Gepubliceerd: 9 september 2010
Indiener(s): Hirsch Ballin
Onderwerpen: luchtvaart verkeer
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32480-2.html
ID: 32480-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gelet op de herziening van de bedragen waartoe de aansprakelijkheid van de vervoerder bij vervoer door de lucht is beperkt op grond van artikel 24 van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Trb. 2000, 32) noodzakelijk is enige wijzigingen aan te brengen in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 359, eerste lid, wordt «een bedrag van zeventien rekeneenheden per kilogram» vervangen door: een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag of bedragen.

B

Artikel 1 399 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «een bedrag van 100 000 rekeneenheden per reiziger» vervangen door: een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag of bedragen.

2. In het tweede lid wordt «een bedrag van 100 000 rekeneenheden per reiziger» vervangen door: een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag of bedragen.

C

Artikel 1400 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «4150 rekeneenheden per reiziger» vervangen door: een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag of bedragen.

2. In het tweede lid wordt «1000 rekeneenheden per reiziger» vervangen door: een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag of bedragen.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,