Gepubliceerd: 13 oktober 2009
Indiener(s): Camiel Eurlings (minister verkeer en waterstaat) (CDA)
Onderwerpen:
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31896-8.html
ID: 31896-8
Origineel: 31896-2

31 896
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de aanpassing van de vorderingsprocedure en de invoering van het alcoholslotprogramma

nr. 8
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 13 oktober 2009

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel B, komt als volgt te luiden:

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel b1 worden vijf onderdelen ingevoegd, luidende:

b2. het in verband met het alcoholslotprogramma verlenen van typegoedkeuringen voor alcoholsloten en voor de productieprocessen van die alcoholsloten ingevolge artikel 132e, eerste lid,

b3. het ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verlenen van typegoedkeuringen voor alcoholsloten en productieprocessen van die alcoholsloten,

b4. het houden van toezicht op het overeenstemmen van de alcoholsloten met het type waarvoor de goedkeuring is verleend,

b5. het verwerken van gegevens in verband met het alcoholslotprogramma,

b6. het vaststellen en vastleggen van manipulatie van voertuigsystemen en het melden hiervan aan de bevoegde autoriteiten,.

2. Na onderdeel j wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

j1: de bevoegdheid tot het aanwijzen van een technische dienst voor het uitvoeren van bepaalde tests ten behoeve van het verlenen van typegoedkeuringen of individuele goedkeuringen of voor het uitvoeren van bepaalde toezichtstaken;.

3. Aan onderdeel k wordt na «te onderwerpen» toegevoegd: alsmede op de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j1 bedoelde aanwijzing als technische dienst.

4. In onderdeel n wordt na «22a, eerste lid,» ingevoegd «22b, tweede lid,», na «23, tweede lid,» «23a, tweede lid, 25a, eerste lid, 25b, tweede lid» en na «26, eerste lid,»: 26a, tweede lid,.

5. In onderdeel n wordt na «128, eerste lid,» ingevoegd: 132e, eerste en tweede lid, 132g, eerste lid, 132h, derde lid, 132l, eerste lid, en tweede lid, onderdeel f, 132m, vierde lid,.

B

Artikel I, onderdeel D, komt te luiden:

Onderdeel D

In artikel 4aa, eerste lid, wordt «artikel 71a, 84, eerste lid, en artikel 101, eerste lid,» vervangen door: de artikelen 71a, 84, eerste lid, 101, eerste lid, 132e, zesde lid, en 132g, derde lid.

C

In artikel I, onderdeel E, komt artikel 8, vierde lid, onderdeel b, te luiden:

b. aan wie deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd, tot het tijdstip waarop hij na beëindiging van het alcoholslotprogramma overeenkomstig artikel 132d, eerste of derde lid, overeenkomstig de daarvoor bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een rijbewijs zonder de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering heeft verkregen.

D

In artikel I, onderdeel F, komt het tweede lid te luiden:

2. Onder vernummering van het negende tot tiende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

9. Het is degene die op grond van artikel 132c, eerste lid, onderdeel d, de feitelijke beschikking heeft gekregen over een rijbewijs waarop de bij ministeriële regeling vastgestelde codering voor deelname aan het alcoholslot is vermeld, verboden een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, te besturen:

a. dat niet is voorzien van een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid,

b. waarvan het kenteken in het in artikel 129a bedoelde register aan hem is gekoppeld, terwijl het motorrijtuig is voorzien van een niet-werkend alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid,

c. waarin wel een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, is ingebouwd, maar waarvan het kenteken in het in artikel 129a bedoelde register niet aan hem is gekoppeld, of

d. terwijl een ander dan de bestuurder heeft geblazen in het alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, een en ander tot het tijdstip waarop hij na beëindiging van het alcoholslotprogramma overeenkomstig artikel 132d, eerste of derde lid, overeenkomstig de daarvoor bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een rijbewijs zonder de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering heeft verkregen.

E

Na onderdeel F worden negen onderdelen ingevoegd, luidende:

Fa

Na artikel 22a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 22b

1. De Dienst Wegverkeer kan met het oog op het verlenen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 22, eerste lid, op aanvraag een technische dienst aanwijzen om namens hem bepaalde voor goedkeuring noodzakelijke tests te verrichten, indien uit een door de Dienst Wegverkeer opgesteld beoordelingsverslag of uit een door een accrediteringsinstantie afgegeven accrediteringscertificaat blijkt dat deze dienst voldoet aan de daarvoor bij ministeriële regeling gestelde eisen.

2. De Dienst Wegverkeer houdt toezicht op de op grond van het eerste lid aangewezen technische dienst. De aangewezen technische dienst is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door de Dienst Wegverkeer ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.

3. Met een technische dienst wordt gelijk gesteld een technische dienst die beschikt over een beoordelingsverslag opgesteld door de daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel over een accrediteringscertificaat afgegeven door een accrediteringsinstantie uit die andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, voor zover hieruit blijkt dat deze dienst voldoet aan eisen die tenminste gelijkwaardig zijn aan de in het eerste lid bedoelde eisen.

4. De aanwijzing wordt ingetrokken indien de technische dienst die was aangewezen, daarom verzoekt.

5. De Dienst Wegverkeer kan een aanwijzing intrekken indien de aangewezen technische dienst niet meer voldoet aan de voor de aanwijzing gestelde eisen.

6. De Dienst Wegverkeer kan een aanwijzing schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt.

7. Bij ministeriële regeling kunnen bepalingen worden gesteld ter uitvoering van dit artikel. Hierbij kunnen tevens regels worden gesteld omtrent het door de aanvrager overleggen van bescheiden of verstrekken van nadere inlichtingen, betreffende de wijze waarop toezicht wordt gehouden en de verplichting tot medewerking daaraan van degene die is aangewezen als technische dienst.

Fb

Na artikel 23 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 23a

1. De Dienst Wegverkeer kan met het oog op de uitoefening van het toezicht als bedoeld in artikel 23, eerste lid, op aanvraag een technische dienst aanwijzen om namens hem bepaalde toezichtstaken uit te voeren, indien uit een door de Dienst Wegverkeer opgesteld beoordelingsverslag of uit een door een accrediteringsinstantie afgegeven accrediteringscertificaat blijkt dat deze dienst voldoet aan de daarvoor bij ministeriële regeling gestelde eisen.

