Kamerstuk 23987-155

Verslag van een algemeen overleg

EU-uitbreiding

Gepubliceerd: 24 februari 2016
Indiener(s): Bert Koenders (minister buitenlandse zaken) (PvdA)
Onderwerpen: europese zaken internationaal
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23987-155.html
ID: 23987-155

Nr. 155 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 24 februari 2016

De vaste commissie voor Europese Zaken en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op 9 december 2015 overleg gevoerd met Minister Koenders van Buitenlandse Zaken over:

  • de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken d.d. 10 november 2015 inzake EU-voorstel: EU-uitbreidingsstrategie 2015 COM (2015) 611;

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 4 december 2015 inzake de kabinetsappreciatie van het uitbreidingspakket 2015 (Kamerstuk 23 987, nr. 154);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 31 oktober 2015 inzake de campagnebrief van de AKP voor de Turkse verkiezingen;

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 november 2015 inzake de huidige ontwikkelingen in Turkije en de inval van de Turkse politie bij een mediaconcern (Kamerstuk 32 623, nr. 156).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Azmani

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Eijsink

De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken, Van Keulen

Voorzitter: Azmani

Griffier: Van Haaster

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Azmani, Beertema, Bisschop, Van Bommel, Maij, Verhoeven en Van 't Wout,

en Minister Koenders van Buitenlandse Zaken.

Aanvang 14:13 uur.

De voorzitter: Aan de orde is het algemeen overleg over de uitbreiding van de Europese Unie (EU). Ik heet de Minister en zijn staf van harte welkom, evenals de Kamerleden, de aanwezigen op de publieke tribune en de luisteraars thuis. Een bijzonder woord van welkom aan de ambassadeurs en de ambassademedewerkers van de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten die op uitnodiging van onze commissie bij dit overleg aanwezig zijn. Het jaarlijkse EU-uitbreidingspakket is een prioritair dossier van de Kamer en is de afgelopen maand door de commissie voor Europese Zaken in behandeling genomen, wat uitmondt in dit algemeen overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken. Ik stel voor om in de eerste termijn vijf minuten spreektijd te hanteren. Drie interrupties lijken mij voldoende.

De heer Beertema (PVV): Voorzitter. Ik begrijp dat de SP niet graag naast mij wilde zitten, dus ik ben blij dat de VVD de lege plek naast mij heeft opgevuld. Het is een beetje een raar gezicht, zo'n lege plek. Het kordon begint bijna fysieke vorm te krijgen.

De heer Van Bommel (SP): Ik heb een punt van orde. Ik wil de heer Beertema tijdens dit debat kunnen aankijken en dat lukt met mijn ogen beter van een kleine afstand dan van dichtbij. Daarom ben ik op iets grotere afstand gaan zitten. De heer Beertema moet dit niet als iets negatiefs uitleggen, maar als iets positiefs.

De heer Beertema (PVV): Ik bereid mij voor op een warm oogcontact met de heer Van Bommel.

In de Europese wachtkamer zitten op dit moment naast Turkije zes landen op de westelijke Balkan. Macedonië, Montenegro, Servië en Albanië zijn officiële kandidaat-landen en zijn begonnen met de onderhandelingen. Bosnië en Herzegovina en Kosovo zijn door Brussel erkend als potentiële kandidaat-lidstaten. Voor alle duidelijkheid zeg ik nogmaals dat de PVV geen uitbreiding van de EU wil. Dat is genoegzaam bekend. De PVV wil sowieso uit de EU om een soevereine natiestaat te blijven, met alle bevoegdheden die daarbij horen. De PVV is niet klaar met Nederland. Ik verwijs daarbij naar het NExit-rapport dat voor iedereen ter inzage ligt. Ik wil graag van het kabinet weten waarom juist deze landen, waar de hervormingen stagneren, waar de werkloosheid de pan uitrijst, waar de corruptie welig tiert, waar de rechtspraak bevooroordeeld is, waar eigenlijk niemand gelooft in de politiek en waar spanningen en conflicten sluimeren, in de Europese wachtkamer zitten of al zijn erkend als potentiële kandidaat-lidstaat. Kan de Minister uitleggen wat het realiteitsgehalte is dat deze landen op langere termijn toetreden?

Mijn volgende vraag is belangrijker. De Minister weet dat ik keer op keer betoog dat het goed politiek gebruik is om de belangen van de eigen kiezer te bedienen. Wij zijn als politici niet per se idealisten die een nieuwe wereldorde of een nieuwe Europese orde moeten scheppen om die vervolgens op te dringen aan onze kiezers die niet zien dat hun belangen daarmee worden gediend. Als de Minister dat enigszins kan meevoelen, kan hij dan vandaag uitleggen wat de Nederlandse burger beter wordt van een uitbreiding van de EU met deze landen?

De naderende toetreding van Turkije is een grote bedreiging voor de EU. Iedereen met gezond verstand ziet dat de roekeloze islamist Erdogan de EU in een wurggreep heeft. Er gaan miljarden Europese belastingeuro's die kant op. Straks mogen 80 miljoen Turken visumvrij de EU binnenkomen. De spaakgelopen EU-toetredingsgesprekken worden weer opgepakt. Om toch een reactie te krijgen op een paar zaken die zijn blijven liggen tijdens de Staat van de Unie, omdat noch de Minister noch de Minister-President het antwoord wist of zelfs was geïnformeerd, heb ik de volgende vragen.

Er gaat momenteel 3 miljard euro naar Turkije. De Nederlandse belastingbetaler betaalt mee aan de deal. Bovendien krijgen onze kiezers het meest te maken met de gevolgen van de visumvrijheid. Onze kiezer wordt het meest getroffen, omdat de deal ons verarmt, ons sociaal verzekeringsstelsel uitwoont, onze woningvoorraad opvreet en onze gemeenschappen verziekt. Er is islamisering, criminaliteit en sociale ellende in de straat en in de wijk. Wat krijgen we ervoor terug? Niet eens een resultaatverplichting. Mijn vraag was en blijft wie precies controleert waar die miljarden heengaan. Een onafhankelijk rapporteur of de Turken zelf? Ik wil graag een uitgebreider antwoord dan ik kreeg, namelijk dat het in goede banen wordt gedirigeerd. Welke specifieke organisaties, instellingen en rapporteurs zijn of worden er benoemd?

Onze belastingbetaler moet bijdragen aan de miljardendeal voor een land waar de president een enorm paleis heeft gebouwd, de Ak Saray. Het paleis is 50 keer groter dan het Witte Huis en heeft onder andere 1.000 kamers. Ik heb het er in de Staat van de Unie over gehad. De kosten zijn niet openbaar gemaakt, maar het zou gaan om een bedrag tussen de 275 en 340 miljoen euro. Kan de Minister dat bevestigen? Wat is de appreciatie van het kabinet daarop?

In het weekend van 30 november zijn twee Turkse generaals en een kolonel gearresteerd. Zij hielden vrachtwagens van de Turkse geheime dienst MIT aan. De vrachtwagens waren volgeladen met wapens en reden richting Syrië. Kan de Minister dit verontrustende bericht nader toelichten? Ik begreep tijdens de Staat van de Unie dat de Minister-President er niets van had vernomen. Wat zegt het over de positie van Erdogan als het bericht klopt? Wat is de analyse van de Minister? Ik neem aan dat hij inmiddels de gelegenheid heeft gehad om het bericht nader te controleren.

Bilal Erdogan, de zoon van Erdogan en eigenaar van diverse zeevaartmaatschappijen, zou naar verluidt contracten met Europese bedrijven hebben gesloten voor het transport van door de Islamitische Staat (ISIS) gestolen Iraakse olie naar Aziatische landen. De Turkse regering zou de geplunderde Iraakse olie opkopen. Bilals bedrijven bezitten speciale werven in Beiroet en Ceyhan, waar de ISIS-olie in tankers wordt geladen en naar Azië waaronder Japan wordt gesmokkeld. Gürsel Tekin, de vicepresident van de Turkse Republikeinse Volkspartij CHP, zei onlangs in een interview dat Bilal dankzij de bescherming van zijn vader kan doorgaan met het smokkelen van de olie. BMZ is een familiebedrijf. Ook Erdogans familieleden hebben er aandelen in. De geluiden zijn dat ze publieke gelden gebruiken en illegale leningen bij Turkse banken afsloten om de smokkel te kunnen blijven voortzetten. Kan de Minister die geluiden bevestigen? Een en ander moet inmiddels toch zijn doorgedrongen.

President Erdogans dochter Sumeyye zou nauw betrokken zijn bij ISIS. Ze zou een geheim medisch kamp in Turkije leiden, waar Turkse legertrucks dagelijks tientallen gewonde islamitische staatsstrijders brengen om te worden opgelapt om weer naar het jihadfront in Syrië te worden gestuurd. Kan de Minister dat bevestigen?

De heer Van 't Wout (VVD): Voorzitter. Het voelt gek om te praten over potentiële uitbreiding van de EU terwijl we in een tijd zitten waarin een van de spannendste vragen is of we het huidige aantal van 28 lidstaten behouden. Het onderstreept dat het terecht is dat de Commissie heeft gezegd dat er in deze periode in elk geval geen uitbreiding zal zijn. Dat gold al voorafgaand aan de vele vraagstukken waar we nu voor staan, maar geldt nu des te meer. Er wordt her en der vooruitgang geboekt, maar het algemene beeld in de voortgangsrapportages is dat toetreding binnen afzienbare tijd van een lidstaat niet reëel is gezien de stand van zaken in veel landen. Dat komt enigszins overeen met de twee lijnen die de VVD de komende tijd volgt. Enerzijds dient bij alle landen altijd stevig en hard te worden vastgehouden aan alle geldende criteria. Anderzijds gaat in het vraagstuk hoe de Unie zelf met haar huidige problemen omgaat, het beginsel van de absorptiecapaciteit een veel grotere rol spelen dan sec alleen de uitbreiding, zeker de komende jaren.

We hebben het al eerder erover gehad dat de VVD het niet goed vindt dat het rapport te laat is verschenen. Wij hebben daarover nooit officieel een verklaring gekregen. De Turkije-rapporteur uit het Europees Parlement die hier op bezoek was, zei echter dat hem was medegedeeld dat het vanwege de verkiezingen in Turkije was. Ook al zou het een andere reden zijn, je moet niet de indruk willen wekken dat je een rapport strategisch te laat laat verschijnen bij zo'n belangrijk moment. Ik merk daarbij op dat het goed is dat de Commissie in het gehele rapport niet met meel in de mond praat, zeker niet waar het over Turkije gaat. Er zijn forse aanbevelingen voor veel landen om tot verbeteringen te komen. Zeker op Turkije is er veel kritiek, waar men op essentiële onderdelen niet eens stilstaat maar achteruitgaat.

In het vorige algemeen overleg over de uitbreiding is gezegd dat we actiever gaan rapporteren over de preaccessiegelden, met name over de samenhang tussen de wortel en de stok. Ik zie dat niet echt terug, zeker niet in de kabinetsappreciatie. Waarom niet? Is het instrument de laatste tijd langs die lijnen ingezet?

Voor de toetreding van landen op de Balkan is stabiliteit in de regio van groot belang. De voortgangsrapportage is over het algemeen redelijk positief over de diverse initiatieven die de landen nemen. Als gevolg van de migratiestromen horen we echter weer veel geluiden over toegenomen spanningen in de regio. Ik vind het rapport van de Commissie wat aan de positieve kant. Ik hoor graag een duiding van de Minister daarop.

Allerlei hervormingen dienen niet alleen in wetten te belanden, maar moeten ook worden geïmplementeerd. Er hoort echter nog een stap bij. Een democratie bestaat niet alleen uit goede wetten, handhaving en rechtspraak, maar moet in het DNA van mensen zitten, anders heb je op bijna iedere inwoner een politieagent nodig. Het is lastig, maar hoe meten we of democratie in het DNA van de mensen zit? Kunnen we daar iets mee om te bekijken hoe de landen ervoor staan? Is het denkbaar om met de preaccessiegelden daarop meer te sturen?

Ik weet niet of het mogelijk is, maar de VVD vindt het interessant om bij de volgende voortgangsrapportage een beter beeld te krijgen van hoe bevolkingen en regeringen momenteel zelf tegen het EU-lidmaatschap aankijken. Het rapport is heel erg vanuit Europees perspectief geschreven. In de landen zelf is er echter soms sprake van een verschil in enthousiasme bij de officials en de bevolking.

We hebben maandag en ook eerder veel gesproken over de migratieafspraken met Turkije. Het rapport is zeer kritisch, met name over de democratie en de persvrijheid. Er ligt een motie van de PvdA en D66 bij de Staat van de Unie om met de Instrument voor Pre-accessie (IPA)-gelden met name op de persvrijheid te sturen. Welke mogelijkheden ziet de Minister? Ik kan alvast verklappen dat de VVD de motie steunt om langs die lijn te opereren.

De Commissie beoordeelt in 2016 de voortgang van de roadmap ten aanzien van visa, terugkeer en overname. Kan de Kamer te zijner tijd de beoordeling ontvangen met een kabinetsappreciatie?

Met betrekking tot Servië wordt gesproken over het potentieel openen van hoofdstukken. Waar gaat het om? Wanneer is dit voorzien?

Hoe staat het met het streven om alle uitbreidingslanden tot veilige landen te verklaren?

Mevrouw Maij (PvdA): Voorzitter. Er ligt momenteel een uitbreidingspakket met de kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaat-lidstaten op de Balkan en Turkije. Het is goed dat in deze ingewikkelde tijd wordt bekeken hoe de banden met de landen in de buik van Europa, aan de grens van Europa, kunnen worden verstevigd om vrede, veiligheid en stabilisatie voor elkaar te krijgen. Het traject van lidmaatschap naar de EU kan daarvoor een goed traject zijn. Uit de rapportages van de Commissie blijkt dat de Commissie daar waarde aan hecht. Het kabinet heeft in zijn brief aangegeven dat het daar ook waarde aan hecht. De Commissie is in de rapportages echter ook buitengewoon kritisch. Een aantal stappen op economische hervormingen is redelijk goed verlopen. Zelfs over Turkije zegt de Commissie dat het land behoorlijk ver is qua economisch bestuur. Op het gebied van de elementen die misschien nog wel meer van belang zijn, zoals rechtsstaat, fundamentele rechten en democratisering, gaat het echter niet zo goed. In de rapportages is een aantal duidelijke stappen, benchmarks, aangegeven waar we ons de komende jaren meer op kunnen richten, zoals de vervolgstappen, wat er niet goed gaat en wat er moet worden hersteld. Dat is in de inhoud van de rapportages heel positief.

Ik sluit mij aan bij de vragen die zijn gesteld over de timing van de rapportages. Het is treurig als die zomaar een maand worden uitgesteld. In de rapportages wordt aangeven dat het om de Kopenhagencriteria gaat, strict and fair. Daar wordt niets op beknibbeld. We moeten die uitgangspunten blijven benadrukken. Met name op het gebied van de laatste punten die ik zojuist noemde, de rechtsstaat en persvrijheid, geeft de Commissie een aantal kritische punten aan die ze met de IPA-gelden wil ondersteunen. Het kabinet geeft in een eigen brief aan dat het een rechtsstaatprogramma op de Balkan heeft. Parallel aan het bezoek dat ik namens de Raad van Europa aan Bosnië bracht, heb ik daar een aantal mensen kunnen spreken. Ik heb gezien dat het programma in elk geval landt. De volgende stap moet nog worden gezet. Papier is geduldig. Kan het kabinet naast het rechtsstaatprogramma, dat heel erg gericht is op de overheid en op de juridische hervormingen, op eenzelfde soort wijze aan de slag met persvrijheid en mensenrechten en daarbij meer kijken naar de ondersteuning van het maatschappelijk middenveld? Mijn voorgangers gaven vanuit een geheel eigen perspectief aan dat papier geduldig is. De stap moet echter door de bevolking en de maatschappij worden gedragen. We moeten maatschappelijke organisaties en organisaties die kritisch kunnen zijn op hun eigen regering en over persvrijheid en dergelijke, proberen te ondersteunen.

We hebben lang gesproken over Turkije, ook tijdens de vorige twee debatten over migratie en de Europese top. In de brief van het kabinet staat dat de verkiezingen van 7 juni en 1 november goed zijn verlopen en dat er een aantal vraagtekens bij wordt gezet. Ik wil die vraagtekens iets meer markeren. Op de dag van de verkiezingswaarneming zelf, in elk geval die van 7 juni waar ik zelf bij kon zijn, werd er inderdaad keurig volgens de regels gestemd. Het gaat echter om het geheel eromheen, namelijk of politieke partijen voldoende ruimte hebben om zichzelf te laten horen in de campagne, of er in de media voldoende vrijheid is om alle voor- en tegenspraak naar voren te laten komen en of maatschappelijke organisaties die ruimte hebben. Bij de verkiezing op 1 november was dat in een groot deel van Turkije helemaal niet het geval. De waarneming in het zuidoosten van Turkije kon zelfs helemaal niet doorgaan vanwege veiligheids- en andere problemen. Het is belangrijk dat we die kanttekening maken. Het lijkt een omgekeerd argument, maar het is belangrijk dat het kabinet aangeeft dat we met de hoofdstukken 23 en 24 aan de slag moeten gaan. We moeten het gesprek met Turkije aangaan over rechtsstaat, hervorming, fundamentele rechten en democratisering. Dat kan het beste in het kader van die hoofdstukken. Je kunt dan stappen en afspraken maken zonder dat het heel vrijblijvend is. Ik wil dat graag nogmaals ondersteunen. Ik hoop dat dat een volgende stap is die in de toekomst kan worden gezet.

We hebben een aantal maal over Macedonië gesproken. Het is ontzettend jammer dat een land dat een aantal jaar geleden al aan de benchmarks voldeed niet met de onderhandelingen kan beginnen. In Macedonië gaat momenteel een aantal dingen mis en zelfs achteruit. De Commissie geeft echter aan dat er in principe nog ruimte is voor het voldoen aan de benchmarks om met onderhandelingen te beginnen. Welke stappen worden ondernomen om vanuit de EU de huidige blokkades van onder meer Griekenland en Bulgarije op te heffen om de instabiliteit tegen te gaan, om te ondersteunen daar waar het beter gaat en om de naamkwestie eindelijk eens op te lossen?

Ik heb in vogelvlucht nog enkele opmerkingen over de andere kandidaat-lidstaten of potentiële kandidaat-lidstaten. In Montenegro zijn goede stappen gezet. Daar is duidelijk te zien dat het er op papier goed uitziet, maar dat er wel enige ruimte voor verbetering is, met name in het kader van de implementatie. Ik sluit me aan bij de vraag over Servië. Premier Renzi van Italië zegt dat Albanië snel tot de EU moet toetreden. Dat mag uiteraard op geen enkele manier afbreuk doen aan de gestelde criteria. Ik hoop dat dat de insteek is van het gesprek dat in de Raad plaatsheeft. In het kader van de toetreding van potentiële kandidaat-lidstaten heeft Kosovo het stabilisatieakkoord getekend. Daarvan worden de eerste stappen gezet. In de brief wordt gesteld dat Bosnië en Herzegovina zijn brief al klaar heeft – ik hoor dat zojuist ook van de ambassadeur – en die binnen nu en afzienbare tijd opstuurt om het kandidaat-lidmaatschap aan te vragen. Hoe staat het kabinet daarin? Welke stappen heeft Bosnië volgens het kabinet genomen of moeten nog worden genomen om daar een positief antwoord op te geven?

De voorzitter: Waarschijnlijk vinden er om 15.00 uur stemmingen plaats in de plenaire zaal. Als dat zo is, horen we de bel. Dan kunnen de leden daar rekening mee houden en weten de mensen op de publieke tribune waarom we weggaan als de bel gaat.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Wij voeren dit debat tegen de achtergrond van de beslissing van de Europese Commissie zelf dat er de komende jaren geen landen of nieuwe lidstaten tot de EU zullen toetreden. Wij praten dus over de voortgang van het uitbreidingsproces, de onderhandelingen, de kandidatuur en wat dies meer zij. Ik vind het belangrijk om dat aan het begin van dit debat te memoreren, omdat het de piketpalen zijn die zijn geslagen, waar de SP het overigens zeer mee eens is. De EU moet naar zichzelf kijken. Wat is de stand van zaken in de EU? Is het wijs om uit te breiden als je je eigen huis niet op orde hebt? Bij mij thuis is het de gewoonte dat je dan geen gasten uitnodigt.

De voortgangsrapportages werden dit jaar drie weken te laat gepubliceerd. Het heeft er alle schijn van – ik weet niet of het volmondig is erkend – dat dat alles te maken had met de verkiezingen in Turkije. Het rapport over Turkije bevatte een dikke onvoldoende voor Turkije. Het beeld dat is ontstaan, is dat men liever de verkiezingen wilde afwachten, omdat het rapport anders invloed kon hebben op de verkiezingen. Wil de Minister daarop reageren? Als dat namelijk zo is, zitten we met een eigenaardige houding vanuit Europa. Het is niet in de haak om omwille van electorale redenen rapporten op te houden. Daarmee wordt invloed uitgeoefend op het democratische proces in Turkije. Turkije of Turkse partijen zouden dan terecht Europa kunnen beschuldigen van allerlei zaken die niet deugen. Ik wil hierop graag een helder antwoord van de Minister. De antwoorden zijn van belang vanwege de Turkije-deal inzake de vluchtelingen. Er wordt gemarchandeerd met Turkije en dat geeft bij de SP geen goed gevoel.

De voorzitter: In reactie op de heer Van 't Wout merk ik op dat we dit onderwerp al eerder bij andere algemeen overleggen hebben behandeld. De Minister heeft daarop gereageerd. Het staat de heer Van Bommel uiteraard vrij om te herhalen.

De heer Van Bommel (SP): We hebben steeds gezegd dat we er hier op zouden terugkomen. De mensen die het uitbreidingsproces op de voet volgen, zitten vandaag wel en toen misschien niet aan de buis gekluisterd. Daarmee moet toch rekening worden gehouden. Herhaling is soms de kracht van de goede boodschap.

We moeten de landen langs de lat van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) leggen. Sinds vorig jaar worden de westelijke Balkanlanden langs de lat van het SGP gelegd. Ik heb daar vorig jaar tijdens het uitbreidingsdebat kritiek op gehad. Het is volgens de SP een duidelijk teken dat de kandidaat-lidstaten zo worden klaargestoomd voor verdergaande economische financiële integratie en mogelijke toekomstige deelname aan de euro, terwijl een oplossing voor de problemen in die landen de hoogste prioriteit verdient. Tegen die achtergrond beschouw ik de eis van het Verenigd Koninkrijk om landen de mogelijkheid te geven om niet in het proces met de euro te gaan. Ik acht dat van groot belang. De SP zal de eis van het Verenigd Koninkrijk steunen. We weten dat er in nogal wat kandidaat-lidstaten enorme economische en financiële problemen zijn. Hoe ziet de Minister deze kwestie? Hoe ziet de Minister de balans tussen economische en politieke hervorming in die landen? Graag hoor ik een reactie van de Minister op de aanpak tot nu toe en hoe die uitpakt voor de kandidaat-lidstaten zelf.

In de nieuwe systematiek van de Commissie worden landen op basis van tien prioritaire thema's beoordeeld en in vijf schalen ingedeeld, met meer oog voor de state of play in de landen zelf. De Europese Commissie heeft daarbij een meer sturende rol gekregen. De SP-fractie is sceptisch over de aanbevelingen van de Commissie die daarmee gepaard gaan. Wat is het oordeel van de Minister over de nieuwe strategie en de rol van de Commissie? Acht de Minister het wenselijk dat de landenrapportages een politieker karakter hebben gekregen? Wat betekent in dit verband «politieker» precies? In hoeverre worden de andere Europese instellingen en de lidstaten bij het opstellen van de aanbevelingen betrokken? Wordt de lokale bevolking geraadpleegd? Hoe bindend zijn de aanbevelingen en hoe worden ze geëvalueerd?

Dan onontkoombaar: het vluchtelingenvraagstuk. Het is onduidelijk welke rol de vluchtelingenopvang precies speelt in het uitbreidingsplan. Worden er extra eisen gesteld? Zijn er aanvullende afspraken gemaakt of te maken? Kunnen landen extra punten scoren als zij zich ruimhartig opstellen? De deal met Turkije veronderstelt een nieuwe houding van Europa op dat punt.

Volgens Kati Piri, Turkije-rapporteur in het Europees Parlement, is het Koerdische vredesproces dood. Als Turkije op dit punt geen voortgang maakt, kan er ook geen voortgang worden gemaakt op democratisering in Turkije, aldus de rapporteur. Deelt de Minister die mening? Is hij bereid zich in te spannen voor een herleving van het Koerdisch vredesproces? Wanneer is de voortgang wat hem betreft geslaagd?

De EU heeft het imago om soms weg te kijken terwijl Turkije ernstige mensenrechtenschendingen pleegt en de persvrijheid met voeten treedt. De voorbeelden zijn legio en variëren van het oppakken van journalisten tot het blokkeren van de toegang tot YouTube, waarover het Europees Hof van de Rechten van de Mens onlangs een vernietigende uitspraak deed. Klopt dit imago volgens de Minister? Zo ja, deelt hij de mening dat die houding zich niet verdraagt met de fundamentele rechten die de EU juist moet beschermen, zeker wanneer het een kandidaat-lidstaat betreft? Zo nee, waar komt dit imago volgens de Minister vandaan?

De Minister van Europese Zaken van Turkije heeft gezegd dat het referendum in Cyprus eind maart een succes zal zijn en dat de eenwording van het land nieuwe kansen impliceert voor de integratie van Turkije in de EU. Deelt de Minister de mening dat de kans op een goede afloop inzake de relatie met Cyprus nog nooit zo groot was als nu? Wat is er van alle partijen nodig om dit politiek momentum daadwerkelijk te consolideren? Hoe vergevorderd zijn de gesprekken op dit moment?

In oktober is tussen de EU en Kosovo het stabilisatie- en associatieakkoord gesloten, wat tot spanningen tussen Servië en Kosovo leidde. Hiermee hing samen de overeenkomst die in augustus tussen Servië en Kosovo werd gesloten, waarbij Serviërs in het noorden van Kosovo meer autonomie kregen. Die deal zou onder druk van de EU zijn gesloten en heeft in Kosovo gezorgd voor interne spanningen tussen de regering en de oppositie. Hoe oordeelt de Minister over de gevolgen van het akkoord en de overeenkomst? Heeft de EU terugkijkend een constructieve rol gespeeld? Welke lessen vallen er volgens de Minister te leren?

Recentelijk is Montenegro uitgenodigd om tot de NAVO toe te treden. Gezien de spanningen in Oost-Europa vindt de SP-fractie een NAVO-lidmaatschap van Montenegro op dit moment onverstandig en ontijdig. Graag een reactie van de Minister hierop met betrekking tot de veiligheid in Montenegro als mogelijk gevolg van het NAVO-lidmaatschap.

Ik kom op Bosnië en Herzegovina. Het kabinet uit zijn zorg over het besluit van de Servische republiek om een referendum te organiseren over het gezag van de rechterlijke macht op staatsniveau. Een referendum zou in strijd zijn met de afspraken in het kader van het EU-toetredingsproces en het Dayton-akkoord. Welke feitelijke consequenties heeft het referendum? Welke sanctiemechanismen heeft de EU eventueel tot haar beschikking?

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Uitbreidingsonderhandelingen zijn een drukmiddel om de Europese ruimte van vrede, veiligheid, democratie, waarden en welvaart uit te breiden. De Kopenhagencriteria zijn daarbij uiteraard de harde leidraad – dat wordt deze weken voortdurend benadrukt – en de beste manier om onze waarden af te dwingen. We moeten de economische voordelen van het EU-lidmaatschap gebruiken om in de toetredende lidstaten op andere terreinen veranderingen te bewerkstelligen. De voortgang van de toetredingsonderhandelingen moet voorwaardelijk zijn aan harde toezeggingen om de dingen die wij belangrijk vinden te verbeteren en te versterken. Oftewel je moet er helemaal bij willen horen.

Ik begin met de timing van de landenrapportages, waarover alle andere collega's ook al spraken. De Europese Commissie heeft op 10 november, drie weken later dan oorspronkelijk was voorzien, het jaarlijkse EU-uitbreidingspakket gepubliceerd, bestaande uit de overkoepelende strategie en de individuele landenrapportages. De publicatie vond toevallig net na de Turkse verkiezingen plaats. De Europese Commissie heeft het uitstel nooit gemotiveerd. Kan de Minister alsnog aan de Commissie om een verklaring vragen voor deze opmerkelijke timing? De Minister lacht, maar ik vraag het toch. De vorige keer noemde de Minister het een procedureel puntje in het algemeen overleg. Het is zo gek niet dat ik het in navolging van mijn collega's vraag, want daar zijn algemeen overleggen voor. We willen het gewoon echt weten. De gehele Kamer wil het weten. Ik houd er nu over op. Ik wil dadelijk een antwoord. Ik vind het een serieus punt.

Turkije is de afgelopen tijd een veelbesproken onderwerp, omdat het land slecht presteert op een aantal cruciale onderdelen van de rapportage van de Commissie. Er is een negatieve trend op het gebied van de rechtsstaat. De Commissie signaleert ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering zelfs significante achteruitgang. Strafzaken tegen journalisten, schrijvers en sociale media zijn een serieus punt van zorg. Het Koerdisch vredesproces ligt stil. Sterker nog, het Koerdisch vredesproces is volgens de rapporteur mevrouw Piri zelfs dood. De negatieve trend op het gebied van de fundamentele rechten is verontrustend. Er worden momenteel deals gesloten over het tegenhouden en opvangen van vluchtelingen. We hebben het daar de afgelopen weken vaker over gehad. Hoe worden de rechten van vluchtelingen in Turkije gewaarborgd? Ik heb deze vraag letterlijk geknipt en geplakt uit de tekst van de Staat van de Unie van afgelopen maandag. Dat heb ik met meer vragen gedaan, omdat ik er nog geen antwoord op heb gekregen. Ik hoop dat de Minister in de gelegenheid is om de vragen nu wel te beantwoorden, evenals de vraag hoe hard de belofte is dat er perspectief voor deze mensen komt. Welke concrete maatregelen neemt Turkije om de sociaaleconomische situatie van de Syriërs te verbeteren? Dat is een duidelijk onderdeel van het pakket. Op welke manieren gaat Turkije dat hard maken? De Kamer is namelijk op zoek naar de hardheid van de deal. Graag hoor ik daarop een antwoord van de Minister.

Wat is de reactie van de Minister op het bericht van Amnesty International dat Turkije al maandenlang een Syrische vluchteling in detentie zou hebben op een Turkse luchthaven?

