Kamerstuk 27925-600

Verslag van een algemeen overleg

Verlenging Nederlandse bijdrage aan internationale strijd tegen ISIS

Gepubliceerd: 25 oktober 2016
Indiener(s): Jeanine Hennis-Plasschaert (minister defensie (nederland)) (VVD), Lilianne Ploumen (minister zonder portefeuille ) (PvdA), Bert Koenders (minister buitenlandse zaken) (PvdA)
Onderwerpen: openbare orde en veiligheid terrorisme
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27925-600.html
ID: 27925-600

Nr. 600 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 25 oktober 2016

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, de vaste commissie voor Defensie, de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie hebben op 29 september 2016 overleg gevoerd met mevrouw Hennis-Plasschaert, Minister van Defensie, en de heer Koenders, Minister van Buitenlandse Zaken, over:

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 9 september 2016 over verlenging Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS (Artikel-100 Grondwet) (Kamerstuk 27 925, nr. 597);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 15 september 2016 over genocide door ISIS (Kamerstuk 27 925, nr. 598).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Eijsink

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie, Ten Broeke

De voorzitter van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, De Roon

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Ypma

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Van Toor

Voorzitter: Eijsink

Griffier: Van Toor

Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van Bommel, Ten Broeke, Eijsink, Grashoff, Knops, De Roon, Servaes, Sjoerdsma, Van der Staaij, Voordewind en Vuijk,

en mevrouw Hennis-Plasschaert, Minister van Defensie, en de heer Koenders, Minister van Buitenlandse Zaken.

Aanvang 18.02 uur.

De voorzitter:

Goedenavond. Ik heet de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie en al hun medewerkers, zowel hier als elders mogelijk meeluisterend en meewerkend, van harte welkom. Ik heet de leden, de mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis of elders meeluisteren ook van harte welkom. We bespreken vanavond de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS. Allereerst een woord van dank aan de beide Ministers en hun medewerkers voor de briefing die gisteren gehouden is. Die heeft zeker geholpen voor het algemeen overleg van vandaag. Dit overleg is gepland van 18.00 uur tot 22.00 uur en zal bestaan uit drie termijnen. In de eerste termijn is er, in overleg met de leden, een spreektijd van zes minuten afgesproken, met één interruptie. Ik zal na de inbreng van de Kamer in eerste termijn even kort schorsen voor mogelijk overleg aan beide zijden. Ik geef graag het woord aan de heer Servaes voor zijn zes minuten.

De heer Servaes (PvdA):

Voorzitter. Ik denk dat het gevoel bij iedereen hier is dat het een beetje raar is om over de missie in, in dit geval, vooral Irak te spreken, terwijl we dagelijks zien wat er in Syrië en met name in Aleppo gebeurt. Die vreselijke beelden zijn nauwelijks onder ogen te zien, maar ik vind dat je jezelf moet dwingen om te blijven bekijken welke vreselijke dingen daar gebeuren, om de wanhoopskreten, letterlijk, te horen van de mensen die daar vastzitten, die dag in, dag uit gebombardeerd worden en hun voorzieningen zien verdwijnen. Ik denk dat ze hun vertrouwen in de internationale gemeenschap ook steeds verder zien verdwijnen. Ik kom daar later op terug, omdat dit belangrijk is.

We hebben hier een artikel 100-brief. We hebben waardering voor de inzet van onze militairen die daar nu zitten. We nemen het besluit om daar langer te blijven natuurlijk buitengewoon serieus. We moeten dit zorgvuldig nemen. Daarom ga ik daar eerst op in. Ik moet constateren dat ISIS het afgelopen jaar verder teruggedrongen is, met name in Irak. Ik vond het goed om in de brief te lezen, en om gisteren van onder anderen de Commandant der Strijdkrachten te horen, dat we erin slagen om de aanvoerlijnen vanuit Oost-Syrië naar Irak te doorbreken. De belangrijkste aanvoerlijn in het noorden is onderbroken. Hierdoor wordt de aanvoer naar steden als Mosul bemoeilijkt.

Mosul is de grote opdracht die voor ons ligt. Je zou het zo langzamerhand «de langst aangekondigde bevrijdingsoperatie» kunnen noemen. Ik hoop dat het snel gebeurt. We moeten wel aandacht hebben voor de effecten die deze bevrijding zou kunnen hebben. Daar kom ik straks op terug.

Ik heb vragen over de trainingsactiviteiten van de Nederlandse militairen en de verschuivende focus van trainen binnen afgezet gebied, op vaste trainingslocaties, naar de mobiele teams. We spraken daar gisteren tijdens de briefing ook al over, maar ik wil van de Minister van Defensie precies horen wat het betekent als de Mobile Support Teams (MST) – ik quote uit de brief – «ook op korte afstand van gevechtslocaties actief worden». Voor de special forces geldt – zo staat in de brief – dichtbij maar niet op gevechtslocaties. Hoe dichtbij is dat precies? Hebben we het over kilometers, honderden meters? Hoe voorkom je dan dat Nederlanders toch mogelijk in gevechtssituaties terechtkomen? Ik heb er bij de vorige artikel 100-brief, in januari of februari, ook naar gevraagd. Kan de Minister de garantie geven dat dit risico niet bestaat? Kan zij ervaringen van de A&A-teams («advise & assist»-teams) van andere landen op dat gebied met ons delen? Hoe is de medische evacuatie geregeld als militairen verder van de basis af zitten?

Ook na hetgeen we er gisteren over gehoord hebben, blijft het materieel voor de peshmerga een moeizaam verhaal. Ik kan het niet anders verwoorden. Er zijn lange levertijden. Ik heb gehoord dat er veelvuldig sprake is van verkeerde leveringen. In de laatste brief die we hebben ontvangen over de Non Lethal Assistance (NLA), over onder andere de mijndetectors, staat dat de eerste levering ervan eind september zou plaatsvinden. Dat is dus nu, maar gisteren hoorden we al dat die weer een maand is opgeschoven, naar oktober. Ik wil mijn zorg daarover uiten, want er is gewoon een oorlog aan de gang. Dan kun je dit soort lange processen, waarbij ook nog van alles fout gaat, niet gebruiken. Ik krijg hierop graag een reactie.

Dan kom ik op stabilisatie, wederopbouw en humanitaire hulp. Een snelle wederopbouw van voorzieningen, het voorkomen van etnische en religieuze wraakacties en respect voor minderheden in bepaalde gebieden is cruciaal voor een duurzaam succes van de inspanningen die wij in de regio plegen. Zonder deze zaken wordt de kiem gelegd voor nieuwe conflicten. Dan zijn wij straks in het volgende decennium nog niet weg uit dat gebied. Ik vind het moeilijk om zicht te krijgen op de manier waarop dit verloopt. Ik hoop dat de Minister van Buitenlandse Zaken, mede ook namens zijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking, ons hierin kan meenemen. Hoe gaat dat nou in de dorpen die veroverd worden? Hoe wordt voorkomen dat milities daar de overhand hebben? Zijn er wel voldoende fondsen om scholen, huizen en andere voorzieningen te herbouwen?

Ik spreek hier specifiek mijn zorgen over Mosul uit. Natuurlijk moet Mosul bevrijd worden. Als ik echter lees dat dit mogelijk tot 300.000 of misschien zelfs wel tot 800.000 extra ontheemden leidt, maak ik me grote zorgen. Hoe bereiden we ons daarop voor?

Ten slotte kom ik natuurlijk op Aleppo. Het is een drama in Aleppo, maar afgelopen week was het ook een drama in New York, waar een poging om tot een staakt-het-vuren te komen en het diplomatieke en politieke overleg vlot te trekken voor de ogen van de wereld strandde. Deze Minister noemt het oorlogsmisdaden. De secretaris-generaal van de VN noemt het ook zo, maar wat betekent dit? Ik heb hier een resolutie van de Veiligheidsraad van een paar maanden geleden over de bescherming van burgers. Ik lees daar één passage uit voor: «Demands that all parties to armed conflicts facilitate safe and unimpeded passage for medical personnel and humanitarian personnel exclusively engaged in medical duties, their equipment, transport and supplies, including surgical items, to all people in need, consistent with international humanitarian law.» De Veiligheidsraad heeft deze resolutie een paar maanden geleden aangenomen. Een lid van de Veiligheidsraad, Rusland, schendt deze resolutie dag in, dag uit. Wat doen we ertegen? Wanneer is het tijd om hardere stappen tegen Rusland te nemen?

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Knops.

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. Volgens mij onderschrijft iedereen de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen IS. Het is een strijd die keihard nodig is en blijft. Het is een strijd tussen goed en kwaad, een kwaad dat zich met een kalifaat genesteld heeft in Irak en Syrië, maar dat ook elders toeslaat met barbaarse terreur, in Parijs, in Molenbeek, in Brussel, in de Verenigde Staten, in Bangladesh. Het grondgebied van ISIS krimpt. Dat hebben we gisteren bij de technische briefing gehoord. Dat staat ook in de brief van het kabinet. De terroristen passen echter ook hun strategie aan. De dreiging verspreidt zich. Daarmee wordt IS niet minder dreigend, integendeel, hij manifesteert zich op verschillende plaatsen. Er is dus ook geen enkele reden om de teugels in Irak en Syrië te laten vieren; integendeel.

Onze fractie heeft de inzet van Nederland in de strijd tegen IS met volle overtuiging gesteund en zal dat ook blijven doen. Tijdens de werkbezoeken die we hebben kunnen afleggen, heb ik met eigen ogen gezien hoe belangrijk het werk is dat onze militairen daar ter plekke doen. Onze fractie heeft buitengewoon veel waardering voor hen die daar onder moeilijke omstandigheden dat werk moeten doen, en, zeg ik er meteen bij, dat schept verplichtingen, ook voor de politiek, om hen goed te faciliteren. We weten dat er nog veel te doen is. Het werk is nog niet af. Het trainen van peshmerga's en Iraakse special forces vindt plaats in een complexe regio. Het is een brandhaard die in verschillende verschijningsvormen niet uit wil gaan.

Ik wil in mijn inbreng ingaan op het grotere geheel. Vooral de oorlog in Syrië is een steeds grotere puinhoop. De broze wapenstilstand is alweer geschonden. Poetin dirigeerde een vliegdekschip naar Syrië en gaat met Assad, Hezbollah en Iran vol in het offensief. Een tragisch dieptepunt is het bombardement op een VN-hulpkonvooi. Als je de beelden op je laat inwerken – de heer Servaes zei het net ook al – laten die je niet onberoerd. Het is een grove schande dat dit kan en dat er zo wordt opgetreden tegen onschuldige burgers. Als je de verhalen hoort van artsen die echt niet meer weten waar ze moeten beginnen, welk kind ze wel of niet moeten opereren, en letterlijk de keuze moeten maken wie ze laten sterven en wie niet, kun je je voorstellen welke impact dit heeft. Dit kan ons dus niet onberoerd laten. Dit betekent ook dat wij als Westerse beschaving moeten blijven optreden tegen dit soort barbaarse praktijken, of ze nu door IS of door Rusland worden uitgeoefend, zeg ik er maar even bij. Zij hebben echt bloed aan hun handen met hetgeen ze gedaan hebben. De secretaris-generaal van de VN heeft hier heel duidelijke taal over gesproken. In lijn daarmee vindt onze fractie dat we dit niet voor kennisgeving kunnen aannemen. We moeten Rusland hierop blijven aanspreken. Er moet een onafhankelijk onderzoek komen. Dat is eerder in de geschiedenis van de VN gebeurd. Dit lijkt me echt iets waarbij heel veel grenzen van humaniteit overschreden zijn. Dit kan dus echt niet zonder gevolgen blijven.