2. Artikel 22b, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Fc

Na artikel 25a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 25a1

1. De Dienst Wegverkeer kan met het oog op het verlenen van een goedkeuring van een productieproces een technische dienst aanwijzen om namens hem bepaalde voor de goedkeuring noodzakelijke tests te verrichten, indien uit een door de Dienst Wegverkeer opgesteld beoordelingsverslag of uit een door een accrediteringsinstantie afgegeven accrediteringscertificaat blijkt dat deze dienst voldoet aan de daarvoor bij ministeriële regeling gestelde eisen.

2. Artikel 22b tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Fd

Na artikel 25b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 25b1

1. De Dienst Wegverkeer kan met het oog op de uitoefening van het toezicht als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, op aanvraag een technische dienst aanwijzen om namens hem bepaalde toezichtstaken uit te voeren, indien uit een door de Dienst Wegverkeer opgesteld beoordelingsverslag of uit een door een accrediteringsinstantie afgegeven accrediteringscertificaat blijkt dat deze dienst voldoet aan de daarvoor bij ministeriële regeling gestelde eisen.

2. Artikel 22b, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Fe

Na artikel 26 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 26a

1. De Dienst Wegverkeer kan met het oog op het verlenen van een goedkeuring voor een individueel voertuig een technische dienst aanwijzen om namens hem bepaalde voor de goedkeuring noodzakelijke tests te verrichten, indien uit een door de Dienst Wegverkeer opgesteld beoordelingsverslag of uit een door een accrediteringsinstantie afgegeven accrediteringscertificaat blijkt dat deze dienst voldoet aan de daarvoor bij ministeriële regeling gestelde eisen.

2. Artikel 22b tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Ff

Aan artikel 65 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een erkenning van maximaal 30 maanden.

Fg

Aan artikel 87 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een erkenning van maximaal 30 maanden.

Fh

Aan artikel 101 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een erkenning van maximaal 30 maanden.

F

In artikel I, onderdeel N, artikel 118, komt de laatste volzin als volgt te luiden:

In dat geval is het gestelde bij of krachtens de artikelen 129a tot en met 129e, 132 en 132b tot en met 132o van overeenkomstige toepassing.

G

Artikel I, onderdeel S, komt te luiden:

In artikel 123b, eerste lid, onderdelen a en b, wordt «435 microgram» telkens vervangen door «570 microgram» en wordt «1,0 milligram» telkens vervangen door: 1,3 milligram.

H

In artikel I, onderdeel W, wordt aan artikel 129a, eerste lid, een zin toegevoegd, luidende:

Onder gegevens worden mede begrepen persoonsgegevens of bijzondere persoonsgegevens.

I

Artikel I, onderdeel Z, komt te luiden:

Z

Artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, laatste volzin, vervalt.

2. In het derde lid wordt na de tweede volzin een volzin toegevoegd, luidende: De in het tweede lid bedoelde vordering wordt tevens gedaan in bij ministeriële regeling aangegeven gevallen van overtreding van de voorwaarden van deelname aan het alcoholslotprogramma.

J

In artikel 131, eerste lid, wordt «in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen» gewijzigd in: in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen.

K

Artikel I, onderdeel CC, artikel 132a, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. De kosten verbonden aan het opleggen van een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid komen ten laste van iedereen aan wie overeenkomstig het eerste lid de verplichting tot deelname aan een dergelijke maatregel is opgelegd. De hoogte van deze kosten wordt bij ministeriële regeling vastgelegd. In geval van niet, niet geheel of niet op aangegeven wijze of binnen de aangegeven termijnen betalen van deze kosten vaardigt het CBR een dwangbevel uit aan de nalatige. Voor de toepassing van titel 4.4. van de Algemene wet bestuursrecht wordt het besluit als bedoeld in artikel 131, eerste lid, aanhef en onderdeel a, aangemerkt als beschikking als bedoeld in artikel 4.86 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot vierde tot en met zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

3. De kosten verbonden aan het uitvoeren van de educatieve maatregelen komen ten laste van betrokkene. De hoogte van deze kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

L

In artikel I, onderdeel DD, wordt artikel 132b als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «legt het CBR» ingevoegd: overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.

M

In artikel I, onderdeel DD, wordt artikel 132c als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt na «van de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde categorie of categorieën» vervangen door: dat voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

5. Degene aan wie deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd, is verplicht het door het CBR bepaalde begeleidingsprogramma te volgen en daartoe het alcoholslot periodiek te laten uitlezen bij een erkenninghouder als bedoeld in artikel 132k, eerste lid. Bij ministeriële regeling wordt de termijn vastgelegd waarbinnen de uitlezing uiterlijk dient plaats te vinden. In bij ministeriële regeling aangegeven gevallen kan het CBR in het kader van het begeleidingsprogramma een kortere termijn vaststellen.

3. Het zesde lid komt te luiden:

6. De kosten verbonden aan het opleggen van het alcoholslotprogramma komen ten laste van iedereen aan wie overeenkomstig artikel 132b, eerste lid, de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd. De hoogte van deze kosten wordt bij ministeriële regeling vastgelegd. In geval van niet, niet geheel of niet op aangegeven wijze of binnen de aangegeven termijnen betalen van deze kosten vaardigt het CBR een dwangbevel uit aan de nalatige. Voor de toepassing van titel 4.4. van de Algemene wet bestuursrecht wordt het besluit als bedoeld in artikel 131, eerste lid, aanhef en onderdeel b, aangemerkt als beschikking als bedoeld in artikel 4.86 van de Algemene wet bestuursrecht.

4. Onder vernummering van het zevende en achtste lid tot achtste en negende lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

7. De kosten van verbonden aan:

a. het uitvoeren van het alcoholslotprogramma, alsmede de kosten verbonden aan het beheer en het in stand houden van het alcoholslotregister en het verstrekken van gegevens uit dat register overeenkomstig artikel 129d, eerste lid, en aan

b. het huren dan wel kopen, het inbouwen, het uitlezen, het testen, het kalibreren het onderhouden en het verwijderen van het alcoholslot,

komen ten laste van betrokkene.

