maar ik wil met alle betrokken partijen – de beide provincies, de gemeenten, ondernemers, ZLTO, LLTB, verzekeraars, banken en waterschappen – om tafel om af te stemmen wat iedereen vanuit de eigen verantwoordelijkheid op lange termijn kan doen. In het noorden van Limburg hebben gemeenten gezegd: wij kunnen uitstel van betaling van de ozb geven. Dat is wellicht een druppel op een gloeiende plaat, maar het is wel een stap die gemeenten kunnen zetten om ondernemers tijdelijk een lastenverlichting te geven. Noord-Brabant bekijkt de mogelijkheid van het inzetten van een subsidieregeling. We moeten bekijken welke bestaande instrumenten er zijn die benut kunnen worden om ondernemers te helpen hun bedrijf zo snel mogelijk op de rit te krijgen. Maar we moeten ook in overleg met de banken om te bekijken of de financiering goed verloopt, in overleg met de verzekeraars om te kijken of daar alles goed verloopt en in overleg met de waterschappen om te bekijken welke lessen hieruit op lange termijn kunnen worden getrokken. Via de gemeenten willen we de werkgelegenheidseffecten monitoren. Daarbij is er ook aandacht voor psychosociale hulpverlening. Via de gemeenten zijn de GGD's en de ggz aangesloten. Deze zijn al actief binnen de regionale werkgroep. Maandag hebben we vanuit EZ aangesloten bij een van die groepen.

Zijn er niet meer maatregelen van de waterschappen nodig? Welke rol kan ik daarin spelen? Ook de waterschappen krijgen een plek in die werkgroep, juist om te zien welke lessen kunnen worden geleerd. Volgens mij heeft de Kamer deze week een motie ingediend over deze materie. De Minister van I en M heeft toegezegd, op Prinsjesdag met een deltaplan voor ruimtelijke adaptatie te komen, waarin dit punt zal worden meegenomen. Ik zal meekijken om te zien of dit een antwoord biedt op deze situatie.

De voorzitter:

We gaan een vragenronde doen, te beginnen met mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik denk dat de Staatssecretaris een opsomming heeft gegeven van een aantal stappen die gezet worden. Daar zijn heel veel mensen bij betrokken, wat ontzettend belangrijk is. Tegelijkertijd heb ik wel het gevoel dat er, als het gaat om het GLB en de herbemesting, een stapje bij moet worden gezet. Alles tot uw dienst, maar overleg met de Commissie is niet genoeg, sommige dingen moet je gewoon melden. Ook Brussel heeft de beelden kunnen zien. Ik meen dat Portugal een aantal jaren geleden vergelijkbare enorme schade heeft geleden. Daar ging die discussie heel anders. Ik vraag de Staatssecretaris echt die stappen vooruit te zetten.

Maandag is tijdens het WGO Water een motie ingediend. Steeds vaker zien we dat natuur, ecologie en milieu de boventoon voeren in discussies over het maaibeheer. Laten we met elkaar vaststellen dat het primaire doel van een sloot de waterafvoer is. Als dat bovenaan onze prioriteitenlijst staat en als de Staatssecretaris het daarmee eens is, hebben we al een stapje vooruit gezet.

Staatssecretaris Van Dam:

Eerst ga ik in op het GLB. Mevrouw Lodders heeft daar absoluut een punt. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het beroep op overmacht wordt gehonoreerd. De Commissie heeft natuurlijk vaker te maken met vergelijkbare situaties. Ze heeft daarvoor heel strakke protocollen waaraan je moet voldoen. We zullen die overmacht op individueel bedrijfsniveau moeten claimen. Daarvoor zullen we de RVO inzetten. Ik zeg mevrouw Lodders graag toe dat we ons er volledig voor zullen inzetten om ervoor te zorgen dat die claims worden gehonoreerd, zowel als het gaat om de aanvraag als wanneer er eventueel bij de Commissie problemen ontstaan. We zullen zeer actief lobbyen bij de Commissie. Gelet op de situatie zou dat niet op problemen mogen stuiten. Dit is namelijk vergelijkbaar met andere situaties in andere delen van Europa. We zouden moeten voldoen aan de voorwaarden die de Commissie normaal gesproken stelt. Wij doen er alles aan om ondernemers daarin te ondersteunen.

De discussie over de taak van de waterschappen moet met de Minister van I en M worden gevoerd, en ik denk dat die discussie al is gevoerd. Zij zal daarbij ongetwijfeld hebben gezegd dat de taak van de waterschappen soms is om water af te voeren en soms om water te bergen. We hebben niet alleen te maken met meer wateroverlast, maar we moeten ook rekening houden met meer droogte. Die discussie moet primair daar worden gevoerd. De waterschappen moeten voorbereid zijn op beide situaties. Nogmaals, die discussie moet verder worden gevoerd met de Minister van I en M.

Mevrouw Lodders (VVD):

Nou, ten dele. Ik ben al blij dat de Minister van I en M heeft toegezegd dat ze met genoemde motie aan de slag gaat en dat ze terugkomt bij de Kamer. Maar deze Staatssecretaris is verantwoordelijk voor de natuurregels. Het kan niet zo zijn dat sloten niet gemaaid mogen worden omdat er beestjes in de vegetatie zitten, waardoor de waterafvoer in het geding komt. Het kan verder niet zo zijn dat er subsidieregelingen zijn waarin gebieden in Duitsland begraasd worden, en vervolgens niet gebruikt worden als waterberging in extreme situaties. Dat kan niet het geval zijn. Waterafvoer en -berging moeten prioriteit hebben boven allerlei natuurregels, want anders gaan we dit soort situaties vaker krijgen, niet alleen in het zuidoosten van het land, maar ook in de rest van Nederland.

Staatssecretaris Van Dam:

Ik ben mij er niet van bewust dat nationale natuurregels hier een rol hebben gespeeld. Als mevrouw Lodders hier concrete voorbeelden van heeft, dan zou ik die graag krijgen. De waterschappen vormen een aparte democratische laag. De gekozen leden moeten rekening houden met de verschillende belangen die spelen in het gebied, waarbij ik denk dat alle burgers die leden van het waterschap kiezen, in elk geval van het waterschap verwachten dat het ervoor zorgt dat overvloedig water wordt afgevoerd en dat bij droogte water in het gebied behouden blijft. Die twee hoofdtaken onderschrijf ik met mevrouw Lodders als de belangrijkste taken van het waterschap.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik zal de voorbeelden aan de Staatssecretaris geven. Kijk naar het belangrijkste voorbeeld: de maaidatum.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De Staatssecretaris gaf een hele tijd geleden aan dat het wetgevend kader waarbinnen hij opereert door het parlement is vastgesteld. Daarmee wordt het probleem op het bordje van het parlement neergelegd. Ik vind dit niet helemaal eerlijk, omdat ik tot twee weken geleden nog nooit van een supercel had gehoord. Dit zijn zulke uitzonderlijke situaties, dat ik me afvraag of je daarmee in je wetgeving rekening kunt houden. De Staatssecretaris zegt wat hij gaat doen. Maar het komt erop neer dat de rekening bij de ondernemers komt te liggen. De Staatssecretaris zegt dat hij in de slag gaat met de banken over de financiering. Gezonde bedrijven moeten door kunnen gaan. Maar wie bepaalt wat een gezond bedrijf is? Hoe gaat het met al die bedrijven die geen bedrijfsopvolging hebben? Komen die ondernemers straks in de bijstand terecht? Ik zie echt wel een urgentie in het gebied waarop onvoldoende wordt gereageerd met de maatregelen die de Staatssecretaris voorstelt.

Staatssecretaris Van Dam:

De eerste opmerking van mevrouw Dik-Faber is dat wij als volksvertegenwoordiging een kader hebben gesteld voor situaties als deze. Daarbij heb ik verwezen naar de afspraken uit 2002 van Minister Veerman met LTO, dus met de boeren en tuinders. Die afspraken vormen het kader voor de beoordeling van een situatie als deze. Om te beginnen vergoedt de overheid in principe geen schade, want ze zet zich in voor de totstandkoming van de brede weersverzekering, die er vanaf 2010 is en waarvan de premie fors wordt gesubsidieerd door de overheid. Het gaat daarbij om twee derde van de premiekosten. Die rol van de overheid in deze sector is uniek, door de bijzondere risico's die ze loopt.

Verder kan in specifieke situaties de Wet tegemoetkoming schade bij rampen worden gebruikt, als die situaties voldoen aan de definities van die wet. Wetgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van kabinet en Kamer. De Kamer bepaalt of een wetsvoorstel goed is en kan dat ook amenderen. Mijn opmerking was niet bedoeld om het op het bordje van de Kamer te leggen, maar om aan te geven dat we een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de kaders die gelden voor een situatie als deze. Daarbij is destijds natuurlijk wel degelijk rekening gehouden met extreme regenval. Mevrouw Dik verwijst nu naar de supercel van 23 juni. Ik heb al aangegeven dat de grootste schade waarvoor boeren niet verzekerd zijn, waterschade is, die al eerder in juni was ontstaan. Toen al zijn er regenhoeveelheden gevallen die we niet gewend zijn in deze tijd van het jaar. Die schade wordt door verzekeringen gedekt, maar heel veel boeren hebben zich niet verzekerd, waardoor ze te kampen hebben met veel schade. Dat is zeker het geval, maar vanwege de kaders is het niet aan de overheid om die schade te vergoeden.

Ik hoop en ga ervan uit dat de banken die veel van dit soort bedrijven regulier financieren, die bedrijven niet zullen laten omvallen. Natuurlijk hebben de banken daarvoor hun eigen beoordeling. Zoals gezegd bieden wij heel actief aan de banken een borgstelling aan om ervoor te zorgen dat het risico voor de banken beperkt wordt, zodat ze sneller de bereidheid zullen hebben om een dergelijk krediet te verstrekken. De overheid kan niet op de stoel van de bank gaan zitten. Wel kunnen we de voorwaarden scheppen waarbinnen het voor de banken zo aantrekkelijk mogelijk wordt gemaakt om zich achter de ondernemers te scharen. Een belangrijk signaal is dat Rabobank en ABN AMRO allebei nadrukkelijk hebben aangegeven dat te zullen doen. Ik waardeer het dat ze die duidelijkheid zo snel hebben geboden. Dat moet zich de komende tijd nog materialiseren.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Over die brede weersverzekering komen we nog wel te spreken. Het is nu dus zo dat de banken gaan beoordelen welke bedrijven toekomst hebben. Ik kan dat niet anders concluderen. Natuurlijk kan de borgstelling door de overheid wel helpen om daar iets ruimer naar te kijken, maar er zijn bedrijven die nog tien jaar vooruit kunnen, waarna de ondernemers met pensioen gaan. Hun pensioen zit in het bedrijf, en er is geen bedrijfsopvolging. Betrokkenen staan nu met lege handen. Gaat een bank deze ondernemers nog helpen? Of komt zo'n ondernemer in de bijstand terecht? Ik sprak iemand met een boomkwekerij. Tien, vijftien jaar arbeidsinvestering is weg. Maar niet alleen dat, ook allerlei afzetkanalen in het buitenland zullen wegvallen, omdat een stabiele levering van goederen niet kan worden gegarandeerd. Moeten we het lot van al die ondernemers in handen leggen van de banken? Ik vind dat de overheid daarin een grotere rol moet spelen.

Staatssecretaris Van Dam:

Het is moeilijk om dat van hieruit te zeggen. Het betreft ondernemers die allemaal in een andere situatie zitten. Sommige bedrijven zullen deze tegenvaller kunnen opvangen in hun reguliere bedrijfsvoering, zonder extra krediet. Zeker in de akkerbouw komt het vaker voor dat men grote delen van de oogst verliest door problemen met water. We hebben dat eerder gezien, waarbij ik denk aan de zeer kwetsbare aardappelteelt. Voor de overheid is het niet mogelijk om in de boeken van bedrijven te kijken. De vraag is of ondernemers de problemen kunnen opvangen in de normale bedrijfsvoering of dat naar financiering moet worden gezocht. Het is aan de financiers om dat te beoordelen. Van de overheid mag worden verwacht dat in een bijzondere situatie als deze een stapje extra wordt gezet. Dat doen we via de borgstelling: we zijn bereid om een deel van het risico af te dekken. Deze extra verantwoordelijkheid zouden we normaal gesproken niet op ons nemen.

De heer Leenders (PvdA):

Ik kom nog terug op het antwoord over het opruimen van asbest. Dat komt natuurlijk ook door de schuurtjes van burgers die bedekt zijn met asbesthoudende platen. Als er in een wijk iets gebeurt, wordt die wijk afgezet en komen er mannen en vrouwen in witte pakken om de boel op te ruimen. Wij kennen de eisen die aan ons als burgers gesteld worden. Dat is niet voor niets. Maar deze situatie is uitzonderlijk. De Staatssecretaris zegt terecht dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de coördinatie, maar ik hoor uit de dorpen dat ze op dit moment met de handen in het haar zitten, want ze kunnen het niet aan, aangezien ze de deskundigheid missen. Is daar niet een wat grotere inzet van de rijksoverheid nodig? Misschien is dat de verantwoordelijkheid van een ander ministerie, maar dan moet de Staatssecretaris zichzelf zien als de coördinerend bewindspersoon.

Staatssecretaris Van Dam:

Mevrouw Lodders stelde een soortgelijke vraag. Ze vroeg of er voldoende saneringscapaciteit is in het gebied. De eerste inventarisatie laat zien dat de sector vindt dat er voldoende capaciteit beschikbaar lijkt te zijn. Met betrokken partijen is afgesproken dat deskundigen de asbestsituatie in kaart zullen brengen om daarna snel te kunnen saneren. De primaire verantwoordelijkheid op dit gebied ligt bij het Ministerie van I en M. Maar niet voor niets heeft het Ministerie van I en M een plek in de werkgroep, waar juist dit soort praktische zaken aan de orde moet komen, waarbij afspraken moeten worden gemaakt over ieders verantwoordelijkheid. Zo moet de sanering zo goed en zo snel mogelijk kunnen plaatsvinden. Juist dat soort zaken beogen wij in de werkgroep aan de orde te stellen. Zoals gezegd zijn provincies en gemeenten primair verantwoordelijk, terwijl I en M vanuit het Rijk een verantwoordelijkheid heeft. Ze zitten allemaal aan tafel.

De heer Leenders (PvdA):

Over het probleem met betrekking tot sanering van de daken en de stallen, hebben wij ook vragen gesteld. Ik heb begrepen dat er een tekort aan deskundigheid is, ook met betrekking tot het inschatten van de problemen. Maar hier gaat het om iets anders, namelijk om asbestdeeltjes die verspreid zijn over een wijk. Het andere probleem gaat om de vraag hoe we de boeren zo snel mogelijk kunnen helpen. Het probleem dat ik noem, ligt niet alleen bij I en M, maar ook bij VWS, aangezien het te maken heeft met preventie. In die zin is het een nog wat bredere verantwoordelijkheid. Ik hoor graag van u het volgende: wij inventariseren de boel en als duidelijk wordt dat die asbestdeeltjes niet op tijd kunnen worden verwijderd, zullen de kosten nooit een reden zijn om dat probleem niet op te lossen. De rijksoverheid neemt dan haar verantwoordelijkheid.

Staatssecretaris Van Dam:

Inventariseren is de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente, maar ik zei ook al dat wij niet voor niets in de werkgroep zitten. Ik zal ervoor zorgen dat dit punt morgen op de agenda komt te staan. Ons hebben nog geen signalen bereikt dat er een capaciteitstekort is, maar u wel. Het mag niet zo zijn dat er sprake is van onnodige vertraging. Het Rijk moet kijken wat het kan doen om ervoor te zorgen dat gemeenten die verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk kunnen dragen. Nogmaals, de verantwoordelijkheid ligt primair daar, maar we zitten niet voor niets met elkaar aan tafel.

De heer Van Gerven (SP):

Uitzonderlijke situaties vereisen uitzonderlijke oplossingen. Het antwoord op «supercel» is niet een Staatssecretaris die kundig als jurist uitlegt waarom iets niet kan. Ik zou zeggen: bewandel niet die weg, maar kies de koers van een bewindspersoon die optreedt als superman die het fixt.

De Staatssecretaris zegt: ik heb ook signalen ontvangen dat er heel veel bedrijven zijn die om wat voor reden dan ook niet adequaat zijn verzekerd. Maar als dat gezonde bedrijven zijn, kan de Staatssecretaris dan zeggen: linksom of rechtsom, ik ga ervoor zorgen dat die bedrijven niet failliet gaan door wat er de afgelopen maand is gebeurd? Kan de Staatssecretaris toezeggen dat de overheid alles in het werk gaat stellen, met wat voor maatregelen dan ook, om te voorkomen dat die bedrijven omvallen?

De voorzitter:

Uw vraag is gericht aan superman de Staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Dam:

Het bijzondere aan dat soort personages is dat zij dingen kunnen doen die in het normale leven niet mogelijk zijn. Vervolgens stelt de heer Van Gerven mij een vraag waarvan hij weet dat het niet tot mijn mogelijkheden behoort om die garantie te geven. Heeft de overheid een verantwoordelijkheid om schade te vergoeden? We hebben wettelijk geregeld wanneer de overheid die verantwoordelijkheid heeft. Dat is niet iets wat we pas deze week bedenken, want die wet bestaat al heel lang. De verantwoordelijkheid om schade te vergoeden, ligt niet bij de overheid. Ik besef heel goed de reacties daarop. Na deze gebeurtenissen zullen veel boeren nog eens goed kijken naar hun verzekeringen, maar daaraan hebben boeren die getroffen zijn door de extreme regenval, weinig. Zij zitten nu met de situatie dat ze zich niet verzekerd hadden en dat ze toch veel schade hebben geleden, waarvan ze hadden gedacht dat ze die niet zouden lijden. Ik ga ervan uit dat dat voor heel veel boeren de reden zal zijn geweest om zich niet te verzekeren. Verder zullen sommige boeren hebben gedacht: als de klap komt, kan ik haar aan. Maar dat maakt nog niet dat het daarmee de facto een verantwoordelijkheid voor de overheid is om de schade te vergoeden. Niet voor niets hebben we daarover afspraken gemaakt.

Sinds 2002 zijn er niet alleen afspraken tussen kabinet en parlement, maar ook afspraken tussen de toenmalige Minister Veerman en de boeren zelf, verenigd in LTO. Daarin is het kader bepaald voor de verantwoordelijkheid van de overheid, dus waar ze begint en ophoudt. Dat is het moeilijke in een situatie als deze, omdat mensen persoonlijk in een zeer groot probleem zitten met hun bedrijf. Begrijpelijk dat ze kijken naar wie ze daarbij kan helpen. De overheid is natuurlijk een partij waar iedereen altijd naar kijkt. De overheid heeft geld van andere Nederlanders via de belastinginning. Daarom maakt de overheid afspraken over de situaties waarin dat geld wordt ingezet. Er zijn ook ondernemers die wel de keuze gemaakt hebben om zich te verzekeren, op basis van de afspraken uit 2002. Als de overheid terugkomt op die afspraken uit 2002, zegt ze eigenlijk dat de betrokken ondernemers zich de afgelopen zes jaar voor niets hebben verzekerd. Behalve oneerlijk zullen betrokkenen ook onmiddellijk vragen om compensatie voor de premie die ze kennelijk onterecht hebben betaald. Dat zou ik begrijpen.

Ten eerste hebben we kaders afgesproken, waar dit niet binnen valt. Diezelfde kaders bestaan ook binnen de Europese regels. Ook binnen die afspraken hebben we dus niet de mogelijkheid om te vergoeden. Nederland houdt in Europa altijd het pleidooi om concurrentieverstoring te voorkomen. De Commissie zal in het geval van Nederland daar niet soepel naar kijken. Ze zal ons natuurlijk aan de afspraken houden, wat begrijpelijk is. Hoe vervelend de boodschap ook is, de overheid stelt dat soort kaders niet voor niets, omdat je anders een precedent schept voor toekomstige situaties. Ook in 2001 en in 2002 was sprake van extreme regenval in het Westland. Toen is ook gevraagd om de Wts van toepassing te verklaren. Ook toen is dezelfde beslissing genomen als nu. Hetzelfde geldt voor de vuurwerkramp in Enschede, de uitbraak van de varkenspest en de brand in Volendam.

De heer Van Gerven (SP):

Ik hoop dat ik ook zo veel ruimte krijg om een vraag te stellen, maar ik vrees dat dat niet het geval is.

De voorzitter:

Ik ga ervan uit dat dat een bijdrage was aan de beantwoording van uw vraag.

De heer Van Gerven (SP):

Het is nodig dat we die discussie voeren. De Staatssecretaris is weer als een kundig jurist de geschiedenis en allerlei regels aan het uitleggen. Maar hij moet zich als een superman afvragen: hoe ga ik het fixen? Een aantal bedrijven zit in de problemen. Ik heb het voorbeeld genoemd van die boer met een schade van 2 miljoen; daar moet hij uit zien te komen. Als zo'n bedrijf levensvatbaar is – los van de vraag of die man zich had moeten verzekeren of niet – wat moet er dan gebeuren? In de praktijk blijken de afgesproken kaders namelijk niet te werken. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat gezonde bedrijven een doorstart kunnen maken, in de wetenschap dat het niet alleen om die bedrijven zelf gaat, maar ook om de zaken daaromheen? De regionale economische potentie neemt af...

De voorzitter:

De vraag is helder.

