| Ingediend | 18 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 13 maart 2026 (na 23 dagen) |
| Indiener | René Claassen (PVV) |
| Beantwoord door | Moes |
| Onderwerpen | cultuur cultuur en recreatie |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03431.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1321.html |
Ja.
Ik zie dit als een ongewenste en zorgwekkende ontwikkeling die de artistieke vrijheid van makers en culturele instellingen onder druk zet. Artistieke vrijheid vormt een fundament van onze democratische rechtstaat, waarin iedereen de ruimte moeten krijgen om zichzelf te uiten, ook als dit schuurt.
Ja, die opvatting deel ik.
Culturele instellingen hebben de vrijheid om zelf te bepalen wie zij wel of niet programmeren. Burgers hebben de vrijheid om iets van deze programmering te vinden, maar dat moet wel op een correcte wijze. Ik acht iedere inmenging die culturele instellingen onder druk zet om hun keuzes aan te passen onwenselijk.
Er zijn mij enkele incidenten bekend van door OCW gesubsidieerde culturele instellingen die te maken kregen met druk, bedreiging of intimidatie vanwege hun programmering. Bezien vanuit een breder perspectief constateer ik dat makers en culturele instellingen druk ervaren op hun artistieke vrijheid, bijvoorbeeld in polariserende discussies over programmeringskeuzes. Deze signalen ontving de Raad voor Cultuur ook en bewogen hem ertoe om een advies uit te brengen over artistieke vrijheid, dat de Raad 21 januari jl. aan uw kamer heeft aangeboden.2 Op dit moment bereid ik een reactie op dit advies voor.
Ik vind het belangrijk een inclusieve, pluriforme en toegankelijke culturele sector te waarborgen. Als de samenleving polariseert en de spanningen toenemen, moet de culturele en creatieve sector een veilig podium blijven bieden voor het vrije woord, artistieke expressie en dialoog. Om instellingen hierin te ondersteunen heeft mijn ambtsvoorganger de Handreiking Weerbare Cultuursector3 van Kunsten ’92 en het Verwey-Jonker Instituut financieel mogelijk gemaakt. Deze handreiking en het onderliggende onderzoek bieden culturele instellingen houvast om zorgvuldige afwegingen te maken in de dynamiek van maatschappelijke spanningen, polarisatie en toenemende druk om positie te kiezen.
Ik deel de zorg dat acties die culturele instellingen onder druk zetten bepaalde keuzes te maken de druk op de artistieke vrijheid vergroot. In tijden van maatschappelijke spanningen en polarisatie is het daarom extra belangrijk om culturele instellingen handvatten te bieden voor de omgang met maatschappelijke druk. Hiervoor heeft mijn voorganger onlangs de handreiking van Kunsten ’92 en het Verwey-Jonker Instituut financieel mogelijk gemaakt.
Hierover ben ik reeds in gesprek met de sector. De handreiking van Kunsten ’92 en het Verwey-Jonker Instituut is het resultaat van een onderzoek dat tot stand is gekomen aan de hand van meerdere gesprekken met de sector.
Ik neem dit onderwerp zeer serieus. Daarom beraad ik me op dit moment goed op het eerder genoemde advies van de Raad voor Cultuur over artistieke vrijheid. Ik zal in mijn reactie op dit advies ook ingaan op de druk en intimidatie rondom programmering van culturele instellingen.