De hoogte van de in onderdeel a genoemde kosten die door het CBR worden geïnd, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

N

In artikel I, onderdeel DD, wordt artikel 132d als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «Indien de evaluatie het CBR geen aanleiding geeft het rijbewijs ongeldig te verklaren,» vervangen door: Indien uit de evaluatie blijkt dat betrokkene heeft voldaan aan de bij ministeriële regeling aangegeven voorwaarden,.

2. In het eerste en derde lid wordt «Vier weken voor de afloop» vervangen door: Uiterlijk vier weken voor de afloop.

O

In artikel I, onderdeel EE, wordt artikel 132e als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. In het kader van het alcoholslotprogramma wordt uitsluitend gebruik gemaakt van een alcoholslot dat is voorzien van een typegoedkeuring, verleend door de Dienst Wegverkeer. De typegoedkeuring van het alcoholslot en de daarbij behorende uitleesapplicatie wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief door deze dienst verleend, indien door de dienst is vastgesteld dat het alcoholslot aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen voldoet en indien het productieproces van de alcoholsloten van het desbetreffende type is goedgekeurd. De artikelen 22, derde en vierde lid, 22b, 23, 23a en 25a tot en met 25e zijn van overeenkomstige toepassing.

2. In het tweede lid vervalt «in verband met de beëindiging van het alcoholslotprogramma».

3. In het derde lid wordt «de goedkeuringsverklaring» vervangen door: het testrapport.

4. In het vierde lid wordt «De in het eerste lid bedoelde keuringsinstelling» vervangen door «De Dienst Wegverkeer, dan wel de door hem aangewezen technische dienst als bedoeld in het tweede lid,» en wordt «keuringsinstelling» vervangen door: de Dienst Wegverkeer.

5. Het vijfde lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. is voorzien van een verklaring van goedkeuring afgegeven door een technische dienst in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland, die daartoe door de bevoegde instantie in die andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is aangewezen.

6. Onder vernummering van het zesde en zevende lid tot zevende en achtste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:

a. het voldoen aan de in het eerste lid gestelde eisen wordt aangetoond door middel van in die regels voorgeschreven apparatuur;

b. die apparatuur is goedgekeurd door een door Onze Minister aangewezen keuringsinstelling;

c. die apparatuur alleen kan worden goedgekeurd indien de in die regels genoemde technische specificaties van die apparatuur die noodzakelijk zijn om het periodieke onderzoek, bedoeld in onderdeel d, uit te kunnen voeren, op de in die regels aangegeven wijze bekend worden gemaakt;

d. die apparatuur met een in die regels vast te stellen periodiciteit is onderzocht door de in het eerste lid bedoelde keuringsinstelling, dan wel door een door Onze Minister of door deze keuringsinstelling aangewezen onderzoeksgerechtigde en dat de middelen die worden gebruikt om die apparatuur voor gebruik geschikt te maken, zijn gecertificeerd door een door die keuringsinstelling erkende instelling, en

e. bij de erkenning van een onderzoeksgerechtigde of instelling als bedoeld in onderdeel d, wordt voldaan aan de in die regels opgenomen voorschriften.

7. In het zevende lid (nieuw) wordt «de in het eerste lid bedoelde keuringsinstelling» vervangen door: de Dienst Wegverkeer, dan wel de door hem aangewezen technische dienst als bedoeld in het eerste lid,.

P

Na artikel 132e wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 132e1

1. Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer een typegoedkeuring vervalt.

2. Intrekking van de typegoedkeuring vindt plaats indien:

a. de producent van het desbetreffende type alcoholslot daarom verzoekt, of

b. de erkenning als bedoeld in artikel 132f, eerste lid, door de Dienst Wegverkeer wordt ingetrokken.

3. Indien de steekproefsgewijze keuring als bedoeld in artikel 132e, eerste of vierde lid, daartoe aanleiding geeft, dan wel indien een typegoedkeuring wordt ingetrokken, bepaalt de Dienst Wegverkeer de gevolgen voor reeds ingebouwde alcoholsloten van dat type. Indien wordt besloten dat reeds ingebouwde alcoholsloten moeten worden vervangen, dan bepaalt de Dienst Wegverkeer tevens de termijn waarbinnen die vervanging moet zijn gerealiseerd.

4. Vanaf de datum waarop de eisen waaraan alcoholsloten moeten voldoen, zijn aangepast, mogen alcoholsloten van een overeenkomstig de oude eisen goedgekeurd type in het kader van het alcoholslotprogramma nog worden ingebouwd gedurende een bij ministeriële regeling vastgestelde periode.

5. Bij ministeriële regeling wordt vastgelegd met ingang van welk tijdstip na de aanpassing van de in het vierde lid bedoelde eisen alle alcoholsloten moeten voldoen aan de aangepaste eisen.

Q

Artikel I, onderdeel FF, artikel 132g, tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f, komt te luiden:

f. de wijze waarop de aanvrager ervoor zorg draagt dat de personen die de in artikel 132k, eerste lid, bedoelde werkzaamheden verrichten of gaan verrichten, adequaat zijn opgeleid en periodiek worden bijgeschoold over de laatste ontwikkelingen, en dat ten bewijze hiervan een bewijs wordt afgegeven;.

2. Onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel h wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

g. andere instrumenten en hulpmiddelen die nodig zijn voor of gebruikt worden bij de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 132k, eerste lid.

R

In artikel I, onderdeel FF, artikel 132i, wordt onder vernummering van het achtste tot negende lid een lid ingevoegd, luidende:

8. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een erkenning van maximaal 30 maanden.

S

In artikel I, onderdeel FF, artikel 132k, eerste lid, wordt «artikel 132l, eerste lid, onderdeel a,» vervangen door: artikel 132l, tweede lid, onderdeel a,.

T

Artikel I, onderdeel FF, artikel 132l, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel e wordt na «de personen die» ingevoegd: door hem.

2. Onder verlettering van onderdeel f tot g wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

f. de beschikbaarheid van een persoon of personen, die in het bezit is of zijn van een tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld tarief door die dienst afgegeven bewijs dat zij de in artikel 132k, eerste lid,bedoelde werkzaamheden mogen verrichten;.

