Kamervraag 2019Z20683

Het interview op RTVNoord ‘Minister Eric Wiebes blikt terug’

Ingediend 30 oktober 2019
Beantwoord 27 november 2019 (na 28 dagen)
Indiener Sandra Beckerman (SP)
Beantwoord door Eric Wiebes (minister economische zaken) (VVD), Wiebes
Onderwerpen natuur en milieu stoffen
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2019Z20683.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20192020-843.html
  • Vraag 1
    Wie of welke partij is er tot en met nu juridisch en politiek eerstverantwoordelijk voor de versterkingsoperatie in Groningen? Wie of welke partij is dat eventueel in het verleden geweest en hoe heeft deze partij het Centrum Veilig Wonen (CVW) aangestuurd?1

    De Minister van EZK draagt de systeemverantwoordelijkheid voor de gaswinning en de gevolgen daarvan. NAM was als vergunninghouder verantwoordelijk voor de versterkingsoperatie, tot het moment dat de verantwoordelijkheid voor het treffen van maatregelen, om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad met de invoering van artikel 52g, derde lid, van de Mijnbouwwet op 19 december 2018 (Stb. 2018, 471), over ging naar de Minister van EZK. Per 16 oktober 2019 is bij koninklijk besluit (Stcrt. 2019, 61402) de verantwoordelijkheid voor de versterkingsoperatie overgedragen van de Minister van EZK naar de Minister van BZK.
    Het Centrum Veilig Wonen (CVW) staat vanaf de oprichting tot en met 31 december 2019 onder contract bij NAM. NAM is opdrachtgever van CVW. Arcadis en CED zijn aandeelhouders van CVW. Op 16 mei 2019 heeft de Minister van EZK via een overeenkomst met NAM afgesproken dat NCG CVW waar het versterking betreft vanaf dat moment operationeel aanstuurt zonder inhoudelijke betrokkenheid van NAM (Kamerstuk 33 529, nr. 609). Voor die tijd was NCG al betrokken bij veel beslissingen, maar liep formele besluitvorming via NAM. De hiervoor genoemde overeenkomst betrof een uitwerking van de eerdere overeenkomst uit november 2018 (Kamerstuk 33 529, nr. 535), waarin is bevestigd dat het primaat voor het veiligheidsbeleid bij de Minister ligt en niet bij NAM.

  • Vraag 2
    Op welk moment precies kwam de complete verrassing, namelijk dat het CVW plotseling haar afspraken niet nagekomen bleek te zijn, voor u? Wat zijn de gemaakt afspraken waar u aan refereert en kunt u die afspraken aan de Kamer doen toekomen?

    Tijdens het bestuurlijk overleg van 15 februari 2019 met EZK, BZK, NCG en regio is het aantal op te nemen woningen door CVW vanaf dat moment op 4.000 per jaar geprognotiseerd (Kamerstuk 33 529, nr. 581). De regio heeft gevraagd ook de beoordelingscapaciteit zo snel mogelijk op te schalen. In het bestuurlijk overleg van 11 maart 2019 (Kamerstuk 33 529, nr. 587) werden 900–1.200 beoordelingen voor 2019 geprognotiseerd. Ook werd afgesproken dat het Rijk zou ingrijpen in de opdrachtgeversrelatie en aansturing van CVW en de onderliggende (juridische) constructies (met o.a. NAM) teneinde de werkprocessen van CVW op orde te brengen.
    Vanaf 16 mei 2019 (Kamerstuk 33 529, nr. 609) kreeg NCG de verantwoordelijkheid voor de operationele aansturing van CVW en daarmee voor het eerst in meer detail inzicht in de werkprocessen van CVW en de voortgang van de projecten. Toen bleek dat CVW niet presteerde volgens de afspraken die wij via de NAM met CVW hadden gemaakt. Dit kwam tijdens een overleg met de NCG voor mij als een verrassing.Het assessment van 24 mei 2019 van «de stand van zaken versterken van CVW» door een extern bureau (Kamerstuk 33 529, nr. 664) bevestigde dat de datahuishouding bij CVW verbetering behoefde vooral waar het ging om inzicht in de timing waarmee adressen de stappen in het proces (zullen) doorlopen. De te verwachten reële totale productie voor 2019 werd bijgesteld naar 2330 opnames en 1.090 beoordelingen en 400 herbeoordelingen. Het assessment bevatte tevens aanbevelingen voor het optimaliseren van het productieproces voor opnames en beoordelingen.
    Tijdens het Bestuurlijk Overleg Groningen van 5 juni 2019 (Kamerstuk 33 529, nr. 664) werden de constateringen van het externe bureau gedeeld met de regio. Daarna werden CVW en diens aandeelhouders hierop nadrukkelijk aangesproken door de SG van het Ministerie van EZK. CVW zegde toe werk te maken van de versterking en de kwaliteit van de geleverde producten te verbeteren en de productie van 1.490 (her)beoordelingen te realiseren en zichtbaar te maken in een transparant dashboard. Omdat in juli geen verbetering zichtbaar was, werden de zorgen over de productie van CVW geëscaleerd naar de directie van NAM. In september liet CVW weten in de zomer 2019 verbeteringen in het proces te hebben doorgevoerd. NCG bevestigt in oktober dat er meer productie wordt geleverd door CVW.
    In de Kamerbrief van 16 oktober jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 695) zijn de meest actuele cijfers over de voortgang gepresenteerd. Deze waren het resultaat van het samenbrengen van data die voorheen bij NAM, CVW en NCG beschikbaar waren. Dit conform verzoeken van uw Kamer om informatie over de voortgang van de versterkingsoperatie.
    Het externe bureau, die de cijfers en prognoses in samenwerking met de NCG in beeld brengt, schat in dat in het laatste kwartaal van 2019 rond de 1.000 opnames zullen plaatsvinden.
    Indien dit tempo wordt gehaald en doorgezet, dan is hiermee de in februari 2019 door regio en Rijk geformuleerde ambitie van 4.000 opnames voor het komende jaar binnen handbereik.
    Door EZK en BZK is met CVW en NAM afgesproken dat alles in het werk wordt gesteld de bijgestelde productie voor opnames en beoordelingen voor 2019 op te leveren (overleg CVW en diens aandeelhouders met EZK, BZK en NCG, 10 september 2019).
    Inmiddels is CVW begonnen met de afbouw van de organisatie. NCG wordt ondertussen ingericht als de uitvoeringsorganisatie voor de versterkingsoperatie in Groningen. Voor de continuïteit van de operatie wordt een belangrijk deel van de vaste medewerkers van CVW per 1 januari 2020 in dienst genomen door NCG.

  • Vraag 3
    Heeft u sinds de oprichting van het CVW eerder signalen van gemeenten, de provincie, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en/of de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) binnengekregen dat de organisatie niet, (on)voldoende of onduidelijk functioneerde binnen de versterkingsoperatie? Zo ja, wanneer zijn dergelijke signalen bij u of ambtenaren van uw ministerie binnengekomen? Door wie en aan wie zijn die afgegeven en wat was de aard van die signalen?

    Zie antwoord vraag 2.

  • Vraag 4
    Als die signalen zijn gegeven, kunt u chronologisch inzichtelijk maken wanneer ze zijn gegeven, aan wie binnen het ministerie, wat de strekking was en welke opvolging daaraan is gegeven richting de NAM, het CVW, de NCG, de gemeenten en de provincie en met welk resultaat? Hoe hebt u de Kamer sinds 2014 geïnformeerd over eventuele signalen dat het CVW onvoldoende functioneerde binnen de versterkingsoperatie?

    Zie antwoord vraag 2.

  • Vraag 5
    Waar heeft u begin dit jaar uw belofte op gebaseerd dat 2019 «het jaar van de uitvoering» zou gaan worden nu u stelt dat het CVW eigenlijk tot in dit jaar een «black box» is geweest? Waarom dacht u dat dat zou kunnen terwijl u kennelijk geen idee had hoe het er precies voorstond bij het CVW?

    Toezeggingen van NAM en prognoses van CVW voor de zomer hebben tot bovengenoemde verwachting geleid. Deze zijn bijgesteld naar aanleiding van bijgestelde prognoses van CVW en – vanaf het moment dat de NAM er tussen uit is gegaan (16 mei 2019) – de inzichten die NCG kreeg in de werkprocessen en de voortgang van de productie van CVW.

  • Vraag 6
    Hoe bent u tot de vergaande conclusie gekomen dat, schijnbaar mede vanwege het niet functioneren van het CVW, het CVW moet stoppen te bestaan? Sinds wanneer wordt deze optie overwogen binnen uw ministerie, de NAM en de NCG? Welke analyses zijn er uitgevoerd over de consequenties die dit heeft voor de voortgang van de versterking en hoe hebt u geanticipeerd op eventuele risico’s en consequenties om nadelige gevolgen te ondervangen?

    In de interim-betalingsovereenkomst versterken (Kamerstuk 33 529, nr. 609) had de Minister van EZK tot 1 juli 2019 de optie dat NAM het contract met CVW met 2 keer een half jaar zou verlengen. Op basis van de door het Ministerie van EZK uitgevoerde risicoanalyse van verschillende scenario’s met de daarbij te voorziene mitigerende maatregelen, is in juni besloten een dergelijke verlenging van het contract tussen NAM en CVW niet in te roepen. Dit mede door prestaties van het CVW, maar ook omdat de doelstelling is de NAM definitief op afstand te zetten. Het voortzetten van het contract NAM-CVW past daar niet bij.
    Het is noodzakelijk toe te werken naar een slagvaardige versterkingsoperatie. Daartoe hebben de Minister van EZK en de Minister van BZK ingezet op een zo snel mogelijke opbouw van een volledig publieke Uitvoeringsorganisatie en afbouw van CVW. Tot eind van dit jaar werkt CVW aan de realisatie van de toegezegde productie. Per 1 januari 2020 worden alle activiteiten van CVW afgerond, opgeleverd en overgedragen aan NCG/Uitvoeringsorganisatie Groningen. Aangestuurd wordt op een «organische overgang», waarbij de continuïteit van de versterking voor Groningen benadrukt wordt met behoud van kennis evenals het perspectief voor CVW-medewerkers. Het werk blijft immers bestaan en de specialistische kennis is nodig. Daarom wordt door alle partijen gewerkt aan een warme overdracht.

  • Vraag 7
    Kunt u aangeven hoe de voortgang (of het ontbreken daarvan), waarvan u zegt dat er na enige vertraging nu meters worden gemaakt, zich verhoudt tot het Plan van Aanpak 2019 dat, met uw goedkeuring, in november vorig jaar door de NCG is vastgesteld?

    In de brief aan uw Kamer van 16 oktober «Overdracht taken Groningen van EZK naar BZK (Kamerstuk 33 529, nr. 695) is – onder meer – de jaarlijkse voortgang van de versterking weergeven. In het genoemde Plan van aanpak van november 2018 is de gewijzigde aanpak van de versterking op basis van het advies van de Mijnraad beschreven. De voortgang en ontwikkelingen van het afgelopen jaar, die hierop van invloed zijn geweest, zijn in de beantwoording op voorgaande vragen aan de orde gekomen.

  • Vraag 8
    Kunt u instaan voor de door u gepresenteerde cijfers van de voortgang en kunt u toelichten hoe deze cijfers zich verhouden tot de eerdere kwartaalrapportages die de Kamer van de NCG heeft ontvangen, en daarbij met de in die rapportage gehanteerde definities de cijfers presenteren, zodat de daadwerkelijke voortgang kan worden vergeleken met de voortgang in eerdere jaren?

    In de eerder gepubliceerde kwartaalrapportages is op een andere manier gerapporteerd, de nu gebruikte risicocategorieën P50 en P90 werden toen bijvoorbeeld nog niet gehanteerd.
    In het antwoord op vraag 7 is aangegeven dat in de Kamerbrief van 16 oktober jl. (die als bijlage onder andere het dashboard bevat) de jaarlijkse voortgang is gerapporteerd, zodat de voortgang globaal kan worden vergeleken met voorgaande jaren. Dit is echter niet geheel mogelijk aangezien veelal op basis van andere definities is geregistreerd. Dit is een gevolg van de wijzigingen in aanpak, organisaties en databeheer.
    De cijfers geven de laatste stand van kennis weer die bij NCG bekend is. Het overzicht is met de nodige zorgvuldigheid tot stand gekomen maar het valt op dit moment niet uit te sluiten dat er op onderdelen nog aantallen worden aangepast en toegevoegd. Gemeenten hebben aangegeven dat zij nog een finale check willen doen op de aantallen zover deze bij hen bekend zijn. Bijstellingen zijn mogelijk naar aanleiding van nieuwste inzichten.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2019Z20683
Volledige titel: Het interview op RTVNoord ‘Minister Eric Wiebes blikt terug’
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20192020-843
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het interview op RTVNoord ‘Minister Eric Wiebes blikt terug’