Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Hierbij bied ik u inzake het bovenvermelde voorstel een nota van wijziging aan.
In verband met het tijdsverloop schets ik graag de context van dit wetsvoorstel. Het wetsvoorstel is ingediend op 22 juni 2012 en betreft de formele goedkeuring van enkele ministeriële regelingen uit 2011.1 Deze regelingen dienden ter wijziging of intrekking van Nederlands-Antilliaanse wetgeving na 10 oktober 2010.2 De wijzigingen zijn al in werking getreden. Artikel 21 lid 1 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bepaalt dat zo spoedig mogelijk een voorstel van wet tot goedkeuring van deze ministeriële regelingen wordt ingediend.
De commissie voor Binnenlandse Zaken heeft in 2012 blanco verslag uitgebracht, maar het wetsvoorstel is door administratieve gebreken niet aangemeld als hamerstuk voor de plenaire behandeling. Aan de verdere parlementaire behandeling is geen vervolg gegeven, door mijn departement is hierop niet gerappelleerd. Doordat er geen harde deadline was voor formele goedkeuring, het wetsvoorstel bij de commissie voor Binnenlandse Zaken op de groslijst stond en er naast het voldoen aan het goedkeuringsvereiste geen inhoudelijk onderdeel in het wetsvoorstel was opgenomen, heeft deze situatie kunnen voortduren. Dat hier geen actie op is ondernomen trek ik mij aan. Gezien het goedkeuringsvereiste dien ik een nota van wijziging in om het wetstraject verder te brengen.
Met deze nota van wijziging wordt het wetsvoorstel geactualiseerd, waarmee alsnog formele goedkeuring kan worden gegeven aan de ministeriële regelingen. Het reparatieonderdeel wordt uit het wetsvoorstel gehaald, omdat dit door het tijdsverloop achterhaald is. Er vinden geen materiële wijzigingen plaats, er wordt enkel gevolg gegeven aan het goedkeuringsvereiste uit de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg