Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 juni 2026
Hierbij ontvangt u mijn appreciatie op de aangepaste motie van het lid Oosterhout (Kamerstuk 36 847, nr. 21) welke de regering verzoekt om voordat een besluit wordt genomen over bedrijfsduurverlenging de Kamer te informeren over de geopolitieke risico's verbonden aan de brandstofketen van de kernenergiecentrale.
Daarnaast ontvangt de Kamer hierbij ook mijn appreciatie op de aangepaste motie van het lid Klos (Kamerstuk 36 847, nr. 22) welke de regering verzoekt om de afhankelijkheid van Rusland in de splijtstofcyclus van de kerncentrale in Borssele zo snel mogelijk af te bouwen, en de Kamer uiterlijk eind 2027 te informeren over de voortgang.
Ten eerste vind ik het van belang om te benadrukken dat er geen directe afhankelijkheid van Rusland bestaat ten aanzien van de elektriciteitsproductie van kernenergie. De afhankelijkheid ziet op het kunnen hergebruiken van uranium. Hergebruik zorgt voor een lagere productie van hoogradioactief afval en zorgt voor een lagere inzet van natuurlijke grondstoffen. Niettemin is het kabinet ook van mening dat elke afhankelijkheid van Rusland zo snel mogelijk afgebouwd dient te worden en EPZ is daarom ook op zoek naar een alternatief om deze afhankelijkheid af te bouwen.
De appreciatie op beide moties is daarom «Oordeel Kamer».
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J. de Bat