Gepubliceerd: 1 juni 2015
Indiener(s): Roos Vermeij (PvdA)
Onderwerpen: economie markttoezicht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34190-5.html
ID: 34190-5

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 1 juni 2015

De vaste commissie voor Economische Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van bovengenoemd wetsvoorstel, heeft de eer als volgt een verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

I

Algemeen

1

1.

Inleiding

1

2.

Doel van het wetsvoorstel

2

3.

Versterking sanctie-instrumentarium ACM

4

 

3.1 Boeteoplegging door de ACM

4

 

3.2 Onderzoeken preventieve afschrikwekkende werking

5

4.

Inhoud van het wetsvoorstel

5

5.

Concentratietoezicht op pensioenfondsen

7

6.

Toetsen, adviezen en internetconsultatie

7

 

6.1 Consultatie

7

 

6.2 Uitvoeringstoets ACM

8

 

6.3 Ambtelijk standpunt Europese Commissie

8

7.

Bedrijfseffecten en regeldruk

8

I ALGEMEEN

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel «Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken, houdende een verhoging van voor de Autoriteit Consument en Markt geldende boetemaxima». Zij geloven dat goed functionerende markten ten goede komen aan consumenten en bedrijven en vinden dat een sterke marktmeester daarbij nodig is om toe te zien op de het functioneren van de markt. Dat betekent ook dat dat de marktmeester een afdoende toezichtinstrumentarium moet hebben, waaronder adequate sanctioneringsmogelijkheden. Deze leden onderschrijven daarom de doelstelling van het kabinet om de preventieve afschrikwekkende werking van het toezicht van de Autoriteit Markt en Consument (ACM) te vergroten en daarmee ook de bereidheid bij bedrijven tot naleving van de regels.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken, houdende een verhoging van voor de Autoriteit Consument en Markt geldende boetemaxima. Deze leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake de Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken, houdende een verhoging van voor de Autoriteit Consument en Markt (ACM) geldende boetemaxima. Zij hebben hierover enkele vragen aan de regering.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel. Zij hebben nog vragen en opmerkingen.

De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en willen de regering nog enkele vragen voorleggen.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken, houdende een verhoging van voor de Autoriteit Consument en Markt geldende boetemaxima. Zij hebben enkele vragen.

2. Doel van het wetsvoorstel

De leden van de PvdA-fractie vragen of de doelstelling uit het regeerakkoord om meer boete-inkomsten binnen te halen nog steeds binnen bereik is. Levert dit wetsvoorstel daar een bijdrage aan? Hoe verhoudt dit zich tot de nieuwe aanpak van de ACM, die er vanuit gaat dat met norm-overdragende gesprekken veel bereikt kan worden en het opleggen van boetes vaak niet nodig is? Wanneer wordt het «probleemoplossend toezicht» geëvalueerd? Is het waar dat het «probleemoplossend toezicht» en «high trust» op zich los van elkaar kunnen staan? Waarom kiest de ACM voor high trust? Hoe verhoudt dit wetsvoorstel zich tot het gelijktijdig in behandeling zijnde wetsvoorstel STROOM (TK 34199)? Worden daarin niet ook boetemaxima geregeld voor de energiewetgeving? Wanneer zal het onderzoek worden afgerond naar een eventuele ontnemingscomponent in de bestuurlijke boetes? Waarom zegt de regering dat het schatten van het behaalde voordeel nauwelijks mogelijk zou zijn? Immers de afweging om een onderzoek in te stellen wordt toch ook gemaakt op basis van een inschatting van het behaalde voordeel en de toegebrachte schade aan de consument? De ACM maakt toch ook jaarlijks bedragen bekend die zouden zijn toegevoegd aan het consumentensurplus als gevolg van het toezicht van de ACM?

De leden van de SP-fractie staan in beginsel positief tegenover het aanpassen van de sanctiemechanismen voor lichte én zware vergrijpen, omdat dit naar de verwachting van deze leden zal leiden tot een grotere afschrikkende wekking. Wel willen zij enkele opmerkingen maken over het functioneren van de ACM. Langs verschillende wegen is deze leden ter oren gekomen dat de ACM naar aanleiding niet of traag reageert en handelt op klachten van consumenten en dat klagers weinig inzicht wordt geboden in de afhandeling van klachten. Hierbij doelen deze leden onder andere op aanbieders van telefoniediensten zoals Pretium die verzuimen om een schriftelijke bevestiging te vragen terwijl dit wel had moeten gebeuren en misleidende prijsstellingen van aanbieders van telefoniediensten waarbij de thuiskopieheffing niet bij de geadverteerde prijs wordt inbegrepen. Kan de regering inzicht verschaffen in de klachtafhandeling van consumenten? De leden van de SP-fractie zijn tevens benieuwd, gezien aanhoudende klachten over onder andere Pretium, in hoeverre de sanctiemiddelen die de ACM kan opleggen effectief zijn. Tevens zouden deze leden het zeer op prijs stellen een werkbezoek te kunnen maken naar de ACM en vragen de regering of dit op korte termijn mogelijk is.

De leden van de CDA-fractie beamen de doelstelling om de effectiviteit en de slagkracht van het markttoezicht van de ACM te vergroten. Zij willen echter voorkomen dat er wel hoge boetes worden opgelegd aan kleine ondernemers die door onhandigheid of onwetendheid in strijd met de wet handelen, terwijl de grote fraudeurs die bewust de wet overtreden de dans ontspringen. Kan de regering aangeven of de focus van deze wet ligt op de aanpak van grote fraudeurs? Zou de regering uiteen kunnen zetten op welke wijze grote fraudeurs die doelbewust de wet overtreden kunnen worden aangepakt met deze wet? In het verlengde hiervan vragen deze leden op welke wijze de wet verschil maakt tussen goedwillenden en kwaadwillenden. Kunnen ondernemers, die kunnen aantonen dat ze niet bewust gefraudeerd hebben, desgewenst ontzien worden bij het opleggen van boetes? Zo ja, op welke wijze? En kan de regering verzekeren dat mogelijk gebrek aan daadkracht in grote zaken niet wordt gecompenseerd door het uitdelen van boetes in hele kleine zaken? In de memorie van toelichting wordt veder aangegeven dat de preventieve afschrikwekkende werking van het markttoezicht afhangt van de pakkans en de sanctie-ernst. De leden van de CDA-fractie vragen of de nadruk van het wetsvoorstel niet teveel ligt op de sanctie-ernst en te weinig op de pakkans. Deelt de regering de mening dat het wetsvoorstel vooral de nadruk legt op de sanctie-ernst en minder op de pakkans? Zo ja, wat is hiervan de reden? En zijn er volgens de regering nog mogelijkheden om de pakkans te vergroten? In de inleiding worden verder een tweetal externe onderzoeken aangehaald waaruit blijkt dat het huidige sanctie-instrumentarium niet (of niet langer) toereikend is. Zijn er nog meer onderzoeken waaruit dit blijkt? Zo ja, welke onderzoeken zijn dit? Zij lezen verder dat er wordt afgezien van een ACM-brede betalingsregeling. Op welke wijze biedt de huidige wet- en regelgeving voldoende mogelijkheden voor de kleine en middelgrote bedrijven voor het treffen van een betalingsregeling, zodat rekening kan worden gehouden met de draagkracht van de overtreder? Deze leden lezen verder in de toelichting dat een verhoging van de boete-inkomsten geen doelstelling is van dit wetsvoorstel, waarbij de verwachting is dat de maatregelen er toe leiden dat de boete-inkomsten op een constant niveau zullen blijven. In het regeerakkoord «bruggen slaan» van 29 oktober 2012 staat echter dat de boetes marktwerking zullen worden verhoogd omdat meer kartelboetes zullen worden opgelegd, waarbij de ontvangsten worden geraamd op 75 miljoen in 2014 oplopend naar 125 miljoen euro structureel. Kan de regering dit verschil verklaren?

De leden van de PVV-fractie hebben bij de stroomlijningswet al hun vraagtekens geplaatst bij het boetemaximum van 450.000 euro en vinden het goed dat dit nu wordt verdubbeld. Zij vragen waarom dit nu pas gebeurt en niet bij de vorig jaar behandelde stroomlijningswet ACM? Had dit destijds niet meteen in de wet meegenomen kunnen worden of is er in de tussentijd iets veranderd wat aanleiding heeft gegeven voor deze wijziging? Verder is voor de leden vooral de preventieve en afschrikwekkende werking van deze boeteverhoging leidend en niet de hogere inkomsten. Echter, deze leden kunnen de redenering niet volgen dat deze boeteverhoging niet zal leiden tot een verhoging van de boete inkomsten. Logischerwijs zou het opleggen van hogere boetes toch moeten resulteren in meer inkomsten. Kan de regering dit toelichten?

3. Versterking sanctie-instrumentarium ACM

3.1 Boeteoplegging door de ACM

De leden van de PvdA-fractie vragen of er onderzoek is gedaan naar de gemiddelde lengte van een kartel. Waarom is gekozen voor de maximering van 4 jaar? Is het waar dat een boete ter hoogte van 49 procent van de omzet het faillissement kan betekenen van en bedrijf? Op welke manier wordt dan de boete geïnd? Is de boete ook te verhalen op leden van de raad van bestuur?

De leden van de CDA-fractie vragen ter verheldering of het onderhavige wetsvoorstel alleen om bestuurlijke boetes gaat of ook om andere boetes? Zij lezen verder dat de voor de ACM geldende boetemaxima op dit moment uiteen lopen. Is in het verleden hier bewust voor gekozen of is dit onbedoeld uiteen gelopen? Kan de regering nader toelichten waarom ook bij lichtere overtredingen wordt gekozen voor een verdubbeling van het boetemaximum? Wat verstaat de regering onder een lichte overtreding? Kunnen ook goedwillende ondernemers te maken krijgen met het boetemaximum? In het verlengde hiervan de vraag of de regering nader zou kunnen aangeven waarom in het verleden is gekozen om de absolute boetemaxima bij zware en lichte overtredingen even zwaar te laten zijn en niet verschillend zoals bij de relatieve boetemaxima het geval is. Hoe vaak is de afgelopen vijf jaar een boete van de maximale omvang opgelegd door de ACM? Kan de regering een overzicht geven van alle boetes die de ACM de afgelopen twee jaar heeft opgelegd, dan wel alle boetes die raken aan het plafond van € 450.000 en/of 10 procent van de jaaromzet bedragen? Graag zien deze leden het overzicht uitgesplitst in kleine, middelgrote en grote bedrijven. Hoeveel boetes heeft de ACM de afgelopen twee jaar opgelegd aan ondernemers die door onhandigheid of onwetendheid in strijd met de wet hebben gehandeld? In hoeveel gevallen is in de afgelopen twee jaar geen boete opgelegd vanwege het niet rond krijgen van de bewijslast en bij wat voor soort gevallen het moeilijk is gebleken de bewijslast rond te krijgen?

De leden van de PVV-fractie zien in de diversiteit van de thans geldende boetemaxima dat er van stroomlijning nog weinig sprake is. Waarom wordt dit nu pas gelijk getrokken voor de verschillende wetten waarop de ACM toeziet? Het instellen van boetemaxima betekent immers niet dat deze ten allen tijden moet worden opgelegd. Hoeveel maximale boetes zijn er reeds opgelegd? De regering stelt dat een boetemaximum een afschrikwekkende werking kan hebben. Echter, tegelijkertijd legt een boetemaximum ook een beperking op aan de ACM, zoals onder meer in het onderzoek over kartelovertredingen blijkt. Als zelfs bij een onrealistische pakkans van 100% de maximale boetes niet opwegen tegen het verkregen voordeel, dan is dit in feite bijna uitlokking tot kartelvorming. Deze leden pleiten er dan ook voor dat de boetemaxima dusdanig verhoogd worden zodat het verkregen voordeel door kartelvorming nooit kan opwegen tegen de maximale boete. Kan de regering aangeven of dit dankzij deze wetswijziging het geval is? HebbenHebbenHebben dergelijke praktijken zich in Nederland reeds voorgedaan? Zo ja, wat was dan het verschil tussen het verkregen voordeel van het kartel en de opgelegde boete?

De leden van de D66-fractie lezen dat de ACM in de praktijk doorgaans geen boete van de maximale omvang oplegt omdat de in de Algemene wet bestuursrecht gecodificeerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur vergen dat de boete evenredig is en wordt afgestemd op onder meer de ernst van de overtreding. Kan de regering toelichten wat de meerwaarde is van een boetemaximum? Verwacht de regering dat verhoging van het boetemaximum zal leiden tot hogere boetes?

3.2 Onderzoeken preventieve afschrikwekkende werking

De leden van de VVD-fractie lezen dat het absolute boete-maximum in wetten waarop de ACM toezicht houdt, sinds de invoering van de euro in 2002 nooit aan inflatie is aangepast. Dat betekent in feite dat het wettelijke boete-maximum ieder jaar door de inflatie in reële zin wordt verlaagd, want het geld wordt minder waard. Idealiter zou een boetemaximum altijd even hoog zijn, zo vinden deze leden. Deelt de regering deze opvatting? Welke mogelijkheden zijn er voor de regering om het boetemaximum automatisch de inflatie te laten volgen?

De leden van de CDA-fractie lezen dat het absolute boetemaximum in de wetten op de naleving waarvan de ACM toezicht houdt, sinds de invoering van de euro in 2002 nooit aan inflatie is aangepast. Wordt het boetemaximum in de toekomst wel aangepast aan de inflatie? En in hoeveel van de gevallen is het in het verleden voorgekomen dat het voordeel dat behaald is aan een deelname van het kartel groter is dan de verkregen boete? En kunnen ook boetes worden opgelegd als geen daadwerkelijk kartel is bereikt, maar er alleen intentie daartoe was?

De leden van de D66-fractie constateren dat het bedrag van het absolute boetemaximum nooit aan inflatie is aangepast. Zij vragen de regering toe te lichten of het absolute boetemaximum na deze wetswijziging wel aangepast zal worden aan de inflatie.

4. Inhoud van het wetsvoorstel

De leden van de VVD-fractie denken dat met het systeem van wettelijke maxima zoals dat wordt voorgesteld op een passende wijze invulling wordt gegeven aan het uitgangspunt dat boetes doeltreffend moeten zijn, een afschrikwekkend effect moeten hebben en evenredig moeten zijn. Wel vragen deze leden of ook een systeem met alleen relatieve boetemaxima is overwogen? Kan de regering daar op ingaan?

De leden van de SP-fractie lezen in de inleiding van de memorie van toelichting dat de regering verwacht dat boete-inkomsten op een constant niveau zullen blijven. In het regeerakkoord is echter voorzien in een forse verhoging van boete-inkomsten van de ACM, een verhoging die nog niet is gerealiseerd. In het onderzoek «Strategies in Regulated Markets»1 wordt geconcludeerd dat verhoging van het relatieve boetemaximum economisch en juridisch haalbaar is. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de regering gesteld dat gekeken zou worden of verhoging van het relatieve boetemaximum voor zware overtredingen naar bijvoorbeeld 15 procent een grotere afschrikwekkende werking zou hebben, waarbij de ACM het proportionaliteitsbeginsel uiteraard in acht zou nemen. In de memorie van toelichting wordt tevens gesteld dat uit onderzoek blijkt dat in een aantal gevallen het relatieve boetemaximum van 10% onvoldoende afschrikwekkend is. Voor deze gevallen is gekozen de maxima te vermenigvuldigen met het aantal jaren (maximaal 4) dat het kartel bestond, respectievelijk te verdubbelen bij recidive. De leden van de SP-fractie verwachten dat een verhoging van het relatieve boetemaximum naar 15 procent zowel een grotere afschrikwekkende werking zal hebben als bij zal dragen aan het vergroten van de boete-inkomsten van de ACM. Deelt de regering deze mening en is zij bereid het relatieve boetemaximum voor zware overtredingen te verhogen naar 15 procent indien dit het geval is?

De leden van de CDA-fractie lezen dat verwacht wordt dat de ACM, als gevolg van de voorgestelde maatregelen, alleen hogere boetes zal opleggen indien de boete die zij overeenkomstig de Boetebeleidsregel zou willen opleggen, niet past binnen de huidige boetemaxima. Waar is deze verwachting op gebaseerd? Zijn de laatste jaren meer overtredingen begaan doordat de wettelijke boetemaxima niet is aangepast aan de verdubbeling van de boetebeleidsregel? In hoeveel van de recidive gevallen zijn in de praktijk niet geëffectueerd wegens overschrijding van het wettelijke boetemaximum? Zij lezen dat het absolute boetemaximum wordt verdubbeld van 450.000 euro tot 900.000 euro. Waarom is gekozen voor een verdubbeling en niet bijvoorbeeld voor 600.000 euro, 800.000 euro of 1.000.000 euro? Deze leden lezen verder dat in enkele materiële wetten boetemaxima zijn opgenomen die afwijken van de systematiek beschreven in de memorie van toelichting. Het wetsvoorstel past deze afwijkende boetemaxima niet aan. Wat is hier precies de reden van?

De leden van de PVV-fractie vinden het een goede zaak dat er nu sprake is van stroomlijning van de boetemaxima. Zij plaatsen wel hun vraagtekens over het gehanteerde absolute boetemaximum van 900.000 euro en het relatieve boetemaximum van tien procent van de omzet van de marktorganisatie. Hoe verhoudt deze boetemaxima zich tot de ons omringende landen? Verder vinden deze leden het prima dat de kartelboete verdubbeld kan worden met het aantal jaren, maar waarom wordt dit beperkt tot een maximale periode van vier jaar? Als een kartel 30 jaar standhoudt, waarom zou dat kartel dan niet alsnog een boete krijgen voor die 30 jaar waarin zij de consument belazerd hebben? Is het praktisch en juridisch haalbaar om bij kartelvorming eerst over te gaan tot terugvordering van het verkregen voordeel bij de desbetreffende bedrijven om daar bovenop vervolgens boetes uit te delen? Immers, indien bijvoorbeeld burgers zwart rijden in het openbaar vervoer moeten zij de ritprijs (oftewel het verkregen voordeel van de overtreding) plus een boete betalen, dus waarom zou dit niet gelden voor bedrijven of bestuurders? Ook de De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kunnen boetes opleggen waarin het genoten voordeel is meegewogen. Indien niet exact valt vast te stellen wat het genoten voordeel van een kartelovertreding is, zou daar op zijn minst rekening mee gehouden kunnen worden bij de vaststelling van de boete. Kan de regering aangeven of dat bij kartelovertredingen en andere overtredingen waar dit wetsvoorstel toe strekt het geval is?

De leden van de D66-fractie lezen dat het absolute boetemaximum verhoogd zal worden van 450.000 euro naar 900.000 euro. Zij vragen de regering nader toe te lichten waarom gekozen is voor dit specifieke bedrag. Waarom niet een miljoen euro? Zij lezen verder dat de invoering van een absoluut boetemaximum ervoor zou zorgen dat het boetemaximum ook voor marktorganisaties met een kleine omzet afschrikwekkend is. Kan de regering deze constatering nader toelichten? Deze leden zijn verblijd te kunnen constateren dat het wettelijk maximum voor kartelboetes afhankelijk gemaakt wordt van de duur van het kartel. Het boetemaximum van tien procent van de omzet zal worden vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd. Hier is echter een maximum van vier jaar aan verbonden. Kan de regering nader toelichten waarom gekozen is voor een maximum van vier jaar? Kan de regering een voorbeeld geven van een kartel dat langer duurde dan vier jaar en waarbij een boete vermenigvuldig over de volledige duur van het kartel zou hebben geleid tot een boete die niet in verhouding staat tot de boetes die in de praktijk naar verwachting zullen kunnen worden opgelegd? Welk bezwaar heeft de regering tegen het schrappen van het maximum van vier jaar? Is het niet zo dat door de ACM opgelegde boetes in ieder geval niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het doel van de boeteoplegging en dat de boete moet passen bij de aard van de overtreding?

5. Concentratietoezicht op pensioenfondsen

De leden van de PvdA-fractie constateren dat de motie van het lid Mei Li Vos over een beperkte meldingsplicht voor kleinere pensioenfondsen wordt uitgevoerd. Betekent dit dat als beide pensioenfondsen niet tot de grootste 20 (meer dan 500 miljoen euro premie-inkomsten) behoren, er geen meldingsplicht meer is? Betekent dit dat als één van de twee minder dan 100 miljoen euro aan premie-inkomsten heeft, er geen meldingsplicht meer is?

De leden van de SP-fractie zijn vragen de regering wat haar motivatie is om de drempels voor beoordeling van de fusie van één of meer pensioenfondsen aan te passen. Zij lezen in de memorie van toelichting eveneens dat in de afgelopen vijf jaar slechts vier van deze fusies zijn beoordeeld die gezamenlijk slechts 0.00004 procent van de door pensioenfondsen ontvangen premies omvatte en er volgens haarzelf geen sprake is van substantiële administratieve lasten. Tegelijkertijd is de regering blijkens de memorie van toelichting van mening dat hiermee tegemoet wordt gekomen aan de wensen van de markt en dat dit de gewenste consolidatieslag mogelijk maakt. Wat is volgens de regering het doel van markttoezicht: is dat om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de markt of is dat om vanuit maatschappelijk oogpunt onwenselijke situaties te voorkomen? Waarom is de genoemde consolidatieslag binnen de pensioensector gewenst? Deze leden lezen tevens in de memorie van toelichting dat onnodige belemmeringen dienen te worden weggenomen, maar lezen in het stuk niet welke dit zijn. Welke belemmeringen worden met deze wijziging weggenomen? Acht de regering die onnodig?

De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze de regering in het onderhavige wetsvoorstel is gekomen tot het verhogen van de meldingsdrempels voor ondernemingspensioenfondsen en bedrijfstakpensioenfondsen van respectievelijk 150 miljoen euro naar 500 miljoen euro en van 30 miljoen euro naar 100 miljoen euro. Tevens vragen deze leden waarom tweepartijenfusie waarvan één van deze pensioenfondsen is betrokken, niet bij de ACM hoeft te worden gemeld, ook niet als de totale ontvangen premies meer bedragen van € 500 miljoen.

6. Toetsen, adviezen en internetconsultatie

6.1 Consultatie

De leden van de VVD-fractie constateren dat reeds in 2013 is besloten dat de passage in het regeerakkoord over de ACM-boetes niet zal leiden tot een verhoging van de langetermijninschatting van de boete-inkomsten. Die blijft ongeveer 30 miljoen euro per jaar. Kan de regering toelichten waarom een wet die de boetemaxima verhoogt -mede vanwege inflatie- niet leidt tot extra inkomsten?

De leden van de CDA-fractie vragen of de boetes die de ACM gemiddeld genomen kan opleggen, na invoering van de voorstellen in het wetsvoorstel, in verhouding staan met de boetes die de DNB en de AFM kunnen opleggen?

6.2 Uitvoeringstoets ACM

De leden van de CDA-fractie vragen waarom het wetsvoorstel niet is getoetst op de handhaafbaarheid. Zij lezen dat de ACM aangeeft dat de verhoging van de wettelijke boetemaxima extra capaciteit en specialistische kennis vereist van ongeveer 200.000 euro. Welke berekening ligt hieraan ten grondslag? En ligt er naast een kwalitatieve argumentatie ook een kwantitatieve berekening ten grondslag aan het feit dat de regering verwacht dat dit lager zal liggen? Zo ja, hoeveel euro verwacht de regering dat de kosten zullen zijn en welke berekening is hierbij gebruikt? De ACM geeft aan dat naast extra capaciteit ook extra specialistische kennis nodig is. Heeft de ACM deze specialistische kennis volgens de regering al in huis en om welke specialistische kennis gaat het? Deze leden lezen ook dat indien het onderhavige wetsvoorstel alsnog tot een grote capaciteitsbeslag bij de ACM zal leiden, de verwachting is dat dit binnen haar formatie kan worden opgevangen zonder dat dit ten kosten hoeft te gaan van de bestaande toezichtscapaciteit. Waar is deze verwachting op gebaseerd? Zou de regering aan de hand van fte uiteen kunnen zetten op welke wijze de toezichtscapaciteit van de ACM op dit moment is verdeeld? Zou de regering tevens aan kunnen geven op welke wijze deze verdeling verandert indien het wetsvoorstel tot een grote capaciteitsbeslag bij de ACM zal leiden? Ook lezen de leden van de CDA-fractie dat indien alsnog knelpunten ontstaan voor de ACM bij de uitvoering van haar wettelijke taken, in overleg met de ACM naar een passende oplossing wordt gezocht. Aan welke soort oplossingen wordt dan gedacht en in hoeverre wordt de Kamer hierbij betrokken?

6.3 Ambtelijk standpunt Europese Commissie

De leden van de VVD-fractie begrijpen, al staat dat er niet expliciet, dat voor de overtredingen waarop dit wetsvoorstel betrekking heeft in andere lidstaten van de EU lichter wordt gestraft dan in Nederland. Kan de regering nader ingaan op de strafmaat in Nederland ten opzichte van de strafmaat in omringende landen? In hoeverre gaat Nederland met de strafmaat uit dit voorstel afwijken van die landen? Gaat dit het gelijke speelveld voor bedrijven aantasten? Is het een idee om te bepleiten dat andere landen hun te soepele strafmaat wat opschroeven? Juist een effectieve markt heeft namelijk ook een sterke marktmeester nodig.

De leden van de PvdA-fractie vragen wanneer er duidelijkheid te verwachten is over eventuele voorstellen van de Europese Commissie om de boetemaxima te harmoniseren. Zou dit dan kunnen betekenen dat dit wetsvoorstel weer gewijzigd zou moeten worden?

De leden van de CDA-fractie vragen de regering of zij nader willen ingaan waarom Nederland afwijkt van de meerderheid van de lidstaten betreffende de wettelijke boetemaxima voor kartelovertredingen.

7. Bedrijfseffecten en regeldruk

De leden van de VVD-fractie onderschrijven in principe de insteek van het wetsvoorstelwet dat beoogt dat de ACM de hoogte van de boete niet dusdanig vaststelt dat de overtreder ten gevolge daarvan failliet gaat. Maar kan de regering toelichten hoe de ACM in praktische zin aan dit principe uitwerking geeft? Gaan zij de boekhouding van het bedrijf doorspitten en op basis daarvan de boete bepalen? En wat als een bedrijf er financieel slecht voorstaat, krijgt het dan geen boete? Neemt dat dan niet de prikkel weg bij bedrijven die slecht presteren om zich aan de wet te houden?

De leden van de CDA-fractie vragen in hoeveel van de gevallen de afgelopen vijf jaar onterecht een overtreding is vastgesteld door de ACM of haar voorgangers?

De leden van de D66-fractie lezen dat dit wetsvoorstel geen substantiële gevolgen heeft voor de regeldruk voor het bedrijfsleven. Kan de regering aangeven in hoeverre dit wetsvoorstel leidt tot aanpassingskosten voor bedrijven? Voorts lezen deze leden dat het wetsvoorstel geen gevolgen heeft op de kans op faillissement van overtreders. Het uitgangspunt is immers dat de ACM bij de bepaling van de boetehoogte in het kader van het evenredigheidsbeginsel rekening houdt met de financiële draagkrach van de overtreder. Geldt dit uitgangspunt ook bij recidive?

De voorzitter van de commissie, Vermeij

Adjunct-griffier van de commissie, Thomassen