Kamerstuk 30420-200

Verslag van een algemeen overleg

Emancipatiebeleid

Gepubliceerd: 1 augustus 2013
Indiener(s): Agnes Wolbert (PvdA)
Onderwerpen: cultuur cultuur en recreatie
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30420-200.html
ID: 30420-200

Nr. 200 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 1 augustus 2013

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 13 juni 2013 overleg gevoerd met Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over:

  • de hoofdlijnenbrief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 mei 2013 over het emancipatiebeleid 2013–2016 (Kamerstuk 30 420, nr.180);

  • de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 22 januari 2013 inzake de reactie op het SCP-onderzoek Worden wie je bent (Kamerstuk 27 017, nr. 96);

  • de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 november 2012 inzake de tweede voortgangsrapportage emancipatiebeleid (Kamerstuk 30 420, nr.177);

  • de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 april 2013 met de lijst van vragen en antwoorden op vragen van de commissie inzake de tweede voortgangsrapportage emancipatiebeleid (Kamerstuk 30 420, nr.179);

  • de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 oktober 2012 inzake de aanbieding van het onderzoeksrapport Sociale onveiligheid van LHB schoolpersoneel en LHB leerlingen (Kamerstuk 33 421, nr. 2);

  • de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 23 mei 2013 inzake de voortgang van het richtlijnvoorstel Gendergelijkheid bij beursgenoteerde bedrijven COM (2012) 614 (Kamerstuk 33 483, nr.6);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 4 juli 2013 inzake uitstelbericht kabinetsreactie adviezen op verscheidene onderwerpen binnen het vreemdelingenbeleid (Kamerstuk 19 637, nr. 1699).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Wolbert

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Kler

Voorzitter: Wolbert

Griffier: Boeve

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bisschop, Karabulut, Van Klaveren, Klein, Van Tongeren, Venrooy-van Ark, Van Weyenberg, Wolbert en Yücel,

en Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar Ministerie.

Aanvang 14.05 uur

De voorzitter: Welkom bij dit algemeen overleg van de vaste Kamercommissie voor OCW. Op de agenda staat het emancipatiebeleid. Ik heet de Minister en haar medewerkers van harte welkom, evenals de leden en de mensen op de publieke tribune. Ik heb een mededeling vooraf. De woordvoerster van D66, mevrouw Pia Dijkstra, kan niet aan het overleg deelnemen. Ze laat zich vervangen door de heer Van Weyenberg, die iets later komt. We hebben afgesproken dat de leden vijf minuten spreektijd hebben.

Mevrouw Yücel (PvdA): Voorzitter. De Partij van de Arbeid vindt het emancipatiedebat heel belangrijk omdat emancipatie in essentie draait om vrijheid en gelijkwaardigheid. Ik dank de Minister voor haar uitgebreide emancipatieagenda. Ik prijs haar specifiek voor het historische kader waarin ze haar agenda in de emancipatiebrief heeft geplaatst. Dat geeft niet alleen inzicht over waar we vandaan komen en waarom, maar moedigt ook aan om dat wat is bereikt, te koesteren en verder te brengen. We steunen de inzet van deze Minister. Ik beperk mijn bijdrage dan ook tot een aantal punten waarvoor mijn fractie extra aandacht wil vragen.

Ik begin met de vrouwenemancipatie en allereerst met de gender pay gap. Vrouwen in Nederland verdienen anno 2013 voor gelijk werk nog steeds gemiddeld 18% minder dan mannen. Dat is Nederland onwaardig. Er is de afgelopen decennia aandacht voor geweest, maar het blijkt een hardnekkig probleem. Dat moet stoppen. Daarom heeft de PvdA een actieplan opgesteld dat we graag met de Minister willen delen en we vragen haar reactie hierop. We overwegen onder andere een initiatiefwetsvoorstel voor gelijke beloning waarin we de positie van de ondernemingsraad versterken, die zo mede het beleid kan beïnvloeden van een bedrijf dat bezig is met het wegwerken van die beloningsverschillen. We willen geen adviesrecht, geen vrijblijvendheid, maar een soort instemmingsrecht. Daarnaast willen we door dit wetsvoorstel bedrijven verplichten om een paragraaf in hun sociaal jaarverslag op te nemen waarin ze laten zien of, en zo ja, welke beloningsverschillen er binnen hun bedrijf zijn, en welk beleid ze voeren om die beloningsverschillen terug te dringen.

Verder willen we jaarlijks een equal pay day. Afgelopen jaren was er het ene jaar wel een equal pay day, en het andere jaar weer niet. Vaak merkten heel veel vrouwen er niets van, evenals heel veel managers. Wat ons betreft moet er jaarlijks een equal pay day komen waarvoor veel publiciteit en aandacht is. Dat helpt bij de bewustwording. Beloningsverschil is namelijk een hardnekkig probleem. Het helpt om het probleem op de agenda te houden en de bewustwording steeds weer aan te wakkeren en te versterken.

Daarnaast willen we een award voor bedrijven die een goed beloningsbeleid voeren en de verschillen goed weten weg te werken. Naming-and-shaming kan een onderdeel zijn in dit beleid. Met deze aanpak maken we transparant welke bedrijven op welke wijze beloningsverschillen willen wegwerken. Daarnaast lijkt het me heel zinvol om een specifiek meldpunt op te richten bij het College voor de rechten van de mens. Het is dan meer zichtbaar waar vrouwen hun klachten kunnen indienen zodat die goed uitgezocht kunnen worden.

Ten slotte vraag ik de Minister of ze samen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek wil instellen naar de scheve beloning in sectoren en beroepen waarin veel vrouwen werken ten opzichte van sectoren en beroepen waarin veel mannen werken, terwijl dezelfde kwalificaties daarvan onderdeel kunnen zijn. Ik ben benieuwd naar de reactie van Minister op ons actieplan Gelijke beloning.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Ik luister naar de wensen van de PvdA in dezen. Ik vraag me af hoe er gewogen is omdat er door deze plannen wel enorm veel extra regels op bedrijven worden losgelaten. Hoe heeft de PvdA dat meegewogen bij het maken van de plannen?

Mevrouw Yücel (PvdA): Dat hebben we zeker meegewogen. Op dit moment heeft de or sowieso een taak bij het vaststellen van functiebeleid. Het enige wat eraan toegevoegd hoeft te worden, is het element van verschillen in beloning. Zoveel extra belasting is dat niet. De or had al instemmingsrecht bij het algemeen functiewaarderingsbeleid. Dit is dus geen verzwaring van regeldruk, zou ik zeggen. Bedrijven hoeven slechts dit onderdeeltje van een hardnekkig probleem aan hun sociaal jaarverslag toe te voegen. Ze doen het namelijk al met de beloningen van topfuncties en good governance. Dus het lijkt me niet een belasting die te veel is.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Ik snap de intenties. Ik betwijfel of dit plan daadwerkelijk niet zal leiden tot extra regelgeving, maar daarover komen we nog wel nader te spreken. Ik worstel er wel mee dat het mechanisme veelal zo is dat iemand kan kiezen of hij iets bij een organisatie afneemt. Ik geloof dat er ongeveer 8,3 miljoen vrouwen en meisjes in Nederland zijn. Deze doelgroep kan toch zelf een keuze maken? Moeten we niet juist dat stimuleren? Als de theorie van mevrouw Yücel is dat diversiteit leidt tot betere bedrijfsvoering, kan ik daarin ver meegaan, maar dat moet dan uiteindelijk tot uitdrukking komen in het aantal mensen dat voor een organisatie kiest. Is dat geen beter mechanisme?

Mevrouw Yücel (PvdA): Dat is een goed punt van mevrouw Venrooy. Om je ervan bewust te worden dat je bewust kunt kiezen, is het nodig dat we dit punt op de agenda hebben en ook op de agenda houden en zo die bewustwording versterken en stimuleren. Het is gewoon gebleken dat het niet opschiet, ondanks alle aandacht die we de afgelopen jaren aan bewustwording hebben geschonken. Ons actieplan is erop gericht om die bewustwording te versterken en de or deels een iets steviger positie te geven om bedrijven te helpen om die beloningsverschillen weg te werken. Ik geloof er niets van dat die bedrijven denken: laten we die vrouwen eens lekker minder gaan belonen. Zo zit het niet. Iedereen wil een rechtvaardig beloningsbeleid. Dit is dus een duwtje in de goede richting, ook voor de bedrijven.

De Minister wees terecht op het belang van financiële onafhankelijkheid voor vrouwen en mannen. Het goed kunnen combineren van arbeid en zorg is hierbij belangrijk voor vaders en moeders. De PvdA wil graag dat het kabinet de samenhang aangeeft tussen de verschillende maatregelen ten aanzien van arbeid en zorg. Ik wil hierover een motie indienen, maar ik hoor graag alvast een reactie van de Minister. Wat vindt de Minister in dit verband van de jaren 50-schooltijden die we nog steeds in Nederland hebben? Is de Minister bereid om dit samen met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen te bekijken en er iets aan te doen? Ik hoor het graag.

Ten slotte wil ik het bij dit arbeidsmarktblokje hebben over het «glazen plafond». Daarin komen soms wel barstjes en soms weer niet, maar aan diggelen gaat het zeker nog niet. Ik heb hiervoor in het vorige debat met de Minister extra aandacht gevraagd. De Minister heeft me toegezegd dat ze aan het deel naming van het naming-and-shamingprincipe uitwerking wil geven. Kan de Minister hiervan een stand van zaken geven?

Bij het blokje over vrouwenemancipatie vraag ik extra aandacht voor migrantenvrouwen.

De voorzitter: U hebt nog een minuut.

Mevrouw Yücel (PvdA): Elementaire vrijheden bevechten, die weg moeten deze vrouwen nog gaan. Kunnen we de eerkwesties binnen deze groepen bespreekbaar houden en goed op de agenda houden? Kunnen we ook de emancipatie van de allochtone mannen op de agenda zetten en invulling geven?

Ik heb het heel erg ingekort, want het blokje homo-emancipatie is net zo belangrijk. Dat is ook een lange weg geweest en er is nog een lange weg te gaan. Ook hierbij gaat het om een lange strijd voor gelijkwaardigheid en vrijheid, ongeacht je zijn. Ik ga er even heel snel doorheen. Het bespreekbaar maken en houden in allochtone kring van dit onderwerp blijft belangrijk. We zien in de statistieken dat de homoacceptatie en de beeldvorming over homo's nog flink achterlopen. Dat moeten we stevig op de agenda houden en in de praktijk brengen.

De voorzitter: Gaat u het wel afronden?

Mevrouw Yücel (PvdA): Ja, ik ga het afronden. Gezien de armoede en de sociale achterstand onder transgenders vraag ik extra aandacht voor deze groep op de arbeidsmarkt. Deze mensen hebben op dit moment echt veel problemen. Ik krijg graag een terugkoppeling van de Minister over de IDAHO-conferentie (International Day Against Homophobia) die onlangs is gehouden.

Mevrouw Karabulut (SP): Erkent de PvdA dat dit kabinet door een aantal maatregelen zowel de arbeidsmarktpositie van vrouwen, en daarmee dus de arbeidsparticipatie, als de economische zelfstandigheid van bepaalde groepen vrouwen verslechtert?

Mevrouw Yücel (PvdA): Kan mevrouw Karabulut iets specifieker zijn? Op welke maatregelen doelt ze?

Mevrouw Karabulut (SP): Het zijn er een beetje veel, vandaar dat ik dacht: ik vat het even samen. Laat ik een aantal voorbeelden geven. Alleenstaande vrouwen, zowel werkende als niet-werkende, worden door dit kabinet heel hard geraakt door het afschaffen van de alleenstaandeoudertoeslag voor uitkeringsgerechtigden en door het bezuinigen op allerlei kindregelingen, bijvoorbeeld bij de kinderopvang. Bovendien verdwijnen er door de miljardenbezuinigingen en de snoeiagenda van dit kabinet tienduizenden banen in sectoren waarin vrouwen heel hard werken. Ik noem de kinderopvang, ik noem de thuiszorg. De Minister zegt terecht dat ze juist wil stimuleren en ondersteunen dat vrouwen meer gaan werken, maar de verarmingspolitiek doet precies het tegenovergestelde. Erkent mevrouw Yücel dat en wat is haar fractie voornemens daartegen te doen?

Mevrouw Yücel (PvdA): In zijn algemeenheid heeft mevrouw Karabulut het over heel veel zaken. Als we die bekijken, moeten we het hele regeerakkoord pakken en dat is per saldo nivellerend. Dat betekent dat lagere inkomens worden ontzien, middeninkomens zo veel mogelijk worden ontzien en dat we de lasten die we in deze crisistijden met zijn allen moeten dragen, zo veel mogelijk terecht laten komen op de schouders die dat kunnen dragen.

De bezuinigingen op de kinderopvang zijn vooral bij de hogere inkomens flink en dat geeft problemen in de sector. Daarom hebben we met de motie-Hamer/Van Nieuwenhuizen-Wijbenga de Minister opdracht gegeven om een structurele oplossing hiervoor te vinden. We hebben onlangs een eerste deel van de brief van Asscher gehad en na de zomer komt er een verdere uitwerking van de plannen die we in het regeerakkoord hebben opgenomen. Ook dan zullen we weer rekening houden met «sterkste schouders, zwaarste lasten», en de lagere inkomens zo veel mogelijk ontzien. Ik kan het ook niet leuker maken; we leven in crisistijden; dus heel veel mensen krijgen de rekening.

Mevrouw Karabulut (SP): Wat ik zo eigenaardig vind en haaks vind staan op de mooie woorden die mevrouw Yücel spreekt, is dat ze bijvoorbeeld de alleenstaande ouders in de bijstand, om er één groep uit te pikken, keihard treft met haar maatregelen. Die stonden, geloof ik, op min 5,5% wat betreft inkomensachteruitgang, koopkracht. En het is niet alleen dat. Deze ouders met hun kinderen worden via al de maatregelen die ik noemde, heel hard geraakt. Dan kan mevrouw Yücel toch niet langer spreken van een doelstelling voor emancipatie van vrouwen, zeker wanneer het gaat om vrouwen die die ondersteuning het hardst nodig hebben? Gaat ze er überhaupt iets mee doen?

Mevrouw Yücel (PvdA): We hebben oog voor de specifieke groepen waarbij de bezuinigingen onevenredig hard neerkomen of zodanig dat het eigenlijk niet draaglijk is vanuit de gezinssituatie. Mevrouw Karabulut weet dat we in het regeerakkoord hebben opgenomen dat we de armoedebestrijdingsmiddelen verruimen. Ze weet ook dat we het in de voorjaarsnota weer goed hebben bekeken, zodat we zo veel mogelijk ondersteuning kunnen bieden aan die specifieke groepen waarbij de bezuinigingen extra hard neerkomen. Daarmee zullen we doorgaan. Wat we verder van plan zijn, is eerlijk delen en het land verder brengen. En dat weet ze.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik wil even doorgaan op ditzelfde thema, maar dan vanuit een andere invalshoek. Als overheden moeten bezuinigen in een economische crisis, wordt dat meestal gedaan op de collectieve sector en de collectieve voorzieningen als thuiszorg, kinderopvang, jeugd- en ouderenparticipatie en scholen. Dat zijn sectoren waar veelal vrouwen werkzaam zijn. Heeft de PvdA bekeken hoe die bezuinigingen uitpakken voor de werkgelegenheid van mannen en vrouwen? Als in zogenaamde mannensectoren als het bedrijfsleven en de industrie, een bezuiniging op bijvoorbeeld de energieprijzen wordt voorgesteld, wordt er gezegd: dat kan niet vanwege de werkgelegenheid. In de thuiszorg gebeurt het echter wel degelijk. Is er gekeken bij het kiezen van het type bezuinigingen of het wel een beetje evenredig uitpakt voor mannenarbeid en vrouwenarbeid?

Mevrouw Yücel (PvdA): Inderdaad worden bij de bezuinigingen de publieke diensten flink geraakt. En we weten dat er in de publieke dienstverlening vooral heel veel vrouwen werkzaam zijn. Bij de woorden van mevrouw Van Tongeren moest ik even denken aan de brief die we van WOMEN Inc. hebben gekregen, waarin gehamerd wordt op een gendertoets voor alle maatregelen die vanuit de politiek genomen worden. Ik vind dat een interessante gedachte. Ik denk dat we daar in de toekomst, ieder vanuit zijn eigen rol, veel meer bovenop kunnen zitten.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik draai al een tijdje mee in het circuit. Vroeger heette dat facetbeleid. Eerst hadden we een los emancipatiebeleid. Toen moest het in alle beleidsterreinen ondergebracht worden omdat emancipatie belangrijk is voor alle velden. Op een gegeven moment is er collectief in Nederland besloten dat we wel een beetje klaar waren met de emancipatie. Nu ontdekken we dat er toch nog wat aan gedaan moet worden. Ik denk niet dat weer teruggaan naar facetbeleid de oplossing is. Ik ben vooral geïnteresseerd in de positie van de PvdA met betrekking tot de manier waarop de huidige bezuinigingen neervallen tussen mannen en vrouwen. Mevrouw Yücel zegt zelf: ze vallen voornamelijk bij vrouwen neer. Daar kan ...

De voorzitter: Ik ga u nu onderbreken, want u doet lang over uw vragen en mevrouw Yücel doet lang over haar antwoorden. Dus kort antwoorden graag.

Mevrouw Yücel (PvdA): Dat brengt mij op het punt dat ik inderdaad nog had willen inbrengen. Er is nog veel te doen bij de emancipatie van vrouwen die werkloos raken en in een lage inkomenspositie zitten. Ik heb het idee van vrouwenrechtenambassadeurs geopperd bij de Minister voor Integratie. Die helpen ze om financiële onafhankelijkheid te zoeken. In dit kader wil ik ook het idee aan de Minister opperen om te bekijken of er via educatie- en re-integratiemiddelen meer focus kan komen. Dan kunnen we oude moedermavo's nieuwe stijl, moederscholen, maken zodat deze vrouwen weer klaar worden gemaakt voor de arbeidsmarkt zodra die aantrekt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Voorzitter. Iedereen is voor emancipatie tot het moment dat zij echt dichtbij komt. Dat zie je helaas ook aan het beleid van deze regering. Ik zei net al even in een interruptiedebatje met mijn collega van de PvdA dat er toch veel meer bezuinigd wordt op sectoren waarin vrouwen werkzaam zijn dan op sectoren waarin mannen werkzaam zijn.

Aan de positieve kant kun je ook die bekende slogan «you've come a long way, baby» zetten. Vrouwen hebben inmiddels een ziel; vrouwen hebben stemrecht; we zijn handelingsbekwaam, zelfs als we getrouwd zijn; er is geen verbod meer op sodomie. Ik heb me laten vertellen dat het nog steeds moeilijk is om in Nederland als transgender door het leven te gaan. Er zijn wel kleine verbeteringen, maar er is een echte slag nodig. GroenLinks wil graag nog meer ambitie, ook op het moment dat we in een crisis zitten. Vroeger was het eerst de revolutie, dan de emancipatie. Het kan niet zo zijn dat we nu eerst de crisis oplossen en dan weer eens naar emancipatie kijken.

Op het emancipatiebudget, dat al behoorlijk bescheiden is, wordt nog een kwart bezuinigd. Ik weet niet of andere budgetten in dezelfde omvang geraakt worden. Graag krijg ik antwoord van de Minister hierop. Zo'n bezuiniging-- het budget gaat van 9,7 miljoen naar 7,2 miljoen – komt natuurlijk als een mokerslag aan op een budget dat toch al niet riant is, terwijl die bezuiniging nog geen 1% is van de totale taakstelling van OCW. Moet er niet een kleine herbezinning plaatsvinden, als emancipatie erg belangrijk is voor deze Minister? Dat laatste hoor ik deze Minister namelijk tot mijn vreugde met enige regelmaat in de media zeggen.

De Minister liet zich er helder over uit dat de overheid het niet alleen kan, evenmin als de vrouwen en de mannen, die ook hun bijdrage moeten leveren. Eigenlijk heb je in alle sectoren een trendbreuk nodig om serieus tot emancipatie te komen voor alle verschillende groepen in de samenleving, niet alleen voor vrouwen, maar bijvoorbeeld ook voor allochtonen. Mevrouw Yücel noemde het al in haar bijdrage.

Ik ben justitiewoordvoerster. Bij die commissie ontmoeten we regelmatig Teeven en Opstelten met een enorm daadkrachtige aanpak. Zo nu en dan erger ik me daaraan, omdat een en ander er in een woest tempo doorheen gejast wordt. Deze Minister wens ik af en toe een klein snufje Fred Teeven toe: gewoon doen, doordouwen en spierballen laten zien. En ik weet dat deze Minister die heeft.

We hebben een voorstel gedaan over een deelaspect van emancipatie. Na jarenlange discussies over quota en streefcijfers zijn er wettelijk vastgelegde streefcijfers voor bedrijven die 250 of meer mensen in dienst hebben. Weten we wel hoe dat loopt? Is de Minister bereid hierop een monitor te zetten zodat het ook voor de bedrijven onderling duidelijker wordt welk bedrijf zich inspant? Bovendien is het dan voor ons veel beter te controleren of deze streefgetallen daadwerkelijk gehaald worden.

Ik heb het er in het interruptiedebatje al even over gehad. Atria heeft bijvoorbeeld een analyse gemaakt over de gevolgen van de positie voor vrouwen. De Minister kent deze ongetwijfeld. Graag hoor ik daarop een reactie. Moeten we terug naar facetbeleid? Moeten we een gendertoets? Wat ziet de Minister als mogelijke oplossing?

Een ander aspect van emancipatie is de manier waarop mantelzorg neerslaat in de maatschappij. Er is net een nieuw soort mantelzorg uitgevonden door een collega van de Minister, door Fred Teeven, namelijk mantelzorger-cipier. Als er veel meer gevangenen vroegtijdig vrijkomen en thuis komen te zitten, neemt in het overgrote gedeelte van de gevallen de vrouw de rol van cipier-mantelzorger op zich. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan? Is dit aspect überhaupt aan de orde geweest?

De voorzitter: U hebt nog een minuut.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ja, ik ben ook bijna aan het einde van mijn inbreng. Ik heb nog een opmerking over persoonlijke dienstverlening. We willen graag overal meer arbeid, ook aan de onderkant van het loongebouw, voor mensen die op dit moment niet zo erg veel kunnen verdienen. Je ziet ook dat daar vrij veel werk is in het zwarte circuit als werkster, oppas, boodschappenhulp en dergelijke. Is er niet een manier te verzinnen waarop dit werk volwaardig werk wordt zonder dat het zo onbetaalbaar wordt dat mensen daar niet meer gaan werken en het in het zwarte circuit blijft. De landen om ons heen hebben verschillende oplossingen daarvoor. De Minister kent ze ongetwijfeld. Is Nederland er niet rijp voor om iets te doen zodat het voor een grote groep vrouwen of mensen die wat minder opleiding hebben kunnen genieten, mogelijk is om aan de arbeidsmarkt deel te nemen? Graag hoor ik een reactie van de Minister.

Ik heb nog twee kleine puntjes. Het ene is de enkelefeitconstructie. Hoe loopt dat nu? Ik neem aan dat de Minister er vaart mee wil maken om dit onmogelijk te maken. Het tweede gaat over het wetsvoorstel in verband met lesbisch moederschap. Dit is misschien ook een vraag voor mijn collega van de SP-fractie. Heel veel getrouwde lesbische stellen vragen mij hoe het nu zit. Dat wetsvoorstel is er eindelijk doorheen. Hoe ligt het in de Eerste Kamer? Heeft de Minister een mogelijkheid om er een beetje vaart achter te zetten? Misschien kan mijn collega van de SP-fractie hierover wat in haar bijdrage zeggen zodat het er in de Eerste Kamer doorheen gaat?

De voorzitter: U eindigt met een vraag en daarop gaat uw collega vast antwoorden, als ze straks het woord heeft.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Voorzitter. Emancipatie is een onderwerp dat iets doet met mensen. Sommige mensen gaan ervan zuchten en andere mensen gaan er eens goed voor zitten. Sommige mensen vinden dat het niet meer over henzelf gaat en andere mensen blijven er met hart en ziel voor vechten. Het is in ieder geval een onderwerp dat voor liberalen onlosmakelijk verbonden is met vrijheid. Ik heb het deze week bij het rondetafelgesprek ook al gezegd: vrijheid wordt voorafgegaan door een keuzemogelijkheid en keuzevrijheid en wordt gevolgd door consequenties van die keuzes. Door deze bril heb ik naar de emancipatiebrief van de Minister gekeken.

Om te beginnen complimenteer ik de Minister ermee dat ze in haar brief begint met het definiëren van de kerntaken van de overheid. Dat wil zeggen: enerzijds het opheffen van wettelijke beperkingen en anderzijds het tegengaan van discriminatie en geweld; dus het zorgdragen voor veiligheid. Ik denk dat de overheid op die terreinen absoluut een rol heeft. Het is goed dat de Minister als coördinerend bewindspersoon er bij haar collega's op aandringt en in de gaten houdt dat ze de juiste prioriteiten stellen en de juiste accenten in hun eigen beleid aanbrengen zonder onnodige wetten en regels. Om te voorkomen dat emancipatiebeleid verwordt tot strooigoed, is focus belangrijk. Wanneer heeft de overheid een rol en welke rol is dat? Tegen deze achtergrond wil ik in mijn inbreng aandacht besteden aan de emancipatie van vrouwen, mannen, lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders die we vaak aanduiden als LHBT's.

Mevrouw Yücel (PvdA): Mevrouw Venrooy schetst haar visie op de rol van de overheid met betrekking tot vrijheid en emancipatie. Vindt ze dat de overheid ook een rol kan hebben bij het faciliteren van die vrijheid?

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Je moet ervoor uitkijken dat je als overheid de rol opneemt op een manier alsof je alles kunt creëren, alsof je een soort maakbare samenleving hebt. Ik zie vaak dat de goede intenties wel aanwezig zijn, maar dat de overheid doorschiet in de uitvoering of het tegenoverstelde bereikt van wat ze bij aanvang wilde bereiken. Ik denk dus dat de overheid hierin zeer terughoudend moet zijn.

Bij het uitkomen van de emancipatiebrief werd de discussie over moeders die werken en moeders die thuisblijven, een hot item. Het gaat ook om iets wezenlijks als het inrichten van je eigen leven. Als je in de ene fase van je leven de keuze maakt om niet of minder te gaan werken, kan dat gevolgen hebben in een andere fase van je leven. Een op de drie huwelijken eindigt in echtscheiding. Vorige week hoorden we bij de rondetafelconferentie ook dat 3 miljoen vrouwen in Nederland niet financieel zelfstandig zijn; die zijn dus van de overheid afhankelijk of van hun partner of familie. Deze discussie moeten we dus voeren.

Bij het debat in de Kamer merk ik ook dat het goed is dat we niet blijven steken in persoonlijke verhalen, hoe relevant die ook kunnen zijn voor de discussie. Het gaat om de achterliggende beleidsdiscussies. Wat voor samenleving wil je zijn? Wat voor voorzieningen kun je in stand houden? Moet je inderdaad niet een keer zeggen dat je niet willekeurig kunt shoppen in die voorzieningen? In het ene deel van je leven kun je een keuze maken, maar je kunt in het andere deel van je leven niet zomaar weer vanaf nul beginnen. Het is goed dat de Minister deze discussie aanzwengelt. We dwingen het niet af met quota en wettelijke regelingen. Het is ook een groot stuk eigen verantwoordelijkheid van mensen in combinatie met inderdaad een goed maatschappelijk klimaat voor participatie.

We lezen dat een gelijke beloning voor de jongere generatie veel vanzelfsprekender is dan het opleggen van normen. Ik zou één woord willen wijden aan de verkenning van de Minister van de media. Daarmee hoeft ze wat ons betreft niet heel erg veel haast te maken, aangezien we tegenwoordig allemaal een afstandsbediening in huis hebben.

Wettelijk gezien is er veel goed geregeld in Nederland, maar met name bij de LHBT-emancipatie zijn er nog wel een aantal drempels te slechten. We hebben inmiddels verplichte voorlichting op scholen over homoseksualiteit, maar we horen ook wel eens dat bij die les driekwart van de klas afwezig is. Dat zou toch niet zo moeten zijn. Ik vraag specifiek aan de Minister of ze het kwalitatieve onderzoek dat ze doet op zo'n 130 scholen, wil uitbreiden en er met name bij de mbo's ook op door wil gaan.

Bij de transgenders, een speciale groep binnen het LHBT-emancipatiedossier, is echt nog wel een achterstand weg te werken. Met betrekking tot de wachtlijsten met problemen die deze groep ervaart, vinden we de reactie van de Minister dat deze nota ook een reactie is op het plan Worden wie je bent, wat mager. We willen graag een aanvulling hierop.

De voorzitter: U hebt nog een minuut.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Dat geeft mij de gelegenheid om nog in te gaan op de mannen. Als het in emancipatievraagstukken over mannen gaat, gaat het vaak over hun rol in het huishouden. Daarover gaat de overheid gelukkig niet. De overheid gaat wel over de juridische rol van de man als vader. Voor bijna alle erkennings- en voogdijregelingen heeft de vader toestemming nodig van de moeder. Als een samenwonend ouderpaar uit elkaar gaat, zal de rechter in bijna alle gevallen het kind aan de moeder toewijzen. Als de vader het kind uit de relatie wel erkend heeft, maar geen gezag heeft geregeld, dan is de vader afhankelijk van de toestemming van de moeder om aan zijn vaderschap invulling te kunnen geven. Daaraan zitten in juridische zin nog wel wat haken en ogen. Is de Minister bereid hierover met haar collega van Veiligheid en Justitie van gedachten te wisselen om te bezien hoe de vaderschapsrol juridisch kan worden verstevigd?

Ik rond af. Eind 2012 woonden er 8,3 miljoen mannen en jongens en 8,4 miljoen vrouwen en meisjes in Nederland. De generaties voor ons hebben hard gewerkt om de huidige generatie de kansen te geven die ze wellicht zelf niet hadden. Het is misschien wel een beetje frustrerend voor de vorige generaties dat jongeren tegenwoordig niet zo veel meer hebben met het begrip «emancipatie».

De voorzitter: U moet wel echt afronden.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Ik wil dit wel graag gezegd hebben. Misschien is het wel tekenend voor het succes dat emancipatie een integraal onderdeel van ons denken is geworden. Het is geen apart proces meer. Ik wil afsluiten met de woorden dat het emancipatieproces inmiddels misschien zelf wel is geëmancipeerd.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): GroenLinks heeft destijds het roze stembusakkoord volledig omarmd. Hoe beoordeelt mijn collega van de VVD de uitvoering van het roze stembusakkoord?

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Volgens mij zijn we aardig op streek. Wat nog niet geregeld is, staat in de planning of in het regeerakkoord, of er liggen initiatiefwetsvoorstellen vanuit de Kamer. Volgens mij trekken we hierin mooi samen op.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik ben blij te horen dat de VVD nog steeds alle punten van het roze stembusakkoord in deze regeerperiode wil uitvoeren. We willen dat ook heel graag. Mevrouw Venrooy heeft hiervoor onze steun en we zullen het nauwlettend blijven volgen.

Mevrouw Karabulut (SP): Als ik goed heb geluisterd naar mevrouw Venrooy onderschrijft ze de doelstelling van meer economische zelfstandigheid voor meer vrouwen. Hoe wil de VVD dit bewerkstelligen?

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Voor zover we het nu hebben over de doelgroep vrouwen, die vrij groot is, namelijk ongeveer de helft van onze bevolking, denk ik dat die het vooral zelf moeten oppakken. Ik heb de afgelopen dagen heel veel gehoord over wat er geregeld moet worden voor mensen, maar ik denk dat mensen zelf ook een verantwoordelijkheid hebben. Een van de zaken die we in alle overleggen constateren, is dat mensen zich rekenschap geven van het feit dat er bijvoorbeeld tegenslagen in het leven kunnen komen, als ze gaan nadenken over hun situatie. Dan gaan ze ook anders kijken naar keuzes die ze maken om minder te werken of niet te gaan werken. Het is heel erg belangrijk dat we met elkaar zien dat de verantwoordelijkheid ook bij de mensen zelf ligt en niet alleen bij de overheid.

Mevrouw Karabulut (SP): Dat ben ik helemaal eens met mevrouw Venrooy. Alleen wil het geval dat je voor economische zelfstandigheid natuurlijk inkomen nodig hebt en dat gaat vaak langs de weg van arbeid. Juist dit VVD-kabinet vernietigt veel arbeidsplekken. Ziet mevrouw Venrooy hierin ook een probleem? Of zegt ze: nee, ondanks die ontwikkeling en een topwerkloosheid zie ik wel voor me dat die economische zelfstandigheid de komende jaren zal groeien door dat eigen initiatief van mensen?

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Ik weet dat het vaak gezegd wordt, maar er is vooral sprake van een aantal sectoren waarin minder mensen zullen gaan werken. Tegelijkertijd lezen we in internationale rapporten dat er met zorg naar Nederland gekeken wordt vanwege het hoge aantal parttime werkende mensen. Dat zijn voor een groot deel vrouwen. Gezien de demografische ontwikkeling zullen we de komende jaren iedereen gewoon heel hard nodig hebben. Ik denk dat het goed is om niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar juist vanuit die kracht te kijken; en dat zal ook bij de mensen zelf vandaan moeten komen.

Mevrouw Karabulut (SP): Dit is toch geen antwoord op mijn vraag? Dit is wel al te gemakkelijk. Je kunt wel de hele tijd verwijzen naar de mensen, maar dit kabinet draagt bij aan een groeiende werkloosheid, ook onder vrouwen. Erkent mevrouw Venrooy dan op zijn minst dat ze de komende jaren ondanks alle mooie woorden alleen maar vrouwen mede door dit beleid, en dus niet vanwege de eigen verantwoordelijkheid van mensen, in een achterstandspositie duwt?

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Dit kabinet zit in een moeilijke situatie, namelijk een land in crisis. Het heeft een aantal werkafspraken gemaakt in de vorm van een regeerakkoord om Nederland er weer bovenop te helpen. Dat moet dus banen genereren. We zitten nu in een moeilijke tijd, maar ik denk dat we hierdoor in combinatie met de demografische ontwikkeling in de nabije toekomst iedereen hard nodig zullen hebben. Het is dus goed dat we deze discussie met elkaar voeren.

De heer Klein (50PLUS): Voorzitter. Ik wil graag drie thema’s naar voren halen: ouderenemancipatie, vrouwenemancipatie en emancipatie van homo's en lesbiennes. Emancipatie gaat om gelijkwaardigheid en volwaardigheid tot het benutten en het ontwikkelen van de eigen capaciteiten. Dan hebben we in de eerste plaats te maken met een wettelijke gelijkheid. Ik denk dat de wettelijke gelijkheid nu wel geregeld is en dat inderdaad alle mensen in dit land gelijk zijn, maar daarvan krijg ik graag een bevestiging van de Minister. Wettelijke gelijkheid is nog iets anders dan gelijkwaardigheid. Dat is de volgende stap. Hoe kunnen we een cultuuromslag creëren zodat mensen inderdaad geëmancipeerd in de samenleving kunnen functioneren? Dat is veel moeilijker af te dwingen.

In de brief missen we expliciete aandacht voor ouderenemancipatie. Er wordt wel eens gedacht dat ouderenemancipatie een welzijnsprobleem is of alleen maar een arbeidsmarktprobleem. Net als bij de andere thema's is ouderenemancipatie een actueel nieuw probleem en een nieuwe vraag die extra aandacht van de samenleving verdient. Er vindt leeftijdsdiscriminatie plaats en de samenleving moet op een andere manier kijken naar de mensen in die levensfase. Dat is overigens een andere levensfase dan in de definitie van ouderen die de Minister op bladzijde 7 van de brief geeft; daarin ben je een oudere vanaf 40 jaar. Op bladzijde 7 wordt aangegeven: we hebben de groep jongeren tot 39 jaar en ouderen vanaf 40 jaar. In onze beleving zouden we dan in plaats van 50PLUS 40PLUS moeten worden. Vooralsnog blijven we 50PLUS en denken we bij ouderen aan de senioren in onze samenleving. Ik verwijs graag naar onze zuiderburen. In Vlaanderen wordt een actief emancipatiebeleid voor ouderen gevoerd. Ik vraag de Minister eens te bekijken wat de coördinerend Minister voor Ouderen en Emancipatie in België doet en of we daarvan nog iets kunnen leren.

Bij vrouwenemancipatie is de keuzevrijheid van belang. Weerbaarheid, autonomie en keuzevrijheid, en gelijkwaardigheid vormen een essentiële trits. Emancipatie betekent ook accepteren uit respect voor iemands keuze. In de brief staat dat niet zo, maar in de media was er enige verwarring of de Minister keuzes zou maken en waardeoordelen zou uitspreken. We moeten er erg voor waken, zeker bij oudere vrouwen, dat ze nog een soort plaatsvervangende schaamte krijgen voor de keuzes die ze in het verleden gemaakt hebben. Ik vind dat we recht moeten doen aan die vrouwen en de keuzes die in het verleden gemaakt zijn.

Het is van groot belang dat de overheid in het emancipatiebeleid het voorbeeld geeft. Stem het beleid tussen de verschillende departementen dus goed af. Daarover is net al gesproken en ook in de hoorzitting die we via het interne net goed gevolgd en bekeken hebben. Een gendertoets is misschien heel belangrijk om te vermijden dat de verschillende departementen verschillende dingen doen en er eigenlijk niet goed naar kijken. Dat moet de coördinerend Minister toch bewaken.

Er is aangegeven dat 3 miljoen vrouwen economisch afhankelijk van hun partner zijn. Dat is een enorm risico, niet alleen direct, maar ook indirect wanneer ze de pensioengerechtigde leeftijd bereiken of wanneer hun partner komt te overlijden, vanwege de armoedeval. De huidige groep van oudere migrantenvrouwen is daarin extra kwetsbaar, niet alleen vanwege het feit dat deze vrouwen afhankelijk zijn van hun partner, maar ook vanwege het taalprobleem. Graag vragen we hiervoor extra aandacht.

De voorzitter: U hebt nog een minuut.

De heer Klein (50PLUS): Dat is mooi. In dat verband vinden we het heel belangrijk dat we veel meer inclusief moeten denken en dat we risicodenken moeten inbouwen bij vrouwen. Daarmee sluit ik ook een beetje aan bij het idee van D66-Kamerlid Dijkstra en misschien komt Van Weyenberg hierop straks nog terug. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat trouwen op huwelijkse voorwaarden de standaard moet zijn in plaats van trouwen in gemeenschap van goederen.

Je ziet dat bijvoorbeeld in de geneeskunde veel zaken automatisch gedaan worden met de focus op mannen. Bij onderzoek naar hart- en vaatziekten, een van de belangrijkste doodsoorzaken bij vrouwen, is bijvoorbeeld alles getest op mannen. Dat is natuurlijk raar, want het is toch anders bij vrouwen. Bij inclusief denken moet je ook daarmee rekening houden.

Ik heb nergens in de brief aandacht gevonden voor de emancipatie van de roze ouderen. Deze worden in hun sociale omgeving vaak niet geaccepteerd en met name in verzorgingshuizen kan dit problemen opleveren.

De voorzitter: Rondt u af?

De heer Klein (50PLUS): We vragen dus ook extra aandacht voor de emancipatie van en meer tolerantie ten opzichte van de roze ouderen in de verzorgingshuizen. Als laatste vraag ik de aandacht van de Minister voor het feit dat het woord «homo» nog steeds vaak gebruikt wordt als scheldwoord. Dat gebeurt op scholen, op voetbalvelden ...

De voorzitter: Mijnheer Klein, u moet echt afronden.

De heer Klein (50PLUS): Het is toch te gek voor woorden – en dit zijn mijn laatste woorden – dat ook een oud-Minister die uitgescholden wordt voor homo, schouderophalend wegloopt. Dat is een cultuur die we niet moeten hebben in deze samenleving, en die tegen een goed emancipatoir denken is.

De heer Bisschop (SGP): Voorzitter. De SGP hecht veel waarde aan de persoonlijke ontwikkeling van mensen. Waar mogelijk moet zo veel mogelijk ruimte geboden worden aan de ontplooiing van individuele talenten. Dat is een voluit Bijbels gegeven. Het is alleen nooit individualistisch op te vatten. Een mens is altijd mens in relatie tot zijn medemens. Dat heeft weer van alles te maken met bijvoorbeeld de Bijbelse notitie van naastenliefde. Voor de SGP zijn verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, omzien naar elkaar in de opvoeding, zorgtaken nemen en waarnemen en oog hebben voor de kwetsbaren in de samenleving wezenlijke elementen in het spreken over emancipatie. Die balans is nodig voor een evenwichtig emancipatiebeleid. Natuurlijk heeft iedereen in onze samenleving de ruimte om daaraan op eigen wijze invulling te geven en dat vereist een keuzevrijheid.

Uitspraken die gaan in de richting van dwang op vrouwen om zo veel mogelijk aan de arbeidsmarkt deel te nemen, zijn ongepast, ontijdig en gedateerd. Ik licht dat kort toe. We zitten midden in een economische crisis. De werkloosheidscijfers rijzen de pan uit. Het komt dan een beetje wereldvreemd over om op dit moment te zeggen dat de vrouwen de arbeidsmarkt op moeten. Misschien mogen we de illusie hebben dat het op korte termijn anders is – die hoop mogen we met zijn allen hebben – maar vooralsnog gaat de ontwikkeling de andere kant op.

Mevrouw Karabulut (SP): Ik ben het zeer met de heer Bisschop eens dat dwang, in welke vorm dan ook, absurd is. De heer Bisschop gaat er niet over, ik ga er niet over en de Minister ook niet. Erkent de heer Bisschop dan ook en is hij het met mij eens dat het andersom, dus vrouwen dwingen om thuis te zitten of een minderwaardige positie in te nemen, of de vrouw als enige verantwoordelijk te houden voor het onbetaalde werk, ook niet moet kunnen?

De heer Bisschop (SGP): Het antwoord is ja.

Mevrouw Karabulut (SP): Oké, dan komen we ergens. Soms krijg ik toch een beetje de indruk dat dit binnen de achterban van de heer Bisschop en binnen andere groepen in de samenleving wel speelt. Ik ben blij dat ook de SGP die strijd voor zelfbeschikking van vrouwen en gelijkwaardigheid van vrouwen wil aangaan.

De heer Bisschop (SGP): De SGP neemt juist afstand van een term als «zelfbeschikking», toegepast op de individuele persoon. Je bent altijd individu in relatie tot anderen. Dan gaat het niet alleen om zelfbeschikking. Natuurlijk gaat het om ontplooiing, maar het gaat niet uitsluitend om zelfontplooiing. Ik weet niet welke leden van mijn achterban mevrouw Karabulut kent. Ik ken geen leden van mijn achterban die gedwongen thuiszitten en dat soort zaken, zoals mevrouw Karabulut suggereert, nog afgezien van de vraag of dit überhaupt in het economische bestel van tegenwoordig mogelijk is. Die vraag kan ik eigenlijk niet goed plaatsen; neem me niet kwalijk.

Mevrouw Karabulut (SP): Ik zei dat ik die indruk had omdat de SGP de laatste tijd wel vorderingen maakt, bijvoorbeeld met betrekking tot vrouwen in de politiek, iets wat lange tijd onbespreekbaar was. Ik ga ervan uit dat er heel veel vrouwen, ook mondige vrouwen, in achterban van de heer Bisschop zitten, en ik zie dat die langzaam maar zeker iets hebben van: waarom zouden we niet in de politiek thuishoren?

Wat betreft dit laatste vind ik het wel weer jammer dat de heer Bisschop eerst zegt: natuurlijk gaat het om de gelijkwaardigheid; en natuurlijk moet je de andersom vrouwen ook niet dwingen, en dat hij vervolgens weer afstand neemt van het zelfbeschikkingsrecht. Dat verhoudt zich volgens mij niet tot elkaar.

De heer Bisschop (SGP): Dat punt van het zelfbeschikkingsrecht acht ik voldoende toegelicht te hebben. Het gaat niet alleen maar om zelfbeschikkingsrecht; het gaat altijd om het relationele aspect daarin. Dat mis ik in de uitleg van mevrouw Karabulut. Met betrekking tot de achterban van de SGP steken de dames niets onder stoelen en banken. Ze zijn buitengewoon zelfstandige persoonlijkheden. Alleen maken ze niet de individualistische keuze. Ze maken niet de keuze voor die individualistische mens- en maatschappijvisie zoals vele anderen dat wel doen. Dan zeg ik: mogen ze alstublieft? Mogen ze kiezen voor de zorg voor de kinderen?

De heer Van Weyenberg (D66): Ik vervang mijn zieke collega, Pia Dijkstra. Ik zit nog een beetje na te kauwen op de uitspraak dat vrouwen niet kiezen voor de individualistische zelfbeschikking in de maatschappij, of woorden van die strekking. Dat staat ver van mijn gedachtegoed, maar dat is niet nieuw.

In reactie op het plan om de overdracht bij de heffingskorting versneld af te schaffen – ik denk dat dit de steen des aanstoots was waarop de heer Bisschop aansloeg – hoor ik hem eigenlijk zeggen: dat moet je in deze tijd niet doen, want er is nu zoveel werkloosheid. Hoor ik hem nu zeggen dat hij het wel goed zou vinden om weer terug te keren naar het oude beleid en dat we ervoor moeten zorgen dat vrouwen als eerste thuis gaan zitten, als er werkloosheid is? Dat zat toch een beetje besloten in zijn introductie.

De heer Bisschop (SGP): Dat is een beetje een D66-interpretatie, maar goed, dat zij u vergeven. Ik kan me wel voorstellen dat de overheid in de penibele omstandigheden waarin we verkeren, zoekt naar mogelijkheden om meer toe te werken naar één inkomen per gezin dan dat er in het ene gezin een werkloze man is en de vrouw geen baan heeft, terwijl er in een ander gezin twee inkomens binnenkomen. Ik kan me heel goed voorstellen dat je als overheid in zo'n situatie probeert te sturen. Ik doe geen uitspraak over de vraag of de man of de vrouw kostwinner moet zijn, maar het kostwinnersprincipe acht de SGP een goed uitgangspunt.

De heer Van Weyenberg (D66): Toch hoorde ik de heer Bisschop letterlijk zeggen dat we daaraan wat moesten doen, als de man thuis zat zonder baan. Dat heeft hij dan met zijn laatste woorden gerelativeerd. Ik ben blij met de vergeving van de collega's van de SGP. Dat doet me altijd goed. Toch hoorde ik hem zeggen: ik zou willen dat het kabinet een beleid voert dat tweeverdieners aanmoedigt om een van de twee te laten stoppen met werken. Misschien kom hij later nog met een motie op dit punt. Laten we het debat dan maar helder maken en de visie van de heer Bisschop tegenover mijn visie zetten. Gaat de heer Bisschop het kabinet oproepen tot een verhoogde overdraagbare heffingskorting en het afschaffen van alle voordelen om arbeid en zorg door twee partners in een gezin te stimuleren, zodat we zo snel mogelijk weer teruggaan naar de ouderwetse kostwinnerssamenleving? Streeft de heer Bisschop naar dat ideaal en roept hij de Minister op om het beleid daarop aan te passen?

De heer Bisschop (SGP): Ik denk niet dat je een samenleving die ingericht is op basis van kostwinnerschap en op die manier probeert tot een eerlijke verdeling van inkomen en werk te komen, een ouderwetse samenleving kunt noemen. Integendeel. Ik kom zo nog even terug op de motie die we bij gelegenheid indienen, als de voorzitter mij toestaat

Mevrouw Yücel (PvdA): Ik grijp nog even terug op dwang. De heer Bisschop zegt dat je dit nooit los kunt zien van de relationele aspecten waarbinnen die eventueel plaatsvindt. Ik constateer dan dat, als binnen een gemeenschap de man als hoofd van het gezin tot kostwinner wordt gebombardeerd, we dit in gewone taal ook een vorm van sociale, culturele of religieuze dwang noemen. Dat wil ik maar even gezegd hebben. Hiertegen moeten we vanuit emancipatoire gedachten, vrijheidsgedachten en gelijkwaardigheidsgedachten ook strijden. Ik heb nog een concrete vraag. De heer Bisschop geeft aan dat de Minister niet met dwangmaatregelen moet komen. Waarop doelt hij dan precies? Op welke wijze heeft de Minister dwang toegepast?

De heer Bisschop (SGP): Ik verwijs daarbij onder andere naar het interview dat in Trouw heeft gestaan. De Minister heeft hierin tot mijn grote spijt uitspraken gedaan over de positiekeuze van vrouwen in het verleden. Ik vind dat ze die niet hoort te doen. Op andere momenten ben ik het gelukkig vaak met de Minister eens, maar met deze uitspraken was ik het hartgrondig oneens. Die hadden betrekking op de verplichting dat vrouwen zich, ook nu, afvragen wat de maatschappij in hen geïnvesteerd heeft. Alleen uit deze uitspraak spreekt al dwang en dat moeten we niet willen.

Ik heb nog even een andere punt: dat sociaal, cultureel, religieus complex van mannen die als kostwinner worden gezien. Dat komt vanuit een bepaalde maatschappijvisie en die heeft natuurlijk met je sociale, culturele of religieuze opvattingen te maken. Wat is daar mis mee?

Mevrouw Yücel (PvdA): Omdat het vrouwen gevangen houdt in financiële onafhankelijkheid en sociale onafhankelijkheid met alle gevolgen van dien. Pardon, ik bedoel natuurlijk afhankelijkheid, een cruciaal verschil in dit debat. Terugkomend op de interruptie die ik zelf pleegde over dwang ...

De voorzitter: Nee, nu grijp ik echt even in. Een interruptie mag in twee ronden en u snijdt nu een nieuw punt aan. U was met de afronding bezig in uw eigen interruptie en nu wilt u een nieuw punt aansnijden. Dat sta ik niet toe. Wilt u afronden?

Mevrouw Yücel (PvdA): Ik wilde zeggen dat de oproep van de Minister tot financiële onafhankelijkheid, me een oproep lijkt om het debat aan te wakkeren om vrouwen bewust te maken van de risico's die ze in hun leven kunnen lopen, als er sprake is van een scheiding of als hun partner overlijdt. Vanuit een sociale gedachte en betrokkenheid met die vrouwen lijkt het mij absoluut een goede zaak dat vrouwen zich hiervan meer bewust worden. Ik zie er dus geen dwang in, maar meer een bewustwording.

De heer Bisschop (SGP): Als ik nog even een opmerking mag maken over een visie op kostwinnerschap die vrouwen gevangen houdt ...

De voorzitter: Dat mag u wel doen, maar dan gaat uw tijd wel lopen.

De heer Bisschop (SGP): Dan laat ik het maar achterwege, want voor een deel komen deze punten nog wel terug. Ik bedoel te zeggen dat die drang of dwang in de richting van de arbeidsmarkt die op vrouwen wordt uitgeoefend, ongepast, ontijdig en gedateerd is. Dat was mijn verhaal. Ik heb verwezen naar de economische crisis waarin we verkeren, maar ik wil nog een paar andere punten noemen.

Ik kijk naar de maatschappelijke ontwikkelingen, de omslag in de zorg die we aan het maken zijn. Ik verwijs naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), ik verwijs naar alle komende decentralisaties, ik verwijs naar de toenemende betekenis van mantelzorg. Dit alles betekent dat arbeid een andere invulling gaat krijgen; dat is onvermijdelijk. De waarde van onbezoldigde arbeid moeten we explicieter maken naast de waarde van betaalde arbeid. Als we dat achterwege laten, groeit de hele omwenteling van de modernisering van het sociale en maatschappelijke leven waarmee we bezig zijn, volledig scheef.

Ik wil mijn vinger ook nog leggen bij een zekere scheefheid: de fiscale ongelijkheid. D66 sprak smalend over de aanrechtsubsidie. Die bestaat helemaal niet. Integendeel, er bestaat wel een zorgrecht. Bij een aanpalende gelegenheid zullen we op dit punt een motie indienen. Dat zal gebeuren door collega Van der Staaij. Dit punt kan ik verder uitwerken, maar gezien de tijd laat ik dit nu even achterwege.

De kern van mijn verhaal is dat we als samenleving de omslag moeten maken van het «ik-denken» naar het «wij-denken». Het gaat niet aan, en we houden het als samenleving niet vol, als we geïsoleerd vanuit het «ik», vanuit het «zelf» blijven denken. We moeten toe naar het «wij». Dat is ook een vorm van emancipatie, maar dan – ik geef het toe – moderner ingevuld.

De SGP heeft bij het lezen van de nota en de bijlagen gezocht naar de hoofdpunten die in het emancipatiebeleid in ieder geval centraal moeten staan. Ik denk dan aan vrouwenhandel, misstanden in de prostitutiewereld en de opvang van tienermoeders. Helaas kan ik deze punten niet terugvinden. Waarom wordt er bijvoorbeeld wel iets gemeld over intergenerationeel geweld, maar worden deze punten op het terrein van Justitie en Volksgezondheid niet genoemd? Naar het oordeel van de SGP moeten dit vaste onderdelen van de brief zijn. Graag horen we de reflectie van de Minister hierop.

Volgens de Minister mogen vrouwen weleens meer nadenken over de investering die de overheid in hun studie heeft gedaan. De SGP wil die zin niet snappen.

De voorzitter: U hebt nog een minuut.

De heer Bisschop (SGP): Ik ben bijna klaar, dat gaat precies lukken. De SGP wil die zin niet snappen, juist vanuit economisch perspectief. Alleenverdieners betalen namelijk duizenden euro's meer belasting dan tweeverdieners en lopen duizenden euro's toeslag mis. Alleenverdieners zijn dus een melkkoetje voor de overheid. Kan de Minister dit nog eens toelichten?

De afbouw van de overdraagbare algemene heffingskorting gaat nog steeds door, terwijl het een rechtsbeginsel is dat belastingheffing over de basisbehoeften wil voorkomen. Waarom wordt dit onrecht niet aangepakt?

In de nota wordt gesteld dat de overheid van vrouwen mag vragen, hun capaciteiten in te zetten ten dienste van de maatschappij. Daarmee is de SGP het van harte eens. De SGP vindt het dubieus dat dit vervolgens alleen zou kunnen op de manier die in de nota wordt geschetst. Mantelzorg komt bijvoorbeeld nauwelijks aan bod. Juist de rol van onbetaalde arbeid is van onmisbaar belang. Waarom ontbreken er actielijnen op dit punt? Die zouden pas echt de modernisering van het emancipatiebeleid betekenen. Nu is het te veel 1980.

Ik dank de collega's voor de interrupties.

De heer Van Klaveren (PVV): Voorzitter. De Hoofdlijnenbrief emancipatiebeleid 2013–2016 is wat ons betreft onbeduidend en bestaat voornamelijk uit politiek correcte prietpraat. Het heeft een enorm hoog «maakbaarheid van de samenleving»-gehalte. Kijk alleen al naar het idee om genderstereotypen tegen te gaan en projectjes als Eigen Kracht en De tafel van één. Verder blijkt dat dit kabinet in al zijn politieke correctheid het woord «islam» geen enkele keer in zijn brief durft te noemen. Dat mag opmerkelijk genoemd worden gezien de enorm negatieve impact van de islam op de emancipatie van vrouwen en homo's.

Voor de PVV staat het begrip «vrijheid» centraal bij emancipatie. Vrouwen moeten vrij zijn om zelf te kiezen of en, zo ja, op welke wijze ze aan het werk gaan. Discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt is uiteraard uit den boze en moet aangepakt worden. Dat betekent natuurlijk niet dat de Staat met allerlei gekke quota en streefcijfertjes in de weer moet gaan of haar visie op hoe mannen en vrouwen dienen te zijn, moet opleggen aan de burger.

Volgens de VN Human Development Index 2013 scoort Nederland het beste ter wereld op de lijst van landen waar sekseongelijkheid het kleinst is op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt en gezondheidszorg. Dit kabinet mag zijn socialistische agenda van de maakbaarheid van de samenleving en zijn indirecte staatsdwang om het persoonlijke leven van voornamelijk vrouwen te sturen, zo snel mogelijk door de versnipperaar halen. Kwaliteit en vrije keuze moeten centraal staan, en niet sekse of een door de Staat opgelegde visie op wat bijvoorbeeld mannen- of vrouwenstudies zijn.

Over het streven naar een verhoging van participatie en economische zelfstandigheid stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat 98% van de vrouwen die nu in deeltijd werken, helemaal niet voltijd wil werken, terwijl 12% van de vrouwen die nu voltijds werken, heel graag in deeltijd wil werken. De PVV zegt: laat deze mensen, man en vrouw, vrij om deze keuze zelf te maken.

Laat dit kabinet zich vooral bezig houden met het grootste obstakel voor de emancipatie: de toenemende invloed van de islam. Hoewel de cijfers duidelijk zijn, geeft zogenaamd progressief Nederland op dit punt niet thuis, angstig om politiek incorrecte uitspraken te doen. De cijfers zijn helder. Maar liefst 75% van alle Turken en Marokkanen stelt dat ze het een groot probleem vinden als hun kind thuis zou komen met iemand van hetzelfde geslacht. Dit percentage ligt bijna 60 procentpunten hoger dan bij autochtonen. Verder is bijna 40% van de Marokkanen en 50% van de Turken van mening dat homo's niet vrij moeten zijn om te leven zoals ze dat zelf willen.

Waartoe dat leidt, zien we bijvoorbeeld in Amsterdam waar 64% van alle homofobe geweldsincidenten wordt gepleegd door niet-westerse allochtonen, van wie de Marokkanen met 36% veruit de grootste groep vormen. Onder scholieren van Turkse en Marokkaanse afkomst is de afkeer van homoseksuelen vier tot vijf keer zo groot als bij scholieren van Nederlandse komaf. In lijn daarmee zien we dat het aantal incidenten gericht tegen homoseksuele docenten toeneemt op scholen met veel islamitische jongeren. Deze aversie wordt gelegitimeerd door te stellen dat homoseksualiteit iets is van westerlingen en ongelovigen.

Opvallend is verder dat de tweede generatie Marokkanen en Turken, net als hoogopgeleide Marokkanen, nog negatiever over homoseksualiteit denkt dan de eerste generatie of laagopgeleiden uit deze groep. Voormalig GroenLinks-dwaallicht, Mohamed Rabbae, duidde de situatie ooit als volgt: Nederlanders moeten er maar aan wennen dat wij, islamieten, homoseksualiteit nu eenmaal niet accepteren; Nederlandse normen en waarden mogen niet worden opgelegd aan islamitische nieuwkomers. Graag hoort de PVV van de Minister of ze erkent dat de islam een specifiek probleem vormt voor de emancipatie van homo's en vrouwen.

Het zijn niet alleen homo's die te maken krijgen met de cultuurverarming die islam heet. Ook vrouwen worden aangetast in hun vrijheid. Zo is 90% van de loverboys niet-westers allochtoon en heeft 60% een islamitische achtergrond. Ook weten we dat Turkse en Marokkaanse mannen tot vier keer toe oververtegenwoordigd zijn bij het dwingen van anderen tot seks, wat onder andere door de vele aanrandingen in zwembaden tot uiting komt. Daarnaast zijn uithuwelijking, eerwraak en vrouwenbesnijdenis allemaal geïmporteerde islamitische problemen.

Mevrouw Yücel (PvdA): Ik hoor de PVV de bekende mantra opsommen uit statistieken die op zich helemaal niet nieuw zijn of stoer, en die ook geen verrassing zijn. Al die statistieken kennen we. Het zijn allemaal Nederlanders die hier wonen. Ik ben benieuwd naar de oplossing die de heer Van Klaveren in gedachten heeft.

De heer Van Klaveren (PVV): Los van het feit dat we nooit hebben gesteld dat het stoer is – sterker nog, het is in- en intriest dat deze zaken gebeuren in Nederland – is het opvallend dat de PvdA zich ook vandaag totaal niet heeft uitgelaten over de specifieke rol van de islam. En als mevrouw Yücel even geduld had gehad, had ze de oplossingen kunnen horen, want die komen er zo aan.

Mevrouw Yücel (PvdA): Als de heer Van Klaveren goed geluisterd heeft naar mijn bijdrage, weet hij dat ik het specifiek heb gehad over het bespreekbaar maken van de eerkwesties en de homoacceptatie binnen allochtone kring. Eerlijk gezegd maakt het voor de PvdA niet zo veel uit of het nu sociale, culturele of religieuze druk is. Het feit dat er mensen vanuit interpretaties vanuit welke religie dan ook, ook vanuit de islam, mee aan de haal gaan waardoor er meer ongelijkheid en discriminatie ontstaat, stellen we aan de kaak en daaraan willen we ook iets doen.

De heer Van Klaveren (PVV): Zoals ik al stelde, de PvdA heeft het niet specifiek over de islam gehad. Als ik kijk naar de geschiedenis van de PvdA, maakt het voor de PvdA juist erg veel uit. We hebben een gemeenteraadslid in IJsselstein gehad dat zei dat homo's gestenigd konden worden. We hebben een voormalig fractievoorzitter gehad, Job Cohen, die zei: och, als vrouwen gediscrimineerd worden door orthodoxe moslims, moet dat kunnen. Hij zei ook: als mensen vrouwen geen hand willen geven, is dat allemaal hartstikke goed, ook als dat in overheidsverband gebeurt. Dus wat dat betreft is het weer een kilo boter op het hoofdje van de PvdA.

Zoals ik al stelde, zijn uithuwelijking, eerwraak en vrouwenbesnijdenis allemaal geïmporteerde islamitische problemen. Speciale blijf-van-mijn-lijfhuizen voor islamitische homo's, 500 eergerelateerde zaken per jaar en gemiddeld één eerwraakdode per maand zijn de zure vruchten van een groeiende islam. Het is een illusie te denken dat emancipatie samengaat met een voortwoekerende islam, alle projectjes ten spijt. Binnen de islam wordt de ongelijkheid van man, vrouw en homo als een ideologische wet gezien. Dat verandert niet en daarom blijft de PVV in dit kader pleiten voor de erkenning van de islam als het grootste obstakel in de emancipatie van vrouwen en homo's. Daarnaast willen we een immigratiestop uit islamitische landen, geen nieuwe moskeeën en sluiting van moskeeën waar geweld wordt gepredikt. Bovendien dienen alle islamitische scholen gesloten te worden en dienen criminelen met een dubbele nationaliteit na denaturalisatie en straf ons land uitgezet te worden. Nog een laatste puntje: we hebben er natuurlijk ook voor gezorgd dat er een meerderheid ontstond om «diversiteit» op te nemen in de kerndoelen van het onderwijs.

Mevrouw Karabulut (SP): Voorzitter. De uitspraak van de Minister dat te veel vrouwen op hun man teren vond ik een beetje dom en weinig motiverend voor het punt dat ze wilde aanstippen, namelijk de economische zelfstandigheid van vrouwen. Daar valt inderdaad nog een wereld te winnen. Vrouwen zijn bijna twee keer zo vaak als mannen economisch afhankelijk. Dat is een punt, maar de Minister gaat natuurlijk niet over vrije keuzes van mensen. Andere woordvoerders hebben het ook al gezegd. Wanneer gezinnen kiezen voor een bepaalde verdeling van betaald en onbetaald werk, gaat de Minister daar niet over en ik ook niet. Het is iets anders dat je als Minister voor Emancipatie verantwoordelijk bent voor de mogelijkheden die mensen hebben om de keuze te maken voor bijvoorbeeld de combinatie van arbeid en zorg, en überhaupt voor het beschikbaar zijn voor werk. Meer werken is een weg naar meer economische zelfstandigheid, maar waar is dat werk dan? Heeft ze zich dit gerealiseerd toen ze die stoere uitspraken deed? Hoe ziet de Minister dit voor de komende jaren? Mede door het kabinetsbeleid verdwijnen er alleen dit jaar honderdduizenden banen, ook in sectoren waarin heel veel vrouwen werkzaam zijn. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan? Wat is haar doelstelling op dit gebied?

Tegelijkertijd spreekt het kabinet zichzelf tegen, want van ditzelfde kabinet moeten vrouwen en mannen, maar vooral vrouwen, veel meer gaan mantelzorgen, dus onbetaald werk gaan doen. Dat weten we. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Staatssecretaris Van Rijn heeft een beroep gedaan op vrouwen om meer verantwoordelijkheid te nemen voor de zorg van ouderen. Dan heb ik het nog niet eens over de mantelzorgers die al overbelast zijn; dat zijn bijna een half miljoen mensen. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan? Wat is de doelstelling van de Minister om de economische zelfstandigheid op te krikken?

Ik mis een visie op de manier waarop we kunnen komen tot een rechtervaardigere verdeling. En volgens mij is dat de weg naar vrijekeuzemogelijkheden voor mannen en vrouwen en het eerlijker verdelen van betaald en onbetaald werk. Hoe kunnen we het financieel en praktisch mogelijk maken dat betaald en onbetaald werk eerlijker wordt verdeeld, zeker in tijden van crisis en groeiende werkloosheid? Ik denk niet alleen aan betaald ouderschapsverlof en het model van twee keer vier uur werken, waar Plasterk, de voorganger van de Minister, voor stond, maar ook aan goede en betaalbare kinderopvang. Hoe gaan we onze economie inrichten om tot die eerlijke verdeling te komen? Welke keuzes maken de Minister en het kabinet eigenlijk? Je kunt niet allebei. Je kunt niet tegelijkertijd meer betaald werk doen en meer onbetaald werk doen. Als dat wel kan, wil ik graag weten hoe dat moet. Is de Minister bereid een visie voor de langere termijn te ontwikkelen over de manier waarop zorg en arbeid beter gecombineerd kunnen worden?

Op het punt van gelijke beloning zijn andere collega's al ingegaan. Daaraan wil ik de volgende vraag toevoegen. Hoe kijkt de Minister aan tegen het geven van bevoegdheden aan de Arbeidsinspectie om bedrijven aan te pakken?

Dan kom ik bij de groepen die dolgraag veel meer van alles willen en dolgraag willen emanciperen, maar die vanwege ontbrekende kinderopvang, opleiding of andere zaken niet zo ver zijn, bijvoorbeeld de groep van alleenstaande ouders in de bijstand. Dat zijn veelal vrouwen. Bijna een kwart van de alleenstaande moeders leeft met hun kinderen in armoede. Van alle vrouwen die laagopgeleid zijn, heeft maar de helft een baan. Vrouwen met een kleine deeltijdbaan leven sowieso in onzekerheid. Juist deze vrouwen worden door dit kabinetsbeleid in de kou gezet: korting op de uitkering, korting op de kindregelingen, korting op de alleenstaandeoudertoeslag. Dat leidt niet tot meer, maar juist tot steeds minder economische zelfstandigheid. Erkent de Minister dat? Is ze op zijn minst bereid om vrouwen die vanuit de bijstand werken, maar niet betaald worden, wel een eerlijke beloning te geven? Is ze bereid dat met haar collega van SZW op te nemen?

De voorzitter: U hebt nog een minuut.

Mevrouw Karabulut (SP): Voorzitter. Dan kom ik op de studerende moeders. Na heel veel aandringen en na heel veel inspanningen heeft voormalig Minister Plasterk hen opgenomen als groep waarop hij beleid maakte. Dat lees ik nu nergens terug. Is de Minister bereid het beleid te continueren voor deze groep van moeders die dolgraag willen studeren om een betere positie op de arbeidsmarkt in de toekomst te krijgen?

We zien dat de arbeidsmarktpositie van niet-migrantenvrouwen verbetert, terwijl die van een deel van de migrantenvrouwen verslechtert. Dat betreft ook de meisjes. De schooluitval onder sommige groepen is heel hoog. We weten allemaal dat migrantenvrouwen dubbel zo hard moeten knokken voor emancipatie. Zowel binnen de eigen gemeenschap als daarbuiten hebben ze te maken met vooroordelen en onderdrukking als dwanghuwelijken, onzichtbare vrouwen en huwelijksgevangenen. Tijdens het rondetafelgesprek heb ik heel veel verontwaardigde migrantenvrouwenorganisaties gezien die zich miskend voelen. Waar komen ze voor in die nota? Is de Minister bereid om ook met deze groepen het gesprek aan te gaan en hen als gesprekspartner te zien? Is ze bereid met een structureel programma te komen om de achterstand van migrantenvrouwen op het terrein van onderwijs, arbeidsmarkt en zelfbeschikkingsrecht aan te pakken en dat te combineren met een landelijk actieplan voor huiselijk geweld? We weten immers allemaal dat het aantal gevallen van geweld tegen vrouwen nog gigantisch hoog is.

De voorzitter: Rondt u af?

Mevrouw Karabulut (SP): Ik wil eigenlijk niet spreken over het extreme voorbeeld dat vorige week in de krant stond dat in het Amerikaanse leger ongeveer de helft van de vrouwen misbruikt wordt, ook seksueel. In Nederland hebben we een probleem dat ook internationaal bestaat. Men mist een landelijke visie; ook de vrouwenorganisaties missen die en die mis ik ook.

De voorzitter: U moet nu echt afronden. U hebt al meer dan zes minuten gesproken.

Mevrouw Karabulut (SP): Oké. Met betrekking tot de homo-emancipatie zijn we gezakt op de internationale lijst. De Minister wil weer hoger op die lijst komen met betrekking tot de rechten van lesbiennes, homo's, biseksuelen en transseksuelen. Hoe gaat de Minister dat doen? Natuurlijk moet er aandacht blijven voor specifieke groepen: Turkse, Marokkaanse, Nederlandse ...

De voorzitter: U moet nu echt afronden.

Mevrouw Karabulut (SP): ... migranten en jongeren die er veel moeite meer hebben. Er zijn initiatieven vanuit die gemeenschappen zelf ...

De voorzitter: U zet weer een komma achter uw zin. U hebt nu bijna zeven minuten gesproken, dus ik wil echt dat u afrondt.

Mevrouw Karabulut (SP): Het is ook zo'n belangrijk thema. Hoe denkt de Minister die groepen te ondersteunen?

De heer Van Weyenberg (D66): Voorzitter. Vrouwen moeten zichzelf kunnen bedruipen, zei de Minister. Die oproep is D66 uit het hart gegrepen. Het is dan wel van belang om de daad snel bij het woord te voegen. We missen nog ambitieuze plannen van het kabinet om juist dat werken te stimuleren. Bijna de helft van de Nederlandse vrouwen is niet economisch zelfstandig en 75% van de vrouwen werkt in een deeltijdbaan. Vele collega's hebben dat al gezegd. D66 wil daarom vooral volop inzetten op het doorbreken van barrières die werken onaantrekkelijk of onmogelijk maken.

We hebben met een aantal oppositiepartijen eind vorig jaar bijvoorbeeld ingezet op het terugdraaien van een deel van de bezuinigingen in de kinderopvang, maar er is nog veel meer mogelijk, bijvoorbeeld de afbouw van de aanrechtsubsidie. De heer Bisschop had het er al over. In 2009 is besloten om dat voordeel in vijftien jaar af te bouwen. D66 vindt dat te langzaam; het kan sneller. Dat levert veel geld op dat we dan weer kunnen inzetten om werken te laten lonen en de werkloosheid te bestrijden. Wil de Minister dit concreet met haar collega van SZW regelen?

De heer Bisschop (SGP): Ik dacht altijd dat D66 dé partij voor keuzevrijheid was, maar als ik dit betoog hoor ... Kan de heer Van Weyenberg mij eens uitleggen hoe hij kan rechtvaardigen dat een gezinsinkomen dat door een eenverdiener wordt ingebracht, bijna dubbel wordt belast ten opzichte van eenzelfde gezinsinkomen dat door tweeverdieners wordt ingebracht? Noemt hij dat rechtvaardigheid?

De heer Van Weyenberg (D66): Ik ontzeg niemand enige keuze, maar met de aanrechtsubsidie zit er een financiële bijdrage van de overheid op het niet-participeren op de arbeidsmarkt. En nee, we voelen inderdaad niet de behoefte om die zo langzaam af te bouwen als het kabinet doet. Dat doet niets af aan keuzevrijheid. Ik heb me overigens gestoord aan de woorden van de heer Bisschop, die het heeft over Dwang66. Ik ken de SGP als een redelijke partij in het debat. Normaal gesproken doet de SGP dat fatsoenlijk. We verschillen hierover fundamenteel van mening, maar dit soort insteken siert de SGP niet wat mij betreft.

De heer Bisschop (SGP): Dat woord «dwang» is genoemd juist omdat er nadrukkelijk dwang in het geding is. Ik betreur dat dit het geval is. Ik wil toch nog even terug naar het aspect van de rechtvaardigheid. Hoe kan D66 staande houden dat het te rechtvaardigen is dat ouders, de moeder of de vader, die een keuze maken om voor het gezin te zorgen met één inkomen, zwaarder belast worden dan wanneer het inkomen half-om-half is? Dat is toch niet te billijken?

De heer Van Weyenberg (D66): De heer Bisschop heeft een andere visie op de samenleving dan ik. We hebben net begrepen dat hij het liefst wil dat in tijden van crisis alle vrouwen hun baan opzeggen en thuis gaan zitten. Dat is niet ...

De heer Bisschop (SGP): Ik maak hier bezwaar tegen. Dat heeft de heer Van Weyenberg mij niet horen zeggen.

De heer Van Weyenberg (D66): Laat ik het dan anders formuleren: dat bij tweeverdieners een van de twee de baan opzegt. Tegelijkertijd heb ik de heer Bisschop dingen over de rol van de man horen zeggen, maar hij gaat over zijn eigen woorden. Mijn constatering is dat ik inderdaad een andere visie heb. Economische zelfstandigheid vinden wij van groot belang en nee, we vinden het geen rol voor de overheid om via de belastingen een bonus te geven voor niet werken op de arbeidsmarkt.

De heer Bisschop (SGP): Maar wel om een subsidie te geven op wel werken.

De voorzitter: Mijnheer Bisschop, u hebt het woord niet. De heer Van Weyenberg hervat zijn betoog.

De heer Van Weyenberg (D66): Dan de overgang van werk ...

Mevrouw Karabulut (SP): Ik heb op dit punt toch ook een vraagje. Die heffingskorting wordt afgebouwd. De heer Van Weyenberg zegt dat we dit allemaal nog sneller moeten doen. Overziet D66 wel de consequenties hiervan? Mijn mailbox is direct weer volgestroomd. Dat is niet omdat de vrouwen zeggen: ho, we willen de emancipatie tegenhouden en we willen afhankelijk blijven van onze man et cetera. Dat is vanwege de financiële realiteit. Een vrouw van 60 schrijft: we zijn al gekort op ons pensioen met € 100 en dan word ik op deze manier versneld de komende jaren in crisistijd hierop ook nog eens gekort; denkt de heer Van Weyenberg echt dat ik zo gemakkelijk een baan kan vinden? Dus heeft de heer Van Weyenberg de financiële kant van de zaak wel goed doordacht?

De voorzitter: U hebt uw vraag al gesteld.

De heer Van Weyenberg (D66): Dank voor de gelegenheid die mevrouw Karabulut mij geeft. Er zit natuurlijk ook in de huidige afbouw een overgangsregeling voor mensen die zijn geboren voor 1963. Daaraan doet dit voorstel niets af. Dat de arbeidsmarkt niet best is en dat het lastig is om een baan te vinden, geef ik mevrouw Karabulut graag na. Daarom willen we de opbrengst ook gebruiken om mensen een extra kans te geven op de arbeidsmarkt door bijvoorbeeld subsidies om werklozen aan de slag te helpen.

De voorzitter: Mevrouw Karabulut, ik moet even iets zeggen. U hebt al drie interrupties gepleegd. U hebt geluk gehad dat ik daarnet even gestoord werd, toen u het woord vroeg. Dus nu hebt u eigenlijk uw vierde interruptie. Zou u ermee akkoord kunnen gaan dat u het hierbij laat en dat we de heer Van Weyenberg nu gewoon even laten uitspreken? Ik zie dat u instemt. Dank u wel.

De heer Van Weyenberg (D66): Wat een zeldzaam moment, zou ik bijna zeggen.

D66 pleit voor een flexibel bevallingsverlof, waarbij vrouwen al zes weken na het verlof na de bevalling de laatste tien weken flexibel kunnen inzetten. Mijn collega Pia Dijkstra zou hebben gezegd dat het op basis van haar eigen ervaringen een harde knip is om na de bevalling aan het werk te gaan. Uit mijn mond zou dat een hoogst bijzondere opmerking zijn, maar ik schat haar ervaring graag op waarde. Veel vrouwen willen graag geleidelijk weer instromen en zo de combinatie werk-gezin beter oppakken. Ook voor werkgevers is het goed want je kunt een afspraak maken. Het is geen verplichting; het hoeft niet, maar het geeft een extra mogelijkheid. Collega Dijkstra en ik hebben daarom ook samen een amendement ingediend bij het wetsvoorstel Wet arbeid en zorg. Het kabinet heeft de behandeling van dat wetsvoorstel een halfjaar uitgesteld, maar ik ben toch benieuwd naar een reactie van de Minister.

Dan is er nog steeds een onverklaard loonverschil van gemiddeld 8% tussen mannen en vrouwen. De Minister wil bedrijven methoden aanbieden om die beloningsverschillen bloot te leggen en ze voorzien van kennis om het probleem aan te pakken. Dat klinkt natuurlijk buitengewoon mooi. Mijn voorgangster, mevrouw Koşer Kaya, heeft al gepleit voor diversiteitsbeleid in jaarverslagen. Hoe ziet de Minister dit concreet voor zich? Kan ze iets vertellen over de stand van zaken op haar eigen departement op dit vlak?

Een werkende samenleving vraagt natuurlijk om moderne openingstijden. Onlangs hebben GroenLinks en D66 samen de winkelopenstelling op zondag vergemakkelijkt, maar de overheid mag en moet ook naar zichzelf kijken. Ik denk aan gemeenteloketten, flexibele openingstijden van poliklinieken en de huisarts. Wil de Minister ook op dit punt extra gas geven en in overleg treden met de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) en andere organisaties?

Ik aarzel bijna om het te zeggen, want ik wil de Minister niet van een deel van haar portefeuille ontdoen, maar bij vrouwenemancipatie is werk een doorsnijdend thema. Is het niet goed om dit thema onder te brengen bij de Minister van SZW? Wil ze Minister Asscher vragen om bij wetsvoorstellen altijd een gendertoets economische zelfstandigheid te doen zodat dit onderwerp voldoende aandacht krijgt?

Nederland krijgt kritiek over de implementatie van het VN-vrouwenrechtenverdrag. De rapportage die de Minister heeft gestuurd, wordt als onvoldoende gekenschetst. Is de Minister nog van plan voor de zomer in een tweede rapportage te reageren op de aanbevelingen van het VN-comité?

De voorzitter: U hebt een interruptie en nog één minuut.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik hoorde mijn collega van D66 zeggen: hoort vrouwenemancipatie niet bij een andere portefeuille? Dat sluit aan bij het facetbeleid dat we vroeger hadden. Ik wil graag weten hoe D66 het voor zich ziet. Gaan we op alle departementen weer iemand zetten die op emancipatie moet letten of ...

De voorzitter: Het is volgens mij wel helder.

De heer Van Weyenberg (D66): Het voorstel was om specifiek voor het onderwerp «vrouwenemancipatie» de Minister van SZW integraal verantwoordelijk te maken.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik vind het een interessant punt, dus ik wil het even iets verder exploreren. Wie zou dan bijvoorbeeld transgenderemancipatie of homo-emancipatie in zijn portefeuille hebben?

De heer Van Weyenberg (D66): Mevrouw Van Tongeren heeft goed geluisterd. Ik had het specifiek over de vrouwenemancipatie. Laten we dat als eerste doen. De rest van de onderwerpen blijft gewoon onder de verantwoordelijkheid van deze Minister.

Sinds december 2012 is homovoorlichting gelukkig verplicht op alle scholen na een initiatief van D66. Het is wel belangrijk dat dit ook in de praktijk vorm krijgt. Wil de Minister de onderwijsinspectie opdracht geven om de invoering van die voorlichting de komende vijf jaar jaarlijks te monitoren? Wordt er bij de voorlichting ook aandacht besteed aan de effecten van de sociale media? In hoeverre is het onderwerp «seksuele diversiteit» inmiddels ook onderwerp geworden van de docentenopleidingen?

Homoseksualiteit op school is helaas vaak nog een taboe. Driekwart van de homoleerlingen wordt op school gepest. Een mooi middel om de acceptatie te vergroten zijn de Gay-Straight Alliances (GSA's). Wil de Minister erop inzetten dat dergelijke allianties in 2016 op elke school een realiteit zijn?

Collega Karabulut zei het al. Nederland is in Europa met betrekking tot homorechten gezakt van de zesde naar de achtste plaats. De ambitie van de Minister om terug te keren of door te stromen naar de eerste plek is een heel mooie die mijn fractie graag onderschrijft, maar dat gaat niet vanzelf. Wil de Minister hiervoor een actieplan opstellen?

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de positie van transgenders met betrekking tot de arbeidsmarkt, veiligheid en zorg heel moeilijk is. Is ze van plan voor hen specifiek actie te ondernemen?

De vergadering wordt van 15.25 uur tot 15.35 uur geschorst.

De voorzitter: Ik stel voor dat de Minister begint met de beantwoording van de vragen. Ik heb begrepen dat ze die in blokjes heeft opgedeeld. Het zou mij als voorzitter erg helpen – en ik denk de leden ook – als we de blokjes even kunnen horen van de Minister.

Minister Bussemaker: Voorzitter. Ik wil een paar algemene opmerkingen vooraf maken. Daarna ga ik in op alles wat te maken heeft met economische zelfstandigheid. Daarbij hoort ook alles over arbeidsparticipatie, kinderopvang, arbeid en zorg, et cetera. Daarna ga ik in op alles wat te maken heeft met huiselijk geweld. Dan komen een aantal overige vrouwenemancipatieonderwerpen aan de orde, bijvoorbeeld vrouwen aan de top. Dan kom ik bij LHBT. Dat kan ik in één keer doen.

Emancipatie is niet vanzelfsprekend en vergt onderhoud. Dat was ongeveer het motto van mijn brief. Er is een tijd geweest dat men ook hier dacht dat de emancipatie voltooid was en dat we er niets meer aan hoefden te doen. Je ziet dat er op een gegeven moment verslechteringen kunnen optreden. Als je er niet over praat, wordt die vooruitgang niet geboekt, of gaat misschien in te kleine stappen. Ik heb er direct bij gezegd dat die vooruitgang niet door ons hier geboekt wordt. Die wordt ook niet geboekt vanuit een ivoren toren of vanuit de Hoftoren waar het departement van OCW zit. Emancipatie ontstaat uiteindelijk aan de keukentafel, op het werk, in sociale gezelschappen, in discussies met vrienden; overal dus, maar niet alleen hier.

Na de publicatie van de hoofdlijnenbrief is er heel erg veel, en ook publiekelijk, over emancipatie gesproken. Ik juich dat toe want dat publieke debat draagt bij aan de bewustwording. Ik vind het dus positief. Ik heb zelf ook heel veel brieven gekregen. Ik mag wel zeggen dat die zeer verschillend waren. Er waren brieven van mensen die geraakt waren en die schreven dat ze blij waren dat ze konden gaan werken terwijl de vorige generaties, hun moeders en grootmoeders, dat helemaal niet hadden gekund. Er waren steunbetuigingen en ik kreeg kritiek.

Ik kreeg kritiek omdat één uitspraak van mij toch wel verkeerd begrepen is. Althans, het interview is verkeerd begrepen. Het is begrepen alsof ik mensen voor wil schrijven hoe ze hun leven moeten leiden. Dat is allerminst het geval. Ik snap individuele keuzes heel goed. Ik snap de keuze van mensen die zeggen: ik heb jonge kinderen en het is belangrijk dat er iemand thuis is. Ik snap de mevrouw die zorg biedt aan haar pleegkinderen en zegt dat ze dit niet meer kan combineren met een fulltime aanstelling. Ik weet hoe zwaar mantelzorgers het kunnen hebben.

Ik zeg tegelijkertijd dat het gaat om de optelsom van al die individuele keuzes, van de keuzes die we in Nederland blijkbaar allemaal dezelfde kant op maken, en wat uiteindelijk de effecten daarvan zijn. Er zijn effecten op individueel niveau bij vrouwen die uiteindelijk in een scheiding belanden; een op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Die vrouwen worden misschien alleen oud en bouwen geen pensioen op. Vrouwen in Nederland bouwen 40% minder pensioen op dan mannen en daarmee vormen ze echt een achterhoede in de wereld. De optelsom van alle op zich respectabele individuele keuzes vind ik zorgelijk.

Ik wil wel afstand nemen van die mensen die zeggen dat ik iedereen moreel of juridisch wil voorschrijven wat te doen. Het is jammer dat mevrouw Keijzer hier niet is. Ik was graag de discussie met haar aangegaan, want zij heeft dit gisteren tegen de kranten gezegd. Ik wil dat misverstand hier wel weggenomen hebben: ik schrijf niemand voor hoe hij of zij moet leven.

Ik zeg dus ook tegen de heer Bisschop dat ik geen individualistische keuze maak. Natuurlijk besef ik dat mensen relaties met elkaar aangaan en dat die verschillend kunnen zijn. Ik betreur het wel en ik ben er ook echt op tegen als dat altijd maar op één manier landt, namelijk in een onderscheid waarin de een kostwinner is en de ander voor de kinderen zorgt en waarbij de man dan meestal werkt en de vrouw meestal zorgt. Ik zie echter heel goed dat het om relationele keuzes gaat.

Je kunt dan wel de vraag stellen op welke manier we daarmee dan omgaan en op welke norm we het overheidsbeleid bouwen. Die discussie voeren we volgens mij met elkaar. Het helpt soms om even naar het verleden te kijken. In de jaren vijftig, toen vrouwen nog handelingsonbekwaam werden geacht en ontslagen werden als ze gingen trouwen, was de norm dat vrouwen niet mochten werken en dat vrouwen die gingen werken, buitengewoon slechte moeders waren. Dat hebben we in Nederland lang volgehouden, langer dan in alle andere landen. De kentering kwam pas rond 1975, toen de Wet gelijk loon voor mannen en vrouwen inging, later de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen. Hierdoor kregen vrouwen voor het eerst dezelfde basale rechten als mannen, ook in de sociale zekerheid. We zouden bijna vergeten hoe kort geleden dat eigenlijk nog is.

De volgende omslag kwam toen we de zogenaamde 1990-maatregel invoerden. Dat betekende dat we voor de toeslagen in alle sociale regelingen ervan uitgingen dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen; we hebben dus veel kostwinnerbepalingen uit die regelingen gehaald. Toen veronderstelden we dat vrouwen, meisjes vanaf 18 jaar, voor zichzelf zouden kunnen zorgen. Ondertussen moeten we vaststellen dat we bijna een kwart eeuw verder zijn en dat 48% van de vrouwen niet voor zichzelf kan zorgen, in die zin dat die vrouwen niet economisch zelfstandig zijn. Dan moeten we ons wel afvragen wat we dan in de afgelopen 25 jaar bereikt hebben.

Waar staan we nu dan? We staan nu in een transitieperiode waarin we vast moeten stellen dat we nog een hele weg te gaan hebben om de doelen van 1990 te halen. We stellen vast dat we intussen in een arbeidsmarkt leven die veel flexibeler is, die ook meer flexibiliteit biedt onder andere door alle bestaande digitale mogelijkheden, die andere eisen stelt, maar die ook andere mogelijkheden biedt. Van hieruit moeten we aan de ene kant nadenken hoe we de kwetsbare positie van vrouwen kunnen verbeteren. Aan de andere kant moeten we nadenken over de manier waarop we het perspectief op een samenleving waarin mensen het samen moeten doen en waarin we niet allemaal losse individuen zijn, op een goede manier kunnen invullen. Vanuit dat perspectief vind ik het belangrijk dat vrouwen zich bewust zijn van de mogelijke consequenties als ze niet participeren op de arbeidsmarkt. Als ze wel participeren, geldt natuurlijk ook hierbij dat ze niet in één model zullen passen; er is geen «one size fits all», niet voor individuen en niet gedurende de hele levensloop. We moeten wel met elkaar constateren dat we nog een lange weg te gaan hebben. Voor een deel kan de overheid beleid voeren op dit debat, maar dit debat gaat ook over normen en over cultuur. Daarom is het belangrijk dat dit gesprek ook op andere plekken, en niet alleen hier, gevoerd wordt.

Ik ga nu moeiteloos over tot de vragen die gesteld zijn over economische zelfstandigheid.

De voorzitter: Maar niet nadat mevrouw Karabulut haar vraag gesteld heeft. Ik maak gelijk even van de gelegenheid gebruik om met de leden af te spreken dat ze twee interrupties hebben. We hebben maar tot 17.00 uur en anders gaan we dat niet halen. Ik vraag mevrouw Karabulut dus of ze haar interrupties nu wil plaatsen of straks bij de inhoudelijke blokjes.

Mevrouw Karabulut (SP): Dat kan nu ook wel, want het is wel heel belangrijk. De Minister zegt dat ze niemand wil dwingen, dat ze individuele keuzes respecteert, dat ze ook naar de omstandigheden kijkt, dat het niet haar bedoeling was om mensen, en vooral vrouwen die heel bewuste en redelijke keuzes maken, te beledigen, maar dat we ook moeten kijken naar de omstandigheden. Enerzijds zegt een deel van het kabinet bij monde van Minister Bussemaker: gij zult meer, langer en harder werken vanwege de economische zelfstandigheid. Anderzijds zegt een ander deel van het kabinet bij monde van de heer Van Rijn: u moet meer gaan mantelzorgen. Hoe verhouden die twee zich met elkaar? Wat is de visie van de Minister op de manier waarop ze al die zaken als economische zelfstandigheid en arbeidsparticipatie wil bereiken, terwijl het kabinet ervoor zorgt dat juist heel veel vrouwen worden teruggeworpen in economische onzelfstandigheid en gedwongen worden minder of helemaal niet te gaan werken? Die rode draad mis ik en ik zie eerlijk gezegd niet eens een aanzet daartoe.

Minister Bussemaker: Ik zou bijna zeggen: daarover staat toch echt het een en ander in de brief die we vandaag bespreken. We constateren dat Nederlandse vrouwen wel werken, maar heel weinig. De internationale vergelijking helpt vaak heel goed om te zien wat nu typerend is aan Nederland. Ik moet zeggen dat de mensen die het meest verontwaardigd waren, vaak vrouwen waren die in andere landen werkten. Die vroegen zich af waarom er in hemelsnaam zoveel ophef in Nederland was over deze discussie. Die vonden het vanzelfsprekend dat je economisch zelfstandig wilt zijn. Het is belangrijk om na te denken of je je leven kunt leiden zoals nu, en daarvoor ook de financiële middelen hebt, als je later ouder wordt en zorg nodig hebt.

Ik heb nergens en tegen niemand gezegd dat iedereen 40 uur moet werken. Ik heb ook nergens gezegd dat iedereen zijn hele leven 40 uur moet werken. Ik denk desalniettemin dat er heel veel tijd over is voor andere taken, als je werkt. We weten ook dat heel veel mensen mantelzorg combineren met betaald werk, en deze groep is niet per definitie overbelast. Ik ben een paar jaar verantwoordelijk voor deze groep geweest. Een van de indringendste ervaringen die ik toen heb opgedaan, was dat mensen zeiden: maak het alstublieft mogelijk dat ik mijn baan kan houden ondanks die zware mantelzorg, want die heb ik zo ontzettend nodig om zelf niet helemaal gevangen te raken in die zorgwereld en die zware zorg die ik heel graag aan mijn partner of familielid of wie dan ook geef. Vaak gaat het daarbij ook om de combinatie van arbeid en zorg. Het gaat dan om de vraag hoe je het op zo'n manier regelt dat je rekening houdt met de individuele situatie en dus maatwerk levert, en tegelijkertijd betaalde arbeid mogelijk probeert te maken, waar het kan.

Mevrouw Karabulut (SP): Sorry, ik heb de Minister niet kunnen betrappen op een antwoord of een eerste aanzet tot een visie hoe dat dan allemaal gezamenlijk mogelijk gemaakt moet worden. De Minister zegt dat ze niemand nog meer wil overbelasten. Tegelijkertijd houdt ze de oproep van Staatssecretaris Van Rijn en ook haar eigen oproep staande dat iedereen meer moet gaan werken. Hoe dan? Het moet toch uit de lengte of de breedte komen? Hoe dan? En waar zijn al die banen?

Minister Bussemaker: Dat is weer een heel andere vraag. Ik wil al deze vragen nu gaan beantwoorden. Wat dacht mevrouw Karabulut ervan als we mannen aansporen om meer zorgtaken te verrichten? Onder de mensen die mantelzorgtaken verrichten zijn gelukkig ook mannen, maar het overgrote deel van hen is vrouw. Het moet dus vanzelfsprekender worden dat mannen niet alleen hun verantwoordelijkheid nemen voor een deel van de zorgtaken thuis, maar ook van de maatschappelijke zorgtaken. Het gaat om een evenwicht tussen wat je in betaald werk kunt doen en wat je daarnaast kunt doen. Dat vraagt om flexibiliteit. Om het punt van mantelzorg maar gelijk af te maken, dat vraagt ook om flexibiliteit in regelgeving.

De hervormingen in de langdurige zorg laten zien dat dit nodig is. Mantelzorgers kunnen nu al gebruik maken van de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA). Via het wetsvoorstel modernisering regeling voor verlof- en arbeidstijden, waarover collega Asscher gaat, worden er twee aanpassingen gedaan die precies de groep mantelzorgers tegemoet kunnen komen. De thans geldende aanvraagtermijnen laten we dan vervallen. Je moet nu ten minste vier maanden van tevoren vragen of je minder mag gaan werken. Dat is voor mantelzorgers vaak heel vervelend, dus daaraan gaan we een eind maken. Het wetsvoorstel voorziet daarnaast in de uitbreiding van het recht op kort- en langerdurend zorgverlof voor huisgenoten, anders dan gezinsleden of familie in de eerste of tweede graad. Kortom, er worden al verschillende maatregelen genomen om die mantelzorgtaken, ook in combinatie met betaalde arbeid, verder te vergemakkelijken?

De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Bisschop. Die had daarnet een vraag. Hebt u die nog steeds?

De heer Bisschop (SGP): Ja, maar de Minister heeft aangegeven de vragen te willen afwerken. Ik denk dat het goed is dat ik dat even afwacht opdat ik haar niet voor de voeten loop.

De voorzitter: Dat is prima. Ik zag de heer Klein zijn hand opsteken.

De heer Klein (50PLUS): Nee, ik loop graag voor de voeten, als het tenminste ergens over gaat. De Minister geeft terecht aan dat de pensioenvoorzieningen van vrouwen achterlopen. De Minister zegt dat het logisch is dat de mensen in de loop van hun leven andere keuzes maken, bijvoorbeeld gebruikmaken van mantelzorg of minder arbeid verrichten om het beter te kunnen verdelen, en dat dit ook voor mannen zou moeten gelden. Als de Minister een inclusief beleid heeft, moet ze ook rekening houden met de pensioenopbouw. De pensioenbouw is op dit moment niet emancipatoir. Die gaat uit van 40 jaar 100% 40 uur per week werken. Hoe kan de Minister zeggen dat ze die pensioenvoorzieningen goed wil regelen en dat ze die wil verbeteren omdat die achterlopen, terwijl het kabinet ondertussen met de andere hand precies het tegenovergestelde doet?

Minister Bussemaker: Emancipatie is een heel breed terrein waarbij ook andere bewindspersonen betrokken zijn. Volgens mij heeft de Kamer dit thema al met de Staatssecretaris van SZW besproken of gaat zij dat nog bespreken. Ik wil hierop niet te veel vooruitlopen. Bij pensioenopbouw is het vooral van belang dat mensen individueel hun pensioen opbouwen. Ik constateer dat vrouwen in Nederland een heel slechte pensioenopbouw hebben. Als ze meer werken, wordt hun pensioenopbouw verbeterd en zijn ze op hun oude dag minder afhankelijk van anderen.

De heer Klein (50PLUS): Uiteraard. Binnenkort hebben we hierover nog een inhoudelijke discussie met Staatssecretaris Kleinsma en Staatssecretaris Weekers. Het gaat me eigenlijk veel meer over het denken. Als coördinerend Minister voor emancipatiebeleid moet ze ook haar collega's hierop aanspreken en vragen te letten op de anti-emancipatoire effecten van een bepaald beleid. Dat is haar taak, tenzij ze alleen maar bezig is met windowdressing.

Minister Bussemaker: Ik heb die discriminerende elementen daarin nog niet gezien. SZW kent veel beleid dat direct of indirect effecten op de zelfstandigheid van mannen en vrouwen heeft. Men past op al dat beleid een gendertoets toe. Ik ga ervan uit dat men dat hierop ook heeft gedaan. Voor het overige, ook met die voorstellen, blijft de stelling waar dat vrouwen pensioen opbouwen en minder afhankelijk zijn van anderen op hun oude dag als ze werken.

Doordat ik de vraag van mevrouw Karabulut over mantelzorg beantwoord heb, ben ik nu toch al bij het thema «arbeid en zorg». Ik beantwoord dus gelijk alle vragen die hierover gesteld zijn. D66 heeft in het kader van arbeid en zorg gevraagd naar het flexibiliseren van het bevallingsverlof, het flexibel inzetten daarvan. Ook dit onderwerp komt terug bij het wetsvoorstel modernisering verlof- en arbeidstijden. De Kamer heeft in januari een brief van collega Asscher gehad. Daarin heeft hij gevraagd de behandeling van het wetsvoorstel even stil te leggen omdat hij met een brief komt. Hij komt binnenkort met een brief. Dit is een logische volgorde want hij gaat over een deel van de invulling van de opdracht die in mijn brief staat. Dan komt hij ook op dit punt terug.

Als Kamerlid heb ik indertijd zelf de debatten meegemaakt over de Wet arbeid en zorg (Warzo) waarbij dit punt ook speelde. Ik heb toen zelf gepleit voor flexibel zwangerschapsverlof, maar ik heb me toen wel laten overtuigen door medici. Die zeiden toen dat het goed was voor de bescherming van de gezondheid van vrouw en kind om aan de wettelijke norm – ook hierbij gaat het om een norm – vrij stringent vast te houden. Degenen die dat willen, hebben vrijwel altijd de mogelijkheid om van die norm af te wijken, maar het recht is dan in ieder geval geborgd. Ik laat dit verder graag over aan collega Asscher, die hierop later zal terugkomen.

In ditzelfde kader is gevraagd naar de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting, de zogenaamde aanrechtsubsidie. Er is discussie tussen de heer Bisschop en de heer Van Weyenberg. Er werd net al gerefereerd aan het feit dat in 2009 het besluit genomen is om die subsidie in vijftien jaar af te bouwen. Dat betekent dat we die overdracht over een aantal jaren helemaal niet meer hebben. Ik denk dat het goed is dat die overdracht wordt afgebouwd, want die belemmert arbeidsparticipatie voor een tweede partner. Ik vind het geen recht zoals de heer Bisschop zegt. Ik vind wel, en met mij het kabinet, dat de afbouw voorzichtig moet gebeuren en dat we die moeten temporiseren omdat die veel koopkrachteffecten kan hebben, met name voor de sociale minima.

Ik heb begrepen dat hierover onlangs in de Kamer gesproken is en dat de Kamer op 30 mei een voorstel hierover heeft aangenomen. Als we de afbouw nu versnellen, kan dat negatief werken voor lage inkomens en kan het er bovendien toe leiden dat werken minder gaat lonen. En dat is nu precies wat we met zijn allen niet willen. Daarbij komt dan nog dat we dit zouden doen in tijden van oplopende werkloosheid en dalende koopkracht. Op dit moment lijkt het me dus niet voor de hand liggend, maar ook dit thema wordt meegenomen door collega Asscher.

De woordvoerders van GroenLinks en SP vroegen naar de relatie met de crisis. Ik ben het met iedereen eens. Ik dacht dat het mevrouw Van Tongeren was die vroeg: is het nu eerst de crisis en dan pas de emancipatie? Nou nee, wat mij betreft niet. Juist emancipatie en economische zelfstandigheid kunnen bijdragen aan het voorkomen van een crisis op gezinsniveau. Als gezin ben je heel kwetsbaar, als je afhankelijk bent van één inkomen. Als die partner dan werkloos wordt, heb je helemaal niets meer. Daarmee heb ik niet iedereen aan het werk geholpen die zou willen werken en het is natuurlijk buitengewoon vervelend voor degenen die werkloos zijn. Ik zeg wel tegen iedereen: zorg dat je klaar staat, als die economie weer gaat aantrekken. Die economie gaat aantrekken en dan hebben we waarschijnlijk in no time een groot tekort aan mensen in heel veel sectoren. Denk bijvoorbeeld na over het soort opleiding dat je gaat volgen. Dit gesprek voer ik ook met aankomende studenten en studenten. Als je een opleiding wilt volgen waarnaar je hart uitgaat, moet je ook nadenken of je daarmee uiteindelijk in je eigen onderhoud kunt voorzien. Het gaat dus niet alleen om het nu, maar juist ook om de toekomst.

Dat geldt voor iedereen, en zeker voor vrouwen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Voor zover het debat de afgelopen jaren al over vrouwenemancipatie ging, vind ik wel dat het erg veel over vrouwen aan de top ging. Ik zal er straks nog een aantal vragen over beantwoorden. Ik vind het zelf van heel groot belang dat we ook het een en ander doen voor vrouwen aan de onderkant die misschien wel het meest te lijden hebben van de crisis. Dat zeg ik tegen mevrouw Karabulut. Met mevrouw Venrooy zeg ik dan wel dat het in heel veel sectoren gaat om minder-meer banen. Als je het over een aantal jaren bekijkt, is het niet zo dat het aantal banen in de zorg bijvoorbeeld desastreus afneemt. In bepaalde sectoren in de zorg komen er nog steeds heel veel banen bij. Ik geloof dat ondertussen 15% tot 20% van de beroepsbevolking in de zorg werkt. Dat zegt geen andere sector hen na.

Voor die groep kwetsbare vrouwen moeten we initiatieven nemen om hen te begeleiden. Dat doen we onder andere met de programma's Eigen Kracht en De tafel van één. Daarvan vind ik interessant dat het vaak de eerste stap is voor vrouwen die niet nagedacht hebben, omdat ze uit een situatie komen waarin het niet vanzelfsprekend was om een opleiding te volgen of waarin ze heel veel voor anderen hebben gezorgd, om na te denken over wat ze zelf willen.

Daarbij horen ook programma's over laaggeletterdheid. Ik wil die programma's, die de afgelopen jaren meer afzonderlijk en los van elkaar hebben bestaan, samen met de gemeenten de komende tijd beter op elkaar afstemmen en richten op participatie. De gemeenten zijn hiervoor verantwoordelijk en hebben de beleidsvrijheid om hun beleid al dan niet op specifieke groepen af te stemmen. Die kunnen dus rekening houden met wat er lokaal speelt, waar een vraag naar arbeid zit, en hoe ze mensen die nu een uitkering hebben, misschien alleenstaande ouders, kunnen stimuleren om de stap te zetten naar betaalde arbeid.

Daarmee zeg ik direct tegen mevrouw Karabulut met betrekking tot armoede en de regelingen waarnaar ze verwees ten aanzien van de positie van vrouwen, dat mijn beleid en het beleid van het kabinet erop is gericht om ze vooral de stap naar arbeid te laten zetten in plaats van inkomensondersteunende voorzieningen te bieden. Die lijn van werk boven inkomen zetten we nu al twintig jaar stap voor stap in Nederland. Dan gaat het ook over de heffingskorting. Ik wil inzetten op initiatieven van De tafel van één, van Laaggeletterdheid, samen met een toegankelijke educatie. Daarnaar vroeg de woordvoerster van de PvdA. We hebben van de Stichting Lezen & Schrijven een verzoek gekregen om voor goede toegang te zorgen en werken daar graag aan mee. Kortom, er gebeurt ontzettend veel en daarop zullen we de komende tijd blijven inzetten, juist om die armoede onder vrouwen te bestrijden.

Er is nog gevraagd naar de manier waarop we omgaan met maatschappelijke dienstverlening. Onder anderen de woordvoerder van D66 vroeg daarnaar. We hebben indertijd, eind jaren negentig van de vorige eeuw, een heel project rond dagindeling gehad. Dat heeft heel veel mooie projecten opgeleverd. Die zijn deels vertaald in beleid, maar heel veel projecten zijn mooie voorbeelden gebleven. Daarin zitten heel veel elementen die nu weer in een ander kader, bijvoorbeeld efficiëntie van de overheid en besparingen in de zorg, gebruikt kunnen worden, ook vanuit emancipatieperspectief.

Ik noem een voorbeeld dat mij zeer aansprak. Er is een gemeente in Zuid-Holland die uiteindelijk besloten heeft, in eerste instantie uit besparingsperspectief, om niet meer alles in het gemeentehuis te doen. In plaats daarvan gaat men bij de bewoners langs om paspoorten te brengen en voor andere regelingen. Dat lijkt mij een fantastische oplossing, ook vanuit emancipatieperspectief. Er zijn andere gemeenten die in kleine kernen bijvoorbeeld in het kader van de Wmo digitale loketten hebben geopend, waardoor mensen niet meer naar het stadhuis hoeven maar via een digitaal loket met anderen kunnen praten. In de gezondheidszorg hebben we steeds meer 24 uursuitgiftesystemen voor medicijnen. We hebben twitterspreekuren en telefonische spreekuren door artsen. Ik wil graag bekijken hoe we de komende jaren aan dit soort initiatieven een impuls kunnen blijven geven.

Daarom hebben we een aantal initiatieven opnieuw naar voren gehaald. Ik zal met collega's uit het kabinet bekijken of we hieraan vorm kunnen geven. Vaak blijkt echter wel dat zoiets niet makkelijk landelijk vanuit de overheid te regelen is, maar dat het om maatwerk gaat. Dat bleek ook uit het advies Tijden van de samenleving van de sociaaleconomische Raad. Veel moet op ondernemingsniveau of op lokaal niveau, waar wethouders soms het tijdenbeleid coördineren. Dat is allemaal heel erg belangrijk. Als iemand nog goede ideeën heeft om dat een steuntje in de rug te geven, hoor ik dat graag. Ik denk dat daarmee nog heel wat winst te behalen is.

Mevrouw Yücel (PvdA): De Minister stelt terecht dat er de afgelopen jaren te veel aandacht is geweest voor de top van de arbeidsmarkt en te weinig voor laagopgeleide vrouwen. Ze koppelt dit direct aan de arbeidsmarkt. Op zich begrijp ik dat, maar is de Minister het met mij eens dat er, naast de arbeidsmarktissues voor de laagopgeleide vrouwen, een flink emancipatieprobleem is voor groepen vrouwen die hun elementaire vrijheden nog moeten bevechten met betrekking tot dat zelfbeschikkingsrecht, die individuele vrijheid en gewetensvrijheid en dat we nog een flinke agenda voor de mannenemancipatie hebben? Kan de Minister hierover iets zeggen?

Minister Bussemaker: Ik ben het volmondig met mevrouw Yücel eens. Daarom vind ik het soort projecten als De tafel van één en Laaggeletterdheid ook heel belangrijk. Door deze thema's denken vrouwen na over hun eigen positie, identiteit en zelfbeschikking. Dat gaat niet alleen over de arbeidsmarkt, maar ook over de deur uitkomen en voor jezelf opkomen. Als het goed is, helpt het hun op een gegeven moment ook om te bekijken of ze iets voor de samenleving kunnen betekenen. Dat kan beginnen met vrijwilligerswerk en tal van andere activiteiten, of samen met elkaar dingen ondernemen. Mevrouw Yücel had het over de moedermavo's. Je kunt zeggen dat dit daar eigenlijk gebeurt, een soort moedermavo of VOS-cursussen (Vrouwen oriënteren zich op de samenleving-cursussen) die we nog eerder hadden. Ook die groepen moeten er dus bij gehaald worden. Op geweld en zelfbeschikking kom ik straks nog in een apart blokje terug.

Mevrouw Yücel (PvdA): Ik ben blij met de reactie van de Minister. Tegelijkertijd wil ik de Minister ook meegeven dat ik signalen heb gekregen van deelnemers aan het rondetafelgesprek dat het concept van De tafel van één vooral gericht is op autochtone vrouwen. Kan de Minister controleren of dit inderdaad niet alleen terechtkomt bij autochtone vrouwen, maar bij alle vrouwen die nog een weg te gaan hebben naar die financiële onafhankelijkheid en zelfbeschikking?

Minister Bussemaker: Ik wil dat best bespreken met de groep die het organiseert, WOMEN Inc. Ik ben er zelf bij geweest en ik vond het toen juist erg interessant dat het een gemêleerde groep was. Ik zou ook weer niet willen dat het alleen over allochtone vrouwen moet gaan. Het gaat over vrouwen die zelf niet eerder een stap gezet hebben om na te denken over hun eigen leven en identiteit of over wat ze eigenlijk willen, vanwege wat voor voorgeschiedenis dan ook. Vaak ligt het normerende beleid waarover ik het eerder heb gehad, daaraan ten grondslag. Niemand moet uitgesloten worden van De tafel van één, en voor zover ik weet gebeurt dat ook niet.

Ik ben bij het blokje gelijke beloning aangekomen. Het is enorm irritant dat we in Nederland nog steeds daarmee te maken hebben en dat er een onverklaard verschil blijft van rond de 7%. Als kabinet zijn we zijn hiermee al druk bezig. We hebben aan de SER een advies gevraagd over discriminatie, waarin dit wordt meegenomen. We zijn ook in overleg met het College voor de rechten van de mens dat in 2011 in de ziekenhuissector goed heeft laten zien waar die loonverschillen zaten en vervolgens ook geholpen heeft die op te lossen. We bekijken of we dat ook in andere sectoren willen doen. We willen ervoor zorgen dat we mensen, en vooral jongeren, bewust blijven maken van de bestaande loonverschillen. Dat kan bijvoorbeeld via een quickscan. Ik heb recentelijk weer mooie voorbeelden van collega's uit andere landen gezien. Die hebben een website waarop je heel makkelijk kunt zien wat je eigenlijk zou moeten verdienen. Dat hebben wij voor een deel ook, want we hebben een quickscan Gelijke beloning en we hebben een website Gelijk loon. We kunnen bekijken hoe we die verder kunnen verbeteren.

Mevrouw Yücel vroeg naar dit punt. Ze heeft een actieplan gemaakt met zes punten. Ik vind het een interessant plan waar overigens veel in zit waarin we ons herkennen, bijvoorbeeld het onderzoek naar scheve beloning. Dat volgt eigenlijk uit waar ik het net over had, het College voor de rechten van de mens, en naming-and-shaming om te bekijken of we onze gegevens meer naar buiten kunnen brengen om mensen op die manier zelf ook scherp te maken.

De commissie weet dat de Staatssecretaris van SZW over gelijke beloningen gaat. Ik weet dat ze heel graag met deze punten aan de slag gaat, maar – ik spreek nu mevrouw Venrooy na – we gaan het dan wel zo doen dat het niet weer leidt tot allerlei extra ballast en administratie. Volgens mij hoeft dat niet, maar we moeten met elkaar zoeken hoe het dan het beste kan. Mevrouw Yücel wil bijvoorbeeld een equal pay day. Dat klinkt heel interessant, maar die hebben we gehad en die was heel erg onbekend. We moeten wel even nadenken op welke acties we inzetten en niet alles tegelijk gaan doen. We gaan het dus uitwerken.

De D66-woordvoerder vroeg hoe het met de overheid zelf zit. Er is weer wat positief nieuws te melden op dit vlak. In de overheidssector is er een licht loonvoordeel voor vrouwen van 0,7%, maar helaas is dat ook de enige sector. We moeten dus niet te vroeg juichen. Bovendien moeten we al te grote verschillen überhaupt niet willen hebben. Er zijn vorderingen, dus laat de overheid haar rol als goed voorbeeld in de toekomst maar houden.

Door de woordvoerster van de SP werd gevraagd naar de rol van de inspectie. Dit zat ook in het plan van mevrouw Yücel. De inspectie kan controleren. De vraag was of de inspectie daarvoor voldoende is toegerust. Ik denk dat de inspectie op dit moment voldoende in handen heeft, maar ook dit punt loopt mee met het SER-advies over discriminatie. Ik ben aan het eind van dit blokje en ga ik naar het blokje geweld.

De heer Van Weyenberg (D66): Ik zit nog wat te kauwen op de toezegging van de Minister over de openstelling van de publieke instellingen. Volgens mij zijn we het over het doel en de richting eens. Als ik de Minister echter goed begrijp, is ze nog wat aan het zoeken naar de manier waarop ze extra gas kan geven. Is het een idee om daarover nog eens in gesprek te gaan met de Minister van BZK? Ik heb de indruk dat er mooie voorbeelden zijn. De vraag is echter of wij die genoeg gebruiken. Kan er toch niet naar de VNG een tandje bij? Kan het kabinet het belang ervan niet nog eens onder de aandacht brengen? Wij zijn het erover eens dat dit een belangrijk onderwerp is, maar het is wel belangrijk dat we samen op zoek gaan naar het gaspedaal.

Minister Bussemaker: Dat wil ik wel toezeggen en nu ik dat toch zeg, wil ik nog wel een stapje verder gaan. Ik zei al dat ik er al over in gesprek ben met mijn collega van SZW, die over alles gaat wat direct met werk te maken heeft. Ik denk dat er mogelijkheden zitten in de publieke dienstverlening. Dat zal ik bespreken met mijn collega van BZK. Ik ga ook graag in gesprek met mijn collega's van VWS. Ook daar zien wij een aantal interessante voorbeelden, die zich bovendien zouden kunnen uitbetalen omdat de kosten ervan lager zijn. Als mensen niet meer voor een kleine vraag of een herhaalrecept langs de huisarts moeten en dat op een andere manier afgehandeld kan worden, komt dat tegemoet aan de wensen van burgers en kan het bovendien efficiënter zijn. Ik zeg dat dus toe.

Dan kom ik bij het blokje geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit is een enorm belangrijk thema bij emancipatie waarbij Rijk, gemeenten, het veld en de ngo's gezamenlijk optrekken. Dat doen we heel veel. De middelen daarvoor zijn de afgelopen jaren ook flink geïntensiveerd. We betrekken daar zo veel mogelijk degenen die het treft bij. Als je geweld wilt tegengaan, is het belangrijk om rolmodellen te hebben en mensen uit bepaalde gemeenschappen erbij te betrekken.

Tegen de heer Van Klaveren zeg ik dat we een uitgebreide preventieve aanpak van vrouwelijke genitale verminking hebben. Dit doen we samen met de gemeenten, maar ook met de Federatie Somalische Associaties Nederland (FSAN) en Pharos omdat we op die manier vrouwen uit de risicogroepen kunnen bereiken Tegenwoordig geven we bijvoorbeeld een verklaring tegen meisjesbesnijdenis mee als mensen naar het land van herkomst gaan en daar het gevaar lopen om besneden te worden. Ze nemen dan een verklaring mee en worden bij terugkomst gecontroleerd. We doen er dus alles aan om de genoemde partijen zo veel mogelijk samen te laten opereren in een heel gerichte aanpak. Het voortouw ligt hierbij bij VWS, net als bij de aanpak van eerwraak en vrouwenopvang. Dan gaat het met name om de centrumgemeenten en de regiovisies.

Wat betreft ouderenmishandeling wordt vooral samenwerking gezocht met ouderenbonden, dus met ANBO, met de PCOB, met Unie KBO en het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM).

De afgelopen jaren hebben we nog een aantal andere maatregelen genomen. Ik noem een tijdelijke huisverbod. De Kamer is geïnformeerd over de aanpak van preventie rond huwelijksdwang.

OCW heeft de WE CAN Young-campagne. Die campagne wordt vormgegeven met gemeenten, uitvoerende organisaties als Centra voor Jeugd en Gezin (CJG's) en de GGD, jongerennetwerken en vrouwenorganisaties. Het doel van de campagne is om jongeren van welk schooltype, welke afkomst of welke achtergrond dan ook te leren hoe je respectvol met elkaar omgaat, de grenzen van seksueel geweld en seksuele intimidatie en te stimuleren dat homoseksualiteit bespreekbaar wordt. Dat zijn allemaal thema's die van heel groot belang zijn.

Voor de meeste van deze thema's is Staatssecretaris Van Rijn van VWS de coördinerend bewindspersoon. Ik wil de commissie graag toezeggen dat ik nog eens met hem en de aparte partijen spreek over de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties en vooral over de manier waarop we dat kunnen monitoren. Wat dat betreft laten we geen thema onbelicht.

Mevrouw Venrooy vroeg naar het concept van vrouwenrechtenambassadeurs op lokaal niveau. Ik vind dat interessant, maar uiteindelijk moet ook dat gedragen worden door de gemeenten en de organisaties van de gemeenschappen waaruit die problematiek voortkomt. Het werkt niet als we zeggen dat er nu in alle regio's dit soort ambassadeurs moeten komen. Het voortouw moet genomen worden door de gemeenten of ngo's.

De SGP-fractie vroeg waarom ik in de emancipatienota niet inga vrouwenhandel, prostitutie en de opvang van tienermoeders. Deze thema's worden wel gemeld, maar zijn inderdaad niet heel erg uitgewerkt. Wat betreft deze onderwerpen vindt er goede afstemming plaats in het kader van de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De coördinatie van dit beleid ligt bij VWS. De uitwerking van beleid rond bijvoorbeeld prostitutie en vrouwenhandel vindt vaak bij andere departementen plaats, zoals Veiligheid en Justitie. De afstemming daarover verloopt goed.

Ik ben aan het eind van dit blokje en ga ik naar de vragen over vrouwen aan de top en nog een paar andere losse vragen.

De voorzitter: Ik zie dat de heer Van Klaveren een interruptie heeft. Mevrouw Venrooy ook?

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Ja, alleen ben ik even het overzicht van de blokjes kwijt. Hadden we nu ook het onderwerp voorlichting op school hiermee compleet behandeld? Nee? Dan wacht ik nog even af.

Minister Bussemaker: Dit blokje ging over geweld tegen vrouwen. Ik kom zo dadelijk terug op LHBT en alles wat daaromtrent speelt.

De heer Van Klaveren (PVV): 95% van de betrokkenen bij eerwraak, daders en slachtoffers, heeft een islamitische achtergrond. Praktisch alle meisjes in Nederland die besneden zijn – dat zijn er 30.000 en er komen er 50 per jaar bij – hebben een islamitische achtergrond. De vrouwen die in opvanghuizen zitten omdat zij slachtoffer zijn geworden van eerwraak of daarvoor vrezen, hebben een islamitische achtergrond. De vrouwen die gedwongen thuis zitten – alleen in Amsterdam zijn dat er al honderden – hebben praktisch allemaal een islamitische achtergrond. Ziet de Minister een relatie tussen eergerelateerd geweld en de andere zaken die ik net noemde, en de islam?

Minister Bussemaker: Laten we eerst vaststellen dat geweld tegen vrouwen overal voorkomt, dat het een heel lange geschiedenis heeft en dat het zich niet beperkt tot een bepaalde maatschappelijke groep. Tegelijkertijd zien we dat bepaalde gedragingen voortkomen uit culturele gewoonten of, vaak vermeende, opvattingen uit religieuze kring. Die moeten dan ook daar besproken worden. Genitale verminking komt bijvoorbeeld voor bij mensen uit bepaalde landen, maar lang niet altijd bij alle mensen uit die landen. Bovendien zit daar vaak ook het heftigste verzet. Er zijn ngo's die bestaan uit vrouwen uit bepaalde Afrikaanse landen of Egypte, waar genitale verminking ook voorkomt, die juist het verzet hiertegen vormen. Die groepen, waar ze ook vandaan komen, wil ik steunen. Zoals ik al zei, heeft VWS het voortouw hierbij. Ik zal er samen met mijn collega's alles aan doen om dit niet alleen in het kader van religie, bevolkingsgroepen of wat dan ook te benaderen, maar vooral in het kader van zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Wie het ook doet, vindt ons op zijn pad.

De heer Van Klaveren (PVV): Het was een heel simpele vraag: ziet de Minister een relatie met de islam? Ik krijg er gewoon geen antwoord op. Dat is tekenend voor de angst van dit kabinet om het probleem te duiden. Als de Minister deze problemen werkelijk op wil lossen zonder te blijven hangen in allerlei politiek correcte definities, zal ze toch moeten erkennen dat er een probleem zit bij de islam. Om dat te staven hebben we een heel mooi rapportje geschreven. Dat zal ik de Minister straks aanbieden. Het heet Geweld tegen vrouwen binnen de islam. Ik krijg graag een schriftelijke reactie, als de Minister het gelezen heeft.

Minister Bussemaker: Die zal ik geven, maar ik zeg nogmaals dat ik geen direct verband zie tussen bepaalde religies en geweld. Bij alle gezindten en religies kan sprake zijn van geweld tegen vrouwen. Ik zie wel een verband met bepaalde bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld die waarbij genitale verminking voorkomt. Daarom zei ik in het begin al dat het zo belangrijk is om ngo's als de FSAN erbij te betrekken. Daarin zitten de vrouwen die het verzet tegen genitale verminking leiden. Met die organisaties moeten we dan ook de samenwerking zoeken.

In mijn volgende blokje begin ik met de topfuncties. De PvdA vraagt of we naming-and-shaming kunnen toepassen bij bedrijven. In een eerder overleg dat we in januari hebben gehad, heb ik al gezegd dat we samen met Talent naar de top de best practices zullen laten zien en dat ik vooralsnog wil beginnen met naming, dat wil zeggen het er uitlichten van de goede voorbeelden. Er is op 27 juni een bijeenkomst van Talent naar de top. Daar zullen we een aantal organisaties in het zonnetje zetten. Na de zomer zullen voorbeelden gegeven worden van goed presterende grote vennootschappen. Dat er een moment komt dat we ook de stap moeten zetten naar shaming, sluit ik vooralsnog niet uit. Ik vind het echter nu nog niet aan de orde.

De woordvoerder van GroenLinks vroeg of we de evaluatie van de voortgang wat betreft het percentage vrouwen in de top niet eerder kunnen uitvoeren. Het is goed de vinger aan de pols te houden. Dat doen wij ook op bijeenkomsten als die later deze maand en met het bekendmaken van namen van bedrijven, zoals wij na de zomer zullen doen. Na de zomer en in 2014 kan ik de Kamer de resultaten van een panelonderzoek onder zo'n 600 grote vennootschappen laten zien. In 2015 komt de uitgebreidere evaluatie. We doen wel wat ondertussen, maar zo'n evaluatie moet wel goed zijn. Anders is bij de bespreking ervan weer de conclusie dat de tijd eigenlijk te kort was. Dus we houden de vinger aan de pols en de echte evaluatie komt in 2015.

De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Van Tongeren een vraag heeft. Ik stel voor om aan het eind van elk blokje van de Minister de gelegenheid te geven voor het stellen van vragen.

Minister Bussemaker: Voorzitter. Ik kom nu bij de overige vragen die in het kader van vrouwenemancipatie zijn gesteld. Zal ik die gelijk even beantwoorden?

De voorzitter: Dit was toch het einde van het vorige blokje?

Minister Bussemaker: Ja, maar die had ik hier nog. Dit was gewoon een heel kort blokje.

De voorzitter: Dan lijkt het me een goed plan om mevrouw Van Tongeren toch haar vraag te laten stellen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): De evaluatie komt naar de Kamer en sommige bedrijven zullen daarvan wel kennis nemen. Het voorstel van GroenLinks was om echt een monitor hierop in te stellen. Bedrijven zitten in een concurrerende omgeving. Die willen nog wel eens tegen elkaar opbieden. Om van dat mechanisme gebruik te maken, heb ik liever een bedrijvenmonitor dan een evaluatie die naar de Kamer wordt gezonden. Ik ben heel blij met die evaluaties en ik begrijp ook dat die goed gedaan moeten worden. Monitoring is echter een manier de situatie duidelijk te maken en de bedrijven die het goed doen, in het zonnetje te zetten. Daardoor worden misschien andere bedrijven aangemoedigd: als ze het bij Ahold kunnen dan kunnen ze het bij DSM ook, en omgekeerd.

Minister Bussemaker: Dat vind ik prima. Dat kan ik toezeggen. We zetten tot 2015 een aantal stappen en wellicht dragen die ertoe bij dat de resultaten in 2015 zo goed mogelijk zijn, of in ieder geval beter worden.

Ik heb nog wat kleine korte vragen op het terrein van vrouwenemancipatie. Daarna ga ik naar alle vragen die met LHBT te maken hebben.

Ik heb een vraag van GroenLinks en ik dacht ook van de SP over de budgetten voor emancipatie. Het budget voor emancipatie bedraagt voor dit jaar bijna 17,7 miljoen, namelijk 12 miljoen voor vrouwenemancipatie en 5,7 miljoen voor LHBT. De bezuiniging die plaatsvindt op projectsubsidies, betreft dus niet het hele bedrag. De conclusie dat een heel groot deel van de subsidie verloren zou gaan, is dus niet terecht. Het gaat echt om eventuele losse projecten; daarmee moeten we iets zuiniger zijn. Dat geeft des te meer reden om structurele maatregelen te nemen.

De VVD-woordvoerster wees er nog op dat iedereen een afstandsbediening heeft; dat is inderdaad zo. Als we het over rolmodellen hebben, is het tegelijkertijd wel nuttig om te praten over de manier waarop je meer vrouwen bij programma's kunt krijgen en hoe je omroepen daartoe kunt stimuleren. Ik heb die opmerking verder goed gehoord.

Ze vroeg ook naar de rol van de vader bij erkennings- en voogdijregelingen. Ik herken het punt. Ik heb ook in de brief geschreven dat we opdracht hebben gegeven voor een position paper; dat is dus niet een heel groot onderzoek. De uitkomsten daarvan bespreek ik eerst met de collega's van V en J. Daarna komen we erop terug. Ik ben graag bereid om de rol van vaders bij de erkennings- en voogdijregelingen in dat onderzoek mee te nemen.

Diverse partijen vroegen naar de verplichte gendertoets. Ik zei net al iets over Sociale Zaken. Zowel SZW, V en J als OCW voert standaard een gendertoets in bij grote beleidswijzigingen of wetsvoorstellen. Voor de overige departementen is dat niet bekend, maar daarvoor ligt het ook iets minder voor de hand om dat vanzelfsprekend te doen. VWS zou een departement kunnen zijn dat een gendertoets invoert. Er werd zeer terecht verwezen naar gezondheidsverschillen en naar de gezondheidswinst die er te behalen valt door meer genderbewust naar de zorg te kijken. Dat is een van de thema's die ik in mijn brief heb aangekondigd. Wellicht dat dit te zijner tijd nog meegenomen kan worden. De departementen waar men veel met genderthema's te maken heeft, werken al met zo'n toets.

De SP vroeg nog naar de Stichting Steunpunt Studerende Moeders. Die heeft tijdelijk subsidie gehad, voor de periode2009–2011. De stichting wordt nu geacht haar werk zelfstandig voort te zetten via ondersteuningsaanbod en fondsenwerving. We willen echt af van de subsidiëring van veel verschillende kleine instellingen, dus dit moet worden meegenomen en ingebed in het reguliere werk.

Dan kom ik bij LHBT. Er zijn een aantal vragen gesteld over LHBT-jongeren en het onderwijs. De VVD vroeg om aandacht voor seksuele diversiteit in het mbo. Dat is ook van groot belang. Er is een verplicht generiek kwalificatieonderdeel voor het mbo waarin seksuele diversiteit is opgenomen. Het landelijk Expertisecentrum beroepsonderwijs (Ecbo) zal een vinger aan de pols houden door de veiligheid van zowel LHBT-medewerkers als LHBT-studenten in de monitor Sociale veiligheid in het mbo op te nemen. Deze verschijnt in 2014. Wellicht zien we daarin aanleiding is om nog meer te doen.

Er werd ook gevraagd naar de controle door de Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie is inderdaad van plan om de sociale kwaliteit van scholen met ingang van 2014 een grotere plaats in het toezicht te geven. Dan gaat het om veel zaken zoals sociale veiligheid, pesten, burgerschap et cetera, maar ook diversiteit hoort hier ook bij. Daarnaast hebben we de monitor Sociale veiligheid van LHBT-jongeren die elke twee jaar herhaald wordt. Op grond daarvan kunnen we zien of er nog meer nodig is.

De PvdA vroeg naar het bespreekbaar maken van homoseksualiteit en sociale acceptatie ervan in de sport. Daarmee zijn we al een aantal jaren bezig. Daar is ook echt nog een wereld te winnen, de voetbalwereld voorop. De woordvoerder van 50PLUS wees er al terecht op dat het woord «homo» nog weleens gebruikt wordt op de velden als scheldwoord. Ik trek hierin samen op met mijn collega van VWS. We steunen bijvoorbeeld de GSA Gelijkspelen van NOC*NSF en sportbonden. COC Nederland heeft een aantal programma's. We hebben de John Blankenstein Foundation. De KNVB is eind 2012 een samenwerking met de GSA Gelijkspelen over homo-emancipatie gestart, met name in het amateurvoetbal, maar ook in het betaald voetbal. Kortom, we zitten hier op heel verschillende manieren in en ook de sportbonden zelf zijn heel erg actief.

De woordvoerder van D66 vroeg naar de GSA's op scholen. Die steunen wij via COC Nederland. Er zijn er nu 150 scholen met een GSA en we willen toe naar 300 eind 2013. Het goede nieuws is dat al 450 scholen een start- en informatiepakket hebben aangevraagd. We zijn er dus mee bezig. Het project loopt tot het einde van dit jaar en ook hierbij geldt dat we dan of er meer nodig is gezien de stand van zaken op dat moment

Er is ook gevraagd wat we als voortrekkers doen op internationaal terrein. We doen heel veel. Dat doe ik niet alleen, maar wel voor een belangrijk deel. Wij hebben bijvoorbeeld de IDAHO-conferentie georganiseerd. Daar hebben dertien Europese landen een call getekend om geweld tegen homo's in Europa strenger aan te pakken en ook op Europees niveau te agenderen. Niet dat het een Europese bevoegdheid moet worden, maar wel omdat er een Europese discussie moet zijn over de manier waarop we geweld tegen homo's overal bestrijden. Ik trek op naar de VN. Daar was ik in maart voor de VN-vrouwenconferentie. Daar heb ik met Michelle Bashelet, voorzitter van het Committee on the Status of Women (CSW) heb gesproken over de manier we LHBT-rechten beter kunnen agenderen in de VN. Vanzelfsprekend zijn mijn collega's van Buitenlandse Zaken ook buitengewoon actief en grijpen ook incidenten aan om anderen erop te wijzen wat het belang is van bestrijding van geweld tegen LHBT'ers.

Door D66 werd gevraagd naar onze internationale positie met betrekking tot de behandeling van LHBT'ers. Er is een onderzoek geweest van de International Lesbian, Gay, Bisexual, Trans and Intersex Association (ILGA), the Europe Annual Review. Die laat inderdaad zien dat de positie van Nederland verzwakt is, maar dat overzicht gaat alleen over de rechten die de afgelopen jaren zijn verbeterd. Het hanteert dus een andere systematiek van toewijzing van punten dan men de afgelopen jaren heeft gedaan. Daarom komt er ook opeens een andere volgorde van landen te staan. Dan zien we dat er bij ons toch ook het nodige is gebeurd, maar we willen natuurlijk weer hoger aan die top staan. Uit dit onderzoek kun je dus niet een-twee-drie afleiden dat de behandeling, acceptatie en omgangsvormen ten aanzien van LHBT'ers opeens heel erg verslechterd is. Ik moet wel zeggen dat ik wel wat teleurgesteld was toen ik die review in ontvangt nam, vooral omdat de Belgen ons hadden ingehaald. Mijn Belgische collega en ik hebben allebei de uitdaging opgepakt. Hij wil de volgende keer zeker boven Nederland blijven en de commissie zal begrijpen dat ik in ieder geval beter wil scoren. Daar ligt dus een flinke uitdaging.

Er zijn vragen gesteld over het roze stembusakkoord door GroenLinks. Dat akkoord bestaat uit vijf onderwerpen en volgens mij zijn we een heel eind met de uitvoering ervan. Het initiatiefwetsvoorstel met betrekking tot de weigerambtenaar is op 11 juni door de Tweede Kamer aanvaard. De verplichting van voorlichting op scholen is inmiddels van kracht. Het initiatiefwetsvoorstel voor het afschaffen van de enkelefeitconstructie is op 9 mei bij de Kamer ingediend. Het wetsvoorstel voor de verbetering van de rechtspositie van lesbische ouders ligt voor bij de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel voor de erkenning van genderidentiteit van transgenders ligt ook voor bij de Eerste Kamer. Kortom, volgens mij kan iedereen die aan het akkoord heeft meegewerkt tevreden zijn over de stand van zaken.

De PvdA vroeg naar acceptatie van LHBT in conservatief religieuze kring. Ook de heer Van Klaveren verwees daarnaar. Dit thema is heel erg belangrijk om te bespreken. Ook hier geldt dat we niet vanzelfsprekend kunnen zeggen dat het met een religie als zodanig te maken heeft, maar dat er wel kenmerken zijn van culturele aard die hierbij een rol kunnen spelen. OCW en SZW trekken hierin actief samen op vanuit het oogpunt van emancipatie en integratie.

Gisteren hebben we hierover toevallig een conferentie gehad. Die was georganiseerd door de overheid, maar er waren ook mensen aanwezig vanuit de LHBT-gemeenschappen en de gemeenschappen waar men ook te maken heeft met een discriminerende bejegening of een gebrekkige sociale acceptatie binnen etnische groepen. De conferentie was georganiseerd naar aanleiding van het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Daaruit blijkt dat in Nederland de groep met een negatieve houding ten opzichte van LHBT heel klein is, namelijk 4%. Het SCP schrijft verder: opvallende uitschieters zijn mensen die ministens één keer per week naar de kerk gaan: 26% negatief. Van de PVV-stemmers is 10% negatief en niet-westerse migranten hebben eveneens vaak moeite met homoseksualiteit. De groep mensen waarbij de acceptatie beter kan, is op zich ook divers. Dat maakt het voor ons niet makkelijker om het probleem te tackelen. Met name bij de Marokkaanse en de Turkse groepen is de acceptatie gering, en dat is echt een serieus probleem. Die waren gisteren dus ook zeer aanwezig. We trekken dus samen op en we hebben gisteren al een aantal belangrijke lessen kunnen leren. Wij, SZW en OCW, gaan nu bekijken hoe we hieraan een vervolg kunnen geven.

De vraag van de VVD ging over de actieve bestrijding van wachtlijsten voor transgenderoperaties. De zorgverzekeraars hebben indertijd een eenmalige investering in het VUmc gedaan. VUmc heeft ook extra personeel ingezet voor de diagnostische fase. In de komende voortgangsrapportage zal ik de Kamer informeren over de tussentijdse resultaten.

Mevrouw Van Tongeren vroeg ook naar de kwetsbare positie van transgenders. Ook op dit punt gebeurt er echt veel. Minister Asscher heeft advies gevraagd over discriminatie van transgenders op de werkvloer. VWS werkt aan een flyer die transgenders kunnen gebruiken bij de aanvraag van zorg. Bij de koplopergemeenten staat de positie van transgenders steeds vaker op de agenda. Het Ministerie van OCW heeft het bestuur van Transgender Netwerk Nederland uitgenodigd om bovenop wat wij al doen een aanvullend en samenhangend actieplan te ontwikkelen voor de aspecten werk, veiligheid en sociaal isolement. We verwachten dat plan deze zomer en zullen de Kamer dan in de voortgangsrapportage nader informeren.

Ik ben nog een vraag van D66 over het VN-Vrouwenverdrag en de voortgangsrapportage vergeten. De tweede voortgangsrapportage over bestrijding van geweld wordt deze zomer naar de Kamer gestuurd. De zesde algemene rapportage wordt in het voorjaar van 2014 gestuurd.

De voorzitter: Ik zie dat verschillende leden nog vragen hebben. Wij hebben nog twintig minuten. Omwille van de tijd, stel ik voor om de vragen te stellen in tweede termijn. Ik hanteer een spreektijd van twee tot drie minuten per woordvoerder, waarbij ik enige coulance zal betrachten.

Mevrouw Yücel (PvdA): Voorzitter. Ik dank de Minister voor haar antwoorden en de gedane toezeggingen. Ik constateer dat de Minister positief is over ons actieplan Gelijke beloning. Ze had nog een opmerking over equal pay day waarover ik graag opheldering wil hebben. Die dag zou dan niet bekend genoeg zijn, maar in het actieplan staat juist dat die bekend moet zijn. Ik wil wel graag horen of de Minister bereid is om jaarlijks een equal pay day te houden om het bewustzijn te vergroten en die op de agenda te zetten en te houden, natuurlijk met de nodige publiciteit.

Verder heb ik nog een vraag over de opmerking van de Minister over de vrouwenrechtenambassadeurs. Inderdaad moet dat lokaal opgepakt worden. Minister Asscher is bezig om op lokaal niveau in gesprek te gaan over de wijze waarop dat vorm gegeven kan worden. De specifieke vraag aan deze Minister is of zij ook mogelijkheden ziet om deze ambassadeurs niet alleen binnen brede scholen, maar ook binnen zorgadviesteams een plek te geven? Daar komen die moeders, vaders, zonen en dochters vaak terecht en scholen hebben ook regelmatig te maken met de problematiek waarmee deze vrouwen zitten.

Ik ben ontzettend blij met de toezegging met betrekking tot de problematiek van de transgenders. We wachten verdere acties af.

Uit de opmerkingen van de Minister over het vergroten van de acceptatie binnen multiculturele kring, allochtone kring of hoe we het ook moeten noemen, begrijp ik dat daarvoor de nodige aandacht is. Is het ook mogelijk om te investeren in community building, hoewel dat misschien niet het juiste woord is? De COC heeft een prima infrastructuur hiervoor die de jongeren goed kunnen benutten. Als je weet dat je niet alleen staat, groeit je zelfvertrouwen en kun je jezelf beter ontwikkelen. Dat is goed voor deze mensen, die soms uit de groep gestoten worden en het heel moeilijk kunnen hebben.

De voorzitter: Rondt u af?

Mevrouw Yücel (PvdA): Ik vraag de Minister om bij de taakstelling die ook zij heeft, zo veel mogelijk de kritische ondergrens van de bestaande infrastructuur goed in de gaten te houden. Er hoeven inderdaad niet allerlei losse groepjes te zijn voor verschillende doelgroepen. Daarmee ben ik het van harte eens.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Voorzitter. Als geëmancipeerde werkende moeder krijg ik net een sms dat mijn zoon geslaagd is. Hij zit thuis met zijn vader, vandaar dat ik even wat afgeleid was tijdens dit AO. Zo kan het dus ook.

Ik ben blij met een flink aantal van de antwoorden van de Minister. Het enige wat ik in zijn algemeenheid eigenlijk wil zeggen is: nog meer ambitie en snelheid. We kennen allemaal de cijfers waaruit blijkt dat we, geloof ik, nog minder vrouwelijke hoogleraren hebben dan Botswana. Ik proef dat de intentie bij deze Minister goed is, maar ik vraag haar ervoor te zorgen dat in het geweld waarin het bij het kabinet toch vooral lijkt te gaan of we die 3% bezuinigingen halen, deze andere doelen niet uit het oog verloren worden.

Ik ben blij te horen dat ik de bezuinigingen wat verkeerd geïnterpreteerd heb, maar ik blijf toch zorgen houden over de manier waarop de bezuinigingen op emancipatie uitvallen met het kleine budget en de essentiële projecten die hieronder vielen.

Ik ben tevreden over de toezegging om de streefcijfers en de resultaten daarvan op zo'n manier te presenteren dat het prikkelend wordt voor het bedrijfsleven en het denkt: hé, daarop wil ik beter presenteren.

Ik wil nog heel even aandacht vragen voor Roze in Blauw. Dat project wil deze Minister natuurlijk ook graag verder uitrollen, maar ik krijg signalen dat er toch wat aan schort. Misschien kan deze Minister of voor of achter schermen nog eens een duwtje geven.

Een topfunctie vereist totale toewijding en inzet. Ik vind het dus gedeeltelijk best terecht dat de Minister zegt dat het ook aan de vrouwen ligt en dat zij zich zullen moeten inspannen. Als iemand een topper wil worden in de sport, vindt niemand het vreemd dat alles ervoor moet wijken en dat mensen zich helemaal suf trainen. Als een man of vrouw een topfunctie wil in het bedrijfsleven, de wetenschap of de Ministerraad, vereist dat totale inzet en toewijding. De Minister weet dat. Ik vind het terecht dat er gezegd wordt dat mannen moeten emanciperen. De overheid en het bedrijfsleven moeten ruimte geven, maar ook de vrouwen die dit willen en kunnen, zullen zich dus stevig moeten inspannen.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Voorzitter. Laat ik beginnen met een collegiaal «hear hear» voor mijn collega. De laatste woorden die ze uitsprak, kan ik alleen maar onderschrijven. Tijdens dit debat over de vrouwenemancipatie had ik wel een beetje het gevoel van «waar zijn de vrouwen zelf», met alle inspanningen die verricht moeten worden. Het was toch heel veel: de bedrijven, de overheid, de werkgevers. Ik ondersteun deze laatste oproep van mevrouw Van Tongeren van harte. Ik vraag de Minister dan ook om bij het toetsen van alle initiatieven en bij het doen van alle toezeggingen op het gebied van vrouwenemancipatie, ook door die bril te kijken.

Ik geef de Minister absoluut een compliment voor de beantwoording en zeker ook voor de manier waarop ze de discussie heeft gevoerd. De brief heeft immers weer tot allerlei discussies geleid. Ik kan niet anders dan de Minister hiervoor een groot compliment maken, evenals voor haar inzet in dit debat.

Ten aanzien van de transgenders meende ik een toezegging te horen van de Minister. Dat toets ik graag even, want mijn vraag was iets breder dan alleen de wachtlijsten. Kan er een wat bredere reactie komen op het SCP-rapport? Kan de Minister hierover anders nog iets schrijven? Ik begreep van mijn collega's dat er moties ingediend worden, dus dan komt er wellicht nog een VAO. Zo'n bredere reactie mag ook in een brief.

Als ze dan toch een brief schrijft voor het VAO, wil ik graag iets meer weten over de voorlichting op scholen. Ik weet dat de voorlichting verplicht is, maar de controle hierop niet. Het mbo is daarbij voor ons een punt van zorg omdat uit een SCP-rapport blijkt dat de situatie ernstig is. Op dit moment wil ik nog niet zeggen dat er verplicht gecontroleerd moet worden, ook in het licht van mijn eerdere betoog dat de overheid geen panacee is voor alle problemen. Over het probleem of de voorlichting wel goed belegd is bij de scholen, of die in het curriculum past, of die apart moet, en hoe dit bij het mbo zit, krijg ik graag nog iets meer duidelijkheid.

Ik ben de Minister er zeer erkentelijk voor dat ze het punt van mannen en vaderschap wil meenemen in het gesprek met de Minister van V en J. Ik ben zeer benieuwd naar de uitkomst hiervan. We willen wettelijke belemmeringen wegnemen, maar op dit punt zien we nog vaak heel schrijnende situaties.

De heer Klein (50PLUS): Voorzitter. Ten eerste, ik had nog een vraagje neergelegd over de acceptatie en de problematiek van roze ouderen in verzorgingstehuizen en daaraan gekoppeld het verzoek om de door Kiwa ontwikkelde tolerantiescan meer inhoud te geven.

Ten tweede, het is kenmerkend voor emancipatie, emancipatiebeleid en de geschiedenis ervan dat er een fase in de geschiedenis is geweest waarin emancipatie gewoon ontkend werd en waarin er helemaal geen discussie over vrouwenemancipatie was. Dat is in de jaren zeventig met de emancipatiestudies verder opgepakt. Dit is nu opnieuw aan de orde met ouderenemancipatie. De Minister heeft hierover helemaal niets aangegeven en ze heeft hiervoor helemaal geen aandacht. Ze heeft verwezen naar de Minister van onze zuiderburen, die wellicht iets verder is. Dan kan ze misschien ook met haar collega overleggen hoe de actieve-ouderenemancipatie in België wordt aangepakt. Ik denk dat het wel degelijk een probleem is dat verder reikt dan alleen maar discussies in de trant van «ach, laat die ouderen nu maar gewoon meedoen». Nee, het gaat over emancipatie van mensen die je niet wegzet als een verloren groep of als een groep die er niet meer toe doet. Integendeel, dit is een samenleving waarin juist ook ouderen actief zijn, waarin ze ook hun autonomie hebben, waarin ze ook hun weerbaarheid houden en waarin ze ook gelijkwaardig zijn. Dat moeten we dus verder inhoud geven. Het is jammer dat de Minister daarover in haar eerste termijn niets gezegd heeft.

Minister Bussemaker: Even bij interruptie: dat ben ik inderdaad vergeten. Ik heb het nu wel en ik kom er zo op terug. Het was niet bewust, het was per ongeluk. Sorry.

De heer Klein (50PLUS): Laten we hopen dat dit dan een voorbode is.

De heer Bisschop (SGP): Voorzitter. Allereerst dank ik de Minister voor de beantwoording. Ik heb een tweetal punten. Ten eerste verzoek ik de Minister om toch iets explicieter aandacht te besteden aan de thematiek van vrouwenhandel, problemen in de prostitutie, tienermoeders enzovoorts. Het is geruststellend dat er een goede afstemming is met VWS en V en J, maar het zou goed zijn om deze thematiek in de emancipatienota explicieter een plek te geven. Dit geef ik de Minister graag in overweging.

Het tweede punt betreft de overdraagbare algemene heffingskorting. Ik ben blij met de nuancering die de Minister aanbrengt over de tekst van haar Trouw-interview en de interpretatie die het heeft gekregen. Ondertussen houdt de Minister echter wel overeind dat ze ermee akkoord is dat de mogelijkheden voor de overdracht van die heffingskorting worden afgebouwd, omdat die de arbeidsparticipatie belemmert. Welnu, de Minister zegt respect te hebben voor individuele keuzes, niet individualistisch te willen opereren en niemand te willen dwingen, maar ze handhaaft vervolgens wel de afbouw van die regeling. Dan is er wel degelijk sprake van uitoefening van druk. Door in het geval van tweeverdieners door middel van baanpremies beide verdienende echtgenoten extra tegemoet te komen, betaalt dat gezin per saldo ongeveer een maandinkomen minder aan belasting dan een gezin waarvan man en vrouw door middel van één inkomen hetzelfde jaarinkomen verwerven. Het maakt niet uit of de man of de vrouw dat inkomen verwerft. Dat noem ik schrijnend onrecht. Dat moeten we met zijn allen gewoon niet willen. Het gaat om....

De voorzitter: Rondt u af?

De heer Bisschop (SGP): Ja, ik rond af. Een kort, klein voorbeeld. Het gaat om twee mensen ...

De voorzitter: Nee, nee, dat lijkt me niet goed. U bent al over uw twee minuten heen. Korte kleine voorbeelden duren meestal meer dan een minuut, is mijn ervaring. Dus wilt u afronden?

De heer Bisschop (SGP): Ja. Het gaat om een baan in het onderwijs die wordt bezet ...

De voorzitter: Nee. Nu doet u het toch.

De heer Bisschop (SGP): ... door twee mensen. In het ene geval verdient de een één maandsalaris minder dan in het andere geval.

De voorzitter: Nee. U moet nu echt afronden.

De heer Bisschop (SGP): Ik rond het hiermee af, maar ik geef dit voorbeeld alleen maar om aan te geven hoe schrijnend dit onrecht is.

De heer Van Klaveren (PVV): Voorzitter. Ook deze Minister lijkt het woord «islam» niet eens in de mond te durven nemen. Op basis van cijfers van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG), het Verwey-Jonker Instituut en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) gaf ik net aan dat 95% van de betrokkenen bij eergerelateerd geweld een islamitische achtergrond heeft. 10.000 van de vrouwen in Nederland die besneden zijn, hebben een islamitische achtergrond. Hetzelfde geldt voor de vele honderden vrouwen die alleen al in Amsterdam gedwongen thuiszitten. Al deze vormen van geweld worden gelegitimeerd door de islam.

Dit kabinet durft dit punt niet expliciet te benoemen. Progressief Nederland zwijgt als het over de islam gaat. Men blijft een beetje hangen in de duistere tunnel der onwetendheid. Om enig licht in de duisternis te brengen, biedt de PVV het rapport Geweld tegen vrouwen binnen de islam aan. Ik zal het na afloop van de vergadering aan de Minister geven. Zoals ik al aangaf, hoop ik daarop een schriftelijke reactie te ontvangen.

Ik kom, tot slot, op het puntje dat de Minister net aanhaalde over de PVV-stemmers. Blijkbaar is dat voor die mensen helemaal niet zo'n issue, want ze stemmen immers op ons. Het is dankzij de PVV dat er eindelijk in de kerndoelen van het onderwijs is opgenomen dat er seksuele voorlichting komt op alle scholen. Daarnaast is dankzij de PVV een einde gekomen aan de weigerambtenaar.

Mevrouw Karabulut (SP): Voorzitter. Ik had het gevoel dat mensen dit allemaal nog even moesten verwerken. Vandaar mijn stilte. De Minister heeft vandaag in ieder geval haar excuses aangeboden aan vrouwen die de indruk hadden gekregen dat de Minister wilde voorschrijven hoe ze hun leven moeten indelen. Althans, ik interpreteerde dat zo. Dat was echter niet het geval en daar ben ik blij om.

De Minister zegt dat vergroting van de economische zelfstandigheid van vrouwen haar doel is. Daar sta ik achter. Mijn onbeantwoorde vraag was wat haar doelstelling is met betrekking tot de economische zelfstandigheid, maar ook tot de arbeidsparticipatie, die ze ook wil vergroten. Tegelijkertijd voert het kabinet een beleid dat haaks daarop staat. Er wordt een verarmingspolitiek gevoerd. Bovendien is er een grotere werkloosheid, ook onder grote groepen vrouwen. Dat verhoudt zich niet tot elkaar. Dat maakt in mijn ogen deze nota en de uitspraken van de Minister toch een beetje leeg. Ik word er verdrietig van dat de Minister hierop inhoudelijk niet wil ingaan. Wanneer ze bijvoorbeeld zegt dat SZW of VWS zaken toetst, dan denk ik: wat komt er op de belangrijke punten die ik heb genoemd, dan bijvoorbeeld uit de monitor van het kabinetsbeleid?

Een aantal andere concrete vragen zijn niet beantwoord. De Minister verwijst voor een verbetering van de positie van laagopgeleide vrouwen op allerlei terreinen naar Eigen Kracht-rondetafelgesprekken en naar gemeenten. We weten alleen ook dat gemeenten kampen met verschrikkelijke tekorten en bezuinigingen, ook de grote gemeenten. Ze zeggen dat ze geen kansarmen meer begeleiden naar de arbeidsmarkt en hen hiervoor ook niet opleiden. Daarom vraag ik om een actieplan op dit terrein, als het de Minister echt menens is dat ze juist de positie van deze vrouwen wil versterken. Ik herhaal mijn vraag aan de Minister om hierop toch wat meer actie te ondernemen.

Hetzelfde geldt voor de positie van migrantenvrouwen. Ik heb gevraagd of de Minister bereid is om een landelijk actieprogramma te maken, ook met betrekking tot het zelfbeschikkingsrecht. Er moet nog ontzettend veel gebeuren en juist deze groepen voelen zich miskend door de Minister omdat ze nauwelijks voorkomen in de nota.

Ik kom op mijn laatste punt. Begrijp ik het goed dat de Minister met alle departementen en alle verantwoordelijke bewindspersonen de diverse stukjes rondom geweld tegen vrouwen, of het nu zelfbeschikkingsrecht betreft of huiselijk geweld, inzichtelijk gaat maken en dat ze hierin een coördinerende rol gaat spelen, zodat we snel een actieplan krijgen? Daarmee zou ik erg blij zijn.

De heer Van Weyenberg (D66): Voorzitter. Ik dank de Minister voor haar antwoorden. Ze verwijst veel naar Minister Asscher bij vragen over de arbeidsmarkt en vrouwenemancipatie. Ik zie dat als een kleine ondersteuning voor het pleidooi van mijn fractie voor de overgang van dit dossier naar die Minister.

De Minister is niet van plan de aanrechtsubsidie sneller af te bouwen. Dat betreurt mijn fractie. We zullen daarop in het VAO met een motie terugkomen. Ik ben blij met de toezegging dat de Minister met haar collega's in gesprek gaat over het gaspedaal met betrekking tot de openingstijden van publieke instellingen en instellingen in de zorg. Ik zie uit naar waar dat toe leidt. Kan de Minister iets van een aanpak of een tijdpad schetsen?

Ik heb nog drie concrete vragen. Om te beginnen sluit ik me graag aan bij het pleidooi van mevrouw Venrooy om het SCP-onderzoek van een wat integralere reactie te voorzien, inclusief een antwoord op de vraag wat we er dan mee gaan doen. Daarom moet het natuurlijk gaan. Ik ben overigens wel blij om te horen dat ook de Minister een aantal acties opsomt, want dit is een buitengewoon belangrijk onderwerp.

De Minister schetst dat de GSA's nu een grote vlucht nemen. Dat is goed om te horen, maar mijn concrete vraag was of ze zich ervoor gaat inspannen dat in 2016 elke school zo'n GSA heeft. Graag krijg ik daarop nog een reactie.

Tot slot, ik begrijp dat de methodiek in de rapportage wat is veranderd, waardoor we van de zesde naar de achtste plek gedaald zijn. Dat laat onverlet dat ik de Minister vraag of ze van plan is met een aanvalsplan te komen, gegeven de ambitie die de Minister en D66 delen om weer te stijgen, het liefst naar de eerste plek. We hebben op dit punt duidelijk nog een hele weg te gaan.

De voorzitter: Ik wil even een klein punt van orde maken. Ik hoor diverse leden praten over een VAO. Er is nog geen VAO aangevraagd. Ik stel voor dat de leden eerst de antwoorden van de Minister afwachten. Misschien doet ze nog een allerlaatste toezegging en komt ze u bij de allerlaatste vragen nog tegemoet. Ik vraag de leden straks of er nog steeds een VAO aangevraagd moet worden.

Minister Bussemaker: Voorzitter. Dank voor de complimenten en ook voor de kritiek. Laat ik in ieder geval een misverstand wegnemen bij de SP. Ik heb geen excuses aangeboden en dat was ik ook helemaal niet van plan. Ik neem geen woord terug van wat ik heb gezegd, althans van wat ik in het interview heb gezegd. Ik heb wel gezegd dat ik niet heb willen zeggen dat ik iedereen individueel de maat wil nemen. Het gebeurt wel vaker met thema's die betwist zijn en die met veel emoties gepaard gaan, dat mensen een verhaal maken van jouw verhaal, dat daarvan dan weer een verhaal wordt gemaakt, en daarvan weer een nieuwsbericht waarop mensen gaan reageren. Op een gegeven moment komt er dan opeens een heel ander verhaal uit. Ik heb dus niet gezegd dat ik iedereen individueel de maat wil nemen. Ik heb wel gezegd dat ik vind dat iedereen er meer over na moet denken, en inderdaad dat vrouwen dat vooral ook zelf moeten doen. Mevrouw Venrooy zei dat terecht. Daarover is een groot deel van het publieke debat gevoerd. Alles wat ik hier zeg, geldt natuurlijk voor vrouwen én voor mannen. Het verandert alleen als het ook thuis aan de keukentafel gebeurt. Voordat daarover nu weer een misverstand ontstaat, neem ik dat als eerste maar even weg.

De voorzitter: Mevrouw Karabulut, ik zie u enorm zwaaien, maar het is vijf uur en we zijn door onze tijd heen. Ik stel voor dat we eerst de Minister de kans geven om alle vragen in de tweede termijn te beantwoorden voordat ik hier straks met de helft van de leden zit of dat de Minister weg moet.

Minister Bussemaker: Dan ga ik eerst naar de vraag van 50PLUS over ouderenemancipatie, want die was ik vergeten. Dat is niet omdat ik het niet belangrijk vind, want het is heel belangrijk. Bij een aantal thema's hebben we coördinerende bewindspersonen en de Staatssecretaris van VWS is coördinerend voor ouderenbeleid. Hij moet het bij elkaar brengen. Ik kan de thema's die ook aan mijn portefeuille raken, meenemen. Dat doen we bijvoorbeeld met de GSA's. Oudere homo's lopen daarin mee als het gaat om veiligheid. Ik ben dus niet coördinerend voor het ouderenbeleid. Zo is de Minister van SZW coördinerend voor integratie. Er zijn veel thema's waarin integratie en emancipatie aan elkaar raken en daarbij trekken we dan samen op. Die GSA's doen we samen met het COC, MOVISIE en de ouderenbonden. Het is elke keer eigenlijk hetzelfde stramien: het Rijk in welke vorm dan ook, de gemeenten, de kennisorganisaties en de meest betrokken ngo's. Dat geldt ook hier.

Ik loop de vragen even langs. Het idee van een equal pay day moet de Staatssecretaris van SZW verder uitwerken. Zij zal nadenken over vormen van bewustwording. Als een equal pay day daaraan kan bijdragen, is dat goed. Maar laten we het niet omdraaien en het middel centraal stellen. Laten we er vooral over nadenken hoe we die bewustwording kunnen vergroten. Dat de PvdA hecht aan een equal pay day, is duidelijk.

Vrouwenrechtenambassadeurs moeten echt op lokaal niveau geregeld worden. We moeten het niet apart voor scholen of zorg of voor wat dan ook gaan organiseren. Als we het op lokaal niveau doen, kunnen ze daar alles meenemen en bekijken waar het belangrijk is.

Community building bij de multiculturele netwerken nemen we graag mee. Gisteren hebben we bij die conferentie ook veel lessen geleerd. Dat moet ambtelijk eerst nog verwerkt worden. Dit punt kunnen we daarin meenemen.

GroenLinks vraagt om meer ambitie en snelheid. Altijd, want deze discussie blijft aandacht vragen.

Er werd ook gevraagd naar Roze in Blauw. We hebben nu te maken met de overgang naar de nationale politie. Daarin vindt ook de overdracht van de ondersteuning van Roze in Blauw plaats. De verdere ondersteuning zal plaatsvinden door de Minister van V en J. Overigens heb ik recentelijk op de IDAHO-dag gesproken met de mensen van Roze in Blauw. Toen hoorde ik alleen maar positieve verhalen. Ik heb persoonlijk geen signalen om daaraan te twijfelen.

De VVD vroeg om een bredere aanpak van de problematiek van de transgenders. Ja, dat is goed, maar feitelijk wordt dat dus het plan van aanpak waarnaar ik verwees. Dan komen we ook terug op alle punten uit de SCP-rapportage. We hebben nu advies van het Transgender Netwerk Nederland gevraagd. Dat krijgen we deze zomer en dan gaan we het verwerken.

De inspectie gaat in het kader van het toezicht kijken naar de voorlichting op scholen. De scholen zullen dus meer aandacht krijgen in het toezicht op de sociale aspecten van onderwijskwaliteiten. Volgens mij wordt het kerndoel «seksuele diversiteit» daarin meegenomen. Die vraag is dus bevestigend beantwoord. De heer Van Weyenberg had nog een vraag over het mbo. Daarin bestaat het kwalificatieonderdeel «loopbaan en burgerschap». Seksuele diversiteit al is opgenomen in de verplichte generieke kwalificatiestructuur. Kortom, er wordt naar gekeken.

Ik zal vrouwenhandel, prostitutie et cetera meenemen in de voortgangsrapportage, zeg ik tegen de SGP.

Over de overdraagbare fiscale regeling, de heffingskorting, de aanrechtsubsidie of hoe je het ook wilt noemen, zeg ik het volgende. Ik ben mijn verhaal bewust begonnen met de vraag welke norm je als overheid hanteert. Er is altijd wel iemand die je treft, als je fiscale maatregelen neemt met betrekking tot toeslagen of sociale zekerheid. Het gaat mij er meer om wat je norm is. Mijn uitgangspunt is dat ik het niet ga verbieden als mensen leven naar de keuze die de heer Bisschop bepleit. Dat is hun recht. De norm van de overheid hoeft daarmee niet die kant op te redeneren. D66 en de SGP hebben dit het scherpst verwoord. Ik denk dat je uiteindelijk wel een keuze moet maken. Voor mij is de norm dat het goed is dat die aanrechtsubsidie wordt afgeschaft omdat we daarmee stimuleren dat ook een partner zich makkelijker op de arbeidsmarkt begeeft en dus uiteindelijk ook meer aan dat salaris zal overhouden, en het gezin dus uiteindelijk ook.

De PVV zal ik een schriftelijke reactie geven. Ik zeg nogmaals dat het mij niet om het geloof gaat, maar om het probleem. Ik zal dan ook iedereen erbij betrekken bij wie dat probleem zich voordoet, zowel in de probleemstelling als in het zoeken naar een oplossing. We zullen de heer Van Klaveren nog van een schriftelijk antwoord voorzien.

De SP vroeg naar De tafel van één en de samenwerking daarmee. Ik heb volgens mij duidelijk gezegd dat ik De tafel van één meer wil combineren met de plannen voor laaggeletterdheid, en wel in afstemming met gemeenten en wethouders. Dan worden het niet allemaal losse projecten, maar zien we er samenhang in. Daarover wil ik eerst met hen gaan praten.

Voor een actieplan voor zelfbeschikkingsrecht geldt dat VWS coördinerend is. Volgens mij heb ik een hele waslijst van initiatieven gegeven waarover VWS één keer in de zoveel tijd een voortgangsrapportage geeft, als het goed is. Volgens mij is dat op zich al een enorm actieplan.

D66 vroeg naar mijn internationale ambitie. Ik heb dat aanvalsplan in ieder geval ten opzichte van onze zuiderburen net al geformuleerd. We moeten er alles aan doen om de sociale acceptatie en gelijke rechten in Nederland goed te borgen.

Ik kom op de aanpak van de openingstijden. Ik geloof niet dat ik het «openingstijden» heb genoemd. Het ging meer om de lessen uit de dagindeling en het makkelijker combineerbaar maken. Ik zeg de Kamer een brief toe vóór de behandeling van de begroting van OCW.

Met betrekking tot GSA's op elke school voor 2016, moeten we eerst de evaluatie hebben. De scholen moeten het ook willen en het moet goed organiseerbaar zijn.

De voorzitter: Er is geen ruimte meer voor een derde termijn. Ik ga twee dingen doen. Ik vraag de commissie of ze met al deze toezeggingen nog steeds een VAO wil. Mevrouw Yücel had in haar bijdrage als eerste genoemd dat ze moties wilde indienen. Ik zie dat een heleboel mensen een VAO willen. Dat zal ik namens de commissie aanvragen, met mevrouw Yücel als eerste spreker.

Ik voor de commissie genoteerd wat de Minister in dit AO heeft toegezegd. Luister dus vooral goed mee.

Op de thema's flexibiliseren van het bevallingsverlof en de aanrechtsubsidie wordt teruggekomen in een brief van Minister Asscher in het kader van het wetsvoorstel inzake verlof en modernisering van de arbeidstijden. Deze brief wordt binnenkort aan de Kamer gestuurd.

De Minister heeft toegezegd nader in gesprek te gaan met haar collega's van BZK, SZW en VWS over de openstelling van publieke instellingen. Daarover hadden we het net.

De Minister gaat in gesprek met haar collega van VWS over de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties.

De Minister geeft een schriftelijke reactie op het PVV-rapport Geweld tegen vrouwen binnen de islam.

De rol van vaders bij de erkenning en de voogdijregeling gaat de Minister bespreken met het Ministerie van V en J om dit thema daar meegenomen te krijgen.

Met betrekking tot de voortgang van de evaluatie Vrouwen aan de top worden de resultaten van een panel in dit kader gepresenteerd en de evaluatie wordt dan in 2015 naar de Kamer gestuurd.

De Minister heeft toegezegd de streefcijfers te monitoren. Dat is een toezegging aan mevrouw Van Tongeren. Dat betreft de cijfers van zowel de best practices als van andere organisaties. Ik kijk opzij naar de Minister of dit zo goed genoteerd is.

Minister Bussemaker: Nee, ik herken dit helemaal niet.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Het ging om het monitoren van de wettelijke streefcijfers voor vrouwen in topposities bij bedrijven met 250 of meer werknemers.

Minister Bussemaker: Dat zat in de vorige toezegging.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ja, maar in zo'n vorm dat het ook het bedrijfsleven bereikt en niet alleen de Kamer. Daarop had de Minister ja gezegd.

De voorzitter: Dan is dat helder. Pardon, dat is onzekerheid van mijn zijde.

In de komende voorgangsrapportage zal de Minister ingaan op de wachtlijstproblematiek voor transgenderoperaties.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD): Ik had aangegeven dat mijn vraag breder was dan alleen het medische deel; het ging om een breder plan van aanpak. Dat had de Minister ook toegezegd.

Minister Bussemaker: Ik heb ook niet alleen dat toegezegd. Ik heb gezegd dat ik met een voortgangsrapportage kom als ik het plan van aanpak van het Transgender Netwerk Nederland heb.

De voorzitter: Dat staat in mijn rijtje net wat later. Dan sla ik die over.

De tweede voortgangsrapportage over het bestrijden van geweld wordt deze zomer gestuurd.

Er was sprake van een zesde voortgangsrapportage, maar de griffier wist niet over welke rapportage dat gaat.

Minister Bussemaker: De zesde rapportage voor het Committee on the Elimination of Discrimination of Women (CEDAW); die gaat naar de integrale rapportage.

De voorzitter: Die komt in het voorjaar van 2014.

Tot slot is er vóór de behandeling van de begroting van OCW een brief toegezegd over de aanpak van de openingstijden van publieke instellingen. Dit is dezelfde toezegging en daaraan is nu een tijdstip gekoppeld.

Dan kijk ik de commissie aan. Volgens mij hebben we een mooi en volledig AO gehad. Ik dank de Minister en haar medewerkers, de leden van de Kamer en de mensen op de publieke tribune.

Sluiting 17.15 uur.