Gepubliceerd: 14 oktober 2014
Indiener(s): Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA)
Onderwerpen: internationaal internationale samenwerking organisatie en beleid sociale zekerheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34052-5-n1.html
ID: 34052-5

Nr. 5 HERDRUK1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2014

Op 10 juni 2014 is door uw Kamer de motie Schut-Welkzijn/Dijkgraaf2 aangenomen over het opzeggen van het bilaterale socialezekerheidsverdrag met Marokko. Zoals in mijn brief van 20 augustus 20143 aangegeven, heb ik om de motie uit te voeren in de onderhandelingen met de Marokkaanse autoriteiten ingezet op een zodanige aanpassing van het bilaterale socialezekerheidsverdrag dat dit niet langer in de weg kan staan aan de toepassing van het woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in Marokko. Dit naast mijn inzet om het Verdrag aan te passen met het oog op het stopzetten van de export van kinderbijslag en kindgebonden budget en het beëindigen van werelddekking bij tijdelijk verblijf in het kader van de Zorgverzekeringswet.

Sinds mei 2013 zijn Marokko en Nederland feitelijk in overleg over de wens van Nederland tot aanpassing van het Verdrag. Ondanks dat Marokko en Nederland telkens de intentie hebben uitgesproken om door middel van dialoog tot overbrugging van de verschillende opvattingen te komen heeft het overleg niet tot resultaten geleid. Nu de Marokkaanse autoriteiten niet positief hebben gereageerd op de door Nederland voorgestelde verdragswijzigingen heeft u conform uw verzoek in de eerdergenoemde motie het voorstel van wet, houdende goedkeuring van de opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat tot stand gekomen Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, en het op 3 november 1972 te Rabat tot stand gekomen Administratief Akkoord betreffende de wijze van toepassing van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (Trb. 1973, 130), ontvangen (Kamerstuk 34 052, nr. 2).

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel (Kamerstuk 34 052, nr. 3) zijn de overwegingen van de regering opgenomen. De overwegingen zijn conform het verzoek vanuit uw Kamer voor zover mogelijk gekwantificeerd.

De Nederlandse regering streeft ernaar de goede bilaterale relatie met Marokko te behouden. Tegelijkertijd is de regering van mening dat aanpassing van een Verdrag aan de huidige tijdgeest past bij een goede relatie. Nu Marokko niet positief heeft gereageerd op de voorstellen van Nederland tot aanpassing van het Verdrag stelt de regering, alles in aanmerking nemend en na zorgvuldige afweging, aan het parlement voor om over te gaan tot opzegging van het Verdrag. Mocht Marokko, onder druk van opzegging, alsnog bereid zijn afspraken te maken over de door Nederland gewenste wijzigingen van het verdrag dan kan de parlementaire procedure alsdan beëindigd worden.

Om het Verdrag per 1 januari 2016 buiten werking te laten treden dient vóór 1 juli 2015 de opzegging aan Marokko kenbaar te zijn gemaakt.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher