| Ingediend | 13 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 2 april 2026 (na 20 dagen) |
| Indiener | Don Ceder (CU) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | internationaal ontwikkelingssamenwerking |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05116.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1525.html |
De precieze details uit het artikel kunnen niet door het kabinet worden geverifieerd. Tegelijk wijst het kabinet elke vorm van huwelijksdwang, gedwongen bekering en (kind)ontvoering ten zeerste af.
Het kabinet laat zich niet uit over de rechtsgang in derde staten en doet dat in dit geval ook niet.
Nederland spreekt regelmatig met zowel vertegenwoordigers van religieuze minderheden als de Pakistaanse autoriteiten over de vrijheid van religie en levensovertuiging. Dit gebeurt bilateraal, in Den Haag alsook via de Nederlandse ambassade in Islamabad, in EU-verband en via diverse multilaterale fora.
Ja, dit betreft geen unieke casus.
Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari 2026) zijn zorgen over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging overgebracht aan de Pakistaanse autoriteiten. Nederland doet dit ook in EU-verband, om meer gewicht aan de boodschap te geven en om met gelijkgezinde landen per zaak de juiste aanpak te vinden met stille diplomatie en publiekelijke verklaringen. In enkele gevallen wonen Nederlandse diplomaten rechtszaken bij.
De praktijk van gedwongen islamitische «huwelijken» komt regelmatig naar voren in rapportages van maatschappelijke organisaties die zich sterk maken voor vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan. Deze rapportages wijzen erop dat met name minderjarige meisjes uit religieuze minderheden een verhoogd risico lopen op ontvoering, gedwongen bekering en daaropvolgende huwelijken. Dit past in het bredere beeld dat de vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan onder druk staat.
In Pakistan worden zorgen over de positie van religieuze minderheden en de toepassing van religiegerelateerde wetgeving zowel bilateraal als in EU-kader besproken. Tijdens het recente bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari jl.) zijn deze zorgen specifiek opgebracht. De EU brengt regelmatig zorgen over gedwongen huwelijken op bij de Pakistaanse autoriteiten. De Nederlandse Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging vult deze inzet aan en kan de problematiek structureel agenderen in bilaterale, EU- en multilaterale contacten. Daarbij brengt de gezant signalen samen van maatschappelijke organisaties en diasporagemeenschappen en draagt zo bij aan een gecoördineerde internationale inzet ter bescherming van religieuze minderheden.
Het kabinet erkent dat een EU-Speciaal Gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging een aanvullende diplomatieke rol had kunnen spelen bij het adresseren van deze problematiek, onder meer door deze bilateraal te agenderen en de EU-inzet te versterken. Mede daarom heeft Nederland zich, samen met gelijkgezinde EU-lidstaten, actief ingezet voor de benoeming van een nieuwe EU-gezant voor godsdienstvrijheid via diplomatieke contacten in Brussel en door het belang van deze functie in relevante EU-fora te benadrukken. Het kabinet acht een nieuwe EU-gezant van groot belang voor een consistente, zichtbare en effectieve EU-inzet op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging. Op 26 maart 2026 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat mevr. Mairead McGuinness deze functie zal gaan vervullen.
De volledige rapportage van de monitoringsmissie van de Europese Commissie van december 2025 wordt in de zomer van 2026 verwacht.
In algemene zin kan gesteld worden dat de voortgang op mensenrechten, waaronder vrijheid van religie en levensovertuiging, een punt van aandacht blijft voor Pakistan. Zorgen hierover zijn ook recent tijdens het bezoek van de Nederlandse Mensenrechtenambassadeur in februari 2026 overgebracht aan de Pakistaanse autoriteiten. Het kabinet zal in lijn met motie-Ceder (Kamerstuk 32 735, nr. 391) in Europees verband het belang blijven benadrukken van het meewegen van de situatie aangaande vrijheid van religie en levensovertuiging en rechten van minderheden in de afwegingen hieromtrent.
De vrijheid van religie en levensovertuiging is een van de prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Aandacht voor de positie van christelijke gemeenschappen maakt deel uit van de bredere Nederlandse inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen, zeker in landen waar christelijke gemeenschappen onder druk staan, zoals Pakistan. De Nederlandse mensenrechteninzet en resultaten inclusief voor de vrijheid van religie en levensovertuiging worden periodiek via de mensenrechtenrapportage openbaar gedeeld. Het kabinet ziet nu geen aanleiding om specifiek met de (christelijke) Pakistaanse gemeenschap in gesprek te treden.