| Ingediend | 10 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 september 2026 (na 43 dagen) |
| Indiener | Shanna Schilder (PVV) |
| Beantwoord door | van Bruggen , David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | recht rechtspraak |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16800.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-73.html |
Ja. Ik heb kennisgenomen van berichtgeving over een griffier van de Rechtbank Oost-Brabant.
Ja. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn kernwaarden die essentieel zijn voor het vertrouwen in de Rechtspraak. De Gedragscode Rechtspraak2 besteedt expliciet aandacht aan het risico van de schijn van partijdigheid. Bij de beantwoording op vragen 3 en 4 wordt ingegaan op de gedragsregels.
Medewerkers van de Rechtspraak hebben een bijzondere positie in de samenleving. De samenleving moet op een onafhankelijke en onpartijdige Rechtspraak kunnen vertrouwen. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de Rechtspraak recht hebben op vrijheid van meningsuiting en demonstratierecht. Deze gelden voor iedereen in Nederland. In het algemeen acht ik het waardevol voor een sterke, goed functionerende Rechtspraak dat medewerkers van de Rechtspraak deelnemen aan het maatschappelijke leven. Voor medewerkers van de Rechtspraak gelden, met het oog op de bijzondere positie van de Rechtspraak in de samenleving, wel eigen grenzen. De regels daarvoor zijn vastgelegd in de Gedragscode Rechtspraak die voor alle medewerkers van de Rechtspraak geldt. In de Gedragscode staat dat de kernwaarden van de Rechtspraak onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit en deskundigheid zijn. Deze kernwaarden vormen het uitgangspunt van de gedragsregels voor medewerkers van de Rechtspraak, zowel voor rechters als gerechtsambtenaren. In de Gedragscode Rechtspraak is ook aandacht voor het doen van uitlatingen. Er staat bijvoorbeeld in dat uitingen van medewerkers eerlijk, correct en respectvol dienen te zijn en dat in de communicatie het onderscheid tussen privépersoon en het werk bewaakt moet worden. Uitgangspunt is geen uitlatingen te doen die schadelijk zijn voor het functioneren van de medewerker, of voor het functioneren van de Rechtspraak. Medewerkers van de Rechtspraak niet zijnde rechters vallen ook onder de Ambtenarenwet 2017. De Ambtenarenwet schrijft voor dat de uitoefening van grondrechten niet schadelijk mag zijn voor de eigen functievervulling van ambtenaren of het functioneren van hun organisatie. Hoe de norm in de praktijk uitwerkt, verschilt per situatie, en zal steeds aan de hand van omstandigheden moeten worden beoordeeld. De beoordeling van (neven)activiteiten van medewerkers en eventuele maatregelen is de verantwoordelijkheid van het betreffende gerechtsbestuur. Overigens is het vertrouwen dat mensen hebben in de Rechtspraak onverminderd hoog. Dit blijkt uit de algemene conclusies in het rapport van de Venetië Commissie 2023 en uit het recent uitgebrachte Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie 2026 waarin stond dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in de Rechtspraak gestegen is naar 77%.
Dat klopt. In de Gedragscode Rechtspraak staat dat de kernwaarden van de Rechtspraak onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit en deskundigheid zijn. Deze kernwaarden vormen het uitgangspunt van de gedragsregels voor medewerkers van de Rechtspraak. De gedragscode bevat ook regels over nevenbetrekkingen zoals deelname aan organisaties/verenigingen en ander (vrijwilligers)werk naast het werk. Voor gerechtsambtenaren geldt dat nevenwerkzaamheden verboden zijn als die het imago als gerechtsambtenaar of het imago van de Rechtspraak ongewenst beïnvloeden en dit niet met minder vergaande maatregelen dan een verbod te ondervangen is. Het is aan het betreffende gerechtsbestuur als werkgever om nevenwerkzaamheden van medewerkers te beoordelen.
Het gaat hier om een personele aangelegenheid binnen de Rechtspraak. De beoordeling van (neven)activiteiten van medewerkers en eventuele maatregelen liggen bij het betreffende gerechtsbestuur. Ik kan niet op een individueel geval in te gaan.
Medewerkers van de Rechtspraak hebben een bijzondere positie in de samenleving. De samenleving moet op een onafhankelijke en onpartijdige Rechtspraak kunnen vertrouwen. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de Rechtspraak recht hebben op vrijheid van meningsuiting en demonstratierecht. Omdat zij bij de Rechtspraak werkzaam zijn gelden voor hen specifieke gedragsregels die zijn vastgelegd in de hierboven genoemde Gedragscode Rechtspraak. Zie ook voorgaande antwoorden op vragen 2, 3 en 4.
De beoordeling van (neven)activiteiten van medewerkers zijn personele aangelegenheden waarvoor de verantwoordelijkheid bij de gerechtsbesturen ligt.
Navraag bij de Raad voor de rechtspraak leert dat er geen gevallen bekend zijn van medewerkers van de Rechtspraak die openlijk politieke of activistische activiteiten verrichten voor bovengenoemde organisaties.
Daartoe ben ik niet bereid. Het gaat hier om een personele aangelegenheid binnen de Rechtspraak. De beoordeling van (neven)activiteiten van medewerkers en eventuele maatregelen liggen bij het betreffende gerechtsbestuur.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de politieke activiteiten van een griffier van de Rechtbank Midden-Nederland (ingezonden 10 augustus 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.