Kamervraag 2026Z02184

Het bericht ‘Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang’

Ingediend 3 februari 2026
Beantwoord 10 april 2026 (na 66 dagen)
Indiener Sandra Beckerman (SP)
Beantwoord door Mona Keijzer
Onderwerpen bouwen en verbouwen huisvesting
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z02184.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1583.html
1. Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang – NH Nieuws
1. Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang – NH Nieuws
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Hoe beoordeelt u de situatie op c?

    Het bericht betreft een situatie waarbij de provincie Noord-Holland de gemeente Bloemendaal opdraagt om de aanlegwerkzaamheden voor de bouw van de chalets op de camping stop te zetten en over te gaan tot «handhaving». Dat is een aangelegenheid voor de provincie Noord-Holland en de gemeente Bloemendaal.

  • Vraag 3
    Camping Vogelenzang, waar plannen bestaan om een familiecamping om te zetten naar een luxe vakantiepark met circa 350 chalets en waar vaste kampeerders daarvoor moeten wijken?

    Deze vraag ziet op de bedrijfsvoering en prijsstelling van een individuele ondernemer. Ik doe geen uitspraken over de keuzes van individuele bedrijven.

  • Vraag 4
    Wat vindt u ervan dat deze chalets volgens berichtgeving worden verkocht vanaf circa € 395.000 per vierpersoonschalet, terwijl het terrein tot nu toe juist een betaalbare gezinscamping was?

    De provincie Noord-Holland gaat in haar «Handhavingsverzoek Camping Vogelenzang» van 16 januari 2026 inderdaad in op de maximale toegestane bebouwing.

  • Vraag 5
    Klopt het dat de provincie Noord-Holland daarbij stelt dat maximaal 1.600 m2 bebouwd mag worden, terwijl de plannen volgens de berichtgeving neerkomen op circa 21.000 m2 bebouwd oppervlak?

    Het is aan de gemeente Bloemendaal om te beoordelen in hoeverre activiteiten passen binnen het omgevingsplan en of afwijking hiervan mogelijk is. De provincie Noord-Holland houdt hier toezicht op en heeft in dit geval dus het in antwoord 4 genoemde handhavingsverzoek naar de gemeente verstuurd. Dit is een lokale afweging. In algemene zin ga ik bij het antwoord op vraag 11 in op handhaving.

  • Vraag 6
    Deelt u de opvatting dat het niet aanvaardbaar is wanneer grootschalige bebouwing doorgang vindt terwijl deze evident in strijd is met het omgevingsplan?

    Het te voeren recreatiebeleid ter plaatse is een provinciale en gemeentelijke aangelegenheid. In dit geval wijst de provincie in haar handhavingsverzoek inderdaad op het seizoensgebonden karakter.

  • Vraag 7
    Hoe kijkt u aan tegen het bezwaar dat de provincie noemt over het permanente karakter van de chalets, terwijl recreatie in beginsel tijdelijk hoort te zijn en kampeermiddelen volgens berichtgeving slechts tussen 1 maart en 31 oktober geplaatst mogen worden?

    Dat hangt af van de bestemming van het betreffende terrein. Indien er sprake is van een woonbestemming, dan zou dat ook op die wijze vergund dienen te worden, met inachtneming van de vigerende wet- en regelgeving.

  • Vraag 8
    Vindt u dat de bouw van luxe chalets met een (semi-)permanent karakter het risico vergroot op verkapte woonbestemmingen buiten de normale woningbouwregels om?

    Gemeenten zijn vrij in hoe ze het begrip «kampeermiddelen» gebruiken in het omgevingsplan. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen tijdelijke kampeermiddelen en objecten met een permanent karakter. Ik zie geen aanleiding om dit aan te passen.

  • Vraag 9
    Acht u het wenselijk om de definitie van «kampeermiddelen» aan te scherpen, zodat chalets die in de praktijk een permanent karakter hebben niet langer onder deze definitie vallen?

    Een gemeente kan een spoedeisende last onder bestuursdwang in de vorm van een bouwstop opleggen als sprake is van een overtreding. Hierdoor worden bouwwerkzaamheden stilgelegd.

  • Vraag 10
    Welke directe maatregelen kan een gemeente nemen om werkzaamheden stil te leggen om te voorkomen dat een ontwikkelaar een voldongen feit creëert?

    Als dit daadwerkelijk aan de orde is, is het is aan de gemeente Bloemendaal om eventuele activiteiten te constateren en handhavend op te treden. De provincie heeft hier in haar handhavingsverzoek ook duidelijk op gewezen.

  • Vraag 11
    Hoe beoordeelt u het signaal dat volgens betrokkenen al grondwerkzaamheden zijn verricht voordat vergunningen zouden zijn verleend, terwijl het gebied bovendien als beschermd landschap wordt omschreven?

    Als sprake is van een overtreding, moet een gemeente in beginsel overgaan tot handhaving, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een gemeente van handhaving moet afzien. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een concreet zicht op legalisatie of als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

  • Vraag 12
    Deelt u de mening dat gemeenten verplicht zijn om te handhaven wanneer sprake is van duidelijke strijdigheid met het omgevingsplan, zeker wanneer een provincie dit expliciet opdraagt?

    Een provincie kan door middel van indeplaatsstelling zelf overgaan tot handhaving wanneer een gemeente dit niet doet. Dit kan alleen nadat bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden met een gemeente en duidelijk is dat er sprake is van taakverwaarlozing door een gemeente omdat een gemeente nalaat een verplicht besluit te nemen of geen uitvoering geeft aan een wettelijke taak.

  • Vraag 13
    Welke mogelijkheden heeft de provincie om af te dwingen dat een gemeente daadwerkelijk handhaaft, wanneer een gemeente blijft talmen of onvoldoende optreedt?

    Het is aan alle partijen (commercieel of niet) die omgevingsactiviteiten ondernemen om zich te houden aan wet- en regelgeving. Zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk.

  • Vraag 14
    Vindt u het wenselijk dat commerciële partijen in de praktijk kunnen opereren volgens het principe «eerst doen, dan pas vragen», en welke maatregelen acht u nodig om dat te voorkomen?

    Deze vraag raakt aan de onderwerpen die aan de orde zijn in de moties die zijn ingediend tijdens het notaoverleg «Red de Camping» van 26 mei 2025 en aangenomen op 3 juni 2025. Uw Kamer wordt hierover op korte termijn geïnformeerd via een Kamerbrief.

  • Vraag 15
    Deelt u de zorg dat familiecampings steeds vaker worden opgekocht door commerciële ketens die vaste kampeerders wegdrukken ten gunste van dure chalets en recreatiewoningen?

    Zie het antwoord op vraag 14.

  • Vraag 16
    Veel gemeenten kampen met vergelijkbare situaties rond de omzetting van familiecampings naar luxe chaletparken. Welke concrete voorstellen heeft u om dit probleem landelijk aan te pakken, zodat gemeenten dit niet ieder voor zich hoeven te bevechten?

    Er is helaas geen definitie van familiecampings of (semi-)permanente chaletparken, dus het aantal verdwenen of omgezette parken is niet te bepalen. Uit de databank van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) blijkt wel dat het aantal overnachtingen op kampeerterreinen tussen 2012 en 2025 met 27,8% stijging minder sterk is gegroeid dan het aantal overnachtingen op huisjesterreinen met een stijging van 62,9%.

  • Vraag 17
    Kunt u aangeven hoeveel familiecampings in Nederland in de afgelopen 10 jaar zijn verdwenen of zijn omgezet naar (semi-)permanente chaletparken?

    Ik heb geen specifiek inzicht in de eigendomssituatie van recreatieparken of hun plannen voor grootschalige herontwikkeling.

  • Vraag 18
    Kunt u inzicht geven in hoeveel recreatieparken in handen zijn van ketens en/of private equity, en hoeveel daarvan plannen hebben voor grootschalige herontwikkeling?

    Er zijn geen directe middelen om herverkaveling tegen te gaan. Wel kan gestuurd worden op de verkaveling door middel van regels in het omgevingsplan. In het omgevingsplan kunnen bijvoorbeeld regels gesteld worden over de toegelaten kampeermiddelen, kan een maximaal aantal recreatiewoningen worden opgenomen of een maximaal bebouwd oppervlakte.

  • Vraag 19
    Welke middelen bestaan er op dit moment om herverkaveling van recreatieparken tegen te gaan, en welke bestuurslagen (gemeente, provincie, Rijk) kunnen deze middelen inzetten?

    Voor zover de voorstellen uit de initiatiefnota «Red de Camping» raken aan de moties die zijn ingediend tijdens het notaoverleg van 26 mei 2025 en aangenomen op 3 juni 2025, wordt uw Kamer hierover op korte termijn geïnformeerd via een Kamerbrief.

  • Vraag 20
    Bent u bereid, in het licht van dit bericht, uw reactie op de voorstellen uit de initiatiefnota «Red de camping» te herzien? Zo ja, wat is uw nieuwe reactie? Zo nee, waarom niet?

    «Zie het antwoord op vraag 14».

  • Vraag 21
    Wat is de stand van zaken bij de uitvoering van de aangenomen motie van de leden Van Nispen en Vermeer over een voorstel voor een nieuwe kampeerwet en de voorstellen uit de initiatiefnota-Beckerman als richtinggevend beschouwen (Kamerstuk 36 452, nr. 9)?
  • Mededeling - 19 maart 2026

    Het lid Beckerman (SP) heeft vragen aan mij gesteld over het bericht «Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang». De vragen zijn ingezonden op 4 februari 2026. Het is niet mogelijk de vragen binnen de gestelde termijn van drie weken te beantwoorden. De reden van het uitstel is dat er voor het beantwoorden van de vragen meer tijd nodig is vanwege interdepartementale afstemming met het Ministerie van Economische Zaken. Uw Kamer ontvangt de antwoorden binnen uiterlijk drie weken.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z02184
Volledige titel: Het bericht ‘Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang’
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-1583
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Beckerman over ‘Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang’