Kamervraag 2015Z15171

Het incident bij Urenco

Ingediend 28 augustus 2015
Beantwoord 18 september 2015 (na 21 dagen)
Indiener Eric Smaling
Beantwoord door Melanie Schultz van Haegen (minister infrastructuur en waterstaat) (VVD)
Onderwerpen natuur en milieu stoffen
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2015Z15171.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20152016-54.html
  • Vraag 1
    Bent u op de hoogte van het incident dat plaats heeft gevonden bij Urenco, waarbij werknemers zijn blootgesteld aan straling?1

    Ja. Als gevolg van het incident is geen sprake geweest van blootstelling van werknemers aan straling.

  • Vraag 2
    Hoeveel werknemers zijn blootgesteld aan het radioactief materiaal? Hoe is de (na)zorg voor deze werknemers geregeld?

    De door Urenco uitgevoerde metingen wijzen aan dat er geen medewerkers zijn blootgesteld aan radioactief materiaal anders dan bij reguliere werkzaamheden. Er is daarom geen specifiek nazorg traject.

  • Vraag 3
    Urenco stelt dat de verhoogde radioactiviteit geen bedreiging vormt; kan worden toegelicht hoe men zo snel tot deze conclusie is gekomen?2

    Urenco heeft het ventilatiesysteem waarin de radioactieve stoffen aanwezig waren kort na het incident uitgeschakeld. Het gebouw is geëvacueerd en verzegeld. Daarop heeft Urenco op het dak, waar de ventilatie uitmondt, metingen uitgevoerd. Hierbij is de aanwezigheid van een beperkte hoeveelheid radioactieve stoffen vastgesteld. Het dak is daarop gereinigd en metingen hebben aangetoond dat de radioactieve stoffen daarmee ook daadwerkelijk verwijderd zijn. Ook zijn in de omgeving tientallen metingen uitgevoerd, waarbij geen radioactiviteit is vastgesteld. Op basis hiervan kon Urenco tot de conclusie komen dat er geen bedreiging voor de omgeving is.
    In een paar ruimten van het bedrijf is nog wel radioactief materiaal buiten de daarvoor bestemde installaties aanwezig. Urenco heeft deze ruimten van de omgeving afgesloten en is begonnen deze schoon te maken om de radioactieve stoffen te verwijderen. Toegang voor schoonmaakactiviteiten is alleen toegestaan met gebruik van veilige en gecertificeerde persoonlijke beschermingsmiddelen (maskers met filters, overalls, handschoenen etc.) en onder toezicht van de stralingsbeschermingsdienst van Urenco.

  • Vraag 4
    Bij wie ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot incidenten met radioactief materiaal op de werkvloer? Welke instanties zijn hierbij betrokken en wie heeft welke taken en verantwoordelijkheden bij dit soort incidenten?

    De verantwoordelijkheid voor de afhandeling van een incident op de werkvloer ligt bij de vergunninghouder, in dit geval Urenco.
    Op grond van het Besluit Stralingsbescherming moeten incidenten met radioactief materiaal en straling bij de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) gemeld te worden. De ANVS houdt toezicht op de afhandeling door de vergunninghouder van incidenten met radioactief materiaal op de werkvloer bij nucleaire installaties, dus ook bij Urenco.
    In voorkomende gevallen betrekt de ANVS daarbij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Veiligheidsregio en de burgemeester.

  • Vraag 5
    Klopt het dat er bij het verdere onderzoek geen derden worden betrokken, zoals een onafhankelijke inspectie? Zo nee, welke partijen gaan hierbij betrokken zijn? Zo ja, wat is uw oordeel daarover?3

    Nee, dit klopt niet. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming houdt als onafhankelijke inspectie toezicht op het onderzoek naar de oorzaak en op de afhandeling van het incident. Op verzoek van de ANVS doet het RIVM stralingsmetingen en voert een contra-expertise uit op de door Urenco uitgevoerde metingen.
    Voor het onderzoek naar de oorzaak van het incident en de consequenties daarvan heeft Urenco Nederland een team samengesteld met deskundigen uit andere Urenco vestigingen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2015Z15171
Volledige titel: Het incident bij Urenco
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20152016-54
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Smaling over het incident bij Urenco