U

Artikel I, onderdeel FF, artikel 132m, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «de wijze waarop de erkenninghouder de in artikel 132k, eerste lid, bedoelde taken uitvoert» vervangen door: de wijze waarop de erkenninghouder, alsmede de bij hem in dienst zijnde personen die overeenkomstig artikel 132l zijn belast met de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 132k, eerste lid, die taken uitvoeren.

2. Onder vernummering van het vierde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met zevende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

4. Het derde lid en het zesde lid (nieuw), eerste volzin, zijn van overeenkomstige toepassing in geval het toezicht door de Dienst Wegverkeer plaatsvindt op grond van artikel 158.

V

Artikel I, onderdeel FF, artikel 132n, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het zesde lid wordt geschrapt.

2. Het zevende lid wordt vernummerd tot zesde lid.

3. Er wordt een lid ingevoegd, luidende:

7. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een erkenning van maximaal 30 maanden.

W

Artikel I, onderdeel HH, artikel 133, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot vijfde tot en met achtste lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

4. De kosten verbonden aan het opleggen van een onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid komen ten laste van iedereen aan wie overeenkomstig het eerste lid de verplichting tot deelname aan zo’n onderzoek is opgelegd. De hoogte van deze kosten wordt bij ministeriële regeling vastgelegd. In geval van niet, niet geheel of niet op aangegeven wijze of binnen de aangegeven termijnen betalen van deze kosten vaardigt het CBR een dwangbevel uit aan de nalatige. Voor de toepassing van titel 4.4. van de Algemene wet bestuursrecht wordt het besluit als bedoeld in artikel 131, eerste lid, aanhef en onderdeel b, aangemerkt als beschikking als bedoeld in artikel 4.86 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. In het vijfde lid (nieuw) wordt «De kosten verbonden aan het onderzoek» vervangen door: De kosten verbonden aan de uitvoering van het onderzoek.

X

Artikel I, onderdeel MM, komt te luiden:

MM

Artikel 164 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «onderzoek als bedoeld in het derde lid» vervangen door: onderzoek als bedoeld in het derde of vierde lid.

2. Aan het zesde lid worden twee volzinnen toegevoegd, luidende: Het rijbewijs wordt niet aan betrokkene teruggegeven, indien het een rijbewijs betreft waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, tweede lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, 132b, tweede lid, 134, vierde lid, of 180, derde lid, een verplichting tot inlevering bestaat. Het rijbewijs wordt in dat geval doorgeleid naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.

Y

In artikel VII vervallen de onderdelen B, D, E en F.

Z

Artikel VIII wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A komt in onderdeel PP, artikel 180, vijfde lid, laatste volzin te luiden:

Indien het rijbewijs op grond van artikel 123b ongeldig is dan wel indien een aantekening is geplaatst als bedoeld in dat artikel, geleidt de officier van justitie het rijbewijs of de rijbewijzen door naar de Dienst Wegverkeer.

2. In onderdeel D komt artikel 180, vijfde lid, laatste volzin te luiden:

Indien het rijbewijs op grond van artikel 123b ongeldig is dan wel indien een aantekening is geplaatst als bedoeld in dat artikel, geleidt de officier van justitie het rijbewijs of de rijbewijzen door naar de Dienst Wegverkeer.

AA

Artikel IX komt te luiden:

1. Artikel I, onderdelen A, derde tot en met vijfde lid, en Fa tot en met Fh, treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

2. De overige artikelen treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Toelichting

Bij de verdere uitwerking van de regelgeving voor de invoering van het alcoholslotprogramma is gebleken dat op enkele onderdelen nadere verduidelijking en aanvulling nodig is. In de artikelsgewijze toelichting wordt nader op deze aanpassingen ingegaan. De aanpassingen hebben geen gevolgen voor de handhaving of voor de administratieve lasten van bedrijven of burgers.

Artikelsgewijze toelichting

Onderdeel A

Met de toegevoegde onderdelen b5 en b6 wordt het bijhouden van het alcoholslotregister, alsmede het vaststellen en vastleggen van manipulatie van voertuigsystemen en het melden hiervan aan bevoegde autoriteiten expliciet benoemd als taak van de Dienst Wegverkeer. Onder het begrip voertuigsystemen valt bijvoorbeeld een instrument als het alcoholslot. Als een motorrijtuig bij de erkenninghouder als bedoeld in artikel 132f, eerste lid, wordt gebracht voor uitlezing en deze constateert iets verdachts, dan zal hij de Dienst Wegverkeer hiervan in kennis moeten stellen die vervolgens de melding nader zal onderzoeken en hiervan rapport zal opmaken. Dit rapport wordt vervolgens toegezonden aan het CBR. Het CBR beoordeelt dan daarna aan de hand van de omschrijvingen in de ministeriële regeling of er sprake is van handelingen die moeten worden aangemerkt als niet meewerken, met beëindiging van het alcoholslotprogramma en ongeldigverklaring van het rijbewijs als gevolg.

De aanpassingen in het aangepaste tweede lid (de aanpassing van onderdeel j) vloeien voort uit de aanscherpingen in de regeling van de typegoedkeuring.

Voor de toelichting op het nieuwe derde, vierde en vijfde lid wordt verwezen naar de toelichting op onderdeel E.

Het zesde lid bevat, evenals het vijfde lid, een aanpassing van artikel 4b, eerste lid, onderdeel n. Waar de in het vijfde lid opgenomen aanpassingen de in onderdeel E toegelichte wijzigingen betreffen, heeft de in het zesde lid opgenomen aanpassing uitsluitend betrekking op de artikelen betreffende het alcoholslot. De reden voor deze uitsplitsing heeft te maken met de verschillende inwerkingtredingsbepalingen: de in onderdeel E opgenomen aanpassingen zullen in werking treden met ingang van de dag na plaatsing van de wet in het Staatsblad, terwijl de artikelen betreffende het alcoholslotprogramma op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treden.

Omwille van de leesbaarheid is het artikel opnieuw geformuleerd.