Ook de rebellen voeren offensieven uit. Een paar weken geleden verscheen hierover een indrukwekkend artikel in Trouw, met de kop: De Syrische oorlog komt naar Europa. De oorlog verzwakt de partijen namelijk maar deels. Ze nemen in aantal toe en worden sterker en slimmer. Dat geldt ook voor Hezbollah. Iran wil een nieuw front tegen Israël bij de Golanhoogten. Als Assad wint, komen de jihadisten naar Europa. Winnen de jihadisten, dan trekken ze daarna op richting Europa. Met andere woorden: de oorlog in Syrië heeft de vijanden van het Westen versterkt, in een tijd waarin Europa alleen maar zwakker is geworden door alle politieke besluiten die hier genomen zijn. Dat moeten we ons wel goed realiseren, ook bij hetgeen we in de toekomst gaan doen.

Er is veel te zeggen over en veel kritiek te leveren op het feit dat het Westen – ik noem het maar even: het Westen – gematigde rebellen bewapend heeft. Daardoor is de regie namelijk verloren gegaan. Door de VS gesteunde rebellengroeperingen bestrijden inmiddels elkaar ook. Ze accepteren wel hulp maar geen opdrachten.

Dan is er de Turkse invasie in Syrië. Het kabinet zegt dat deze alleen tegen ISIS gericht mag zijn. Daar zijn we het mee eens. Erdogan zegt echter openlijk dat zij gericht is tegen de YPG en de PYD. Vervolgens weigert het kabinet dit te veroordelen. Ik vraag de Minister van Buitenlandse Zaken om in duidelijke taal in dit debat te zeggen dat dit niet is zoals het zou moeten. Ik heb al eerder gezegd dat de rol van Turkije dubieus is. Het komt hier telkens weer aan de orde. De ene keer helpt het zogenaamd mee, de andere keer staat het aan de kant van onze vijand. De Turkse invasie die pas ontplooid is, is gewoon illegaal en bemoeilijkt de strijd tegen IS.

Dan kom ik op IS als de bron van het kwaad in die regio. Ik wil graag dat de Minister zich duidelijk uitspreekt over het feit dat IS genocide pleegt. We hebben daar al eerder over gesproken. Het zijn niet slechts oorlogshandelingen, andersdenkenden en -gelovigen worden doelgericht uit de wereld geholpen. Ik vind dat daar duidelijke taal tegenover moet staan. We hebben er ook schriftelijke vragen over gesteld. Ik ga ervan uit dat die binnen de reguliere termijn beantwoord worden.

De peshmerga's zijn onze bondgenoten in het gebied. Wij trainen hen. Het zijn dappere mensen. Wij hebben het met eigen ogen kunnen zien. Zij voeren de druk op. Zij zullen ons helpen bij Mosul, maar zij zullen ook op andere plekken actief zijn. De bevrijding van steden en dorpen op de Ninevévlakte lijkt nabij. Al in september 2014 hebben wij samen met de ChristenUnie gepleit voor een safe haven. Is het kabinet bereid om dit alsnog te bepleiten? Vooral voor gevluchte christenen en jezidi's zou de Ninevévlakte een thuishaven moeten vormen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Binnen twee jaar heeft de internationale coalitie ISIS flink weten terug te dringen. We hebben gisteren van de Commandant der Strijdkrachten de percentages gehoord: in Irak is ISIS 50% teruggedrongen en in Syrië 20%. Daar hebben onze Nederlandse strijdkrachten een belangrijk aandeel in gehad, zowel wat de training betreft als wat de F-16-bijdrage betreft. Vanuit hier spreek ik mijn respect uit voor de inzet van de Nederlandse troepen, via de Minister richting de mensen die een en ander op de grond hebben uitgevoerd. Ik heb grote waardering en respect voor deze mensen.

Uit de kranten en uit de beelden – soms komen er ook geluiden naar buiten uit de gebieden die ISIS bezet – blijkt dat het één grote gevangenis is. Er heerst grote angst dat bijvoorbeeld je huis wordt binnengevallen om te kijken of er telefoontjes zijn. Buiten dat zien we dat het terreurbewind ook in andere gebieden minderheden bedreigt. Denk aan christenen, jezidi's en Turkmenen op de Ninevévlakte.

Ik kom op het aandeel van Rusland. Collega's zijn er ook al op ingegaan. De gruwelijke bombardementen op Aleppo hebben niets meer met het uitschakelen van een vijand te maken. Er worden gewoon oorlogsmisdaden gepleegd, zoals onlangs ook expliciet is gezegd in de VN-Veiligheidsraad. Deze bommen zijn zeer destructief. Ze kunnen hele militaire installaties platleggen, maar worden gebruikt om burgers te bombarderen, huizen plat te leggen en vele mensen om het leven te brengen. In navolging van mijn collega's vraag ik welke internationale mogelijkheden er zijn om Rusland op te roepen om te stoppen met deze vreselijke bombardementen. Frankrijk, Engeland en Amerika hebben dit natuurlijk ook al gedaan. Ik weet dat de marges beperkt zijn, maar er moet meer kunnen dan op dit moment, met die gruwelijke bombardementen die gaande zijn.

Dan kom ik op de acties die Turkije uitvoert tegen de Syrische Koerden. We hebben hierover eerder gesproken. De Syrische Koerden zijn de bondgenoten van het Westen, van Amerika en andere landen. Ik dank de Minister voor zijn steun en voor het uitvoeren van de motie die eerder breed door de Kamer is aangenomen, over mogelijkheden om de Syrian Democratic Forces en de Syrian Democratic Council te ondersteunen. Ik begrijp uit de briefing van gisteren dat dit gebeurt via Track II, het onderhandelingstraject. De motie had ook een tweede deel. Er is de regering ook gevraagd om te bekijken wat de mogelijkheden zijn om steun te leveren aan de gebieden die bevrijd zijn van ISIS, in het noordoosten van Syrië. Wat kan Nederland op dat punt doen?

