Kamerstuk 21501-02-1170

Verslag van een algemeen overleg

Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Gepubliceerd: 23 juli 2012
Indiener(s): Nebahat Albayrak (PvdA)
Onderwerpen: europese zaken internationaal
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-02-1170.html
ID: 21501-02-1170

Nr. 1170 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 23 juli 2012

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 21 juni 2012 overleg gevoerd met minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken over:

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18 juni 2012 met de geannoteerde agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van 25 juni 2012 (21 501-02, nr. 1160);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 juni 2012 met het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken d.d. 14 mei 2012 (21 501-02, nr. 1155);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 16 mei 2012 met de kabinetsreactie op het AIV-advies over het Iraanse nucleaire programma (33 000-V, nr. 146);

  • de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 27 april 2012 met het fiche inzake de mededeling hernieuwd partnerschap EU en Stille Oceaangebied (22 112, nr. 1402);

  • de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 8 juni 2012 met het fiche inzake mededelingen Nieuw nabuurschapsbeleid en Routekaart oostelijk nabuurschap (22 112, nr. 1426);

  • de brief van de Europese Commissie d.d. 11 juni 2012 met het EU-voorstel inzake de mededeling inzake het oostelijk partnerschap in 2013 – JOIN (2012) 13 (2012Z11665);

  • de brief van de Europese Commissie d.d. 11 juni 2012 met het EU-voorstel inzake de mededeling over het nieuwe EU-nabuurschapsbeleid – JOIN (2012) 14 (2012Z11666);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 14 juni 2012 met een reactie op het verzoek van de commissie inzake aanvragen visa en verblijfsvergunning van mensen met de Iraanse nationaliteit (19 637, nr. 1548).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Albayrak

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Van Toor

Voorzitter: Albayrak

Griffier: Van Toor

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Albayrak, Van Bommel, Ten Broeke, Hachchi, Ormel, Peters, De Roon en Timmermans,

en minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Hierbij open ik het algemeen overleg over de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ). Eindtijd voor dit debat is half twaalf in plaats van twaalf uur. Dit betekent dat er één termijn is, met ruimte voor interrupties. De spreektijd is drie à vier minuten per woordvoerder.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Ik doe mijn bijdrage dan maar staccato. Eerst heb ik enkele vragen over de contactgroep die door de heer Annan is geopperd. Dit zou wel eens de laatste mogelijkheid kunnen zijn om tot een onderhandelde uitweg te komen uit de situatie in Syrië. Deelt de minister de opvatting dat het belangrijk is dat er zo'n contactgroep komt? Wordt overwogen Nederlandse deelname te leveren aan die contactgroep? Deelt de minister de opvatting dat het van belang is dat relevante regionale spelers deelnemen? Hoe staat het met de positie van de Verenigde Staten (VS)? Minister Clinton heeft zich immers min of meer tegenstander van een dergelijke contactgroep verklaard.

Wat de SP betreft moet er een internationaal wapenembargo tegen Syrië komen. Wij zijn verheugd dat het Russische transportschip is omgekeerd, ook met Nederlandse inzet. Lof daarvoor. Tegelijkertijd moet kritiek worden geleverd op wapenleveranties via Qatar en Saudi-Arabië. De minister noemde dat onlangs nog «niet aantoonbaar». De signalen zijn er echter onverminderd dat die leveranties wel plaatshebben. Het conflict in Syrië moet op geen enkele wijze worden gevoed door wapenleveranties, door wie dan ook en aan wie dan ook. Deelt de minister die opvatting? De minister wijst terecht op de mensenrechtenschendingen van het Syrische regime en de aan het regime loyale groepen. Er moet echter ook worden gewezen naar de oppositie. Er wordt gesproken over het zuiveren van wijken in steden waar christenen wonen. De bezorgdheid daarover moet door de Nederlandse regering ook tegenover de oppositie worden geuit als met hen wordt gesproken, zoals in Turkije. Anders komt er na het vertrek van de heer Assad, wat ongetwijfeld op enig moment zal plaatshebben, wel de bijltjesdag waar de minister voor vreest.

Met betrekking tot de restrictieve maatregelen van de Europese Unie (EU) tegen Syrië moet worden gewaakt voor brede sancties, die de bevolking treffen, die de oppositie treffen, die ook de personen treffen die opkomen voor het goede in Syrië. Hoe wil de minister dit voorkomen? Hoe worden de effecten van de sancties gemeten en hoe worden deze geëvalueerd?

De geannoteerde agenda maakt melding van het bezoek van de Hoge Vertegenwoordiger (HV) aan Pakistan en van de EU-Pakistan strategische dialoog. Dat daarbinnen aandacht voor mensenrechten cruciaal is blijkt uit de ontwikkelingen rondom de vooraanstaande Pakistaanse mensenrechtenadvocate Asma Jahangir. Zij was onder meer speciale VN-rapporteur voor buitenrechtelijke executies en speciale VN-rapporteur voor vrijheid van religie en overtuiging. In 2002 ontving zij de Geuzenpenning. Onlangs kwam aan het licht dat de Pakistaanse veiligheidsdiensten van plan waren haar te vermoorden. Het afgelopen jaar was er een aantal aanslagen waarbij de Pakistaanse geheime dienst betrokken lijkt te zijn geweest. Het is van belang een onmiddellijk onafhankelijk onderzoek naar het plan om haar uit te schakelen in te stellen, evenals naar de rol van de geheime dienst daarbij. Is deze zaak aangekaart tijdens het bezoek van de HV?

In de reactie op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over het nucleaire programma van Iran schrijft de minister dat verandering van de Iraanse autoriteiten het doel van de sancties tegen het land is. De AIV stelt terecht dat langdurige internationale sancties tegen Iran niet tot een gedragsverandering bij de Iraanse machtshebber hebben geleid. De AIV heeft het bij het rechte eind, wat de SP betreft. Sinds de eerste sancties van de VN tegen Iran in 2006 is gedragsverandering het doel. Het nucleaire programma gaat al die jaren echter onverminderd voort. Hoe kan de minister na al die tijd beweren dat de sancties wel degelijk effect hebben gehad? Wat is volgens de minister het concrete resultaat van zes jaar sancties, behalve een aantal recente gesprekken?

Het blijkt zo te zijn dat visumverlening voor Iraniërs nu ook onderdeel is van de sancties. Daarmee worden gewone Iraniërs geraakt, en niet alleen mensen die in Nederland willen studeren. Ook mensenrechtenverdedigers die naar Nederland willen komen om hier getraind te worden, worden hierbij gehinderd. Hoe wil de minister voorkomen dat deze onbedoelde werking van de sancties uitgaat?

De voorzitter: Tegen de net binnengekomen vertegenwoordigers zeg ik dat de spreektijd drie tot vier minuten is, omdat we het debat om half twaalf in één termijn proberen af te ronden.

De heer Ormel (CDA): Hoeveel spreektijd heeft de heer Van Bommel dan gehad?

De voorzitter: Die zat net een fractie boven de vier minuten. Hij kende de spreektijd en het was voor zijn doen behoorlijk staccato.

De heer Ten Broeke (VVD): Voorzitter. Ik zal ook proberen het staccato te doen. Het RBZ- rondje om de wereld lijkt te zijn veranderd in een rondje brandhaarden. De burgeroorlog in Syrië gaat door. Waarnemers van de VN staan machteloos en kunnen hun werk niet meer doen. Het hoofd van de VN-missie, generaal Mood, heeft inmiddels een appel op de strijdende partijen gedaan om evacuatie van de burgers in Homs mogelijk te maken. Dat lijkt mij het begin van een poging om een humanitaire corridor te vormen. Zie ik dat juist? De VVD heeft zich hier al eerder over uitgesproken. Wat is hiervoor nodig? In ieder geval werkt de internationale druk vooralsnog niet. De focus van het conflict ligt daarmee nu heel zwaar bij de opstelling van Rusland, voor zover dat al niet het geval was. Mevrouw Clinton heeft vorige week aangegeven dat er een schip onderweg was met wapens. Dit betrof aanvalshelikopters en raketten. Ik dank de minister voor de beantwoording van de brief eerder deze week op mijn verzoek. Daarin worden volgens mij vooral de feiten bevestigd die we eerder in de krant hebben kunnen lezen. Ik wil graag van de minister weten of het optreden, waar ook de Nederlandse kustwacht bij betrokken was, aanleiding geeft meer handen en voeten te geven aan het Europese wapenembargo. Kustwachten van alle Europese lidstaten kunnen dan actief samenwerken om soortgelijke acties uit te voeren. Zij weten zo wat daarvoor hun rules of engagement zijn.

De BBC meldt dat er een overeenkomst is tussen Damascus en het Rode Kruis over de evacuatie van de inwoners van Homs. Kan de minister aangeven of dit klopt? Is hij bereid om een Europees plan te bespreken rond diplomatieke of financiële steun bij deze evacuatie? Dan blijft de vraag of in EU-verband er al schot zit in het mogelijk bewegen van Rusland om iets van een VN-resolutie mogelijk te maken. Enkele weken geleden hadden wij het gevoel dat dit er in zou zitten, in de sfeer van een wapenembargo. Is dat verder weg geraakt of dichterbij gekomen?

Waar eerdere berichten aangaven dat de heer Morsi van de Moslimbroederschap aan kop ging bij de presidentsverkiezingen in Egypte, stelde het kamp van oud-premier Shafiq later dat hij aan kop lag. De Moslimbroederschap zou gefraudeerd hebben, maar die verwijten worden over en weer gemaakt. Woensdag werd duidelijk dat de uitslag van de verkiezingen verder is vertraagd. De gebeurtenissen lijken te passen in een trend waarin de militaire machthebbers steeds meer macht naar zich toe trekken. Is de minister dit met de VVD eens? Is de minister bereid in Europees verband aan te dringen op een snelle bekendmaking van de definitieve resultaten van de Egyptische presidentsverkiezingen? Is de minister bereid in Europees verband te pleiten voor het opschorten van financiële steun vanuit Europa, zolang de militaire junta inderdaad de macht naar zich toetrekt? Jaarlijks gaat er ongeveer 150 mln. vanuit de EU naar Egypte.

Ik heb twee vragen over Iran. Kan de minister toelichten wat er in Moskou besproken is en waar de onderhandelingen op zijn stukgelopen? Is de minister bereid om de Franse oproep tot meer sancties in Europees verband te steunen? Welke mogelijkheden ziet de minister om deze sancties verder aan te scherpen?

Over Libië heb ik vorige week mondelinge vragen gesteld. Ik wil graag weten wat de laatste stand van zaken is met betrekking tot de gearresteerde medewerkers van het International Criminal Court (ICC). Het kan niet zo zijn dat het ICC zich laat chanteren of onder druk zetten, om met verklaringen te komen alvorens deze medewerkers kunnen worden bevrijd. Tegelijkertijd moeten ze natuurlijk wel zo snel mogelijk vrijkomen.

Ten slotte zijn er verontrustende ontwikkelingen in Rusland. Daarmee kom ik waarschijnlijk ook net boven de vier minuten. De Guardian meldt dat homoseksuele uitingen in Sint-Petersburg zijn verboden. Dat is de vierde stad waar een dergelijk verbod is ingevoerd. De boetes voor ongeoorloofd protest zijn sterk gestegen, als reactie op de protesten tegen het zittende regime. Dat lijken mij allemaal tendensen ten kwade. Kan de minister bevestigen dat in Sint-Petersburg inderdaad een verbod op homoseksuele uitingen is ingevoerd? Deelt hij onze zorgen daaromtrent? Ik neem aan van wel. Wat kunnen wij doen om in Europees verband de Russen te wijzen op het gevaar van het in de hand werken van discriminatie? Is de minister van mening dat de verhoging van de boetes de vrijheid van meningsuiting in Rusland verder erodeert? Is de minister bereid in Europees verband te pleiten voor het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting in Rusland?

De heer De Roon (PVV): Voorzitter. Het gaat in de eerste plaats over Syrië. Kan de minister er bij zijn collega's in de EU op aandringen de druk op een aantal landen op te voeren, om aan te sluiten bij de EU-sancties tegen Syrië? Ik doel op Irak, Libanon en Turkije. Welke consequenties zouden er volgens de minister aan kunnen en moeten worden verbonden als die landen dat niet willen doen? Kunnen zij dan worden bestraft door Europa?

Rusland stelt een Syrië-conferentie voor met de meest betrokken landen, waaronder Iran. Ook de heer Ban Ki-moon vraagt om een dergelijke contactgroep. Ik wil weten hoe de Nederlandse regering hier tegenover staat en zeg op voorhand dat mijn fractie bij dit soort onderhandelingen het geven van leverage aan Iran ten zeerste zal afkeuren.

Nederland draagt miljoenen euro's bij aan de opvang van vluchtelingen vanuit Syrië in Jordanië. Welke voorwaarden zijn daar aan verbonden? Ik vraag dit in verband met de aankondiging van Jordanië dat het screeningsbeleid voor vluchtelingen wordt aangescherpt. Er zijn allerlei Syrische oppositiegroepen die zeggen dat Jordanië probeert tientallen Syriërs te deporteren richting Syrië. Hoeveel dragen de Arabische landen eigenlijk financieel bij aan de opvang van Syrische vluchtelingen? Hoe verhoudt zich dat tot de bijdrage van de landen uit de EU? Is de minister het met mij eens dat het leeuwendeel van deze kosten gewoon voor rekening van de Arabische landen behoort te komen?

Europa, en dus ook Nederland, blijft maar geld strooien in een Arabische wensput, in de hoop dat er op miraculeuze wijze waarachtige democratieën ontstaan. Ons zuur verdiende belastinggeld blijkt keer op keer te verdwijnen in een Arabische beerput. Ik neem als voorbeeld onze steun aan het Carter Centre, dat moet monitoren hoe de Egyptische verkiezingen verlopen. Zelf mogen we dat niet monitoren van Egypte, dus loopt dit via het Carter Centre. Nu blijkt dat het Carter Centre niet eens kan zeggen of de laatste verkiezingen wel of niet eerlijk zijn verlopen. Ik zou het hardleers vinden als Europa in de toekomst opnieuw op deze manier geld gaat steken in verkiezingswaarneming via het Carter Centre. Graag een reactie van de minister.

Mijn fractie is er faliekant op tegen dat de EU akkoord gaat met de GPS+-status van het terroristische toevluchtsoord Pakistan. Wij vinden het heel slecht dat Pakistan wordt beloond met een belastingvrij handelstarief, terwijl het land parasiteert op de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) door exorbitante bedragen te eisen voor het gebruikmaken van toevoerroutes naar Afghanistan. Wij maken ons grote zorgen over de doodstraf die in Pakistan inmiddels aan 8 000 personen is opgelegd. Ik weet dat er een moratorium is, maar dit slaat nergens op. Onlangs werd aan vijf vrouwen de doodstraf opgelegd, omdat ze tijdens een bruiloft zouden hebben gedanst. Dit islamitische Pakistan, waar dit allemaal mogelijk is, verdient wat ons betreft geen enkele credit en zeker geen GPS+-status.

Sinds de val van Kadhafi is in onze ogen de Sahel één groot trainingskamp voor terroristen geworden. Het West-Afrikaanse samenwerkingsverband Economic Community Of West African States (ECOWAS) en de Afrikaanse Unie hebben bij de VN-Veiligheidsraad gevraagd om goedkeuring voor een militaire interventie in Mali. Wat is het standpunt van de Nederlandse regering hierover? Kan Nederland eventueel aandringen bij de EU-leden van de Veiligheidsraad om een dergelijke interventie vanuit Afrika zelf goed te keuren?

Het veiligheidsapparaat van de Palestijnse autoriteit bevindt zich naar onze mening in een crisis. Zoals de NAVO opleidt voor de taliban, zo leidt de European Union Police Mission (EUPOL) op voor criminelen en terroristen. Tientallen door de VS en de EU opgeleide veiligheidsofficieren van de Palestijnse autoriteit zijn onlangs opgepakt wegens gewapende overvallen, ontvoeringen, fraude en drugs- en wapenhandel. Wat ons betreft kan er nu een streep worden gezet onder EUPOL, in ieder geval onder de Nederlandse bijdrage daaraan.

Een ander punt is de terroristische ophitsing van de bevolking van de Palestijnse gebieden door de Palestijnse autoriteit. Een jeugd tv-programma van de Palestijnse autoriteit heeft de 91 terroristen verheerlijkt, waarvan de lichamen onlangs weer zijn overgedragen aan de Palestijnen. Medeproducent van dit programma is een ngo, die ook door de EU wordt gesponsord. Het is niet de eerste keer dat dit tv-programma terroristen verheerlijkt. Is de minister bereid om de RBZ op te roepen de Europese stekker uit dit programma te trekken? Hoe nemen de EU, en de Nederlandse regering in het bijzonder, het voor hun rekening dat zonder repercussies kindertjes mentaal worden klaargestoomd voor terrorisme?

Hoe staat het met het instellen van de trilaterale commissie? Dat was een anti-haatcommissie van Israël, de VS en de Palestijnen. De minister heeft in de beantwoording op schriftelijke vragen naar aanleiding van het boek Deception van Itamar Marcus gezegd dat die commissie nieuw leven moet worden ingeblazen. Mijn indruk is dat dit niet is gebeurd en dat, in tegendeel, door de Palestijnse autoriteit onverdroten wordt voortgegaan met haatzaaierij tegen Israël.

Mevrouw Hachchi (D66): Voorzitter. Het kan niet vaak en duidelijk genoeg gezegd worden dat de ontwikkelingen in Syrië zorgwekkend zijn. Het geweld neemt toe. Op 16 juni zei het hoofd van de VN-waarnemersmissie dat de patrouilles van de waarnemers zijn opgeschort, omdat ze als gevolg van de verslechterde veiligheidssituatie hun taken niet meer konden uitvoeren. Ik hoor graag de laatste stand van zaken van de minister.

Ik lees in de brief dat volgens het kabinet de sancties kunnen worden uitgebreid. Gaat het dan alleen om de uitbreiding van de lijst personen waartegen sancties zijn uitgebreid, of nog meer? Over het wapenembargo hebben vorige sprekers ook gesproken. Het is lastig één echt internationaal embargo te organiseren. Rusland gaat door met leveren. Er is zelfs een schip in Nederlandse en Britse wateren afgeslagen, dat wapens richting Syrië transporteerde. Wat D66 betreft moet er veel aandacht zijn voor de handhaving van die EU-sancties. Het is onacceptabel dat wapens door EU-wateren worden vervoerd. Wij willen dus niet dat Russische schepen per toeval worden tegengehouden. Wij willen een actie waarbij schepen die mogelijk wapens voor Assad vervoeren, proactief worden opgespoord en worden geweerd. Is het kabinet bereid dit te doen? Als je de dekking van een verzekering opheft, kan een schip niet langer legaal in een andere haven aanmeren en moet het noodgedwongen huiswaarts keren. Doen we dit nu standaard met Russische schepen die een risico zijn?

De heer De Roon (PVV): Zojuist is in de New York Times een bericht verschenen dat de CIA wapenleveranties aan de Syrische oppositie steunt. Hoe staat D66 daar tegenover?

Mevrouw Hachchi (D66): Mijn fractie heeft diverse keren geuit dat ze tegen het leveren van wapens is. Dat geldt voor alle kanten van de strijd, dus dat is volgens mij duidelijk.

Ik wil graag aandacht vragen voor de Arabische instituten in Beiroet, Amman en Damascus. Die dreigen gesloten te worden. Het is een heel belangrijke ontmoetings- en uitwisselingsplek voor jonge studenten, activisten, journalisten, kunstenaars, filmmakers en creatieve ondernemers. Het is doodzonde dat dit soort instituten nu gesloten wordt, zeker als we pleiten voor meer progressieve krachten in deze landen. Ik ken het standpunt van de minister. Het zou toch mooi zijn als zijn collega van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), staatssecretaris Zijlstra, dit ook inziet en dat deze instituten open blijven? Kan de minister dit binnen het kabinet regelen?

Voormalig luchtmachtgeneraal en oud-premier Ahmed Shafiq mocht van het Constitutioneel Hof meedoen aan de presidentsverkiezingen in Egypte. Een door het parlement aangenomen wet, die oud-leden van het Mubarak-regime uitsluit van verkiezingsdeelname, werd niet toegepast. Mijn fractie maakt zich zorgen dat het leger Shafiq koste wat kost het presidentschap wil geven, zonder grondwet en zonder parlement. Daarmee heeft de nieuwe president een ongebreidelde macht. De Egyptenaren demonstreren weer, zowel de aanhangers van Shafiq als die van Morsi. De formele uitslag zou vandaag komen, maar ik heb begrepen dat die mogelijk verlaat is. De verwachting is dat de verliezer deze uitslag direct naast zich neer zal leggen. De kans dat de chaos groter wordt is zorgwekkend. Ik vraag me af of er een Europees vervolgplan ligt voor deze escalerende situatie.

Voor Libië sluit ik me kortheidshalve aan bij de heer Ten Broeke, ook over de ICC-medewerkers. Op het gebied van mensenrechten lees ik in de brief dat de RBZ een nieuwe impuls wil geven aan het EU-mensenrechtenbeleid. Er wordt een strategisch raamwerk voor mensenrechten en democratie vastgesteld. We hebben natuurlijk het actieplan en de benoeming van de Speciale Vertegenwoordiger (EUSV). Mijn fractie was daar voorstander van, maar het kabinet niet. Belangrijk is wel dat die EUSV een daadkrachtig figuur wordt, iemand die van Washington tot Peking en Moskou serieus wordt genomen. Ik vraag het kabinet of zij een voorkeur hebben uitgesproken voor een kandidaat.

Tot slot Iran. Ook hier zorgen. D66 blijft pleiten voor de diplomatieke weg. We weten dat de sancties hier ondersteuning aan moeten geven, maar deze hebben tot nu toe weinig geholpen. De dialoog moet blijven, maar het ziet er slecht uit. Onlangs is de tweedaagse top geweest over het nucleaire programma van Iran. Ook die heeft geen resultaat opgeleverd. In Moskou spraken vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap met onderhandelaars uit Iran. Mevrouw Ashton leidde de gesprekken en constateerde na afloop dat er nog altijd significante verschillen zijn. De Franse minister van Buitenlandse Zaken reageerde daarop en zei dat hij de sancties wil aanscherpen. Is dit ook de EU-lijn als het gaat om sancties richting Iran?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Wat zijn de mogelijkheden die de minister nog ziet, in termen van sancties en andere maatregelen tegen Syrië, die vanuit de VN-Veiligheidsraad genomen zouden kunnen worden? Is er mogelijkheid consensus te verkrijgen om de misdaden tegen de menselijkheid, die Amnesty International recent in een rapport heeft genoteerd, door te laten verwijzen naar het ICC? Is het mogelijk de tegoeden van Assad en zijn clan wereldwijd te bevriezen? Is er een mogelijkheid om de waarnemersmissie, die om begrijpelijke redenen nu in bewegingsvrijheid fors is ingeperkt maar zodra het weer kan weer op pad gaat, qua aantallen mensen fors uit te breiden en een fors mensenrechtenmonitoringsmandaat mee te geven?

Er is mij een creatieve suggestie aan de hand gedaan. Voor zover de VN-Veiligheidsraad niet tot een besluit kan komen, is er nog een ander orgaan dat bijeen zou kunnen komen op het hoogste niveau. Dit is tot nu toe tweemaal eerder gedaan in de geschiedenis. Zwitserland kan als hoeder van de Geneefse Conventies worden gevraagd om de hoge verdragsluitende staten van de Geneefse Conventies in een conferentie bijeen te roepen. Daar kunnen dan resoluties worden aangenomen. Tot zo'n verzoek aan de hoeder kan worden besloten door de Algemene Vergadering van de VN (AVVN) of de VN-Mensenrechtenraad. Zou de minister op deze suggestie willen reageren?

Complimenten hoe Nederland samen met Engeland adequaat is opgetreden tegen het Russische schip met zijn vracht. Is iedere Europese lidstaat op dezelfde manier alert, niet alleen in het controleren van de doorvaart, maar ook qua verzekeraars? Hoe staat de minister tegenover het voorstel van Rusland, om binnenkort een internationale conferentie te organiseren? Is dat een plan dat samen kan gaan met het voorstel van de heer Annan, voor een kleine contactgroep? Toen wij laatst met Amnesty International met een aantal andere collega's op de Russische ambassade waren, leken de Russen bereid – voor zover hetgeen de ambassade hier ter plekke er over zegt, wat zegt – tijdens zo'n conferentie te pleiten voor een universeel wapenembargo. Dit zou ook van Russische kant zijn, mits ook de kant die al dan niet clandestien de rebellen bewapent meedoet.

Ik heb er al eerder op gewezen hoezeer het ons spijt dat het er op lijkt dat de instituten in Damascus, Beiroet en Amman gesloten gaan worden. In het licht van de recent ontvangen brief over internationaal cultuurbeleid van deze minister wekt het mijn verbazing dit juist in deze tijd te doen. In de brief wordt immers tot intensivering van de culturele diplomatie met de Arabische regio opgeroepen. De Raad voor Cultuur komt zeer binnenkort, binnen twee maanden, met een advies over internationaal cultuurbeleid en culturele diplomatie. Is het niet een optie om de uitwerking van het kabinetsbesluit op te schorten, totdat die kan worden besproken in het licht van dat aanstaande advies van de Raad voor Cultuur? Dat zal vrij snel na het zomerreces zijn. Graag een reactie.

Over Egypte is al veel gezegd. Het Carter Centre, dat daar ogen en oren had bij de afgelopen verkiezingen, heeft interessante aanbevelingen gedaan. Ik beveel ze de heer De Roon ook van harte aan. Ze staan al op het internet. Ziet de minister een mogelijkheid om die aanbevelingen te bespreken met de Egyptische autoriteiten? Welke contacten zijn er überhaupt nog met de Egyptische autoriteiten, in het licht van alles wat daar mis lijkt te gaan, tot en met het terugdraaien van het democratische constitutionele proces met de ontbinding van het parlement? Hoe schat de minister de situatie in dat de zogenaamde revolutionaire krachten het tij nog kunnen keren? Gaan er nog EU-gelden naar de autoriteiten in Egypte? Ik neem aan van niet. Kan daarin niet gelijk worden opgetrokken met de Amerikanen, die sinds afgelopen maart nog altijd met fikse bedragen het Egyptische leger steunen? Is de minister bereid om in zijn contacten met de Egyptenaren speciaal aandacht te vragen voor de vrouwenrechten, die straffeloos met voeten worden getreden? Dagelijks bereiken mij berichten over seksuele intimidatie door de veiligheidsdiensten.

Over Iran sluit ik me gezien de tijd aan bij de opmerkingen van de heer Van Bommel. Het AIV-advies maakt gehakt van de opstelling van het kabinet. Waarom worden de aanbevelingen van de AIV niet uitgeprobeerd, nu het beleid tot nu toe eigenlijk tot zo weinig leidt, gelet op de uitkomst van de nucleaire top?

De heer Ormel (CDA): Voorzitter. Syrië verkeert in een burgeroorlog. Het regime-Assad pleegt ernstige misdaden tegen de eigen bevolking. Wij steunen de oproepen van het kabinet dat het regime-Assad een einde moet hebben. Dat hebben wij steeds gedaan. De heer Assad is geen Kadhafi. Hij wordt gesteund door een belangrijke minderheid in Syrië. Dat maakt het erg problematisch. Tegelijkertijd hebben we heel lang niet de officiële term burgeroorlog gebruikt. Dat doen we inmiddels als internationale gemeenschap wel. Het lijkt erop alsof het verder gaat dan een burgeroorlog, alsof in Syrië sprake is van een proxy war. Daar moet de EU positie in kiezen. We zien dat Rusland het regime-Assad steunt. We vinden het goed dat het Russische schip MV Alead is tegengehouden, maar we vragen ons tegelijkertijd wel af of de Britse verzekeringsmaatschappij die dit schip verzekerd had, hierdoor niet al het EU-wapenembargo aan het overtreden was. Graag een reactie van de minister hierop. We vragen ons ook af of de steun aan de oppositionele groeperingen in Syrië zo ver moet gaan, dat wij indirect wapenleveranties aan die groeperingen gaan steunen. Ik ken inderdaad het bericht dat de CIA dit steunt en dat Saudi-Arabië en Qatar wapenleveranties aan oppositionele groeperingen steunen. Dit vinden wij een zorgwekkende ontwikkeling, in de richting van een proxy war tussen Rusland, de VS en Iran. Dit laatste land speelt hierin een belangrijke rol.

Wij denken dat de rol van de EU moet zijn om geweld van alle kanten tegen te gaan, om het internationale recht te laten zegevieren, om via sancties te proberen om het regime-Assad op de knieën te krijgen. Tegelijkertijd moeten oppositionele groepen worden gedwongen om, als zij de overhand krijgen, dat op een dusdanige manier te doen dat er vervolgens niet weer wordt afgerekend met de minderheden die dan ontstaan. Wij vragen ons ook af wat de rol van China is. Die zou wel eens de lachende derde in dit conflict kunnen worden.

Over Egypte is al veel gezegd. Kortheidshalve sluit ik me aan bij eerdere opmerkingen. Ook daar moeten we met nadruk ook letten op de positie van minderheden. We hebben in de eerdere fase van de Egyptische revolutie gezien dat minderheden opeens worden aangevallen, met name kopten. We moeten daar bezorgd over blijven.

We juichen toe dat er een strategische dialoog met Pakistan is. Het is een belangrijke partner. Nu is daar instabiliteit en extremisme, maar in plaats van Pakistan uit te sluiten, moeten we het land insluiten om dit extremisme tegen te gaan. Het extremisme wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de enorme steun aan de madrassas vanuit Saudi-Arabië. Kan de minister aangeven wat Europa hieraan wenst te doen?

We juichen het toe dat wordt gesproken over het mensenrechtenbeleid van de EU. Het is alleen onduidelijk op welk moment dit wordt gematerialiseerd. Op welk moment kunnen we echt gaan spreken van een Europees mensenrechtenbeleid, dat daadwerkelijk van toegevoegde waarde is voor de Nederlandse agenda? Europa is een samenwerkingsverband dat waarden deelt. Deze waarden moeten we uitdragen in de wereld.

Iran is een punt van grote zorg. De gesprekken in Moskou lijken mislukt. Gelukkig zagen we mevrouw Ashton weer eens op het internationale toneel, maar het feit dat deze gesprekken mislukt zijn kan andere landen ertoe brengen om tot acties over te gaan die absoluut onwenselijk zijn. Wij vragen de minister in Europees verband nog eens nadrukkelijk iedereen op te roepen in dialoog te blijven, met name Iran, en om af te zien van militaire acties. De jeugd in Iran is het geheime wapen tegen het regime daar. Wij zullen in Europees verband meer moeten doen om de jeugd in Iran te steunen. We moeten sancties tegen het regime instellen. Wat dat betreft roepen we op tot sancties tegen bijvoorbeeld Press TV. Dit is een internationaal agentschap dat uitzendingen doet buiten Iran. Daarbij worden Iraniërs tot getuigenissen gedwongen, die worden uitgezonden en vervolgens worden gebruikt in de rechtspraak in Iran. Press TV zendt uit via EU-satellieten. Wij vragen de minister nadrukkelijk om het sanctiebeleid uit te breiden tot Press TV. Tegelijkertijd moeten wij actie ondernemen om in Iran de jeugd te bereiken met de nieuwe media.

Ik zie dat ik moet afronden, ik heb nog twee kleine opmerkingen. Bosnië is niet genoemd door de collega's, maar dat staat wel nadrukkelijk op de agenda. Wij delen de opvatting van het kabinet dat op dit moment geen sprake kan zijn van EU-lidmaatschap van Bosnië. We hebben in Thessaloniki wel de afspraak gemaakt, dat alle landen van de westelijke Balkan een EU-perspectief moeten hebben. Wij vinden dat de HV en de uitvoering van de 5+2- voorwaarden door moet gaan. Het kabinet vindt dat ook, maar er moet meer aandacht worden besteed aan de hervorming van de grondwet in Bosnië. Dat proces is een soort processie van Echternach. Er moet een allesomvattende hervorming van de grondwet in Bosnië komen. Daar moet Europa bij helpen.

Ik wil afsluiten met iets bijzonders dat ik heb opgemerkt op de receptie van de honorair consuls, die door het ministerie van Buitenlandse Zaken is georganiseerd. Alle lof voor het feit dat de honorair consuls, die zoveel voor Nederland doen, goed in de bloemetjes worden gezet. Het is mooi dat er een folder wordt gemaakt. Nu weten we dat de VVD wat ambivalent tegenover Europa staat, maar het gaat toch wel erg ver als in deze folder versie juni 2012 Oost-Duitsland staat afgebeeld en als Warschau in Oost-Duitsland ligt. Wij roepen de minister en het ministerie op om, als er zo'n mooie folder wordt gemaakt, in ieder geval goed te kijken naar de grenzen binnen de EU zoals die vandaag de dag zijn.

De heer Timmermans (PvdA): Voorzitter. Wie weet wat er gebeurt als partijen, die nog nostalgie hebben voor de DDR, heel groot worden in deze Kamer.

De heer De Roon wees al op een artikel in de New York Times van vandaag. Uit dit artikel blijkt dat het risico van een wapenwedloop rond Syrië echt erg groot is. De Russen zijn bezig met het bewapenen van Assad met moderne forse wapens. Deze kunnen direct worden ingezet tegen de Syrische bevolking, met name de gevechtshelikopters. Bij de Arabische landen is de neiging om hetzelfde te doen voor de oppositie enorm groot. Men doet dat ook. Kennelijk worden er nu, volgens de New York Times, CIA-mensen in Turkije neergezet om te kijken of ze ervoor kunnen zorgen dat de wapens bij de juiste rebellengroepen terechtkomen. De Amerikanen worden als het ware meegetrokken in deze escalatie.

De EU heeft er alle belang bij te zorgen dat deze escalatie wordt doorbroken. Dit kan door druk op de Russen, maar ook door iedereen te laten zien dat er een eindplaatje is met het vertrek van Assad. Wat mij bijzonder treurig stemt, is dat de EU hierin bijna gezichtsloos is. Nu waren het weer de Britten die samen met de Amerikanen met een initiatief kwamen om Assad kennelijk een soort van veilig heenkomen te bieden. Waarom is de EU niet veel helderder zichtbaar? Waarom maken de lidstaten van de EU het niet mogelijk dat mevrouw Ashton hierin de lead heeft en gesteund wordt door de collega's? Iedere lidstaat, zeker de grote, schijnen hier weer een heel eigen geluid over te willen laten horen. Dit leidt ertoe dat er uit Europa meer een kakofonie dan eensgezindheid klinkt.

Deze verzuchting past ook wel een beetje rond Egypte. Het is zeer verheugend dat de Egyptenaren voor het eerst in vijfduizend jaar vrij hun leider mochten kiezen. Dat is in de lange Egyptische geschiedenis nog nooit gebeurd. Het is wat mijn fractie betreft ook verheugend, dat de steun voor de Moslimbroederschap in vergelijking met de vorige verkiezing is afgenomen. Dat moeten we zien als een positieve ontwikkeling. Het is absoluut niet verheugend wat er rond het leger gebeurt, maar Europa zou daarin zichtbaarder moeten zijn. Europa zou een helderder langetermijncommitment moeten maken naar Egypte. Egyptenaren hebben nog steeds iets te veel de neiging om naar de VS te kijken, terwijl je daar merkt dat men van Europa verwacht dat Europa hierin een grotere verantwoordelijkheid neemt. Ook hier is helaas de verdeeldheid te nadrukkelijk aanwezig. Ik hoop dat de minister er met zijn collega's aan kan bijdragen dat dit vermindert.

Ik heb een korte opmerking over de mensenrechtenstrategie en de EUSV voor de Mensenrechten. Mijn fractie is verheugd dat het deze kant opgaat. We zijn blij met de duidelijke stelling dat de taak van de EUSV is mensenrechten te «mainstreamen», ervoor te zorgen dat in al het werk van de buitenlandvertegenwoordiger en haar diensten mensenrechten een prominente plaats krijgen. Dat is goed. Het is een reflectie van de inzet die het Nederlandse kabinet daarop heeft gedaan. Dat is ook een goede zaak.

Tot slot een opmerking over iets dat niet op de agenda staat, maar waarvan ik me nauwelijks kan voorstellen dat de ministers eraan voorbij gaan. Ik doel op de situatie in de sub-Sahara, de rand van de Sahara en net daaronder in Afrika. Er zijn verontrustende ontwikkelingen in Mali. Terroristen zorgen in Mali voor grote problemen. Deze terroristen worden door Algerije verdreven en min of meer met zachte hand de grens over geduwd, omdat Algerije er dan vanaf is. Er is stijgende onrust in Nigeria, waarover je erge zorgen kunt maken. Bij de laatste ontwikkelingen in Uganda is de EU de eerst aangewezene buiten Afrika om daarin positie te kiezen en een rol te spelen. Ik refereer heel concreet aan het er uitgooien van 38 mensenrechtenorganisaties, omdat die kennelijk homoseksualiteit zouden promoten in Uganda. Dat land leek een donor darling te worden, met een goede ontwikkeling. De rest van de wereld wil dat de EU deze rol pakt, maar ik zie te weinig zichtbaarheid, te weinig een proactieve houding van de EU. Ik hoop dat de minister hier met zijn collega's hard aan wil werken.

Minister Rosenthal: Voorzitter. Zoals de heer Ten Broeke zei hebben we in de RBZ komende week te maken met allerlei brandhaarden. Dan is het op zichzelf wel een prettig intermezzo dat mij een wat ouderwetse kijk op de geografie van de wereld wordt voorgeworpen in een folder van het departement. Gisteren werd mij nog verweten dat het gebouw van Buitenlandse Zaken stalinistische trekken vertoont. Ik kon de Kamer toen geruststellen met de mededeling dat het departement in 2014 of 2015 dat stalinistische gebouw verlaat. Deze opmerking kwam overigens van de partijgenoot van de heer Ten Broeke, Dijkhoff. Wat de folder betreft kan ik de Kamer ook geruststellen. De fout is geconstateerd en de folder is in herdruk. Ik zal er voor zorgen dat dit zo snel mogelijk wordt hersteld.

Ik wijk af van de agendapunten in de geannoteerde agenda. Daarbij bouw ik mijn antwoorden logisch op. Helaas is het dan vanzelfsprekend dat ik met Syrië moet beginnen. Het zal geen verbazing wekken als ik zeg dat het kabinet woorden tekort komt om de situatie daar te typeren, maar praten in het vocabulaire «zorgwekkend» en «uiterst zorgwekkend» schiet eerlijk gezegd niet zo erg op. Verschillende woordvoerders hebben verwezen naar het feit dat we op de rand van een burgeroorlog staan. Ik heb dat in een vorig overleg ook zo gezegd. Ik hoor nu sommigen al verder gaan dan dat, met de term proxy war. Ja, het heeft trekken van een burgeroorlog, zo niet het is een burgeroorlog. We mogen echter nooit vergeten dat de eerste verantwoordelijkheid voor hetgeen zich daar afspeelt bij het regime ligt. We herinneren ons nog beelden van grootschalige, volstrekt vreedzame demonstraties die plaatshadden. Het regime heeft hier met grof geweld op ingehakt, toen ook al met middelen van de krijgsmacht. Dat mogen we nooit vergeten. Dat betekent dus ook dat ik erg terughoudend ben met de formulering die ik ook hier hoorde, dat het «from all sides» komt. Dat doet verdacht veel denken aan de positie die Rusland van meet af aan heeft ingenomen. Ik vraag om hier heel zorgvuldig in te zijn.

Ik probeer met mijn antwoorden niet in algemene verhandelingen te vervallen en ga de vragen van de Kamerleden successievelijk beantwoorden. Het begint met een vraag van de heer Van Bommel en mevrouw Peters over de kwestie van de contactgroep en wat daarmee samenhangt. Vanuit Rusland is de suggestie gekomen voor een bijeenkomst van een soort nieuwe contactgroep. Dit is in Amerika op bezwaar gestuit. Het is een ingewikkelde kluwen. Het Nederlandse kabinet koerst op dit ogenblik op de bijeenkomst van de Friends of Syria, begin juli in Parijs. Dat doen ook de oppositiegroeperingen in Syrië en de meeste andere landen. Complicatie blijft dat de Russen zich daar niet in willen begeven. Het is zoals het is. Ondertussen zijn er op dit vlak allerlei bilaterale gesprekken en contacten in klein verband. We zijn ons ervan bewust dat de buurlanden de ellende van wat zich in Syrië afspeelt volop voelen op hun eigen grondgebied. Dit zeg ik ook naar aanleiding van de vraag van de heer De Roon over het uitoefenen van druk op landen als Irak, Libië en Turkije. Hij zal Jordanië even vergeten zijn. Dit betekent dat ik er niet op uit ben hen te straffen voor het feit dat zij zich misschien niet volop houden aan het sanctieregime dat wij hebben, zoals de heer De Roon vraagt. Toen ik twee weken geleden in Jordanië was, heb ik wel tegen mijn ambtgenoot gezegd dat wij hopen dat de Jordaniërs op dit punt hun verantwoordelijkheid nemen. Verder dan dat wil ik op dit moment niet gaan. Ik wil daar duidelijk over zijn. Turkije krijgt op dit ogenblik per dag 1 000 vluchtelingen binnen. Dat was althans de mededeling die de heer Davutoğlu mij zaterdag heeft gedaan. Inmiddels zitten zij dus al ver in de 30 000 vluchtelingen, en dit aantal loopt steeds maar op. Jordanië heeft te maken met ruim 20 000 vluchtelingen, Libanon met een aantal dat al oploopt naar 10 000.

De heer De Roon (PVV): Als die buurlanden zoveel last krijgen van een enorme toevloed aan vluchtelingen, dan moet hen er toch alles aan gelegen zijn het Syrische regime ten val te brengen, ook door het ondersteunen van economische sancties?

Minister Rosenthal: Al die landen zijn ervan overtuigd dat het regime moet worden opgevolgd door een beter regime en dat Assad zijn langste tijd heeft gehad. Daar gaat het om, en daar zetten zij zelf ook op in. Dat is door de Turken bijvoorbeeld ook in verschillende langdurige bijeenkomsten met de Syrische autoriteiten naar voren gebracht.

Diverse woordvoerders vroegen naar het wapenembargo. Het leek er even op dat er een wapenembargo op gang zou komen, ook van de kant van de Russen. Daar verwees de heer Ten Broeke naar. Dit is inmiddels helaas weer ver weg. Over de vraag of Qatar en Saudi-Arabië wapens sturen richting Syrië hebben wij nog altijd geen zekerheid. Er zijn geen feiten bevestigd. Dit moet ik formeel gesproken zeggen.

De heer Van Bommel (SP): Op dit punt wil ik de minister toch wat nader ondervragen. Wat is daar dan voor nodig? Moet Nederland zelf waarnemers naar de grens van Syrië sturen, om dit te constateren zodat de minister het kan bevestigen? Of heeft de minister ook genoeg aan berichten van bevriende landen die wel tot deze conclusie komen?

Minister Rosenthal: Ik heb op dit ogenblik te maken met berichten uit verschillende andere landen. Ik heb echter geen feitelijke bevestiging die ik aan de Kamer kan doorgeven. Als die feiten er zijn, zal dit zeker onderwerp van bespreking zijn. Ik ben natuurlijk gehouden er zo veel mogelijk achteraan te zitten. Ondertussen kijken wij vooral naar de landen in de regio voor oplossingen die er in Syrië moeten komen. Dat is de andere kant van de zaak. Dit zijn ondermeer de Golfstaten, waaronder Qatar en Saudi-Arabië. Het kan niet gezegd worden dat deze landen in de afgelopen tijd, soms ook in het bredere verband van de Arabische Liga, niet werkelijk alles gedaan hebben om president Assad op betere gedachten te brengen. Ik weet dat de heer Van Bommel meermalen op dit punt duidde, en ik zal er vanaf nu notoir scherp op zijn.

De heer Van Bommel (SP): Ik wil de minister concreet vragen om bilateraal te informeren bij Qatar en Saudi-Arabië of zij weten van wapenleveranties aan de oppositie. Dit geldt ook voor Turkije, want daar is aanleiding toe.

Minister Rosenthal: Ik denk dat ik het antwoord bij voorbaat al weet, als ik dit vraag aan deze autoriteiten. Het is een beetje vragen naar de bekende weg, c.q. naar de onbekende weg. Dat is de realiteit der dingen. Het enige wat we nu zeker weten is dat de Russen tot een paar dagen geleden bezig waren met wapens sturen richting Syrië. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken. Voor de rest blijft het bij verhalen die de ronde doen, die door sommige landen naar voren worden gebracht, maar ik heb daar op dit ogenblik geen zekerheid over. Ik kom daarmee niet verder. Ik heb al meermalen gezegd dat het Nederlandse kabinet er alles aan doet om steun te geven aan de vreedzame oppositie in Syrië. Dat gaat niet gemakkelijk, omdat sommige van de gesprekspartners uit de Syrische oppositie het anders willen. Wij doen dat dus niet en wij vinden ook dat dit de EU-lijn moet zijn.

Diverse woordvoerders vroegen naar de sancties. Zijn de sancties gericht op het regime, wordt de bevolking zoveel mogelijk ontzien? Bij alles wat wij doen met de sancties proberen we inderdaad de bevolking te ontzien. Daarom zijn er heel duidelijke uitzonderingen in het sanctieregime, op bijvoorbeeld de levering van goederen die voor de bevolking van wezenlijk belang zijn. Dit zijn voedseltransporten, medicijnen en wat dies meer zij. De Syrische oppositie staat breed achter de lijn van de EU-sancties. Dat kan ik de Kamer verzekeren. De uitbreiding van sancties die in het verschiet liggen, en die maandag voorligt, betreft personen en entiteiten. Daarbij wordt gepoogd bepaalde sectoren stil te leggen. Ik kan daar nu niet verder op ingaan.

De vraag over de verzekeringen, naar aanleiding van het schip en de Britse verzekeraar daarvan, ga ik natrekken. Het is mij ook opgevallen, dat dit kennelijk nog altijd kan. Wapentransporten vinden vaak plaats onder een slimme dekmantel. Wapens worden dan kennelijk onder een dubbele dekmantel gebracht. Door verzekeraars wordt dit niet altijd doorzien. Ik weet niet of dit het antwoord is dat de heer Ormel wenst. Ik lees het nu voor, maar ik denk er het mijne van. Zodra er een verdenking is, past het in het sanctieregime dat de verzekering wordt ingetrokken. Ik zal hier heel scherp op zijn en het zeker maandag en marge van of in de RBZ aankaarten. Ik zal het er ook met mijn Britse collega over hebben. Overigens zijn lidstaten, als het gaat om een verzekering binnen het EU-domein, verplicht de verzekering op te heffen. Dat zal ook voor deze verzekeraar moeten gelden. Deze week zijn alle lidstaten in Brussel dit commitment nogmaals aangegaan. Desondanks pak ik het maandag op. Dank voor deze suggestie.

De heer Ten Broeke vroeg naar de humanitaire corridor. Daar is nu inderdaad sprake van, maar het blijft moeilijk te realiseren. Dat weten we vanuit andere contreien waar dit is gedaan. Voor je het weet ben je doelwit van het regime en doelwit van de gewapende oppositie. Er bestaat een groot risico van afglijden naar een soort geweldsterritoir, waar juist extra geweld wordt aangezogen. Toch speelt het. Als het maar enigszins mogelijk zou zijn, moeten we dit realiseren. Evacuatie vanuit Homs door een overeenkomst tussen Damascus en het Rode Kruis is inderdaad aan de orde. Als Nederland daar op welke wijze dan ook een indirecte bijdrage aan kan leveren, zullen we dat vanzelfsprekend niet nalaten.

De heer De Roon vroeg naar de financiële steun van de Arabische landen voor Syrië. Het gaat er niet om andere landen de maat te nemen of zij meer of minder moeten doen aan financiële steun richting Syrië. Alle landen moeten erop worden aangesproken, zoveel mogelijk steun aan de Syrische oppositie en aan het opvangen van Syrische vluchtelingen te geven. Libanon, Jordanië en Turkije leveren daaraan een zeer grote bijdrage. Ik heb begrepen dat de Golfstaten dit ook doen, zij het dat ik de bedragen waarover het gaat niet precies kan achterhalen.

De waarnemingsmissie is inderdaad vanwege veiligheidsredenen afgelopen weekend beperkt. Generaal Mood heeft gezegd dat hij zijn mensen niet meer de straat op wil en kan sturen. Dat is betreurenswaardig. Mijn lijn is ertoe bij te dragen dat de situatie in betere banen wordt geleid. Dat is de eerste stap die gezet moet worden, alvorens er nog meer waarnemers naar toe te sturen, die niet in staat zijn om de straat op te gaan omdat de veiligheid niet geborgd is. Eind juni komt er een nader voorstel met betrekking tot de waarnemers en het mandaat van de UNSMIS van de secretaris-generaal van de VN. Het mandaat loopt op 20 juli af. Deze time span heeft ook de heer Annan gekregen. Tot die tijd beziet generaal Mood van dag tot dag wat mogelijk is.

De heer Timmermans vroeg naar de consensus binnen de EU. Met hem moet ik constateren dat sommige lidstaten vooruit of achteruit springen, meer dan voor de common policy van de EU wenselijk is. Dat geldt in het bijzonder voor Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Daar spreken we ze op aan. We halen de contacten met de desbetreffende landen zo stevig mogelijk aan en zorgen dat we er voortdurend bovenop zitten. Soms zie je dat dit werkt, wanneer er ineens een incident is zoals met het schip. Daarbij hebben we van meet af aan voortreffelijk kunnen samenwerken met de Britten. Ik ben het met de heer Timmermans eens dat we met betrekking tot Syrië lastig zitten, kijkend naar de verschillende landen. Het is wel zo dat we op sanctieterrein richting Syrië vanuit de EU één lijn hebben getrokken. Dat is prettig om waar te nemen. De koers van de EU richting Egypte zit wat steviger in elkaar.

De heer Timmermans (PvdA): Blijft het feit dat voor heel veel landen buiten Europa de aloude vraag van Kissinger «wie moet ik bellen als er in het buitenlands politiek beleid iets moet gebeuren?» nog steeds niet eenduidig kan worden beantwoord. Ik neem aan dat de minister het met mij eens is dat wij er allemaal belang bij hebben om mevrouw Ashton in die positie te brengen. Het is heel gemakkelijk altijd kritiek op haar te hebben, maar als de lidstaten haar niet de kans gunnen namens hen allen op te treden wordt het nooit wat.

Minister Rosenthal: Ik ben het met de heer Timmermans eens. Steeds als het gaat om de rol, functie en inzet van mevrouw Ashton zeg ik dat ik niet tot de Ashton-bashers behoor, in genen dele. Met betrekking tot Iran doet zij het excellent, ondanks dat de resultaten in Moskou niet waren wat ze zouden moeten zijn. Ik kom daar zo nog even op terug.

De heer Ormel (CDA): Ik wil ook niet behoren tot de Ashton-bashers, maar het is toch opvallend dat haar voorganger Solana een veel duidelijker gezicht voor Europa was dan mevrouw Ashton nu is. Betekent dit dat de grote lidstaten meer een eigen beleid gaan volgen, of zit er toch ook iets in de persoonlijke afweging?

Minister Rosenthal: Ik denk dat de heer Ormel gelijk heeft, wanneer hij wijst op de wijze van opereren van de heer Solana. Het ligt niet aan het feit dat de heer Solana om vier uur ’s nachts nog bezig was en mevrouw Ashton misschien wat vroeger naar bed gaat. De situatie is gewoon veranderd. De belangen die in het geding zijn voor de verschillende hoofdsteden bij dit soort zaken zijn kennelijk dusdanig, dat zij zich soms veroorloven hun eigen lijn te volgen. Een heel belangrijk punt is dat het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk permanente leden van de Veiligheidsraad zijn. In die arena wordt een eigenstandig besluitvormingsproces op gang gebracht en doorgevoerd. Dat betekent dat we ook op het Europese toneel met uitbijters te maken hebben. Duitsland voegt zich daar als derde echt grote in sommige situaties in, bijvoorbeeld als het om Iran gaat. Dan spreken sommigen over de P5 + 1. Dat vindt Duitsland niet prettig, daarom praten we vaak over P3+3.

Veel van de vragen over Egypte cirkelen rond de positie van de Supreme Council of the Armed Formes (SCAF) in relatie tot de burgerautoriteiten. Op het gevaar af dat ik gekapitteld word, volg ik de heer Timmermans in zijn betoog. Met alle obstakels die er zijn, met alle narigheid die ermee gemoeid is, constateren we dat in Egypte nu presidentsverkiezingen hebben plaatsgevonden. We wachten op de uitslag. Die zou komen, maar is er nog niet. Dat wordt gerechtvaardigd met de mededeling dat er ruim 300 klachten accuraat moeten worden onderzocht. Ik geef dat voor wat het is. In Egypte vindt een krachtmeting plaats tussen de krijgsmacht, de burgerautoriteiten en de andere powers that be. We moeten afwachten welke kant het in de komende dagen en weken opgaat. Ik ben terughoudend met het overnemen van termen als een militaire coup. Het gaat er vooral om, dat in Egypte de militairen traditioneel het heft lange tijd in handen hebben gehad. Dat hebben ze nog steeds, maar ze beseffen dat ze een stap terug moeten gaan zetten. Hoe groot die stap zal zijn, is volop onderwerp van de krachtmeting. Dit is de informatie die wij krijgen uit Egypte.

De EU-steun aan Egypte, het grote programma SPRING, is nog steeds on hold. Dat blijft voorlopig zo.

Er is tijdens de verkiezingen niet alleen door het Carter Centre gemonitord, maar ook door de Election Expert Mission van de EU. Vertegenwoordigers van de EU zijn bij de kiescommissie aanwezig. Er waren tevens waarnemers vanuit de kiescommissies van de verschillende lidstaten, waaronder twee Nederlanders. Er zijn contacten tussen Nederland en Egypte. De ambassade is zeer actief. Er zijn veel contacten met ngo's in Egypte, bijvoorbeeld met ngo's die de belangen van vrouwen in het vizier hebben.

De heer Ormel vroeg naar de situatie van de kopten. Deze is onverminderd problematisch.

We zitten er bovenop. We zijn alert op de vraag wanneer nu eindelijk de uitkomsten van de onderzoeken zullen komen, naar aanleiding van de incidenten die eerder hebben plaatsgehad.

Het zorgelijke nieuws over de situatie van de winnaar van de Geuzenpenning, Asma Jahangir, was te laat voor het bezoek van de voortvarende HV Ashton. Zij was er al eerder. Op 13 juni is dit punt in Pakistan door de voorzitter van de EU aan de orde gesteld. De zaak krijgt in Pakistan zelf ook aandacht, ook van de regering. Generaal Kayani heeft mevrouw Jahangir persoonlijk bezocht, en haar verzekerd dat ze veilig is. Ook de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) heeft voortdurend contact met haar in Lahore.

Over de zaken die de EU richting Pakistan doet sluit ik me gemakshalve aan bij de reflectie van de heer Ormel. We moeten Pakistan insluiten, niet buitensluiten. We moeten voortdurend met de Pakistani in contact zijn. Het is van wezenlijk belang dat in Pakistan de politieke en economische ontwikkeling op gang komt. Ik heb tweemaal met mijn Pakistaanse ambtsgenoot en andere autoriteiten uit Pakistan gesproken. Steeds krijg ik te horen dat Pakistan met alle narigheid die we zien rond terrorisme en hun soms dubbelzinnige attitude daar tegenover, er ook enorme last van heeft en ter zake op hoge kosten wordt gejaagd.

Mijn taxatie van het AIV-advies over de sancties tegen Iran is anders dan die van de heer Van Bommel en mevrouw Peters. Het gaat het kabinet er op dit ogenblik vooral om, onverkort vast te houden aan de sancties die nu op tafel liggen richting Iran. De eerste signalen die ik hoor naar aanleiding van het gebrekkige resultaat van de gesprekken in Moskou tussen de P3 + 3 en Iran, is dat de gevolgen daarvan misschien een extra zetje kunnen geven aan de sancties. Dit wordt zo ook vanuit de VS gezegd. Ik zit dus echt op een ander spoor. Ik constateer dat Iran de sancties die nu op stapel staan voor 1 juli aanstaande als een heel zware zaak ziet. Het gaat hard tegen hard.

Voor studenten en mensenrechtenverdedigers en het visumbeleid ter zake geldt dat wij gehouden zijn uitvoering te geven aan de sancties die we hebben afgekondigd vanuit de EU. Wij doen daar niets op eigen doft, we doen dat in EU-verband. De visumverlening op zichzelf is niet gestopt en reguliere bezoekers kunnen een visum krijgen mits ze aan de Schengencriteria voldoen. Bij mijn weten gaat de verlening van de mvv's voor studenten normaal door. Probleem is dat visumverlening in Iran zelf een tijdrovend proces is. Er zijn veel risicovolle aanvragen. De internationale sanctiewetgeving noopt tot extra zorgvuldige behandeling. Dit leidt tot lange wachttijden. Mvv-verlening voor Iraniërs die hier willen werken is een andere zaak. Vanwege de EU-sanctieverordening van 23 maart 2012 is arbeid in bepaalde technische sectoren niet langer mogelijk voor Iraniërs, met het oog op de nucleaire programma's van Iran. Hieronder vallen ook promovendi. Wij hechten aan een toereikende implementatie van de sancties. Wij moeten dus zo zorgvuldig mogelijk werken. De IND stelt de regels nu op. Tot dat moment worden mvv-aanvragen met arbeidsdoel aangehouden. Deze situatie mag niet te lang voortduren. Ik heb bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de collega van Immigratie, Integratie en Asiel (I&A) aangedrongen op spoedige voortgang. Ik ben zelf geconfronteerd met het feit dat hier het risico inderdaad is dat de goeden onder de kwaden moeten lijden. Dat risico onderken ik.

De heer Van Bommel (SP): Het probleem lijkt te zijn dat er in veel te brede zin uitvoering wordt gegeven aan opschorting van mvv-verlening. Als de minister daarmee bedoelt dat hij ook studenten, afgestudeerden en promovendi treft die werkzaam zijn in een richting die niets uitstaande heeft met nucleaire kennis, dan is dat toch onacceptabel?

Minister Rosenthal: Ik wil niet meteen spreken over onacceptabel, want bij visumverlening moet niet alleen gekeken worden naar hetgeen mensen zeggen te komen doen, maar ook naar al datgene dat er mogelijkerwijze achter kan zitten. Daar moet je realistisch in zijn, en je moet er heel scherp op zijn. We willen geen mensen die bijvoorbeeld zeggen hier te willen promoveren op filosofie, terwijl ondertussen blijkt dat ze om andere redenen hiernaartoe komen. De aanvragen die bij de ambassade in Teheran terechtkomen moeten op uiterst zorgvuldige wijze worden bekeken. Dat levert lange wachttijden op. Dit is heel vervelend. Het risico bestaat dat de goeden onder de kwaden moeten lijden. Als wij daar wat aan kunnen doen, zullen we het niet nalaten.

De heer De Roon (PVV): Mijn vraag gaat over de sancties tegen Iran, waarvan de minister zei dat we er een extra zetje aan moeten geven. De VS gaan alle landen bestraffen die na 1 juli nog olie afnemen van Iran. Zou de EU niet ook hetzelfde moeten doen?

Minister Rosenthal: Dat ga ik nog even rustig onderzoeken. Ik doe daar geen toezegging over.

