| Ingediend | 5 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 16 april 2026 (na 42 dagen) |
| Indiener | Erik van der Maas (VVD) |
| Beantwoord door | Letschert |
| Onderwerpen | cultuur cultuur en recreatie |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z04356.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1650.html |
Ja.
Juridische procedures naar aanleiding van de meerjarige besluiten van het fonds zijn niet ongebruikelijk, gelet op het belang dat die besluiten hebben voor organisaties. De juridische procedures die nu lopen hebben betrekking op de meerjarige besluiten voor de huidige subsidieperiode (2025–2028). In 2024 zijn er 273 subsidiebesluiten genomen voor de periode 2025–2028. Er zijn 13 organisaties die een beroep hebben ingediend.
Ik vind het goed dat subsidiebesluiten door de rechter kunnen worden getoetst. Het fonds is op de meeste beroepsgronden door de rechter in het gelijk gesteld, maar de rechter heeft ook geoordeeld dat de procedure op een aantal punten niet zorgvuldig genoeg was. Het fonds zal de lessen die volgen uit deze uitspraken meenemen bij het voorbereiden van de volgende subsidieperiode.
Er zijn naar mijn weten geen andere fondsen recentelijk door de rechter in het ongelijk gesteld in een procedure.
Ja, ik deel die mening. Zoals ook geantwoord onder vraag 2, is het goed dat de rechter de besluiten van het Fonds Podiumkunsten toetst. Tijdens de betreffende beroepszaken werden meerdere beroepsgronden aangevoerd. Het Fonds Podiumkunsten is op de meeste beroepsgronden in het gelijk gesteld, maar ook is geoordeeld dat de procedure op een aantal punten niet zorgvuldig genoeg is. Het Fonds heeft aangegeven gevolg te geven aan de uitspraken.
Het fonds is als zelfstandig bestuursorgaan zelf verantwoordelijk voor zijn subsidiebesluiten en de juridische afwikkeling daarvan. Daar meng ik mij niet in. Wel ben ik met het fonds in gesprek over de geconstateerde gebreken en de beheersmaatregelen die getroffen moeten worden.
Ik zie dat er sprake is van zeer hoge druk op de meerjarige productieregeling van het fonds. Het fonds moest 146 aanvragen afwijzen, bijna drie keer zoveel als in de periode hiervoor. 59 aanvragers met een positief advies konden niet worden gehonoreerd wegens onvoldoende budget. Daarnaast kreeg regionale spreiding in de regeling een groter belang, waardoor met name in Amsterdam een aantal bekende instellingen een afwijzing heeft gekregen ten faveure van instellingen buiten de Randstad.
Door de hoge druk op het subsidiebudget en het aantal daarmee gemoeide afwijzingen en de nadruk op spreiding in de regeling maken dat er voor meer instellingen aanleiding was om de subsidiebesluiten juridisch te laten toetsen.
Bij het voorbereiden van de volgende subsidieperiode zullen de lessen uit deze periode en de uitspraken van de rechter meegenomen worden.
Het voorkomen van belangenverstrengeling is beleid van het fonds. Zij hanteert een protocol dat commissieleden dienden te ondertekenen om de schijn van belangenverstrengeling of vooringenomenheid te voorkomen.
Of er in een concreet geval sprake is van de schijn van belangenverstrengeling is aan de rechter. Bij de recente uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen schijn van belangenverstrengeling is binnen een specifieke adviescommissie. Hierin wijkt de rechtbank af van de recente uitspraken van de rechtbank Amsterdam met betrekking tot dezelfde adviescommissie.
Het fonds is zelf verantwoordelijk voor de inrichting van zijn beoordelingsprocedure, de besluiten en de afwikkeling daarvan.
Uit de uitspraken van de rechter is gebleken dat de beoordelingsprocedures transparanter dienen te zijn. Zoals ook in vraag 2 aangegeven zullen de lessen die uit deze uitspraken volgen worden meegenomen in het voorbereiden van de volgende subsidieperiode.
Ik onderken dat er ruimte is om administratieve lasten te verlagen. De komende tijd ga ik in gesprek met medeoverheden en rijkscultuurfondsen om te onderzoeken hoe de subsidieprocessen van cultuursubsidies bij verschillende overheden geharmoniseerd kunnen worden en de regeldruk verminderd kan worden in de nieuwe beleidsperiode.
Ik ben niet van mening dat het systeem failliet is. Wel zie ik dat het subsidiesysteem zoals we dat nu kennen toe is aan een herziening. De Raad voor Cultuur bracht in 2024 het advies «Toegang tot cultuur» uit, waarin ook aanbevelingen worden gedaan over de aanvraag- en beoordelingsprocedures en de administratieve lasten die daarmee gepaard gaan. Tegelijk is de wijze waarop we cultuursubsidies verdelen in Nederland, met onafhankelijke beoordelingen en een hoge mate van transparantie, ook een groot goed. Minister Bruins heeft in een Kamerbrief aangegeven te kijken naar manieren om het bestel te vereenvoudigen en verbeteren2. In de volgende stappen richting de nieuwe subsidieperiode probeer ik waar mogelijk de administratieve lasten verder te verminderen.
Na de zomer van 2026 informeer ik uw Kamer over de hoofdlijnen van het cultuurbestel vanaf 2029.
Op 5 maart 2026 heeft het lid Van der Maas (VVD) schriftelijke vragen gesteld over het bericht «Hoe moet het nu verder met het Fonds Podiumkunsten? «Het systeem is eigenlijk failliet»». Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat de afstemming van een zorgvuldige beanwoording meer tijd vergt. Ik zal de vragen binnen de daarvoor geldende termijn van 6 weken beantwoorden.