Kamerstuk 31322-53

Verslag van een algemeen overleg

Kinderopvang

Gepubliceerd: 23 januari 2009
Indiener(s): Pauline Smeets
Onderwerpen: organisatie en beleid werk
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31322-53.html
ID: 31322-53

31 322
Kinderopvang

nr. 53
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 23 januari 2009

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 heeft op 11 december 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:

– de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 3 december 2008 over zorg aan chronisch zieke kinderen in dagverblijf Kiddion (31 322, nr. 43);

– de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 2 december 2008 over zorg aan (chronisch) zieke kinderen door specialistische dagverblijven (31 322, nr. 42).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Smilde Adjunct-griffier: Sjerp

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De voorzitter: Ik heet u allen hartelijk welkom bij dit algemeen overleg over de financiering van de verpleging in specialistische kinderdagverblijven. Ik heet ook de staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Sport en haar ambtenaren welkom, evenals de belangstellenden op de publieke tribune. De spreektijd is 3 minuten per fractie.

Mevrouw Langkamp (SP): Voorzitter. Nederland kent twintig kinderdagverblijven die gespecialiseerd zijn in het verzorgen en verplegen van chronisch ernstig zieke jonge kinderen. Dankzij deze zorg zit er vooruitgang in de ontwikkeling van deze kinderen. Zij worden in een huiselijke omgeving opgevangen en kunnen daar spelen en kind zijn. Alle zorg wordt door dezelfde persoon gegeven, zodat zij niet telkens aan nieuwe mensen en een nieuwe omgeving hoeven te wennen. De ouders, die 24 uur per dag, zeven dagen in de week, verantwoordelijk zijn voor en bezig zijn met de zorg voor hun kind, worden hierdoor eventjes ontlast.

Deze zorg staat op de tocht, want sinds het voorjaar draaien deze specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven al op hun reserves. Een van de oorzaken hiervoor is dat de financiering veel te ingewikkeld is geregeld, omdat het geld uit vier verschillende potjes moet komen. Daarnaast worden sinds begin dit jaar steeds moeizamer, vaak ontoereikende en vanaf 1 januari 2009 helemaal geen indicaties meer gegeven voor deze zorg. Dat betekent dat het een soort sterfhuisconstructie is.

Ondanks de belofte van deze staatssecretaris om met een oplossing te komen voor de financiële problemen van deze specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven is deze oplossing er tot op de dag van vandaag niet. Kiddion in Den Haag heeft als eerste van de twintig kinderdagverblijven de deuren moeten sluiten. Als er niet snel een oplossing komt, zullen er begin 2009 meerdere volgen.

Mevrouw Uitslag (CDA): Hebt u het nu over de medische kinderdagverblijven, de gespecialiseerde verpleegkundige kinderdagverblijven, de kinderdagverblijven voor gehandicapten of de kinderdagverblijven voor chronisch zieken?

Mevrouw Langkamp (SP): Ik heb het over de specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven.

Waarom beweert de staatssecretaris dingen over Kiddion die niet kloppen? Kiddion is helemaal niet uitsluitend pgb-gefinancierd en er was wel degelijk een contract met het zorgkantoor. De staatssecretaris is sinds het begin van het jaar op de hoogte van de financiële problemen. Hoe komt het dat deze nog steeds niet opgelost zijn? Waarom worden deze kinderdagverblijven zo lang aan het lijntje gehouden?

Ik heb de indruk dat de staatssecretaris er net als ik van overtuigd is dat deze belangrijke vorm van zorg moet blijven. De meerwaarde ervan voor de fysieke en sociaal-emotionele ontwikkeling van deze ernstig zieke kinderen is toch duidelijk aangetoond? Voor deze kinderen zijn er geen alternatieven. Bovendien daalt hierdoor het aantal ziekenhuisopnames, zodat het ook nog eens goedkoper is. Kan de staatssecretaris garanderen dat de overige 19 specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven kunnen blijven voortbestaan? Is zij bereid om voor 1 januari met een tijdelijke oplossing te komen om deze kinderdagverblijven veilig te stellen, bijvoorbeeld door een overgangsregeling in de vorm van een vergoeding die is gebaseerd op het aantal plaatsen en de bezettingsgraad, zoals Zigzag in Amsterdam voorstelt?

Een verpleegkundig dagverblijf maakt voor chronisch ernstig zieke kinderen en hun ouders het verschil. Ik vind het daarom schandalig dat de staatssecretaris laat gebeuren dat deze belangrijke zorg, met duidelijk bewezen toegevoegde waarde, verdwijnt.

Mevrouw Wolbert (PvdA): Voorzitter. De specialistische verpleegkundige dagverblijven trekken aan de bel, omdat zij in de knel komen door de wijze waarop zij worden gefinancierd. De fractie van de Partij van de Arbeid kan zich dat goed voorstellen. Het is lastig als de financiering uit de AWBZ, de Wmo, de Jeugdzorg en de Zorgverzekeringswet moet komen, maar als op deze vier domeinen ook nog eens veranderingen plaatsvinden in voorwaarden, pakketten en grondslagen, dan wordt het echt werk voor specialisten. Dat blijkt ook uit de reactie van de staatssecretaris dat het ministerie tijd nodig heeft om de problemen te ontrafelen en met een goede oplossing te komen. In de tussentijd wordt met man en macht geprobeerd om de financiering en daarmee de continuïteit van de zorg voor deze kinderen te garanderen. Op al die onduidelijkheid en onzekerheid zitten ouders en kinderen niet te wachten. Zij dachten het goed geregeld te hebben en willen niets liever dan dat de zorg voor de kinderen wordt gecontinueerd. De ouders hebben wel wat anders aan hun hoofd.

De fractie van de Partij van de Arbeid verwacht een kortetermijnaanpak en een langetermijnstrategie. Het doel is om de noodzakelijke zorg voor deze kinderen te garanderen. Op korte termijn is nodig dat de staatssecretaris de continuïteit van de instellingen garandeert. De fractie van de Partij van de Arbeid ziet dat de staatssecretaris daar uitdrukkelijk op uit is. Zij krijgt daarvoor de waardering van de grootste aanbieder van gespecialiseerde verpleegkundige dagopvang. Wij willen graag weten hoe het ervoor staat met het reddingsplan, of het gegarandeerd gaat lukken en waar de meeste problemen worden verwacht. De oplossingen op de lange termijn moeten volgens de fractie van de Partij van de Arbeid helder, eenduidig en structureel zijn.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): U stelt een vraag over het reddingsplan, maar dan weet u blijkbaar meer dan ik. Over welk reddingsplan hebt u het precies?

Mevrouw Wolbert (PvdA): De staatssecretaris heeft een brief geschreven waarin staat dat alle inspanningen erop zijn gericht om de continuïteit van de zorg van deze instellingen te garanderen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): U vertaalt die inspanningen als een reddingsplan?

Mevrouw Wolbert (PvdA): Waar zouden die inspanningen anders op gericht moeten zijn?

Mevrouw Langkamp (SP): Mevrouw Wolbert zegt dat zij de indruk heeft dat de staatssecretaris wil garanderen dat deze vorm van zorg van deze instellingen wordt gecontinueerd, maar in de brief van de staatssecretaris wordt onderscheid gemaakt tussen de continuïteit van de zorgverlening en de organisatie die deze levert, dus zij zegt niet dat zij ervoor gaat zorgen dat deze kinderdagverblijven kunnen blijven voortbestaan. Waarom zit er verschil tussen wat mevrouw Wolbert zegt en wat de staatssecretaris schrijft?

Mevrouw Wolbert (PvdA): Volgens mij zeg ik precies hetzelfde als de staatssecretaris. Dat is soms niet het geval, maar nu toch echt wel. Ik heb niet gezegd dat de staatssecretaris de instellingen garandeert, maar dat zij de zorg voor deze kinderen garandeert.

Mevrouw Langkamp (SP): Dan heb ik u net verkeerd begrepen. Ik dacht dat u die zorg in verband bracht met de instellingen die deze zorg leveren, maar dat is blijkbaar niet zo.

Mevrouw Wolbert (PvdA): Ik zei: de zorg voor deze kinderen. Ik zei zelfs: de noodzakelijke zorg.

Het lijkt om een regionaal geconcentreerd probleem te gaan. Hoe kan dat? Waar worden de kinderen die specialistische verpleegkundige zorg nodig hebben, elders in Nederland opgevangen? Betrekt de staatssecretaris de aanpak die elders kennelijk al wordt toegepast, bij de structurele oplossing van het probleem? Als hiervoor elders goede oplossingen zijn gevonden, vindt de fractie van de Partij van de Arbeid dat deze in principe leidend moeten zijn, mits deze voldoen aan de reguliere eisen van transparantie, kwaliteit en toezicht die aan de zorg worden gesteld.

Verder verwacht de fractie van de Partij van de Arbeid dat de staatssecretaris oplossingen zoekt in lijn met wat tot dusverre is besproken over de ordening van de Wmo, de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. Als de financiering van de zorg nu vooral in een van deze domeinen is geregeld, ligt het voor de hand om dat domein verantwoordelijk te maken voor de coördinatie met andere sectoren. Dan hebben de ouders in ieder geval één aanspreekpunt en wordt de afstemming geregeld achter de voordeur van welke instelling dan ook. Op deze manier kan ook het toezicht eenduidig worden geregeld. Wij vinden dat één partij een vast aanspreekpunt zou moeten zijn en dat het toezicht op de kwaliteit goed geregeld moet zijn. Graag horen wij hierop een reactie van de staatssecretaris.

