Kamerstuk 31568-16

Verslag van een algemeen overleg

Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Gepubliceerd: 15 januari 2009
Indiener(s):
Onderwerpen: bestuur de nederlandse antillen en aruba
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31568-16.html
ID: 31568-16

31 568
Staatkundig proces Nederlandse Antillen

nr. 16
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 13 januari 2009

De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 10 december 2008 overleg gevoerd met minister Balkenende van Algemene Zaken en staatssecretaris Bijleveld-Schouten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over:

– de overeenstemming over de staatkundige vernieuwing op 27 november 2008;

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de stand van zaken van het staatkundig proces Nederlandse Antillen (31 568, nr. 7).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Van Beek Griffier: De Gier

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De voorzitter: De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken is de minister-president erkentelijk voor het feit dat hij op deze erg volle dag gelegenheid heeft gecreëerd om met ons te spreken. Ik heet hem en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties welkom, alsook de gevolmachtigde minister, de heer Comenencia. Wij spreken vandaag met de minister-president. Ik vraag de leden om niet met elkaar in debat te gaan, omdat wij morgen nog uren over de staatkundige vernieuwing kunnen debatteren met elkaar en met de staatssecretaris. Laten wij vandaag gebruikmaken van het feit dat de minister-president en voorzitter van de Ronde Tafel Conferentie (RTC) in ons midden is. De vragen die specifiek voor hem zijn bestemd, kunnen vandaag aan hem worden gesteld. Wij zijn gebonden aan een eindtijd, omdat het debat over de kredietcrisis snel na dit algemeen overleg zal plaatsvinden. Dit algemeen overleg is voortgekomen uit een verzoek om een plenair debat. Ik wil daarom een aantal spelregels die in de plenaire zaal gelden, nu ook hier hanteren. Daarom zal ik de aanvrager van het debat, de heer Remkes, als eerste het woord geven.

De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Eind vorige week hoorde ik van de griffie dat vanuit het departement – mij is niet verteld of dit het departement van Algemene Zaken was of het departement van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – was gevraagd of ik wel wist dat de staatssecretaris onderhandelde. Die vraag was overbodig, want dat was mij bekend. Het gaat mij met name om het feit dat de minister-president de rol van voorzitter van de RTC op zich neemt. Ik verkeer in de veronderstelling dat een beetje voorzitter in staat is om een belangrijk stempel te drukken op de resultaten die tijdens de conferentie worden geboekt. Ik ken de minister-president en weet dat hij daartoe in staat is. Ook speelt een rol dat de Kamer niet weet wat de agenda van de RTC is en wat tijdens deze conferentie de inzet van het Nederlandse kabinet is. Bij de Brusselse beraden worden deze zaken altijd keurig meegedeeld. Bij de RTC gebeurt dat niet. Een aantal discussiepunten spelen mijns inziens tijdens deze Ronde Tafel Conferentie een rol.

In de eerste plaats speelt de vraag naar de start van de schuldsanering. Nederland keert straks 1,5 mld. uit op basis van artikel 5a van de slotverklaring. Het was ook mogelijk geweest om de route via artikel 5b te kiezen. Wat gebeurt er als op grond van artikel 5b achteraf moet worden geconstateerd dat de boel niet op orde is? Wat gebeurt als de uitkomst van het referendum op Curaçao negatief is? Wat doet het kabinet dan als de betalingen zijn verricht? Stuurt het dan een bericht uit onder het motto «I want my money back»? Dat lijkt mij een gang naar Canossa. Op deze vraag wil ik een helder antwoord horen.

In de tweede plaats speelt de discussie rond de positie van Sint-Maarten. Bij de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, anderhalve maand geleden, werd in een breed gesteunde motie gesteld dat Sint-Maarten geen zelfstandig land kan worden. Dit werd gesteld op grond van de huidige stand van zaken en van de rechtshandhaving op het eiland. Dit was toen in feite in alle scherpte de conclusie van het debat. Nu lees ik echter in alle stukken dat de koers eenduidig is; Sint-Maarten zal in dezelfde beweging een zelfstandig land worden. Hoe zit dit procesmatig? Ook op deze vraag wil ik een helder antwoord. Ik ben er nog niet aan toe om mijn medewerking te verlenen aan een proces waarbij Sint-Maarten een zelfstandig land wordt.

In de derde plaats speelt hierbij een rol dat de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de staatssecretaris heeft gevraagd om haar te rapporteren over de stand van zaken rond goed bestuur en rechtshandhaving op Sint-Maarten. Deze vraag werd in de commissie breed gesteund. Deze rapportage is voorgelegd aan de gouverneur. Die zou in november rapporteren, maar daarvan hebben wij nog steeds niets gezien. Mijns inziens is deze informatie van cruciaal belang. Die hebben wij nodig om tot verdere besluitvorming te komen.

In de vierde plaats heeft de Kamer geen inzicht in de financiën als geheel. Het is niet bekend wat de financiële consequenties zijn van de discussie over het voorzieningenniveau. Ook is niet bekend wat de mogelijkheden in fiscaal opzicht zijn. Deze zaken hangen uiteraard met elkaar samen. De Kamer ontbeert op dit moment een integraal inzicht hierin.

Over het financieel toezicht heb ik niet veel opmerkingen. Mijn vijfde punt gaat over de politieorganisatie. Daarvoor is een mallotige constructie bedacht. Er komt een apart korps voor ongeveer 20 000 inwoners. Daarbij komt dat het belangrijkste eiland op 900 km afstand van de beide andere eilanden ligt. Dit kan niet goed zijn voor de rechtshandhaving.

Mijn grootste zorg is dus, dat de Kamer verder in dit proces wordt gerommeld en dat wij na de RTC het nakijken hebben. Ik vind dat er volstrekte helderheid moet komen over de positie van de Kamer in dit proces. Ik verwacht daarom van de minister-president de toezegging dat wij naderhand, bij de bespreking van allerlei wetsvoorstellen, niet geconfronteerd zullen worden met de mededeling dat daarover overeenstemming is bereikt en dat de Kamer daaraan dus in feite materieel is verbonden.

De heer Van Raak (SP): Voorzitter. De SP-fractie heeft samen met die van de VVD de minister-president naar de Kamer geroepen om de noodklok te luiden en om de minister-president te waarschuwen dat er tijdens de RTC van 15 december geen besluiten mogen worden genomen waarmee de Kamer het uiteindelijk niet eens kan zijn. Al gedurende het hele onderhandelingsproces hebben wij een aantal eisen op tafel liggen. Daarmee is eigenlijk nog niets gebeurd. Ik wil voorkomen dat ons straks een document wordt voorgelegd waarin een overeenstemming staat beschreven, waarna het voor de Kamer een kwestie van slikken of stikken is.

De Nederlandse Antillen gaan gebukt onder tekorten en wanbestuur. Al decennia lang is het daarbij een kwestie van pappen en nathouden. De SP-fractie steunt daarom het streven van de regering om een nieuwe start te maken. Wij zijn in beginsel bereid om de Antillen een nieuwe start te bieden en 1,2 mld. kwijt te schelden. Dit bedrag is inmiddels alweer opgelopen tot 1,5 mld. Van schuldkwijtschelding kan alleen sprake zijn als de eilanden daarna een levensvatbare toekomst hebben. Schulden moeten niet opnieuw oplopen en het bestuur moet niet tekort blijven schieten.

Met de komende Ronde Tafel Conferentie zou de ontwerpfase van de nieuwe staatkundige verhoudingen worden afgerond. Zover zijn wij echter nog lang niet. Volgens mij is de minister-president ook nog lang niet zover. De stukken die wij hebben gezien, hebben de vorm van een contract of een brief, maar zijn nog geen uitgewerkt plan voor een nieuw land. Wat is de inzet van de minister-president bij de RTC? Hoe wordt daarbij rekeninggehouden met de eisen die de Kamer eerder heeft gesteld? Kan hij in ieder geval toezeggen dat geen schulden worden afgelost zolang niet duidelijk is dat deze eilanden op eigen benen kunnen staan? Welke voorwaarden worden gesteld voor schuldaflossing? Wanneer zal schuldaflossing plaatsvinden? Om hoeveel en om welke schuld gaat het daarbij?

Veel Antillianen leven onder de armoedegrens terwijl veel andere Antillianen exorbitant rijk zijn. Uit onderzoek van de SP blijkt dat vooral in de belastingparadijzen geen of nauwelijks belasting wordt betaald. Ik kan niet uitleggen aan kiezers dat mensen in Nederland met een laag inkomen de schulden van de multimiljonairs en de multinationals op de Antillen moeten betalen. Wij hebben al vaker geëist dat rijke Antillianen meebetalen aan de samenleving. Ik lees nu alleen in de stukken dat er nieuwe tax holidays worden opgericht. Waar blijven de voorstellen voor hervorming van de belastingparadijzen en van het belastingregime? Ik heb die voorstellen niet gezien. Toch zijn zij een voorwaarde voor instemming.

De Nederlandse Antillen zijn relatief klein. De omvang van de bevolking van Curaçao en Sint-Maarten is die van een kleine stad. Het bestuur is cliëntelistisch. Er wordt weinig geïnvesteerd in onderwijs, zorg en veiligheid. De Antillen liggen in een gebied met veel arbeidsmigratie, internationale wapen- en drugshandel en financiële criminaliteit. Deelt de minister-president met mijn fractie de opvatting dat op Curaçao nog niet, en op Sint-Maarten misschien wel nooit een begin kan worden gemaakt met de oprichting van een levensvatbaar land? Over Sint-Maarten is in een motie gesteld dat het zover nog lang niet is. Hoe kan de minister-president desondanks gaan onderhandelen en over enkele dagen de ontwerpfase gaan afsluiten? Mijns inziens kan dat helemaal niet.

Kan met de kleinschalige constructies op het gebied van politie en justitie de grote internationale criminaliteit worden aangepakt waarmee de eilanden te maken hebben? Waarom is voor deze kleinschaligheid gekozen en hoe wordt hierin geïnvesteerd? Mijns inziens is de schaal veel te klein om deze grote internationale criminaliteit aan te pakken.

De SP-fractie wil heel graag dat Curaçao en Sint-Maarten meer onafhankelijk worden. Wij willen van deze eilanden graag levensvatbare landen maken met voldoende inkomsten, een goed bestuur en goede sociale voorzieningen. Wij moeten daarvoor echter wel de verantwoordelijkheid kunnen nemen. Volgens het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden draagt ook Nederland zorg voor een deugdelijk bestuur op de eilanden. Mijn fractie vindt dat er een uitbreiding van de waarborgfunctie moet komen voordat wij de schulden kwijtschelden. Op die manier kan Nederland ook in de toekomst, gaande het proces, optreden als er sprake is van corruptie en wanbeleid. Kan de minister-president toezeggen dat deze waarborgfunctie wordt uitgebreid voordat wij landen opbouwen, opdat wij dit proces wat beter kunnen begeleiden en wij kunnen ingrijpen als het misgaat?

De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Raak. De eerste zin van uw bijdrage bevatte een subtiele correctie van de voorzitter. Die correctie hebt u terecht gemaakt; de SP-fractie was mede-initiatiefnemer van dit debat.

De heer Leerdam (PvdA): Voorzitter. De premier weet hoe de gang van zaken is bij gecompliceerde processen binnen de Europese Unie, bijvoorbeeld over de toetreding van nieuwe lidstaten. Overeenstemming over één dossier wordt slechts bereikt onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat ook overeenstemming bereikt gaat worden over alle andere dossiers, dus over het geheel. Kan de minister-president bevestigen dat dit ook geldt bij de nu lopende onderhandelingen over de staatkundige vernieuwing binnen ons Koninkrijk?

Bij dit proces wordt tegelijkertijd op diverse borden gespeeld. Zowel Curaçao als Sint-Maarten zullen aan alle vereisten moeten voldoen om de status van land binnen het Koninkrijk te krijgen. Aruba zal ook met de consequenties daarvan moeten instemmen. Hoe is Aruba hierbij precies betrokken? Zelfs als wij de omvangrijke en moeizame transformatie van de BES-eilanden tot openbare lichamen buiten beschouwing laten, is er sprake van een uitermate complex proces. De uitkomst ervan is nog ongewis als niet alle partijen alle consequenties willen of kunnen aanvaarden. In zo’n geval kan er zelfs sprake zijn van een open einde. Kan de minister-president zeggen welke opties hij daarbij nog voor mogelijk houdt? De fractie van de PvdA blijft zich namelijk ernstig zorgen maken over de integriteit en de kwaliteit van bestuur van een van de toekomstige landen, bijvoorbeeld Sint-Maarten.

Er is blijkbaar slechts overeenstemming bereikt over de methodiek van de schuldsanering, als uitwerking van de afspraken hierover van twee jaar geleden. Nu de omvang van een en ander duidelijk is uitgewerkt, blijkt het te gaan om minimaal 3,1 mld. Antilliaanse guldens. Dit is de schuld die Nederland zal overnemen. Daarom moet de regering nu al het financieringstekort in de gaten houden van zowel Curaçao als van het nog op te heffen land de Nederlandse Antillen. De ervaring leert dat de cijfers op de begroting en de cijfers van de uiteindelijke realisatie ver uiteen kunnen lopen. Nieuwe schulden, nu en in de toekomst, zijn voor mijn fractie onaanvaardbaar. Welke garanties kunnen de bewindspersonen op dit punt geven?

De heer Van Bochove (CDA): Voorzitter. Ik heb de Ronde Tafel Conferentie die volgende week wordt gehouden, altijd opgevat als een moment waarop wordt vastgesteld of het hele pakket voorstellen dat nodig is om tot besluitvorming te komen, compleet is. In dit traject wil ik het oude adagium «de regering regeert en de Kamer controleert en is medewetgever» van stal halen. De afspraken die volgende week worden gemaakt, zullen wij beoordelen op hun inhoud. Daarbij heeft de Kamer niet het nakijken, maar moet de Kamer nakijken of de regering de afspraken is nagekomen die wij in de Kamer hebben vastgelegd. Ik denk daarbij aan de motie over Sint-Maarten, waarover ik in de jongste brief van de staatssecretaris een paar opmerkingen aantref. Die zijn echter niet voldoende om te kunnen concluderen dat er op dit punt afspraken kunnen worden gemaakt. In dit langlopende proces zijn wij dus op dit punt tot een zekere afronding gekomen, maar eigenlijk begint daarna voor de Kamer pas het echte werk. Wij zullen reageren op de voorstellen. Ik ga ervan uit dat daarbij de afspraken over financiën en schuldsanering geëffectueerd zullen worden zodra zij onomkeerbaar zijn. De heer Remkes sprak in dit verband over twee artikelen, die ik ook even heb nagelezen.

Een van mijn collega’s zei dat de regering tijdens de RTC geen besluiten mag nemen waarmee de Kamer het niet eens is. Wat mij betreft mag de regering dat best. Als zij dat doet, loopt zij echter het risico dat zij in de Kamer met een «nee» wordt geconfronteerd. Een andere mogelijkheid is dat een deel van de Kamer het met de besluiten eens is en een ander deel niet. Dat zullen wij moeten afwachten. De CDA-fractie zal dus de voorstellen die na de RTC aan de Kamer worden voorgelegd, beoordelen op alle argumenten en punten die in het voortraject en in alle debatten zijn genoemd. Ik voel mij eerlijk gezegd op dit moment niet gebonden. De kanttekeningen die wij in het verleden hebben geplaatst, staan nog steeds en zijn niet weggenomen met alle brieven die wij tot vandaag hebben ontvangen. Mijn fractie ziet de voorstellen tegemoet.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Mijn eerste vraag is wat de zorgpunten zijn van de minister-president. Ik vind dat een interessante vraag, omdat wij nog nooit met hem hierover in deze setting hebben gesproken. Ik vind dit nog niet het juiste moment om te spreken over klokkenluiders en «wij gaan aan de bel trekken». De regering neemt deel aan de Ronde Tafel Conferentie en zal daar een aantal afspraken maken. Ik ga ervan uit dat zij daarbij goed rekening houdt met wat de Kamer wil. Ook de fractie van GroenLinks zal dat nauwkeurig checken. Als daarbij blijkt dat wij met de gemaakte afspraken niet tevreden zijn, dan heeft de regering een probleem. Als de gemaakte afspraken wel in overeenstemming zijn met de wensen, dan zal ik de regering prijzen.

Voor de fractie van GroenLinks zijn hierbij een aantal punten van groot belang. Het gaat ons bij de exercitie niet om de bobo’s en de bestuurders, maar om de bevolking en vooral om het deel van de bevolking dat het moeilijk heeft. Deze ochtend verscheen een bericht over de resultaten van een onderzoek van het CBS. Daaruit blijkt dat 33% van de bevolking op Curaçao onder de armoedegrens leeft. Daarbij gaat men uit van € 940 per maand voor een gezin met twee kinderen. Het gaat er uiteraard om dat wij bij de armoedebestrijding voortgang kunnen boeken. Goede voorzieningen, werk, onderwijs, het handhaven van de leerplicht, behoud van monumenten, milieubescherming en goed bestuur zijn van belang. Uiteraard is ook de fractie van GroenLinks tegen corruptie en wanbeleid. Wie is daar immers voor? Zeker de bevolking op de eilanden die het moeilijk heeft, is daar niet voor. Ook ik vind dat over goed bestuur heldere afspraken moeten worden gemaakt. Er zijn rapporten verschenen over corruptie en wanbeleid. Enerzijds is het verwerpelijk dat deze zaken voorkomen. Anderzijds moet ik zeggen dat het mij opvalt dat wel degelijk aangifte wordt gedaan, dat de zaken worden onderzocht en dat rechtsvervolging wordt ingezet. Wij moeten dus niet doen alsof het op de eilanden een anarchistische bende is waar niets wordt gecontroleerd. Dat is namelijk mijns inziens zeker niet het geval.

Voor de fractie van GroenLinks is uitgangspunt dat de sociale omstandigheden komen te liggen op een voor Nederland aanvaardbaar niveau. Daarbij houden wij uiteraard rekening met het voorzieningenniveau ter plaatse. Ik kan mij voorstellen dat men tijdens de Ronde Tafel Conferentie ervan doordrongen is hoe groot de problemen zijn op sociaal gebied, op het punt van milieu en op andere terreinen. Ik wil een heldere check kunnen maken na de RTC. Stemmen de gemaakt afspraken tot tevredenheid? Bij de behandeling van de begroting heb ik al gezegd dat het uitermate belangrijk is dat de bevolking van de eilanden heel goed betrokken wordt bij het vervolg van dit proces. Er doen allerlei indianenverhalen de ronde. Daar moet een eind aan komen. Ik ben benieuwd naar de inzet van de gezamenlijke bestuurders op dit punt.

Ik wens de bewindslieden heel veel succes bij deze zeer lastige klus. De Kamer zal hen nauwkeurig in de gaten houden. De afrekening achteraf kan positief en negatief uitvallen. Ik heb echter een optimistische natuur. Ik hoop erop dat het allemaal op zijn pootjes terechtkomt.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Ik wil beginnen met het complimenteren van de staatssecretaris vanwege het feit dat het toch is gelukt om een groot deel van de gemaakte afspraken over de ontwerpfase voor de nieuwe staatkundige situatie te realiseren. Daardoor kan de geplande RTC op 15 december doorgang vinden. Tijdens het algemeen overleg dat wij morgen hebben, zal ik dieper ingaan op de stand van zaken en het staatkundig proces. Omdat nu de minister-president bij ons aanwezig is, zal ik vandaag alleen ingaan op zijn voorzitterschap van de Ronde Tafel Conferentie.

Wat houdt het voorzitterschap van deze RTC precies in? Wat is het beoogde resultaat van de conferentie? Is er hierbij sprake van een formaliteit, of kunnen behalve de bevindingen van de toetsingsadviescommissie ook andere zaken aan bod komen? Is de RTC het startsein voor de implementatiefase? Is er dus sprake van een go/no-go-moment? Wordt er tijdens de RTC een datum afgesproken voor een vervolg-RTC om de resterende wetgeving te toetsen? Welke wetgeving moet Nederland nog aanleveren, behalve de Wet op het personenverkeer? Is al bekend wanneer de schuldsanering zal worden ingezet? Hoe zal dit plaatsvinden? Over deze vragen wil de fractie van de ChristenUnie graag helderheid krijgen. Verder sluit ik mij aan bij het een en ander dat is gezegd door mijn collega’s.

De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. Het standpunt van de fractie van de PVV is in dezen duidelijk; er gaat wat ons betreft geen eurocent naar deze corrupte eilanden. Toch wil ik constructief meedenken met de minister-president. Daarom zal ik een aantal voorstellen doen die volgens ons goed zijn voor de Nederlandse belastingbetaler.

Ik heb het daarbij vooral over goed bestuur. Veel problemen van de eilanden en de schulden die zij hebben opgebouwd, worden met name veroorzaakt door corruptie en nepotisme. Volgens mijn fractie moet de minister-president hierop harder inzetten. Er moeten meer garanties voor goed bestuur komen. Dat is van belang, want wij zitten hier ook voor het Antilliaanse volk, voor de mensen die in armoede leven. Mevrouw Van Gent zei zo-even al dat 33% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Deze mensen worden bedot door hun eigen corrupte systeem. Wij moeten ervoor zorgen dat corruptie wordt aangepakt. Daarom vraag ik klaarheid van de minister-president over de twee corruptiezaken waarop ik het afgelopen halfjaar heb gewezen. Ik heb geconstateerd dat de Nederlandse overheid op dit punt geen doorzettingsmacht heeft. De twee corruptiezaken gaan over de politiechef van Sint-Maarten, de heer Holiday en de wethouder Buncamper-Molanus van Sint-Maarten. Het is duidelijk dat deze twee mensen hebben gefraudeerd. De heer Holiday heeft valse paspoorten afgegeven aan veelal jonge vrouwen, die uiteindelijk in de prostitutie zijn beland. Dit is bijna niet openbaar gemaakt, maar komt neer op een moderne vorm van vrouwenhandel. Deze politiechef is gewoon in dienst gebleven, ook na zijn veroordeling. Hieruit blijkt dat Nederland geen doorzettingsmacht heeft. Alle mooie praatjes over goed bestuur blijken niet te werken. Mevrouw Buncamper-Molanus is ook betrokken geweest bij fraude, maar kan uiteindelijk gewoon haar werk als wethouder voortzetten. Dit zijn twee van de vele voorbeelden van fraudegevallen. Mijns inziens is dit gewoon een klucht. Hoe wil de minister-president dit invullen en bespreekbaar maken?

De heer Remkes had het zo-even over het referendum op Curaçao. Er is een kans dat Curaçao «nee» zegt. Wat zal er dan gebeuren? Wat zal er dan met de gelden gebeuren? Ik vind bovendien dat er ook in Nederland over het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden gesproken moet kunnen worden. Ik heb het gevoelen dat daarvoor een meerderheid is, zeker bij het Nederlandse volk. Waarom wordt over dit belangrijke onderwerp in Nederland geen referendum gehouden?

Minister Balkenende: Dat is een constructieve gedachte.

De heer Brinkman (PVV): Ik kan begrijpen dat de minister-president daarvoor bang is. Hij heeft de fout om een referendum te laten houden één keer in zijn leven gemaakt en daarvan heeft hij geleerd. Zo’n referendum zal hij niet snel weer laten houden. Toch zal hij er rekening mee moeten houden dat het Nederlandse volk zo’n referendum wil. Het gaat nu nog allemaal fijn, maar wij weten niet wat er volgend jaar zal gebeuren. Het zou zomaar kunnen dat wij opnieuw naar de stembus moeten. De minister-president moet er daarom echt rekening mee houden dat dit een belangrijk punt is voor het Nederlandse volk. Ik geef hem de gedachte om zo’n referendum te houden echt in overweging en vraag hem om een reactie.

Antwoord van de bewindslieden

Minister Balkenende: Voorzitter. De heer Remkes heeft er zojuist al op gewezen dat ik tijdens de Ronde Tafel Conferentie voorzitter van het totaal zal zijn. Nederland in het bijzonder wordt gerepresenteerd door de staatssecretaris. Deze constatering is niet irrelevant. Tijdens de vorige (start-)RTC was de heer Pechtold aanwezig namens Nederland, terwijl ik toen ook al aanwezig was namens het totaal. Ik moet er dus op toezien dat afspraken die zijn gemaakt, ook worden nagekomen, dat er een goede invulling wordt gegeven aan de agenda en dat algemene signalen worden gegeven. Ik zit dus niet «op de Nederlandse stoel». Dit is belangrijk, omdat het de verhouding raakt tussen wat de staatssecretaris doet en wat ik doe. Ik stel het op prijs dat de Kamer mij gelegenheid geeft om hierover met haar van gedachten te wisselen.

De heer Van Raak stelde dat het tijdens deze RTC feitelijk gaat om het werken aan een nieuwe start voor de verhoudingen binnen het Koninkrijk. Mijns inziens heeft hij dit goed verwoord. Ik hoor dat woordvoerders zich hierover veel zorgen maken. Die zorgen gaan over onder andere over het financieel beheer en de rechtshandhaving. Bij de start-RTC ging het echter nu juist om de totstandbrenging van veranderde verhoudingen, waarbij wij elkaar in de ogen moeten kunnen kijken. Nederland heeft zich bereid verklaard om zijn bijdrage te leveren aan het oplossen van de financiële problematiek. Daarmee is onder verantwoordelijkheid van een vorig kabinet een grote last aangegaan. Toen is echter de voorwaarde gesteld dat er op andere terreinen voortgang zou worden geboekt. Die voortgang is absoluut noodzakelijk.

Ik noem het financieel toezicht als voorbeeld. Hierbij spelen de heer Weitenberg en zijn mensen een belangrijke rol. Op de BES-eilanden wordt hierdoor gesproken over een verbetering van de kwaliteit van het financieel management. Men weet dat er op dit punt gewoon moet worden geleverd. Ook toen ik zelf laatst op de eilanden was, werd gesproken over de vraag wat er gebeurt om tot een verbetering van de financiële systematiek te komen. Men weet wat er wordt verlangd. Een ander voorbeeld is de rechtshandhaving. Hierover zijn veel zorgen. Toen ik op Sint-Maarten was, heb ik een buitengewoon helder signaal afgegeven over de manier waarop wij tegen zaken aankijken; dat zullen de woordvoerders hebben gemerkt. Op Sint-Maarten zijn zeer veel problemen op dit punt. Ik deel de zorgen die hierover bij de Kamer leven. De situatie zal beter moeten worden. Dit is een aspect waarop de staatssecretaris zal ingaan. Wij hebben dus een algemene lijn met elkaar uitgezet. Die lijn houdt in dat Nederland zal bijdragen aan veranderingen van verhoudingen binnen het Koninkrijk – wat een wens is van de eilanden zelf – en aan het terugdringen van de financiële problemen, op voorwaarde dat tegelijkertijd sprake zal zijn van meer integriteit, een betere rechtshandhaving en een betere financiële systematiek. Mijns inziens moeten wij de RTC benutten om deze algemene lijn te benadrukken. Ik zal dit naar voren brengen in mijn algemene rol van voorzitter.

De heer Van Raak (SP): Wat is de status van de Ronde Tafel Conferentie? Die is al over een paar dagen. Ik zie dat de minister-president boos reageert, maar ...

Minister Balkenende: Ik ben niet boos, maar het lijkt mij handig als ik even mijn verhaal mag afmaken, zodat wij ...

De heer Van Raak (SP): Tijdens de Ronde Tafel Conferentie zou de ontwerpfase worden afgerond. Als ik de minister-president echter hoor spreken, concludeer ik dat deze ontwerpfase op stoom is, maar nog lang niet is afgerond.

De voorzitter: Wij laten de minister-president eerst uitspreken. Daarna is er gelegenheid voor een korte tweede ronde.

Minister Balkenende: Ik vat dit op als een soort opwarmer om te komen tot de beantwoording van een aantal meer concrete vragen. Dit overkomt mij vaker. Bovendien begrijp ik de vraag van de heer Van Raak.

Ik kom eerst op de vraag van de heer Remkes naar de agenda van de RTC. Hij weet dat er op dit moment nog geen formele agenda is. De voorbereidingscommissie van de RTC stelt aanstaande vrijdag 12 december de agenda vast. Dit is conform wat bij de instelling van de RTC is geregeld. Noch Nederland, noch de voorzitter bepaalt dus van tevoren de agenda. Die is de vrucht van het overleg in de voorbereidingscommissie. De heer Remkes vraagt wat de verwachting over de agenda is. Ik verwacht dat de hoofdmoot van de agenda zal bestaan uit de toetsing van de ontwerpstaatsregelingen en andere organieke wetten van Curaçao en Sint-Maarten aan de criteria die in de start-RTC zijn vastgelegd.

De heer Remkes en de heer Van Raak hebben gevraagd of onomkeerbare stappen worden gezet. Dit raakt ook de vraag wat de status is van het overleg van volgende week. Gaat het om een startfase of om een implementatiefase? Eerst wil ik zeggen dat de Tweede Kamer door brieven en in overleggen van elke stap op de hoogte is gesteld. De staatkundige vernieuwing vindt zijn afronding in de wetten voor de BES-eilanden en in diverse regels en wetten, waaronder de rijkswet tot aanpassing van het Statuut. Het Nederlandse parlement is rijkswetgever en heeft dus in de wetgeving het laatste woord. Het is goed om te benadrukken dat in die zin het kabinet dus niet zonder het parlement onomkeerbare stappen kan zetten. Wat wij tijdens de RTC bespreken, zal ook met de Kamer voluit worden besproken. De Tweede Kamer is bovendien rijkswetgever. De Kamer heeft dus niet alleen rekening te houden met de Nederlandse belangen, maar ook met de belangen van het Koninkrijk. Dit geldt zeker ook als zij spreekt over de regelingen die tijdens de RTC aan de orde zijn.

Hoe kan de RTC de ontwerpfase afronden en de implementatiefase doen ingaan? De ontwerpfase wordt afgerond in wetgeving, waarbij het parlement betrokken is. Ik ben voornemens om tijdens de RTC af te spreken dat ook tijdens de implementatiefase wordt voorzien in toetsingsmomenten, op dezelfde manier als in de afgelopen fase de toetsingsadviescommissie toetsingsmomenten heeft toegepast. Met andere woorden: wij zullen geen carte blanche afgeven aan de RTC. Deze opmerking is vrij cruciaal. Wij moeten goed weten dat de agenda komende vrijdag zal worden vastgesteld. Wat is gebeurd in het verlengde van het proces dat is gestart met de start-RTC, gaat met name over de toetsing van nu voorliggende regelingen. Deze regelingen zijn tot stand gekomen op grond van wat eerder is afgesproken. Wij behandelen tijdens de RTC dus de regelingen waarop de staatssecretaris straks nader zal ingaan. Ik zal erop letten dat er ook in het vervolg toetsingsmomenten worden ingebouwd. Ik zal er als voorzitter bovendien op letten dat de zorgen naar voren worden gebracht die ook in de Kamer leven. Wij moeten elkaar scherp houden op punten als de strijd tegen de corruptie, de kwaliteit van de rechtshandhaving en de kwaliteit van het financiële beheer. Het zal mijn rol als voorzitter zijn om iedereen op deze punten scherp te houden. Wij moeten tegen elkaar zeggen: dit werkt alleen als wij elkaar houden aan de afspraken die zijn gemaakt. Dit geldt ook voor de situatie op Sint-Maarten. Ik ben altijd duidelijk geweest over de zorgen die wij hierover hebben.

De heer Leerdam heeft gevraagd naar de positie van de verschillende eilanden. Aruba heeft steeds gesteld dat het constructief zal meewerken aan de veranderingen binnen het Koninkrijk. Aruba heeft uiteraard wensen op dit punt, bijvoorbeeld ten aanzien van het Hof van Justitie. Hierover heb ik gesproken met mijn collega Oduber, de minister-president van Aruba. Ik heb hem gezegd dat ik graag wil nadenken en spreken over de verdeling van de instellingen voor rechtshandhaving over de eilanden. Dat wil ik doen met Aruba en met de andere eilanden. Een dictaat waarin Aruba stelt dat het de instellingen van Curaçao zal overnemen, is echter uiteraard niet aanvaardbaar. Wij hebben een oplossing gevonden voor de vraag hoe wij hier verder mee omgaan. Ik verwacht dat Curaçao dit proces zal steunen, zoals minister-president Oduber heeft gezegd. Op dit punt zullen wij een oplossing moeten vinden. Dit is een gevoelig punt, maar voor het overige zijn er geen problemen over de inhoud van de aanpak.

Wij doen geen definitieve uitspraken over data. Er is gesteld dat de positie van Sint-Maarten een gelopen race is. Dat is echter onjuist. Ik stel met nadruk dat de inhoud eerst goed geregeld moet zijn. De inhoud komt eerst! Als hierover geen helderheid bestaat, zal dat problemen veroorzaken. Ik zal hierop nadrukkelijk toezien, opdat wij daarmee geen gedoe krijgen.

Ik heb een aantal punten genoemd die mijn rol als voorzitter regarderen. Ik heb de intentie genoemd waarmee ik de RTC zal voorzitten. Ik heb gesproken over de start van de veranderingen binnen het Koninkrijk en over het elkaar scherp houden over de gemaakte afspraken. Ik zal alle partijen daarop aanspreken. Zaken rond mijn algemene rol heb ik daarmee duidelijk naar voren gebracht. Er zijn vragen gesteld over het referendum op Curaçao en over de financiële gevolgen daarvan. Het lijkt mij goed als de staatssecretaris deze vragen beantwoordt.

De heer Remkes (VVD): Het lijkt mij eerlijk gezegd verstandiger om de resterende tijd van dit algemeen overleg te gebruiken om te spreken over de rol van de minister-president.

De voorzitter: Gaat de staatssecretaris daarmee akkoord?

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Voorzitter. Dat lijkt mij prima, want de commissie en ik hebben morgen drie uur beschikbaar om in een algemeen overleg met elkaar over deze onderwerpen te spreken. Ik wil nu echter nog enkele zaken toevoegen aan wat de minister-president zojuist heeft gezegd over zijn rol van voorzitter van de RTC. Over de positie van Nederland wil ik één algemene opmerking maken. Op de concrete punten, zoals de schuldsanering en de politie, zal ik morgen spreken.

Ik heb de Kamer steeds op de hoogte gehouden van alle stappen die ik namens de Nederlandse regering heb gezet. Daarbij geldt dat de regering regeert en het parlement controleert. Het parlement komt bij alle regelingen dus uitgebreid en breed aan bod, want alle wetgeving zal in de Tweede Kamer worden behandeld. Ik wil nu slechts ingaan op de vraag die is gesteld, waar wij dit nu eigenlijk allemaal voor doen. Ik heb steeds gesteld dat ik mij strak houd aan het slotakkoord dat in 2006 is overeengekomen. Wij waren het toen allemaal eens over het feit dat de dubbele bestuurslaag op de Antillen niet werkt. Mijns inziens zijn wij het daarover nog steeds eens.