Staatssecretaris Van Dam:

Een. De heer Van Gerven constateert dat de brede weersverzekering, ontwikkeld door de verzekeraars, samen met LTO, niet werkt. Dat is een verkeerde constatering, kijkend naar de huidige situatie. De mensen die verzekerd zijn, kunnen vrijwel allemaal aanspraak maken op hun verzekering, en dat doen ze ook allemaal. Dat moeten we betrekken bij de evaluatie van de brede weersverzekering.

Twee. De heer Van Gerven vraagt mij om me te richten op wat wel kan. Dat heb ik zojuist aangegeven. Dat heb ik gedaan. Er moet voor zo veel mogelijk financiering worden gezorgd, iets wat primair aan de banken is. De overheid kan daarin ondersteunen via de borgstelling, waarmee het risico voor banken wordt verkleind, waardoor ze sneller bereid zullen zijn om actie te ondernemen. Verder noem ik werktijdverkorting. Dat is een behoorlijke verlichting voor bedrijven die werknemers in dienst hebben. Ik heb met Minister Asscher besproken dat we die regeling zo snel mogelijk open zullen stellen. Hoewel dat nog geen week geleden is gebeurd, zijn de eerste aanvragen al binnen. De eerste bedrijven willen daar al gebruik van maken. Dat laat ook zien dat dit behulpzaam is voor bedrijven.

Drie. We trekken samen met de bedrijven op richting Commissie, om ervoor te zorgen dat overmacht kan worden geclaimd, ten behoefte van de directe betalingen. Vier. Het is belangrijk dat we met alle bedrijven en organisaties bij elkaar zitten in de werkgroep. Daarmee hebben we precies de aanpak gekozen waarom de heer Van Gerven vraagt: focus op wat wel kan. Dat doen we dan ook.

Ik heb een vraag nog niet beantwoord, namelijk of creatieve suggesties kunnen worden aangeleverd. Ik verwees in dit kader al naar de creativiteit van de provincie Noord-Brabant. Er wordt daar bekeken of een subsidieregeling met een ander doel voor dit doel kan worden ingezet. Kijk, dat soort creativiteit hebben wij nodig. I en M kijkt of het iets soortgelijks kan doen. Zo kijken we gezamenlijk naar wat wel kan. Als er suggesties zijn, kunnen de leden die aanleveren. Wij zorgen er dan voor dat die suggesties worden geagendeerd in de werkgroep.

Ik heb al een paar keer gezegd dat ik heel goed begrijp dat dit voor veel ondernemers onbevredigend is, omdat ze in hun bedrijf met een persoonlijk probleem worden geconfronteerd, een probleem dat ze zelf op geen enkele manier hebben kunnen beïnvloeden. Dat is, als je jarenlang aan je bedrijf hebt gebouwd, niet alleen frustrerend, maar het leidt ook tot enorm grote zorgen bij mensen thuis aan de keukentafel. Ik begrijp verder heel goed dat mensen om zich heen kijken en hopen dat de overheid de helpende hand uitsteekt. Dat doen we zo goed mogelijk. Ik begrijp dat mensen altijd vinden dat er meer had gekund en dat we ook schades moeten vergoeden. Ik heb tijdens dit debat zo goed mogelijk proberen uiteen te zetten waarom dit niet kan en waarom dit niet passend zou zijn in deze situatie. Samen met provincies en gemeenten proberen we de ondernemers zo goed mogelijk te ondersteunen. Ik hoop van harte dat dit er in elk geval aan bijdraagt dat zo veel mogelijk bedrijven en ondernemers door deze moeilijke tijd komen. Ik wens ze daarbij veel sterkte. De warme woorden die daarbij door de leden zijn gesproken, steken mensen een hart onder de riem. Veel mensen hebben dat de komende tijd nodig. Ik hoop dat de ondernemers over een jaar terug zullen kijken op een weliswaar moeilijk jaar, maar dat ze ook kunnen constateren dat ze er weer bovenop zijn gekomen. Er zijn heel veel prachtige bedrijven in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg die dat verdienen.

De voorzitter:

Bij de Kamer leeft de wens om tijdens het reces te worden geïnformeerd.

Staatssecretaris Van Dam:

Vanzelfsprekend zullen wij de Kamer op de hoogte houden van de vorderingen in de werkgroep.

De voorzitter:

Ik stel een korte tweede termijn van anderhalve minuut per spreker voor.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik onderstreep de woorden van de Staatssecretaris over een hart onder de riem steken. Ook een volksvertegenwoordiger heeft emoties, maar emotionele schade is niet verzekerbaar. Maar we kunnen wel nationale solidariteit betonen. Ik wil parlementsbreed bekijken wat we kunnen doen, maar de coalitie wil niet verder gaan dan de bestaande regelingen, zo heb ik begrepen. Gezinnen blijven daardoor in onzekerheid. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen dat gemeentes de ozb op nihil zouden kunnen plaatsen en dat de provincies bestaande regelingen kunnen aanpassen. Ik zal maar geen kwalificatie hangen aan wat ik daarvan denk. De coalitie en de Staatssecretaris hebben hoge verwachtingen van de werkgroep, maar ik zie daar geen euro's bij. Ik vind het onbestaanbaar dat wij geen nationale solidariteit betonen. Ik hoop dat VVD en PvdA zich de komende uren gaan bezinnen. Ik herbevestig mijn verzoek om een VAO.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dit roept toch weer een opmerking op. Ik vind het buitengewoon jammer dat het CDA, de heer Geurts, de coalitie neerzet alsof ze niets zou doen. We hebben gekeken naar mogelijkheden, coördinatie en regie. Ik zou het bijna verkiezingsretoriek noemen. Daar neem ik afstand van. Dit doet namelijk geen recht aan het debat en aan de inbreng van verschillende leden.

De heer Geurts (CDA):

Ik mag daarop reageren, maar nooit een vraag terugstellen. Ik hoor vandaag: regie en coördinatie. Leuk, maar dat gebeurt al volop. Ik heb diep respect voor de gemeenten en de provincies en ook voor andere organisaties die in het gebied bezig zijn. Ik zie vanuit Den Haag op geen enkele manier een bijdrage aan dat soort zaken. Ik benadruk nogmaals het respect voor de betrokken bewindslieden, maar ik heb de premier nog niet gezien in het gebied. Misschien kan dit worden doorgegeven.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dat roept bij mij een reactie op. Ik begin met het feit dat tijdens het WGO Water een motie werd ondersteund; de daarin genoemde handvatten worden opgepakt door de Minister van I en M. Verder noem ik het feit dat de heer Geurts een amendement indient, wat hij vervolgens gelukkig intrekt, om de risicoaansprakelijkheid in het kader van de Waterwet bij ondernemers te leggen. Nogmaals, dat amendement is ingetrokken, dus de heer Geurts hoeft niet te reageren als door een wesp gestoken. Laten we nou bekijken wat er voor dit gebied nodig is.

De heer Geurts (CDA):

Even een persoonlijk feit. Ik ben door een wesp gestoken, zegt mevrouw Lodders. Ik zal het nog even proberen voorzichtig uit te leggen. Zij was maandag overigens niet bij de discussie. Daar is dit heel serieuze probleem behandeld. Als wij dat probleem niet oplossen in het gebied, waarvoor een jaarlijkse belastingopbrengst van 70 miljoen geldt, kan er een schade van 5 miljard ontstaan. Dan is het toch onbestaanbaar dat de inwoners van dat waterschap aan de lat staan voor die schade van 5 miljard? Daarover ging de discussie met de Minister. Daar kwamen we niet helemaal uit, omdat er een verschil van mening is over hoe je dat wetstechnisch kunt regelen. Daarom heb ik dat amendement ingetrokken. Maar het probleem blijft bestaan. Probeer nu niet het CDA te verwijten dat we schadeclaims van burgers willen verminderen, want dat is gewoon echt oprecht klinkklare onzin.

Mevrouw Lodders (VVD):

Die discussie gaan we hier niet voeren.

De voorzitter:

Die discussie heeft op een ander tijdstip op een andere locatie plaatsgevonden. De heer Graus heeft zich moeten verontschuldigen.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Uitzonderlijke situaties verdienen uitzonderlijke oplossingen. Waar een wil is, is een wet. Dat wil ik de Staatssecretaris als potentiële superman toch even voorhouden.

Het saneren van asbestdaken kost 1 miljard. Vervanging van de daken met zonnepanelen kost 3,25 miljard, en de subsidieregeling kost 25 miljard tot 2024, en 10 miljoen voor 2017. Wil de Staatssecretaris daar eens goed naar kijken? In de betrokken gebieden is sprake van een noodsituatie. Zorg dat er voldoende middelen zijn om dit mogelijk te maken. Als mensen aan de voorwaarden voldoen, moeten we dat mogelijk maken.

Van veel woonhuizen zijn de daken geruïneerd. De bewoners van die huizen kunnen failliet gaan. Hoe gaat de Staatssecretaris hiermee om? Wat wij voor de boeren en tuinders willen, zouden we natuurlijk ook voor de particulieren moeten willen.

Tot slot kom ik op de schrijnende gevallen. Je hebt regels en wetten, maar je hebt ook dingen die daar niet in passen. Is er een hardheidsclausule mogelijk? Is het mogelijk om een noodpotje te organiseren voor onvoorziene zaken? Ik hoop op een gezonde uitkomst.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de beantwoording in eerste termijn. Ik heb nog een vraag over de NVWA. Op dit moment loopt de NVWA rond in dat gebied en controleert daar. Dat is haar taak en haar verantwoordelijkheid. Ik vraag om een gepaste omgang daarmee. Voert de Staatssecretaris hierover gesprekken met de NVWA? Hoe gaat de NVWA hiermee om? Het kan niet zo zijn dat er boetes worden uitgedeeld als er onvoldoende capaciteit is om asbestdelen op te ruimen of anderszins. Voor het saneren van de asbestdaken hebben wij een beperkt aantal gespecialiseerde bedrijven. Ik zou de werkgroep eigenlijk veel liever regiegroep willen noemen, omdat de regie moet worden gevoerd over alle onderwerpen die we aan de orde hebben gesteld. Die werkgroep moet de coördinatie voeren over de inzet van de verschillende bedrijven. Ik vraag de inzet van deze Staatssecretaris als coördinerend bewindspersoon in die regiegroep.

We gaan met reces, maar nu begint het pas voor de mensen in het gebied. Ik wens die mensen ontzettend veel sterkte en wijsheid toe. Ik vraag de Staatssecretaris, ons ook in het reces hierover te informeren.

De heer Leenders (PvdA):

Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de uitgebreide beantwoording van de vragen. Ik heb nog een punt waar de Staatssecretaris nog niet op is ingegaan. Er zijn boeren die willen stoppen. Dit zou het moment kunnen zijn om te stoppen, omdat ze dat financieel zouden kunnen doen. Verzekeraars stellen daarvoor eisen. Dat lijkt me ontzettend jammer, omdat we hier een win-winsituatie kunnen creëren. Juist deze regio is qua intensieve veehouderij behoorlijk belast.

Ik ben blij met de inbreng van de werkgroep. Ik heb heel veel dingen niet gezegd die ik wel gehoord heb en die zinvol kunnen zijn. Ik vind het heel goed dat we in het reces de vinger aan de pols kunnen houden. Ik ben namelijk van plan in de komende acht weken meerdere keren de regio in te gaan om te zien wat de stand van zaken is. Daarbij helpt het mij om op de hoogte te worden gehouden.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor zijn beantwoording. Ik heb goed naar hem geluisterd. Er komt een werkgroep en er komt werktijdverkorting. Dat is goed, hoewel het laatste niet op alle ondernemers van toepassing is. De Staatssecretaris zal in Europa lobbyen, wat ook goed is. De borgstelling is ook goed.

Ik mis uiteindelijk een stuk solidariteit. Dat woord is eerder gevallen. Ik denk echt dat hier een uitzonderlijke situatie aan de orde is, met schade die niet verzekerd kan worden. Wil de Staatssecretaris dit samen met de verzekeraars in kaart brengen en vervolgens opnieuw de afweging maken of een noodfonds haalbaar is? Ik zie dat ondernemers hier ook een eigen verantwoordelijkheid in hebben. Maar ik vind dat de overheid schouder aan schouder moet staan met de ondernemers in dat gebied. Ik heb het voorbeeld genoemd van ondernemers die nog vijf of tien jaar door wilden gaan, geen bedrijfsopvolging hebben en nu met lege handen staan. Deze situatie moeten we niet gebruiken voor een sanering, zoals door de Partij van de Arbeid werd gesuggereerd. Dat zou echt te gek voor woorden zijn. We moeten de mensen helpen, ondersteunen en perspectief bieden. Ik wens de mensen in het gebied heel veel sterkte en blijf graag op de hoogte van de gebeurtenissen. Ik zal tijdens het VAO een motie indienen.

De voorzitter:

Het woord is aan de Staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Dam:

Voorzitter. Ik ga eerst in op de inbreng van de heer Geurts. In zijn eerste termijn zei hij dat het soms een botsing tussen gevoelens en ratio is. Ik herken dat. Gevoelsmatig wil je alles doen om te helpen, maar tegelijkertijd moet je bekijken wat je verantwoordelijkheid als overheid is. Ik heb een aanpak opgezet die bij die verantwoordelijkheid past. De heer Geurts zei: daar zitten geen euro's bij. Dat is niet het geval. De werktijdverkorting is een serieuze ondersteuning door de rijksoverheid. Ik kan op dit moment niet zeggen om hoeveel geld het gaat, omdat het een open regeling is. Ik zei al dat de eerste aanvragen al binnenkomen. Dat biedt ondernemers met mensen in dienst de mogelijkheid om tijdelijk een verlichting van hun kosten te krijgen. Dat kan juist in een jaar waarin ze een flink deel van hun omzet kwijt zijn, een enorme bijdrage leveren aan de verzachting van de problematiek. Er komen dus wel degelijk euro's van het Rijk.

Dat zorgt er hopelijk ook voor dat zo veel mogelijk banen behouden kunnen blijven. Ik heb al gezegd dat de werkgroep ook moet monitoren wat de na-ijleffecten kunnen zijn op de werkgelegenheid. Daarvoor heeft de overheid een nadrukkelijke verantwoordelijkheid. Het Rijk doet dus wat het kan, passend binnen zijn verantwoordelijkheid. Daar zitten euro's bij. Ik begrijp goed dat verschillende leden zeggen dat er ook wordt gezocht naar directe schadevergoeding. Ik heb aangegeven dat ik die mogelijkheden niet heb en dat ik dat ook niet passend vind. Een van de redenen waarom de Wts geen soelaas biedt, is dat het gaat om verzekerbare schade. Het zou niet fair zijn naar ondernemers die zich wel hebben verzekerd en het zou een precedent creëren. We hebben al eerder besloten dat de overheid daarvoor geen geld reserveert, maar wel voor ondersteuning van de verzekeringen.

De heer Van Gerven zei dat de hoeveelheid geld voor asbestsubsidie aan de magere kant is. Ik zal dat signaal doorgeleiden naar de Staatssecretaris van I en M. Ook de provincies zijn daarbij betrokken.

Hoe om te gaan met particulieren? Vanzelfsprekend niet anders, want de Wts geldt voor iedereen die schade heeft geleden en woont in het betreffende gebied. Vrijwel iedereen met een eigen huis zal overigens een opstalverzekering hebben afgesloten.

De heer Van Gerven vroeg of een noodpotje mogelijk is. Daar hebben wij uitgebreid over gediscussieerd: dat kan niet. Het past niet binnen de afspraken daarover binnen Europa. Die houden in dat alleen in een situatie die voldoet aan de definities van de Wts, de overheid gebruik mag maken van een noodpotje. In andere situaties mag dat niet, want dan is sprake van staatssteun. Dat mag niet. Dat is overigens geen afspraak die Brussel heeft bedacht, wij dringen daar zelf vaak op aan, omdat andere landen daarmee soms wat anders omgaan.

Mevrouw Lodders vroeg naar de NVWA: die loopt rond en controleert. Ik geef eerst het formele antwoord. Formeel heb ik geen bevoegdheid om tegen de NVWA te zeggen dat ze niet mag controleren en/of ingrijpen. Tegelijkertijd lijkt het mij wel goed dat ik het signaal doorgeef aan de NVWA. Ik ga ervan uit dat de NVWA daarmee rekening zal houden.