Als de verpleegkundige dagverblijven binnen de Zorgverzekeringswet worden geregeld, ontstaat er een probleem voor pgb-houders. Is de staatssecretaris dan bereid om de experimenten met het pgb binnen de Zorgverzekeringswet daarin mee te nemen en uit te breiden?

Mevrouw Langkamp (SP): Ik hoorde u daarnet iets zeggen over de kortetermijnaanpak. Kunt u toelichten hoe u deze voor zich ziet?

Mevrouw Wolbert (PvdA): Ik ben heel benieuwd naar wat de staatssecretaris daarop gaat antwoorden. Voor de fractie van de Partij van de Arbeid is het helder dat er per 1 januari geen kinderen op straat moeten staan en dat ouders niet in paniek en wanhoop moeten achterblijven, omdat de noodzakelijke zorg voor hun kinderen niet meer is geregeld. Welke oplossing er ook zal komen, ik verwacht dat de staatssecretaris dat in ieder geval voorkomt. Ik heb daar alle vertrouwen in.

Mevrouw Uitslag (CDA): Voorzitter. De vraag in dit debat is of Kiddion exemplarisch is voor de rest van de sector in Nederland. De CDA-fractie vindt het van belang dat kinderen de zorg krijgen die nodig is, dat er adequate indicering plaatsvindt en dat de zorg naar keuze van de zorgvrager kan worden verleend. De staatssecretaris is systeemverantwoordelijk. De verschillende systemen voor indicering, bekostiging en declaratie van de AWBZ, de Zorgverzekeringswet, Wmo en anderszins moeten geen belasting vormen voor dit proces, maar op elkaar aansluiten. Voor de CDA-fractie is de zorgvrager een belangrijk uitgangspunt. De staatssecretaris doet twee toezeggingen in haar brieven, namelijk dat de continuering van de zorg aan kinderen die bij Kiddion zijn ondergebracht op korte termijn wordt gewaarborgd en dat de systemen voor aanspraken en bekostiging dan wel declaratie op lange termijn worden geharmoniseerd.

Ik zal eerst ingaan op de korte termijn. De staatssecretaris heeft aan het zorgkantoor Haaglanden gevraagd om in contact te treden met de budgethouders, te weten de ouders van deze kinderen, met de vraag of de zorg wordt gecontinueerd en geborgd. Zijn er inmiddels al ouders benaderd? Wat zijn de bevindingen van het zorgkantoor? Kan de staatssecretaris aangeven wat de taak van de zorgverzekeraars bij deze problematiek is? Valt dit onder hun zorgplicht?

Dan kom ik op de lange termijn. Wij begrijpen dat voor ouders en hulpverleners soms niet meer te overzien is wat hoe moet worden geïndiceerd en waar je moet zijn voor welke indicatie. Het voorgestelde spoorboekje zal soelaas moeten bieden. De CDA-fractie wacht dit spoorboekje af en hoopt dat dit duidelijkheid zal bieden, niet alleen voor zorgvragers, maar ook voor instellingen en professionals. Kan de staatssecretaris ingaan op de vraag wat met dit spoorboekje concreet wordt geregeld?

Bij de langetermijnvisie op zorg is voor de CDA-fractie belangrijk dat de zorgvrager centraal staat en dat de indicatiestelling duidelijk is. Heeft de staatssecretaris zicht op de verschillende zorgdomeinen van de Zorgverzekeringswet, de Wmo en de AWBZ? In welk zorgdomein hoort de financiering van deze verpleegkundige gespecialiseerde kinderdagverblijven thuis?

Mevrouw Langkamp (SP): Ik hoor mevrouw Uitslag niet spreken over een oplossing op korte termijn voor alle specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven in ons land, die hebben laten weten dat zij al een hele tijd interen op hun reserves. Dat moet niet veel langer duren, want dan ziet de volgende zich ook genoodzaakt om de deuren te sluiten. Welke oplossing heeft zij daarvoor?

Mevrouw Uitslag (CDA): De aanleiding voor dit debat is dat Kiddion de deuren per 1 januari 2009 sluit. De staatssecretaris stelt in haar brief dat de continuering van de zorg aan de kinderen wordt gewaarborgd. Daar gaan wij dan ook vanuit. Onze focus betreft voornamelijk de lange termijn. Wij verwachten dat de staatssecretaris met een oplossing komt, als blijkt dat systemen botsen waardoor ook de andere kinderdagverblijven er last van hebben.

Mevrouw Langkamp (SP): U zegt dat u het spoorboekje met belangstelling afwacht, maar als dat nog maanden duurt, zullen na Kiddion misschien meerdere kinderdagverblijven hun deuren moeten sluiten. Dat accepteert u dus?

Mevrouw Uitslag (CDA): Wij zitten hier niet voor niets, mevrouw Langkamp. Dat betekent dat ook de staatssecretaris dit een urgente zaak vindt. In haar brieven heeft zij geantwoord dat zij er zorgvuldig mee omgaat. Voor de lange termijn komt zij met een spoorboekje. Mijn fractie is erg benieuwd wat daar precies in gaat staan en hoe zij de mogelijke problemen met de systemen die niet op elkaar aansluiten, gaat oppakken.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik heb met belangstelling naar uw inbreng geluisterd, maar ik was verbaasd dat u één punt niet aanstipte. Uw collega de heer De Vries van de CDA-fractie heeft het er altijd over dat kleinschaligheid heel belangrijk is en dat u tegen fusies bent. In de brief van de staatssecretaris staat dat een van de redenen waarom deze medische kinderdagverblijven onder druk staan, is dat zij te klein van schaal zijn. Blijkbaar vindt u dat geen opmerkelijke opmerking en bent u niet bereid, hoewel u altijd zegt dat u voor kleinschaligheid bent, om daarvoor in dit geval op de bres te springen.

Mevrouw Uitslag (CDA): De CDA-fractie is zeker voorstander van kleinschaligheid, maar daarbij moet worden opgemerkt dat kleinschaligheid ook werkbaar moet zijn. Er is een minimale en een maximale vorm. Kleinschaligheid, zeker, maar wij vinden in dit geval het leveren van de zorg die de kinderen nodig hebben, erg belangrijk en niet zozeer het instituut waarin dat gebeurt. Wij gaan hier geen instituten redden, maar wij zorgen ervoor dat de kinderen de zorg kunnen krijgen die nodig is.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): U geeft aan dat er een minimale omvang moet zijn, maar daar heeft de CDA-fractie nog nooit iets over gezegd; wel over de maximale omvang, maar niet over wat voor u een minimale werkbare omvang is. Voor wie moet het dan werkbaar zijn? In dit geval was het voor de kinderen en de medewerkers zeer werkbaar.

Mevrouw Uitslag (CDA): Blijkbaar niet, want zij gaan in januari de deuren sluiten. De vraag is of het een bedrijfskundig dan wel een systeemprobleem is. Daar gaat de staatssecretaris straks hopelijk op antwoorden. Ik doe hier geen uitspraken over de minimale grootte van zo’n instelling. Als er twee kinderen zijn, kun je je afvragen of het nog werkbaar is. In de brief antwoordt de staatssecretaris dat kleinschaligheid een zeer gewenste vorm is, maar dat het ook werkbaar moet zijn. Ik ga ervan uit dat in het geval van Kiddion de schaal blijkbaar te klein is geweest. Verder ga ik geen concrete uitspraken doen, daar ben ik ook niet voor. Dat schuif ik graag door naar de staatssecretaris.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. In de afgelopen jaren zijn er heel veel stelselwijzigingen geweest die door de VVD-fractie in grote en soms minder grote lijnen zijn gesteund. Maar soms zie je dat kleine organisaties tijdens die grote veranderingen tussen wal en schip dreigen te vallen. Ik denk dat wij vandaag over zo’n situatie spreken. Niemand vindt dat de specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven moeten verdwijnen. De staatssecretaris schrijft zelf dat de zorg aan de cliëntgroep die gebruikmaakt van deze zorg, noodzakelijk is en geleverd moet worden. Iedereen wil dat deze zorg blijft, maar toch lijkt het erop dat deze zorg in bepaalde delen van het land gaat verdwijnen. Wij krijgen berichten van andere organisaties dat zij vrezen dat zij ook te moeten afbouwen, zodat er zeker geen landelijk dekkend netwerk zal overblijven. De VVD-fractie heeft daarover grote zorgen en maakt daar ernstig bezwaar tegen.

Ik ben blij dat mijn collega van de CDA-fractie over de systeemverantwoordelijkheid begon, want daar wil ik het ook over hebben. Blijkbaar is het makkelijker om grote dingen te regelen en om in grote lijnen overgangsmaatregelen te bedenken. De Kamer heeft zojuist een overgangsmaatregel afgedwongen die 50 mln. kost. Hier gaat het wellicht om een schijntje van dat bedrag, maar dat is blijkbaar heel moeilijk voor de bewindspersonen. Hier zit alleen de staatssecretaris, die over de AWBZ gaat, maar wij hadden evengoed de minister kunnen uitnodigen, want het gaat ook over zijn portefeuille, of de minister voor Jeugd en Gezin, want het gaat ook over zijn doelgroep. Ik spreek het hele kabinet erop aan dat iemand nu gewoon moet zeggen dat wij dit gaan regelen. Het maakt mij niet uit hoe dit wordt geregeld, maar ik vind dat de zorg voor deze kinderen en de hulp aan deze gezinnen overeind moet blijven en dat mensen niet langer in onzekerheid moeten blijven of dat zo is.