De Commissie hanteert een nieuwe benadering, waaronder de fundamentals first-benadering. Er ligt nadruk op zaken die in het hart van de Kopenhagencriteria liggen. Hoe is de fundamentals first-benadering van de Commissie in lijn te stellen met het flirten met het openen van hoofdstukken over de rechtsstaat? Je zou bijna denken dat een rechtsstaat geen fundamental is. Hoe ziet de Minister dat? Kan de Minister ingaan op de openingsbenchmarks met betrekking tot de rechtsstaathoofdstukken? Hoe zien die er precies uit? Kan de Minister garanderen dat ze onveranderd zijn met betrekking tot Turkije? Kan de Minister toelichten op welke wijze Turkije heeft voldaan aan de openingsbenchmarks op het gebied van democratie en de rechtsstaat? Als die informatie nu niet voorhanden is, is een schriftelijke toelichting wat mij betreft ook prima, maar we willen het wel graag weten.

We hebben het de afgelopen weken vaak over de EU-uitbreiding gehad. Het probleem dat ik daarbij had, is dat de positie van het kabinet enigszins ongrijpbaar lijkt te zijn. Men wil niet morrelen met de criteria en daarmee is het dan klaar, maar er wordt wel een beweging richting Turkije gemaakt. De Minister-President zei maandag dat er sprake is van nieuwe energie, zonder versnelling van toetreding. Later in het debat bleek dat Nederland op een ander gebied, namelijk de Passenger Name Record (PNR), in de Europese Raad ineens had ingestemd met iets waarvan de Kamer heeft gezegd dat dat niet kon. Wat is de Nederlandse positie in de Raad met betrekking tot de te openen hoofdstukken voor Turkije? Ik vraag dat, omdat we allemaal bang zijn voor dat marchanderen. Elke keer als een dossier achter ons ligt, moeten we daar genoegen mee nemen en is er wel degelijk gemarchandeerd. Dat wil ik graag voorkomen. Ik gebruik het PNR-voorbeeld, omdat het een hard bewijs is van marchanderen. Er wordt namelijk eerst gezegd dat men het niet doet en vervolgens wordt ermee ingestemd. Kan de Minister per te openen hoofdstuk de Nederlandse positie daarover toelichten?

Turkije is het actueelste land maar zeker niet het enige land op de agenda. Ik heb daarom nog een aantal andere vragen. Wat is de reactie op de Turkse deal van de andere kandidaat-lidstaten, de Balkanlanden, die ook worden overstroomd met vluchtelingen en die ook om Europese steun vragen? Wat is de reactie van Servië, Macedonië, Albanië en Montenegro op het feit dat de onderhandelingen met Turkije nieuwe energie wordt ingeblazen? De € 600.000 die Servië en Macedonië uit het Maatschappelijke transformatie (Matra)-programma krijgen voor projecten inzake migratie, staan in schril contrast met de 3 miljard euro voor Turkije. Ik hoor daarop graag een reactie van de Minister.

Hoe gaat het kabinet de Kamer informeren over het openen van onderhandelingshoofdstukken met al deze kandidaat-lidstaten? De Kamer blijft graag actief geïnformeerd.

De heer Bisschop (SGP): Voorzitter. Ik begin met wat poëzie: «Al omringt een stalen pantsermuur de westelijke horizon, ik heb een bastion in mijn hart vol van geloof. Je bent machtig, vrees niet. Hoe kan het tandeloze monster dat je «beschaving» noemt zo'n groot geloof wurgen?» Ik twijfel er niet aan of de Minister hierin het vierde couplet van het Turkse volkslied in vertaling heeft herkend. Het is een enigszins ronkende tekst, maar dat hoort een beetje bij volksliederen. Vandaag bespreken we, wellicht tot teleurstelling van de bewindspersoon, de uitbreiding van die Europese beschaving, in relatie tot het Turkse bastion. De SGP deelt de visie van de Europese Commissie – dat gebeurt niet vaak, maar deze keer wel – dat de EU-uitbreiding een investering is in vrede, veiligheid en stabiliteit in Europa. Althans, dat kan het zijn. Het kan evengoed een investering zijn in fundamentele instabiliteit en onrust. Dat is wat de SGP vreest bij de huidige uitbreidingsagenda. De veronderstelde transformatieve werking van eventuele toetreding tot de EU is namelijk allesbehalve vanzelfsprekend. Politieke, economische en maatschappelijke hervormingen in de acht potentiële lidstaten waar we het vandaag over hebben, vinden niet zonder meer plaats, omdat de EU nu eenmaal naar ze lonkt. Er is meer voor nodig. We hebben het dan – ik moet het toch zeggen – met name over Turkije.

Laten we om te beginnen de positieve elementen in de rapportage van de Europese Commissie bekijken. Ik beaam met de Commissie dat er voor 2020 geen nieuwe lidstaten kunnen toetreden. De SGP waardeert de uniformere schaalverdeling waardoor de meting en vergelijking van de voortgang van binnenlandse hervormingen worden verbeterd. De SGP steunt de hernieuwde focus op de grondbeginselen, zoals de rechtsstaat, de grondrechten, de economische ontwikkeling en de democratische instellingen. Welke invloed heeft de focus op de grondbeginselen voor het al dan niet openen van onderhandelingen met Turkije op het gebied van de rechtsstatelijkheid (hoofdstuk 23 en 24)?

Dan is het nu hoog tijd voor een kritischer noot. De Europese Commissie is te eenzijdig gericht op het perspectief van toetreding tot de EU. In de context van de Europese integratie zien we een toenemende differentiatie. Lidstaten kiezen voor uitzonderingsregelingen en overgangsbepalingen. Binnen het EU-uitbreidingshoofdstuk is een vergelijkbare flexibiliteit mogelijk en nodig. Voor bepaalde landen is nauwere samenwerking tussen de EU en een niet-EU-lidstaat afdoende, of zelfs het hoogst haalbare. Voor sommige kandidaat-lidstaten moeten we concluderen dat hoewel ze aan bepaalde criteria voldoen, ze niet bij de Unie passen vanwege met name culturele verschillen.

De heer Verhoeven (D66): De heer Bisschop zei dat de EU te eenzijdig is gericht op uitbreiding. Waar baseert hij dat op?

De heer Bisschop (SGP): De gesprekken en de rapportage over de acht potentiële lidstaten hebben als eindstation nog steeds de toetreding tot de EU. Waarom zou je toetreding als eindstation kiezen? Je kunt via allerlei vormen van associatie tot samenwerking met de huidige EU of een afgeslankte EU komen en elkaar wederzijds tot voordeel en nut zijn. De politieke focus is vanuit het verleden tot op de dag van vandaag te zeer eenzijdig gericht op uitbreiding van de EU. Het kan ook anders.

De heer Verhoeven (D66): Er bestaan hierover evident inhoudelijke verschillen, maar vindt de heer Bisschop het reëel dat je tegen een kandidaat-lidstaat zegt, met een heel grote streep onder kandidaat, dat toetreding uiteindelijk niet mogelijk is?

De heer Bisschop (SGP): De boodschap richting de kandidaat-lidstaat is altijd al geweest dat hij aan een aantal voorwaarden moet voldoen. We worden binnen de EU momenteel geconfronteerd met een buitengewoon verwarrende situatie. Dat moet binnen de EU tot een grondige herbezinning leiden. Kiest de EU met de alsmaar verdere uitbreiding van de EU voor een goede route? Of moet de EU zeggen: we streven naar een gedifferentieerd samenspel van een aantal kernleden, een aantal leden daaromheen en een aantal leden in de derde ring en zijn bereid tot herstructurering van de EU? Dat is de realiteit die zich vandaag aandient betreffende de EU-politiek.

Mevrouw Maij (PvdA): De voorzitter keek een beetje streng, maar ik wil hier toch graag op doorgaan. Volgens de heer Bisschop kijkt de Commissie in de rapportages heel erg naar het kandidaat-lidmaatschap. Daar gaan de rapportages ook over, dus het zou opmerkelijk zijn als de Commissie met andere dingen bezig zou zijn dan met het toetredingsproces, het kandidaat-lidmaatschap of het potentiële kandidaat-lidmaatschap. Het kandidaat-lidmaatschap is nu eenmaal het onderwerp van de rapportages. Het punt is echter wel valide. De heer Verhoeven betoogde: stel dat je met een land dat een kandidaat-lidstaat is in gesprek bent over het voldoen aan de criteria. Dat zijn er niet zomaar een paar, het zijn er heel veel. Ze zijn ook best ingewikkeld om aan te voldoen. Als je dan van tevoren al aangeeft dat het niet zo heel veel uitmaakt, stimuleer je dan bij die landen niet een enorme fatigue en enigszins onbegrip? Het is een soort bewegend doel waar ze naartoe moeten gaan. Het doel is in eerste instantie het voldoen aan dat volledige acquis.

De heer Bisschop (SGP): Dat is een heel reële vraag. Ik heb het punt aangesneden, omdat de omstandigheden binnen Europa en binnen de EU zijn veranderd. Er is de laatste jaren een gigantische spanning binnen de EU. Mijn suggestie is om ook andere opties in ogenschouw te nemen in plaats van voort te gaan op de automatische piloot enkel richting lidmaatschap of enkel richting toetreding. Er zijn alternatieven voor een bepaalde relatie met de EU zonder dat het eindstation per se lidmaatschap is.

De voorzitter: Ik schors de vergadering vanwege stemmingen in de plenaire zaal. De Kamerleden worden geacht daar aanwezig te zijn. In de tussentijd kan de Minister zich voorbereiden op de beantwoording.

De vergadering wordt van 14.58 uur tot 15.14 uur geschorst.

Mevrouw Maij (PvdA): Ik ga door op het element fatigue bij de kandidaat-lidstaten. Er ligt een aantal blokkades op het openen van hoofdstukken die enigszins politiek gemotiveerd zijn vanuit de Europese lidstaten. De heer Bisschop zegt dat we op een andere manier met de potentiële kandidaat-lidstaten aan de slag kunnen. Dat ondermijnt onze eigen betrouwbaarheid in de wijze waarop wij zo'n proces ingaan. Hoe ziet de heer Bisschop het punt van betrouwbaarheid, wat de SGP toch ook zeker belangrijk vindt?

De heer Bisschop (SGP): Dank voor de vleiende woorden. Ik hoop dat de SGP als betrouwbare partner te boek blijft staan. Ik denk dat dat het geval kan zijn. De eerste contacten over uitbreiding van de EU met de acht kandidaat-leden dateren al van jaren geleden. Het zijn langlopende processen. Terecht. Er wordt terecht gekeken naar een aantal eisen waaraan een land moet voldoen. Ondertussen is de situatie, de context waarbinnen we de gesprekken voeren, drastisch veranderd, met name wat betreft de positie en de samenhang van de EU zelf. Mijn pleidooi is om dat woorden te geven en te benoemen. In het beleid moet nadrukkelijk worden nagedacht of we per se moeten toewerken naar uitbreiding van de EU, dus enkel de variant toetreding tot de EU. Moeten we niet serieus naar alternatieven kijken en een aantal eindstations definiëren voor de wijze waarop men aan de EU kan worden gelieerd? Er zijn landen die op termijn kandidaat-lid worden of lid kunnen worden van de EU. Je kunt een differentiatie in eindstations definiëren. Dat gebeurt momenteel ook al. Er zijn EU-landen waarvoor uitzonderingsbepalingen gelden waardoor ze een andere status hebben, zoals Engeland en Denemarken. Ze zijn volledig EU-lid, maar doen niet aan alles mee. Dat geldt voor Denemarken bijvoorbeeld heel duidelijk ten aanzien van de vluchtelingenproblematiek. Naar onze overtuiging moet er ruimte in het EU-beleid worden ingebouwd, zodat er differentiatie komt in de wijze waarop men participeert in of gerelateerd is aan de EU, om de vitaliteit van de EU, de vitaliteit van het continent Europa, zo goed mogelijk te dienen.

De heer Verhoeven (D66): Differentiatie en de verschillende snelheden zijn prima discussiepunten. We moeten dit soort vraagstukken zeker bespreken. Binnen het kader van dit algemeen overleg wil ik de heer Bisschop vragen naar een mogelijke consequentie van zijn uitlatingen. Vindt de SGP dat de status van kandidaat-lidstaten moet worden afgebroken, gezien de redenering van de heer Bisschop over hoe het anders zou moeten? Wil de SGP stoppen met de vier kandidaat-lidstaten, omdat het eindstation lid worden volgens hem nooit wordt gehaald?

De heer Bisschop (SGP): Ik ga niet in op de individuele posities van alle acht landen waarover is gerapporteerd. Ik wil alle ontwikkelingen en de positie van de landen zelf, oftewel de interne huishouding van de landen zelf, opnieuw tegen het licht houden en bekijken vanuit het perspectief van de opgave die de EU recentelijk nieuw op tafel heeft gekregen. Vandaar maken we een nieuwe afweging over waar we in de doorontwikkeling van de relatie met de landen uiteindelijk naartoe gaan. Dat moet in goed overleg met de landen worden gedaan, want de EU dient een betrouwbare partner te zijn. Ik realiseer me dat het een moeilijke en lastige weg is, maar het is naar mijn overtuiging wel een noodzakelijke weg wil je de EU of Europa toekomstbestendig maken.

De heer Verhoeven (D66): Dus in tegenstelling tot de lijn: je bent kandidaat-lidstaat, je moet aan een aantal criteria voldoen en zolang je daar niet aan voldoet, word je geen lidstaat, zegt de SGP dat we de status van de kandidaat-lidstaten moeten heroverwegen. We moeten tegen die landen zeggen dat ze wat ons betreft geen kandidaat-lidstaat meer zijn, maar een land dat misschien op een aantal punten met Europa mag meedoen in een derde ring?

De heer Bisschop (SGP): Ja. Dat is wat mij betreft een goede samenvatting, maar dan moeten wel eerst de criteria voor een derde ring en een tweede ring zorgvuldig zijn gedefinieerd. Dat spreekt vanzelf.

De financiële en politieke ondersteuning van potentiële lidstaten waar vluchtelingen of migranten ongehinderd binnenstromen door falende grensbewaking, staan voor de SGP niet ter discussie. Dat geldt ook voor de derde-ringlanden die hulp nodig hebben. De EU kan afspreken dat die landen daarop aanspraak kunnen maken. Toetreding tot de EU en haar vrijheden zal echter al te gemakkelijk kunnen leiden tot meer chaos, onvrijheid en juist onveiligheid. Wij hebben dat nooit verheeld.

Ik ga tot verdriet van de bewindspersoon toch weer over Turkije beginnen. Ik hoop dat de inhoud troostrijk genoeg is. De toetredingsgesprekken met Turkije zijn de SGP een doorn in het oog. De Commissie wil onder voorwaarden volgend jaar nog acht nieuwe hoofdstukken openen, maar het autoritaire Turkije past niet in de EU. De SGP was destijds kritisch over de toetreding van Griekenland tot de Unie. In alle bescheidenheid: laat dat standpunt een baken in zee zijn. De SGP is meer nog dan over Griekenland bezorgd over de politieke en economische gevolgen van Turkse toetreding. Het lijkt erop dat de Europese Commissie weinig heeft geleerd van het verleden. Hoe gaat de Minister de grote politieke en maatschappelijke bezwaren tegen de toetreding van Turkije een stem geven in de relevante Europese gremia?

Ik sluit af met een treffende zin uit een recent opinieartikel in de Volkskrant. «De EU slaat met Turkije nu een weg in die geplaveid is met grote principiële obstakels.» Daar wil ik het graag bij laten.