Mevrouw Lodders wil de werkgroep liever regiegroep noemen. We hebben die groep werkgroep genoemd om uit te stralen dat de partijen aan tafel niet alleen maar met elkaar moeten praten en regie moeten voeren, maar ook gewoon aan de slag moeten. Die naam wil ik er daarom wel in houden. Ze moet zelf maatregelen nemen waar dat mogelijk is.

Ik zal de Kamer tijdens het reces over de voortgang informeren.

De voorzitter:

Aan welke termijn denkt u?

Staatssecretaris Van Dam:

Over een week of twee, drie en dan nog eens in augustus.

De heer Leenders merkte op dat er misschien ook ondernemers tussen zitten die eigenlijk hadden willen stoppen. Door verzekeringsgeld zouden ze dat nu kunnen doen. Dat is allemaal aan individuele ondernemers; daar wil ik niet in treden. Het belangrijkste is ervoor te zorgen dat bedrijven die door willen ook door kunnen. Daarbij geldt de inzet van verzekeraars en banken. Onze inzet richting Brussel is ervoor te zorgen dat die bedrijven hun reguliere financiering vanuit Brussel behouden. In de akkerbouw is dat substantieel. Wij zetten daar vol op in.

De voorzitter:

Mijnheer Leenders, aan het einde doe ik een korte algemene ronde.

Staatssecretaris Van Dam:

Mevrouw Dik had het over solidariteit. Ik herken dat. We doen wat we kunnen en wat behoort bij de verantwoordelijkheid die het Rijk draagt in een situatie als deze, juist om iedereen zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat neemt niet weg dat we niet voor iedereen het probleem kunnen oplossen. Ik kan alleen maar hopen dat het lukt om die mooie bedrijven draaiende te houden. Dat is de invulling van wat mevrouw Dik-Faber «solidariteit» noemt. Ik heb al geprobeerd uiteen te zetten wat we doen om dat begrip in te vullen vanuit de verantwoordelijkheid van het Rijk.

De heer Van Gerven (SP):

De Staatssecretaris zei in tweede termijn toen het ging om ondersteuning van schrijnende gevallen: kan niet, kan niet, kan niet. We krijgen signalen uit België en Duitsland dat daar wel direct geld wordt gegeven. Zijn we niet het braafste jongetje van de klas, een positie waar Nederland toch al patent op heeft? Is er niet meer mogelijk bij het opzoeken van de randen van wat mogelijk is?

Staatssecretaris Van Dam:

Ik ga in op de vergelijking met Duitsland. In Bayern is sprake van een zeer minimale ondersteuning van een paar duizend euro per bedrijf. Dat valt binnen de geldende staatssteunkaders. Dat zet echter geen zoden aan de dijk. In België is de situatie anders. Daar heeft men niet ingezet op een brede weersverzekering, waardoor de schade niet verzekerbaar is. Ook daar is nog niet duidelijk, wat er precies gebeurt. De schade wordt op dit moment geïnventariseerd. Er lijkt een soort intentie te bestaan om een deel daarvan te vergoeden, maar onbekend is om welke bedragen het daarbij gaat. Lidstaten bewandelen allemaal een anders spoor. Meerdere lidstaten hebben juist ingezet op het verzekeren van deze schade. Dat spoor hebben ook wij bewandeld. Minister Veerman heeft daarover uitdrukkelijk afspraken gemaakt met LTO, met de boeren. LTO en verzekeraars hebben vorm gegeven aan de verzekeringen. Ik vind dat belangrijk. Het merendeel van de schade is verzekerbaar. De heer Van Gerven vraagt mij steeds om buiten de door het parlement gestelde kaders te treden. Dat verzoek krijg ik niet vaak vanuit het parlement. Ik denk dat deze afspraken in het verleden niet voor niets zijn gemaakt. Ze geven een beoordelingskader voor een situatie als deze. Als je daar één keer buiten gaat, gebeurt dat vaker. Dan komen we terug op de afspraken die zijn gemaakt.

De voorzitter:

De heer Van Gerven, kort.

De heer Van Gerven (SP):

Het gaat me er niet om de wet te overtreden, maar om interpretaties van de wet. Kan de Staatssecretaris ons rapporteren over wat België en Duitsland gaan doen?

Staatssecretaris Van Dam:

Op zich krijgen wij die berichten natuurlijk op hetzelfde moment als de Kamer. Ik wil best de boel monitoren en dat allemaal op een rijtje zetten.

De voorzitter:

Is het nodig, mijnheer Leenders?

De heer Leenders (PvdA):

Ja, het is even nodig. Ik denk dat ik me niet helemaal zorgvuldig heb uitgedrukt in de tweede termijn. Het ging mij erom dat er boeren zijn die zelf zouden willen stoppen met hun bedrijf maar daardoor niet in de gelegenheid zouden worden gesteld door de verzekeraar. Ik vraag de Staatssecretaris dit mee te nemen in de gesprekken met de verzekeraars om te zien of hiermee wat coulanter kan worden omgegaan.

Staatssecretaris Van Dam:

Laten we dat gewoon doen.

De voorzitter:

De Staatssecretaris heeft de volgende toezegging gedaan:

– De Staatssecretaris van Economische Zaken zal de Kamer in de zomer twee keer informeren over de stand van zaken. Daarbij zal ook worden gerapporteerd over de situatie in de ons omringende landen.

Verder rest mij te melden dat er een VAO is aangevraagd. Dit VAO zal rond 14.00 uur of 14.30 uur plaatsvinden.

Sluiting 12.47 uur.