Het zesde rapport van UNITAD |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
Stef Blok (minister economische zaken en klimaat) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het zesde rapport van de Special Adviser and Head of the United Nations Investigative Team to Promote Accountability for Crimes Committed by Da’esh/Islamic State in Iraq and the Levant (UNITAD)?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de bevindingen in dit rapport, die aangeven dat er duidelijk en overtuigend bewijs is dat ISIS schuldig is aan genocide op de Jezidi-gemeenschap?
ISIS heeft zich schuldig gemaakt aan vreselijke misdrijven tegen allerlei groepen, zoals ook blijkt uit dit rapport. De misdaden tegen de Jezidi’s hebben diepe en blijvende sporen nagelaten in de Jezidi-gemeenschap.
Voor het kabinet zijn bij het erkennen van genocides uitspraken van internationale gerechts- en strafhoven, eenduidige conclusies volgend uit wetenschappelijk onderzoek en vaststellingen door de VN leidend. Het kabinet stelt daarom – mede op basis van uitgebreide en gedetailleerde informatie in rapporten zoals het zesde rapport van UNITAD – dat ISIS «hoogstwaarschijnlijk» genocide heeft gepleegd jegens de Yezidi’s, omdat dit tot nu toe noch door een internationaal gerechts- of strafhof noch door de VN Veiligheidsraad is vastgesteld.
Onderschrijft u de conclusie dat er genocide heeft plaatsgevonden, en is dit voldoende bewijs voor Nederland om te erkennen dat er genocide jegens de Jezidi-gemeenschap is gepleegd?
Zie het antwoord op vraag 2.
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie van het lid Voordewind c.s. over de erkenning van genocide door ISIS-strijders, die uitspreekt dat ISIS-strijders vervolgd en berecht moeten worden voor het plegen van genocide en de regering verzoekt steun te genereren in de Veiligheidsraad voor de erkenning van genocide door ISIS-strijders? Kunt u hierbij ook aangeven welke stappen Nederland hierin zet samen met andere Europese landen, nu Nederland zelf niet meer in de Veiligheidsraad zit?2
Nederland heeft zich tijdens en na het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad op verschillende manieren ingezet voor erkenning van genocide door ISIS-strijders en hun berechting, onder meer door de organisatie van een evenement over de berechting van ISIS-strijders tijdens de High Level week van de Algemene Vergadering van de VN in 2019 en door zogenoemde «likeminded» landen bij elkaar te brengen om te pogen een gezamenlijk standpunt hierop te formuleren. Steun in de Veiligheidsraad voor internationale berechting van ISIS-strijders, bijvoorbeeld via een internationaal tribunaal, voor hun misdaden, waaronder mogelijk oorlogsmisdaden en genocide, ontbrak. Nederland blijft zich inzetten voor de strijd tegen straffeloosheid in de regio door nauw samen te werken met de bewijzenbank UNITAD en de bewijzenbank voor Syrië, het IIIM (International, Impartial and Independent Mechanism). Als het zou komen tot een internationaal berechtigingsmechanisme, zijn deze bewijzen noodzakelijk om ISIS-strijders te berechten en mogelijke genocide vast te stellen.
Hoe beoordeelt u de inschatting van Karim Khan dat processen tegen verdachten volgend jaar in Irak kunnen plaatsvinden?
Tijdens de presentatie van het UNITAD rapport aan de VN Veiligheidsraad op 10 mei jl. heeft Karim Khan aangegeven dat UNITAD volgend jaar de vervolging van verdachten voor misdaden tegen de menselijkheid en genocide door Irak kan ondersteunen als de benodigde wetgeving is aangenomen en deze voldoet aan internationale standaarden en garanties geeft ten aanzien van het niet toepassen van de doodstraf. UNITAD kan alleen informatie delen met de Iraakse autoriteiten als er voldoende waarborgen zijn voor een eerlijk proces. Dat is nu niet het geval. De nieuwe wetgeving waarin misdaden tegen de menselijkheid strafbaar worden gesteld waarnaar Karim Khan verwijst in zijn speech en in het UNITAD rapport, wordt momenteel behandeld door het Iraakse parlement. Het is nog onduidelijk wanneer deze behandeling wordt afgerond. De voorziene wetgeving voldoet op dit moment niet aan de internationale standaarden, waaronder het recht op een eerlijk proces, en voorziet in de mogelijkheid dat de doodstraf wordt toegepast.
