| Ingediend | 10 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 september 2026 (na 43 dagen) |
| Indiener | Mona Keijzer |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | recht rechtspraak |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16807.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-71.html |
Ja. Ik heb kennisgenomen van berichtgeving over een griffier van de Rechtbank Oost-Brabant.
Dat klopt. De Rechtspraak heeft een gedragscode die online te raadplegen is. In de Gedragscode Rechtspraak2 staat dat de kernwaarden van de Rechtspraak onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit en deskundigheid zijn. Deze kernwaarden vormen het uitgangspunt van de gedragsregels voor medewerkers van de Rechtspraak, zowel voor rechters als gerechtsambtenaren. In de Gedragscode Rechtspraak is ook aandacht voor het doen van uitlatingen. Er staat bijvoorbeeld in dat uitingen van medewerkers eerlijk, correct en respectvol dienen te zijn en dat in de communicatie het onderscheid tussen privépersoon en het werk bewaakt moet worden. Uitgangspunt is geen uitlatingen te doen die schadelijk zijn voor het functioneren van de medewerker, of voor het functioneren van de Rechtspraak. Medewerkers van de Rechtspraak die geen rechter zijn vallen ook onder de Ambtenarenwet 2017. Daarin staat in artikel 10 dat ambtenaren zich hebben te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van hun functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met hun functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Ook is de Gedragscode Integriteit Rijk3 van toepassing op iedereen die werkt voor het Rijk, hieronder vallen ook medewerkers van de Rechtspraak die geen rechter zijn, hierin staan vergelijke bepalingen over uitlatingen.
Het is mij bekend dat er veroordelingen zijn geweest voor het begaan van strafbare feiten tijdens demonstraties van Extinction Rebellion.
Medewerkers van de Rechtspraak hebben een bijzondere positie in de samenleving. De samenleving moet op een onafhankelijke en onpartijdige Rechtspraak kunnen vertrouwen. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de Rechtspraak recht hebben op vrijheid van meningsuiting en demonstratierecht. Deze gelden voor iedereen in Nederland, dus ook voor medewerkers van de Rechtspraak. In het algemeen acht ik het waardevol voor een sterke, goed functionerende Rechtspraak dat medewerkers van de Rechtspraak deelnemen aan het maatschappelijke leven. Voor medewerkers van de Rechtspraak gelden, met het oog op de bijzondere positie van de Rechtspraak in de samenleving, wel grenzen die in de, hierboven genoemde, Gedragscode Rechtspraak en Ambtenarenwet 2017 tot uitdrukking zijn gebracht. De Ambtenarenwet 2017, waar medewerkers van de Rechtspraak niet zijnde rechters onder vallen, schrijft voor dat de uitoefening van het grondrecht vrijheid van meningsuiting niet schadelijk mag zijn voor de eigen functievervulling van ambtenaren of het functioneren van hun organisatie. Hoe de norm in de praktijk uitwerkt, verschilt per situatie, en zal steeds aan de hand van omstandigheden moeten worden beoordeeld.
Ja. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn kernwaarden die essentieel zijn voor het vertrouwen in de Rechtspraak. De Gedragscode Rechtspraak besteedt expliciet aandacht aan het risico van de schijn van partijdigheid.
Zoals beantwoord bij vraag 2 en 4, hebben ook medewerkers van de Rechtspraak vrijheid van meningsuiting en demonstratievrijheid. Dit neemt niet weg dat voor Rechtspraakmedewerkers de gedragsregels gelden die in de Gedragscode Rechtspraak staan, en dat de kernwaarde onpartijdigheid de basis vormt van waar deze grenzen liggen. Het neutraliteitsbeginsel is een uitvloeisel hiervan en draait om de plicht van de rechter om onafhankelijk en onpartijdig te zijn. Voorkomen dient immers te worden dat gedragingen van rechtspraakmedewerkers een negatieve invloed hebben op het vertrouwen dat mensen hebben in de rechtspraak. Overigens is het vertrouwen dat mensen hebben in de Rechtspraak onverminderd hoog. Dit blijkt uit de algemene conclusies in het rapport van de Venetië Commissie 2023 en uit het recent uitgebrachte Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie 2026 waarin stond dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in de Rechtspraak gestegen is naar 77%.
Zie antwoord vraag 6.
De Rechtspraak heeft veel aandacht voor het bewaken van de integriteit van de medewerkers en voert een actief integriteitsbeleid dat is vastgelegd in de Gedragscode Rechtspraak. Ik zie dan ook geen aanleiding voor een evaluatie van de huidige integriteitskaders.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Keijzer (Keijzer), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over berichten dat een griffier van de rechtbank Utrecht actief betrokken zou zijn bij de organisatie van demonstraties namens onder meer Extinction Rebellion, Utrecht4Palestine en andere actiegroepen (ingezonden 10 augustus 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.