Collega Servaes is al ingegaan op de leveranties aan onze trainers in Irak, materieel dat de peshmerga's hard hebben. Het gaat om radio's en IED-scanners (Improvised Explosive Device). Ik prijs de openheid in de brief die we, ik meen, op 18 augustus hebben gekregen. Hierin wordt openlijk erkend dat materialen verdwenen zijn van de airport in Istanbul, dat materialen geleverd zijn maar niet goedgekeurd zijn en dus teruggestuurd moeten worden. Ondertussen zitten de moedige peshmerga's wel zonder het materieel waarmee ze mensenlevens kunnen redden. Een en ander is nu een maand opgeschoven. Dit speelt echter alweer bijna een jaar, als je uitgaat van de eerste aanvraag van die leveranties. Wanneer kunnen we ervan uitgaan dat die belangrijke radio's en IED-scanners ter plekke zullen aankomen?

Ik ga over naar Irak. Ik heb de minderheden in de Ninevévlakte al genoemd. Kan de regering erkennen dat daar echt genocide heeft plaatsgevonden op die minderheden, onder wie de christenen? Wat gebeurt er op dit moment met het ondersteunen van die mensen die terug willen naar de bevrijde dorpen? Ik heb het gisteren in de briefing ook aan de orde gesteld. Ik heb begrepen dat alleen voor het opbouwen van Sinjar al heel veel geld nodig is. Hoewel andere dorpen misschien niet zo beschadigd zijn, durven mensen toch niet terug. Is de Minister bereid om daarnaar te kijken? Misschien kunnen mensenrechtenmonitors meegaan met de terugkerende vluchtelingen. Wat kan Nederland doen om mensen terug te laten keren naar hun oorspronkelijke dorpen?

Dan heb ik nog twee vragen over de invulling van de missie. Er schijnt nog onduidelijkheid te zijn over de «advise & assist»-trainingen door de special forces. Wanneer worden die zaken ingevuld?

Ik heb begrepen dat het nog zeer de vraag is of onze F-16's in de tweede helft van het volgende jaar weer beschikbaar zullen zijn. Ik hoor graag van de Minister van Defensie wat de mogelijkheden zijn. Het zou toch van de gekke zijn als we volgend jaar niet in staat zijn om op zijn minst twee of vier F-16's in te zetten, mocht dat nodig zijn volgens de coalitie?

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. De opmars van ISIS is een halt toegeroepen. Zowel in Irak als in Syrië is ISIS teruggedrongen. Tikrit, Sinjar, Ramadi en Fallujah zijn allemaal heroverd en de aanvoerlijnen zijn doorbroken. Nederland draagt daaraan bij. De strijd is echter nog lang niet gestreden. Neem bijvoorbeeld Mosul, dat al tijden wacht op bevrijding. ISIS is nog steeds een bedreiging. Hij staat iedere andersdenkende naar het leven, met barbaarse straffen en onthoofdingen. Het is ook een wereldwijd terreurnetwerk dat zich steeds verder vertakt. Denk aan Libië en Nigeria. Er worden wereldwijd aanslagen gepleegd.

Voordat ik inga op de verlenging, ga ik net als mijn collega's in op de zeer schrijnende situatie in Aleppo, waar Assad zijn eigen bevolking terroriseert – ik kan het niet anders zeggen – met behulp van Rusland. Een misdadig duo, een criminele tandem. Ziekenhuizen en scholen zijn doelwit. Er worden chemische wapens ingezet en er is een VN-hulpkonvooi gebombardeerd. Dit is van een ongekende wreedheid. Niet voor niets worden vergelijkingen getrokken met Dresden en Guernica.

Ban Ki-moon zei dat de situatie slechter was dan in een slachthuis. Hij sprak van oorlogsmisdaden. Onze Minister deed dat ook. Duidelijke taal, maar de vraag is wel welke consequenties de Minister hieruit trekt. Wat kan de VN op dit moment doen?, zo zeg ik mijn collega's na. Het voelt als een zwaktebod. Ik hoor de Minister «niets» zeggen. Dat is natuurlijk ook meteen het frustrerende: die lege wanhoop en de verlamdheid in de Veiligheidsraad. Wat kunnen we doen om Rusland toch te bewegen tot het veranderen van zijn rol daar? Wordt het niet tijd om langzamerhand in Europees verband, maar misschien ook in breder verband te bekijken of hier sancties aan verbonden moeten worden, gezien de ernst van de situatie?

Te midden van het geweld riep Minister Kerry van de Verenigde Staten op tot een no-flyzone. Het was geen duurzame no-flyzone, maar het was in ieder geval een idee voor een aantal uren. De wanhoop stond ook in zijn ogen. Kan de Minister van Buitenlandse Zaken hierop ingaan? Hoe staat hij tegenover deze oproep?

In Irak en Syrië zijn miljoenen ontheemden. Zij slaan op de vlucht. Zij zijn op zoek naar vrede en veiligheid. In Syrië worden veel mensen doelbewust uitgehongerd in belegerde steden en dorpen. Kan de Minister misschien vertellen in hoeverre er nog wordt nagedacht over het leveren van hulp via de lucht, bij gebrek aan mogelijkheden om hulp via de grond te leveren? Ik weet dat dit niet het ideale scenario is, maar ik weet ook dat het in Deir el-Zour in de afgelopen tijd af te toe gebeurd is. In uiterste nood is dat nog een optie.

Dan kom ik op iets wat hier misschien aan raakt, namelijk de hopelijk aanstaande herovering van Mosul, die ongetwijfeld tot vele ontheemden zal leiden. Wordt er voldoende ingespeeld op ontheemden die daar op de vlucht zijn? Ik maak me er namelijk zorgen over dat we deze oorlog tegen de barbarij niet kunnen winnen als de slachtoffers na het winnen van de tactische veldslag niets hebben om naar terug te gaan of als zij daarna, vanwege een gebrek aan middelen, uiteindelijk weer verzanden in een etnisch conflict.

Dan kom ik op de verlenging van de missie, het militaire concept. Ik zal niet ingaan op de F-16's en het technische probleem waardoor ze niet helemaal konden vliegen zoals de Kamer misschien had gehoopt. Daarover is in eerdere algemeen overleggen gesproken. Ik wil wel spreken over de trainingen en over de manier waarop de regering de militaire trainers flexibeler wil inzetten, vooral dichter bij de frontlinie, op kortere afstand van gevechtslocaties. Ik vraag de Minister om twee garanties. Eén: kan de Minister toezeggen dat de noodzakelijke medische evacuatie altijd kan worden gegarandeerd, inclusief het zogenaamde «golden hour»? Twee: hoe zorgt zij ervoor dat onze militairen niet onverhoopt bij gevechtsacties betrokken worden, wanneer zij zo dicht bij de frontlinie opereren?

In navolging van eerdere sprekers kom ik op de Non Lethal Assistance die wij zouden leveren aan de peshmerga, zoals de radio's en de EID-scanners. Het duurt en het duurt maar. Belofte maakt toch echt schuld. Zoals collega Servaes al zei: in een oorlog kunnen we het eigenlijk niet maken dat we niet leveren wat we beloven, en al helemaal niet dat het zo onwaarschijnlijk lang duurt, terwijl deze mensen dagelijks het gevecht voor ons moeten leveren. Mijn vraag is dus eigenlijk heel simpel, los van alle antwoorden die we al hebben gekregen: wanneer krijgen de peshmerga's de beloofde spullen?

Dan heb ik nog een vraag over de F-16's, omdat de Nederlandse militairen de force protection doen voor de Belgische F-16's, die gestationeerd zijn in dat ene land dat we niet mogen noemen. De Belgen zetten de F-16's in tot en met juli 2017. Nederland verlengt deze bijdrage tot eind 2017. In navolging van collega Voordewind vraag ik wat er gebeurt met de inzet van de Nederlandse F-16's in de periode juli tot en met eind 2017. Kan de Minister daarop ingaan?

In de Kamerbrief lees ik dat er door de inzet van Defensie komend jaar een beperktere instructeurscapaciteit is, evenals een extra belasting voor experts. Kan de Minister aangeven wat de consequenties hiervan zijn, zowel voor het personeel als voor de mogelijkheden tot andere inzet van deze militairen?

Tot slot kom ik op de financiering. Twee jaar terug was er geen geld voor deze missie. Daarom werd er geld uit 2017 tot en met 2019 gehaald. Dat was een wat moeilijke kunstgreep. Ik vraag het kabinet of er deze keer wel gewoon uit de reguliere begroting wordt uitgegeven.

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. We praten vanavond over de verlenging van de missie in Irak, maar prangender is de vraag wat te doen met Syrië. We kunnen onze ogen niet sluiten voor het grote drama dat zich nu afspeelt in Aleppo. Het prille staakt-het-vuren dat was afgesproken, is met bommen vernietigd. De vraag is of niet veel meer diplomatieke inspanning in dit conflict – dat toch één conflict is – gericht moet worden op het tot stand komen van een staakt-het-vuren, waarbij alle grote spelers, Rusland, het regeringsleger van Assad maar ook de Amerikanen en Turkije, betrokken zijn. Wat gebeurt er op dat vlak? Dat het niet via de VN-lijn kan, begrijp ik. Daar ligt een vetorecht. Het lijkt mij echter voor de hand liggen dat nu internationaal alles op Syrië gezet wordt.

Wij hebben het over de brief van de regering over de Nederlandse inzet in Irak. De F-16's zijn in de zomer al huiswaarts gekeerd, maar net als de overige sprekers heb ik de vraag of er op dat vlak niet toch verwachtingen zijn gewekt over de toekomst, over een nieuwe inzet van de F-16's.

De voorzitter:

Er is een interruptie van de heer Voordewind. Mijnheer Voordewind, dit is uw eerste en uw laatste.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat het standpunt van de SP over deze verlenging is. Misschien komt de heer Van Bommel daar nog op. Hij hoeft daar niet op vooruit te lopen, maar nu de bombardementen en de F-16's niet meer van toepassing zijn, die een groot bezwaar voor de SP vormden bij het instemmen met en het steunen van de missie, en het specifiek om trainingen gaat, ben ik wel benieuwd hoe de SP-fractie er nu in zit.

De heer Van Bommel (SP):

Ik raad de heer Voordewind aan om deze interruptie in te trekken. Ik ben net begonnen met het deel over de missie en ik heb nog een heel stuk te gaan over specifieke onderdelen van deze missie. We hebben ook drie termijnen. Ik gun hem graag een interruptie op een moment dat hij er antwoord op krijgt. Ik wil de vraag ook wel nu beantwoorden, hoor. Wat hij maar wil. Wij hebben grote twijfels bij het voortzetten van deze missie, omdat wij het grotere plaatje in Irak en Syrië niet geloofwaardig vinden. Ik ben echter bereid om de antwoorden van zowel de Minister van Defensie als die van de Minister van Buitenlandse Zaken tot mij te nemen en dan tot een definitief oordeel te komen in derde termijn.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dan staat de deur inderdaad open. Het zou mooi zijn als de Kamer unaniem zou instemmen met een verlenging. Ik hoor iemand zeggen «niet met GroenLinks», maar volgens mij heeft GroenLinks vorige keer ingestemd met de missie, of met een deel ervan. Ik ben heel benieuwd naar de grote belemmeringen of cruciale punten waarop de SP het laat hangen. Dat gaat de heer Van Bommel ongetwijfeld nu aan ons vertellen.

De voorzitter:

Daar heeft de heer Van Bommel nog vijf minuten spreektijd voor.

De heer Van Bommel (SP):

De heer Voordewind hangt aan mijn lippen. Ik hoop dat de rest volgt.

Zoals gezegd zijn de F-16's in de zomer al huiswaarts gekeerd. Wat is het plan op dat vlak? Er is al eerder geprobeerd om aan training te doen. Sinds 2003 zijn er in totaal tientallen miljarden dollars uitgegeven aan training van Iraakse militairen. Als je het grotere plaatje bekijkt, kun je zeggen dat dit is uitgedraaid op een mislukking. Militairen die getraind werden, namen op het moment dat Mosul werd binnengevallen meteen de benen, met achterlating van alle wapens die ze van de Amerikanen hadden gekregen. Ook op andere fronten zijn er grote mislukkingen te constateren. De relevante vraag, ook voor de Nederlandse inspanningen, is welke lessen er zijn geleerd van eerdere pogingen om het Iraakse militaire apparaat te professionaliseren.

Ik zei net tegen de heer Voordewind dat je naar het grotere plaatje moet kijken. Het grotere plaatje is dat er ruim twee jaar getracht is om IS te bestrijden en in te dammen en om gebied van IS af te nemen. Dat is gelukt, althans in Irak en Syrië. Tegelijkertijd zien we een verspreiding van IS-achtige organisaties richtingen Libië, Jemen en Afghanistan. Verder zien we dat IS in Irak en Syrië van tactiek verandert. In plaats van een strijd zoals we die kennen, gaat men naar een asymmetrische vorm van oorlogsvoering, met aanslagen zoals die recentelijk in Bagdad. Verder worden IS-sympathisanten in Europa opgeroepen om aanslagen te plegen op bijvoorbeeld Belgische militairen, met identificatie van die militairen. Dat is een buitengewoon zorgelijke ontwikkeling. Wat wordt er gedaan om de Nederlandse militairen op dat vlak te beschermen? Zou niet de conclusie moeten zijn dat als gevolg van het indammen van IS in Irak en Syrië het probleem zich uitspreidt over de regio en de ideologie van IS aantrekkelijker wordt? Wat wordt er gedaan om de kennelijke aantrekkingskracht van de ideologie van IS te bestrijden?

Het hoofd van de Britse inlichtingendienst MI6 stelde onlangs dat de dreiging van Islamitische Staat levenslang zal aanhouden. Hoe kijkt de Minister van Buitenlandse Zaken hiertegen aan? Is dat ook de inschatting van de Nederlandse inlichtingendiensten? Welke maatregelen worden er genomen? De vraag moet worden gesteld of de Westerse militaire inmenging in Irak en Syrië IS groot heeft gemaakt, zoals die inmenging eerder bijdroeg aan de groei van Al Qaida. Hoe kijkt de Minister daartegen aan?

Hoe beoordeelt de Minister de Turkse interventie in het noorden van Syrië? Moet niet geconcludeerd worden dat deze interventie – de heer Voordewind zei het me voor – niet alleen tegen IS, maar wellicht vooral tegen de Koerden is gericht? Waarom wordt dit Turkse optreden, dat de strijd in Syrië er niet overzichtelijker op heeft gemaakt, niet veroordeeld?

Momenteel wordt de herovering van Mosul gepland, maar hoewel troepen richting Mosul oprukken, zijn er nog grote twijfels over de vraag of deze stad militair kan worden ingenomen. De herovering van Mosul zal naar verwachting van iedereen, vooral van humanitaire organisaties, gepaard gaan met het versnellen en het vergroten van de stroom vluchtelingen. Ik hoorde een aantal van 800.000. Dat heb ik ook in de brief gelezen. Ik sprak vandaag een humanitaire organisatie. Zij heeft het over meer dan 1 miljoen vluchtelingen die direct in de regio zullen moeten worden opgevangen. De vraag is of dat mogelijk is. Wat is de inschatting van de Minister? Als dat niet mogelijk is, kan het namelijk bevorderlijk zijn om een dergelijke operatie uit te sluiten. Is er ook niet een levensgroot risico dat de herovering van Mosul gepaard gaat met mensenrechtenschendingen als sjiitische milities hieraan deelnemen? Dit is al eerder vertoond waar sjiitische milities werden ingezet om strijd te leveren.

Ik krijg graag een toelichting op de mededeling dat de taken van Nederlandse militaire trainers kunnen worden uitgebreid op het gebied van A&A, adviseren en assisteren, in voorbereiding op en tijdens gevechtsperiodes. Wat betekent dit concreet? Komt dit mogelijk neer op gevechtshulp bij operaties zoals nu gepland voor de herovering van Mosul? Kan de Minister de garantie geven dat wij straks geen Nederlandse special forces Mosul zien intrekken?

Kan de Minister ook ingaan op de politieke verdeeldheid in Irak? De Koerden zullen nodig zijn voor de herovering van Mosul, maar de politieke spanningen in Irak lopen alleen maar verder op, zoals onlangs met het ontslag van Minister Zebari van Financiën. Je kunt je afvragen of er nog wel sprake is van een effectieve samenwerking tussen Erbil en Bagdad. Kan de Minister daarop ingaan? Kan hij ook reageren op de onderlinge twisten tussen de verschillende Koerdische partijen in het noorden van Irak? Is daar een oplossing in zicht?

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Bij de voorbereiding van dit debat had ik nog de woorden in mijn oren van de Minister van Buitenlandse Zaken, waarbij hij Churchill aanhaalde, dat het wat de strijd tegen ISIS betreft niet het begin van het einde is maar wellicht het einde van het begin. Toen ik het nog even ging nakijken, realiseerde ik me dat het eigenlijk nog maar relatief kort geleden is dat we uitvoerig over de regio hebben gesproken, namelijk vlak voor het reces, op 7 juli. Wat dat betreft is heel veel van de context natuurlijk nog niet ingrijpend veranderd sinds die tijd. Het is echter toch terecht dat we vandaag niet alleen over nieuwe ontwikkelingen spreken – alleen in Aleppo is er alweer het nodige aan ellende gebeurd – omdat we ook voor een verlengingsbeslissing staan. Het is altijd goed om dit nooit als een soort automatisme te zien, maar om er een zorgvuldig debat over uit te schrijven, omdat we opnieuw verantwoordelijkheden aangaan.