Onderdelen A, tweede, derde en vierde lid, E, artikelen Fa tot en met Fe, en O, eerste, vierde en zevende lid

De in deze onderdelen voorgestelde wijzigingen houden verband met het volgende. Het is de bedoeling dat bij de behandeling van de aanvraag van een typegoedkeuring voor een alcoholslot een testrapport van een daartoe bevoegde instantie moet worden overgelegd als bewijs dat het desbetreffende type alcoholslot voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. Voor de praktijk is het evenwel wenselijk dat hierbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de systematiek van (type)goedkeuringen van voertuigen en voertuigonderdelen en dat daarbij ook zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de daar gangbare benamingen. Op de systematiek van (type)goedkeuringen is de richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Pb L 263; verder te noemen: de Kaderrichtlijn) van toepassing. Deze Kaderrichtlijn biedt goedkeuringsinstanties (voor Nederland is dat de Dienst Wegverkeer) de mogelijkheid om in het kader van de (type)goedkeuring een technische dienst in te schakelen, die voldoet aan de in de kaderrichtlijn aangegeven eisen. Hoewel de Kaderrichtlijn niet van toepassing is op alcoholsloten, is het wel wenselijk geacht de daarin opgenomen systematiek en benamingen zoveel mogelijk te volgen. Dit heeft ertoe geleid dat de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid krijgt om op aanvraag een technische dienst aan te wijzen voor concreet te bepalen taken in het kader van een (type)goedkeuring of het houden van toezicht, indien deze aan bij ministeriële regeling te stellen eisen voldoet. Tevens krijgt de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid om op zo’n technische dienst toezicht te houden. Opgemerkt hierbij wordt dat artikel 22b enkel van toepassing is op gevallen waarin de Kaderrichtlijn niet reeds van toepassing verklaard is. Tenslotte kan de Dienst Wegverkeer als het nodig is de aanwijzing schorsen of intrekken.

In onderdeel O, eerste, vierde en zevende lid, is een vergelijkbare constructie voorgesteld ten aanzien van de typegoedkeuring van het alcoholslot, met dien verstande dat hier in elk geval een technische dienst zal worden aangewezen.

Onderdelen B en Y

De in onderdeel B opgenomen aanpassing vloeit voort uit de uitbreiding van het aantal artikelen waarin wordt verwezen naar een keuringsinstelling zoals voorgesteld in deze nota van wijziging. Met de voorgestelde formulering is meteen rekening gehouden met de wijziging van dit artikel die inmiddels met ingang van 1 mei 2009 in werking is getreden (wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met een herziening en vereenvoudiging van de voertuigregelgeving, ter implementatie van richtlijn 2007/46/EG betreffende de goedkeuring van voertuigen en enkele andere technische wijzigingen (Stb. 2009, 38). In verband hiermee kan de in artikel VII, onderdeel B, opgenomen samenloopbepaling komen te vervallen. Ook de samenloopbepalingen die zijn opgenomen in artikel VII, onderdelen D, E en F, kunnen vervallen nu de bovengenoemde wet van 29 december 2008 inmiddels in werking is getreden. Onderdeel Y strekt hiertoe.

Onderdelen C en D

Het is de bedoeling dat het CBR voor de persoon die met goed gevolg het alcoholslotprogramma heeft doorlopen, een verklaring van geschiktheid registreert in het rijbewijzenregister op grond waarvan deze betrokkene een rijbewijs zonder de voor het alcoholslotprogramma vastgestelde codering kan aanvragen. Betrokkene heeft vervolgens een jaar de tijd om op basis van deze verklaring van geschiktheid een «schoon» rijbewijs aan te vragen. De verklaring van geschiktheid is immers een jaar geldig. Aangenomen mag worden dat betrokkene zo snel mogelijk zijn «schone» rijbewijs aanvraagt en vervolgens het alcoholslot laat uitbouwen. Maar er zal op zijn minst enkele dagen liggen tussen de registratie van de verklaring en de afgifte van het vervolgens aangevraagde «schone» rijbewijs. De voorgenomen aanpassing beoogt buiten twijfel te stellen dat voor betrokkene voor de periode gelegen tussen de registratie van de verklaring van geschiktheid en het feitelijk in het bezit krijgen van het «schone» rijbewijs, nog de verlaagde limiet geldt van 0,2 ‰. De in onderdeel D opgenomen aanpassing van artikel 9, negende lid, beoogt buiten twijfel te stellen dat betrokkene in deze tussenliggende periode, als hij wil blijven rijden, dit alleen mag doen in het motorrijtuig waarvan het kenteken aan hem is gekoppeld en dat is voorzien van een werkend alcoholslot.

Onderdelen E, artikelen Ff tot en met Fh, R en V, derde lid

Als een erkenninghouder niet voldoet aan de voorschriften, wordt zijn erkenning ingetrokken. Dit kan tijdelijk zijn, afhankelijk van de reden voor de intrekking zes tot twaalf weken. In deze gevallen kan de erkenninghouder de erkenning weer terug krijgen, als hij bij keuring door de Dienst Wegverkeer weer blijkt te voldoen aan alle eisen. Hij hoeft dan geen nieuwe erkenning aan te vragen. In andere gevallen wordt de erkenning wel definitief ingetrokken. Maar ook dat wil niet zeggen dat de betrokkene nooit meer een erkenning zou kunnen krijgen. Hij moet dan echter wel, om weer in het bezit van de erkenning te komen, een geheel nieuwe aanvraag indienen. Uit het jaarverslag van de Dienst Wegverkeer uit 2007 blijkt dat dit het geval is in 3 % van de intrekkingen. Het gaat dan om gevallen waarin de erkenning is ingetrokken wegens:

a. meervoud van overtreding van de erkenningsvoorschriften;

b. recidive van ernstiger overtredingen van de erkenningsvoorschriften binnen 30 maanden, of

c. fraude of ondermijning van toezicht in verband met verbaal of fysiek geweld tegen de toezichthouder.

Op grond van de artikelen 63, vierde lid, 84, derde lid, en 101, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt een nieuw aangevraagde erkenning geweigerd, indien een reeds aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van:

a. twaalf weken, of

b. zes maanden indien reeds twee of meer malen een dergelijke aan de aanvrager verstrekte erkenning is ingetrokken.