Ik heb al gesproken over de uitkomsten van Moskou. Ik heb begrepen dat men de gesprekken voortzet. Dat gaat tot mijn verdriet wel over de belangrijke datum van 1 juli heen.

De heer Ormel vroeg naar Europese sancties tegen Press TV. Ik zal dit oppakken.

De heer Ormel (CDA): Concreet stel ik voor om Press TV, dat uitzendt buiten Iran en nadrukkelijk mensenrechten schendt, met een smart human right sanctie te treffen. Het recht op uitzenden van Press TV in Europa zou kunnen worden ingetrokken. Daar verzoek ik concreet om.

Minister Rosenthal: Ik neem dit op en ik breng dit in Brussel en Luxemburg in.

Over de ICC-medewerkers die vastzitten in Zintan in Libië moet ik behoedzaam zijn in mijn uitspraken. Ook Nederland zit hier bovenop. Alles wat hier inmiddels over is gewisseld met de Kamer blijft overeind. Wij vinden dat ICC-medewerkers immuniteit toekomt. Dat moet consequenties hebben. Ik heb het over een en ander ook gehad met mijn Australische collega, toen ik hem in Turkije trof. Wanneer wij in deze zaak diensten kunnen bewijzen om tot een goede oplossing te komen, zullen we dat niet nalaten. Wij doen dat ook al.

De heer De Roon vroeg naar het Midden-Oosten vredesproces. Het stoppen van EUPOL is iets wat ik niet zou willen. Ook de Israëli's en de VS zijn er zeer voor dat dit onverminderd en zelfs sterker worden voortgezet. De incitement is inmiddels onder de EU-raadsconclusies van de laatste vergadering van de RBZ expliciet opgevoerd in de verklaring over het Midden-Oosten. Nederland heeft bijgedragen aan deze vermelding, dus er is aandacht voor. Het wordt ook steeds aan de orde gesteld in de contacten met de Palestijnse autoriteiten. Dit heb ik ook nog gedaan toen ik twee of drie weken geleden in Ramallah was.

De heer De Roon noemt een specifieke ngo, die zich te buiten zou gaan aan een en ander. Ik zeg hem toe dat ik dit natrek en naar bevind van zaken zal handelen. De trilaterale commissie wil Nederland graag activeren, maar sommigen van de betrokkenen zijn er niet erg actief. Dit geldt ook een beetje voor de Amerikanen. Ik ga daar nog eens achteraan.

De situatie in West-Afrika is inderdaad verontrustend. Ik heb het over een groot aantal landen. Het geldt niet alleen voor Mali, maar ook voor Guinee-Bissau. Dit heeft de heer De Roon al eerder naar voren gebracht, met betrekking tot drugsconnecties tussen Guinee-Bissau en Colombia. Ik heb dit aan de orde gesteld in de vorige RBZ. Het geldt ook voor Nigeria en we moeten ook alert zijn en blijven op de situatie in Ivoorkust. Als de VN-Veiligheidsraad zou besluiten en een duidelijk mandaat zou bepalen, kan ECOWAS interveniëren in Mali. Er is nauwe samenwerking nodig tussen de VN, de Afrikaanse Unie en ECOWAS.

De heer Ormel vroeg naar het hervormen van de grondwet in Bosnië. Boven Bosnië-Herzegovina hangt steeds de dreiging van de hospitalisering van het probleem. HV Inzko gebruikt de rolstoelmetafoor. Als je in een rolstoel zit heb je twee risico's. Je blijft er te lang in zitten, of je gaat er te snel uit. In beide gevallen gaat het mis. Dat is mijn typering over Bosnië.

Voorzitter: Van Bommel

De heer Ormel (CDA): Ik vind dat geen gelukkige metafoor, want in beide gevallen gaat het mis. Het is in het belang van onszelf en de veiligheid van Europa dat het goed gaat in Bosnië. Het heeft geen zin die rolstoel maar voort te blijven duwen. Het land komt er zelf niet uit. De drie bevolkingsgroepen zijn voortdurend op elkaar aan het vitten. De grondwet dateert uit het Dayton Peace Agreement en is niet eens in het Bosnisch vertaald. De grondwet is zelfs zoek, ze hebben hem zelf niet. Er moet een grondwet komen. Daar moet Europa meer de schouders onder zetten.

Minister Rosenthal: Ik ben het drie keer eens met de heer Ormel. Ik vond die rolstoelmetafoor wel mooi. Ik kon daar wat mee, maar het gaat er natuurlijk om dat de drie landen er op het goede moment uit komen. Laat ik in de gezondheidszorg blijven en terugvallen op de Van Bommel-metafoor van de hospitalisering. Wij moeten de zaak zo snel mogelijk dehospitaliseren.

Over Rusland het volgende. Ik heb mijn collega Lavrov steeds bevraagd op Lesbian, Gay, Bisexual en Transgender-onderwerpen (LGBT). Ik kan niet verhelen dat ik de mededeling terugkrijg dat er natuurlijk grondrechten zijn, maar dat wij aan de Russen zelf moeten overlaten hoe ze omgaan met bijvoorbeeld uitingen in het publieke domein. Ik zeg het zoals het is. Dit is de manier waarop we over deze dingen spreken. Ik zal kijken of er een verbod op homoseksuele uitingen in Sint-Petersburg is. De gang van zaken in Rusland met betrekking tot de vrijheid van demonstratie baart zonder meer zorgen.

Ik heb de Tweede Kamer trouwhartig gevolgd in het Kamerbrede pleidooi voor de EUSV voor de Mensenrechten. Ik heb deze Kamer al eerder gemeld dat ik in de Eerste Kamer werd geconfronteerd met de Kamerbrede mededeling dat die EUSV er maar het beste niet kon komen. Wij gaan nu voor de EUSV voor de Mensenrechten, onder een aantal concrete en strakke voorwaarden. Met de kennis die ik nu heb over de planning ter zake, zeg ik dat nog beter zeker gesteld moet worden dat de EUSV niet in een kluwen terechtkomt van allerlei andere functies, die min of meer hetzelfde zouden doen. Ik heb in het bijzonder de Commissaris voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa op het oog. Dit is een bron van zorg die vooral aan de kant van de Eerste Kamer bestaat. Op één punt moet ik daarin meebewegen, omdat er landen zijn die niet tot de EU behoren, en wel tot het bereik van de Raad van Europa. Daar kunnen ingewikkelde situaties ontstaan, als een EUSV voor de Mensenrechten zich bijvoorbeeld op een land als Turkije gaat richten. Daar komt dan van weerszijden van alles en nog wat op gang. Dit moet effectief en efficiënt worden benaderd.

In het Europese mensenrechtenbeleid, zoals het voorligt in de documenten die beschikbaar zijn, legt Nederland accenten die we terug willen zien. Dit betreft in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting, met daarbinnen de internetvrijheid, de vrijheid online. In de tweede plaats is dat godsdienstvrijheid. Daarover hebben we gisteren in een ander algemeen overleg gesproken.

Mevrouw Hachchi (D66): Mijn vraag en die van mevrouw Peters over de Arabische instituten is niet beantwoord.

Minister Rosenthal: Voorzitter. In het algemeen overleg van 5 juni heb ik een vraag van mevrouw Peters gehad. De Kamer vroeg mij toen om een brief. Die komt op korte termijn. Zonder in details te treden constateer ik dat we in Damascus evidente veiligheidsproblemen hebben. Los daarvan is het besluit genomen, omdat de instituten inhoudelijk niet voldeden aan de gestelde onderwijstechnische taken. Daarnaast speelt financiële problematiek die tot keuze dwingt. Het betreft bij de genoemde instituten academische en geen culturele instituten. Het hoofdinstituut zit in Damascus, met neveninstituten in Beiroet en Amman. Als de woordvoerders hier verder op door willen gaan, verwijs ik hen naar de staatssecretaris van OCW. Ik erken dat de instituten een nuttige rol kunnen vervullen, met name in het kader van de ondersteuning van de transitie, maar het besluit staat daar los van.

De voorzitter: Er komt nog een brief op dit punt, dus de Kamer kan daar nader met de minister over spreken.

Mevrouw Hachchi (D66): Wanneer kan de Kamer die brief verwachten?

De voorzitter: De minister heeft gezegd op korte termijn.

De heer De Roon (PVV): Ik wil de minister vragen de Kamer uiterlijk 2 juli een brief te sturen, waarin het resultaat van zijn denkproces over het eventueel bestraffen van landen die toch Iraanse olie blijven afnemen aan de Kamer wordt medegedeeld.

Minister Rosenthal: Ik voel daar geen behoefte toe.

De voorzitter: Dan kunnen we hiermee het algemeen overleg van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken beëindigen. Ik sluit de vergadering.