| Ingediend | 16 december 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 8 mei 2026 (na 143 dagen) |
| Indiener | Caroline van der Plas (BBB) |
| Beantwoord door | Thierry Aartsen (VVD) |
| Onderwerpen | economie overige economische sectoren |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z22168.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1852.html |
Ja. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het afgelopen jaar gewerkt aan een nadeelcompensatieregeling voor ondernemers uit de vuurwerkbranche. De uitgangspuntenbrief is 8 mei 2026 naar uw Kamer gestuurd. Van dwang om het gehele bedrijf te stoppen is geen sprake.
De afgelopen maand zijn de laatste gesprekken zowel interdepartementaal als met de vuurwerkbranche gevoerd en inmiddels zijn de uitgangspunten voor de nadeelcompensatieregeling bekend. In de Kamerbrief van 8 mei 2026 kunt u deze uitgangspunten vinden. Komende maand worden de uitgangspunten nader uitgewerkt in een beleidsregel nadeelcompensatie voor de detailhandelaren en een convenant voor de importeurs. Met deze uitgangspunten is er invulling gegeven aan de voorwaarde om te komen tot een nette en eerlijke nadeelcompensatieregeling voor vuurwerkondernemers. Voor detailhandelaren, die veelal vuurwerk verkopen als nevenactiviteit, gaat het om een forfaitaire regeling. Voor vuurwerkimporteurs wordt er een convenant opgesteld.
Een meerderheid van zowel de Eerste Kamer als de Tweede Kamer heeft bij de behandeling van de Wet veilige jaarwisseling duidelijk uitgesproken dat er een landelijk vuurwerkverbod moet komen en bij voorkeur zo snel mogelijk. Bij de afweging van een landelijk verbod zijn de gevolgen daarvan voor vuurvuurwerkondernemers door beide Kamers onderkend en meegewogen. Dat heeft geleid tot het aan de inwerkingtreding verbinden van de voorwaarde van een nadeelcompensatieregeling. Het Ministerie van IenW geeft uitvoering aan deze voorwaarde. In de Kamerbrief van 8 mei 2026 is de uitwerking van deze voorwaarde opgenomen.
De hoogte van de nadeelcompensatie wordt gebaseerd op winstderving en een vergoeding voor andere schade dan winstderving die rechtstreeks voortvloeit uit het vuurwerkverbod (onder andere ontslag- en/of transitiekosten voor afvloeiing van personeel voor zover deze een rechtstreeks causaal verband hebben met het landelijk vuurwerkverbod). Eventuele waardedaling van onroerende goederen als gevolg van het vuurwerkverbod valt volgens deze benadering onder het normaal ondernemersrisico. Daarbij speelt mee dat in veel gevallen de gedane investeringen na de vuurwerkramp in Enschede (13 mei 2000) reeds zijn terugverdiend.
Alleen detailhandelaren die langdurige huurovereenkomsten hebben gesloten die zij niet zonder vergoeding binnen afzienbare tijd kunnen opzeggen en evenmin kunnen gebruiken voor de rest van hun bedrijfsactiviteiten, lijden mogelijk deze schade. Het gaat dan vermoedelijk alleen om (een deel van) de detailhandelaren die uitsluitend vuurwerk verkopen en naar verwachting ook een hogere nadeelcompensatie voor de winstderving ontvangen. Naast een vergoeding voor winstderving, wordt in algemene zin voorzien in een forfaitaire vergoeding van 15% en een vast bedrag van € 3.500 voor diverse schadeposten, waar deze post ook onder valt.
Voor detailhandelaren wordt naast een vergoeding voor winstderving, in algemene zin voorzien in een forfaitaire vergoeding van 15% en een vast bedrag van € 3.500 voor diverse schadeposten, waar deze post ook onder valt.
Voor de importeurs wordt hierin tegemoetgekomen voor zover deze kosten een rechtstreeks causaal verband hebben met het landelijk vuurwerkverbod.
Aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling is door de Eerste en Tweede Kamer de voorwaarde verbonden dat er een compensatieregeling ligt. De juridische grondslag van de compensatie aan vuurwerkondernemers is gevonden in het nadeelcompensatierecht, dat is gebaseerd op het égalitébeginsel. Dit beginsel voorziet in een recht op vergoeding van onevenredige schade die een gevolg is van rechtmatig overheidshandelen. Daarvoor is – onder meer – vereist dat de schade zoals de vuurwerkondernemers die lijden, uitstijgt boven hun normaal ondernemersrisico. Binnen deze kaders wordt de nadeelcompensatieregeling uitgewerkt. Hierbij is maximaal gezocht naar een nette en eerlijke regeling zonder daarbij de grens van staatssteun te overschrijden. In de Kamerbrief van 8 mei 2026 is dit nader toegelicht.
Ja. Aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling is door de Eerste en Tweede Kamer de voorwaarde verbonden dat er een compensatieregeling ligt. Ons inziens wordt met de aan uw Kamer toegestuurde uitgangspunten voor een nadeelcompensatieregeling een adequate nadeelcompensatie geboden.1
Ja.
Naar het oordeel van het kabinet wordt aan de voorwaarde van een nadeelcompensatieregeling voldaan op het moment dat het kabinet de uitgangspunten van een nadeelcompensatieregeling aan beide Kamers stuurt, inclusief dekking op de begroting van het Ministerie van IenW. Hiervoor is allereerst samen met de brancheverenigingen van de importeurs (BPN) en de detailhandelaren (VuurwerkCheck, SVNC en INretail) gewerkt aan het in kaart brengen van alle kostenposten die het gevolg zijn van het landelijk vuurwerkverbod. Hiervoor is, conform de aangenomen motie Van der Plas2, een onafhankelijk expert gevraagd. Deze heeft alle informatie, aangeleverd door de importeurs en detailhandelaren, geanalyseerd en aan de hand daarvan een conceptrapport opgesteld de financiële gevolgen van het vuurwerkverbod. Dit conceptrapport is aan alle partijen voor reactie voorgelegd, waarna het rapport (hierna: deskundigenrapport) is vastgesteld.3 Met bovenstaande aanpak is invulling gegeven aan de motie van de leden Eerdmans en Van der Plas.4 Vervolgens is, met inachtneming van de juridische kaders van het nadeelcompensatierecht, bepaald welke kostenposten voor nadeelcompensatie in aanmerking komen. Dit is besproken met de vuurwerkbranche. Binnen deze kaders heb ik gezocht naar een nette en eerlijke nadeelcompensatieregeling. Een te hoge compensatie zou kunnen leiden tot terugvordering vanwege het verstrekken van ongeoorloofde staatssteun.
Het is aan beide Kamers om te bepalen of en wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan die met het amendement Michon-Derkzen5 aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling worden gesteld.
Zoals al bij vraag 10 is weergegeven is het aan beide Kamers om te bepalen of en wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan die met het amendement Michon-Derkzen6 aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling worden gesteld.
De Kamerbrief met de uitgangspunten van de nadeelcompensatieregeling voor de vuurwerkbedrijven is op 8 mei 2026 naar beide Kamers gezonden.7 Met de vertegenwoordigers van de branchevereniging van de importeurs is afgesproken dat op basis van de uitgangspunten het convenant op korte termijn wordt voorbereid. Zodra het convenant is afgerond wordt dit, naar verwachting medio juni 2026, naar beide Kamers toegestuurd.
De uitgangspunten voor de detailhandelaren worden nader uitgewerkt in een beleidsregel met een rekenformule om de hoogte van de nadeelcompensatie per ondernemer te kunnen bepalen. Met de detailhandel is afgesproken dat een concept van de beleidsregel zal worden voorgelegd aan de brancheverenigingen. Wanneer de beleidsregel is vastgesteld, naar verwachting in juni, zal ik deze ook aan u toesturen.
Om uitvoering te geven aan het breed aangenomen amendement en de nadrukkelijke wens daarin om de dekking te vinden binnen de IenW-begroting, wordt de dekking voor een belangrijk deel gevonden binnen het Mobiliteitsfonds (MF) en een beperkt deel uit resterende middelen van de Aanvullende Post van Klimaatakkoord Rutte III. Deze resterende middelen zijn overgeboekt bij Voorjaarsnota 2026 naar de begroting van IenW. Specifiek zal de dekking nu binnen het Mobiliteitsfonds worden ingeboekt bij de KCI strategie van ProRail: Klimaatneutrale en Circulaire Infraprojecten (KCI). Er zal nog een brede afweging binnen het MF plaatsvinden zoals gemeld in de brief van 16 maart jl. over prioritering fondsen.
Op 16 december 2025 heeft het lid Van der Plas vragen gesteld over een compensatieregeling voor de vuurwerkbranche in verband met het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten. Ik ben op dit moment in gesprek met de vuurwerkbranche over een compensatieregeling naar aanleiding van het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling). Zolang deze gesprekken lopen kan ik niet inhoudelijk ingaan op de gestelde vragen. Zodra deze gesprekken zijn afgerond, zal ik de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer toesturen.