Motie van de leden Zwinkels en Kostic over de leeftijdsgrens voor zowel supervisors als ontbranders vaststellen op ten minste 18 jaar
(Dossier 35386)
Motie van de leden Zwinkels en Kostic over de leeftijdsgrens voor zowel supervisors als ontbranders vaststellen op ten minste 18 jaar
Motie
openbare orde en veiligheid
organisatie en beleid
recht
Nr. 40
MOTIE VAN DE LEDEN ZWINKELS EN KOSTIĆ
Voorgesteld 25 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat minderjarigen relatief vaak slachtoffer worden van vuurwerkincidenten;
constaterende dat zowel de politie als de G4 in de bestuurlijke consultatie hebben
aangegeven dat de leeftijdsgrens voor het afsteken van vuurwerk verhoogd zou moeten
worden;
constaterende dat een leeftijdsgrens van 18 jaar beter aansluit bij bestaande regels
rond veiligheid en verantwoordelijkheid;
verzoekt de regering om de leeftijdsgrens, zoals opgenomen in artikel 2.3.2a van het
Besluit veilige jaarwisseling en geldend voor de voorschriften bij een ontheffing,
voor zowel supervisors als ontbranders vast te stellen op ten minste 18 jaar,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Van der Plas over de nadeelcompensatie onderdeel laten blijven van het Besluit veilige jaarwisseling en beide gelijktijdig aan de Kamer voorleggen
(Dossier 35386)
Motie van het lid Van der Plas over de nadeelcompensatie onderdeel laten blijven van het Besluit veilige jaarwisseling en beide gelijktijdig aan de Kamer voorleggen
Motie
openbare orde en veiligheid
organisatie en beleid
recht
Nr. 39
MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS
Voorgesteld 25 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de uitwerking van het Besluit veilige jaarwisseling plaatsvindt
via een AMvB, een algemene maatregel van bestuur, onder een zware voorhangprocedure;
constaterende dat de AMvB bestaat uit samenhangende onderdelen, waaronder een handhavingsplan,
ontheffingen voor buurtverenigingen en nadeelcompensatie voor consumentenvuurwerkverkopers;
constaterende dat de zware voorhangprocedure bedoeld is om het geheel in samenhang
te beoordelen;
overwegende dat het los behandelen of uitstellen van de nadeelcompensatie de integraliteit
doorbreekt en ondernemers in onzekerheid laat;
verzoekt de regering:
– de nadeelcompensatie onderdeel te laten blijven van het Besluit veilige jaarwisseling
en beide gelijktijdig aan de Kamer voor te leggen;
– te waarborgen dat bij inwerkingtreding van een verkoopverbod op consumentenvuurwerk
gelijktijdig duidelijkheid bestaat over een eerlijke compensatieregeling voor daadwerkelijk
geleden schade,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Kostic over gemeenten op het hart drukken zo veel mogelijk rekening te houden met wilde dieren bij de afweging om een vuurwerkontheffing te verlenen
(Dossier 35386)
Motie van het lid Kostic over gemeenten op het hart drukken zo veel mogelijk rekening te houden met wilde dieren bij de afweging om een vuurwerkontheffing te verlenen
Motie
openbare orde en veiligheid
organisatie en beleid
recht
Nr. 38
MOTIE VAN HET LID KOSTIĆ
Voorgesteld 25 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vuurwerk voor wilde dieren zoals vogels leidt tot stress, uitputting
en soms zelfs de dood;
constaterende dat dit gebeurt midden in de winter, waarin vogels al alles op alles
moeten zetten om de kou te overleven en de stress van vuurwerk de vogels veel extra
energie kost;
constaterende dat als er heel veel ontheffingen worden afgegeven, wilde dieren weinig
plek hebben voor rust en veiligheid, terwijl het met veel diersoorten in Nederland
niet zo goed gaat;
verzoekt de regering om de gemeenten op het hart te drukken om zo veel mogelijk rekening
te houden met wilde dieren bij de afweging om een ontheffing te verlenen, bijvoorbeeld
door geen ontheffingen te verlenen in de buurt van parken, het NNN en Natura 2000-gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van de leden Ceulemans en Kisteman over waarborgen dat het verdrag niet leidt tot aanvullende wettelijke verplichtingen, toezichtseisen of juridische druk (#:-)
Motie van de leden Ceulemans en Kisteman over waarborgen dat het verdrag niet leidt tot aanvullende wettelijke verplichtingen, toezichtseisen of juridische druk
Motie
internationaal
organisatie en beleid
Nr. 11
MOTIE VAN DE LEDEN CEULEMANS EN KISTEMAN
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering stelt dat de Nederlandse wet- en regelgeving nu al voldoet
aan het Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer;
overwegende dat ondernemers nu al verplicht zijn agressie, geweld en ongewenst gedrag
in de RI&E op te nemen en dat hiervoor in sectoren als zorg, onderwijs en horeca al
uitgebreide aanpakken bestaan;
overwegende dat internationale afspraken in de praktijk vaker zijn aangegrepen om
nationale regeldruk voor ondernemers niet te verminderen en dat open normen ruimte
laten voor een rechterlijke interpretatie die kan uitpakken in steeds zwaardere verplichtingen
voor werkgevers;
verzoekt de regering te waarborgen dat implementatie en ratificatie van dit verdrag
niet zal leiden tot aanvullende wettelijke verplichtingen, toezichtseisen of juridische
druk voor ondernemers boven op het bestaande nationale kader;
verzoekt de regering tevens te waarborgen dat dit verdrag niet zal worden gebruikt
als argument om bestaande nationale regeldruk voor ondernemers niet te kunnen verminderen
of vereenvoudigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Van Houwelingen over de definitie van "psychosociale arbeidsbelasting" in de Arbowet objectiveren (#:-)
Motie van het lid Van Houwelingen over de definitie van "psychosociale arbeidsbelasting" in de Arbowet objectiveren
Motie
internationaal
organisatie en beleid
Nr. 12
MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat psychosociale arbeidsbelasting (PSA) in de Arbowet wordt gedefinieerd
als «de blootstelling aan factoren in de arbeidssituatie die stress teweegbrengen»,
waarbij stress wordt omschreven als «een toestand die als negatief ervaren lichamelijke,
psychische of sociale gevolgen heeft»;
constaterende dat deze definitie elementen bevat die in hoge mate subjectief van aard
zijn – het gaat immers om wat een werknemer als negatief ervaart – en dat daarmee
de grens tussen aanvaardbaar en onaanvaardbaar gedrag op de werkvloer afhankelijk
is van de individuele beleving van de betrokkene;
constaterende dat de definitie van «psychosociale arbeidsbelasting» het juridische
fundament vormt voor een reeks verplichtingen waaraan werkgevers zich vervolgens moeten
houden;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze de definitie van «psychosociale
arbeidsbelasting» in de Arbowet kan worden geobjectiveerd, zodat het daarop gebaseerde
beleid berust op kenbare, meetbare en toetsbare normen, en de Kamer over de uitkomsten
van dit onderzoek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Patijn over naast de Arbowet verdere wetgeving uitwerken in lijn met ILO-conventie 190, artikel 3 (#:-)
Motie van het lid Patijn over naast de Arbowet verdere wetgeving uitwerken in lijn met ILO-conventie 190, artikel 3
Motie
internationaal
organisatie en beleid
Nr. 8
MOTIE VAN HET LID PATIJN
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ILO-conventie 190 volgens artikel 3 van toepassing is op geweld en
intimidatie in de arbeidssfeer tijdens, in verband met of als gevolg van het werk,
waar volgens het verdrag ook de werkplek, plaatsen waar de werknemer wordt betaald,
werkgerelateerde reizen, opleidingen, evenementen of sociale activiteiten, werkgerelateerde
communicatie, met inbegrip van communicatie die mogelijk wordt gemaakt door informatie-
en communicatietechnologieën, de door de werkgever verstrekte accommodatie en het
woon-werkverkeer onder vallen;
constaterende dat de Arbowet nog niet op al deze plekken en momenten van toepassing
is;
verzoekt de regering verdere wetgeving uit te werken die de wet- en regelgeving in
lijn brengt met ILO-conventie 190, de Kamer rond de zomer over de inhoud hiervan te
informeren en wetgeving aan het einde van 2026 aan de Kamer aan te bieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van de leden Neijenhuis en Patijn over een plan voor het voorkomen en aanpakken van agressie in winkels (#:-)
Motie van de leden Neijenhuis en Patijn over een plan voor het voorkomen en aanpakken van agressie in winkels
Motie
internationaal
organisatie en beleid
Nr. 10
MOTIE VAN DE LEDEN NEIJENHUIS EN PATIJN
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat werknemers in de winkelstraat in het contact met de klanten steeds
vaker te maken krijgen met onacceptabel geweld, agressie of intimidatie;
overwegende dat veel werkgevers hun verantwoordelijkheid pakken om hun personeel goed
te beschermen, maar er in sommige gevallen ook ruimte voor verbetering is;
verzoekt de regering met werkgevers en werknemers een plan op te stellen voor het
voorkomen en aanpakken van agressie in winkels en daarnaast te bezien of de normen
voor het beschermen van werknemers effectief zijn en goed gehandhaafd worden, bijvoorbeeld
door in de RI&E aandacht te hebben voor alleen staan in de winkel,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Patijn over naast de Arbowet verdere wetgeving uitwerken in lijn met ILO-conventie 190, artikel 2 (#:-)
Motie van het lid Patijn over naast de Arbowet verdere wetgeving uitwerken in lijn met ILO-conventie 190, artikel 2
Motie
internationaal
organisatie en beleid
Nr. 7
MOTIE VAN HET LID PATIJN
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ILO-conventie 190 volgens artikel 2 werknemers en andere personen
in de wereld van werk beschermt, met inbegrip van werknemers, zoals gedefinieerd door
de nationale wetgeving en praktijk, alsook werkende personen, ongeacht hun contractuele
status, personen in opleiding, met inbegrip van stagiairs en leerlingen, werknemers
van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd, vrijwilligers, werkzoekenden en sollicitanten,
en personen die het gezag, de taken of de verantwoordelijkheden van een werkgever
uitoefenen;
constaterende dat de Arbowet nog niet op al deze doelgroepen van toepassing is;
verzoekt de regering verdere wetgeving uit te werken die de wet- en regelgeving in
lijn brengt met ILO-conventie 190, de Kamer rond de zomer over de inhoud hiervan te
informeren en wetgeving aan het einde van 2026 aan de Kamer aan te bieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van de leden Kisteman en Flach over concrete voorstellen voor modernisering en vereenvoudiging van de (Aanvullende) RI&E-verplichtingen (#:-)
Motie van de leden Kisteman en Flach over concrete voorstellen voor modernisering en vereenvoudiging van de (Aanvullende) RI&E-verplichtingen
Motie
internationaal
organisatie en beleid
Nr. 9
MOTIE VAN DE LEDEN KISTEMAN EN FLACH
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ondernemers veel onnodige regeldruk ervaren;
constaterende dat voor veel ondernemers de RI&E onnodig ingewikkeld is geworden;
overwegende dat de Kamer meerdere moties van de leden Kisteman en Flach over de RI&E
heeft aangenomen;
verzoekt de regering om uiterlijk voor de zomer van dit jaar de Kamer te informeren
over concrete voorstellen voor modernisering en vereenvoudiging van de (Aanvullende)
RI&E-verplichtingen;
verzoekt de regering daarbij om de suggesties uit eerder genoemde moties en relevante
toezeggingen over de Aanvullende RI&E-verplichtingen mee te nemen, met bijzondere
aandacht voor regeldruk voor werkgevers, en daarbij zowel de suggesties uit eerder
aangenomen moties als relevante en efficiënte alternatieven uit andere EU-lidstaten
te betrekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Gewijzigde motie van het lid Ceulemans over concrete scenario's om de verplichte loondoorbetaling bij ziekte te verkorten (t.v.v. 36800-XV-65)
(Dossier 36800-XV)
Gewijzigde motie van het lid Ceulemans over concrete scenario's om de verplichte loondoorbetaling bij ziekte te verkorten (t.v.v. 36800-XV-65)
Motie (gewijzigd/nader)
begroting
financiën
Nr. 110
GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID CEULEMANS TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 65
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de verplichte loondoorbetaling bij ziekte door werkgevers, met name
in het midden- en kleinbedrijf als een grote last wordt ervaren,
overwegende dat deze verplichting een drempel kan vormen voor werkgevers om mensen
in vaste dienst te nemen,
overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken om de loondoorbetaling bij ziekte
werkbaarder te maken voor werkgevers,
verzoekt de regering om uiterlijk bij Prinsjesdag met concrete scenario's naar de
Kamer te komen om de verplichte loondoorbetaling bij ziekte te verkorten, met bijzondere
aandacht voor de positie van het midden- en kleinbedrijf,
en gaat over tot de orde van de dag.
...