Het is een zelfstandige beslissing van instellingen om niet verder te gaan, maar in deze onzekere situatie zullen anderen geen initiatieven ontplooien om die zorg te bieden, omdat zij het ook niet voor elkaar krijgen. Nogmaals, ik spreek het hele kabinet en de bewindspersonen van VWS aan op hun systeemverantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat deze zorg geborgd blijft, op welke manier dan ook. Volgend jaar komen er een spoorboekje en meer zekerheid, maar in de tussentijd moet er een oplossing worden gevonden.

Mevrouw Wolbert (PvdA): Hoorde ik u nu zeggen dat er een landelijk dekkend systeem moet zijn van instellingen die de zorg voor deze kinderen op zich nemen? Wat voor beeld hebt u daarbij? Vindt u dat de noodzakelijke zorg geleverd moet worden of dat er specialistische instellingen voor deze groep kinderen gerealiseerd moeten worden? Hoe zit u daarin?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik vind dat dit soort zorg in Nederland toegankelijk moet zijn. Bij toegankelijkheid hoort ook dat iemand die in Groningen woont, niet naar Utrecht hoeft te gaan om een kind naar een verpleegkundig kinderdagverblijf te brengen, want dan is die zorg niet toegankelijk.

Mevrouw Wolbert (PvdA): Als je in Groningen woont, hoef je niet naar Utrecht, want in Groningen hebben zij dat anders opgelost. Hoe hebben zij dat in Rotterdam geregeld?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Het gaat mij erom dat die zorg er is. Als er nu dagverblijven dicht gaan, komt er op die plek geen vervangende zorg en dan staan die kinderen dus wel op straat. Dan kunnen zij misschien naar Groningen, waar het anders is georganiseerd, of naar Rotterdam. Ik vind dat geweldig, maar daar gaat de Kamer niet over. Dat hebben wij uitbesteed aan andere organisaties. Als een dagverblijf zegt te stoppen en andere zeggen dat zij ook in zware financiële problemen zitten en verwachten dat zij onder de huidige omstandigheden vanaf 1 januari gaan afbouwen, dan dreigt op bepaalde plekken wel degelijk de situatie te ontstaat dat kinderen de zorg niet meer krijgen die door iedereen wordt gekwalificeerd als noodzakelijke zorg. Ik wil dat voorkomen. Hoe dat gebeurt, maakt mij niet uit. Het gaat mij erom dat kinderen in heel Nederland toegang tot die zorg blijven houden. De staatssecretaris en de minister moeten ervoor zorgen dat de zorg voorlopig betaald blijft worden aan de instellingen, zolang het spoorboekje er nog niet is.

Mevrouw Uitslag (CDA): Mevrouw Van Miltenburg, u zegt dat het niet zozeer gaat om de vraag of Kiddion of een andere instelling die zorg levert, maar dat die zorg wordt geleverd. Waar die zorg wordt geleverd en in welke vorm, dat doet er niet toe. Begrijp ik het zo goed?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Op dit moment wordt de zorg aan een paar honderd kinderen in Nederland door zulk soort instellingen geleverd. Die instellingen verkeren allemaal in zware financiële problemen. Zij hebben allemaal dat spoorboekje nodig dat nu nog niet klaar is, zoals u ook zei. Als de zorg bij die instellingen vanaf 1 januari wordt afgebouwd, dan is er geen vervangende zorg in de regio’s waar die zorg nu wordt geleverd, want wij hebben geen overproductie in zorg. In de zorg is er altijd minder aanbod dan vraag. Daarom zeg ik dat wij een overgangsregeling moeten hebben totdat het spoorboekje klaar is. Hoe eerder dat klaar is, hoe sneller het afgelopen kan zijn met die overgangsmaatregelen.

Mevrouw Sap (GroenLinks): Voorzitter. De fractie van GroenLinks vindt de gespecialiseerde verpleegkundige kinderdagverblijven bijzonder waardevol. Het is een vorm van kleinschalige zorg aan kinderen die deze hard nodig hebben. Voor ouders is het geven van die zorg aan hun kinderen ook een noodzakelijke ondersteuning, zodat zij daarnaast kunnen participeren en eventueel werken. Dat vinden wij niet alleen, maar dat vinden wij Kamerbreed. Ook de staatssecretaris vindt dat hier sprake is van noodzakelijke zorg. Wij onderkennen al het hele jaar dat er problemen zijn. De Kamer en de staatssecretaris zitten daar bovenop en desondanks is er toch al een organisatie die zich genoodzaakt ziet om de deuren te sluiten. Vele andere organisaties hebben aangekondigd dat zij wellicht begin volgend jaar nog halen, maar niet veel langer, en dat zij zich daartoe dan ook genoodzaakt zullen zien. In de ogen van mijn fractie is dat een teken dat wij kennelijk een onacceptabel systeem hebben gecreëerd door beleidswijzigingen op elkaar te stapelen waarvan wij de gevolgen niet de baas kunnen.

De staatssecretaris schetst als oorzaak voor de sluiting van Kiddion dat deze specifieke organisatie te kleinschalig is. De directeur van deze organisatie is tot de beslissing gekomen om de deuren nu te sluiten, omdat zij het moeizame overleg niet meer aan kan. Daar komt het op neer, maar wij vinden dit een te makkelijke analyse. De achterliggende oorzaak voor de sluiting van Kiddion is onmiskenbaar dat men in de klem is komen te zitten door een opeenstapeling van beleidsveranderingen, waardoor ouders minder financiering krijgen en de instellingen niet meer tijdig in voldoende mate financiering krijgen, zodat men niet anders kon dan beslissen om de deuren te sluiten. Naar onze smaak is hier wel degelijk sprake van een systeemoorzaak.

Naar onze mening is de aanscherping van de beleidsregels rond de persoonsgebonden budgetten een belangrijke oorzaak van de problemen in deze sector. In de afgelopen jaren is het aantal van deze kinderdagverblijven flink gegroeid, mede doordat de persoonsgebonden budgetten innovatieve zorg mogelijk hebben gemaakt die de ouders deze zelf op kleine schaal kunnen inkopen, maar de beleidsregels zijn aangescherpt op het gebied van verpleging en persoonlijke verzorging. Wanneer er een specialist bij betrokken is, wordt deze niet meer uit de AWBZ maar uit de Zorgverzekeringswet gefinancierd. Daardoor krijgen de ouders minder financiering en komen deze medische specialistische kinderdagverblijven in de problemen. Bij een oplossing moeten wij niet alleen kijken naar een solide basis zodat deze instellingen verder kunnen, maar ook voor keuzemogelijkheden voor de ouders, zodat zij in de toekomst gebruik kunnen blijven maken van de persoonsgebonden budgetten en buiten de opvang die deze instellingen bieden, ook nog andere hulp kunnen inhuren.

Verder sluit ik mij aan bij de oproep van mijn collega’s om op de kortst mogelijke termijn een tussenoplossing te creëren, om te voorkomen dat nog meer instellingen de deuren moeten sluiten. Ik vraag de staatssecretaris of er nog mogelijkheden zijn om de deuren bij Kiddion toch weer open te maken. Is de sluiting echt onherroepelijk of kan er nog iets gebeuren zodat men door kan gaan?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. De specialistische kinderdagverblijven vervullen een belangrijke functie bij de opvang van chronisch zieke en gehandicapte kinderen en bieden ondersteuning aan hun ouders. In de petitie hebben verschillende specialistische kinderdagverblijven de noodklok geluid, omdat zij te kampen hebben met grote financiële problemen. Een oorzaak hiervoor is dat de financieringsstructuur onvoldoende is toegesneden op deze specifieke vorm van zorgverlening en dat de verschillende bekostigingsregimes onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Dit leidt er ook toe dat er mogelijk lagere indicaties worden gegeven voor de pgb’s. Er zijn ook verschillen bij de zorgindicaties, waardoor het ene kind veel meer zorg krijgt toegewezen dan het andere, terwijl de medische problemen mogelijk gelijksoortig zijn.

De fractie van de ChristenUnie is blij dat de staatssecretaris deze knelpunten onderkent, een tussenoplossing zoekt en op langere termijn met een spoorboekje komt, zoals zij dat noemt. Wij zijn benieuwd hoe dat spoorboekje eruit komt te zien. Wij vragen om niet alleen te bekijken hoe dat beter met elkaar kan sporen, maar om een wissel te trekken om tot eenduidigere financiering van deze opvang te komen. Kan de staatssecretaris een tipje van de sluier oplichten in welke richting zij denkt, aangezien zij hierover gesprekken voert met de zorgverzekeraars? Zal het van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet gaan? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om dat te koppelen aan een pgb, zoals wij kennen in de AWBZ? Er loopt een experiment, begrijp ik. Kan dit worden uitgebreid om de ouders de ruimte te geven om zelf zorg in te kopen, als dat nodig is? Kan dit worden gefinancierd uit het basispakket van de zorgverzekeringen?

Mijn collega Wiegman-van Meppelen Scheppink heeft bij de begroting voor VWS een amendement ingediend, dat Kamerbreed is ondersteund, over kinderhospices. Daar bestaat een vergelijkbare problematiek; dat er verschillende financieringsstromen aan te pas moeten komen om deze te laten draaien. Kan de staatssecretaris dit probleem bij het spoorboekje betrekken en bezien of daarvoor ook eenduidigere financiering kan worden georganiseerd?

Mevrouw Langkamp (SP): De heer Voordewind zegt dat de staatssecretaris een tussenoplossing zoekt. Doelt hij daarmee specifiek op deze specialistische kinderdagverblijven of op de garantie die Zorgverzekeraars Nederland heeft uitgesproken dat de zorg gecontinueerd blijft, wat niets zegt over het voortbestaan van deze kinderdagverblijven?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik begrijp uit de brief van de staatssecretaris dat zij de zorg voor deze kinderen wil continueren. Ik laat het aan de staatssecretaris om te bekijken hoe zij dat precies gaat invullen, maar de zorg voor deze kinderen moet in ieder geval worden voortgezet.

Mevrouw Agema (PVV): Mijn fractie worstelt nog met de vraag waar de financiering van de specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven thuishoort. Ik hoor de heer Voordewind zeggen dat hij denkt in de richting van de Zorgverzekeringswet. Geldt voor veel van deze kinderen niet dat zij, als zij ouder worden, gebruik zullen maken van langdurige zorg die wordt gefinancierd vanuit de AWBZ? In hoeverre kun je dan die richting van de Zorgverzekeringswet aangeven?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Die richting geef ik niet aan, maar die geeft de staatssecretaris in de brief aan, omdat zij op dit moment gesprekken aangaat met de zorgverzekeraars. Ik heb gevraagd hoe het spoorboekje eruit komt te zien, omdat het inderdaad vaak gaat om langdurige zorg die wij kennen in de AWBZ en niet zozeer in de Zorgverzekeringswet. Ik wacht de reactie van de staatssecretaris af.

Mevrouw Agema (PVV): Voorzitter. De specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven verkeren in zwaar weer. Het gaat om opvang van chronisch zieke en gehandicapte kinderen die door hun problematiek niet terecht kunnen in de reguliere kinderopvang. Deze zorg kan niet zomaar door iedereen worden overgenomen. Het zijn kinderen met bijvoorbeeld long- of nieraandoeningen, hartproblemen, epilepsie, astma, diabetes of ernstige eetstoornissen. Deze kinderen hebben te maken met sondevoeding, medicatieschema’s en medische verrichtingen zoals injecties en het toedienen van medicijnen. Deze kinderdagverblijven zijn geen standaard kinderdagverblijven, maar meer een vorm van revalidatiezorg of verlengde ziekenhuiszorg. Zij vertegenwoordigen een grote meerwaarde voor deze kinderen, die al een heel moeilijke start hebben. Voor een van die specialistische kinderdagverblijven, Kiddion, zal het doek aan het eind van dit jaar vallen.

De staatssecretaris stelt dat Kiddion zal sluiten, omdat het uitsluitend zorg via het persoonsgebonden budget levert, maar na telefoongesprekken blijkt dat niet helemaal waar te zijn. Kiddion heeft net als de andere specialistische kinderdagverblijven moeite het hoofd boven water te houden door de aanhoudende bezuinigingen van deze regering. Hoewel de vraag naar deze zorg groot is, blijkt het in 2008 ook voor andere specialistische kinderdagverblijven niet mogelijk om kostendekkend te opereren. De marges zijn klein, zodat deze verliesgevende situatie slechts een korte periode is vol te houden. Er moet niet alleen een oplossing komen voor de korte, maar ook voor de langere termijn. Deze regering heeft de mond vol van het belang van het gezin, maar door de nieuwe wet- en regelgeving worden indicatiemogelijkheden voor gespecialiseerde zorg voor chronisch zieke kinderen tot vijf jaar steeds beperkter. Veel indicaties worden niet meer afgegeven, omdat er sprake zou zijn van gebruikelijke zorg. Wat bedoelt het CIZ met gebruikelijke zorg? Is het gebruikelijk om je kind sondevoeding, injecties of medicijnen te geven? Graag hoor ik hierop een reactie van de staatssecretaris.

Wij hebben twee brieven gekregen van de staatssecretaris die ik eigenlijk zwalkende brieven vind. In deze brieven staat dat de noodzakelijke zorg wel wordt gegeven, maar de staatssecretaris kan geen enkele garantie geven dat instellingen zoals Kiddion open kunnen blijven. Het gaat haar alleen maar om het maken van een onderscheid tussen continuïteit van de zorgverlening en de organisatie die deze levert. Als er problemen zijn bij meerdere organisaties, moet er dan niet op korte termijn financiering komen die werkt? Nu weten wij eigenlijk niet hoe het in elkaar zit. Het systeem is een mengelmoesje geworden, waarbij de financiering overal vandaan komt; uit de pgb’s, de AWBZ, de Zorgverzekeringswet en de jeugdzorg. De staatssecretaris is systeemverantwoordelijk. Hoe ziet de ideale financiering er volgens haar uit? Hoe gaat zij dit structureel oplossen? Er moet een einde komen aan dit financiële geëtter, want als wij als samenleving deze specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven niet open kunnen houden en niet voor continuïteit kunnen zorgen, dan is het einde echt zoek.

Antwoord van de staatssecretaris

Staatssecretaris Bussemaker: Voorzitter. Zoals de meeste sprekers hebben gememoreerd, zijn de specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven van grote betekenis voor kinderen en voor hun ouders. Laat ik vooropstellen dat het van het allergrootste belang is dat wij deze zorg voor kinderen in Nederland hebben en ook kunnen houden. Ik heb in de brieven geschreven dat het daarom nodig is dat er een oplossing komt voor de korte en de lange termijn om deze zorg te kunnen blijven garanderen.

Wat de aanleiding van dit probleem betreft moeten wij vaststellen dat er grote diversiteit is aan instellingen en organisaties die zorg voor kinderen leveren. In veel gevallen gaat het hierbij om ziekenhuisverplaatste zorg voor kinderen die in een ziekenhuis hebben gelegen en daarna naar een verpleegkundig kinderdagverblijf gaan. In dat verband is de link met de kinderhospices, die de heer Voordewind noemde, zeer treffend. Soms gaat het om crèches met een grote zorgvoorziening. Omdat er diversiteit aan instellingen is, is er ook diversiteit aan financieringsvormen; op grond van de Zorgverzekeringswet, de AWBZ en de jeugdzorg.

De aanleiding bij dit probleem is dat ziekenhuisverplaatste zorg plaatsvindt met een aanspraak op de Zorgverzekeringswet, maar feitelijk wordt gefinancierd uit de AWBZ. Dat heeft ermee te maken dat veel ouders hierbij graag gebruikmaken van een persoonsgebonden budget. In 2007 heeft het CIZ nadere beleidsregels vastgesteld, waardoor de ziekenhuisverplaatste zorg zichtbaar werd en niet meer onder de AWBZ-indicatie viel. Wij hebben er vaker over gesproken dat er heel veel in de AWBZ zit waarvan je je kunt afvragen of het daar hoort, zeker als de aanspraken elders worden geformuleerd. Dit zou een mooi voorbeeld zijn van zorg die onterecht uit de AWBZ wordt gefinancierd, als het niet zo ernstig was voor de getroffen groep, want de aanspraak is daar niet geregeld.

Dit probleem is naar voren gekomen bij die aanscherping, waarbij werd bekeken of de aanspraken niet te ruim waren. Daarmee is het ook een systeemprobleem, zoals verschillende sprekers hebben opgemerkt. Er is een witte vlek in het systeem wat betreft de aanspraken op de Zorgverzekeringswet en financiële middelen uit de AWBZ die moet worden opgelost. Ik vind ook dat je de ouders van die kinderen daar niet mee kunt opzadelen. Het is een probleem van het kabinet; van mij, van de minister van VWS en wellicht ook nog van de minister voor Jeugd en Gezin. Wij moeten bekijken hoe wij dat kunnen aanpakken. Het is altijd complex om aanspraken, indicaties en bekostiging goed op elkaar te laten aansluiten.

Eind 2007 heeft op dit gebied een nadere duiding plaatsgevonden. Die duiding is breed door het CIZ gecommuniceerd en toen heeft geen van de partijen een witte plek gesignaleerd. Deze witte plek is medio 2008 wel naar voren gekomen in de casuïstiek. Sindsdien is er zeer intensief, direct contact geweest van het departement met Kiddion, de organisatie die als eerste hierdoor getroffen zei te worden. Ik zeg erbij dat een van de twintig verpleegkundige kinderdagverblijven aangeeft dat er sprake is van een acuut probleem, en dat is Kiddion. De andere 19 geven aan dat zij niet direct een acuut probleem hebben, maar dat zij op middellangetermijn wel problemen zullen ondervinden bij de financiering. Dat is het probleem dat wij moeten oplossen.

Mevrouw Langkamp (SP): Ik neem aan dat de staatssecretaris ook de brief van Zigzag heeft ontvangen, waarin staat dat er begin 2009 nog meer kinderdagverblijven zullen sluiten, als er niet snel iets gebeurt. Dat klopt niet helemaal met wat zij zegt.

Staatssecretaris Bussemaker: Uit die brief blijkt dat er op middellange termijn een probleem is. Ik heb uit die brief niet begrepen dat zij denken per 1 januari te moeten sluiten, maar zij willen wel snel duidelijkheid hebben over de toekomst, en daar kom ik zo op terug.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik heb de brief van Zigzag hier voor mij liggen. Er staat in dat de raad van commissarissen heeft aangekondigd een afbouwscenario per begin 2009 onontkoombaar te achten als niet op korte termijn kostendekkend kan worden geopereerd. Begin 2009 is over twee weken, dus dat is niet de middellange termijn.

Staatssecretaris Bussemaker: Ik heb de organisatie Zigzag ook een brief gestuurd naar aanleiding van deze brief, maar het gaat nu even over het algemene beeld. Kiddion heeft gezegd de deuren te sluiten per 1 januari. Er zijn ook andere verpleegkundige kinderdagverblijven die zeggen dat zij een afbouwscenario hebben, omdat zij in de problemen komen als er niets gebeurt, dus er moet wel iets gebeuren.

Mevrouw Agema (PVV): Wat de oplossing ook wordt, een aantal medische kinderdagverblijven zit in een verliesgevende situatie en houdt dat niet lang vol. Bent u bereid om met terugwerkende kracht met een oplossing te komen? Als u in de komende maanden bezig bent met het formuleren van een oplossing, gaat u dan terug naar de periode waarin de problemen zijn ontstaan en neemt u deze dan ook mee?

Staatssecretaris Bussemaker: Dat komt zo aan de orde, zoals ik al zei. Er zijn twintig van dit soort kinderdagverblijven en van een daarvan weten wij dat het de deuren gaat sluiten. De andere geven aan dat zij in de toekomst problemen voorzien. In Gelderland start een nieuw medisch kinderdagverblijf, dus er zijn ook instellingen die hun deuren openen en erbij komen. Dat heeft ook te maken met een vorm van regionale concentratie, waar mevrouw Wolbert naar vroeg. Een grote regionale concentratie van te veel instellingen komt gelukkig niet al te vaak voor, maar je ziet wel dat het in verschillende delen van het land anders is geregeld. Er zitten verhoudingsgewijs meer van dit soort instellingen in het westen, omdat veel ouders in het oosten het meer zelf regelen met het pgb, zonder deze kinderdagverblijven. Wij moeten ook leren van elkaars ervaringen, maar in ieder geval moet de zorg gegarandeerd zijn.

Zoals ik al zei, moeten wij de zorg voor cliënten borgen en de witte vlekken analyseren en vervolgens oplossen. Wij moeten onder ogen zien dat het niet makkelijk is om die witte vlekken op een structurele wijze op te lossen. Zoals mevrouw Van Miltenburg zei, het kabinet moet dat regelen. Dat gaan wij doen. Ik heb besloten om een aantal maatregelen te nemen op korte en op langere termijn.

Een maatregel op korte termijn is dat ik met de leden van Zorgverzekeraars Nederland heb afgesproken dat zij zullen voorkomen dat de noodzakelijke zorg in gevaar komt. De continuïteit van de zorg moet gewaarborgd zijn. Tegen mevrouw Langkamp zeg ik dat de zorg niet op de tocht staat. Dat heb ik gewisseld met ZN.

Voor de korte termijn zal ik het CIZ vragen om weer te indiceren zoals werd gedaan voordat de duiding van de aanspraken eind 2007 plaatsvond, om te voorkomen dat er nieuwe problemen ontstaan. Dat betekent dat de indicaties voor de korte termijn op grond van de AWBZ worden gegeven, ook al is dat formeel strijdig met het beleid om de aanspraken binnen de AWBZ aan te scherpen. Er is sprake van een noodoplossing om op korte termijn te regelen dat de zorg wordt gecontinueerd. Dat geldt ook voor de andere zorginstellingen en voor Zigzag. Ik heb een brief teruggeschreven dat zij zich kunnen melden bij het zorgkantoor als zij op korte termijn problemen ondervinden.

Het spoorboekje heeft betrekking op de maatregelen op lange termijn. Wij moeten bekijken hoe wij in een aantal stappen tot een definitieve oplossing kunnen komen. Er is veel voor te zeggen dat deze zorg onder de Zorgverzekeringswet zou moeten vallen, omdat het in overwegende mate gaat om ziekenhuisverplaatste zorg. Verschillende sprekers hebben opgemerkt dat het bij deze zorg van groot belang is dat ouders er zelf vorm aan kunnen geven, een overweging die ik deel, maar het pgb is in de Zorgverzekeringswet niet gangbaar, terwijl wij daaraan gewend zijn in de AWBZ.

Ik kan nu niet zeggen dat dit structureel bij de Zorgverzekeringswet of de AWBZ komt, want dat is de oplossing voor de middellange termijn waarvoor ik dat spoorboekje moet maken. Op korte termijn blijft het onder de AWBZ, hebben de zorgkantoren een zorgplicht en is de continuïteit van de zorg gegarandeerd. Op de middellange termijn, want dit zal volgend jaar enkele maanden in beslag nemen, moeten wij de zorg zo regelen dat aanspraken en financiering met elkaar in overeenstemming zijn. Dat kan binnen de Zorgverzekeringswet of de AWBZ zijn. Wij moeten daarbij ook bekijken of er nog andere problemen zijn. Daarom vraag ik ZN om bij de 19 andere organisaties te inventariseren of zij problemen in de toekomst zien, gedetailleerder dan wij tot nu toe weten, en wat volgens hen de oplossing daarvoor is.

Ik wil ook nadenken over wat de beste toekomstbestendige vorm en financiering is. Er is een aantal opmerkingen over kleinschaligheid gemaakt. Zoals bekend ben ik daar ook een voorstander van, maar juist bij deze specialistische, zeer intensieve zorg kan het op zichzelf staan van een kleinschalige instelling soms ook wel kwetsbaarder zijn dan wanneer er een grootschaliger back office achter zit. Het mag niet tot bestaansproblemen leiden als een of twee kinderen deze zorg niet meer nodig hebben of ouders de voorkeur geven aan een andere instelling. Dat moet wel onder ogen worden gezien. Wij gaan hierover praten met de kinderdagverblijven. Wij zullen met deskundigen die verstand hebben van deze groep, bekijken wat de beste toekomstbestendige organisatievorm is. Ik zeg toe dat wij daarbij de kinderhospices meenemen. Ik kan dus nog geen structurele oplossing beloven, maar ik kan wel beloven dat de Kamer voor 1 januari een brief krijgt waarin dat spoorboekje wordt aangegeven.

Mevrouw Wolbert (PvdA): De staatssecretaris zegt precies wat het dilemma is bij de keuze tussen de AWBZ en de Zorgverzekeringswet, namelijk dat de ene wat meer flexibiliteit biedt voor ouders om dingen te regelen dan de andere. De aard van de zorg is dat het ziekenhuisverplaatste zorg is, dus Zorgverzekeringswet, maar dan ontstaat het probleem van het pgb. De staatssecretaris heeft niet zoveel gezegd over de vragen die hierover zijn gesteld. Ik ben benieuwd of zij daar specifiek op in wil gaan. Als het spoorboekje leidt tot de Zorgverzekeringswet, is zij dan bereid om de experimenten met het pgb in het kader van de Zorgverzekeringswet uit te breiden?

Staatssecretaris Bussemaker: Ik heb al gezegd dat ik snap dat een pgb in dit geval van zeer groot belang kan zijn. Als men bij alles wat nu in de Zorgverzekeringswet zit, denkt dat het leuker of beter is om dat met een pgb te doen, wil ik de financiering daarvan niet in de AWBZ regelen, want dat staat haaks op een aantal andere beleidslijnen die zijn uitgezet. Zoals bekend is er ook een discussie over het gebruik van pgb’s binnen de Zorgverzekeringswet, bijvoorbeeld als het gaat over de ggz. Dit is bij uitstek een thema waarover ik met mijn collega Klink van gedachten wil en moet wisselen om te bekijken hoe wij tot de beste afstemming kunnen komen.

Mevrouw Sap (GroenLinks): Wij hebben anderhalve week geleden een overleg gehad met minister Klink over de Zorgverzekeringswet, waarbij ook is gesproken over experimenten met het persoonsgebonden budget. Door een aantal van ons is erop gewezen dat dit experiment heel moeizaam van de grond komt en dat de zorgverzekeraars dat zelf lijken te frustreren. Ik roep de staatssecretaris op om samen met de minister de zorgverzekeraars er heel stevig op aan te spreken dat zij daarvoor ruimte bieden om dit experiment kans van slagen te geven.

Staatssecretaris Bussemaker: Zoals u weet, ligt de verantwoordelijkheid voor de Zorgverzekeringswet bij minister Klink. Ik ben graag bereid om die zorg nog eens door te geven, maar dat hebt u anderhalve week geleden zelf ook al gedaan, als ik het goed begrijp.

