Ontvangen 7 september 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel O, wordt aan het voorgestelde artikel 54a een lid toegevoegd, luidende:
5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Het wetsvoorstel bevat de introductie van een aanwijzingsbevoegdheid, waardoor de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) een accountantsorganisatie kan aanwijzen in gevallen waarin het organisaties niet lukt om een accountant te vinden.1 In het wetsvoorstel is het zo geregeld dat de aanwijzingsbevoegdheid in eerste instantie geldt voor verzoeken van organisaties van openbaar belang, maar dat de regering bij algemene maatregel van bestuur (amvb) kan besluiten tot uitbreiding van deze reikwijdte tot andere organisaties dan OOB’s. Daarbij is nu niet voorzien in betrokkenheid van de Tweede Kamer via voor- of nahang.
De indiener is van mening dat de Kamer wel betrokken dient te worden wanneer de regering overgaat tot uitbreiding van de aanwijzingsbevoegdheid. Er geldt immers een publiek belang bij gedegen controle. Wanneer een niet OOB-organisatie geen accountant kan vinden en er een moet aangewezen worden, staat het publieke belang mogelijk onder druk. Betrokkenheid van de kamer via voorhang bij het uitbreiden van de aanwijzingsbevoegdheid is daarmee wenselijk.
Van der Lee