Het bericht 'UvA's Room for Discussion trekt uitnodiging Vlaams Belang politicus in om veiligheid en andere redenen' |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het bericht van GeenStijl «UvA’s Room for Discussion trekt uitnodiging Vlaams Belang politicus in om veiligheid en andere redenen»?1
Ja.
Deelt u de mening dat de Universiteit van Amsterdam (UVA) opnieuw zwicht voor activistische druk door de uitnodiging aan Tom van Grieken van Vlaams Belang in te trekken en dat universiteiten geen politieke filterbubbel mogen zijn waar alleen welgevallige meningen welkom zijn? Zo nee, waarom niet?
Ik wil voorop stellen dat universiteiten bij uitstek de plekken in de samenleving zijn voor open debat en dialoog, waarin ruimte is voor een diversiteit aan perspectieven, zolang dit gebeurt binnen de grenzen van de wet en met inachtneming van de academische kernwaarden. Het is aan de instellingsbesturen om, bij het faciliteren of organiseren van bijeenkomsten, in iedere casus een nieuwe afweging te maken of iemand kan komen spreken. Daarbij moeten zij zowel de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting, alsook de veiligheid op de campus waarborgen. Ik vertrouw erop dat zij die afwegingen weloverwogen maken en dat dat ook in dit geval is gebeurd. Zo heeft de UvA mij laten weten dat het studentenplatform Room for Discussion heeft besloten het interview te annuleren. Dit hebben zij gedaan na consultatie bij de UvA en op basis van een brede afweging. Daarbij is gekeken naar de veiligheid en de benodigde veiligheidsmaatregelen, maar ook naar de gevolgen voor onderwijs en onderzoek, logistieke overwegingen, eventuele protocollaire eisen en de wensen van de gast.
Kan u aangeven of er nog sprake is van academische vrijheid of dat deze is ingeruild voor ideologische censuur?
Ik deel niet uw opvatting dat de academische vrijheid is ingeruild voor ideologische censuur. Wel is en blijft het van groot belang dat de academische vrijheid gewaarborgd en actief beschermd wordt. Vanwege de signalen dat de academische vrijheid onder druk staat, lopen er verschillende trajecten die bijdragen aan het inzicht in de academische vrijheid in Nederland en het handelingsperspectief om deze beter te borgen en beschermen. De KNAW werkt bijvoorbeeld aan twee adviezen; juridische borging van academische vrijheid en vrijheid van meningsuiting in de wetenschappelijke sector. Het is van belang dat deze twee vrijheden van elkaar worden onderscheiden. Daarnaast start ik, naar aanleiding van motie Heite, een onafhankelijk onderzoek naar de zorgen over het gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap waarvan ik de resultaten dit najaar verwacht.2
Kan u aangeven of universiteiten gebruik mogen maken van veiligheid als een smoes of veiligheid mogen misbruiken als excuus om politiek onwelgevallige sprekers te weren? Zo nee, welke maatregelen gaat u hiertegen nemen?
Ik neem afstand van de suggestie dat universiteiten veiligheid als smoes inzetten of als argument misbruiken om onwelgevallige sprekers te weren. Zoals toegelicht onder vraag 2 vertrouw ik erop dat universiteiten in elke casus een weloverwogen afweging maken, waarbij zij veel waarde hechten aan de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting.
Bent u bereid om universiteiten die structureel de vrijheid van meningsuiting ondermijnen, financieel te korten? Zo nee, waarom niet?
Ik ben daar niet toe bereid en ik heb ook geen indicaties dat hier sprake van zou zijn.
Herkent u dat dit soort incidenten bijdragen aan een angstcultuur op universiteiten waar afwijkende meningen worden weggezet en linkse groepsdruk de norm is? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik herken niet dat dergelijke incidenten bijdragen aan een angstcultuur. Het is te betreuren dat evenementen soms vanwege veiligheidsredenen moeten worden afgezegd. Iedereen moet zich veilig voelen om mee te doen aan het open debat, waar de ruimte is voor verschillende perspectieven en waar het ook mag schuren. Zoals eerder aangegeven in vraag 2 zetten bestuurders zich elke dag weer in voor academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting, maar hebben ze daarbij ook de ingewikkelde taak om de veiligheid te waarborgen.
Het artikel 'UvA student sails with flotilla to Gaza: 'We are preparing for the worst'' |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «UvA student sails with flotilla to Gaza: «We are preparing for the worst»»?1
Ja.
Kunt u aangeven of u het wenselijk vindt dat docenten studenten aanmoedigen om dergelijke gevaarlijke reizen naar onder andere Gaza te ondernemen? Zo nee, welke maatregelen gaat u hierop ondernemen?
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele casuïstiek.
In algemene zin is het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de Gazastrook rood. Dat betekent dat het advies is aan Nederlanders: wat uw situatie ook is, reis hier niet heen, het is er te gevaarlijk. Ook waarschuwt het ministerie in het reisadvies dat de Nederlandse vertegenwoordiging niet kan helpen als Nederlanders in de Gazastrook in de problemen komen. Het reisadvies is helder, het is onverstandig dit te negeren.
Kunt u bevestigen dat studenten alleen recht hebben op studiefinanciering wanneer zij hun studie daadwerkelijk volgen en niet door eigen toedoen of vrijwillige uitstapjes bewust studievertraging veroorzaken? Zo nee, waarom niet?
Nee, voor een aanspraak op studiefinanciering is het niet vereist dat iemand daadwerkelijk de studie volgt. Ook vervalt hun aanspraak niet op het moment dat zij door eigen toedoen bewust studievertraging veroorzaken. De aanspraak op studiefinanciering is verbonden aan de inschrijving bij een opleiding die aanspraak geeft op studiefinanciering, en daarnaast aan het voldoen aan de overige leeftijds- en nationaliteitseisen. Daarbij is wel het aantal maanden prestatiebeurs dat een student kan ontvangen gemaximeerd. Bij studievertraging kan een student gedurende de opleiding dus in de leenfase terecht komen en geen recht meer hebben op een prestatiebeurs. Wanneer de student niet binnen de diplomatermijn een diploma haalt, wordt de prestatiebeurs bovendien niet omgezet in een gift. Het is aan de student zelf om tegen deze achtergrond keuzes te maken om ingeschreven te blijven staan of de studie (tijdelijk) te stoppen.
Kunt u bewerkstelligen dat studenten die deelnemen aan extremistische activiteiten hun recht op studiefinanciering verliezen en bovendien worden geschorst of van hun onderwijsinstelling worden verwijderd? Zo nee, waarom niet?
Waar het gaat om studiefinanciering vervalt de aanspraak alleen als is vastgesteld dat de student een uitreiziger is.2 Daarvan is sprake als uit een melding van bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten blijkt dat er een gegronde reden bestaat dat de student zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie.3 Op basis daarvan kan ik als Minister van OCW besluiten de aanspraak op studiefinanciering te laten vervallen.
Waar het gaat om schorsing of verwijdering van een student van de onderwijsinstelling, heb ik als Minister van OCW daartoe geen mogelijkheden. Die bevoegdheid ligt bij het bestuur van de onderwijsinstellingen op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Wanneer een student de huisregels overtreedt en een veilige leer- en/of werkomgeving voor studenten en/of medewerkers schaadt, kan het instellingsbestuur die student voor maximaal een jaar de toegang tot de gebouwen en terreinen ontzeggen of de inschrijving voor eenzelfde periode beëindigen. Wanneer een student de huisregels overtreedt, ernstige overlast heeft veroorzaakt en ook na waarschuwingen daarmee niet is gestopt, kan het instellingsbestuur die student de toegang tot de instelling definitief ontzeggen of zijn inschrijving beëindigen.4 Een instellingsbestuur neemt een dergelijk besluit niet lichtvaardig en de impact is groot, mede ook tegen het licht van het recht op onderwijs. Daarom wordt tegen dit soort besluiten vaak in beroep gegaan bij een rechter. Uit de rechtspraak blijkt het belang van een gedegen belangenweging en proces, voordat tot zo’n beslissing kan worden overgegaan. Een schorsing moet evenredig zijn aan de mate waarin de huisregels zijn overtreden. Daarbij moet waar mogelijk de onderwijsvoortgang niet onevenredig worden belemmerd als gevolg van een maatregel. Ook moet eerst gekeken worden of op andere manieren het gedrag kan worden gewijzigd. Als dit na aanhoudende pogingen niet lukt, kan een student definitief worden uitgeschreven.
Welke maatregelen wil u nemen om vroegtijdige radicalisering in het onderwijs, vooral de breed geaccepteerde linkse radicalisatie, aan te pakken om deze situaties in de toekomst te voorkomen?
Ik heb geen signalen dat er sprake is van breed geaccepteerde linkse radicalisatie in het onderwijs.
Het bericht 'Minister Letschert trekt 154 miljoen uit voor het aantrekken van buitenlands talent' |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Waarom geeft u 154 miljoen euro uit aan buitenlands talent, terwijl Nederlandse studenten worden verdrongen en nauwelijks nog aan een studie of kamer komen?1
In mijn brief van 24 april jl.2 heb ik aangegeven dat ik 154 miljoen euro reserveer voor hbo- en wo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellende intensivering in het hbo en wo. Met de talentstrategie wil het kabinet ervoor zorgen dat we het juiste talent selecteren, opleiden en voor Nederland behouden. Zo zorgen we voor genoeg vakmensen in de sectoren waar de uitdagingen het grootst zijn. Ook internationaal talent kan hier een bijdrage aan leveren. Het aantrekken ervan moet echter gericht gebeuren, en niet doorslaan in ongerichte groei. Daarover maak ik afspraken met de sector. Ruimte voor meer internationaal talent in specifieke sectoren betekent dat in andere sectoren het aantal anderstalige opleidingsplaatsen moet worden begrensd.
Het beeld dat Nederlandse studenten op grote schaal worden verdrongen door internationale studenten klopt niet. Nederland kent in algemene zin een zeer toegankelijk hogeronderwijsstelsel. Op basis van cijfers van DUO heeft circa 5% van de bacheloropleidingen een numerus fixus. Daarnaast leert de ervaring dat een groot deel van de kandidaten alsnog wordt toegelaten, doordat niet alle geselecteerde studenten hun plaats accepteren. In totaal wordt tussen de 75% en 85% van de aspirant-studenten geplaatst3 en kan slechts circa 5% niet starten met een opleiding van eerste voorkeur.4 Studenten die niet direct worden toegelaten, kunnen bovendien altijd terecht bij een passende tweede keuze.
De krapte op de woningmarkt is een breder maatschappelijk vraagstuk dat niet uitsluitend of primair wordt veroorzaakt door internationale studenten.
Begrijpt u dat dit beleid neerkomt op het subsidiëren van buitenlandse studenten met Nederlands belastinggeld, ten koste van onze eigen jongeren? Zo ja, waarom drukt u dit beleid er alsnog doorheen?
De middelen waarnaar wordt verwezen zijn bedoeld voor de instellingen om hen in staat te stellen maatregelen te nemen waarmee ze een bijdrage leveren aan de Nationale Talentstrategie – zie ook onder vraag 1. De wijze waarop dit vorm krijgt wordt momenteel uitgewerkt. Van belang is en blijft daarbij dat instellingen hun zelfregie op het gebied van internationale studenten doorzetten. Ook internationale studenten kunnen, mits gericht geworven, een bijdrage leveren aan de Nationale Talentstrategie. Het uitgangspunt van het kabinet is daarbij altijd dat de internationale instroom aanvullend is op de Nederlandse instroom.
Waarom houdt u vast aan het bestaande Engelstalige onderwijsaanbod, terwijl dit de positie van het Nederlands als voertaal verder onder druk zet?
Het kabinet blijft inzetten op het behoud van het Nederlandse taal als onderwijs- en wetenschapstaal. Zo worden instellingen in het wetsvoorstel internationalisering in balans (WIB) verplicht tot het maken van bewuste keuzes in hun taalbeleid en worden zij ook verplicht tot het bevorderen van de Nederlandse taalvaardigheid voor alle studenten.