Mevrouw Sap (GroenLinks): Het gaat mij ook niet om doorgeven, maar u hebt aangegeven dat minister Klink en u dit probleem gezamenlijk moeten gaan oplossen. Bij het bedenken van oplossingen voor dit probleem is het essentiëel dat de zorgverzekeraars volop meewerken. Vanwege uw verantwoordelijkheid voor dit probleem, dat op het snijvlak ligt tussen AWBZ en Zorgverzekeringswet, vraag ik u om de zorgverzekeraars hier van meet af aan heel sterk op aan te spreken.

Staatssecretaris Bussemaker: Ik ben daartoe graag bereid. Ik heb overigens geen twijfel over de zorgverzekeraars als het gaat om het oplossen van dit acute probleem.

Mevrouw Agema (PVV): De staatssecretaris zou nog terugkomen op mijn vraag over de terugwerkende kracht. Ik begrijp de oplossingsrichting, maar ik zou graag een duidelijke toezegging willen krijgen dat de verliesgevende situatie bij een aantal specialistische verpleegkundige kinderdagverblijven erbij wordt betrokken en met terugwerkende kracht wordt opgeheven.

Staatssecretaris Bussemaker: Ik heb al gezegd dat wij de problemen bij de andere kinderdagverblijven gaan inventariseren. Als ik niet weet wat de oorzaak is van de financiële problemen ga ik geen blanco cheque uitschrijven over welke zorginstelling dan ook, en dat bent u ook niet van mij gewend. Als die problemen voortkomen uit een systeemfout waarvoor ik medeverantwoordelijk ben, wil ik er graag naar kijken. Als die problemen voortkomen uit bijvoorbeeld slecht financieel management van de instelling, ben ik daar niet toe bereid. Tegen mevrouw Langkamp zeg ik ook dat ik niet garant sta voor welke instelling dan ook, maar wel voor de continuïteit van de zorg.

Mevrouw Agema (PVV): Dat is niet wat ik bedoel. Mijn vraag is of u bereid bent om met terugwerkende kracht financiële compensatie te bieden als het gaat om een systeemfout, zodat zij het langer volhouden.

Staatssecretaris Bussemaker: Wij hebben geconstateerd dat één instelling de deuren sluit. Alle andere kinderdagverblijven kunnen zich met problemen melden bij het zorgkantoor, dus zij hoeven hun deuren niet te sluiten. Dat geldt voor Zigzag en voor andere kinderdagverblijven. Ik ben niet bereid om er met terugwerkende kracht naar te kijken, maar ik zorg wel dat de continuïteit van de zorg vanaf 1 januari voor de middellange termijn gegarandeerd is.

Er is gevraagd of wij wel op tijd actie hebben ondernomen bij Kiddion. Wij hebben zeer intensief overleg gehad met Kiddion, om te bekijken wat eraan gedaan kon worden om de continuïteit van zorg daar te regelen. Ik heb het zorgkantoor Haaglanden een brief gestuurd met de vraag om er alles aan te doen om zeker te stellen dat de zorg aan deze kinderen wordt gecontinueerd.

Er was geen regulier contract met Kiddion, dat vooral pgb-cliënten heeft, volgens de informatie die wij van het zorgkantoor en van Kiddion hebben gekregen. Aangezien het om pgb-houders gaat, weet het zorgkantoor om welke cliënten het gaat. De zorg is dus gegarandeerd en er is intensief overleg geweest met Kiddion.

Wat ook speelt, is de grotere concentratie van dit soort kinderdagverblijven in deze regio, waardoor sommige patiënten/cliënten voor andere aanbieders kiezen. Ook dat heeft geleid tot financiële problemen bij Kiddion. Ik kan niet borg staan voor alle instellingen, maar ik wil wel met deze kinderdagverblijven zoeken naar een goede manier om op termijn de toekomstbestendigheid van de instellingen te waarborgen, zodat deze zorg geleverd kan blijven in kleinschalig verband, maar dat hoeft niet noodzakelijkerwijs een kleinschalige instelling te zijn. Ik acht de keuzevrijheid van ouders ook van groot belang, of het nu gaat om een pgb of zorg in natura.

Zowel het zorgkantoor Haaglanden als de zorgverzekeraars hebben getracht om tot afspraken te komen met Kiddion over de financiële continuïteit en dat is door de directeur van Kiddion als een te zware belasting gezien. Het gaat om een combinatie van gevolgen van beleidswijzigingen en specifieke factoren bij Kiddion zelf en een zelfstandig besluit van de directeur van Kiddion om deze instelling te sluiten, maar ik zeg erbij dat de continuïteit van de zorg niet ter discussie staat. Als Kiddion zich meldt bij het zorgkantoor, kunnen wij opnieuw bekijken, zelfs nu nog, hoe de organisatie kan blijven bestaan, maar dan niet als alleenstaande organisatie, maar als onderdeel van een groter geheel. Wij hebben hier al een aantal mensen bij ingeschakeld, onder andere een kinderarts, maar dat is aan Kiddion zelf. Nogmaals, ik ga niet over instellingen, dus ik kan dat niet afdwingen. Ik kan alleen de voorwaarden creëren waaronder dat mogelijk is. Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat ik nog meer zou kunnen doen dan datgene wat ik heb gedaan.

Mevrouw Sap (GroenLinks): Ik waardeer het dat Kiddion nog bij het zorgkantoor terecht kan als zij zelf die kans willen grijpen. Ik snap ook heel goed dat de staatssecretaris zegt dat een instelling de consequenties moet kunnen opvangen als ouders kiezen voor een andere aanbieder. Mijn vraag is wat de achtergrond is waarom die ouders kiezen voor een andere aanbieder. Als dat de achtergrond is dat die ouders zich genoodzaakt zien om naar andere vormen van zorg uit te wijken, omdat hun persoonsgebonden budget door veranderingen in de indicatiestelling en in de beleidsregels zoveel lager wordt dat zij niet meer gebruik kunnen maken van de diensten van Kiddion, vind ik wel dat er een verantwoordelijkheid van de staatssecretaris ligt. Dan komt toch weer de vraag van de terugwerkende kracht. Is het voldoende om vanaf 1 januari 2009 terug te gaan naar de oude ruimere indicatie en het gat dat in 2008 is geslagen bij een aantal groepen, te laten zitten of moet je dat alsnog compenseren? Ik zou graag wat meer helderheid willen van de staatssecretaris over de achtergronden daarvan.

Staatssecretaris Bussemaker: Wij gaan bij de kinderdagverblijven uitzoeken waar de problemen zitten en waar wij die kunnen oplossen. Ik heb al gezegd dat het onze zaak is om het op te lossen als er problemen zijn die te maken hebben met de systeemverantwoordelijkheid. Als het pgb hetzelfde blijft, maar de ouders toch naar een andere aanbieder gaan, dan is het een kwestie van preferentie, keuzevrijheid van cliënten en grotere macht van de ouders of cliënten ten opzichte van de aanbieders in de zorg die men Kamerbreed lijkt te willen. Daar hoort ook bij dat aanbieders cliënten kunnen verliezen, dat is niet anders. Als wij dat niet willen, moeten wij ook ophouden met stappen zetten in de richting van meer keuzevrijheid voor cliënten. Ik ga ervan uit dat het pgb bij deze ouders onveranderd is gebleven en dat zij desondanks naar andere aanbieders willen.

Mevrouw Sap (GroenLinks): Ik ben blij dat de staatssecretaris dit verder uitzoekt. Mag ik het zo opvatten dat zij zegt dat er kan worden gekeken naar terugwerkende kracht, als mocht blijken dat de problemen in 2008 en het feit dat instellingen niet kostendekkend konden functioneren, voor een deel worden veroorzaakt door het systeem?

Staatssecretaris Bussemaker: Laten wij nu eerst eens bekijken wat de problemen zijn bij die kinderdagverblijven en daar niet op vooruitlopen. Ik vind het van het grootste belang dat de continuïteit van de zorg is gegarandeerd. Ik heb geen signalen dat dit in 2008 tot enorme problemen heeft geleid.

Mevrouw Langkamp (SP): Het verbaast mij dat de staatssecretaris nu zegt dat zij moet uitzoeken hoe het allemaal zit, want volgens mij is dit probleem al minstens een halfjaar bekend op het ministerie. De staatssecretaris zegt dat er intensieve gesprekken zijn gevoerd met Kiddion. Volgens mij is dat niet zo, want mevrouw Fischer heeft zelfs met een bord voor het ministerie gestaan om de aandacht te vestigen op dit probleem. Er zijn wel gesprekken gevoerd, maar daar waren de mensen van Kiddion vaak niet bij. De staatssecretaris zegt dat er geen contract zou zijn met zorgkantoor Haaglanden, maar ik heb het door beide partijen ondertekende contract hier. Ik kan dat overhandigen, als zij dat wil, maar ik vraag haar om op te houden met beweringen over Kiddion die gewoon niet juist zijn.

Staatssecretaris Bussemaker: Er zijn echt diverse gesprekken gevoerd tussen mijn medewerkers en Kiddion. Ik ben daarvan de afgelopen tijd regelmatig op de hoogte gesteld, zelfs al voordat het in het nieuws was. Ik heb geen enkele reden om daaraan te twijfelen. Wij hebben ook informatie gekregen van Kiddion, maar ik neem aan dat u het mij niet euvel duidt dat ik mijn informatie bijvoorbeeld ook bij het zorgkantoor Haaglanden haal, want ik moet komen tot een afweging op grond van alle informatie. Ik heb niet gezegd dat er geen contract is met het zorgkantoor, maar ik heb gezegd dat bij Kiddion vooral ouders met een pgb zijn. Daardoor is het lastiger voor het zorgkantoor om direct op te treden dan wanneer er sprake is van zorg in natura.

Er is echt zeer uitgebreid overleg geweest. Wij zijn nu ook weer bereid tot overleg, vandaar dat ik dat verzoek heb gedaan aan het zorgkantoor. Als Kiddion zich daar meldt, kunnen wij alsnog bekijken of er een oplossing is. De ouders worden erover geïnformeerd dat het zorgkantoor een zorgplicht heeft. Ik heb de kinderartsen uitgenodigd om over de situatie in Den Haag te spreken, want zij hebben ook een brief geschreven waarin zij hun zorgen uiten. Ik heb al gezegd dat het wel in een andere vorm zou moeten, als met het zorgkantoor wordt gesproken over het voortbestaan van Kiddion. Natuurlijk vind ik het besluit van Kiddion betreurenswaardig, want deze zorg gaat mij ook aan het hart. Het is van groot belang dat die zorg gewaarborgd blijft, maar het is een besluit van de organisatie die een nieuw contract met het zorgkantoor niet meer ziet zitten, ook omdat de instroom bij Kiddion terugloopt. Dat is betreurenswaardig, maar wij hebben er alles aan gedaan om dit probleem op te lossen en dat zullen wij in de toekomst ook voor die andere organisaties doen.

Mevrouw Langkamp (SP): De staatssecretaris heeft geen antwoord gegeven op mijn eerste vraag. Als er dan zulke intensieve gesprekken zijn gevoerd gedurende een aantal maanden, dan is zij dus al langere tijd op de hoogte van deze problematiek. Waarom zegt zij dan nu dat zij eerst moet uitzoeken hoe het precies zit en waardoor het komt? Dat begrijp ik gewoon niet. Zij had allang met een oplossing kunnen komen.

Staatssecretaris Bussemaker: Misschien denkt mevrouw Langkamp er iets makkelijker over dan ik. Ik ben al enige tijd op de hoogte van de problematiek van Kiddion, maar wij hebben eerst moeten uitzoeken wat daar nu precies aan de hand is. Allengs komt daaruit dat het een zeer complex probleem is, waarvoor ik niet zomaar een, twee, drie de oplossing heb, omdat het te maken heeft met de verantwoordelijkheden in de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. Wij hebben ons allereerst geconcentreerd op het vinden van een oplossing voor Kiddion. Ongelukkigerwijs heeft de directeur van Kiddion besloten om per 1 januari te stoppen op hetzelfde moment dat ik daarover een brief heb verstuurd. Die brieven hebben elkaar gekruist. Daaruit blijkt dat wij er al langer mee bezig waren, want anders had ik niet op 2 december een brief kunnen sturen met ons voorstel om tot een oplossing voor dit specifieke, acute geval te komen.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Langkamp (SP): Om positief te beginnen, ik ben blij met de toezegging van de staatssecretaris dat zij het CIZ gaat vragen weer toereikend te indiceren, zoals voor 2007 het geval was. Zij formuleerde het als een vraag aan het CIZ, maar ik neem aan dat dit betekent dat het CIZ wordt geacht om dat te doen. Gaat zij eventueel een aanwijzing geven? Ik wil wel zekerheid hebben dat dit gaat gebeuren. Het is wel jammer dat hiervoor toch eerst behoorlijke druk nodig is geweest van de sector, die begin november een petitie heeft aangeboden aan de Kamer. Kiddion heeft al veel langer aandacht gevraagd voor dit probleem en is uiteindelijk zelfs gesneuveld als gevolg ervan. Maar goed, nu is er eindelijk aandacht voor. Beter laat dan nooit, zullen wij maar zeggen.

Dan nog even over de afspraak die met Zorgverzekeraars Nederland is gemaakt over continuering van de zorg, zoals in de brief van de staatssecretaris is vermeld. Ik betreur het dat de staatssecretaris er steeds op hamert dat zij wel gaat over de zorg, maar niet over de instellingen die deze moeten leveren, want dat zou betekenen dat deze zorg bijvoorbeeld ook thuis bij de ouders of door verpleegkundigen geleverd kan worden. Zij garandeert niet dat de mooie en waardevolle specialistische kinderdagverblijven blijven voortbestaan en dat betreur ik zeer.

Mevrouw Wolbert (PvdA): Ik onderschrijf dat de positieve ontwikkeling wat betreft de AWBZ-indicering op korte termijn lucht geeft. Daar ging het de fractie van de Partij van de Arbeid om. Daardoor gaan mensen niet het nieuwe jaar in met het idee dat er elke dag wat kan veranderen. Ik denk dat het heel belangrijk is om tijd te kopen om te zoeken naar een structurele, goede oplossing. Ik geef de staatssecretaris mee dat de zorg voor deze kinderen moet worden gefinancierd vanuit één systeem en dat wij af moeten van die hybride financiering, want daar wordt iedereen gek van. Als twee financieringsstromen toch onvermijdelijk zijn, zien wij graag dat deze zo worden geordend dat de dominante stroom verantwoordelijk is voor de coördinatie van de zorg. Er mogen wat mij betreft meerdere financiers achter zitten, als er voor de ouders en de instellingen maar één aanspreekpunt is, waar afspraken met andere financieringsbronnen worden gemaakt. Het liefst één financieringsstroom en anders coördinatie, alstublieft.

Mevrouw Uitslag (CDA): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoorden. Zij pakt haar verantwoordelijkheid voor het systeem en daar ben ik erg blij om. Zij doet toezeggingen op de korte en de lange termijn. Ik heb wel een vraag over de toezegging op de lange termijn. Wat is de planning voor het spoorboekje? Wanneer is dat klaar? Mijn tweede vraag is of de AWBZ-indicatie specifiek voor de twintig specialistische kinderdagverblijven wordt versoepeld of voor alle kinderdagverblijven, dus ook voor de zorg voor chronische zieke of gehandicapte kinderen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. Ik wil ook een compliment geven, want de staatssecretaris heeft precies gedaan wat een systeemverantwoordelijke volgens mij kan doen. Zij heeft gedacht: rechtsom of linksom, ik wil gewoon dat het blijft bestaan en zij heeft de daad bij het woord gevoegd, en dat vind ik heel goed. Zij erkent dat het niet alleen een probleem is van haar, maar ook van de minister van VWS en wellicht ook van de minister voor Jeugd en Gezin. Kan zij in de brief waarin zij de Kamer laat weten hoe het met het spoorboekje loopt, ook aangeven op welke manier de minister van VWS hierin zijn verantwoordelijkheid neemt? Dit probleem speelt wel degelijk ook binnen de Zorgverzekeringswet.

Ik vind het toch lastig dat voor kinderen zo makkelijk wordt geduid op ziekenhuisverplaatste zorg, want eigenlijk is elke verpleeghuiszorg ziekenhuisverplaatste zorg. Ik zie deze kinderdagverblijven eigenlijk als een soort verpleeghuis waarbij de kinderen gelukkig ’s nachts nog naar huis kunnen. Dat is de zorg die daar wordt geleverd. Wanneer het gaat om langdurige zorg die voor iemand die niet 2 maar 82 jaar is, zonder twijfel in een verpleeghuis zou worden gegeven, valt het toch niet onder de Zorgverzekeringswet, maar onder de AWBZ?

Mevrouw Sap (GroenLinks): Ik complimenteer de staatssecretaris ermee dat zij dit daadkrachtig gaat aanpakken en dat zij bereid is om het op korte termijn onder de AWBZ te houden. Ik weet dat dit voor haar een hele stap is, omdat zij naar een glasheldere AWBZ-polis toe wil. Ik ondersteun het pleidooi van collega Van Miltenburg. Er is zeker wat voor te zeggen om het ook op termijn onder de AWBZ te houden.

Bij de langetermijnoplossing moet de staatssecretaris het belang voor ogen houden van een flexibele financiering voor ouders, zodat zij het complete pakket aan zorg kunnen inkopen. Mijn aanvullende vraag is of het pakket maatregelen voor de korte termijn afdoende is om de instellingen tegemoet te komen. Ik begrijp dat de continuïteit vanaf 2009 hiermee is gewaarborgd, maar biedt dit voldoende oplossingen in het licht van de problemen die er al zijn in de sector? Ik begrijp dat er een probleemanalyse plaatsvindt en dat daarbij wordt bekeken wat aan de bedrijfsvoering te wijten is en wat aan het systeem. Kan de staatssecretaris die probleemanalyse opnemen in het spoorboekje dat wij gaan krijgen, zodat wij daarnaar kunnen kijken?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dank voor de toezegging van de staatssecretaris om dit op korte termijn onder te brengen bij de AWBZ. Dank voor het betrekken van de kinderhospices bij het spoorboekje. Dat is een goede uitwerking van de motie die vorig jaar is aangenomen. Terugkijkend zie je dat Kiddion bijna volledig afhankelijk is van pgb’s en daardoor mogelijk in de schulden is gekomen. Kunnen wij niet actief met hen meedenken over een noodplan om die schulden misschien voor een deel weg te werken, zodat alsnog een doorstart kan worden gemaakt, juist omdat er bij Kiddion sprake was van een systeemfout, zoals de staatssecretaris dat noemt. Voor de toekomst onderschrijf ik het betoog van mevrouw Van Miltenburg dat deze zorg in het verlengde ligt van ziekenhuiszorg en te vergelijken is met verpleegzorg. Wij geven dan toch de voorkeur aan AWBZ-financiering boven de Zorgverzekeringswet. Dat geef ik de staatssecretaris mee en ik wacht haar spoorboekje af.