Eerder dit jaar sprak ik in Erbil een gezin dat in een kamp woont met duizenden mensen. De omstandigheden in die cabine waarin zij zaten, waren best verdrietig. Het was opvallend dat de mijnheer en mevrouw van dat gezinnetje dat ik sprak, best wel positief waren. Zij zeiden: je had hier een jaar geleden moeten komen en moeten zien in welk stinkend gebouwtje in de bergen we toen zaten. Zij waren dus blij met de humanitaire vooruitgang in hun situatie. Tegelijkertijd was er ook onzekerheid. De dagen rijgen zich voor hen aaneen, met de prangende vraag waar hun toekomst ligt. Komen ze daar ooit nog weg? Kunnen ze terug naar waar ze vandaan komen? Daar gaat het in deze missie uiteindelijk ook om. Wat is het perspectief voor deze mensen? Wat is het perspectief voor de regio? Wat is de toekomst voor de mensen die van huis en haard verdreven zijn?

Militaire actie blijft nodig om in Irak en Syrië gebieden te bevrijden van de strijd tegen ISIS. Wij hebben die inzet eerder gesteund en wij staan er ook nu weer positief tegenover, omdat het een strijd is van lange adem. Je kunt niet eenmalig je steentje bijdragen en dan zeggen: we zien het verder wel. Onze trainers, special forces, beveiligers, tanks en vliegtuigen kunnen bijdragen aan de strijd. Zolang er kans is op een tegenoffensief, zolang ISIS niet overtuigend verslagen wordt, zullen velen niet terug naar huis durven.

Ik heb nog een concrete vraag over de missie, in aansluiting op vragen van collega's, namelijk over de passage over de F-16's. In de briefing hebben we er in technische zin al het nodige over gehoord. Ik wil van de Minister van Defensie of van de Minister van Buitenlandse Zaken nog wel horen of het kabinet meer politiek ook mogelijkheden ziet om de F-16's opnieuw in te zetten in het gebied.

Ook als ISIS verdreven is uit bepaalde terreinen, is het nog niet automatisch pais en vree. In Irak hoorden we tijdens ons bezoek over de noodzaak van een post-Mosulplan na de bevrijding van Mosul, voor civiel-militaire samenwerking en om veiligheid te bieden. Ik roep nog even de motie in herinnering die vorig jaar, in juli 2015, door de Kamer aanvaard is (27 925, nr. 554). Hierin wordt de regering gevraagd te bevorderen dat minderheden zoals christenen en jezidi's zich opnieuw kunnen vestigen op de Ninevévlakte, dat ze daarbij steun krijgen en dat hun bescherming gewaarborgd is. Mijn vraag is simpelweg wat al is gedaan aan de uitvoering van die motie en wat nog kan worden gedaan.

Tot slot heb ik nog wat vragen over humanitaire hulp. In steden als Mosul en Aleppo zijn duizenden burgers slachtoffer van geweld. De bevrijdingsactie kan weer nieuwe vluchtelingenstromen oproepen. Collega's spraken er ook al over. Op welke manier zijn we daarop voorbereid?

Onlangs beantwoordde de regering vragen van de SGP en de SP over bancaire ondersteuning van humanitaire organisaties in onder andere Syrië. Het is goed dat de Ministers het van belang achten dat humanitaire hulp doorgang vindt en dat de regering in gesprek blijft met banken over hun verantwoordelijkheden. Ziet de Minister inmiddels al meer ruimte ontstaan voor humanitaire organisaties? Kunnen zij hun belangrijke werk blijven doen? Er wordt gesproken over een white list. Die biedt wellicht soelaas, omdat banken geen risico's meer lopen en niet langer kunnen weigeren om mee te werken aan humanitaire hulpverlening. Ik hoop overigens dat dit geen aanleiding geeft tot onnodige bureaucratisering van die hulp.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De internationale coalitie voert al twee jaar strijd tegen de Islamitische Staat, maar de Islamitische Staat is nog lang niet verdwenen. Het is een strijd van lange adem. In de strijd in Syrië van de coalitie tegen Assad lijkt het aan Al Qaida gelieerde Al-Nusra te kunnen profiteren. Ik zie eerlijk gezegd weinig, zo niet niks, van een gemeenschappelijke strategie en een eensgezind front tegen Assad. Extra complicerend in dit verhaal is natuurlijk het optreden van Rusland en Turkije in Syrië.

In de brief van het kabinet van 9 september wordt gesteld dat het duurzaam bestrijden van de Islamitische Staat alleen mogelijk is als er een gedragen politieke oplossing komt voor Irak en Syrië. Dat klinkt natuurlijk heel redelijk. Voor Syrië zie ik echter nog helemaal geen gedragen politieke oplossing, zelfs niet aan de horizon. Ik beperk me dus even tot Irak. Verderop in de brief van de bewindslieden lees ik het volgende: «De Iraakse overheid moet het voortouw nemen om verzoening en politieke en economische hervormingen tot stand te brengen.» Hoe staat het daar dan mee? De Iraakse overheid heeft toch in ieder geval de zeggenschap over een flink deel van het land. Hoe staat het dan met het tot stand brengen van verzoening en politieke en economische hervormingen? Hoe realistisch is dat verhaaltje eigenlijk, ook voor Irak? Ik hoop dat met name de Minister van Buitenlandse Zaken daar eens wat uitvoeriger op wil ingaan.

Het is nog lang niet duidelijk of na de periode van de Belgen de Nederlandse F-16's weer ingezet kunnen worden. Ik verneem graag van de Minister hoe zij daartegen aankijkt. Wanneer denkt de Minister daar eventueel meer duidelijkheid over te kunnen geven? Als de coalitie het nodig heeft, moet Nederland wat de PVV betreft toch gewoon in staat zijn om de Belgen in 2017 weer te kunnen aflossen? Is dat ook de inzet van de regering? Is de regering erop gericht om dit mogelijk te maken, natuurlijk binnen de grenzen van wat kan? Kan de Minister toezeggen dat dit haar inzet zal zijn?