In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het bestaande anderstalige onderwijsaanbod in stand blijft en dat de toets anderstalig onderwijs wordt geschrapt. Ik werk nu aan de nota van wijziging waarin dit gestalte krijgt. Het kabinet kiest ervoor om grip behouden op de instroom van internationale studenten in overleg en afstemming met de onderwijssectoren. De universiteiten en hogescholen zetten onverminderd de afspraken door die zij onderling in het kader van de zelfregie hebben gemaakt. Deze afspraken zien onder meer op het terrein van capaciteit, maar ook op Nederlandse taalvaardigheid, verbeteren van de blijfkans en huisvesting.
Vindt u het acceptabel dat instellingen zoals de Universiteit Maastricht inmiddels draaien op buitenlandse studenten en wanneer is voor u de grens bereikt?
Internationalisering brengt zowel voordelen als uitdagingen met zich mee. Het kan bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs, het versterken van de internationale positie van Nederland en een sterke economie. Tegelijkertijd is het van belang dat de instroom van internationale studenten in balans is met de capaciteit van instellingen en de draagkracht van regio’s en steden.
In dat kader wordt gesproken over «gebalanceerde internationalisering». Dat betekent dat het voor elke instelling, regio en opleiding verschillend kan zijn wat een passende omvang van internationale instroom is. Voor instellingen zoals de Universiteit Maastricht, die in een grensregio liggen, is het navolgbaar dat het aandeel internationale studenten hoger ligt dan elders in Nederland. Wel moet oog blijven voor de draagkracht van de stad en de bijdrage die het anderstalige onderwijs en de internationale studenten leveren aan de regio.
Het kabinet blijft hierover in gesprek met instellingen en werkt toe naar bestuurlijke afspraken om deze balans te borgen, zodat de voordelen van internationalisering behouden blijven zonder dat dit leidt tot ongewenste effecten voor toegankelijkheid of capaciteit. Ook in het kader van de Nationale Talentstrategie, zetten we in op het gericht en selectief aantrekken van internationaal talent, juist daar waar de uitdagingen het grootst zijn.
Hoe denkt u grip te houden op internationale instroom, als u tegelijkertijd miljoenen uittrekt om die instroom juist verder aan te jagen?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid om harde grenzen te stellen aan het aantal buitenlandse studenten en het Nederlands weer de norm te maken in het hoger onderwijs, of blijft u kiezen voor internationalisering boven de Nederlandse belangen?
Er is geen tegenstelling tussen internationalisering en Nederlandse belangen. Het kabinet zet in op een vorm van internationalisering die bijdraagt aan de Nederlandse samenleving en economie, en wil tegelijkertijd de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs voor Nederlandse studenten borgen.
Grip op internationale instroom betekent dat instellingen beter in staat worden gesteld om per opleiding en per regio af te wegen waar internationale studenten een meerwaarde hebben en waar begrenzing nodig is. Instrumenten zoals numerus fixusmaatregelen maken dit mogelijk.
Het Nederlands blijft daarbij een belangrijke taal binnen het hoger onderwijs. Tegelijkertijd kan anderstalig onderwijs in bepaalde gevallen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld omdat het werkveld of wetenschappelijk veld hoofdzakelijk anderstalig, of omdat op deze manier extra internationaal talent voor tekortsectoren opgeleid kan worden of voor regio’s waar het onderwijsaanbod onder druk staat.
Het kabinet blijft hierover in gesprek met instellingen en zet in op een gebalanceerde aanpak waarin zowel nationale belangen als de voordelen van internationalisering worden meegenomen. De intentie is om daarover op korte termijn bestuurlijke afspraken te maken met hogescholen en universiteiten. Daarnaast werken we aan de Nationale Talentstrategie, vanuit dezelfde gebalanceerde aanpak.
De blokkade van middelbare scholen door Extinction Rebellion |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht in Het Parool van 5 maart 2026, dat klimaatactivisten van Extinction Rebellion meerdere middelbare scholen in Amsterdam hebben geblokkeerd door schoolhekken met kettingen af te sluiten en sloten dicht te lijmen, waardoor leerlingen en personeel tijdelijk geen toegang hadden tot hun school?1
Ja.
Deelt u de mening dat het blokkeren van de toegang tot scholen en het verhinderen van onderwijs aan leerlingen een ernstige aantasting is van het recht op onderwijs en niets te maken heeft met demonstratierecht? Zo nee, waarom niet?
Ik vind het onacceptabel wanneer leerlingen, leraren en andere schoolmedewerkers niet naar school kunnen vanwege een (poging tot) blokkade. Onderwijs is een grondrecht. Het onderwijs bereidt leerlingen voor op de toekomst, en juist daarom zou dat altijd ongehinderd mogelijk moeten zijn. Het is aan de scholen zelf om waar nodig aangifte te doen tegen de organisatoren van de demonstratie. Bij vermoedens van strafbare feiten adviseert het kabinet altijd om aangifte te doen.
Klopt het, dat door deze acties lesuren zijn uitgevallen en leerlingen geen onderwijs konden volgen? Hoeveel scholen en leerlingen zijn hierdoor geraakt?
Het is helaas zo dat niet alle scholen hun volledige lesdag hebben kunnen draaien. Bij de Inspectie van het Onderwijs zijn geen signalen ontvangen. Mede daardoor is niet goed te duiden hoeveel leerlingen door de actie zijn geraakt.
Is onderzocht of door het afsluiten en dichtlijmen van schoolhekken ook nooduitgangen of vluchtroutes zijn geblokkeerd en daarmee mogelijk levensgevaarlijke situaties voor leerlingen en personeel zijn ontstaan? Zo nee, waarom niet?
Scholen hebben een zorgplicht voor de fysieke veiligheid van leerlingen en medewerkers. Daartoe zijn er regels als het gaat over bijvoorbeeld brandveiligheid en vluchtgevaar. Ik kan niet beoordelen in hoeverre er gevaarlijke situaties zijn ontstaan.
Is de Minister bereid maatregelen te nemen, om te voorkomen dat scholen en leerlingen opnieuw doelwit worden van activistische blokkades? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven hoe de materiele schade aan de scholen wordt verhaald?
Daar waar scholen zorgen hebben over de veiligheid is het aan de scholen om, samen met politie en gemeente, passende maatregelen te nemen. Het is tevens aan de scholen om te besluiten om eventuele materiële schade te verhalen op de vermeende daders.
Kunt u aangeven welke maatregelen u tegen de directrice van kunstschool IVKO neemt, die de actie van Extition Rebellion om kinderen van onderwijs te onthouden juist toejuicht?
Het staat de directrice van de school vrij om een mening te geven. In de beantwoording van deze vragen klinkt mijn standpunt helder door. Het belangrijkste is dat onderwijs altijd doorgang kan vinden. Verder is het aan de inspectie om toezicht te houden op de wijze waarop de school wet- en regelgeving toepast.
Het bericht 'Antifa belaagt rechtse studenten in Leiden: ‘Jullie moeten allemaal sterven, vuile fascisten’' |
|
Annette Raijer (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
|
Letschert , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Antifa belaagt rechtse studenten in Leiden: «Jullie moeten allemaal sterven vuile fascisten»» en wat is uw reactie op de in het artikel beschreven gebeurtenissen?1
Klopt het dat leden van de Groot-Nederlandse Studentenvereniging (GNSV) in Leiden zijn omsingeld, gevolgd, geïntimideerd en bedreigd door personen die zich met Antifa identificeren, waarbij onder meer uitspraken zouden zijn gedaan als «Ik geef je een nekschot» en «jullie moeten allemaal sterven»?
Welke informatie is hierover bekend bij politie en justitie en deelt u de mening dat dergelijke uitlatingen als ernstige bedreigingen strafrechtelijk onderzocht dienen te worden? Zo nee, waarom niet?
Zijn er naar aanleiding van dit incident aangiftes opgenomen, verdachten geïdentificeerd of onderzoeken gestart? Zo nee waarom niet?
Kunt u tevens aangeven hoe u beoordeelt dat de betrokkenen volgens berichtgeving niet alleen bij het station werden benaderd, maar ook werden gevolgd naar de locatie van hun bijeenkomst?
Deelt u de mening dat studenten, ongeacht hun politieke overtuiging, veilig moeten kunnen deelnemen aan verenigingsactiviteiten en gebruik moeten kunnen maken van hun recht op vrije meningsuiting en vereniging zonder angst voor intimidatie, geweld of doodsbedreigingen? Zo ja, welke consequenties verbindt u aan dit incident?
Worden extreemlinkse groeperingen die zich schuldig maken aan intimidatie, bedreiging, geweld of het verstoren van bijeenkomsten voldoende in beeld gebracht door politie, gemeenten en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en kunt u daarbij aangeven hoeveel incidenten waarbij extreemlinkse activisten betrokken waren bij bedreigingen, vernielingen, geweld of verstoringen van bijeenkomsten zich in de afgelopen vijf jaar hebben voorgedaan?
Kunt u uitsluiten dat binnen universiteitssteden een klimaat ontstaat waarin rechtse of conservatieve studenten zich niet langer veilig voelen om hun politieke overtuiging uit te dragen? Zo nee, bent u bereid in overleg te treden met universiteiten en studentenorganisaties om politieke intimidatie en geweld keihard aan te pakken en de Kamer vóór het einde van het zomerreces te informeren over de uitkomsten van eventuele onderzoeken en aanvullende maatregelen? Zo nee, waarom niet?
Waarom kiest u ervoor zich publiekelijk via Instagram te profileren met de Moslim Studenten Associatie, terwijl joodse studenten al maanden worden weggepest, bedreigd en de campus moeten mijden uit doodsangst door islamitische haat en begrijpt u dat dit de indruk wekt dat joodse zorgen totaal niet serieus worden genomen? Zo nee, waarom niet?1
Hoeveel gesprekken heeft u sinds 7 oktober 2023 eigenlijk gevoerd met joodse studentenorganisaties over de explosie aan islamitisch antisemitisme of zijn die gesprekken op één hand te tellen omdat u de islamitische agenda prioriteit geeft boven de joodse slachtoffers?
Waarom kiest u ervoor om de islamitische agenda voor te trekken door moslimstudenten publiekelijk in de schijnwerpers te zetten, terwijl joodse studenten de dupe worden van deze eenzijdige aanpak en dagelijks te maken hebben met antisemitisme en onveiligheid en is dit niet precies de capitulatie voor de islam die joodse studenten opoffert?
Deelt u de mening dat uw Instagram-bericht met de Moslim Studenten Associatie, terwijl joodse studenten dagelijks worden geconfronteerd met islamitische Jodenhaat, antisemitisme en intimidatie, getuigt van verraad aan joodse studenten en capitulatie voor de islamisering van ons onderwijs? Zo nee waarom niet?
Het bericht 'De islam neemt de Duitse klaslokalen over' |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het recente Der Spiegel-artikel van 14 mei 2026, waarin een schooldirectrice in Noord-Duitsland beschrijft hoe een kleine groep islamitische leerlingen met groepsdruk, halal-eisen, verplichte hoofdbedekking voor meisjes vanaf groep 7 en afwijzing van muziek en kerst de hele schoolcultuur naar hun hand zet?1, 2
Erkent u dat de openbare scholen in Nederland in rap tempo islamiseren onder invloed van dezelfde barbaarse ideologie, met almaar hardere eisen over halal-voeding, gebedsruimtes, verplichte bedekkende kleding en aanpassingen van lesstof? Zo nee, waarom niet?
Hoelang blijft u willens en wetens werkeloos toekijken terwijl de barbaarse ideologie onze openbare scholen in hoog tempo islamiseert, totdat we net als in Duitsland het punt bereiken waarop leerkrachten volledig de controle kwijt zijn en de schoolcultuur verloren is?
Waarom durft u de radicale barbaarse ideologie islam die hierachter zit niet gewoon bij naam te noemen, terwijl zelfs een links blad als Der Spiegel spreekt over ondraaglijke groepsdwang en het einde van een normale schoolcultuur? Hoelang blijft u deze gevaarlijke ideologie nog beschermen tegen kritiek, ten koste van Nederlandse leerkrachten, meisjes en de toekomst van ons openbaar onderwijs?
Welke harde maatregelen gaat u nemen, denk aan een duidelijk verbod op islamitische druk op scholen, geen subsidies meer voor extremistische organisaties en strenge handhaving om te voorkomen dat Nederlandse scholen dezelfde kant op gaan als in Duitsland?
Hoe kunt u het nog langer tolereren dat leerkrachten en schoolleiders geïntimideerd en monddood gemaakt worden uit angst voor racismeverwijten, terwijl deze barbaarse ideologie steeds meer terrein wint en onze seculiere scholen dreigt over te nemen?
De 'Summer School on Palestine' van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam |
|
Annette Raijer (PVV), Maikel Boon (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met de door het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam georganiseerde «Summer School on Palestine», waarin expliciet wordt gesproken over «legal mobilisation, solidarity and resistance» en waarbij wordt samengewerkt met Birzeit University?1, 2, 3, 4
Hoe beoordeelt u het feit dat Birzeit University internationaal onder vuur ligt vanwege Hamasinvloed op de campus, Hamasgelieerde studentenorganisaties en meerdere incidenten rondom extremisme en radicalisering en vindt u samenwerking met een dergelijke instelling wenselijk voor een Nederlandse publieke universiteit?
Bent u het ermee eens dat termen als «resistance» in de context van een samenwerking met een universiteit waar Hamasgelieerde studentenbewegingen actief zijn, op zijn minst buitengewoon ongepast en zorgwekkend zijn? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat voor deze samenwerking een delegatie van studenten, medewerkers en docenten van Birzeit University naar Nederland en Den Haag zal reizen? Zo ja, op welke wijze worden deze personen vooraf gecontroleerd op mogelijke Hamas sympathieën, steun voor terrorisme of antisemitische standpunten en welke veiligheidsrisico’s acht de regering hierbij aanwezig?
Hoe verhoudt deze ideologische eenzijdigheid zich tot academische pluriformiteit en wetenschappelijke objectiviteit?
Wat schiet de Nederlandse belastingbetaler concreet op met het financieren van een activistische «Summer School on Palestine» waarin termen als «solidarity» en «resistance» centraal staan en wordt samengewerkt met Birzeit University en waarom moet publiek geld worden besteed aan dit soort ideologische programma’s?
Deelt u de mening dat dit soort eenzijdige activistische programma’s, waarin anti Israëlische retoriek en termen als «resistance» centraal staan en wordt samengewerkt met een universiteit waar Hamasinvloed en Hamasgelieerde studentenbewegingen actief zijn, bijdragen aan de normalisering van antisemitisme en het gevoel van onveiligheid onder Joodse studenten en medewerkers op Nederlandse universiteiten ernstig vergroten? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid het College van Bestuur van Erasmus Universiteit Rotterdam ter verantwoording te roepen over het faciliteren van een programma met banden met een universiteit waar Hamasinvloed en Hamasgelieerde studentenorganisaties actief zijn en maatregelen te nemen zodat publieke universiteiten zich weer richten op neutraal onderwijs, wetenschap en academische vrijheid in plaats van ideologische activistische programma’s die bijdragen aan antisemitisme en gevoelens van onveiligheid onder Joodse studenten en medewerkers? Zo nee, waarom niet?
Het bericht 'Minister Letschert trekt 154 miljoen uit voor het aantrekken van buitenlands talent' |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Waarom geeft u 154 miljoen euro uit aan buitenlands talent, terwijl Nederlandse studenten worden verdrongen en nauwelijks nog aan een studie of kamer komen?1
In mijn brief van 24 april jl.2 heb ik aangegeven dat ik 154 miljoen euro reserveer voor hbo- en wo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellende intensivering in het hbo en wo. Met de talentstrategie wil het kabinet ervoor zorgen dat we het juiste talent selecteren, opleiden en voor Nederland behouden. Zo zorgen we voor genoeg vakmensen in de sectoren waar de uitdagingen het grootst zijn. Ook internationaal talent kan hier een bijdrage aan leveren. Het aantrekken ervan moet echter gericht gebeuren, en niet doorslaan in ongerichte groei. Daarover maak ik afspraken met de sector. Ruimte voor meer internationaal talent in specifieke sectoren betekent dat in andere sectoren het aantal anderstalige opleidingsplaatsen moet worden begrensd.
Het beeld dat Nederlandse studenten op grote schaal worden verdrongen door internationale studenten klopt niet. Nederland kent in algemene zin een zeer toegankelijk hogeronderwijsstelsel. Op basis van cijfers van DUO heeft circa 5% van de bacheloropleidingen een numerus fixus. Daarnaast leert de ervaring dat een groot deel van de kandidaten alsnog wordt toegelaten, doordat niet alle geselecteerde studenten hun plaats accepteren. In totaal wordt tussen de 75% en 85% van de aspirant-studenten geplaatst3 en kan slechts circa 5% niet starten met een opleiding van eerste voorkeur.4 Studenten die niet direct worden toegelaten, kunnen bovendien altijd terecht bij een passende tweede keuze.
De krapte op de woningmarkt is een breder maatschappelijk vraagstuk dat niet uitsluitend of primair wordt veroorzaakt door internationale studenten.
Begrijpt u dat dit beleid neerkomt op het subsidiëren van buitenlandse studenten met Nederlands belastinggeld, ten koste van onze eigen jongeren? Zo ja, waarom drukt u dit beleid er alsnog doorheen?
De middelen waarnaar wordt verwezen zijn bedoeld voor de instellingen om hen in staat te stellen maatregelen te nemen waarmee ze een bijdrage leveren aan de Nationale Talentstrategie – zie ook onder vraag 1. De wijze waarop dit vorm krijgt wordt momenteel uitgewerkt. Van belang is en blijft daarbij dat instellingen hun zelfregie op het gebied van internationale studenten doorzetten. Ook internationale studenten kunnen, mits gericht geworven, een bijdrage leveren aan de Nationale Talentstrategie. Het uitgangspunt van het kabinet is daarbij altijd dat de internationale instroom aanvullend is op de Nederlandse instroom.
Waarom houdt u vast aan het bestaande Engelstalige onderwijsaanbod, terwijl dit de positie van het Nederlands als voertaal verder onder druk zet?
Het kabinet blijft inzetten op het behoud van het Nederlandse taal als onderwijs- en wetenschapstaal. Zo worden instellingen in het wetsvoorstel internationalisering in balans (WIB) verplicht tot het maken van bewuste keuzes in hun taalbeleid en worden zij ook verplicht tot het bevorderen van de Nederlandse taalvaardigheid voor alle studenten.
In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het bestaande anderstalige onderwijsaanbod in stand blijft en dat de toets anderstalig onderwijs wordt geschrapt. Ik werk nu aan de nota van wijziging waarin dit gestalte krijgt. Het kabinet kiest ervoor om grip behouden op de instroom van internationale studenten in overleg en afstemming met de onderwijssectoren. De universiteiten en hogescholen zetten onverminderd de afspraken door die zij onderling in het kader van de zelfregie hebben gemaakt. Deze afspraken zien onder meer op het terrein van capaciteit, maar ook op Nederlandse taalvaardigheid, verbeteren van de blijfkans en huisvesting.
Vindt u het acceptabel dat instellingen zoals de Universiteit Maastricht inmiddels draaien op buitenlandse studenten en wanneer is voor u de grens bereikt?
Internationalisering brengt zowel voordelen als uitdagingen met zich mee. Het kan bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs, het versterken van de internationale positie van Nederland en een sterke economie. Tegelijkertijd is het van belang dat de instroom van internationale studenten in balans is met de capaciteit van instellingen en de draagkracht van regio’s en steden.
In dat kader wordt gesproken over «gebalanceerde internationalisering». Dat betekent dat het voor elke instelling, regio en opleiding verschillend kan zijn wat een passende omvang van internationale instroom is. Voor instellingen zoals de Universiteit Maastricht, die in een grensregio liggen, is het navolgbaar dat het aandeel internationale studenten hoger ligt dan elders in Nederland. Wel moet oog blijven voor de draagkracht van de stad en de bijdrage die het anderstalige onderwijs en de internationale studenten leveren aan de regio.
Het kabinet blijft hierover in gesprek met instellingen en werkt toe naar bestuurlijke afspraken om deze balans te borgen, zodat de voordelen van internationalisering behouden blijven zonder dat dit leidt tot ongewenste effecten voor toegankelijkheid of capaciteit. Ook in het kader van de Nationale Talentstrategie, zetten we in op het gericht en selectief aantrekken van internationaal talent, juist daar waar de uitdagingen het grootst zijn.
Hoe denkt u grip te houden op internationale instroom, als u tegelijkertijd miljoenen uittrekt om die instroom juist verder aan te jagen?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid om harde grenzen te stellen aan het aantal buitenlandse studenten en het Nederlands weer de norm te maken in het hoger onderwijs, of blijft u kiezen voor internationalisering boven de Nederlandse belangen?
Er is geen tegenstelling tussen internationalisering en Nederlandse belangen. Het kabinet zet in op een vorm van internationalisering die bijdraagt aan de Nederlandse samenleving en economie, en wil tegelijkertijd de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs voor Nederlandse studenten borgen.
Grip op internationale instroom betekent dat instellingen beter in staat worden gesteld om per opleiding en per regio af te wegen waar internationale studenten een meerwaarde hebben en waar begrenzing nodig is. Instrumenten zoals numerus fixusmaatregelen maken dit mogelijk.
Het Nederlands blijft daarbij een belangrijke taal binnen het hoger onderwijs. Tegelijkertijd kan anderstalig onderwijs in bepaalde gevallen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld omdat het werkveld of wetenschappelijk veld hoofdzakelijk anderstalig, of omdat op deze manier extra internationaal talent voor tekortsectoren opgeleid kan worden of voor regio’s waar het onderwijsaanbod onder druk staat.
Het kabinet blijft hierover in gesprek met instellingen en zet in op een gebalanceerde aanpak waarin zowel nationale belangen als de voordelen van internationalisering worden meegenomen. De intentie is om daarover op korte termijn bestuurlijke afspraken te maken met hogescholen en universiteiten. Daarnaast werken we aan de Nationale Talentstrategie, vanuit dezelfde gebalanceerde aanpak.
Het artikel 'UvA student sails with flotilla to Gaza: 'We are preparing for the worst'' |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «UvA student sails with flotilla to Gaza: «We are preparing for the worst»»?1
Ja.
Kunt u aangeven of u het wenselijk vindt dat docenten studenten aanmoedigen om dergelijke gevaarlijke reizen naar onder andere Gaza te ondernemen? Zo nee, welke maatregelen gaat u hierop ondernemen?
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele casuïstiek.
In algemene zin is het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de Gazastrook rood. Dat betekent dat het advies is aan Nederlanders: wat uw situatie ook is, reis hier niet heen, het is er te gevaarlijk. Ook waarschuwt het ministerie in het reisadvies dat de Nederlandse vertegenwoordiging niet kan helpen als Nederlanders in de Gazastrook in de problemen komen. Het reisadvies is helder, het is onverstandig dit te negeren.
Kunt u bevestigen dat studenten alleen recht hebben op studiefinanciering wanneer zij hun studie daadwerkelijk volgen en niet door eigen toedoen of vrijwillige uitstapjes bewust studievertraging veroorzaken? Zo nee, waarom niet?
Nee, voor een aanspraak op studiefinanciering is het niet vereist dat iemand daadwerkelijk de studie volgt. Ook vervalt hun aanspraak niet op het moment dat zij door eigen toedoen bewust studievertraging veroorzaken. De aanspraak op studiefinanciering is verbonden aan de inschrijving bij een opleiding die aanspraak geeft op studiefinanciering, en daarnaast aan het voldoen aan de overige leeftijds- en nationaliteitseisen. Daarbij is wel het aantal maanden prestatiebeurs dat een student kan ontvangen gemaximeerd. Bij studievertraging kan een student gedurende de opleiding dus in de leenfase terecht komen en geen recht meer hebben op een prestatiebeurs. Wanneer de student niet binnen de diplomatermijn een diploma haalt, wordt de prestatiebeurs bovendien niet omgezet in een gift. Het is aan de student zelf om tegen deze achtergrond keuzes te maken om ingeschreven te blijven staan of de studie (tijdelijk) te stoppen.
Kunt u bewerkstelligen dat studenten die deelnemen aan extremistische activiteiten hun recht op studiefinanciering verliezen en bovendien worden geschorst of van hun onderwijsinstelling worden verwijderd? Zo nee, waarom niet?
Waar het gaat om studiefinanciering vervalt de aanspraak alleen als is vastgesteld dat de student een uitreiziger is.2 Daarvan is sprake als uit een melding van bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten blijkt dat er een gegronde reden bestaat dat de student zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie.3 Op basis daarvan kan ik als Minister van OCW besluiten de aanspraak op studiefinanciering te laten vervallen.
Waar het gaat om schorsing of verwijdering van een student van de onderwijsinstelling, heb ik als Minister van OCW daartoe geen mogelijkheden. Die bevoegdheid ligt bij het bestuur van de onderwijsinstellingen op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Wanneer een student de huisregels overtreedt en een veilige leer- en/of werkomgeving voor studenten en/of medewerkers schaadt, kan het instellingsbestuur die student voor maximaal een jaar de toegang tot de gebouwen en terreinen ontzeggen of de inschrijving voor eenzelfde periode beëindigen. Wanneer een student de huisregels overtreedt, ernstige overlast heeft veroorzaakt en ook na waarschuwingen daarmee niet is gestopt, kan het instellingsbestuur die student de toegang tot de instelling definitief ontzeggen of zijn inschrijving beëindigen.4 Een instellingsbestuur neemt een dergelijk besluit niet lichtvaardig en de impact is groot, mede ook tegen het licht van het recht op onderwijs. Daarom wordt tegen dit soort besluiten vaak in beroep gegaan bij een rechter. Uit de rechtspraak blijkt het belang van een gedegen belangenweging en proces, voordat tot zo’n beslissing kan worden overgegaan. Een schorsing moet evenredig zijn aan de mate waarin de huisregels zijn overtreden. Daarbij moet waar mogelijk de onderwijsvoortgang niet onevenredig worden belemmerd als gevolg van een maatregel. Ook moet eerst gekeken worden of op andere manieren het gedrag kan worden gewijzigd. Als dit na aanhoudende pogingen niet lukt, kan een student definitief worden uitgeschreven.
Welke maatregelen wil u nemen om vroegtijdige radicalisering in het onderwijs, vooral de breed geaccepteerde linkse radicalisatie, aan te pakken om deze situaties in de toekomst te voorkomen?
Ik heb geen signalen dat er sprake is van breed geaccepteerde linkse radicalisatie in het onderwijs.
Het bericht 'UvA's Room for Discussion trekt uitnodiging Vlaams Belang politicus in om veiligheid en andere redenen' |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het bericht van GeenStijl «UvA’s Room for Discussion trekt uitnodiging Vlaams Belang politicus in om veiligheid en andere redenen»?1
Ja.
Deelt u de mening dat de Universiteit van Amsterdam (UVA) opnieuw zwicht voor activistische druk door de uitnodiging aan Tom van Grieken van Vlaams Belang in te trekken en dat universiteiten geen politieke filterbubbel mogen zijn waar alleen welgevallige meningen welkom zijn? Zo nee, waarom niet?
Ik wil voorop stellen dat universiteiten bij uitstek de plekken in de samenleving zijn voor open debat en dialoog, waarin ruimte is voor een diversiteit aan perspectieven, zolang dit gebeurt binnen de grenzen van de wet en met inachtneming van de academische kernwaarden. Het is aan de instellingsbesturen om, bij het faciliteren of organiseren van bijeenkomsten, in iedere casus een nieuwe afweging te maken of iemand kan komen spreken. Daarbij moeten zij zowel de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting, alsook de veiligheid op de campus waarborgen. Ik vertrouw erop dat zij die afwegingen weloverwogen maken en dat dat ook in dit geval is gebeurd. Zo heeft de UvA mij laten weten dat het studentenplatform Room for Discussion heeft besloten het interview te annuleren. Dit hebben zij gedaan na consultatie bij de UvA en op basis van een brede afweging. Daarbij is gekeken naar de veiligheid en de benodigde veiligheidsmaatregelen, maar ook naar de gevolgen voor onderwijs en onderzoek, logistieke overwegingen, eventuele protocollaire eisen en de wensen van de gast.
Kan u aangeven of er nog sprake is van academische vrijheid of dat deze is ingeruild voor ideologische censuur?
Ik deel niet uw opvatting dat de academische vrijheid is ingeruild voor ideologische censuur. Wel is en blijft het van groot belang dat de academische vrijheid gewaarborgd en actief beschermd wordt. Vanwege de signalen dat de academische vrijheid onder druk staat, lopen er verschillende trajecten die bijdragen aan het inzicht in de academische vrijheid in Nederland en het handelingsperspectief om deze beter te borgen en beschermen. De KNAW werkt bijvoorbeeld aan twee adviezen; juridische borging van academische vrijheid en vrijheid van meningsuiting in de wetenschappelijke sector. Het is van belang dat deze twee vrijheden van elkaar worden onderscheiden. Daarnaast start ik, naar aanleiding van motie Heite, een onafhankelijk onderzoek naar de zorgen over het gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap waarvan ik de resultaten dit najaar verwacht.2
Kan u aangeven of universiteiten gebruik mogen maken van veiligheid als een smoes of veiligheid mogen misbruiken als excuus om politiek onwelgevallige sprekers te weren? Zo nee, welke maatregelen gaat u hiertegen nemen?
Ik neem afstand van de suggestie dat universiteiten veiligheid als smoes inzetten of als argument misbruiken om onwelgevallige sprekers te weren. Zoals toegelicht onder vraag 2 vertrouw ik erop dat universiteiten in elke casus een weloverwogen afweging maken, waarbij zij veel waarde hechten aan de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting.
Bent u bereid om universiteiten die structureel de vrijheid van meningsuiting ondermijnen, financieel te korten? Zo nee, waarom niet?
Ik ben daar niet toe bereid en ik heb ook geen indicaties dat hier sprake van zou zijn.
Herkent u dat dit soort incidenten bijdragen aan een angstcultuur op universiteiten waar afwijkende meningen worden weggezet en linkse groepsdruk de norm is? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik herken niet dat dergelijke incidenten bijdragen aan een angstcultuur. Het is te betreuren dat evenementen soms vanwege veiligheidsredenen moeten worden afgezegd. Iedereen moet zich veilig voelen om mee te doen aan het open debat, waar de ruimte is voor verschillende perspectieven en waar het ook mag schuren. Zoals eerder aangegeven in vraag 2 zetten bestuurders zich elke dag weer in voor academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting, maar hebben ze daarbij ook de ingewikkelde taak om de veiligheid te waarborgen.
Het bericht 'Hogescholen bundelen krachten: nieuwe generatie economie-studenten moeten leren over ‘brede welvaart’ te vergroten' |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht over tien hogescholen, waaronder Avans en Hogeschool Rotterdam, die samen met de Goldschmeding Foundation € 1,8 miljoen investeren om bijna 40 procent van alle hbo-economiestudenten te leren dat economie niet over geld verdienen gaat maar over «brede welvaart», sociale gelijkheid, leefbaarheid en arbeidsparticipatie?1
Ja, ik ben bekend met het bericht waarin wordt gemeld dat tien hogescholen een samenwerking aangaan gericht op het actief bevorderen van brede welvaart in de samenleving. In het bericht wordt vermeld dat 40% van de hbo-studenten een opleiding in het economisch domein volgt.
Hoe verklaart u dat dit soort linkse ideologie met belastinggeld op onze hogescholen wordt doorgedrukt?
Het aanpassen van de inhoud van opleidingen is onderdeel van een continu kwaliteitsproces in nauwe samenwerking met het beroepenveld. De instelling is hierbij verantwoordelijk voor de inhoud en kwaliteit van de opleiding die zij aanbiedt.
De Vereniging Hogescholen heeft mij geïnformeerd dat, als onderdeel van de kwaliteitscyclus van het hoger onderwijs, een sectorale verkenning van het economisch domein is uitgevoerd door een onafhankelijke verkenningscommissie in samenspraak met het werkveld. Naar aanleiding van de verkenning is een sectorplan hoger economisch onderwijs opgesteld en zijn alle landelijke opleidingsprofielen vernieuwd. Logischerwijs komen nieuwe maatschappelijke inzichten terug in de programma's. Hierbij is ideologie geen maatstaf. Het uitgangspunt is dat een hbo-professional zelf een kritische houding ontwikkelt en afwegingen maakt voor toekomstige inzet van opgedane kennis.
Beoordeling van de inhoud en kwaliteit van opleidingen vindt plaats in het accreditatieproces van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Hierin wordt door panels van docenten en wetenschappers (die niet verbonden zijn aan de betreffende opleiding) onder andere bekeken of de beoogde leerresultaten van een opleiding aansluiten bij de verwachtingen van het beroepenveld en het vakgebied en op internationale eisen.
Waarom laat u toe dat hogescholen met € 1,8 miljoen aan subsidie hun economische opleidingen aanpassen en vakken inrichten rond begrippen als «regeneratief leiderschap» en «maatschappelijke waarde», terwijl onze economie juist behoefte heeft aan studenten die bedrijven opbouwen, banen creëren en economische groei realiseren?
De veronderstelde tegenstelling tussen het opleiden van studenten die bedrijven opbouwen, banen creëren en economische groei realiseren en het opnemen van begrippen als regeneratief leiderschap en maatschappelijke waarde in de curricula van economische opleidingen, zie ik niet. Verder hebben hogescholen en universiteiten bestedingsvrijheid ten aanzien van hun bekostiging, die zij inzetten om hun wettelijke taken van het verzorgen van onderwijs, het verrichten van onderzoek en het verzorgen van kennisoverdracht aan de maatschappij uit te voeren. Uit het artikel maak ik op dat het genoemde bedrag een combinatie van middelen van de hogescholen en van de Goldschmeding Foundation betreft. Er is in elk geval geen subsidie van € 1,8 miljoen verstrekt door het Ministerie van OCW voor dit doel.
Hoeveel publiek geld is de afgelopen jaren besteed aan projecten en onderwijsprogramma’s waarin economische opleidingen worden omgebouwd rond begrippen als «brede welvaart», duurzaamheid en sociale gelijkheid? Kunt u daarvan een overzicht geven? Zo nee, waarom niet?
Hogescholen en universiteiten ontvangen een rijksbijdrage om hun wettelijke taken, waaronder het verzorgen van onderwijs, uit te kunnen voeren. De rijksbijdrage wordt als lumpsum uitgekeerd. Dat betekent dat hogescholen en universiteiten binnen de kaders van de wet bepalen hoe zij de middelen inzetten en zij verantwoorden zich hierover via het jaarverslag. Ik kan daarom geen overzicht geven hoeveel publiek geld aan welke projecten en onderwijsprogramma’s is besteed.
Vindt u het wenselijk dat economische opleidingen steeds vaker worden beoordeeld op niet-financiële indicatoren zoals «brede welvaart» en zo ja, waarom acht u dat belangrijker dan het opleiden van studenten die daadwerkelijk bijdragen aan economische groei en ondernemerschap?
In het algemeen acht ik het van belang dat opleidingen in het hoger onderwijs goed aansluiten bij de arbeidsmarkt, in verbinding staan met de maatschappij en maatschappelijke vraagstukken, en dat studenten geleerd wordt afwegingen te maken vanuit verschillende perspectieven.
Zoals aangegeven in reactie op uw tweede vraag, vindt toetsing van de inhoud en kwaliteit van opleidingen plaats in het accreditatieproces van de NVAO. Hierin wordt door panels van docenten en wetenschappers (die niet verbonden zijn aan de betreffende opleiding) onder andere bekeken of de beoogde leerresultaten van een opleiding aansluiten bij de verwachtingen van het beroepenveld en het vakgebied en op internationale eisen. Als Minister heb ik geen oordeel over de inhoud van specifieke opleidingen in het hoger onderwijs.
Wat vindt u ervan dat docenten binnen deze programma’s worden getraind om studenten te leren dat economische keuzes vooral langs maatschappelijke en ideologische maatstaven moeten worden beoordeeld en acht u dit een neutrale benadering van economisch onderwijs?
Uit het artikel leid ik niet af dat docenten op deze manier getraind worden.
Deelt u de mening dat economische opleidingen in de eerste plaats studenten moeten opleiden in de economische vakken, in plaats van hen te belasten met linkse ideologische theorieën over zogenaamde «brede welvaart» en zo ja, wat gaat u doen om te voorkomen dat economische opleidingen verder afglijden richting linkse indoctrinatie?
Zie het antwoord op vraag 5.
Kunt u bevestigen dat inmiddels een aanzienlijk deel van de economische opleidingen binnen het hbo betrokken is bij dit soort programma’s en zo ja, hoe voorkomt u dat studenten nog maar één ideologische visie op economie krijgen voorgeschoteld?
Nee, dat kan ik niet bevestigen.
Zoals ik eerder heb aangegeven vind ik het van belang dat opleidingen in het hoger onderwijs goed aansluiten bij de arbeidsmarkt, in verbinding staan met de maatschappij en maatschappelijke vraagstukken, en dat studenten geleerd wordt afwegingen te maken vanuit verschillende perspectieven.
De blokkade van middelbare scholen door Extinction Rebellion |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht in Het Parool van 5 maart 2026, dat klimaatactivisten van Extinction Rebellion meerdere middelbare scholen in Amsterdam hebben geblokkeerd door schoolhekken met kettingen af te sluiten en sloten dicht te lijmen, waardoor leerlingen en personeel tijdelijk geen toegang hadden tot hun school?1
Ja.
Deelt u de mening dat het blokkeren van de toegang tot scholen en het verhinderen van onderwijs aan leerlingen een ernstige aantasting is van het recht op onderwijs en niets te maken heeft met demonstratierecht? Zo nee, waarom niet?
Ik vind het onacceptabel wanneer leerlingen, leraren en andere schoolmedewerkers niet naar school kunnen vanwege een (poging tot) blokkade. Onderwijs is een grondrecht. Het onderwijs bereidt leerlingen voor op de toekomst, en juist daarom zou dat altijd ongehinderd mogelijk moeten zijn. Het is aan de scholen zelf om waar nodig aangifte te doen tegen de organisatoren van de demonstratie. Bij vermoedens van strafbare feiten adviseert het kabinet altijd om aangifte te doen.
Klopt het, dat door deze acties lesuren zijn uitgevallen en leerlingen geen onderwijs konden volgen? Hoeveel scholen en leerlingen zijn hierdoor geraakt?
Het is helaas zo dat niet alle scholen hun volledige lesdag hebben kunnen draaien. Bij de Inspectie van het Onderwijs zijn geen signalen ontvangen. Mede daardoor is niet goed te duiden hoeveel leerlingen door de actie zijn geraakt.
Is onderzocht of door het afsluiten en dichtlijmen van schoolhekken ook nooduitgangen of vluchtroutes zijn geblokkeerd en daarmee mogelijk levensgevaarlijke situaties voor leerlingen en personeel zijn ontstaan? Zo nee, waarom niet?
Scholen hebben een zorgplicht voor de fysieke veiligheid van leerlingen en medewerkers. Daartoe zijn er regels als het gaat over bijvoorbeeld brandveiligheid en vluchtgevaar. Ik kan niet beoordelen in hoeverre er gevaarlijke situaties zijn ontstaan.
Is de Minister bereid maatregelen te nemen, om te voorkomen dat scholen en leerlingen opnieuw doelwit worden van activistische blokkades? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven hoe de materiele schade aan de scholen wordt verhaald?
Daar waar scholen zorgen hebben over de veiligheid is het aan de scholen om, samen met politie en gemeente, passende maatregelen te nemen. Het is tevens aan de scholen om te besluiten om eventuele materiële schade te verhalen op de vermeende daders.
Kunt u aangeven welke maatregelen u tegen de directrice van kunstschool IVKO neemt, die de actie van Extition Rebellion om kinderen van onderwijs te onthouden juist toejuicht?
Het staat de directrice van de school vrij om een mening te geven. In de beantwoording van deze vragen klinkt mijn standpunt helder door. Het belangrijkste is dat onderwijs altijd doorgang kan vinden. Verder is het aan de inspectie om toezicht te houden op de wijze waarop de school wet- en regelgeving toepast.
Het bericht ‘Bijna helft van docenten heeft te maken met fysiek geweld door leerlingen en ouders: Tijdens zwangerschap in mijn buik getrapt’ |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Erkent u dat uit het onderzoek van EenVandaag en CNV blijkt dat bijna de helft van de docenten te maken heeft gehad met fysiek geweld en dat dit dus geen uitzondering meer is maar een structureel probleem?1
Ik heb kennis genomen van het onderzoek en betreur dat bijna de helft van de docenten die hebben gereageerd, aangeven dat ze te maken hebben gehad met fysiek geweld. Ik vind elke vorm van geweld tegen docenten onacceptabel.
Hoe verklaart u dat leraren in Nederland, één van de rijkste en best georganiseerde landen ter wereld, niet eens veilig hun werk kunnen doen?
Verreweg de meeste scholen slagen er in om een veilig schoolklimaat te creëren, ondanks dat verruwing in de samenleving en in de wijken ook de school binnenkomt. Uit de laatste Landelijke Veiligheidsmonitor po/vo blijkt dat in schooljaar 2021/2022 3 procent van het po-personeel eenmaal per maand of vaker fysiek geweld heeft meegemaakt (een lichte stijging ten opzichte van het jaar ervoor). Voor vo-personeel is dat 1 procent, wat geen significante stijging is ten opzichte van het jaar ervoor.2 Maar laat er geen twijfel over bestaan: elk geval van geweld tegen onderwijspersoneel is er één te veel. Leraren en overig onderwijspersoneel moeten het werk altijd op een veilige manier kunnen uitvoeren.
Deelt u de mening dat geweld tegen docenten automatisch moet leiden tot aangifte en stevige sancties, in plaats van interne afhandeling of het bagatelliseren van incidenten? Zo nee, waarom niet?
De school moet een veilige plek zijn om te leren én te werken. Daarom roept het kabinet schoolbesturen ook op om altijd aangifte te doen bij een vermoeden van een strafbaar feit. Dat kan een schoolbestuur ook doen namens een slachtoffer. Het bagatelliseren of in de doofpot stoppen van incidenten is uiteraard geen goede werkwijze; een schoolbestuur verzaakt dan zijn zorgplicht voor een veilige werkomgeving. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving en kan besturen sanctioneren indien zij hun zorgplicht onvoldoende invullen.
Het zorgdragen voor een veilige omgeving voor personeel, leerlingen en studenten is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van scholen en schoolbesturen. Stichting School & Veiligheid biedt scholen en besturen hierbij ondersteuning, niet alleen met handreikingen, maar ook met een adviespunt en een 24/7 calamiteitenteam.
Het kabinet zet in op de goede randvoorwaarden voor veilig onderwijs. Zo ligt op dit moment het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs in de Tweede Kamer. Met dit wetsvoorstel krijgen scholen beter zicht op veiligheid, worden slachtoffers beter ondersteund als zich een incident voordoet en zorgen we dat scholen hun veiligheidsbeleid beter coördineren en evalueren, bijvoorbeeld door een vertrouwenspersoon en veiligheidscoördinator aan te stellen. De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 1 augustus 2027.
Wat gaat u concreet en aantoonbaar doen tegen schoolbesturen die geweldsincidenten in de doofpot stoppen of hun docenten na bedreiging en mishandeling in de steek laten en welke sancties volgen als zij hun wettelijke zorgplicht niet nakomen?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe kan het dat docenten die aangifte willen doen, soms worden afgeremd door hun eigen schoolbestuur uit angst voor imagoschade of minder aanmeldingen en vindt u dat acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Als onderwijspersoneel zich niet veilig voelt om aangifte te doen dan is dat onacceptabel. De angst voor imagoschade mag daarbij geen rol spelen. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan bijdragen aan de meldingsbereidheid, want een vertrouwenspersoon is er voor om slachtoffers van incidenten bij te staan. Met het al genoemde Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs wordt het aanstellen van een interne én een externe vertrouwenspersoon verplicht. Ik roep besturen op om meldingen altijd serieus op te pakken en om altijd aangifte te doen bij vermoedens van strafbare feiten. Dat mag ook namens een medewerker.
Bent u bereid om te onderzoeken of definitieve verwijdering van gewelddadige leerlingen sneller en consequenter moet worden toegepast, zodat de veiligheid van personeel voorop komt te staan? Zo nee, waarom niet?
Er is geen plek voor agressie in het onderwijs. Elke vorm van geweld, intimidatie of ander ongewenst gedrag is wat mij betreft onacceptabel. Het is nu ook al mogelijk om leerlingen te schorsen of in het zwaarste geval te verwijderen van school. Ook kan ouders de toegang tot de school worden ontzegd. Bij vermoedens van strafbare feiten is aangifte doen ontzettend belangrijk. Een besluit tot schorsing of verwijdering is aan de school. Stichting School & Veiligheid heeft expertise op dit vlak en ondersteunt scholen hierbij. Ik acht het dan ook niet nodig om hier onderzoek naar te doen, en vind het veel belangrijker dat scholen de weg naar goede ondersteuning weten te vinden
Bent u zich ervan bewust dat in een tijd van historisch lerarentekort bijna een kwart van de docenten overweegt het onderwijs te verlaten, mede door geweld en bedreigingen en begrijpt u dat het huidige, halfzachte optreden direct bijdraagt aan het verder leeglopen van onze scholen? Zo nee, hoe kunt u dit falen nog langer ontkennen? Zo ja, welke harde, concrete maatregelen worden op zeer korte termijn genomen om leraren daadwerkelijk te beschermen en wanneer zien we daar resultaat van?
Ik vind het buitengewoon ernstig dat docenten en ander onderwijspersoneel enige vorm van fysiek geweld ervaren en daarbovenop, dit niet altijd kunnen melden. Ieder incident is er één te veel. Het is belangrijk dat schoolbesturen achter hun personeel staan, incidenten serieus nemen en waar nodig aangifte doen. Met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs komt het kabinet met een stevig en omvattend pakket maatregelen om de veiligheid op scholen verder te vergroten. Dat wetsvoorstel bespreek ik binnenkort met uw Kamer. En hoewel het wetsvoorstel nog niet in werking is getreden, roep ik schoolbesturen op om nu al aan de slag te gaan met de maatregelen uit het wetsvoorstel. Zo kunnen scholen alvast beginnen met het registreren van alle veiligheidsincidenten en het melden van ernstige feiten bij de inspectie. Ook kunnen ze alvast aan de slag met het aanstellen van vertrouwenspersonen.
Het bericht ‘Studenten uit Gaza die beurs was beloofd kunnen toch nog niet door met hun studie in Wageningen’ |
|
Annette Raijer (PVV), Raymond de Roon (PVV) |
|
Moes , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de Wageningen University & Research de juridische procedure van twee in Gaza geboren studenten faciliteert door de proceskosten te vergoeden en kunt u aangeven uit welke middelen deze kosten worden betaald? Zo nee, waarom niet?1
Ik ben bekend met het bericht.
De Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) geeft een instelling ruimte om voorzieningen te treffen voor de financiële ondersteuning van een internationale student die aan de instelling is ingeschreven. Instellingen gaan zelf over de invulling die zij hieraan geven. De Wageningen Universiteit (WUR) verstrekt jaarlijks twee beurzen aan studenten uit conflictgebieden. De WUR heeft mij laten weten dat deze beurzen worden bekostigd uit een fonds dat hiervoor door de instelling is ingericht. Uit hetzelfde fonds worden nu de proceskosten betaald. De WUR geeft aan dat de middelen voor dit fonds uit de inkomsten uit instellingscollegegeld van niet EER-studenten worden gehaald. Het betreft dus geen middelen die vanuit de Rijksoverheid aan de WUR worden verstrekt. Wel is het zo dat instellingscollegegeld wordt geïnd op basis van WHW waarmee deze middelen als publiek zijn aan te merken.
Hogescholen en universiteiten hebben bestedingsvrijheid voor deze middelen, maar zijn hierbij gebonden aan dezelfde kaders die de WHW aan de besteding van de overheidsbijdrage stelt. Het is aan de WUR om te zorgen dat zij hun middelen binnen de kaders van de wet besteden. Zij rapporteren over hun bestedingen in hun jaarverslag.
Kunt u uitsluiten dat voor deze rechtszaak publiek bekostigde onderwijs- en onderzoeksbudgetten van de universiteit worden ingezet en, zo nee, acht u het wenselijk dat universiteitsgeld wordt gebruikt voor juridische procedures tegen de Staat?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat universiteiten zich primair dienen te richten op onderwijs en onderzoek en niet op het voeren of financieren van rechtszaken om buitenlandse en consulaire besluitvorming af te dwingen?
Ik deel met u dat universiteiten zich primair dienen te richten op onderwijs en onderzoek. Ik heb geen reden om aan te nemen dat universiteiten van deze doelstellingen afwijken.
Kunt u aangeven of en op welke wijze de betreffende studenten vooraf zijn gescreend op veiligheidsrisico’s, waaronder mogelijke banden met extremistische of terroristische organisaties zoals Hamas?
Deze studenten hebben de reguliere procedure doorlopen. Voorafgaand aan de afgifte van een verblijfsvergunning voor studie voert de IND een openbare orde-check uit in nationale en internationale justitiële en politiesystemen, waaronder het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) en het Schengeninformatiesysteem (SIS).
Aanvragers moeten een antecedentenverklaring invullen en ondertekenen. Deze omvat ook lopende zaken, niet-onherroepelijke veroordelingen en buitenlandse antecedenten. De referent (in dit geval de WUR) ziet hierop toe. Onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot afwijzing.
Als blijkt dat de betrokkene een gevaar voor de openbare orde en/of nationale veiligheid vormt, zal de aanvraag worden geweigerd.
Bent u bereid vast te leggen dat universiteiten geen financiële, juridische of bestuurlijke verplichtingen mogen aangaan richting personen uit conflictgebieden zolang niet vaststaat dat dit noodzakelijk, veilig en volledig getoetst is en dat dit niet leidt tot precedentwerking?
Het staat buitenlandse studenten vrij om een studie aan Nederlandse universiteiten te volgen als zij aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoen. Het in mijn vorige antwoord benoemde reguliere proces is hier een onderdeel van voor studenten die niet uit de EER of uit Zwitserland komen. Deze processen zijn in dit geval doorlopen en hiermee zijn de studenten wat mij betreft afdoende getoetst.
Ik zie op dit moment geen reden om de bestaande processen en regelgeving op dit gebied te wijzigen.
Statushouders die worden geschoold om voor de klas te staan |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Moes |
|
|
|
|
Bent u bekend met het programma Wereldburgers voor de Klas in Leiden, waarin statushouders met een buitenlandse onderwijsachtergrond versneld richting een functie in het Nederlandse onderwijs worden begeleid?1
Ja.
Welke concrete, onafhankelijke en toetsbare criteria hanteert u om te bepalen dat onderwijsbevoegdheden uit landen met fundamenteel andere onderwijssystemen, didactiek en waardenkaders gelijkwaardig zouden zijn aan Nederlandse lerarenopleidingen en wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer deze aannames ten koste gaan van onderwijskwaliteit en leerlingontwikkeling?
Als een persoon met een buitenlandse onderwijsbevoegdheid les wil geven in Nederland moet deze een erkenning van de buitenlandse onderwijsbevoegdheid aanvragen. Er zijn verschillende voorwaarden die gesteld worden aan de erkenning van een buitenlandse bevoegdheid. Hierbij moet onder andere de aanvrager een lerarenopleiding hebben gevolgd, moet dat diploma een lesbevoegdheid geven in land van diplomering, moet het diploma eenzelfde lesbevoegdheid geven als de aangevraagde lesbevoegdheid, moet de gevolgde opleiding gericht zijn op de aangevraagde bevoegdheid en moet de opleiding minstens hetzelfde niveau zijn als het Nederlandse niveau van hoger onderwijs.
De erkenning van beroepskwalificaties (diploma’s) voor Nederlandse onderwijsberoepen op basis van diploma’s behaald in de EU en buiten de EU gebeurt door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). DUO beoordeelt de diploma’s/kwalificaties voor het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid. De Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs (NUFFIC) adviseert DUO in de beoordelingsprocedure van het buitenlandse diploma ten opzichte van Nederlandse diploma’s. De NUFFIC is het nationale expertisecentrum voor onderwijsvergelijking en voert waardering van de diploma’s uit.
Waarom ontbreekt een expliciete, afdwingbare eis dat deelnemers aan dit programma volledig voldoen aan Nederlandse kernwaarden waaronder gelijkwaardigheid van man en vrouw, vrijheid van meningsuiting en strikte scheiding van religie en onderwijs en waarom accepteert u daarmee een bewust risico voor de neutraliteit van het openbaar onderwijs?
Scholen hebben de wettelijke opdracht om actief burgerschap bij te brengen en sociale cohesie te bevorderen. Binnen deze wettelijke opdracht hebben scholen de verantwoordelijkheid om bevoegde en bekwame onderwijzers aan te nemen die de Nederlandse kernwaarden bijbrengen aan leerlingen. De inspectie houdt toezicht op de naleving van deze wettelijke eis.
Hoe verklaart u dat programma’s als Wereldburgers voor de Klas, uitgevoerd door onder meer Stichting Wereldburger en DZB Leiden, onder de vlag van «lerarentekort» functioneren als integratie- en participatietrajecten, zonder overtuigend en openbaar bewijs dat zij leiden tot structurele kwaliteitsverbetering in het onderwijs?
Het doel van programma’s als Wereldburgers voor de Klas is om bevoegde leraren die in het land van herkomst werkzaam waren in het onderwijs voor te bereiden op een (onderwijsgevende) functie in het Nederlands onderwijs of ter voorbereiding op een lerarenopleiding. Veel van de deelnemers hebben al een in Nederland erkende lesbevoegdheid en een sterke gedrevenheid om het beroep opnieuw uit te oefenen. Het programma draagt bij aan de instroom van leraren en daarmee aan het tegengaan van het lerarentekort en aan de kwaliteit van het onderwijs. Het stimuleren van dergelijke programma’s is een onderdeel van de bredere aanpak van het lerarentekort, waarbij mensen met een onderwijsachtergrond uit het buitenland gefaseerd worden voorbereid op inzet in het Nederlandse onderwijs.
De inzet op taalontwikkeling, praktijkervaring en begeleiding is gericht op het borgen van onderwijskwaliteit en continuïteit. Op dit moment zien we positieve effecten op instroom, inzetbaarheid en behoud van personeel. Daarmee worden deze programma’s beschouwd als een aanvullend instrument binnen het overkoepelende lerarenbeleid en niet als vervanging van reguliere lerarenopleidingen.
Waarom blijft u vasthouden aan het inzetten van statushouders in het onderwijs als beleidsinstrument, terwijl dit geen structurele oplossing biedt voor het lerarentekort, falend beleid maskeert en ouders en leerlingen opzadelt met kwaliteitsverlies, communicatieproblemen, instabiliteit in de klas en onzekerheid over normen en neutraliteit in het onderwijs?
Zoals in het vorige antwoord aangegeven zien we positieve effecten op instroom, inzetbaarheid en behoud van personeel met dank aan dit soort programma’s. De inzet van statushouders en/of Oekraïense ontheemden is onderdeel van de bredere aanpak van het lerarentekort. In het jaar 2025 hebben scholen 237 aanvragen ingediend om statushouders en Oekraïense ontheemden met potentie om voor de klas te staan te begeleiden naar een functie in het Nederlands onderwijs. Inzet vindt plaats binnen bestaande kwaliteits- en bevoegdheidseisen, met aandacht voor taalvaardigheid en begeleiding, en is bedoeld om verantwoord om te gaan met schaarste in het onderwijs. Daarnaast is er een breed scala aan maatregelen vanuit dit kabinet om het lerarentekort aan te pakken.
Welke stappen zet u om per direct te stoppen met het faciliteren van onderwijsprogramma’s die statushouders richting structurele arbeid en langdurig verblijf leiden en hoe gaat u borgen dat het onderwijs niet langer wordt ingezet als verlengstuk van migratiebeleid maar zich weer richt op kwaliteit, veiligheid en Nederlandse belangen?
Er wordt ingezet op goed onderwijs voor alle leerlingen, met voldoende en goed opgeleide leraren. De aanpak van het lerarentekort vraagt dat we alle geschikte en bevoegde kandidaten benutten die aan de geldende kwaliteitseisen voldoen. Onderwijsprogramma’s worden ingezet vanuit onderwijskundige en arbeidsmarktmatige overwegingen en niet als migratiebeleid. Kwaliteit, veiligheid en professionaliteit in de klas staan daarbij altijd voorop.
Overlast rond islamitische school Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Moes |
|
|
|
|
Bent u bekend met het structurele en escalerende intimiderende gedrag van moslimjongeren van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer? Wat vindt u hiervan?1
De situatie is mij bekend. Ik vind het heel vervelend dat de wijkbewoners rondom het Cornelius Haga Lyceum zoveel overlast ervaren van de school. Leerlingen horen zich te gedragen, niet alleen binnen de muren van hun school, maar ook daarbuiten. En net zoals alle leerlingen en leraren in ons land zich iedere dag weer veilig moeten voelen op hun school, moet dat ook gelden voor de omwonenden in hun eigen leefomgeving.
De verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde, de veiligheid en het bieden van passende onderwijshuisvesting ligt bij de gemeente. Hierin is geen rol weggelegd voor mijn ministerie. Wel is er op ambtelijk niveau nauw contact met de gemeente Amsterdam. De gemeente heeft eerder al de nodige maatregelen getroffen om de overlast te beteugelen.2 Zo wordt er extra gesurveilleerd rondom de school (zowel door de politie als door straatcoaches), is jongerenwerk binnen en buiten de school aanwezig om met jongeren in gesprek te gaan en wordt ook de schoolleiding betrokken bij het optreden tegen de groep overlastgevende jongeren. Deze maatregelen worden gecontinueerd. Mijn beeld is dat de gemeente en haar samenwerkingspartners alles op alles zetten om de overlast te beperken.
Deelt u de mening dat de situatie waarbij omwonenden dagelijks worden geconfronteerd met vernielingen, bedreigingen, grove scheldpartijen, het doelbewust blokkeren van toegang tot woningen door groepen moslimjongeren en het systematisch onveilig maken van de openbare ruimte in Nederland totaal onacceptabel is en niet in Nederland thuishoort? Zo ja, wat gaat u hieraan doen, zo nee, waarom niet?
Zie mijn antwoord op vraag 1.
Deelt u de mening dat hier sprake is van normverwerping en groepsintimidatie door aanhangers van een islamitische cultuur die ons structureel ondermijnt?
De berichten in de media doen vermoeden dat hier sprake is van grensoverschrijdend gedrag en groepsintimidatie door middelbare scholieren. Dit ondermijnt het gevoel van veiligheid dat de wijkbewoners ervaren. Dat vind ik zeer onwenselijk.
Deelt u onze mening dat de islam niet bij Nederland hoort? Zo nee, waarom niet?
Nee. In Nederland geldt vrijheid van godsdienst.
Bent u bereid alle islamitische scholen te sluiten? Zo nee, waarom niet?
Nee. Ik heb de intentie noch de bevoegdheid om zonder wettelijke grondslag willekeurige groepen scholen te sluiten.
Bent u bereid om eindelijk hard in te grijpen door de daders hard te straffen en waar mogelijk te denaturaliseren en uit ons land te verwijderen? Zo nee, waarom niet?
Wanneer er sprake is van strafbare feiten, is het aan de rechter om hierover te oordelen. Ik ben niet bevoegd om dergelijke strafmaatregelen te treffen.
Deelt u de diepe zorgen van de buurtbewoners dat het Cornelius Haga Lyceum en zijn leerlingen inmiddels bezig lijken met het «oprichten van een eigen islamitische staat» binnen de Amsterdamse wijk Bos en Lommer en bent u bereid te erkennen dat de aanhoudende intimidatie, de grove scheldpartijen en de systematische onveiligheid het directe gevolg zijn van een barbaarse ideologie gestoeld op de leer van Mohammed die gericht is op onze onderwerping en vernedering en bovendien de Westerse en Nederlandse normen en waarden en het gezag structureel verwerpt? Zo nee, waarom niet?
Ik deel de zorgen van de buurtbewoners over de overlast die zij ervaren. Mijn departement staat in contact met de gemeente Amsterdam en zal de situatie blijven volgen.
Antisemitisme en politieke indoctrinatie door een docente van het ROC |
|
Maikel Boon (PVV), Annette Raijer (PVV) |
|
Moes |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat een docente van het ROC Nijmegen minderjarige leerlingen in de klas heeft geronseld voor pro-Palestina-demonstraties en hen heeft blootgesteld aan eenzijdige, activistische en antisemitische propaganda?1
Ja, ik ben bekend met het bericht uit de Telegraaf.2In de betreffende les verzorgde een gastspreker een bijdrage vanuit haar persoonlijke ervaringen en werd een deel van een documentaire getoond over het leven in de Palestijnse Gebieden. Aansluitend vond een klassengesprek plaats waarin studenten vragen stelden en met elkaar in gesprek gingen over het onderwerp.
Deelt u de mening dat het ronselen van leerlingen voor demonstraties, het verspreiden van boycotapps tegen Israëlische producten wat kan worden gezien als een antisemitische boycot en het tonen van activistische en antisemitische propaganda in een klaslokaal niets met onderwijs te maken heeft en een vorm is van politieke en ideologische indoctrinatie?
Het onderwijs is bedoeld om studenten de mogelijkheid te bieden kritisch na te denken over complexe en soms polariserende onderwerpen en om een eigen mening te vormen. Het is niet de rol van docenten om studenten actief te sturen naar politieke acties of specifieke campagnes.
In de klas moet ruimte zijn om verschillende perspectieven te belichten en om dit te doen in een veilig leerklimaat. Het bevoegd gezag en de instelling zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van deze veilige en pluriforme leeromgeving. In dit specifieke geval geeft ROC Nijmegen aan dat dit beter had gekund. Ik heb er vertrouwen in dat ROC Nijmegen de situatie goed oppakt en op basis van de evaluatie die de komende periode plaatsvindt, zal waarborgen dat bij volgende burgerschapslessen verschillende perspectieven worden belicht.
Deelt u de mening dat het door een docent in het onderwijs suggereren dat «Joden» of «pro-Joden» genocide zouden steunen en het vals framen van Israël als een «genocidale staat» antisemitisch is en rechtstreeks bijdraagt aan een onveilig en intimiderend klimaat voor Joodse leerlingen op school en bovendien olie op het vuur gooit van Jodenhaat in Nederland?
Het is onacceptabel wanneer in het onderwijs uitingen worden gedaan die kunnen leiden tot stigmatisering van groepen of die bijdragen aan een onveilig leerklimaat voor studenten. Antisemitisme hoort nergens thuis, in welke vorm dan ook, en zeker ook niet in het onderwijs.
Hoe beoordeelt u het feit dat deze docente actief is binnen Extinction Rebellion (XR) en «Docenten voor Palestina» en haar antisemitische activisme zichtbaar verweeft met haar onderwijs aan minderjarige studenten, en acht u dit verenigbaar met de vereiste politieke en ideologische neutraliteit van het onderwijs?
Het staat docenten vrij om in hun eigen tijd activisme te bedrijven, binnen de kaders van de democratische rechtsstaat. Dat is vrijheid van meningsuiting.
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om antisemitisme in het onderwijs hard aan te pakken en Joodse leerlingen te beschermen, en bent u bereid landelijk en afdwingbaar vast te leggen dat docenten zich tijdens lestijd strikt neutraal moeten opstellen en het verboden is om leerlingen op te roepen tot politieke acties, demonstraties en boycots, met daaraan verbonden duidelijke sancties bij overtreding?
Het kabinet deelt de opvatting dat antisemitisme aangepakt dient te worden. Er is geen ruimte voor antisemitisme in onze samenleving en op onze onderwijsinstellingen. De aanbevelingen uit het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding zijn van grote waarde voor de instellingbesturen en mijn ministerie.3 In het voorjaar zal vanuit betrokken ministeries een uitgebreide beleidsreactie op het rapport naar de Tweede Kamer worden verzonden, samen met de jaarlijkse actualisatie van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030.»4
Het ministerie brengt tevens leermiddelen en trainingen gericht op het herkennen en ingrijpen bij antisemitisme en andere vormen van discriminatie actief onder de aandacht bij onderwijsinstellingen. Zo is de handreiking «omgaan met anti semitische incidenten»5 gepubliceerd. Het aanbod wordt onder meer via nieuwsbrieven, het Expertisepunt Burgerschap, Stichting School en Veiligheid en campagnes verspreid onder de instellingen. In het onderwijs moeten maatschappelijke en soms polariserende onderwerpen besproken kunnen worden; het oproepen tot politieke acties tijdens lestijd past daar niet bij.
Daarnaast dienen instellingen actief zorg te dragen voor (sociale) veiligheid, onder meer door duidelijke afspraken te maken over het professioneel handelen van docenten, door signalen serieus te nemen en waar nodig in te grijpen. Het is daarbij aan instellingen om, in het kader van goed werkgeverschap, passende maatregelen te treffen wanneer grenzen worden overschreden. Veiligheidsincidenten kunnen ook gemeld worden bij de Inspectie van het Onderwijs. Het College van Bestuur kan bij het vermoeden van een strafbaar feit aangifte doen bij de politie.
De verantwoordelijkheid voor sociale veiligheid volgt uit bestaande wet- en regelgeving. Op dit moment wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om deze zorgplicht voor sociale veiligheid van instellingen in het vervolgonderwijs en onderzoek te verduidelijken en expliciteren, onder meer door randvoorwaarden te stellen aan het te voeren veiligheidsbeleid.
Ook stelt het wetsvoorstel Uitwerking burgerschapsopdracht WEB een helder kader: het bevoegd gezag moet zorgdragen voor een instellingscultuur die in lijn is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. In een dergelijke cultuur hebben antisemitisme en alle andere vormen van discriminatie geen plek.
Ik zie geen aanleiding om aanvullend landelijk vast te leggen dat docenten zich tijdens lestijd strikt neutraal moeten opstellen of om landelijke sancties in te voeren.
Het artikel 'Gemeente zet stappen tegen moslimdiscriminatie met nieuw actieplan: ‘Genoeg is genoeg’' |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Becking |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «gemeente zet stappen tegen moslimdiscriminatie met nieuw actieplan: «Genoeg is genoeg»»?1
Ja, dat ben ik.
Deelt u de zorg dat lespakketten over «islamitisch erfgoed» en georganiseerde moskeebezoeken het seculiere karakter van het onderwijs onaanvaardbaar aantasten door deze kwaadaardige ideologie actief de klas binnen te halen en kinderen hieraan bloot te stellen?
Die zorg deel ik niet. Ten eerste is het in het licht van de grondwettelijke onderwijsvrijheid die voortvloeit uit artikel 23 van de Grondwet een misverstand dat het onderwijs per definitie «een seculier karakter» heeft. Er zijn in Nederland immers scholen van allerlei religieuze signaturen. Alleen openbare scholen behoren neutraal te zijn (artikel 23, derde lid, van de Grondwet). Dit neutraliteitsvereiste betekent echter niet dat openbare scholen geen aandacht zouden mogen besteden aan religies of levensbeschouwingen. Integendeel: de wettelijke burgerschapsopdracht vereist dat scholen competenties aan hun leerlingen proberen bij te brengen die nodig zijn deel om te nemen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving.2 Het bezoeken van gebedshuizen kan in dat kader onderdeel zijn van het onderwijsprogramma, maar het is aan de (openbare) school daar zelf keuzes in te maken. Het onderwijsprogramma van een openbare school mag echter nooit zo zijn ingericht, dat een bepaalde religie of levensbeschouwing wordt «voorgetrokken» ten opzichte van andere; dan zou het immers niet meer neutraal zijn.3 Ik heb geen signalen dat daarvan in dit geval sprake zou zijn.
Kunt u onderzoeken wie deze gevaarlijke lespakketten ontwikkelt en financiert, inclusief mogelijke buitenlandse partijen?
Het betreffende lespakket is aangekondigd in een actieplan van de gemeente Den Haag. Ik vertrouw erop dat de gemeente deze plannen zorgvuldig en op basis van de behoefte van scholen verder uitwerkt.
Wanneer er zorgen zijn over mogelijke ongewenste buitenlandse inmenging, kunnen burgers via verschillende wegen signalen bij de Rijksoverheid onder de aandacht brengen en meldingen doen. Voor een uitgebreidere update over de stand van zaken rond een centraal meldpunt ongewenste buitenlandse inmenging verwijs ik u naar de brief van Minister van Oosten van Justitie en Veiligheid van 12 december jl.4
Bent u bereid dit onzinnige actieplan te verbieden en de islamisering van het onderwijs te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Nee. Artikel 23 van de Grondwet beschermt het recht op onderwijsvrijheid en – meer specifiek – de vrije keuze der leermiddelen.5 Dit recht komt alle scholen die zijn gebaseerd op een denominatieve grondslag gelijkelijk toe.6
Bent u tevens bereid alle islamitische scholen te sluiten en kinderen te laten genieten van onderwijs gebaseerd is op vrijheid en gevrijwaard is van de islamitische ideologie van intolerantie, haat en geweld? Zo nee, waarom niet?
Nee, dat ben ik niet. Zie antwoord 4.
Antisemitische bezetting universiteitsgebouw Utrecht legt onderwijs voor 350 studenten plat |
|
Maikel Boon (PVV), Annette Raijer (PVV) |
|
Moes |
|
|
|
|
Bent u bekend met het feit dat de antisemitische actiegroep Utrecht Encampment inmiddels een week lang een universiteitsgebouw aan de Drift in Utrecht bezet houdt, waardoor het onderwijs voor meer dan 350 studenten volledig is geschrapt?1, 2
Ik ben bekend met het feit dat de bezetting van het universiteitsgebouw aan de Drift in Utrecht door de actiegroep Utrecht Encampment er toe heeft geleid dat er onderwijs geen doorgang heeft kunnen vinden. Vanwege het belang voor de studenten heeft de Universiteit Utrecht zich ten volle ingezet om onderwijs zo goed mogelijk doorgang te laten vinden.3 Gedurende de bezetting heeft de universiteit in totaal 529 onderwijsactiviteiten verzet naar een andere locatie of omgezet naar online-onderwijs. In totaal hebben er tien onderwijsactiviteiten geen doorgang hebben kunnen vinden. De tien geannuleerde onderwijsactiviteiten troffen in totaal 470 studenten.
Deelt u de opvatting dat de studie van gewone studenten altijd voor moet gaan op de acties van drammende en antisemitische bezetters, en vindt u daarom dat het universiteitsbestuur, in overleg met de lokale driehoek, direct had moeten ingrijpen bij deze bezetting, gelet op de enorme onderwijsverstoring?
De instellingsbesturen hebben de belangrijke taak om onderwijs en onderzoek doorgang te laten vinden en de veiligheid op de campus te waarborgen. Ik zie dat zij zich hier iedere dag opnieuw voor inzetten. Zo ook de Universiteit Utrecht tijdens deze bezetting, zoals u kunt lezen in mijn antwoord op vraag 1. Ik vind het belangrijk dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de campussen zoveel mogelijk wordt genomen daar waar deze ligt, in dit geval is dat lokaal. Instellingen werken nauw samen de lokale driehoek van burgemeester, OM en politie. Zij kunnen de situatie ter plekke het beste inschatten en besluiten hoe hiermee om te gaan, waarbij het lokale gezag gaat over de inzet van de politie. Als Minister van OCW heb ik geen bemoeienis met de inzet van de politie en het moment van ingrijpen door hen bij deze bezetting.
Bent u bereid om direct contact op te nemen met het universiteitsbestuur met het verzoek om de bezetting per direct te beëindigen, zodat het onderwijs en de veiligheid op de campus kunnen worden hersteld?
De bezetting is op 14 december jl. beëindigd.
Deelt u de mening dat zodra bezetters de regels en verantwoordelijkheden voor demonstraties van de universiteit overschrijden, er zonder uitstel moet worden ingegrepen om orde en veiligheid te herstellen? Zo ja, bent u bereid deze boodschap actief uit te dragen richting de colleges van bestuur van alle universiteiten?
Zoals in mijn antwoord op vraag 2 aangegeven ligt het besluit tot ingrijpen lokaal. Daarop aanvullend wil ik u melden dat ik in mijn brief aan uw Kamer d.d. 18 december jl. ben ingegaan op een vergelijkbare vraag. Daar geef ik aan dat instellingen altijd aangifte doen van strafbare feiten wanneer die plaatsvinden tijdens protesten op hun terreinen, zoals bedreiging, vernieling of openlijke geweldpleging, en zij studenten en medewerkers bijstaan die aangifte willen doen. Zoals mijn ambtsvoorganger in een andere Kamerbrief4 d.d. 19 mei jl. reeds heeft aangegeven, wordt bij vernielingen zo mogelijk de schade verhaald op de dader(s). Tot slot hecht ik er waarde aan te benadrukken dat ik regelmatig in gesprek ben met instellingen. In deze gesprekken is o.a. aandacht voor het belang van ruimte voor demonstraties op de onderwijsinstellingen, waarbij het ook van groot belang is dat deze altijd binnen de grenzen van de wet en de huis- en gedragsregels van de instelling plaatsvinden.
Kunt u aangeven waarom universiteitsbesturen structureel zo zwak optreden tegen antisemitische bezettingen en protesten op hun campussen? En kunt u uiteenzetten welke concrete maatregelen dit kabinet gaat nemen om het telkens terugkerende antisemitisme op Nederlandse universiteiten eindelijk te elimineren?3, 4, 5, 6, 7, 8
Ik wil benadrukken dat ik zie en weet dat de instellingbesturen zich inzetten om een goede invulling te geven aan hun verantwoordelijkheid voor een sociaal veilige leer- en werkomgeving. Dat doen zij samen met de lokale veiligheidsdriehoek. Zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven, is het van belang dat die verantwoordelijkheid lokaal wordt ingevuld.
Voorts werk ik samen met universiteiten en hogescholen via verschillende acties aan het bestrijden van antisemitisme. Ik heb u hier onlangs uitgebreid over geïnformeerd per brief d.d. 18 december jl.11 In februari 2026 presenteert de Taskforce Antisemitismebestrijding aanbevelingen voor het verbeteren van de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers. Naar aanleiding van deze aanbevelingen zal ik nagaan welke vervolgacties er nodig zijn en uw Kamer hierover informeren. Ook werk ik samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) aan handreikingen voor vertrouwenspersonen en andere functionarissen, docenten en leidinggevenden over het herkennen van en omgaan met antisemitisme. Op de langere termijn werk ik aan een wettelijke zorgplicht veiligheid, die eveneens voorziet in versterking van het toezicht op het veiligheidsbeleid van instellingen.
Het stopzetten van het Sinterklaasfeest op een Utrechtse basisschool |
|
Annette Raijer (PVV), Martin Bosma (PVV) |
|
Moes |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat een Utrechtse basisschool ervoor heeft gekozen om het traditionele Sinterklaasfeest te schrappen en te vervangen door een zogeheten «Kinderfeest», inclusief sjoelbakken en een stroopwafelkar, zoals vermeld in het artikel «Utrechtse basisschool stopt met sinterklaasviering: «Spanning, pijn en onrust»» en bent u het ermee eens dat hiermee een van de meest verbindende, vrolijke en breed gedragen tradities in Nederland zonder enige noodzaak wordt ingeruild voor iets dat op een gewone donderdagmiddagactiviteit lijkt?1
Ja, ik ben bekend met het bericht. In het kader van de vrijheid van onderwijs is het aan scholen zelf hoe zij invulling geven aan hun onderwijs en aan activiteiten en vieringen die daar onderdeel van uitmaken. Het is een mooi feest dat op veel plaatsen gevierd wordt.
Hoe beoordeelt u de motivatie van de school dat Sinterklaas zou zorgen voor «onrust en ongemak bij teamleden en ouders», terwijl op vrijwel alle andere scholen in Nederland dit kinderfeest juist zorgt voor saamhorigheid, plezier en betrokkenheid en kunt u verklaren waarom deze school zo sterk afwijkt van de landelijke praktijk?
In het kader van de vrijheid van onderwijs is het aan scholen zelf om op basis van de schooleigen context en gemeenschap weloverwogen keuzes te maken in het vieren van feestdagen.
Klopt het dat de school zelf aangeeft dat het Sinterklaasfeest «toch al niet leefde» bij een gedeelte van de ouders en kinderen, met name vanwege de achtergrond van ouders met Surinaamse afkomst? Zo ja, vindt u het wenselijk dat een Nederlandse school haar tradities afschaft omdat een deel van de ouders zich hier niet mee identificeert, en kan de Minister bevestigen dat Nederlandse tradities op Nederlandse scholen moeten worden beschermd en niet worden weggepoetst?
In het kader van de vrijheid van onderwijs is het aan scholen zelf om beslissingen te nemen hoe zij invulling geven aan feestdagen. Het is niet aan de overheid om scholen te verplichten bepaalde feestdagen te vieren. Daarnaast is het Sinterklaasfeest op veel scholen nog een belangrijke feestdag die gevierd wordt.
Deelt u de zorg dat dit besluit een precedent schept waardoor scholen onder druk kunnen komen te staan om meer Nederlandse tradities vaarwel te zeggen, puur omdat groepen ouders dit liever niet zien? Zo nee, hoe waarborgt u dat typisch Nederlandse feesten zoals Sinterklaas, dat al generaties lang onderdeel is van onze cultuur, niet stukje bij beetje worden uitgehold of vervangen?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid om deze school hierop aan te spreken en scholen in het algemeen duidelijk te maken dat het schrappen van Nederlandse tradities geen wenselijke ontwikkeling is?
Nee. Scholen hebben de vrijheid en het recht om zelf keuzes te maken in het vieren van bepaalde Nederlandse feestdagen en de wijze waarop.
Kunt u toezeggen dat u als Minister actief bewaakt dat scholen niet buigen voor culturele druk, maar Nederlandse cultuur en tradities juist koesteren en doorgeven aan de volgende generatie?
Zie antwoord vraag 5.
De bezetting van het Academiegebouw in Leiden door gemaskerde pro-Palestijnse activisten |
|
Annette Raijer (PVV), Maikel Boon (PVV) |
|
Moes |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de bezetting van het Academiegebouw in Leiden door gemaskerde pro-Palestijnse activisten, waarbij demonstranten het gebouw binnendrongen, afsloten en bezoekers actief de toegang belemmerden?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat universiteitsbesturen in gesprek gaan met bezetters die een academisch evenement fysiek blokkeren?
De instellingsbesturen hebben de belangrijke maar ook ingewikkelde taak om zowel de academische vrijheid, de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht als ook de veiligheid op de campus te waarborgen. Natuurlijk moet er ruimte zijn en blijven voor demonstraties op de onderwijsinstellingen. Maar wel binnen de grenzen van de wet en de huis- en gedragsregels van de instelling. Geweld, vernielingen, discriminatie, en haatzaaien zijn strafbare feiten en hebben geen plek bij protesten. Universiteitsbesturen gaan zelf over welke interventie zij op welk moment passend vinden, waaronder of zij in gesprek gaan met demonstranten. Het is belangrijk dat keuzes voor het borgen van veiligheid zoveel mogelijk lokaal wordt genomen door de instellingsbestuurders in nauwe samenspraak met de lokale driehoek van burgemeester, OM en politie. Ter plekke kan de situatie het beste worden ingeschat en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Vindt u dat de Universiteit Leiden verplicht is aangifte te doen tegen deze bezetting, aangezien universiteiten in hun eigen richtlijnen vastleggen dat bezettingen verboden zijn en strafbare feiten niet zonder gevolgen mogen blijven? Zo nee, waarom niet?
Instellingen hebben met elkaar afgesproken dat zij bij (vermoedens van) strafbare feiten altijd aangifte doen. Ik heb begrepen dat het College van Bestuur van de Universiteit Leiden aangifte heeft gedaan bij de politie van lokaalvredebreuk en de bezetters heeft gevorderd het gebouw te verlaten. De politie is uiteindelijk overgegaan tot ontruiming.2 Ik hecht eraan te benoemen dat ik als Minister niet kan treden in opvolging door het OM noch bemoeienis kan hebben met de rechtsgang.
Hoe beoordeelt u het feit dat juist de Cleveringa-lezing, die is ingesteld ter herdenking van antisemitische maatregelen tegen Joodse academici, moest worden verplaatst door deze actie, en bent u bereid dit optreden expliciet als antisemitisch te kwalificeren? Zo nee, waarom niet?
Universiteiten en hogescholen zijn een plek voor debat en dialoog. Binnen de instelling moet men hier dan ook zoveel mogelijk de ruimte toe krijgen, bijvoorbeeld door een lezing te organiseren. Ik vind het onacceptabel wanneer studenten en/of medewerkers hierin worden belemmerd. Ik betreur het daarom zeer dat de geplande Cleveringa-lezing verplaatst moest worden. Tegelijkertijd zie ik dat de Universiteit Leiden adequaat heeft gehandeld, want door de lezing te verplaatsen kon deze toch doorgang vinden.
Het is niet aan mij als Minister van OCW om te beoordelen wanneer er sprake is van antisemitisme. Bij vermoedens van antisemitisme kan aangifte worden gedaan. Vervolgens is het aan het OM en, indien vervolging wordt ingesteld, aan de rechter om te bepalen of er in concrete gevallen sprake is geweest van antisemitisme.
Het afschaffen van het predicaat cum laude aan de Universiteit Twente |
|
Annette Raijer (PVV) |
|
Moes |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Universiteit Twente stopt met «cum laude» om ongelijkheid tussen mannen en vrouwen: «Luie oplossing»», waarin wordt gemeld dat de Universiteit Twente het predicaat cum laude bij promoties afschaft omdat dit volgens de universiteit «systematisch nadelig» zou uitpakken voor vrouwelijke promovendi?1
Ja.
Deelt u de kritiek van diverse academici dat dit besluit een «luie oplossing» vormt die het probleem van subjectieve beoordelingen niet oplost, maar slechts de erkenning van uitzonderlijke kwaliteit afschaft en zo nee, waarom niet?
Het is niet aan mij als Minister om in te gaan op de inhoud van het promotiereglement van een universiteit. In de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) is vastgesteld dat het college voor promoties van een universiteit is bevoegd de graden Doctor of Doctor of Philosophy te verlenen op grond van promotie. In de WHW staat dat het college voor promoties het promotiereglement vaststelt. In het promotiereglement legt elke universiteit vast wat de regels zijn voor de procedure van beoordeling, waaronder de toekenning van cum laude.
Ik vind het zorgelijk dat het beoordelen van proefschriften niet objectiveerbaar lijkt te zijn en dat het differentiëren tussen proefschriften daardoor wordt bemoeilijkt. Ik vind het belangrijk om excellente onderzoeksprestaties te waarderen. Ik ondersteun het daarom van harte dat de Universiteit Twente een andere manier zoekt om bijzondere prestaties in promotietrajecten alsnog te waarderen.
Hoe reflecteert u op de uitspraak van Renée Römkens die zegt «dat de oplossing vooral in bewustwording zit»?
Ik heb als Minister geen bemoeienis met de maatregelen die een universiteit neemt om haar promotiereglement te vernieuwen.
Deelt u de mening dat het schrappen van het predicaat cum laude talentvolle promovendi, zowel mannen als vrouwen, benadeelt, terwijl de oorzaak van mogelijke ongelijkheid juist ligt in verbeterbare beoordelingsprocedures en bewustwording binnen commissies?
Ik vind het goed dat al onze talentvolle onderzoekers, ongeacht sekse, gelijke kans maken op waardering. Ik vind ook dat selecteren onderdeel is van de wetenschap en dit betekent dat er onderscheid gemaakt moet kunnen worden tussen onderzoekers.
Bent u bereid in gesprek te gaan met de Universiteit Twente om dit besluit te heroverwegen, en op welke wijze gaat u voorkomen dat andere universiteiten een vergelijkbare, ideologisch gemotiveerde nivellering doorvoeren die academische excellentie en meritocratie ondermijnt?
Nee, de universiteiten stellen zelf hun promotiereglement vast. Ik ga er vanuit dat zij onderling in gesprek zijn over wijzigingen in hun promotietrajecten.