De heer Remkes (VVD): Voorzitter, ik heb eerlijk gezegd meer behoefte aan een tweede termijn voor de Kamer dan aan een uiteenzetting van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik vind dat prima. Ik zeg alleen dat wij niet doen aan staatkunde om de staatkunde te veranderen. Dit proces moet uiteindelijk resulteren in iets dat voordeel heeft voor de burgers. Hierover zullen wij verder spreken tijdens het algemeen overleg van morgen.

Nadere gedachtewisseling

De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Kan de minister-president mij een antwoord geven op de financiële vraag? Die is volgens mij namelijk voor het verdere proces van wezenlijke betekenis.

De agenda van de RTC staat nog niet vast. Ik zou het zeer op prijs stellen als de voorbereidingsprocedure voor toekomstige RTC’s zo zou worden ingericht dat de Kamer inzicht kan krijgen in de agenda op de manier die ook in Brussel wordt gehanteerd.

Een aantal van de staatsregelingen die ter toetsing voorliggen, hebben wij gezien, bijvoorbeeld de verordeningen over de beloning van het politieke personeel. Ik zag op deze lijst ook een groot aantal belastingverordeningen staan. Als die worden getoetst en afgezegend tijdens de RTC, hebben wij een probleem. Daarvoor wil ik indringend waarschuwen. Ik kan mij niet voorstellen dat dit op deze manier aan de orde komt.

Het is een illusie dat binnen één jaar de rechtshandhaving op Sint-Maarten materieel op orde kan worden gebracht. Een politiek signaal hierover kan beter nu al worden gegeven. Wij moeten daarmee niet procesmatig nog weer even wachten. Ik adviseer de regering dringend om het politieke signaal hierover nu al zeer duidelijk af te geven.

De heer Van Raak (SP): Voorzitter. Bij een rondetafelconferentie sluit de tafel zich. Men zit daarbij niet meer tegenover elkaar, maar naast elkaar. Dit betekent dat je tijdens een rondetafelconferentie besluiten neemt. Ik heb de minister-president gevraagd om vandaag zo vroeg hier te komen, om hem te waarschuwen dat hij geen verwachtingen op de eilanden moet wekken die wij niet kunnen waarmaken. Hij moet geen verwachtingen wekken over Sint-Maarten, want het zal niet lukken op deze manier. Laat hem alsjeblieft bij de mensen op Sint-Maarten en op Curaçao niet de verwachting wekken dat wij goed op weg zijn, want wij zijn er nog lang niet. Ik vraag mij af wat precies de status van de RTC wordt. Volgens mij moet de conclusie straks zijn dat er een stapje is genomen en dat er nog erg veel stappen genomen moeten worden.

Op het punt van de belastingen en de belastingparadijzen is nog niet een begin gemaakt aan een oplossing. Op dit punt is nog geen enkele stap gezet. Als ik de stukken lees, moet ik concluderen dat er zelfs stappen achteruit zijn gezet. Ik kan bij de regering niet de verwachting wekken dat de Kamer zou kunnen instemmen, als er geen regeling is die moet leiden tot fatsoenlijke inkomsten voor de eilanden. Daarop heb ik al vanaf het begin van het proces gewezen en ik heb de staatssecretaris hiervoor al vaak gewaarschuwd. Als wij levensvatbare staten willen maken, zal er ook iets moeten gebeuren aan de inkomsten. Tot nu toe gebeurt dat echter niet.

Wat vindt de minister-president, als verantwoordelijke voor het geheel, van opmerkingen van mij en anderen in de Kamer dat wij ook een discussie zullen moeten voeren over het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, en met name over de waarborgfunctie? Gaandeweg het proces, bij elke stap die wordt gezet, moeten wij kunnen ingrijpen als er sprake is van corruptie en wanbeleid.

De heer Leerdam (PvdA): Voorzitter. Hoogstwaarschijnlijk zal er na de komende RTC nog een volgen. In ieder geval krijgt de Kamer waar nodig de mogelijkheid om uitgebreid met de staatssecretaris en eventueel ook met de minister-president over dit onderwerp verder te spreken. De minister-president weet hoe mijn fractie denkt over de situatie op Sint-Maarten. Hij stelde dat de BES-eilanden goed op weg zijn. Dat geloof ik graag. Wij moeten echter voorkomen dat wij daardoor minder oog en oor krijgen voor de situatie op de anderen drie eilanden. Ook Aruba moet bij dit proces betrokken blijven.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik zal morgen op een aantal punten terugkomen. Met de heer Remkes zeg ik dat het beter zou zijn als de Kamer voorafgaand aan een RTC over de agendapunten zou kunnen spreken. Wij hebben nu elke keer hetzelfde gedoe met agenda’s, ook bij het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties (POK). Het blijkt nogal lastig om een agenda op te stellen en inhoudelijk goede discussies te voeren. Dat vind ik erg jammer. Als er meer duidelijkheid zou zijn over de agenda, zou de Kamer van tevoren aan kunnen geven waar haar insteek ligt. De Kamer zou dan duidelijk kunnen maken wat de controlepunten worden bij terugkeer van het overleg. Nu is dat onduidelijk en lastig voor de Kamer, maar ook voor de deelnemers aan de Ronde Tafel Conferentie. Ik mag toch aannemen dat de regering op de conferentie niet voorzichtig als een egeltje onderhandelt? Ik neem ook aan dat de regering rekening houdt met de meningen in de Kamer. Ik hoop dat zij daarvan doordrongen is. Als dat niet zo is, werkt zij zich namelijk in de nesten.

Over Sint-Maarten stelt de minister-president: inhoud eerst. Daarmee ben ik het eens, maar wij moeten geen illusiepolitiek voeren. Wij moeten niet net doen alsof het allemaal wel goed zal komen na nog een jaartje hier en daar wat puntjes op de i zetten. Ik vrees namelijk dat dit niet het geval is. Wij moeten niet tegen beter weten in zaken verzwijgen over Sint-Maarten, of zaken boven de markt laten hangen omwille van de lieve vrede. Kan de minister-president daarop reageren?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. De toetsingsadviescommissie heeft onderzocht op welke manier is voldaan aan de criteria en daarover gerapporteerd. Op basis daarvan is een aantal aandachtspunten opgesteld, zowel voor Sint-Maarten als voor Curaçao. Het is mij nog steeds niet duidelijk of dit tijdens de Ronde Tafel Conferentie wordt overgedaan, of dat alleen het rapport van de toetsingsadviescommissie wordt besproken. Zijn de aandachtspunten bespreekbaar? Verder heb ik gevraagd naar een datum, niet van de slotconferentie, maar van een vervolgconferentie. In de brief van de staatssecretaris staat immers dat een aantal wetten nog moet worden getoetst. Naar ik aanneem zal er dus sprake zijn van een vervolg-RTC. Zal daarvoor een datum worden vastgesteld?

De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. De Kamer heeft deze ochtend een aantal concrete vragen gesteld, maar ik heb van de minister-president geen enkel concreet antwoord gehoord. Ik stel de vragen dus nogmaals. Wat gaan wij doen als Curaçao «nee» zegt bij het referendum? Wat zal er dan gebeuren met de gelden? Worden die dan teruggeëist door Nederland? Ik pleit voor doorzettingsmacht op het punt van goed bestuur en corruptie. De staatssecretaris en de minister-president hebben beide gesteld dat mensen worden vervolgd en veroordeeld. Feit blijft echter dat deze mensen daarna gewoon in dienst blijven. Ik heb twee voorbeelden genoemd. Kan de minister-president zeggen wat hij vindt van de zaak Holiday? Daarbij gaat het om een commissaris van politie die aan vrouwenhandel doet en toch gewoon commissaris van politie kan blijven. Wat vindt de minister-president van de zaak Buncamper-Molanus? Zij kan gewoon haar functie van wethouder blijven uitoefenen. Kan de minister-president hierop concreet antwoorden? Hoe kunnen zulke zaken in de toekomst worden vermeden? Kan de minister-president ons ten slotte garanderen dat bij toekomstige tekorten op de eilanden niet opnieuw bij Nederland aan de bel wordt getrokken? Ik ontvang hierop graag een concreet antwoord.

De voorzitter: Wij zijn wat onhoffelijk geweest tegen de staatssecretaris, maar ik beloof haar dat wij dat morgen goedmaken met een urenlang gesprek.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Daarvoor was ik al bang, voorzitter.

Minister Balkenende: Ik kan de voorzitter melden dat de staatssecretaris zich daarop al verheugt.

Voorzitter. Ik zal eerst ingaan op de financiën. Ik heb in de eerste termijn al gesteld dat het hierbij gaat om een totaalpakket, namelijk om enerzijds schuldverlichting door Nederland en anderzijds verplichtingen van de eilanden. Ik zal nu niet ingaan op de vraag wat er moet gebeuren als de uitslag van het referendum negatief is. Ik vind dat namelijk een te negatieve insteek, maar zie wel het punt dat de heer Brinkman aanroert. Het is in dit verband goed om nog eens te zeggen dat wij het geld voor de schuldverlichting niet in één keer overmaken, waarna men zijn gang weer zou kunnen gaan. De komende tijd zal op een graduele manier aan het proces van schuldsanering worden gewerkt. Tegelijkertijd zal van de eilanden het een en ander worden verlangd. Als de uitslag van het referendum negatief is en men zegt dan men zich niets wil aantrekken van bijvoorbeeld zaken rond rechtshandhaving of financieel beheer, dan hebben wij met elkaar een probleem. Dan zullen zaken aan de orde komen die op een gegeven moment de voortgang van de schuldverlichting zullen bemoeilijken. Dit is wat ons betreft een kwestie van gelijk oversteken. Er wordt geen onvoorwaardelijk proces van schuldverlichting in gang gezet. In mijn rol van voorzitter van de RTC zal ik benadrukken dat wij voortdurend met elkaar moeten optrekken. Dat betekent dat alle verplichtingen wederzijds worden nagekomen. Zo is de start-RTC begonnen en daaraan houden wij elkaar scherp. Er mag geen situatie ontstaan waarbij tussentijds zand in de machine wordt gegooid. De staatssecretaris zal hierop morgen nader ingaan.

De heer Remkes (VVD): Nederland houdt dus een zekere beschikkingsmacht over het bedrag voor de schuldsanering?

Minister Balkenende: Ja.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ja, wij maken het geld pas over aan het einde van het proces. Wij nemen de schuldtitels nu niet over, maar pas aan het einde van het proces.

Minister Balkenende: Daarmee heeft de Kamer een waarborg als het referendum een «nee» oplevert.

De agenda wordt samengesteld in overleg met alle partners. De Kamer verzoekt mij, hierover voortaan vooraf te kunnen spreken. Ik benadruk dat het de Kamer altijd vrij staat om haar opvattingen te geven, los van de agendering. Wij zullen de komende dagen spreken over de toetsing van een en ander. Dat betekent niet dat de Kamer over andere zaken haar gevoelens niet mag overbrengen. Ik heb een duidelijke lijst van aandachtspunten van de Kamer meegekregen. Ik zal echter ook bezien wat wij kunnen doen om het agenderingsproces te bespoedigen. Ik kan daarover geen garanties geven. Ik begrijp het verzoek van de Kamer wel. Ik wijs daarbij echter ook op de woorden van de heer Van Bochove: de regering regeert en de Kamer controleert. De Kamer moet echter ook vooraf haar gevoelens kunnen laten horen. Dat is volstrekt normaal en dat hoort een parlement te doen. Ik zal bezien wat wij kunnen doen om de Kamer voortaan dusdanig vooraf te bewerktuigen, dat wij een gesprek met elkaar over de agenda kunnen voeren. Ik zal daarover met mijn mensen overleggen. Het signaal is helder: de Kamer wil tijdig bij zaken betrokken kunnen zijn. In de eerste plaats is daarbij van belang dat verantwoording wordt afgelegd nadat een overleg heeft plaatsgevonden. De Kamer wil in de tweede plaats echter ook haar opmerkingen vooraf kunnen geven. Wij zullen bezien of wij daar een mouw aan kunnen passen.

Ik zal niet ingaan op de concrete zaken op het punt van politie en justitie, maar wel op de algemene criteria die wij met elkaar vaststellen. Dit raakt ook de vragen over financieel toezicht. De staatssecretaris zal morgen meer gedetailleerd ingaan op de punten die naar voren zijn gebracht. Tijdens de RTC zullen de algemene kaders worden vastgesteld die relevant zijn voor bijvoorbeeld het financieel toezicht.

Ik ben mij bewust van de problemen op Sint-Maarten en ben daarover buitengewoon helder geweest toen ik op dat eiland was. Dat is mij niet door iedereen in dank afgenomen. Ik vond het echter noodzakelijk om glashelder de ongewenste situaties vast te stellen. De Kamer waarschuwt mij voor het wekken van verwachtingen. Men adviseert mij, niet te preluderen op situaties als niet is voldaan aan wat moet worden gerealiseerd. Dat heb ik duidelijk gehoord en zo sta ik zelf ook in deze zaak. Wij moeten niet met data gaan werken. Wij zullen benadrukken dat het om de inhoud gaat. Pas als aan de voorwaarden is voldaan, zal worden bezien of Sint-Maarten de status kan krijgen. Zo ver is het op dit moment niet.

Deze RTC heeft de status van een belangrijk tussenstation. Inderdaad was het aanvankelijk de bedoeling dat wij aan het einde van dit jaar verder zouden zijn. Het is gebleken dat wij zover nog niet zijn. Zorgvuldigheid staat altijd voorop, niet het halen van een grens in de tijd. Daarom is deze RTC een belangrijk tussenstation.

Er is gesproken over de waarborgfunctie en de mogelijkheid om in te grijpen bij corruptie. Het is goed om te stellen dat er mogelijkheden zijn om in te grijpen. In zo’n situatie zal het echter wel het Koninkrijk zijn dat ingrijpt. Nederland intervenieert niet op de eilanden. Daarvoor zijn voorzieningen krachtens het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Bij de discussie over het Statuut zelf is de Kamer uiteraard betrokken. Met andere woorden: er is een waarborgfunctie in de vorm van de interventie-instrumenten van het Koninkrijk.

De heer Van Raak (SP): Elk der landen draagt verantwoordelijkheid voor een goed bestuur. Als wij op een goed moment Curaçao en Sint-Maarten meer onafhankelijkheid kunnen geven, lopen wij in het begin het grootste gevaar. Waarom stelt de minister niet voor om een discussie over het Statuut te openen, om te bezien of de waarborgfunctie kan worden uitgebreid? Het moet ook mogelijk zijn dat Nederland kan ingrijpen in geval van corruptie en wanbeleid.

Minister Balkenende: De eilanden hebben uiteraard een eigen verantwoordelijkheid. De heer Van Raak vraagt hoe wij kunnen ingrijpen als het hiermee mis gaat. Daarvoor zijn voorzieningen, namelijk de bevoegdheden die het Koninkrijk op dit punt heeft. Daarvan zullen wij gebruik moeten maken. Wij kunnen ons immers niet neerleggen bij corruptie en andere duistere praktijken. De heer Van Raak heeft het echter specifiek over Nederland dat zou moeten kunnen ingrijpen. Ik zeg hem daarop dat daarvoor binnen het Koninkrijk voorzieningen zijn. Wij kunnen spreken over de vraag hoe deze voorzieningen worden toegepast, maar wij moeten niet de functie die nu bij het Koninkrijk ligt, in handen van Nederland brengen. Dat past niet binnen de verhoudingen binnen het Koninkrijk.

De heer Brinkman (PVV): Wie betaalt, bepaalt. Volgens mij is Nederland op dit punt het land dat betaalt. De minister-president moet niet terugvallen op het Statuut, maar insteken op het afdwingen van garanties. Nederland is immers bereid om vele miljarden naar de eilanden te sturen. Het gaat daarbij om garanties voor goed bestuur. Op dat punt is immers het grootste lek.

Minister Balkenende: De heer Brinkman gaat uit van het principe: wie betaalt, bepaalt. Nederland heeft gezegd dat er een oplossing moet worden gevonden voor de schulden van de eilanden. Nederland heeft daarbij geen carte blanche afgegeven, maar heeft tegenprestaties gevraagd. Dat is een proces waar wij op dit moment middenin zitten. Het financieel toezicht op de BES-eilanden is op dit moment beter dan ooit. Er worden dus stappen vooruit gezet. Ook voor Curaçao en Sint-Maarten is een proces nodig waarbij het financieel toezicht op een hoger plan wordt gebracht. Wij kennen voorzieningen om in te grijpen. Ingrijpen gebeurt via het Koninkrijk; dat is de reguliere weg. Als de Kamer zegt: dat willen wij niet, dan gaat het daarbij om een andere discussie. Mijns inziens zijn de mogelijkheden om in te grijpen echter voldoende aanwezig. Ik zou veel liever het debat aangaan over de vraag hoe binnen het Koninkrijk de bestaande regelingen worden toegepast. Dat is echter een andere vraag dan de vraag hoe Nederland moet kunnen interveniëren zonder de gangbare regelingen in acht te nemen.

De heer Leerdam heeft erop gewezen dat wij niet alleen aandacht moeten besteden aan de BES-eilanden, maar ook oog moeten houden voor de andere eilanden. Daarmee ben ik het eens en dat heb ik goed gehoord. Wij moeten oog blijven houden voor zowel de positieve als de negatieve kanten van deze eilanden.

Mevrouw Van Gent heeft mij gewaarschuwd voor het bedrijven van illusiepolitiek over Sint-Maarten. Mijns inziens zitten wij op dat punt op eenzelfde lijn.

Het rapport van de toetsingsadviescommissie wordt met alle partijen besproken. Op basis daarvan trekken wij met elkaar conclusies. Voor een vervolgconferentie is geen datum vastgesteld. Dat kan ook niet, want ook dat is afhankelijk van de inhoud.

Op de twee concrete corruptiezaken die de heer Brinkman noemt, zal de staatssecretaris morgen nader ingaan. Ik benadruk dat het OM bij deze zaken een rol speelt. Wij kunnen veel kritiek hebben op de situatie. Toch is het feit dat er op een gegeven ogenblik bepaalde mensen worden aangepakt, een stap in de goede richting. Het zal moeten blijken of het genoeg is. Laten wij echter niet doen alsof er helemaal niets gebeurt. Ik zie dat bepaalde stappen worden gezet.

De Kamer en ik hechten evenveel belang aan integriteit van het bestuur, strijd tegen corruptie en het aanpakken van figuren die niet deugen. Wij moeten daarbij goed bezien welke instrumenten er al bestaan om deze zaken aan te pakken. Ik merk in dit gesprek dat er interpretatieverschillen bestaan over de vraag of het Koninkrijk moet ingrijpen of Nederland. Dat is een fundamentele vraag die het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden raakt. Ik vind dat er voor ingrijpen binnen het Koninkrijk voorzieningen zijn. Wij kunnen met elkaar het debat voeren over de vraag of die voorzieningen op een effectieve manier worden ingezet. Ik wil echter niet de stap zetten om die voorzieningen in handen van Nederland te leggen. Anderen kijken daar wellicht op een andere manier tegenaan.

De staatssecretaris zal morgen nader met de Kamer van gedachten wisselen over diverse onderwerpen. Na de RTC zullen wij in de Kamer verantwoording afleggen over het behaalde resultaat. Ik ben blij met deze RTC als stap in een proces. Ik ben ook blij met dit algemeen overleg, waarin ik duidelijk de standpunten van de Kamer heb gehoord. De Kamer vindt het goed dat de stap wordt gezet, maar heeft ook duidelijk haar zorgen geëtaleerd op tal van terreinen, zoals dat van financiën, corruptie, voortgang van het proces, weegmomenten en interventies. Gewapend met deze kennis zal ik zeer gemotiveerd straks het voorzitterschap op mij nemen. Wij zijn met elkaar een bepaald proces ingegaan. Daaraan zullen alle partijen hun bijdrage moeten leveren. Ik dank de Kamer voor haar inbreng.

De voorzitter: De Kamer dankt de minister-president voor zijn inbreng. Wij zullen hem met veel belangstelling volgen op de Antillen. Morgen zullen wij doorpraten met de staatssecretaris, de onderhandelaar namens Nederland. Daarvoor hebben wij ruim de tijd uitgetrokken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

Van Beek

De griffier van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

De Gier


XNoot
1

Samenstelling:

Van Beek (VVD), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Blok (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Remkes (VVD), Van Bochove (CDA), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Sterk (CDA), Leerdam (PvdA), ondervoorzitter, Van Hijum (CDA), Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Gill’ard (PvdA), Lempens (SP), Ouwehand (PvdD), Kuiken (PvdA) en De Rouwe (CDA).

Plv. leden: Ten Broeke (VVD), Halsema (GroenLinks), Van Leeuwen (SP), Van der Vlies (SGP), Zijlstra (VVD), Wolbert (PvdA), Weekers (VVD), De Nerée tot Babberich (CDA), Poppe (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Spekman (PvdA), Voordewind (ChristenUnie), Graus (PVV), Koşer Kaya (D66), Bouchibti (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD) en Kalma (PvdA).