Kamervraag 2026Z08372

De motie van de leden Keijzer en Boomsma (Kamerstuk 31 288, nr. 1240) over objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip hanteren in de wetenschappelijke gedragscode

Ingediend 20 april 2026
Beantwoord 12 mei 2026 (na 22 dagen)
Indiener Mona Keijzer
Beantwoord door Letschert
Onderwerpen onderwijs en wetenschap onderzoek en wetenschap
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08372.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1899.html
1. Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 64, pagina 12.
1. Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 64, pagina 12.
2. Website NWO, geraadpleegd d.d. 20 april 2026, De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening, (Code_wetenschapsbeoefening_2004_(2014).pdf)
2. Website NWO, geraadpleegd d.d. 20 april 2026, De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening, (Code_wetenschapsbeoefening_2004_(2014).pdf)
3. Website Universiteiten van Nederland, geraadpleegd d.d. 20 april 2026, Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit, (1. Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018_0.pdf)
3. Website Universiteiten van Nederland, geraadpleegd d.d. 20 april 2026, Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit, (1. Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018_0.pdf)
  • Vraag 1
    Klopt het dat u tijdens het tweeminutendebat Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid d.d. 16 april 2026 instemmend heeft gereageerd op een opmerking van het lid Rooderkerk waarin werd gesteld dat in de uitwerking 1.1 van de gedragscode staat dat de wetenschapsbeoefenaar weet dat wetenschap uiteindelijk gericht is op waarheidsvinding?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Heeft u daarbij gedoeld op de passage «De wetenschapsbeoefenaar weet dat wetenschap uiteindelijk is gericht op waarheidsvinding en dat hij daarom bij de presentatie van de aard en reikwijdte van zijn resultaten zo precies mogelijk dient te zijn. Hij zal dus niet liegen over zijn bevindingen of over daaraan verbonden onzekerheden. Zorgvuldigheid strekt zich ook uit tot het presenteren van twijfels en contra indicaties»?

    Ja.

  • Vraag 3
    Bent u ervan op de hoogte dat deze passage niet voorkomt in de geldende Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit, maar afkomstig is uit de oude Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (herziening 2014) van de VSNU?2

    Ja.

  • Vraag 4
    Klopt het dat in de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit (2018) expliciet is opgenomen dat de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (herziening 2014) wordt ingetrokken?

    Ja. Met de start van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit 2018 (NGWI2018) is de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening 2014 (NGW2014) ingetrokken omdat duidelijk moet zijn welke code van toepassing is bij een eventuele klachtenprocedure. Om die reden is de NGW2014 van toepassing gebleven op voltooide onderzoeken voor de inwerkingtreding van de NGWI2018 en voor gestarte onderzoeksactiviteiten die bij de inwerkingtreding van de NGWI2018 nog niet waren voltooid.

  • Vraag 5
    Klopt het dat in de geldende versie van 2018 de woorden «objectiviteit» en «waarheidsvinding» niet worden benoemd als normatief uitgangspunt en evenmin als zelfstandig kernbegrip worden gehanteerd?3

    Ja. De Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit 2018 is opgebouwd langs vijf fundamentele principes: eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid en spreekt niet over normatieve uitgangspunten of kernbegrippen. Deze principes komen voor een groot deel overeen met de principes uit de NGW2014. In beide codes worden de principes verder uitgelegd, waarbij in de NGW2014 de woorden «objectiviteit» en «waarheidsvinding» gebruikt zijn. In de NGWI2018 is gekozen voor andere woorden om de principes uit te werken.

  • Vraag 6
    Hoe reflecteert u op het feit dat de Kamer is geïnformeerd op basis van een passage die niet voorkomt in de geldende gedragscode wetenschappelijke integriteit?

    Mijn reactie ging in de snelheid van het debat, het ging inderdaad ten onrechte over de vorige versie.

  • Vraag 7
    Indien door deze Kamervragen vast komt te staan dat de woorden objectiviteit en waarheidsvinding niet voor komen in de vigerende gedragscode van 2018, bent u dan bereid de motie alsnog «Oordeel Kamer» te geven?

    Ik ben niet bereid om de motie Oordeel Kamer te geven. In de motie wordt gevraagd om invloed uit te oefenen op de inhoud van de NGWI, vanwege de onafhankelijkheid van deze code heb ik daar als Minister geen invloed op. De NGWI is een code die door instellingen uit het veld zelf wordt opgesteld. Zij zijn verantwoordelijk voor het creëren van een werkomgeving waarin wetenschappelijke integriteit is geborgd.

  • Vraag 8
    Bent u bereid deze vragen uiterlijk 11 mei 2026 te beantwoorden?

    Ja.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z08372
Volledige titel: De motie van de leden Keijzer en Boomsma (Kamerstuk 31 288, nr. 1240) over objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip hanteren in de wetenschappelijke gedragscode
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-1899
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Boomsma en Keijzer over objectiviteit en waarheidsvinding als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip hanteren in de wetenschappelijke gedragscode