Mevrouw Agema (PVV): Ik dank de staatssecretaris voor het aangeven van een duidelijke oplossingsrichting. Dat is in ieder geval al iets. Ik maak mij nog wel heel veel zorgen over de financiën. De vertegenwoordigster van de PvdA-fractie zei zojuist dat het goed is om tijd te kopen voor een goede structurele oplossing. Als het nu al niet meer mogelijk is voor een aantal kinderdagverblijven om kostendekkend te opereren, als er nu al een verliesgevende situatie is, en als blijkt dat dit komt doordat het systeem waarvoor de staatssecretaris verantwoordelijk is, niet werkt, dan vind ik dat bij een reparatie met terugwerkende kracht niet moet worden gesproken over een blanco cheque, want dan hebben wij het gewoon over fatsoenlijk bestuur. Wanneer deze problemen allemaal te wijten zijn aan het systeem en er een oplossing komt die werkt, waar wij dan allemaal blij mee zijn, zou ik graag willen dat de staatssecretaris met compensatie komt met het oog op fatsoenlijk bestuur, omdat zij er ook de tijd voor neemt om die oplossingsrichting uit te werken.

Staatssecretaris Bussemaker: Voorzitter. Er zijn nog een paar resterende vragen, allereerst van mevrouw Langkamp. Het CIZ moet weer toereikend gaan indiceren. Dat betekent dat het indicatieprotocol voor deze groep moet worden aangepast. Zij hebben de indicatieprotocollen per 1 januari al moeten aanpassen op grond van een aantal andere besluiten, dus ik hoef daarvoor geen aanwijzing te geven. Dat gaat via het indicatieprotocol.

Mevrouw Langkamp heeft gezegd dat zij het betreurt dat ik onderscheid maak tussen de zorgverlening en de instellingen. Ik ben met haar van mening dat deze specialistische medische kinderdagverblijven van grote betekenis zijn. Mijn opmerking over de instellingen zegt helemaal niets over de waardering die ik heb voor de mensen die hier werken, want die is bijzonder groot. Mijn waardering voor de professionals op de werkvloer in de langdurige zorg is ook heel groot, maar het is niet in het belang van ons allemaal om instellingen als instellingen overeind te houden. Wij willen de continuïteit van de zorg waarborgen, het liefst met instellingen die zorg leveren met een zo hoog mogelijke kwaliteit. Wij zijn op tal van manieren binnen de langdurige zorg bezig om dat nog beter dan nu te laten slagen.

Het gaat niet om het al dan niet waarderen van medewerkers of instellingen als zodanig. Als aan de top te veel wordt betaald en er vervolgens financiële problemen ontstaan, zou mevrouw Langkamp ook niet willen dat ik zou zeggen dat zij er nog een paar ton bij krijgen, ook al hebben zij het geld niet goed besteed. Dat kan niet de bedoeling zijn. Daarom weiger ik om een blanco cheque te geven om instellingen overeind houden, zoals ik tegen mevrouw Agema heb gezegd, maar ik ben wel bereid om te kijken naar de specifieke systeemproblemen die zich kunnen voordoen tussen de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. Ik denk dat mevrouw Agema mijn opmerking over een blanco cheque in die zin verkeerd heeft begrepen, of dat ik niet duidelijk ben geweest.

Mevrouw Wolbert heeft duidelijk gezegd dat zij geen hybride financiering wil. Ik volg haar wens dat er één financiële stroom verantwoordelijk moet zijn voor de coördinatie als er meerdere stromen nodig zijn, zodat je niet meer hebt dat men het naar elkaar toe schuift. Mevrouw Uitslag heeft gevraagd naar het spoorboekje voor de lange termijn. Dat komt voor het eind van het jaar. De indicaties hebben alleen betrekking op deze specifieke groep, waar zich potentiële problemen voordoen. Bij instellingen voor bijvoorbeeld gehandicapte kinderen doet dit probleem zich niet voor, want dat is gewoon AWBZ-zorg. Het spoorboekje zal in ieder geval afspraken bevatten die ik met de minister zal maken over de relatie tussen AWBZ en Zorgverzekeringswet, zeg ik tegen mevrouw Van Miltenburg. AWBZ-zorg is niet altijd ziekenhuisverplaatste zorg, want het kan ook zijn dat iemand die niet in een ziekenhuis heeft gelegen, AWBZ-zorg nodig heeft. In de ggz hebben wij de knip gemaakt dat ziekenhuisverplaatste zorg kortdurende zorg is, maar wel medische zorg die voor een deel curatief is, gericht op genezing. Als deze langdurig is, valt ze onder de AWBZ. Waar die knip precies wordt gemaakt, is arbitrair. Dat is het probleem waarmee wij hier te maken hebben, en dat speelt ook bij de kinderhospices. Dit lijkt mij bij uitstek een punt dat moet terugkomen bij de langetermijnoplossingen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik zou graag op termijn antwoord krijgen op de vraag, die u nu niet hoeft te beantwoorden, wat het verschil is in zorgaanbod, behalve dat het gaat om kinderen en ouderen. Er zijn ook volwassenen die in een somatisch verpleeghuis verblijven, hoewel zij nog niet oud zijn. Als die zorg niet erg van elkaar verschilt, is het blijkbaar voor bepaalde mensen verpleeghuiszorg, en als het om kinderen gaat, is het opeens ziekenhuisverplaatste zorg. Ik zou graag een vergelijking daarvan willen zien.

Staatssecretaris Bussemaker: Dat zal ik meenemen, maar ik ben het niet met u eens dat er dan een onderscheid zou bestaan tussen volwassenen en kinderen. De vraag is meer wanneer het nog curatieve zorg is voor mensen die gelukkig niet meer in een ziekenhuis hoeven te verblijven, maar nog wel de verzorging en curatieve zorg van een ziekenhuis nodig hebben. In een medisch kinderdagverblijf kunnen zij in ieder geval’s avonds naar huis. Dat hoeft niet beperkt te zijn tot kinderen, hoewel het voor hen natuurlijk van het allergrootste belang is dat zij zo snel mogelijk weer herenigd zijn met hun ouders. Bij de discussie over de lange termijn zullen wij hierop terugkomen.

Wij streven ernaar om een langetermijnoplossing te hebben voor 1 juli, want dan moet de polis klaar zijn, zeg ik tegen mevrouw Uitslag. Dat is de streefdatum. Mocht dat niet lukken, dan blijft de overgangstermijn langer in stand.

Bij het spoorboekje ga ik ook in op de vraag in hoeverre de probleemanalyse uitwijst dat er sprake is van een probleem bij het systeem of de instelling. Dat is vooral gericht op de systeemafbakening. Voor elke zorginstelling geldt dat zich ook andere problemen kunnen voordoen, dus niet alleen voor gespecialiseerde zorg voor kinderen, zeg ik tegen mevrouw Sap.

De heer Voordewind vroeg om actief mee te denken met Kiddion. Dat hebben wij gedaan en daartoe zijn wij nog steeds bereid. Het zorgkantoor had al aangegeven met Kiddion naar de toekomst te willen kijken, maar dan zou er wel een plan moeten liggen. Het gebeurt wel vaker dat er een zorgkantoor naar kijkt. Als er een goed toekomstgericht plan ligt, is er wel een mouw te passen aan de actuele problemen, maar dan moet Kiddion wel bereid zijn om met het zorgkantoor te spreken over de levensvatbaarheid op de lange termijn.

De voorzitter: De staatssecretaris heeft toegezegd om voor 1 januari met een brief te komen over het spoorboekje en zij heeft een aantal zaken genoemd die daarin worden opgenomen. Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording, de belangstellenden op de publieke tribune en de Kamerleden voor hun inbreng.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Smeets

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Teunissen


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Kant (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Ferrier (CDA), ondervoorzitter, Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Smeets (PvdA), voorzitter, Van Miltenburg (VVD), Schippers (VVD), Smilde (CDA), Koşer Kaya (D66), Willemse-van der Ploeg (CDA), Van der Veen (PvdA), Schermers (CDA), Van Gerven (SP), Wolbert (PvdA), Heerts (PvdA), Zijlstra (VVD), Ouwehand (PvdD), Agema (PVV), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) en Sap (GroenLinks).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Van Velzen (SP), Neppérus (VVD), Atsma (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Verdonk (Verdonk), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Vietsch (CDA), Van der Ham (D66), Uitslag (CDA), Gill’ard (PvdA), Omtzigt (CDA), Langkamp (SP), Vermeij (PvdA), Arib (PvdA), De Krom (VVD), Thieme (PvdD), Bosma (PVV), Luijben (SP), Tichelaar (PvdA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Halsema (GroenLinks) en De Wit (SP).