De artikelen 132g, vierde lid, en 132l, zesde lid, van het wetsvoorstel voorzien in een overeenkomstige bepaling.

Bij verschillende gelegenheden, vooral bij de APK, is in de laatste jaren helaas gebleken dat een – beperkte – groep erkenninghouders en keurmeesters zo vaak en zo veel overtredingen begaat dat het beschikbare sanctie-instrumentarium onvoldoende is. Hoewel de Dienst Wegverkeer in de hierboven geschetste gevallen een aanvraag voor een nieuwe erkenning mag weigeren, blijkt uit jurisprudentie dat zo’n erkenning uiteindelijk toch moet worden verleend. Met name in de gevallen waarin de erkenning is ingetrokken wegens fraude of ondermijning van het toezicht in verband met verbaal of fysiek geweld, is het niet wenselijk om binnen relatief korte tijd deze personen weer als erkenninghouder te moeten accepteren. Daarom wordt voorgesteld bij alle erkenningen de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid te geven in nader door de dienst te bepalen gevallen een wachttijd in te bouwen van maximaal 30 maanden voordat een nieuwe erkenning wordt afgegeven.

Onderdeel F

De in dit onderdeel opgenomen aanpassing van artikel 118 beoogt duidelijk te maken dat, als het alcoholslotprogramma wordt opgelegd in het kader van de eigen verklaring-procedure, ook dan betrokkene dient mee te werken en dat ook dan de bepalingen betreffende het alcoholslotregister van overeenkomstige toepassing zijn.

Onderdeel G

Abusievelijk was in het tweede lid van dit onderdeel een bepaling opgenomen die bij nader inzien niet meer nodig bleek. Het tweede lid kan daarmee komen te vervallen.

Onderdeel H

In het alcoholslotregister zullen niet alleen persoonsgegevens, maar ook persoonsgegevens die als bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens kunnen worden aangemerkt, worden geregistreerd. De in de opsomming in artikel 129, eerste lid opgenomen uitleesgegevens uit het alcoholslot vallen hieronder. Deze gegevens zijn een essentieel onderdeel van het voorgestelde begeleidingsprogramma. Aan de hand van deze uitleesgegevens bepaalt het CBR de begeleiding, hoe vaak de deelnemer het alcoholslot moet laten uitlezen. Tevens worden deze gegevens gebruikt voor het besluit van het CBR beëindiging van het alcoholslotprogramma omdat betrokkene heeft aangetoond de scheiding te kunnen aanbrengen tussen het besturen van een motorrijtuig en het gebruik van alcohol, dan wel over verlenging van het alcoholslotprogramma. De in dit onderdeel voorgestelde aanvulling strekt ertoe buiten twijfel te stellen dat ook de persoonsgegevens en de bijzondere persoonsgegevens in de alcoholslotregistratie mogen worden opgenomen.

Onderdeel I

Vanuit een oogpunt van handhaving is het wenselijk direct te kunnen optreden tegen de deelnemer die zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden voor deelname aan het alcoholslotprogramma. De in dit onderdeel beoogde aanvulling heeft tot doel het mogelijk te maken dat de politie bij een deelnemer aan het alcoholslotprogramma die zich niet heeft gehouden aan bij ministeriële regeling aangegeven voorwaarden een vordering tot overgifte doet van het rijbewijs. Betrokkene is dan verplicht tot overgifte van het rijbewijs. Het rijbewijs zal dan naar het CBR worden gezonden en wegens niet meewerken door het CBR ongeldig worden verklaard. Hierbij zal het gaan om de gevallen waarin de politie overtreding van artikel 9, negende lid, heeft geconstateerd of waarin ten aanzien van betrokkene een ademalcoholgehalte van meer dan 88 microgram per liter uitgeademde lucht of een bloedalcoholgehalte van meer dan 0,2 milligram per milliliter bloed is vastgesteld.

Onderdeel J

Op grond van de bestaande regelgeving worden de gevallen waarin het CBR een bepaalde maatregel oplegt, bij ministeriële regeling aangewezen en niet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De in dit onderdeel voorgestelde wijziging strekt tot herstel van deze misslag.

Onderdelen K, M, derde en vierde lid, en W

De in deze onderdelen voorgestelde aanpassingen hebben te maken met de gebleken noodzaak tot nadere precisering van de kosten van het CBR, verbonden aan de oplegging en uitvoering van de verschillende maatregelen door het CBR, voor zover deze voor rekening komen van betrokkene. Het betreft hier zowel de educatieve maatregelen, het alcoholslot en de geschiktheidsonderzoeken voor zover deze voor rekening van betrokkene komen.

Met de voorgestelde aanpassingen wordt geëxpliciteerd dat de kosten van de respectievelijke maatregelen uit twee delen bestaan. Het gaat immers niet alleen om de kosten verbonden aan de uitvoering van die maatregel die door de deelnemers moeten worden gedragen, maar ook aan het opleggen van de verplichting tot deelneming aan die maatregel zijn al kosten verbonden die moeten worden betaald door degene aan wie die verplichting is opgelegd. Zowel de hoogte van de kosten verbonden aan het opleggen van de maatregel, als de hoogte van de kosten verbonden aan de uitvoering ervan zullen bij ministeriële regeling worden vastgelegd.

Deze systematiek is doorgevoerd bij de educatieve maatregelen (onderdeel K), het alcoholslotprogramma (onderdeel M, derde en vierde lid) en de geschiktheidsonderzoeken, voor zover die voor rekening van betrokkene komen (onderdeel W).

Onderdeel L

Abusievelijk zijn in artikel 132b, eerste lid, de woorden «overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels» weggevallen. De voorgestelde aanpassing strekt tot correctie hiervan.

Onderdeel M, eerste en tweede lid

Alcoholsloten zullen niet in alle motorrijtuigen kunnen worden ingebouwd. Aanvankelijk was de gedachte dat er alleen aan de rijbewijscategorie beperkingen zouden worden gesteld. In de memorie van toelichting is immers al aangegeven dat alcoholsloten alleen zullen kunnen worden ingebouwd in motorrijtuigen van de rijbewijscategorie B. Niet uitgesloten moet echter worden dat bij de verdere uitwerking van het alcoholslotprogramma ook nog andere eisen wenselijk en nodig zullen zijn. De in het eerste lid voorgestelde aanpassing van de gebruikte formulering maakt dit het mogelijk om bij algemene maatregel van bestuur eisen te stellen aan het motorrijtuig waarin een alcoholslot kan worden ingebouwd.

In een ministeriële regeling zullen de eisen worden neergelegd waaraan een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, van de wet zal moeten voldoen. Een van die eisen betreft de kalibratieperiode. Met deze eis wordt aangegeven binnen welke termijn het alcoholslot om technische redenen uiterlijk moet zijn gekalibreerd, om de nauwkeurigheid van het slot te garanderen. Om de belasting voor de deelnemer niet te groot te maken, is ervoor gekozen het alcoholslot in ieder geval bij elke uitlezing te kalibreren. Deze maximale kalibratietermijn bepaalt tevens de maximale uitleesperiode.

Tijdens het alcoholslotprogramma vindt de begeleiding van de deelnemer plaats aan de hand van de data die periodiek uit het alcoholslot worden uitgelezen, of, in sommige gevallen, het opvallende ontbreken van die gegevens. De data geven zicht op de wijze waarop betrokkene omgaat met de scheiding tussen alcoholgebruik en verkeersdeelname. Op basis van de uitgelezen data kan het CBR bijsturen en begeleiden, bijvoorbeeld door te variëren in de uitleesfrequentie van de data uit het alcoholslot. De reden voor het variëren van de uitleesfrequentie is om de betrokken deelnemer zo veel mogelijk te motiveren. De belasting (tijd) en kosten (reiskosten) voor de deelnemer die het goed doet, gaan omlaag omdat hij minder vaak hoeft te laten uitlezen. Op basis van analyse van de uitleesdata bepaalt het CBR of de deelnemer wordt bevorderd tot een soepel dan wel streng uitleesregime. Een soepel uitleesregime bestaat uit het minder frequent uitlezen van de data en schriftelijke terugkoppeling van het CBR naar betrokkene van de positieve data. Het strenge uitleesregime bestaat uit het hanteren van de maximale termijn voor het uitlezen.

Bij het begin van het alcoholslotprogramma zal de uitleesfrequentie voor alle deelnemers gelijk zijn en neerkomen op het zogenaamde strenge regime: de betrokken deelnemer zal zich de eerste zes maanden maandelijks moeten melden voor het laten uitlezen van het alcoholslot. Daarna zal het CBR, op basis van analyse van de uitgelezen data, bepalen of de deelnemer wordt bevorderd tot een soepeler uitleesregime (waarbij de uitleestermijn kan daarbij nooit langer worden dan de maximale kalibratieperiode), of dat het strenge uitleesregime van kracht blijft.

Aanvankelijk was de gedachte dat het alcoholslot, afhankelijk van de besluitvorming van het CBR, zou worden ingesteld op de door het CBR vastgestelde nieuwe uitleesfrequentie. Op deze manier zou het alcoholslot een ondersteuning bieden aan de deelnemer en aangeven wanneer hij het alcoholslot weer moet laten uitlezen. Dit zou evenwel betekenen dat de betrokken deelnemer extra terug zou moeten naar de erkenninghouder installateur alcoholslot om een eventuele aangepaste nieuwe uitleesfrequentie aan te passen. Aanpassing kan immers niet tegelijk plaatsvinden met het uitlezen omdat de gegevens eerst nog door het CBR moeten worden beoordeeld. Dit wordt evenwel een extra en onnodige belasting geacht voor de betrokken deelnemer. Daarom is ervoor gekozen de maximale uitleesfrequentie in een ministeriële regeling vast te stellen en het CBR de bevoegdheid te geven na elke uitlezing van de gegevens en afhankelijk van de uitkomsten van die gegevens, de uitleesfrequentie vast te stellen. Het CBR zal dan de eventueel aangepaste uitleestermijnen schriftelijk aan de betrokken deelnemer doen toekomen. Dat kan elektronisch, als de betrokken deelnemer daarover afspraken heeft gemaakt met het CBR. In andere gevallen zal het CBR de gegevens per brief aan de betrokken deelnemer zenden, op het door die deelnemer opgegeven adres. Dit betekent uiteraard wel dat de betrokken deelnemer tijdens de looptijd van het alcoholslotprogramma eventuele adreswijzigingen aan ook het CBR zal moeten doorgeven.

De in het tweede lid van dit onderdeel voorgestelde wijziging van artikel 132c, vijfde lid, voorziet erin dat de maximale kalibratie- en ook uitleestermijn bij ministeriële regeling wordt vastgelegd en geeft het CBR de bevoegdheid om naar aanleiding van de uitgelezen data de concrete uitleestermijn vast te stellen.

Onderdeel N

De in dit onderdeel opgenomen wijziging van artikel 132d, eerste lid, betreffen technische correcties.

Onderdeel O, tweede, derde en vijfde tot en met zesde lid

De controle van uitgebouwde alcoholsloten dient na elke uitbouw plaats te vinden, niet alleen als het alcoholslot is uitgebouwd wegens beëindiging van het programma. De in het tweede lid opgenomen aanpassing strekt tot de gewenste verduidelijking.

In het derde lid is een correctie van technische aard doorgevoerd. De goedkeuringsinstantie, of de door die instantie ingeschakelde technische dienst, geeft geen goedkeuringsverklaring af, maar brengt een testrapport uit.

De in het vijfde lid opgenomen aanpassing is van technische aard.

Bij de inmiddels ter hand genomen verdere uitwerking van de eisen aan het alcoholslot en de procedure om tot typegoedkeuring van het alcoholslot te komen, alsmede van de opzet van de erkenningsregelingen, is de noodzaak gebleken om een wettelijke basis op te nemen voor de certificering van middelen die zullen worden gebruikt om het alcoholslot voor gebruik geschikt te maken. Hierbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld kalibratiegassen. De in het zesde lid van dit onderdeel voorgestelde aanpassing van artikel 132e, zesde lid (nieuw), strekt hiertoe.

Onderdeel P

In het eerste lid wordt aangegeven dat bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke gevallen een typegoedkeuring vervalt.

De overige leden van het voorgestelde artikel 132e1 voorzien in de wettelijke basis voor de wenselijk gebleken nadere voorzieningen voor de intrekking van een typegoedkeuring, de bekendmaking daarvan, alsmede van de gevolgen voor de alcoholsloten van dat type die reeds zijn ingebouwd.

Indien een typegoedkeuring is ingetrokken respectievelijk bij een steekproef afwijkingen zijn geconstateerd, krijgt de Dienst Wegverkeer op grond van het nieuwe artikel 132ea, derde lid, de bevoegdheid te bepalen wat de gevolgen zullen zijn voor reeds ingebouwde alcoholsloten. Voor het geval er sprake is van een aanpassing van de eisen, geeft artikel 132ea, vierde lid, een voorziening: voor een eerste periode, waarvan de duur bij ministeriële regeling wordt bepaald, vanaf de datum waarop de aanpassing van de eisen is ingegaan, zullen beide typen alcoholsloten kunnen worden ingebouwd. Na die datum zullen geen nieuwe alcoholsloten meer mogen worden ingebouwd, maar zal, ook weer voor een bij ministeriële regeling te bepalen periode, nog wel met de volgens de oude eisen typegoedgekeurde alcoholsloten mogen worden doorgereden. Hiermee zullen de meeste deelnemers in de gelegenheid zijn om zonder inruil van het «oude» alcoholslot hun alcoholslotprogramma af te ronden. Alleen in bijzondere gevallen, waarin de betrokken deelnemer er keer op keer niet in slaagt aan te tonen dat hij heeft geleerd een scheiding aan te brengen tussen het gebruik van alcohol en het besturen van een motorrijtuig, zal er een moment kunnen komen dat betrokkene het «oude» alcoholslot zal moeten inruilen voor een alcoholslot dat aan de nieuwe eisen voldoet.

Onderdeel Q

Met de in het eerste lid opgenomen wijziging wordt aangeven dat de aan vrager niet alleen moet zorgen voor een goed opleidingssysteem, maar ook aan iedereen die dan in dat kader met goed gevolg een cursus heeft gevolgd, ook een bewijs daarvan wordt afgegeven. Bij de inmiddels ter hand genomen verdere uitwerking van de erkenningsregelingen, is de conclusie getrokken dat het ook wenselijk is in de erkenningseisen op te nemen dat de erkenninghouder als bedoeld in artikel 132f, eerste lid, de voor alle werkzaamheden rond het alcoholslot benodigde instrumenten ter beschikking stelt aan de erkenninghouder als bedoeld in artikel 132k, eerste lid. De in het tweede lid opgenomen aanpassing van artikel 132g voorziet in de wettelijke basis hiervoor. Hierbij moet vooral worden gedacht aan specificaties, werkplaatshandboeken, instructies etc.

Onderdeel S

Het betreft hier het herstel van een onjuiste verwijzing.

Onderdeel T

De in onderdeel T opgenomen aanpassing heeft tot doel te bewerkstelligen dat aan het personeel van de erkenninghouder een bewijs wordt afgegeven waarmee hij de meldingen in het alcoholslotregister kan doen. Bij het bewijs wordt gedacht aan de combinatie van een wachtwoord en user-ID. Wanneer de beëindiging van een dienstverband aan de Dienst Wegverkeer wordt gemeld, zal het de medewerker niet langer mogelijk zijn om gegevens in het alcoholslotregister te muteren.

Onderdeel U

De in het eerste lid van dit onderdeel voorgestelde wijziging beoogt te expliciteren dat de het toezicht van de Dienst Wegverkeer zich mede uitstrekt tot de medewerkers van de erkenninghouder.

Het kan zijn dat de erkenninghouders als bedoeld in artikel 132k, eerste lid, of zijn medewerker bij gelegenheid van bijvoorbeeld de periodieke uitlezing bij de voorgeschreven visuele controle van het alcoholslot constateert dat er toch problemen zijn met het alcoholslot. In dat geval moet hij hiervan een melding doen in het alcoholslotregister die vervolgens leidt tot een actie van de toezichthouder. Met het oog hierop zullen nader te bepalen medewerkers van de Dienst Wegverkeer op grond van artikel 158, eerste lid, worden aangewezen als toezichthouder. Binnen 90 minuten na de melding zal de toezichthouder ter plekke moeten zijn om te bezien of het alcoholslot kan worden gerepareerd en vervolgens gekalibreerd, en uitgelezen, of dat er iets anders aan de hand is. De toezichthouder zal hiervan een rapport opmaken De in het tweede lid van dit onderdeel voorgestelde aanpassing sterkt ertoe om de houder van het motorrijtuig te verplichten gedurende 90 minuten te wachten op de komst van de toezichthouder.

Onderdeel V, eerste en tweede lid

Deze leden bevatten een technische aanpassing

Onderdeel X

Met de in artikel 8, vierde lid, voorgestelde gelijkstelling van de wettelijke limiet voor de deelnemer aan het alcoholslotprogramma aan de wettelijke limiet voor de beginnende bestuurder, ligt het voor de hand dit ook door te voeren in artikel 164, de procedure betreffende de invordering en de inhouding van het rijbewijs. De voorgestelde aanpassing van artikel I, onderdeel MM, strekt hiertoe.

Onderdeel Z

De voorgestelde aanpassing van artikel 180, vijfde lid, bepaalt naar welke instantie het OM een rijbewijs moet doorgeleiden, als dat rijbewijs na afloop van een rijontzegging zou moeten worden teruggegeven, maar zich tegelijkertijd nog een van de hier uitgeschreven gevallen voordoet. In de meeste gevallen zal dat zijn de instantie waar betrokkene dat rijbewijs anders had moeten inleveren. In de gevallen van ongeldigheid op grond van artikel 123b of indien op grond van dat een artikel een aantekening is geplaatst, wordt het rijbewijs of worden de rijbewijzen doorgeleid naar de Dienst Wegverkeer.

De minister van verkeer en waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings