| Ingediend | 19 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 20 februari 2026 (na 32 dagen) |
| Indieners | Lisa Westerveld (GL), Kati Piri (PvdA) |
| Beantwoord door | David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
| Onderwerpen | internationaal ontwikkelingssamenwerking |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z00783.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1168.html |
Ja.
Op 27 mei 2024 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer geïnformeerd over het landgebonden asielbeleid voor Irak. In deze brief is ook ingegaan op de positie van Jezidi's. Op 7 november 2025 is het thematisch ambtsbericht over Irak gepubliceerd. Uit het thematisch ambtsbericht blijkt niet dat de situatie voor Jezidi’s met het oog op vervolging is veranderd. Voor het kabinet is er op grond van het thematisch ambtsbericht dan ook geen aanleiding om het huidige beleid aan te passen.
Ja, het kabinet deelt nog steeds dezelfde mening en zet zich juist daarom in voor het tegengaan van straffeloosheid van misdrijven begaan door IS-strijders. De Kamer is reeds geïnformeerd over deze inzet in een Kamerbrief (Kamerstuk 27 925, nr. 1016).
Het kabinet is bekend met de kwetsbare positie van minderheden en ontheemden in Irak, waaronder ook Jezidi’s, en erkent in het verleden vaker te maken hebben gehad met vervolging, met als dieptepunt de systematische aanvallen van IS-strijders tegen de Jezidi-bevolking in 2014. Het kabinet zet middelen in om bij te dragen aan de positie van de Jezidi’s. Ook kaart Nederland dit aan bij de Iraakse autoriteiten, zowel in bilateraal als multilateraal verband.
Het kabinet erkent de kwetsbare positie van Jezidi’s. Veel Jezidi’s zijn nog niet teruggekeerd naar Sinjar, en verblijven in kampen in de Koerdistan Regio Irak. In de ontheemdenkampen zijn de leefomstandigheden moeilijk en zijn basisvoorzieningen beperkt aanwezig. Tegelijkertijd garandeert de Iraakse Grondwet de vrijheid van religie van alle erkende religieuze groepen in Irak, waaronder ook Jezidi’s. De regering van demissionair premier Al-Sudani pleit consistent voor inclusiviteit en non-discriminatie. Ook heeft de regering maatregelen genomen om de positie van Jezidi’s te verbeteren, zoals de goedkeuring van de Yazidi Survivors’ Law en het wettelijk erkennen van landrechten van Jezidi’s in Sinjar. De implementatie van dit beleid vergt tijd. Nederland blijft zich inzetten voor inclusiviteit, non-discriminatie, bescherming en toekomstperspectief van alle minderheidsgroeperingen in Irak.
Ten slotte staat een kwetsbare positie echter niet per definitie gelijk aan vervolging en er is, zoals in antwoord op vraag 2 ook aangegeven, geen informatie dat Jezidi’s op dit moment in het algemeen te vrezen hebben voor vervolging in Irak.
De hoofdverantwoordelijkheid voor de ontheemdenkampen ligt bij de Iraakse regering. Het kabinet deelt de mening dat de VS met andere donoren, waaronder Nederland, een belangrijke rol speelde in de toegang tot basisvoorzieningen in de ontheemdenkampen en in de wederopbouw van Sinjar.
Het wegvallen van de Amerikaanse steun zet druk op de financiering van de ontheemdenkampen en de daar aangeboden basisvoorzieningen. Het is op dit moment voor het kabinet niet mogelijk om te beoordelen wat de precieze impact is op de positie van Jezidi’s in de ontheemdenkampen.
Het kabinet is hiermee bekend. Juist daarom steunt het kabinet al meerdere jaren een divers aantal programma’s waarin ook aandacht wordt besteed aan mentale gezondheidszorg voor mensen met trauma’s, waaronder in Sinjar. Deze richten zich bijvoorbeeld door het bieden van psychosociale hulp op het rehabiliteren en re-integreren van vrouwen en kinderen, die slachtoffer zijn geworden van IS. Een voorbeeld is de steun aan Norwegian People’s Aid, gericht op onder meer traumaverwerking en het leveren van psychosociale steun aan onder andere de Jezidi-gemeenschap. In de afgelopen rapportageperiode van dit programma ontvingen 419 vrouwen geestelijke gezondheidszorg. Stigma’s rondom het onderwerp mentale gezondheidszorg zorgen er tegelijkertijd voor dat zelfs wanneer er hulp wordt aangeboden, dit niet altijd wordt aangenomen.
Het gebrek aan beschikbare publieke diensten is een probleem in meerdere gebieden in Irak. In onze diplomatieke contacten vraagt Nederland aandacht bij de Iraakse autoriteiten om de situatie te verbeteren en financiële middelen hiervoor vrij te maken.
Ja, ambtsberichten betreffen een feitelijke, neutrale en objectieve weergave van de bevindingen gedurende onderzochte periode.
Ja, ambtsberichten betreffen een feitelijke, neutrale en objectieve weergave van de bevindingen gedurende onderzochte periode.
Het kabinet is bekend met de amendementen op de amnestiewet die afgelopen jaar in Irak zijn aangenomen. De geamendeerde wet biedt kansen op een nieuw proces voor personen die op basis van antiterrorismewetgeving zijn veroordeeld, maar waarbij twijfels zijn over de kwaliteit van het bewijs. Tegelijkertijd speelden er ook zorgen dat de versoepeling ertoe zou kunnen leiden dat (aan IS-geaffilieerde) veroordeelden onterecht vrijkomen. Om die zorgen te adresseren, zijn in de amnestiewet beperkingen opgenomen voor wie deze wet zou gelden, waaronder personen gelinkt aan terroristische misdrijven. Sinds de aanname van de geamendeerde amnestiewet zijn er 41.364 personen6 vrijgelaten uit de gevangenis na het doorlopen van een rehabilitatieprogramma; het is het kabinet echter niet bekend dat zich hieronder ook personen bevinden die veroordeeld waren voor IS-gerelateerde misdrijven.
De eventuele vrijlating van voormalige leden van IS brengt voor iedereen grotere veiligheidsrisico’s met zich mee, zo ook voor Jezidi’s in Irak. Het kabinet zal dit gezien de huidige ontwikkelingen nauw blijven monitoren en staat hierover in contact met de Iraakse autoriteiten.
Het kabinet kan op dit moment geen uitsluitend oordeel vellen over of de positie van Jezidi’s is verbeterd of verslechterd. Het kabinet houdt nauw contact met organisaties die belangen van Jezidi’s behartigen en blijft de situatie van minderheden, waaronder Jezidi’s, nauwlettend monitoren.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer geïnformeerd over het landgebonden asielbeleid voor Irak en de positie van Jezidi's. Er is geen informatie dat Jezidi’s in het algemeen te vrezen hebben voor vervolging, zie ook antwoord 4. Er is voor nu geen reden om daarvan af te wijken.
Zie het antwoord op de vragen 2 en 15. Het binnenlands beschermingsalternatief en de normale woon- en verblijfplaats worden op individuele basis beoordeeld en er is voor nu geen reden om daarvan af te wijken. Nu de wijziging van het landgebonden beleid voor Irak in het algemeen en de Jezidi’s in het bijzonder onderwerp is van hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, kan ik hier op dit moment niet verder op ingaan.
Alle vragen zijn afzonderlijk beantwoord.