Minister Koenders: Voorzitter. Hartelijk dank aan de Kamerleden voor de vragen die in de eerste termijn zijn gesteld. Dit is jaarlijks een belangrijk debat. Om te beginnen sluit ik mij aan bij de heer Van Bommel. Het is niet zozeer dat er rust zit in het debat. Er zijn uiteraard discussies over de precieze voortgang. Gaan we hoofdstukken openen? Wat is de volgende stap? Of is er geen volgende stap? In de volgende vier jaar is er in elk geval geen uitbreiding voorzien, zoals eerder vorig jaar in de Kamer ook is gezegd. Daarover is in de Kamer volgens mij geen verschil van mening. Het betekent niet dat we op onze lauweren moeten rusten. Misschien moeten we juist heel goed kijken naar wat we precies doen. Wat is de absorptiecapaciteit van de EU? Wat is de positie van de verschillende kandidaat-lidstaten? Hoe kijken we daartegenaan? Ik wil niet zeggen dat het rust geeft, maar het geeft ons wel even een moment van reflectie om op die vragen voort te borduren. Er is vandaag op zich geen principieel punt, afgezien van het feit dat een aantal fracties, waaronder de SGP-fractie, zojuist zegt dat er wellicht kandidaat-lidstaten zijn, die door een Kamermeerderheid ook als zodanig zijn geaccordeerd, die een andere status willen. Dat is iets wat het kabinet niet wil. Er zijn afspraken gemaakt. Al deze landen hebben een helder afgesproken verklaard toetredingsperspectief. Daar komen we niet op terug. Die afspraak staat. Of de landen uiteindelijk toetreden, is iets heel anders. Daar praten we vandaag over. Daarvoor hebben we, zoals de Kamer bekend is, een aantal criteria: de Kopenhagencriteria, strikt en fair. Die criteria zijn onderdeel van het debat van vandaag. Onderhandelingen zijn per definitie processen met een open einde. Het proces van IJsland zit bijvoorbeeld in de ijskast, in dit geval meer om redenen van IJsland dan om redenen van de EU.

Even voor de helderheid van het debat vandaag: het standpunt van het kabinet is geen uitbreiding tot 2020. We voeren een helder debat over de voortgang. De Kamer heeft een zeer groot aantal vragen gesteld. Ik hoop ze allemaal naar tevredenheid te beantwoorden. Misschien moet ik vrij kort antwoorden, omdat er zo veel vragen zijn.

Ik begin met de algemene problematiek. Hoe gaan de Commissie en wij om met de nieuwe manier van rapporten bekijken ten aanzien van de verschillende uitbreidingslanden? Wat is het voordeel? Naar mijn smaak is de nieuwe manier politieker geworden. Niet in de zin van voor of tegen of partijpolitiek, maar wel helderder over wat de Kamer ook een prioriteit vindt aangaande de kandidaat-lidstaten, namelijk rechtsstaat, corruptie en persvrijheid. De Kamer heeft dat vandaag ook verwoord. Ook elementen met betrekking tot de economische ontwikkeling die de heer Van Bommel noemde, zijn beter, helderder, in vrij eerlijke, duidelijke taal naar voren gebracht voor de Kamer en de bevolking in de landen zelf.

Ik wil nog iets zeggen over twee elementen uit de algemene problematiek, betreffende de persvrijheid en de migratie. Daarnaast wil ik de vele vragen beantwoorden die zijn gesteld naar aanleiding van de verschillende landensituaties.

Ik heb zojuist iets gezegd over de algemene encadrering van het uitbreidingsbeleid. Het beleid is strikt ten aanzien van de criteria. Er moet zonder mitsen en maren worden voldaan aan alle zware en veeleisende voorwaarden. Landen hebben zelf de verantwoordelijkheid hieraan te voldoen. Fair betekent dat de landen met advies, technische assistentie en financiële steun terzijde worden gestaan. Wanneer een land aan de voor een volgende stap gestelde eisen heeft voldaan, gaat de EU verder om eventueel verdere hoofdstukken te openen of verdere besluiten te nemen. Het is een vrij controleerbaar proces, strikt en fair met een open einde. Deze positie is inmiddels door de jaren heen, mede door de druk die de Kamer op het Nederlandse kabinet heeft uitgeoefend, door de Commissie omarmd en in de Raad gemeengoed geworden. Vandaar dat de lat hoger is komen te liggen. Structurele, duurzame hervormingen staan centraal ten aanzien van de rechtsstaat, het economisch bestuur en het openbaar bestuur. Dat gaat verder dan alleen de wetgeving. Het gaat niet alleen over de kwaliteit van wetgeving, maar ook over de uitvoering. Het toetredingstraject duurt daardoor al veel langer dan in het verleden het geval was. Dat lijkt mij overigens terecht. Nieuwe lidstaten moeten de Unie versterken. Onderdeel van het toetredingsperspectief is de absorptiecapaciteit van de EU zoals die nu bestaat. We kunnen nogmaals het debat voeren over de vraag of de uitbreiding van de EU verstandig is of niet. Ik wijs er echter op dat het Nederland geen windeieren heeft gelegd in termen van stabiliteit en economische groei. De transactiekosten van besluitvorming zijn in een Unie van 28 landen overigens hoger. Dat neemt niet weg dat we het proces aangaan, zoals we hebben gezegd, met inachtneming van alle aspecten van de Kopenhagencriteria.

Er is een nieuwe rapportagesystematiek. De Kamer heeft daar vragen over gesteld. De Commissie laat met het uitbreidingsbeleid voor de resterende periode van haar mandaat zien dat ze de boodschap heeft begrepen. Het toetredingsproces is gebaseerd op conditionaliteit, vastgestelde criteria, lessen uit het verleden en het principe van eigen verdiensten. De Kamerleden hebben kunnen lezen dat de Commissie niet alleen naar de voortgang in het afgelopen jaar kijkt, maar ook naar waar de landen staan ten aanzien van de toetredingsvereisten in het algemeen. Het is daardoor voor de Kamer veel inzichtelijker geworden. Het maakt de voortgang inzichtelijker, transparanter en meetbaarder. De vereisten worden in de desbetreffende landen besproken en zijn vergelijkbaarder geworden. Er zijn acht prioritaire thema's benoemd. Dat betekent niet dat de andere niet worden meegenomen, maar ze zijn van belang om te laten zien waar het land staat. Er zijn duidelijke, transparante aanbevelingen. Dat is niet alleen nuttig voor de landen in kwestie, maar ook voor allerlei maatschappelijke actoren in de landen om hun regeringen zo beter bij de les te kunnen houden. De focus ligt naar tevredenheid op de kernpunten van het toetredingsproces: de rechtsstaat, de economie en het bestuur. Dat zijn de drie pijlers die een land op orde moet hebben, wil het zich geloofwaardig voorbereiden op toetreding tot de EU. Dat is de kern van de stand van zaken in de voortgangsrapportages. De voortgangsrapportages schetsen een duidelijker beeld over de individuele landen dan vroeger. Er worden verschillende beelden geschetst. Neem een land als Servië. Dat heeft de hervormingsagenda daadkrachtig opgepakt. Er is een groot aantal wetten aangenomen, er zijn actieplannen opgesteld, er is uitvoering gegeven aan de hoofdstukken 23 en 24 inzake de rechtsstaat, die onder het Nederlands voorzitterschap mogelijk kunnen worden geopend. Ik kom straks nog even terug op de vraag over de benchmarks en de vraag hoe het proces verloopt. Ik wil er in verband met de kritische noties in de Kamer op wijzen dat de hervormingen voor Nederland van enorm belang zijn. Dat zeg ik mede richting de PVV-fractie, die daarover een totaal andere opvatting heeft, ook ten aanzien van de EU. Zaken als criminaliteitsbestrijding en migratie zijn essentieel en worden door dit type hervormingen aangepakt. Dat is van direct belang voor de stabiliteit in Nederland. Ik veronachtzaam die dingen niet. Veel mensen maken zich momenteel zorgen over dit soort zaken. Het is in het kader van de gemaakte afspraken van belang dat een ring van stabiliteit om Europa heen de belangen van Nederland en Nederlanders versterkt. Het is heel gemakkelijk om te zeggen dat we daar allemaal niets mee te maken hebben en dat het allemaal rotlanden zijn. Ik heb dat onlangs nog in een aantal filmpjes mogen zien. Dat helpt de Nederlandse burger weinig verder en doet de ogen sluiten voor een aantal punten die vooral Nederlandse burgers aangaan. Ik denk aan criminaliteitsbestrijding en aan een aantal punten die te maken hebben met corruptiebestrijding. Gezien de verbindingen met een aantal landen is het heel belangrijk dat de hervormingen plaatsvinden.

De heer Beertema (PVV): Ik verbaas me enigszins over het element van de criminaliteitsbestrijding. Ik moet daarbij denken aan een uitspraak van de tweede man van de Nationale Politie. Hij zegt dat de inzet van politiemensen bij criminaliteit op straat en zelfs bij overvallen geen prioriteit meer heeft. De politie is namelijk ongelooflijk druk met alle gevolgen van de multiculturele samenleving zoals we die momenteel meemaken in de asielzoekerscentra, op straat en dergelijke, die in goede banen moeten worden geleid. Ik heb het niet over zomaar een diender op straat die de uitspraak deed, maar over de tweede man van de Nationale Politie. Hij zegt dat de politie geen capaciteit heeft en dat de capaciteit naar de gevolgen van de multiculturele samenleving gaat. Als iemand op straat wordt overvallen en de dader herkent, dan nog kan de politie niets doen, want ze heeft geen capaciteit. Onze kiezer ziet niet het beeld dat de Minister van de criminaliteitsbestrijdingsvorderingen schetst. Die hoort het andere verhaal.

Minister Koenders: Ik weet niet of uw kiezer dat zo ziet. Kennelijk weet de heer Beertema dat heel goed. Ik zou zelf altijd een beetje oppassen om te spreken namens alle mensen die je kent. Ik doe dat in elk geval niet. Diezelfde politie, waar ik regelmatig mee te maken heb, wijst vooral op het grote belang van het aanpakken van de internationale netwerken van misdaad en criminaliteit, ook in Nederland. Financiële wanverhoudingen of corruptie, misdaad of elementen die te maken hebben met mensenhandel kunnen alleen worden aangepakt als er daadwerkelijk hervormingen plaatsvinden in een aantal landen om Europa heen. Criminaliteitsbestrijding is in elk geval een van de elementen die een grote rol speelt. De heer Beertema komt er echt niet met goedkoop populisme. We moeten gezamenlijk een weg inslaan die daadwerkelijk veranderingen creëert voor de mensen in Nederland. Dat doet het Nederlandse kabinet niet vanwege een soort vaag verhaal over internationalisme. Het kabinet hecht een groot belang aan een aantal problemen waar de Nederlandse burgers direct mee te maken hebben. De heer Beertema weet net zo goed als ik dat er vaak internationale vertakkingen zijn. Die moeten in samenspraak met een aantal landen in onze omgeving worden aangepakt. Hervormingen in die landen zijn essentieel, zonder nog over toetreding te praten. Gaat dat van de ene dag op de andere? Het antwoord is uiteraard nee. Vandaar dat de Kamer met het kabinet de rapporten bespreekt over de wijze waarop het anders, beter, met nog meer incentives en op een nog betere manier zou kunnen.

De heer Beertema (PVV): De vorderingen in de verbeteringen in die landen gaan te langzaam en te traag. Intussen staan de grenzen al jaren wijd open. Die wijd open grenzen hebben ontzettend veel criminaliteit uit Oost-Europa hierheen gebracht, ook vanuit Turkije. Ik wijs het af dat de Minister mijn betoog wegzet als goedkoop populisme.

Minister Koenders: Als ik de heer Beertema zo hoor, wil ik wat ik zei nog wel verder verscherpen. Het is niet alleen goedkoop populisme, het is simpelweg onwaar. De heer Beertema weet net zo goed als ik dat het sluiten of niet sluiten van grenzen, even afgezien van op welke wijze je dat moet doen, losstaat van elementen als grensbewaking, screening en het aanpakken van criminele netwerken. Een kind weet dat je moet samenwerken met andere landen die zich hervormen. We zijn samen een politiestructuur en anticriminaliteit- en een anticorruptiestructuur aan het bouwen waarin Nederland een zeer groot belang heeft. Ik heb het wel een beetje gehad met de goedkope verhaaltjes die de heer Beertema elke dag tegen mij ophangt, zoals afgelopen maandag en vorige week. De heer Beertema zegt dat hij weet hoe het moet worden opgelost. Ik heb daarvan geen enkel instrumenteel voorbeeld gezien. De heer Beertema stuurt filmpjes die suggereren dat Turkije niet goed is en dat het allemaal slecht is in de rest van de wereld. Die filmpjes hebben echter erg weinig consequenties voor degenen die in Nederland willen dat de criminaliteit en de corruptie worden aangepakt. Er zijn kansen voor economische groei en werk in de regio om Europa heen. Dat moet eens goed naar voren worden gebracht. Het is mij net iets te gemakkelijk om in een middag de rest van de wereld af te schrijven en te zeggen dat het in Nederland allemaal goed is en dat de capaciteitsproblemen bij de politie te maken hebben met het feit dat we met andere landen met onderhandelingen bezig zijn.

De heer Beertema (PVV): Ik constateer dat ons idee om de grenzen te bewaken wel wordt overgenomen door Slovenië en Oostenrijk. Zelfs Duitsland, een van de belangrijkste partners van de EU, heeft pogingen gedaan om de grenzen te bewaken. Ik constateer dat de Minister er niets van wil horen. Hij zegt dat een kind begrijpt dat dat allemaal niet gaat helpen. Kennelijk zijn er andere kinderen in Europa die dat wel vinden. Het is jammer dat de Minister van Buitenlandse Zaken de belangen van de burgers van zijn eigen land zo slecht bedient.

Minister Koenders: Ook dat is weer volstrekt onjuist. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb juist gezegd hoe belangrijk de externe grensbewaking van Europa is, hoe de Nederlandse regering bijdraagt aan de versterking daarvan en hoe wij zelf in Nederland een aantal grenscontroles hebben verscherpt. Daar ligt het verschil van mening helemaal niet. Het ging er juist om of wij bereid zijn om de problemen bij de wortel aan te pakken, om samen te werken met een aantal landen om ervoor te zorgen dat we een aantal zaken aanpakken waarover Nederlanders zich terecht zorgen maken. We houden inderdaad een verschil van mening, zeg ik tegen de PVV-fractie, maar het leek mij juist om in elk geval van mij uit een antwoord te geven op de interventie van de heer Beertema.

Bij de toetredingsonderhandelingen en bij de hoofdstukken is het glas op een aantal punten altijd halfvol of halfleeg. Er wordt kritisch en objectief naar gekeken, zodat we over de feiten spreken en niets hoeven te zeggen wat niet waar is en wat niet goed is. Er is ook een aantal positieve ontwikkelingen benoemd. Het beleid is strikt en fair. Ik wil het zo zakelijk mogelijk houden.

Ik wil een algemene opmerking maken over de nieuwe systematiek van het uitbreidingspakket. De landenrapporten zijn korter en politieker en leggen meer de nadruk op wat landen nog zouden moeten doen om lid te worden. Het is uiteraard hun eigen soevereine besluit hoe ze daarmee willen omgaan. De Commissie hanteert vijf schalen, zowel voor de voortgang in het afgelopen jaar als de mate waarin een land is voorbereid op de lidmaatschapsverplichtingen. Die vijf schalen zijn: achteruitgang, geen voortgang, enige voortgang, goede voortgang en zeer goede voortgang. Zo kan er gemakkelijker worden afgetikt. Dat is nog niet zo eenvoudig, maar het is wel belangrijk. Vervolgens wordt een aantal criteria gehanteerd. Ten eerste criteria die te maken hebben met de politiek: rechterlijke macht, strijd tegen de corruptie, strijd tegen de georganiseerde misdaad, vrijheid van meningsuiting en hervorming van het openbaar bestuur. Ten tweede een aantal economische criteria die te maken hebben met de mogelijkheid om te functioneren in een interne markt en een Europese economie, zoals concurrentievermogen. Daar zitten overigens altijd overgangstermijnen aan, zeg ik tegen de heer Van Bommel. Ten derde de toenadering tot de EU-standaarden, die te maken heeft met dingen die het kabinet belangrijk vindt als je verdergaat met de onderhandelingen, zoals statistiek en financiële controle. Het kabinet verwelkomt de toegenomen helderheid en transparantie en de nadruk op die punten.

De heer Verhoeven heeft mij een aantal vragen gesteld over de nieuwe rapportagesystematiek. Ik vind de nieuwe rapportagesystematiek positief. De Commissie durft iets meer stelling te nemen. Dat betekent niet dat we dat allemaal hoeven te aanvaarden. Laat daar geen misverstand over bestaan. Het is niet de Commissie die regeert, maar een samenstel van instellingen. Nederland is altijd betrokken bij eventuele verdere stappen die worden genomen. Er is een aantal punten genoemd die specifiek van belang werden geacht, bijvoorbeeld de persvrijheid. Daarvoor zitten een aantal bilaterale programma's in het Matra. Mevrouw Maij had daar een vraag over. Ondersteuning van de persvrijheid in de kandidaat-lidstaten is staand beleid. Dat doen we via het Matra-programma. Daarvan zijn genoeg voorbeelden, zoals de Wet op vrijheid van informatie in een aantal landen, zoals Servië en Montenegro, of de Freedom Online Coalition (FOC), waarbij het vooral gaat over elementen die met vrijheid van internet te maken hebben. Wij zetten dat programma voort. Ik heb daar eerder tijdens de begrotingsbehandeling over gesproken. Ik deel de zorgen over de persvrijheid in veel kandidaat-lidstaten. We moeten richting de uitbreidingslanden duidelijk zijn dat persvrijheid een essentiële, fundamentele waarde van de Unie is. Ik vind het terecht dat de lat op dit punt hoog ligt. Binnenkort krijgen we de conclusies van de Raad. We moeten daar nog politiek over beslissen. De boodschap aan niet alle maar aan veel kandidaat-landen moet zijn dat de persvrijheid een essentieel element is. Het kan niet zo zijn dat financiële of financieel-politieke beïnvloeding van de pers dominant wordt, waardoor de vrijheid van meningsuiting via de pers niet de kwaliteit heeft die een kandidaat-lidstaat, of een lidstaat in de toekomst zou moeten hebben. Er speelt echter een aantal dingen, zoals de traditie van de landen. Daar wil ik even aandacht voor vragen. Het is heel gemakkelijk om een lijstje erbij te houden. Dat is uiteraard essentieel voor strictness en fairness. Er moet echter ook worden gekeken naar het belang van de veranderingen in de economische structuur van de vaak eenpartijregimes, waarvoor een prijs is betaald. De pers heeft te maken met gebrek aan capaciteit en ervaring en soms met gebrek aan een goede financiële structuur.

Mevrouw Maij (PvdA): Dank aan de Minister voor het opnieuw benadrukken van het maatschappelijk transitieprogramma van het Ministerie van Buitenlandse Zaken om de persvrijheid te helpen ondersteunen. Hoe kan de structuur bij de maatschappelijke organisaties niet alleen aan de gouvernementele kant maar vooral aan de andere kant beter worden ondersteund? Die organisaties moeten ook worden ondersteund. Hoe kunnen we in lijn met de motie van afgelopen maandag ervoor zorgen dat in het IPA-programma maatschappelijke organisaties worden ondersteund die kritisch naar overheden kijken, nog los van de journalistenclubs? Het papier is hierbij geduldig, maar het moet in de praktijk gebeuren.

Minister Koenders: Mevrouw Maij heeft volstrekt gelijk. Het is bij de ondersteuning, zowel bilateraal als via de fondsen van de EU, belangrijk dat niet de regeringsprogramma's worden ondersteund maar de niet-gouvernementele organisaties, de organisaties voor de vrijheid van de pers en de watchdogs richting de media. Mevrouw Maij had daarbij een vraag over het preaccessie-instrument. Ik wil daarover een algemene opmerking maken en een specifieke over de pers. De IPA-fondsen zijn belangrijk bij de voorbereidingen op het gebied van rechtsstaat, media en anticorruptie. Er is een prestatie-element ingebracht. Daarnaast wordt gemonitord en gecontroleerd of het geld goed wordt uitgegeven en of aan de bedoelde effecten wordt voldaan. Ook wordt, zoals bij andere programma's, het principe van «more for more, less for less» gehanteerd. Bij goede prestaties kan extra geld worden geleverd, maar bij ernstig onderpresteren kan worden besloten te korten. Je zou kunnen zeggen dat de resultaten op rechtsstaatgebied extra zwaar moeten wegen en dat de IPA-steun afhankelijk is van de voortgang op de belangrijke punten inzake rechtsstaat en persvrijheid. Deze strijd is momenteel in gang en is nog niet gestreden. Die discussie is hier eerder aan de orde geweest. De Kamer kent onze positie over Turkije. Ik ben volgens mij de Minister die het vaakst de Turkse ambassadeur op bezoek heeft gehad. De gesprekken gingen ook over het element persvrijheid. We wilden destijds een korting op het geld, juist vanwege het gebrek aan IPA-gelden in het algemeen. We probeerden een meerderheid te vinden. Er moet nog naar twee elementen worden gekeken, naast het element persvrijheid. Er is op zich een lichte reductie van de totale IPA-omvang voor alle kandidaat-lidstaten. Er wordt meer naar performance gekeken. Als je op de zojuist genoemde punten beter presteert, krijg je meer geld en anders minder. De primaire doelstelling wordt de voorbereiding op de hoofdstukken 23 en 24, inzake versterking van de rechtsstaat. Dat is de lijn van het Nederlandse kabinet, een lijn die meer steun krijgt. Die lijn zet ik volgende week en de weken daarop opnieuw voort. Dat heeft al geleid tot een aantal consequenties. Er werd iets gevraagd over de IPA-gelden en Turkije. Het is misschien goed om te weten dat Turkije het land is dat per capita verreweg het minste IPA-toetredingsgelden krijgt. Er is hier en daar gekort voor de periode 2014–2020. De belangrijkste overweging om niet verder te reduceren, is omdat het al zo laag zit, verreweg het laagste van alle kandidaat-toetreders. Er is, op verzoek van Nederland, juist een toename van 20% van de middelen voor rechtsstaat en mensenrechten. Dat gaat uiteraard ten koste van wat anders, zoals de economie en de infrastructuur. Je moet keuzes maken en de zaak prioriteren, mede in het licht van de wensen van de Kamer.

Mevrouw Maij (PvdA): Nog even kort over het «more for more, less for less»-principe bij de IPA-middelen. Het voorstel van de PvdA was om als er minder financiële steun aan de overheid wordt gegeven omdat het minder goed gaat, er meer steun aan maatschappelijke organisaties zou kunnen worden geboden, met name met betrekking tot de rechtsstaat.

Minister Koenders: Deels kan dat en is dat ook al zo. Deels zie ik het als een oproep van mevrouw Maij om dat verder te versterken.

Nog even over het algemene punt van de IPA en migratie. Er werd gevraagd of die € 600.000 alleen voor de Balkan is. Turkije en de westelijke Balkan worden bij migratiegerelateerde zaken ondersteund, met name op het belangrijke punt van grensbeheer, zeg ik tegen de heer Beertema van de PVV-fractie die daar zojuist de nadruk op legde. De fondsen moeten op migratiegerelateerde zaken worden ingezet, zodat de effectiviteit wordt vergroot. Er zijn daarvoor bedragen ingeboekt voor Turkije, maar ook voor de landen in de westelijke Balkan zoals Servië, Macedonië, Bosnië, Montenegro, Albanië en Kosovo, zeg ik tegen de heer Verhoeven. De migratiestroom die door de Balkan gaat, laat een enorme problematiek zien. De problematiek van Griekenland schuift langzaam op naar de Balkan. Het is essentieel dat samenwerking met de regio goed wordt vormgegeven, zodat we gezamenlijk tot een effectievere politiek kunnen komen inzake gezamenlijk grensbeheer, selectie, screening en herplaatsing.

Ik ga verder met een aantal punten die te maken hebben met de verschillende landensituaties die de Kamer aan de orde heeft gesteld.

De heer Verhoeven (D66): Ik had nog een vraag gesteld over de benchmarks. Die leek mij te horen in het vorige blokje.

Minister Koenders: Kunt u dat toelichten?

De heer Verhoeven (D66): Ik had gevraagd of de Minister kan ingaan op de openingsbenchmark.

Minister Koenders: Dat gaat over Turkije. Daar kom ik nog op terug.

De heer Van 't Wout (VVD): De Minister zegt dat hij nu overgaat op de specifieke landensituaties. Ik had nog enkele algemene vragen gesteld over de stabiliteit in de Balkan, maar wellicht zit de beantwoording daarvan bij de specifieke landensituaties. Daarnaast had ik gevraagd hoe we verder kunnen kijken naar en misschien zelfs sturen op wat ik maar noem «de democratie in het DNA», behalve dat er alleen iets op papier staat? Tevens had ik nog een vraag over de veiligelandenlijst, maar dat zit wellicht ook bij de specifieke landensituaties.

Minister Koenders: Misschien is het goed om daarover een paar algemene opmerkingen te maken. De situatie in de westelijke Balkan is voor de EU van cruciaal belang, nog los van het toetredingsperspectief. Dat heeft te maken met de ingewikkelde geschiedenis van de regio en de hervormingen die plaatsvinden. Daar werken enorm veel mensen zeer actief aan, zoals maatschappelijke bewegingen, burgers en politieke partijen. Dat moeten we niet onderschatten. Het transformatieproces gaat, zowel in de regio's als in Nederland, niet van de ene op de andere dag. Nederland houdt van beleid en checklijstjes. Dat passen we toe en dat vind ik ook terecht. Het gaat immers over een mogelijk lidmaatschap op termijn. Dan moet je strikt en fair zijn. Iedereen zal erkennen dat een transformatieproces in de regio moet plaatsvinden. De EU en de gelden waar we het over hebben, zijn enkel katalyserend. Dat heeft iets te maken met dat DNA. Als ik in de regio reis, wat u ongetwijfeld ook met uw collega's van de verschillende parlementen doet, zie ik een enorme drive om de hervormingen verder te zetten. Tegelijkertijd doet zich een aantal tegenstellingen voor die te maken hebben met de manier waarop de transformatie plaatsvindt. Vandaar dat de rol van de EU als katalysator zo belangrijk is. Ik noem een voorbeeld. Je verandert een centraal geleide economie, of althans een redelijk centraal geleide economie, in de richting van een markteconomie. Doe je dat op een manier die niet juist is, dan krijg je direct oligarchische structuren, die vervolgens hun invloed kunnen hebben in corruptie en media. Dat is een van de lessen die uit de afgelopen periode moet worden getrokken. Dat betekent niet dat er geen democratie in het DNA van de mensen zou zijn. Een van de kernelementen is juist het perspectief op lidmaatschap. Het perspectief is niet een reden om te veranderen, maar is wel van belang. Men moet het uit zichzelf doen. De heer Bisschop suggereert dat het kandidaat-lidmaatschapsperspectief nu ineens eenzijdig vanuit Europa wordt opgegeven en dat de mensen die dat DNA aan het versterken zijn, zeggen dat Europa ineens iets anders doet. Ze erkennen dat ze alleen aan iets voldoen als dat strikt en fair is, maar als dat perspectief ineens wordt weggezet, hebben ze een probleem. Een heleboel landen zitten in die tussenfase. Ze voelen dat in Europa, zoals vanmiddag hier ook blijkt, niet het grote enthousiasme heerst om morgen de EU eens met een X aantal landen uit te breiden. De landen zijn bezig met fundamentele hervormingen. Sommige dingen gaan goed, andere iets minder. De landen hebben net zo goed als Nederland en Europa te kampen met de grote risico's van migratie en terrorisme. We moeten daarom op alle mogelijke manieren, binnen de marges en uiteraard op basis van de verantwoordelijkheden van de landen zelf, dat proces zinnig ondersteunen. Waar dat niet zinnig is, moeten we ermee ophouden. Waar het wel zinnig is, moeten we het ondersteunen. De manier waarop we ernaar kijken, zeg ik tegen de heer Van 't Wout, is niet alleen als overheid tot overheid. Vandaar ook de Nederlandse en de bilaterale inzet in de multilaterale programma's. We kijken niet alleen naar een lijstje wetgeving, maar ook naar het DNA en de hervormingen. Je kunt van alles verzinnen, van een procureur-generaal tot een benoemer X of Y, maar in the end gaat het erom dat het probleem wordt aangepakt. De zorgen daarover deel ik met de Kamer en worden zonder enige schroom aan de desbetreffende landen meegedeeld. Het is duidelijk dat daar wat aan moet gebeuren. Het is ook belangrijk dat de rest van de wereld dat vindt. Het betekent echter niet dat er op de een of andere manier geen DNA zou zijn. Deze landen behoren tot ons continent. Ze hebben veel met ons gemeen, maar zitten om allerlei ons bekende redenen in een andere geschiedkundige, historische ontwikkeling.

De heer Van 't Wout (VVD): Ik heb niet beweerd dat er geen DNA zou zijn. Er zijn wel verschillen te zien. Ik ben veel in de regio geweest. Er zijn veel groepen die onze kant op willen, maar er zijn ook mensen waarbij dat niet is geïnternaliseerd. Daar moeten we goed naar kijken, want er zitten zelfs op dit moment al landen in de Unie waarvan je je kunt afvragen of de democratische geest daar nog hoog in het vaandel staat.

Minister Koenders: Ik begrijp uw punt. We zijn het er volgens mij over eens om het langs die lijn te versterken. De heer Van 't Wout had een vraag over de veilige landen. Ook Nederland heeft al enige tijd te maken met een verhoogde instroom vanuit de westelijke Balkanlanden. Het is duidelijk dat uit deze landen afkomstige asielzoekers in principe niet in aanmerking komen voor bescherming. Het kabinet wil asielaanvragen van deze personen daarom versneld kunnen afdoen. De Europese wetgeving maakt dat mogelijk. Binnen de EU wordt gewerkt aan een lijst van veilige landen van herkomst. Ik weet niet precies wanneer die klaar is. Dat moet ik nagaan. Nederland heeft zelf al een lijst opgesteld. Die wordt in de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) besproken. De Kamer is daarvan op de hoogte. Het Commissievoorstel betreft alle landen voor de westelijke Balkan en Turkije. Nederland wil dat dat zo snel mogelijk zo wordt beslist. Het is alleszins redelijk dat mensen uit een kandidaat-lidstaat niet tegelijkertijd asiel kunnen aanvragen in Europa.

Ik ga kort in op een aantal landensituaties. Ik begin met een land waarin zich in de afgelopen periode veel positieve ontwikkelingen hebben voorgedaan. Albanië was in 1989 een van de meest naar binnen gekeerde landen, met een zeer grote dictatuur. Albanië heeft in de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om de EU-gerelateerde hervormingen uit te voeren. Het land speelt in regionaal opzicht een positieve rol en probeert de problemen tussen de landen in de regio te helpen dempen. Het land heeft tevens een voortrekkersrol gespeeld. Ik heb onlangs met de Minister van Buitenlandse Zaken van Albanië gesproken over de toenadering van de zes westelijke Balkanlanden. Er zijn uiteraard historische verschillen van mening. Het is belangrijk dat er samen wordt opgetrokken. Er zijn uiteraard dingen die niet goed gaan, bijvoorbeeld de wetgeving, maar zeker ook in de implementatie. Dat is altijd zo wanneer je van papieren tijger naar realiteit gaat. Het openen van de toetredingsonderhandelingen is daarom niet direct in zicht. De uitspraken van premier Renzi zijn voor rekening van premier Renzi. Er zijn in de diverse Europese landen soms verschillende posities ten aanzien van de periodes, maar ik wil wel zeggen wat er positief is gegaan, ook in Albanië, dat we binnenkort hopen te bezoeken. Het toetredingsproces kent zijn eigen dynamiek. De bal ligt dus niet bij Italië, maar bij Albanië, Servië en Montenegro om zo snel mogelijk aan alle voorwaarden te voldoen. Ik zie dat niet gebeuren in de heel directe toekomst en de Commissie volgens mij ook niet.

Het kabinet herkent het beeld dat de Commissie schetst van Montenegro. Montenegro is een relatief klein land dat hard aan de hervormingsagenda werkt. Het is het verst in de voorbereiding op de lidmaatschapsverplichtingen. Er is veel voortgang op het terrein van wetgeving en beleid. Het punt van de implementatie blijft precies hetzelfde. De leden hebben dat in de rapportage veel gedetailleerder kunnen lezen dan dat ik nu kan behandelen. Het is uiteraard ook onderdeel van de onderhandelingen en de betrekkingen die wij en de EU met Montenegro hebben.

De vragen inzake het NAVO-lidmaatschap heb ik in een eerder overleg over de NAVO beantwoord. Ik heb daaraan niets toe te voegen.

Ik kan me goed vinden in de analyse van de Commissie over Servië. Daar zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van wetgeving, nieuw beleid, de normalisatie met Kosovo en de aanname van de actieplannen voor de rechtsstaat, hoofdstukken 23 en 24. Je ziet hoe belangrijk het is als die hoofdstukken zijn geopend. Er vinden enorme discussies plaats in het land. Er worden met de EU allerlei maatschappelijke zaken geëngageerd om verder te komen, zonder iets af te doen aan de criteria en zonder dat er sprake is van een soort verzachting van omstandigheden. Juist met de hoofdstukken kan voortgang worden geboekt, uiteraard afhankelijk van wat er gebeurt. Op 14 december worden eindelijk de eerste twee hoofdstukken geopend, bijna twee jaar na start van de toetredingsonderhandelingen, namelijk hoofdstuk 35 over normalisering van betrekkingen met Kosovo en hoofdstuk 32 over financiële controle. Servië moet voorrang geven aan de rechtsstaathoofdstukken. Ik ben blij om te zien dat het dat doet. Er wordt tot op het hoogste niveau vaart achter gezet. We zullen zien of de hoofdstukken onder Nederlands voorzitterschap kunnen worden geopend. Ik wijs hier op een voorbeeld van de heer Verhoeven. Ik kom nog terug op het voorbeeld van Turkije. Er zijn benchmarks voor de opening van hoofdstukken. Dat spreekt voor zich. Dat wordt niet zomaar gedaan.

Het is goed dat er op 25 augustus een akkoord is gesloten tussen Servië en Kosovo. Er zaten heel gevoelige punten in. Iedereen die de geschiedenis kent en de oorlogen die in de afgelopen periode zijn gevoerd, realiseert zich dat dat van enorm positief belang is. Ik vind dat een goede ontwikkeling, waaronder de status van de Servische gemeenschap in noord-Kosovo. Er was veel moed voor nodig om het akkoord te sluiten. Het akkoord is vervolgens controversieel. Laat daar geen misverstand over bestaan. Overeenkomsten leiden niet altijd tot gejuich van de groepen die er het extreemst in zitten. Normalisatie van de betrekkingen is de enige weg voorwaarts. Mede vanwege de relatie met Europa en de manier waarop wij daarmee omgaan, wordt zoiets mogelijk. Daarmee wordt een probleem gedempt en de kansen op stabiliteit voor de regio worden vergroot en dus ook voor ons.

De heer Van Bommel (SP): De Minister gebruikt opnieuw het woord «normalisatie» dat altijd in dit debat terugkeert. Wanneer is er in dit conflict naar de opvatting van het kabinet sprake van normalisatie?

Minister Koenders: Normalisatie houdt in dat je met elkaar praat, met elkaar overeenkomsten aangaat, met elkaar economische betrekkingen aangaat en ervoor zorgt dat je oog hebt voor de gevoeligheden die te maken hebben met de minderheden en de etnische problematiek die daar zo veel jaren de geschiedenis hebben bepaald. Dan kun je spreken van een normalisatieproces. Dat is volgens mij het belangrijkste.

De heer Van Bommel (SP): Dat proces is vanzelfsprekend belangrijk en alle stappen in de goede richting moeten worden toegejuicht. Daarover bestaat geen misverstand. Maar voordat we in het toetredingsproces zeggen dat er vervolgstappen kunnen worden gezet ... Het mag duidelijk zijn dat een toetredingsproces een einddoel heeft, namelijk toetreding. Heeft het Nederlandse kabinet normalisatie als einddoel gedefinieerd voordat toetreding een feit kan worden?

Minister Koenders: Nee. Dat is niet apart door het Nederlandse kabinet gedefinieerd. Wij doen die onderhandelingen niet. Nederland zal op een gegeven moment wel een besluit moeten nemen, als de hoofdstukken over de rechtsstaat worden besproken en er eventuele vervolgstappen worden genomen. Nogmaals, ik zie dat niet direct gebeuren. Het element van de voorwaarde van vreedzame betrekkingen met de buurlanden wordt door de Europese Commissie gewogen en vervolgens door het Nederlandse kabinet. Op basis van zo'n advies wordt een politiek oordeel uitgesproken.

De heer Van Bommel (SP): Ik heb de indruk dat wordt vermeden om bepaalde termen te gebruiken. Vreedzame betrekkingen kan ook vreedzame co-existentie inhouden, zoals Oost- en West-Duitsland dat lang hebben gehad. Dat zal niet worden bedoeld, omdat verkeer en andere zaken belangrijk zijn. We zien dat nu al in de processen die gaande zijn. Geldt het principe van «more for more» hier ook? Moet uiteindelijk zijn overgegaan tot een volledige normalisatie, met erkenning en alles erop en eraan, voordat we politieke besluiten nemen in de sfeer van toetreding tot de EU?

Minister Koenders: Ik wil daarop op dit moment niet vooruitlopen. De Kamer wordt op de hoogte gehouden op het moment dat het aan de orde is. De erkenningsvraag is een heel gevoelige kwestie, zoals de heer Van Bommel weet. Het zou mooi zijn als het daarop uitloopt, maar ik wil daar nu niet op vooruitlopen. Daar zijn we nog lang niet. Het is duidelijk dat een EU-lidmaatschap onaanvaardbaar is als er geen goede vreedzame betrekkingen met de buren zijn. Het is iets te vroegtijdig om nu een eindconclusie te trekken over de weging daarvan.

Bosnië en Herzegovina heeft een enorm ingewikkelde geschiedenis meegemaakt sinds het Verdrag van Dayton. Een aantal dingen baart mij zorgen, in het bijzonder het referendum in de Republika Srpska. Ik ben blij met de aandacht die de Commissie aan deze zaak geeft in Brussel en Sarajevo. De relaties tussen Servië en Bosnië en Herzegovina zijn positiever aan het worden. Ik doe niets af aan het kernprobleem. We weten wat de resultanten zijn geweest van de noodzaak om tot een Dayton Agreement te komen. Er is een prijs voor betaald in termen van de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen en de manier waarop dat staatkundig is ingevuld. Dat is altijd controversieel geweest. Als je bekijkt wat daar nu gebeurt, kun je zeggen dat er na jaren van feitelijke stilstand een andere ... Ik zou dat willen zien als iets positiefs van wat we aan het doen zijn. Het Europese perspectief komt weer in een ander daglicht te staan, op basis van strikte en faire discussies. Dat momentum moet behouden blijven. Aan deze voorzichtige positieve wending ligt het EU-initiatief van afgelopen jaar ten grondslag. We hebben eerder besproken of we vanuit de EU een beetje dynamiek aan zo'n proces kunnen geven. Daarvoor is eerder vorig jaar een aantal behulpzame voorstellen gepresenteerd. Mij werd gevraagd of Bosnië klaar is om zijn lidmaatschapsaanvraag in te dienen. Of het dat doet, is uiteraard aan Bosnië. Daar gaan wij niet over. Het perspectief is alle EU-lidstaten gegeven. Het recht om een aanvraag te doen, hebben ze al op basis van het verdrag. Ik heb niet de indruk dat er op dit moment voldoende voortgang is geboekt om te kunnen spreken van een haalbare kaart. Maar goed, het staat elke regering vrij om een aanvraag in te dienen. Vervolgens wordt daarnaar gekeken. Ik betwijfel of Bosnië er klaar voor is.

We hebben de afgelopen weken al heel vaak en uitgebreid van gedachten gewisseld over Turkije, namelijk in de context van de migratietop, Syrië en de spanningen met Rusland. We praten vandaag vooral over het voortgangsrapport van de Commissie, dat terecht een gemengd beeld schetst. Turkije is op een aantal punten van het economische beleid en op delen van het acquis vergevorderd, maar de ontwikkelingen ten aanzien van de rechtsstaat en de fundamentele rechten blijven ronduit zorgelijk. Dat heeft de Kamer vanmiddag terecht duidelijk opnieuw geconstateerd. In de context van vandaag noem ik in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting; media- en internetvrijheid en vrijheid van vergadering en onafhankelijke rechtspraak. Ik noem dat niet voor niets. Ik wil erop wijzen hoe precies dit proces gebeurt. In tegenstelling tot wat soms wordt gezegd, is de rapportage vrij helder over het punt van de vrijheid van meningsuiting. Er wordt gesproken over «serious» en over «significant backsliding». Ik benadruk dat we die zorgen delen. Ik heb in de bilaterale betrekkingen herhaaldelijk op de bekende manier geïntervenieerd op een aantal punten die ik zojuist noemde, namelijk op het terrein van de IPA-fondsen en de manier waarop wij als Nederland in Europa in de discussie staan.

Ik heb geen nieuw antwoord op de vraag die mij al drie keer is gesteld waarom het pakket vier weken te laat is. Ik kan niet namens de Commissie spreken. Ik ga daar niet over. Ik heb gezegd dat ik het opmerkelijk vind. Dat blijf ik vinden. Er waren ongetwijfeld redenen voor het uitstel, maar of de verkiezingen in Turkije hierin een rol speelden, weet ik niet. Het is aan de Commissie om daar iets over te zeggen. Ik hecht veel waarde aan het uitbreidingspakket en ik acht het een belangrijk instrument, maar ik weet niet of het rapport op de een of andere manier de verkiezingen in Turkije zou hebben beïnvloed. Eerlijk gezegd, denk ik niet dat de Commissie zichzelf zo veel macht toedicht. Dat is wat ik daarover zou willen zeggen.

De heer Verhoeven (D66): Dat de Minister geen nieuw antwoord geeft ten opzichte van drie weken geleden, is nog tot daaraan toe. Maar het verzoek van de D66-fractie was of Nederland de Commissie alsnog om een verklaring vraagt. Ik wil van de Minister horen of dat kan. De Minister doet elke keer net alsof het heel raar is dat wij hierover vragen stellen. Wat kan de Minister doen om meer duidelijkheid te scheppen?

Minister Koenders: Wij hebben de institutionele verhoudingen te respecteren. Het is niet aan mij om daarover iets te zeggen. De heer Verhoeven heeft het nu drie keer gevraagd. Ik geef hem hetzelfde antwoord, namelijk dat ik het niet weet. De Commissie gaat daarover. Het Europees Parlement controleert de Commissie. Zo werkt de democratie. De heer Verhoeven zou de collega's in het Europees Parlement kunnen bellen om het verder uit te zoeken. Ik heb er geen eigenstandige mening over. Ik heb het opmerkelijk genoemd. Dat ben ik met de heer Verhoeven eens. Mijn indruk is niet dat het rapport direct de verkiezingen daar heeft beïnvloed. Ik weet niet precies wat de redengeving is. Het kan ook nog met pakketten van andere landen te maken hebben. Het is geen onwil van mijn kant, maar zo zijn de verhoudingen. Ik heb de heer Verhoeven een suggestie meegegeven.

De heer Verhoeven (D66): Dat zie ik dan maar als een vriendelijk bedoelde les in diplomatieke verhoudingen, waar ik zeer voor opensta. Ik ben echter benieuwd naar wat de Minister wel kan doen. Is zijn antwoord dat hij helemaal niets kan doen? De Kamer kan hoog of laag springen en er wat van vinden, maar de Minister kan er niets aan doen? Daar moet de Kamer het mee doen? Dat is dan de conclusie. Ik vind het geen prettige conclusie en een beetje vreemd, maar misschien komt dat omdat ik het niet snap.

Minister Koenders: Ik vind dat we het helder moeten hebben. Dat heeft niets met diplomatie te maken of met het feit dat ik iets wil toedekken of iets dergelijks. Ik ga er gewoon niet over. Er is een Commissie en we hebben institutionele verhoudingen. De Commissie heeft dit zo voorgelegd en functioneert zoals zij functioneert. Ik kan wel op de stoel van iemand anders gaan zitten, maar dat wil ik niet. Ik ga niettemin het Turkije-rapport kritisch bekijken. De Kamer weet dat ik dat doe. Het Nederlandse kabinet heeft de dag voor de verkiezingen de Turkse ambassadeur nog hier op het matje geroepen over deze kwestie. Daarover mag in elk geval geen misverstand bestaan.

Ik wil nog iets zeggen over Cyprus en Turkije. Daar is een aantal positieve ontwikkelingen te melden sinds het aantreden van de nieuwe Turks-Cypriotische gemeenschapsleider Mustafa Akinci. Er is op Cyprus in april voor het eerst sinds lange tijd een aanzienlijk optimisme ontstaan over mogelijke hereniging van het eiland, omdat Akinci ziet dat er een akkoord moet komen met de Griekse Cyprioten. Ook Turkije heeft aangegeven het proces te steunen. Ik vind dat positief van de Turkse regering. Een andere grote doorbraak is de oprichting van een comité inzake de betekenis van de hereniging voor de relatie met de EU. De onderhandelingen zijn lastig, zoals dat altijd gaat als ze serieus worden, want dan gaat het om belangrijke details. Als ik me niet vergis, heeft het in het geval van Cyprus te maken met het punt van bezittingen. Dat is al een heel oud probleem. Er zijn enorm veel bezittingen van eigenaar veranderd, waar enorme hoeveelheden geld mee zijn gemoeid. Dat is een onderdeel van het probleem. Ik ben echter positief en hoopvol gestemd. Ik blijf ook realistisch. Je kunt het niet precies inschatten. We hebben goede contacten met de speciaal vertegenwoordiger Espen Eide en de VN-speciaal vertegenwoordiger mevrouw Buttenheim. De ontwikkelingen hebben er in jaren niet zo goed uitgezien. Dat zou op zich positief kunnen zijn voor de relaties met Cyprus. Ik weet niet precies wat het betekent voor het Ankara-protocol, of dat wordt uitgevoerd. Dat is weer van belang bij het andere punt dat aan de orde is gesteld over de opening van hoofdstukken. Ik zal daar iets over zeggen en ook over het punt van de benchmarks.

Wij hebben op zich geen blokkades voor het openen van hoofdstukken. Dat is al sinds een tijd zo. Daar is de Kamer altijd over ingelicht. We nemen ook geen unilaterale blokkades van andere over. Er zijn blokkades die de Raad als geheel heeft opgelegd in verband met het Ankara-protocol. De Commissie stelt voor een hoofdstuk te openen als zij de wet- en regelgeving van een land op dat terrein voldoende op orde acht om onderhandelingen over de volledige overname van het acquis te beginnen. Die conclusie wordt altijd getrokken op basis van een uitgebreide analyse. De rapportages die de Kamer heeft gekregen, zijn daarbij belangrijk. Hoofdstuk 17 bijvoorbeeld gaat over het economisch en monetair beleid. In een aantal debatten is daarover ook met de Minister-President gesproken. De Commissie was van mening dat Turkije het EU-acquis op dat terrein in voldoende mate had overgenomen. Alle 28 lidstaten waren het daarmee eens. Dat is de reden waarom hoofdstuk 17 wordt geopend. Hiermee is onverkort vastgehouden aan onze benadering, namelijk strikt en fair. Er wordt naar de voorwaarden gekeken.

We zijn het onderling eens over de zorgelijke situatie ten aanzien van de rechtsstaat. Zowel de Minister-President als ik heb daarom maandag gezegd – ik kan dat nog wel een keer herhalen – dat mochten de gesprekken met Turkije ertoe leiden dat er naast hoofdstuk 17 ook andere hoofdstukken worden geopend, wij graag zouden zien dat dat de rechtsstaathoofdstukken 23 en 24 zijn. Die hoofdstukken liggen op dit moment nog niet op tafel. Er is daarop nog altijd een unilaterale blokkade van Cyprus. Er zijn nog geen openingsbenchmarks vastgesteld, laat staan dat Turkije daaraan al zou hebben voldaan. Dat is wel van belang als je met Turkije ergens over spreekt, juist vanwege de dingen die we zojuist hebben besproken. Daar zijn we het in elk geval over eens, los van of de Kamer vindt dat Turkije ooit lid moet worden of niet en of we wel hard genoeg zijn of niet. De rechtsstaat is het kernpunt waar iedereen zorgen over heeft. Het vaststellen van de openingsbenchmarks is volgens mij de beste manier om de problemen ten aanzien van de rechtsstaat gestructureerd aan te pakken.

Ik kom op een aantal andere punten die betrekking hebben op Turkije, zoals de positie van de vluchtelingen in Turkije. Met alle respect, ook hier val ik een beetje in herhaling bij het debat van afgelopen maandag. In de roadmap visumliberalisatie staat dat Turkije zijn vluchtelingenwetgeving in overeenstemming moet brengen met het Vluchtelingenverdrag. We hebben daarover afgelopen maandag gesproken. Nederland houdt daaraan vast. Er zijn volgens mij ook nog moties in die richting ingediend. Dit is uiteraard iets wat voor Nederland van belang is. Een van de voorwaarden van de roadmap visumliberalisatie is dat Turkije zijn vluchtelingenwetgeving in overeenstemming brengt met het Vluchtelingenverdrag. Dat betekent ook dat de nu nog geldende geografische beperking op het Vluchtelingenverdrag zal moeten vervallen. Het gaat overigens over kortetermijnvisa. Dat heb ik al eerder gezegd. Dat zeg ik ook tegen een aantal mensen die hierover minder enthousiast zijn. Het gaat om visa die nu al in overgrote meerderheid worden goedgekeurd om de economische belangen van Nederland en Turkije en het werk dat daarmee te maken heeft, zowel in Nederland als in Turkije, op een goede wijze te laten verlopen.

Mevrouw Maij heeft vragen gesteld over de verkiezingen. Ik deel wat zij daarover heeft gezegd. De verkiezingen zijn op zich vrij goed verlopen volgens bepaalde criteria die bij de verkiezingswaarnemingen plaatsvinden. Er zijn echter zorgen over de toegang tot de media voor de oppositie, over regels betreffende de campagnefinanciering en over de onconstitutionele rol van de president tijdens de campagne. Dat zijn opmerkingen die zijn gemaakt door een waarnemersmissie, ik meen waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De opmerkingen zijn van belang gezien de punten over de rechtsstaat die zojuist aan de orde zijn gebracht.

Er is maandag uitgebreid gesproken over het EU-Turkije-actieplan. Ik verwijs daarbij naar mijn Kamerbrief van 25 november over de Turkey refugee facility. Die faciliteit is in oprichting. Het gaat over specifieke ondersteuning van vluchtelingen, niet alleen wat betreft hun manier van leven, maar ook wat betreft andere belangrijke aspecten, zoals onderwijs et cetera. Uiteraard wordt een en ander goed gecontroleerd en worden er geen blanco cheques gegeven. Dat is maandag ook aan de orde gesteld. Men is bezig om de faciliteit vorm te geven, om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden wordt voldaan.

De vraag over de IPA-gelden heb ik volgens mij behandeld. De IPA-gelden gelden ook voor de Balkan. Er zijn IPA-gelden die ver uitgaan boven wat Nederland bilateraal doet.

Het antwoord op de vraag over de relatie tussen de steun en de wapenleveranties vanuit Turkije komt eigenlijk precies overeen met de beantwoording van het kabinet op de Kamervragen deze week.

De heer Beertema had een vraag gesteld over het monitoren van Turkije of het aan zijn verplichting voldoet om de instroom drastisch te beperken. Dat is uiteraard essentieel. Een deal kan niet werken als je de instroom niet vermindert. Het is geen blanco cheque. Vertegenwoordigers van de verschillende instellingen zetten een monitoringsysteem op. Nederland krijgt er straks tijdens het voorzitterschap ook mee te maken. Het is essentieel dat de Commissie de vereiste data aanlevert. Frontex, het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen, is erbij betrokken om ervoor te zorgen dat we weten of we boter bij de vis krijgen. Alle lidstaten moeten hun informatie delen, zodat te zien is of de instroom daalt. Ik verwacht daarover volgende week een concreter voorstel.

De heer Van 't Wout (VVD): Er stond nog een vraag open die hier enigszins mee samenhangt. De middelen om de vluchtelingenstroom in te dammen, zitten ook in de roadmap visumliberalisatie en terugkeer en overname. De Commissie gaat in het voorjaar de temperatuur opnemen en bekijken hoe het met de implementatie zit. Is dat een stuk dat met een kabinetsappreciatie naar de Kamer kan worden gestuurd? Dat is voor de Kamer de manier om te bekijken of er aan de andere kant van de deal aan de voorwaarden wordt voldaan.

Minister Koenders: De heer Van 't Wout stelt een belangrijk punt aan de orde. De Minister-President heeft daar betere beeldspraak bij dan ik, over energie enzovoort, maar het belangrijkste is dat wij ons houden aan de benchmarks en de condities die daarvoor nodig zijn. De Kamer wordt uiteraard ingelicht over de kabinetsappreciatie van de voorstellen.

Op de vraag over de PNR heb ik geen nieuwe beantwoording sinds afgelopen maandag. Er is vorige week een akkoord bereikt tussen de onderhandelaars van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Ik neem aan dat de leden daarvan op de hoogte zijn gesteld via hun contacten met het Europees Parlement. Het akkoord gaat nu naar de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse Zaken in het Europees Parlement, het zogenaamde LIBE-comité, en vervolgens naar de plenaire vergadering in het Europees Parlement. De intravluchten zitten in het akkoord, maar op vrijwillige basis. Dat heeft geleid tot een goede balans tussen veiligheid en privacy, gegeven de zorgen die daarover in de Kamer bestaan. De Kamer krijgt een appreciatie van de Minister die daarvoor verantwoordelijk is, de Minister van Veiligheid en Justitie (V en J). Daarmee ben ik gekomen aan het einde van de beantwoording van de vragen in eerste termijn.

De heer Verhoeven (D66): Klopt het dat ik nog geen brief heb gezien van de Minister van V en J?

Minister Koenders: Dat weet ik niet. Ik heb hem in elk geval niet gezien, dus misschien is hij nog niet gestuurd.

De heer Verhoeven (D66): Zo bedoelde ik het inderdaad. Ik dank de Minister voor zijn antwoord. Ik had naar aanleiding van een bericht van Amnesty International nog een vraag gesteld over de vluchteling in detentie.

De heer Beertema (PVV): Begrijp ik het goed dat er een nieuwe brief komt waarin wordt ingegaan op de geruchten over de oliesmokkel en de bewapening, of moet ik ergens anders kijken?

Minister Koenders: Nee. Ik heb er op dit moment verder geen eigenstandige opmerking meer over te maken. Ik heb eerder in de Kamerbeantwoording aan de orde gesteld welke indicaties wij hebben en wat wij eigenstandig weten en niet weten. Het staat er vrij duidelijk in. Ik heb er geen additionele informatie over.

De heer Beertema (PVV): Kan de Minister in een paar woorden uitleggen wat hij weet en wat hij niet weet?

Minister Koenders: Met alle respect, maar dat komt heel precies. Ik heb het nu niet bij de hand, maar we hebben die vragen echt beantwoord. Het is in twee debatten aan de orde geweest. Ik verwijs de heer Beertema graag naar de Kamerbeantwoording.

Ik heb nog een vraag te beantwoorden. Turkije heeft na de EU-Turkije-top begin deze week een aantal vluchtelingen tegengehouden die op weg waren naar Griekenland. Die zijn naar een detentiecentrum overgebracht en worden teruggestuurd naar de provincie in Turkije waar ze geregistreerd staan. Het ging om een gecoördineerde operatie met 250 opsporingsambtenaren op verschillende plaatsen, waarbij ook drie mensensmokkelaars zijn opgepakt. De vluchtelingen worden naar de regio teruggebracht waar ze vandaan kwamen. Daar wordt op dezelfde manier opvang gecreëerd, zoals eerder het geval was. Dat lijkt mij eerlijk gezegd een goede zaak.

De voorzitter: De spreektijd in tweede termijn bedraagt twee minuten per fractie.

De heer Beertema (PVV): Voorzitter. Ik vind de beantwoording teleurstellend. Ik wil om een nieuwe uitgebreide brief van de Minister verzoeken over de door mij aan de orde gestelde zaken. De beantwoording zoals die is geweest, is voor de PVV niet voldoende. Er zijn zoveel geruchten. Mochten de geruchten waar zijn, dan zijn de implicaties niet te overzien.

De heer Van 't Wout (VVD): Voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Als ik zo naar mijn lijstje kijk, zijn alle vragen die ik heb gesteld, afgekruist. Het blijft zo – dat is een beetje het gekke aan dit debat – dat uitbreiding voorlopig zeker niet aan de orde is. Even reflecterend over het debatje dat met de SGP ontstond: ik ben het ermee eens dat er op dit moment eerder uitdagingen in de EU zelf zitten. Ten eerste de uitdaging om het aantal van 28 landen te behouden. Ten tweede de uitdaging betreffende de hervormingen die in de Unie nodig zijn. Afhankelijk van hoe dat afloopt, is de vraag van het absorptievermogen van de Unie bij uitbreiding, aan het eind van het proces, nog steeds relevant, ook als men aan de criteria voldoet. Voor de VVD geldt dat het gehele toetredingsproces een proces is dat nog altijd eindigt met een eigenstandig besluit.

Mevrouw Maij (PvdA): Voorzitter. Dank aan de Minister voor de uitgebreide beantwoording op de diverse vragen, van mijn zijde soms wat herhaalde vragen, over onderwerpen die voor ons van belang zijn. Ik wil kort aandacht vragen voor en wellicht een reflectie van de Minister krijgen op wat er aan de andere kant plaatsheeft, namelijk een soort van fatigue. Het perspectief komt er de komende vijf jaar in elk geval niet. Volgens sommigen aan deze zijde van de tafel had het er überhaupt niet moeten zijn en aan het eind waarschijnlijk ook niet. Hoe kunnen we dan toch de energie erin houden voor de noodzakelijke veranderingen? Hoe kunnen we bij een land als bijvoorbeeld Macedonië de energie erin houden? Op dat land ligt een politieke stop van enkele lidstaten. Het land heeft wel een aantal stappen genomen die door het politieke geschil echter niet verder een onderhandelingsvorm krijgen. De stappen vooruit worden soms mondjesmaat gezet. In een land als Bosnië wordt een enkele stap vooruit gezet. De Minister zegt waarschijnlijk terecht dat het kandidaat-lidmaatschap nog wel wat vroeg komt. Het is echter wel goed om het perspectief te behouden om te voorkomen dat aan de andere kant de fatigue toetreedt. De Minister heeft in zijn debatje met de heer Beertema uitgebreid betoogd dat Nederland er zelf ook belang bij heeft dat daar een aantal hervormingen plaatsheeft. De hervormingen zijn niet alleen van belang voor de veiligheid en het perspectief daar, maar ook voor Nederland.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Op het risico af dat de Minister in een kramp schiet, wil ik toch wijzen op het verschil in verhouding tussen de Nederlandse Tweede Kamer en het kabinet en het Europees Parlement en de Europese Commissie. Wanneer de Kamer iets ziet wat haar wenkbrauwen doet fronsen met betrekking tot het verschijnen van zo'n rapport over Turkije, vind ik dat de Kamer dat bij het Nederlandse kabinet moet kunnen neerleggen. De Minister moet daarover op verzoek van de Kamer op een of andere wijze bij de Europese Commissie aan de deur kunnen kloppen. De zorgen lijken Kamerbreed te worden gedeeld door de oppositie en coalitie. In elk geval plaatst een ruime meerderheid er vraagtekens bij of het proces wel helemaal zuiver is gegaan. We hebben het over de kern van de zaak, over de democratie in Europa, waarvan velen in de Kamer zeggen dat zij nog kan worden verbeterd. De Minister hoort dat in elk geval elke week van mij. Er moet een vinger aan de pols worden gehouden. Ik zou van de Minister van Buitenlandse Zaken op zijn minst een geïnteresseerdere houding verwachten. Ik nodig de Minister uit daarop te reageren.

Ik wil het heel kort hebben over het algemene punt van de economische en financiële integratie. Heeft de Minister nu afstand genomen, want dat heb ik hem niet duidelijk horen doen, van mijn interpretatie dat de kandidaat-lidstaten op die wijze worden klaargestoomd om tot de eurozone toe te treden? Dat is iets wat gezien de huidige stand van zaken in de eurozone misschien helemaal niet meer wordt gewenst. Er zijn vraagtekens geplaatst door de kandidaat-lidstaten. Kan de Minister daarop reageren?

Ik heb een heel klein puntje over Dayton en Bosnië. Naar mijn opvatting is het referendum in strijd met de afspraken inzake het toetredingsproces. Wat is de feitelijke consequentie van het referendum in Bosnië? Welke consequenties moeten we daaraan verbinden vanuit Europa? Zijn er sanctiemechanismen? We hebben het over een land dat geen lid is.

Ik sluit af met een puntje over de vluchtelingen in verband met de Turkije-deal, wat dat dan ook precies mag zijn, want ik weet het inmiddels niet meer. Er zitten landen in het toetredingsproces die bij het vluchtelingenvraagstuk een belangrijke rol spelen, kunnen spelen, soms willen spelen en soms niet willen spelen. Op welke wijze wordt die rol vanuit de EU, vanuit de Europese Commissie zo u wilt, betrokken bij het toetredingsvraagstuk?

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik vond het niet teleurstellend. Ik vond het wisselend. Het antwoord op een aantal herhaaldelijk gestelde vragen was inderdaad op sommige punten wel wat onder de maat. Ik sluit me aan bij wat de heer Van Bommel zei. De Minister gaat in op de institutionele of relationele verhoudingen tussen de verschillende instituten in Europa. Dat is terecht, maar ik zou het op zijn plaats vinden als de Minister een geste naar de Kamer maakt en laat zien dat het hem iets meer interesseert in plaats van dat hij zegt dat hij er niet over gaat.

Er is een neiging om heel kritisch te zijn op alles. Dat is terecht, want er zijn zorgen omdat een heleboel landen niet de goede kant opgaan. Ik vond het goed dat de Minister in dit debat bij alle vijf de landen een aantal vooruitgangslichtpuntjes heeft genoemd. Alle kritiek is op zijn plaats en we zijn er natuurlijk nog lang niet. Dat is allemaal waar, maar om nu te zeggen dat er helemaal niets is bereikt, dat is ook weer niet waar. Dat ben ik met de Minister eens. Het blijft een proces met harde criteria als grens, maar er moet ook worden genoemd dat sommige onderdelen van de toetredingscriteria de goede kant opgaan.

De Minister ging niet in op mijn vraag over de Syrische vluchteling. Ik heb berichten van Amnesty International ontvangen dat een Syrische vluchteling al negen maanden vastzit op een vliegveld. Ik wil daarop graag nog een reactie.

Onderdeel van de deal met Turkije is het sociaaleconomische perspectief van de Syrische vluchtelingen in Turkije. De Minister heeft iets gezegd over faciliteiten en onderwijs, maar welke concrete punten laat Turkije zien om de sociaaleconomische situatie van Syrische vluchtelingen te verbeteren?

De heer Bisschop (SGP): Voorzitter. Om te beginnen dank aan de Minister voor de duidelijke beantwoording en de duidelijke positiekeuze, al deel ik die niet in alle opzichten. Toen ik de Minister de beantwoording hoorde leveren, moest ik denken aan een gesprek dat ik eens in een verslag las. Dat gespreksverslag luidde als volgt. Er liep iemand in de supermarkt en die hoorde de ene schappenvuller tegen de andere zeggen: «We hebben bij wiskunde integreren gekregen. Dat is moeilijk joh.» «Oh», zegt de ander, «integreren? Dat is niet zo moeilijk. Differentiëren, dat is pas moeilijk.» Een integratieproces is lastig. Wil je van de EU een zeker samenhangend geheel maken of houden, dan moet je bepaalde integratieve momenten en elementen versterken. Maar daar kom je er niet meer mee, naar mijn overtuiging. Ik heb de dingen op mij laten inwerken en heb de zaak nuchter proberen te analyseren: je moet gaan differentiëren binnen de EU. Die opdracht is onontkoombaar en heeft bovendien al zijn basis met de relaties in de tweede of derde ring. Ik vind het jammer dat ik de Minister naar mijn smaak te afhoudend hoor opereren. Ik wil erop aandringen om in Europees verband niet alleen de verschillende tempo's maar ook de verschillende eindstations te benoemen. Dat dient het continent Europa, het vasteland, het werelddeel Europa. Het overstijgt het belang van de EU. Het zou best kunnen dat het een veel langere weg is, maar ik geloof niet in het oorspronkelijke einddoel van allemaal binnen de EU. Ik zou het zeer op prijs stellen als er op dit punt nog wat positieve reflectie komt.

Minister Koenders: Voorzitter. Ik ben zelf een bètaleerling. Destijds moesten wij zowel kunnen integreren als differentiëren, dus dat probeer ik zo veel mogelijk vast te houden. We hebben herhaaldelijk, ook afgelopen maandag, gesproken over de spanningen die bestaan over de ontwikkelingen van het Europese integratieproces an sich. Daar is geen misverstand over. We hebben een gebrek aan convergentie op een aantal punten. Er zijn verschillen van mening. Die zijn naar mijn overtuiging niet onoplosbaar, maar ze zijn er wel. We hebben ook uitgebreid besproken dat er spanningen zijn in de tijd dat Nederland het voorzitterschap overneemt. Onze energie is erop gericht om ervoor te zorgen dat we met deze 28 landen op een zinnige manier omgaan met de grote problemen van onze burgers, zoals veiligheid, economie en migratie.

Wat ik ook aan de orde wilde brengen maar waar ik hier niet lang op kan ingaan, is het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken dat ingaat op het punt van de heer Bisschop. Wij zullen een adviesbeoordeling geven over de vraag wanneer er in de EU sprake is van cherry picking, of kersen plukken. Als het je toevallig leuk uitkomt, doe je mee. Als het op betalen of solidariteit aankomt, ben je er niet bij. Het is een reële vraag met betrekking tot de gedifferentieerde ontwikkelingen die we deels al kennen bij een aantal dossiers, zoals onder andere Schengen en de Europese Monetaire Unie.

Over de eindstations heb ik het volgende te zeggen. Er is geen enkele noodzaak om te zeggen dat er een soort ideologie is die bepaalt dat iedereen in de EU komt. Dat is helemaal niet het geval. Er zijn politieke keuzes gemaakt. Die hebben een open einde. Die keuzes hebben te maken met de belangen van onszelf, met geheel politieke ontwikkelingen en met economische ontwikkelingen. Daardoor zijn we een bepaalde richting opgegaan. Men kan zeggen dat dit volstrekt verkeerd is gezien. Dat kan. Als iemand dat vindt, is dat absoluut een legitiem standpunt. Ik ben er nog niet van overtuigd dat dat juist is. Ik heb gewezen op een aantal dingen die voor Nederland zeer belangrijk zijn en die wel eens ondergesneeuwd raken, namelijk het belang van het toetredingsperspectief voor landen en de hervormingen die daar plaatsvinden. Het is vervolgens een vrij zakelijke afweging die te maken heeft met het Europees gedachtengoed en met samenwerking, maar ook met de wereld waarin wij momenteel leven. Je kunt daar verschillend tegenaan kijken. Daarnaast speelt de mate van verdieping van de Europese integratie et cetera een rol. Ik ben blij dat een heleboel landen of partijen die normaal sceptisch zijn ten opzichte van de Europese integratie, vinden dat het een stapje verder moet gaan, omdat de uitbreiding kennelijk een risico schept. Er zit een zekere mate van contradictie in de posities die ik vanmiddag daarover hoorde, maar daar is niets op tegen. We leven in een wereld die snel verandert. Het Nederlandse kabinet heeft de positie die het vandaag heeft ingenomen en doet dat op een vrij zakelijke manier, die transparant is. De gegevens zijn onder andere via de Commissie naar voren zijn gebracht.

Ik wil de Kamer heel graag overal mee helpen, maar soms moet je dingen afwijzen, zoals het opnieuw opstellen van een brief over Turkije. Er is gezegd dat er geruchten zijn en dat het kabinet die moet uitzoeken. Zo zit het niet in elkaar. Het kabinet is er niet om eindeloos geruchten uit te zoeken. Als er berichten zijn, kunt u daarnaar vragen. We geven daar antwoord op. Zo heb ik de Kamervragen op een aantal punten over Turkije beantwoord. Ik wil het hier nog wel eens politiek zeggen als men dat belangrijk vindt. Het is essentieel dat Turkije alles doet om ervoor te zorgen dat de grens met ISIS wordt afgesneden. Daar zijn we het volgens mij over eens. Dat is de kern. Daarop wordt druk uitgeoefend bij Turkije. Ik vind het belangrijk om dat nogmaals te zeggen. Het punt wordt herhaaldelijk in onze gesprekken met de Turkse regering aan de orde gesteld. Turkije is er overigens zelf mee bezig. Ik wijs op Incirlik, waar de luchtmacht opstijgt om doelen van ISIS aan te vallen, even los van hoe de Kamer daarin staat. Sinds de aanslagen in Suruç zijn er meer activiteiten van de Turkse regering. Dat is essentieel.

Ik ben het eens met de manier waarop de VVD-fractie het punt van de absorptiecapaciteit naar voren heeft gebracht. Het altijd een eigenstandige afweging van de EU, op basis van alle elementen die ze bij elkaar heeft.

Er is een belangrijke vraag gesteld die niet zo gemakkelijk te beantwoorden is over de reflectie ten aanzien van of er een zekere vermoeidheid is. Ik denk dat het waar is dat er sprake is van een vermoeidheid. Sommige landen werken heel hard aan de toetreding. Het is echt een gigantisch proces. Het wordt wel eens onderschat door de mensen die gemakkelijk met een lijstje komen. Als je ziet wat het maatschappelijk betekent in veel landen, daar neem ik mijn petje voor af. Bij het toetredingsproces wordt gekeken naar de plussen en minnen. Laat daar geen misverstand over bestaan. Als blijkt dat een paar landen ineens zeggen dat ze niet meer willen terwijl we van alles doen, kan dat inderdaad aanleiding geven tot een zekere mate van vermoeidheid. Dat begrijp ik wel. Daarom is het Nederlandse kabinet die opinie niet toegedaan. Er zijn bepaalde arrangementen. Daar staan wij achter. We gaan daar op een eerlijke manier mee om. Dat is de manier waarop vervolgens die fatigue kan worden tegengegaan. Dat kan overigens wel eens worden misbruikt. Ik ben er niet van onder de indruk dat mensen zeggen dat het aan de EU ligt dat ze nog niet aan de voorwaarden hebben voldaan. Het is het ownership van de landen. Die hebben dat zelf in de hand. Het wordt gauw een blame game aan twee kanten. De dynamiek is belangrijk genoeg als we kijken naar het belang van de regio voor Europa en de bescherming van de Europese normen en waarden. Dat is essentieel.

Ik kom op het punt van het referendum van de Republika Srpska. Er bestaat een sanctiemechanisme ten aanzien van Bosnië en Herzegovina. Ik vind daarvoor nu geen enkele aanleiding om dat in te zetten. Om u in te lichten: het sanctiemechanisme kan worden ingezet voor bepaalde personen die de integriteit van Bosnië en Herzegovina bedreigen. Dat is een feitelijke constatering.

De heer Van Bommel (SP): Dat is mij uiteraard bekend. Mijn vraag was gerelateerd aan het referendum. Zijn er politieke instrumenten om daarbij iets te betekenen, om druk uit te oefenen?

Minister Koenders: Dat is dit instrument.

De heer Van Bommel (SP): Maar tegelijkertijd zegt de Minister dat het niet wordt ingezet.

Minister Koenders: Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg: er is nu nog geen aanleiding om het in te zetten. We weten nog niet of het doorgaat, wat de vraagstelling is, of het inderdaad de integriteit ...

De heer Van Bommel (SP): Helder. Wij blijven dit volgen.

Minister Koenders: Zeker. Dat is terecht, want de integriteit van Bosnië en Herzegovina is een belangrijk punt dat al heel lang speelt, sinds de Dayton-akkoorden.

Er zijn vragen gesteld over wat Turkije doet om vluchtelingen te helpen. Enorm veel. Daar kunnen we van onder de indruk zijn. De vluchtelingen hebben recht op toegang tot diensten zoals scholing en gezondheidszorg. In het actieplan is men gecommitteerd tot participatie in de economie. Daar zijn nu nog beperkingen op. We gaan uitwerken wat dat precies in de praktijk inhoudt, want dat is wel essentieel. Daar heeft de heer Verhoeven zeer gelijk in. Wat Turkije momenteel heeft gedaan, is zeer positief voor een groot aantal vluchtelingen. Het is zaak of dat kan beklijven. Zijn er economische activiteiten? Er is terecht een aantal opmerkingen over gemaakt die het Nederlandse kabinet ondersteunt en in de uitwerking verder aan de orde zal stellen.

Ten aanzien van een aantal andere vragen heb ik niet meer toe te voegen dan wat ik in eerste termijn heb gezegd, behalve misschien over het punt van het perspectief waar de heer Van Bommel mij naar vroeg. Als je lid wordt van de EU, heb je geen opt-out ten aanzien van de Europese Monetaire Unie. Hoofdstuk 17 gaat over de voorbereiding daarop. Er is geen opt-out voor een kandidaat-lid, nog even los van het moment waarop dat zou kunnen en de vraag of dat zinnig is of niet.

Mevrouw Maij (PvdA): Misschien heb ik het antwoord gemist, maar ik had een vraag gesteld over Macedonië en de landen die een blokkade hebben op het openen van hoofdstukken, in het kader van die vermoeidheid, die fatigue. Macedonië voldeed een aantal jaar geleden wel degelijk aan de benchmark en kachelt nu achteruit. Er liggen bij een aantal lidstaten nog steeds blokkades op. Hoe kom je dan vooruit, zonder te zeggen dat in Macedonië zelf een aantal stappen moet worden gezet? Ik ben het met de Minister eens dat veranderingen interne veranderingen moeten zijn.

De heer Verhoeven (D66): Er staat nog een vraag van mij open over de Syrische vluchteling die volgens berichten van Amnesty International al negen maanden op een Turks vliegveld vastzit.

Minister Koenders: Ik zal daarnaar kijken en de Kamer daarover inlichten zodra er meer informatie over bekend is. Ik moet dat nagaan.

Mevrouw Maij maakte een punt over Macedonië. Die vermoeidheid heeft zeker te maken met de naamkwestie. Het is onbegrijpelijk dat de naamkwestie niet is opgelost. Dat hebben we uiteraard besproken met de Grieken, Bulgaren en Macedoniërs. Zoals Nederland op sommige dingen een veto kan hebben – wat we graag willen – gebeurt dat in dit geval dus ook ten aanzien van de naamkwestie. Ik heb wel de indruk dat de huidige Griekse regering welwillend is om daarvoor een oplossing te vinden. Pas als dat zo is, kan er over een oplossing worden gesproken. Ik geloof dat ambassadeur Nimetz dat behandelt. Ik ben ooit in 1995 een tijd in het voormalige Joegoslavië, in Bosnië, geweest. Ook toen was Nimetz aan het bewind om iets te zoeken voor de naamkwestie, dus dat is wel tragisch. Dat daar een vermoeidheid uit komt, ben ik zeer met mevrouw Maij eens. Het Nederlandse kabinet kan daar niet veel aan doen. We stellen het natuurlijk wel aan de orde. Het probleem in Macedonië is van een andere orde. Zoals de Kamer weet, probeert een aantal leden van het Europees Parlement en ook de Europese Commissaris een soort deal te krijgen tussen de verschillende partijen naar aanleiding van het afschuwelijke afluisterschandaal in Macedonië. Dat heeft in aanloop naar de nieuwe verkiezingen momenteel de eerste aandacht, maar voor de rest ben ik het zeer eens met de analyse van mevrouw Maij.

De voorzitter: Ik heb de volgende twee toezeggingen genoteerd.

  • De Minister zegt toe dat de Kamer de implementatievoorstellen ontvangt van de roadmap visumliberalisatie Turkije, met een kabinetsappreciatie, nadat de voorstellen zijn gepresenteerd.

  • De Minister zegt toe schriftelijk terug te komen op het bericht van Amnesty International dat een Syrische vluchteling al negen maanden in detentie zit op een Turks vliegveld.

Ik rond het algemeen overleg af, onder dankzegging aan de Minister, de staf, de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en in het bijzonder de ambassadeurs en de medewerkers van de ambassade voor hun aanwezigheid vandaag bij dit algemeen overleg.

Sluiting 16.50 uur.