Welke ondersteuning bieden Nederland en de Europese Unie aan deze processen, en bent u bereid met uw Iraakse collega in contact te treden om te bezien welke eventuele extra ondersteuning van nut kan zijn?
Nederland ondersteunt het werk van UNITAD in Irak, met specifieke aandacht voor getuigenbescherming. Zo heeft UNITAD met Nederlandse steun een Witness Protection Unit opgericht ter bescherming van slachtoffers en getuigen.
Het belang van accountability van ISIS-strijders wordt in brede zin regelmatig opgebracht bij de Iraakse autoriteiten, zowel in bilateraal als in EU-verband.
Wat is de stand van zaken van de gesprekken van Nederland en andere Europese landen met Irak om aldaar tot de berechting van Europese ISIS-strijders te komen? Welke verdere stappen kunnen hier op basis van het zesde rapport van UNITAD voor gezet worden, en bent u bereid dit punt ook in te brengen (eventueel via Europese landen die op dit moment in de VN-Veiligheidsraad zitten) bij gesprekken over het UNITAD-rapport binnen de VN?
Voormalig Minister van Buitenlandse Zaken Blok sprak op 19 mei jl. met de Iraakse Minister van Buitenlandse Zaken Fouad Hussein. Tijdens dit gesprek benadrukte Minister Blok wederom het belang van accountability van buitenlandse ISIS-strijders. Minister Hussein gaf aan bereid te zijn om hierover verder te spreken. Het gesprek gaf geen aanleiding om te veronderstellen dat het Iraakse standpunt daaromtrent is veranderd; ISIS-strijders worden berecht naar het Iraakse rechtssysteem. Volgens Nederland en andere Europese landen voldoet het Iraakse rechtssysteem op dit moment niet aan internationale juridische standaarden en een eerlijk proces kan dan ook niet worden gegarandeerd. Desondanks blijft Nederland samen met enkele Europese landen in gesprek met Irak, over berechting in Irak volgens internationale juridische standaarden. Nederland onderschrijft de inzet van UNITAD op het verzamelen van bewijs, en op het trainen en ondersteunen van Iraakse autoriteiten bij het archiveren en digitaliseren van bewijsmateriaal voor misdrijven gepleegd door ISIS in lijn met internationale standaarden en bij de bescherming van getuigen als aangegeven in het zesde rapport.
Wat is de stand van zaken van de gesprekken van Nederland en andere Europese landen met de Koerden in het noorden van Syrië om aldaar tot de berechting van Europese ISIS-strijders te komen?
Zoals gemeld in Kamerbrieven over de berechting van foreign terrorist fighters door Syrische Koerden van 31 maart 2020 (Kamerstuk 27 925 nr. 708) en 16 december 2019 (Kamerstuk 27 925 nr. 688) kent de berechting door de Syrian Democratic Forces (SDF) diverse juridische en politieke bezwaren. De Extern Volkenrechtelijk Adviseur schetste in zijn advies (Kamerstuk 27 925, nr. 657 d.d. 24 juli 2019) de juridische beperkingen. Zo zou berechting van Europese ISIS-strijders in Noordoost Syrië de samenwerking met de SDF, een niet-statelijke actor, betekenen. Dat zou internationaalrechtelijk op gespannen voet kunnen staan met het non-interventiebeginsel en de soevereiniteit van Syrië, omdat de SDF daarmee een bevoegdheid zou uitoefenen die normaliter bij statelijke actoren ligt, en het Syrische regime deze bevoegdheid niet aan de SDF heeft overgedragen. Ook zou de vervolging en berechting naar verwachting niet voldoen aan internationale standaarden. Het is daarnaast onduidelijk of de SDF ook op lange termijn deze processen zou kunnen blijven voeren, en de evt. vonnissen zou uitvoeren. Deze berechtingsoptie heeft Nederland besproken met Europese partners en zij delen de conclusie dat effectieve en legitieme berechting door de Syrische Koerden door genoemde politieke en juridische problemen wordt verhinderd.
Stemmen door Nederlanders in het buitenland |
|
Ruben Brekelmans (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66), Stef Blok (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het feit dat van de naar schatting 1 miljoen Nederlanders in het buitenland 92.772 mensen zich hebben geregistreerd om te kunnen stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021?1
Hoe verklaart u dat slechts circa 9%–10% van de Nederlanders in het buitenland zich heeft geregistreerd om te kunnen stemmen, terwijl het totale opkomstpercentage voor de Tweede Kamerverkiezingen (78,7%) substantieel hoger was?
Bent u bereid om een evaluatie uit te voeren om te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de bereidheid van Nederlanders in het buitenland om zich te registreren, welke belemmeringen zij ervaren, en hoe sterk de invloed is van deze factoren en belemmeringen? Bent u bereid te onderzoeken of hierbij sprake is van geografische verschillen?
Bent u bereid om een enquête uit te voeren onder Nederlanders in het buitenland om bovenstaande vragen (bij vraag 2–3) te beantwoorden? Bent u bereid om Nederlandse ambassades en consulaten in te zetten om de deelname aan deze enquête te vergroten?
Bent u bekend met het feit dat van de 92.772 geregistreerde kiezers buiten Nederland, er slechts 63.549 stemmen zijn uitgebracht?
Kiezers die in de permanente registratie staan, vragen geen stempas aan. Zij krijgen van de gemeente Den Haag hun briefstembewijs (de stempas voor kiezers in het buitenland) voor de desbetreffende verkiezing automatisch en rechtstreeks toegezonden. Dat is niet anders dan bij kiezers in Nederland die ook geen stempas aanvragen maar die toegestuurd krijgen.
Kiezers in het buitenland hoeven zich anders dan bij de vorige Tweede Kamerverkiezing, toen de permanente registratie nog niet was ingevoerd, dus niet specifiek te registreren om bij deze Tweede Kamerverkiezing te stemmen.
Bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezing zijn 63.549 briefstemmen uitgebracht. Dat is een opkomst van 68,5% op het totaal aantal geregistreerde kiezers. Het totaal aantal uitgebrachte stemmen ligt hoger: 2.582 kiezers in het buitenland hebben voor deze verkiezing een schriftelijke volmacht aan een kiezer in Nederland gegeven en 1.123 kiezers hebben een kiezerspas aangevraagd om zelf in Nederland te kunnen stemmen. Van de kiezers die per volmacht hebben gestemd en de kiezers die met een kiezerspas hebben gestemd is de opkomst niet na te gaan.
Bij de Tweede Kamerverkiezing van 2017 (vóór de invoering van de permanente registratie) brachten 61.397 kiezers in het buitenland een briefstem uit (76,12%), in 2012 waren dat er 35.898 (74,21%).
Ik ben bereid een enquête te houden onder alle kiezers die zijn opgenomen in de permanente registratie en aan hen te vragen of zij hebben gestemd bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezing en zo nee, waarom niet. Ook ben ik bereid te proberen hierbij te achterhalen of sprake is van geografische verschillen. De uitkomsten van de enquête zal ik u voor het einde van het zomerreces doen toekomen.
Hoe verklaart u het relatief grote verschil tussen de kiezers die een stempas voor het buitenland hebben aangevraagd (92.772) en het aantal stemmen dat daadwerkelijk is uitgebracht (63.549)?
Zie antwoord vraag 5.
Hoeveel stemmen uit het buitenland zijn te laat binnengekomen?
De gemeente Den Haag heeft 1.160 briefstemmen na de wettelijke deadline ontvangen. Deze tellen niet mee bij de opkomst zoals die in het vorige antwoord is vermeld.
Wat waren de belangrijkste redenen dat stemmen uit het buitenland ongeldig waren?
Van de 63.549 uitgebrachte briefstemmen waren er 174 ongeldig (0,27%).
Desgevraagd heeft de gemeente Den Haag laten weten dat de vijf belangrijkste categorieën van ongeldigheid waren: meer dan één kandidaat(nummer) gekozen (49x), geen partij (en een kandidaatnummer) gekozen (32x), de identiteit van de kiezer is te achterhalen (22x), stembiljet wijkt te veel af van voorgeschreven model (14x), meer dan één partij gekozen (10x).
Uit het proces-verbaal van de vooropening blijkt dat 2,8% van de geretourneerde enveloppen terzijde is gelegd. Dit bijvoorbeeld omdat het briefstembewijs ontbrak.4
Waarom kiezers ongeldig of onjuist hebben gestemd en of hierbij sprake is van geografische verschillen valt vanwege het stemgeheim niet na te gaan. In verband met het stemgeheim worden bij de vooropening het briefstembewijs (dit is de stempas voor kiezers in het buitenland) en het briefstembiljet van elkaar gescheiden. Hierdoor is ook het woonland van de kiezer die ongeldig heeft gestemd, niet te achterhalen. Het stemgeheim maakt het ook onmogelijk om aan kiezers te vragen hoe zij hebben gestemd.
Bent u bereid om een evaluatie uit te voeren om te onderzoeken waarom 25.774 geregistreerde kiezers geen geldige stem hebben uitgebracht? Bent u bereid te onderzoeken of hierbij sprake is van geografische verschillen?
Zie antwoord vraag 8.
Bent u bereid om een enquête uit te voeren onder Nederlanders in het buitenland om bovenstaande vragen (bij vraag 6–9) te beantwoorden? Bent u bereid om Nederlandse ambassades en consulaten in te zetten om de deelname aan deze enquête te vergroten?
Zie antwoord 6.
Ik ben bereid een enquête te houden onder de kiezers die zijn opgenomen in de permanente registratie en (bij vraag5 aan hen te vragen of zij hebben gestemd bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezing en zo ja, wanneer en in welk land zij hun briefstem op de post hebben gedaan dan wel hebben afgegeven bij een Nederlandse ambassade. Inzet van Nederlandse ambassades en consulaten voor het uitvoeren van de enquête is niet nodig aangezien de gemeente Den Haag, verantwoordelijk voor de permanente registratie van de Nederlanders in het buitenland, over alle gegevens beschikt om rechtstreeks met de desbetreffende kiezers contact te leggen en aan hen te vragen om deel te nemen aan de enquête. De uitkomsten van de enquête zal ik u voor het einde van het zomerreces doen toekomen.
Zie verder antwoord 8 en 9.
Bent u bekend met het feit dat van de 92.772 geregistreerde kiezers buiten Nederland, er slechts 2.582 gebruik hebben gemaakt van een volmacht?
2.582 van de geregistreerde kiezers hebben een schriftelijke volmacht aangevraagd om een kiezer in Nederland te machtigen. Dat zijn er aanzienlijk minder dan bij de Tweede Kamerverkiezing van 2017 (6.848). Dit is opmerkelijk omdat de gemeente Den Haag de kiezers er bij deze verkiezing juist actief op heeft gewezen dat met name in landen met een minder betrouwbare postbezorging stemmen bij volmacht een uitkomst kan zijn om (tijdig) te kunnen stemmen. Ook de Stichting Nederlanders Buiten Nederland heeft via haar website het advies gegeven om een andere kiezer te machtigen, omdat de internationale post traag kan werken.
In de enquête die ik zal laten uitvoeren zal ook gevraagd worden of is overwogen om een andere kiezer te machtigen en in het geval dat niet is overwogen, waarom niet.
Bent u bereid om een evaluatie uit te voeren om te onderzoeken waarom slechts 2.582 geregistreerde kiezers gebruik hebben gemaakt van een volmacht? Bent u bereid te onderzoeken of hierbij sprake is van geografische verschillen?
Zie antwoord vraag 11.
Bent u bereid om hiervoor een enquête uit te voeren onder Nederlanders in het buitenland om bovenstaande vraag (bij vraag 12) te beantwoorden? Bent u bereid om Nederlandse ambassades en consulaten in te zetten om de deelname aan deze enquête te vergroten?
Zie antwoord vraag 11.
Hoe kijkt het kabinet terug op het stemmen door Nederlanders in het buitenland bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen? Wat zijn de belangrijkste lessen en conclusies?
De evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing is nu gaande. In de evaluatie wordt, zoals gebruikelijk ook teruggekeken op de wijze waarop kiezers in het buitenland hebben gestemd. Daarvoor wordt gebruikt gemaakt van gegevens van de gemeente Den Haag. De evaluatie zal voor het zomerreces aan de Tweede Kamer worden toegezonden.
Welke verbeteringen zijn er mogelijk om het aantal stemmen door Nederlanders in het buitenland bij de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen te vergroten? Hoe groot is het te verwachten effect van ieder van deze verbeteringen?
Zie antwoord vraag 14.