Dan kom ik op de «advise & assist»-teams. Ik lees dat Nederland en België onderzoeken of zij een gezamenlijke inzet kunnen verzorgen van «advise & assist»-teams. Dit zijn special forces die advies moeten geven en getrainde eenheden moeten ondersteunen. Dit moet van dichtbij kunnen, maar net niet op de gevechtslocaties. Die teams gaan dus niet mee tijdens het gevecht, maar ze geven leiding of sturing enkele kilometers achter de frontlinie. Voorwaarde voor inzet is een eigen inlichtingencapaciteit in de vorm van drones, zo lees ik. Hoe dat moet worden vormgegeven, is dan weer niet duidelijk. Kan de Minister daar iets meer over zeggen? We lazen gisteren in de krant dat onze special forces niet over eigen drones beschikken en soms om capaciteit moeten smeken bij andere landen. Gaat dit straks ook gelden voor die «advise & assist»-teams? Heeft de Minister een andere oplossing voor deze teams? Of blijft het een kwestie van bedelen bij de partners?

Incidenteel zijn coalitie-eenheden ook betrokken geraakt bij gevechten. Recentelijk zijn troepen van de VS nog bestookt met raketten. In de artikel 100-brief wordt daarnaast nog expliciet het risico benoemd van onderhuidse spanningen tussen Iraakse actoren. Ik krijg hierop graag nog wat meer toelichting. Welke Iraakse actoren worden precies bedoeld? Waar spelen die spanningen zich af? Waar gaat dit over? Herkent de regering in ieder geval dat de risico's ook in dit opzicht toenemen voor onze militairen? Er wordt verwezen naar onderhuidse spanningen. De PVV ziet niet graag dat onze militairen ineens in een kruisvuur komen te zitten tussen Iraakse actoren. Ik krijg hierop graag een reactie.

De Nederlandse Special Operation Forces (SOF) dragen in Noord-Irak bij aan een training voor Tribal Resistance Forces. De Commandant der Strijdkrachten zei tijdens de technische briefing dat soennitische milities worden opgeleid om op ISIS veroverde dorpen te controleren. Kan de Minister aangeven of de Tribal Resistance Forces, zoals bedoeld in de artikel 100-brief, dezelfde zijn als die soennitische milities? Onder wiens bevel staan die strijdgroepen eigenlijk? Waar ligt hun loyaliteit? Waar blijkt dat uit? Hoe weten we dat?

De PVV heeft op dit moment nog veel zorgen over de veiligheid van onze militairen, vooral ten aanzien van soennitische milities, maar zeker ook van sjiitische milities. Zijn we wat die Tribal Resistance Forces betreft niet gewoon bezig om nieuwe stammen te trainen, waarmee we het mogelijk maken dat ze straks weer hun gevechtjes kunnen uitvoeren? Glijden we niet steeds verder af van het doel van deze missie? Dat is toch gewoon het trainen van het Iraakse leger en de peshmerga? We hebben het idee dat er een shift in de missie ontstaat.

Voorzitter, ik zie dat ik van u moet stoppen. Daar geef ik graag gevolg aan. In tweede termijn kom ik er misschien nog verder op.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Laat ik het verhaal starten bij de situatie in Syrië, in Aleppo. Volgens mij hebben we vastgesteld dat het een buitengewoon treurige situatie is, waar oorlogsmisdaden worden begaan. Met name Rusland, in samenspraak met het regime van Assad, doet dingen die wij absoluut niet kunnen tolereren. Wat daarop het antwoord moet zijn, weet denk ik niemand hier. Toch vraag ik de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie welke mogelijkheden ons resten. Welke opties zijn er? Gaat het dan, behalve het diplomatieke front, ook om economische sancties en dergelijke? Worden die overwogen? In hoeverre zouden die zinvol kunnen zijn? Er zijn hier ernstig grenzen overschreden en daarom kun je je afvragen of er geen bredere initiatieven nodig zijn.

In Syrië is het nog steeds de vraag of onze gezamenlijke activiteiten het einde van het leed voor mensen dichterbij brengt. We zien ook ontwikkelingen dat gematigde gewapende groepen in de strijd tegen ISIS en tegen Assad aan belang lijken in te boeten. Je zou kunnen zeggen dat minder extremistische islamistische organisaties als het ware steeds meer de leiding nemen in de opstand tegen Assad. Dat betekent dat je voor de bijzondere vraag komt te staan of we uiteindelijk niet bezig zijn om een IS-staat in te ruilen voor een Al Qaida-staat. Het zou ook wel een buitengewoon bizarre conclusie zijn dat je uiteindelijk, met al je inspanningen, eerder daaraan bijdraagt dan aan een daadwerkelijk terugdringen van Assad en het realiseren van een daadwerkelijk menselijk en ook gematigd bestuur. Kan de Minister daarop ingaan? Op welke manier wordt nu aangekeken tegen datgene wat wij op dit moment doen? Is het eigenlijk wel effectief of is het zelfs in zekere zin contraproductief?

Ik kom te spreken over Irak, over de kern van onze activiteiten. De feitelijke vraag in de artikel 100-brief gaat over Irak, over de voortzetting van een deel van de missie, met name de trainingen, en over een zekere bijsturing daarvan. De fractie van GroenLinks kan in elk geval met het kabinet vaststellen dat die trainingen zinvol zijn, dat die daadwerkelijk hebben bijgedragen aan een verbetering van de slagkracht van de grondtroepen, zowel de Iraakse troepen als de peshmerga's. Wat dat betreft vervullen die trainingen hun rol. Dat betekent dus ook dat wij kunnen instemmen met een verlenging van deze missie. Het is onze stellige opvatting dat als je eenmaal ervoor kiest om je te mengen in een situatie, zeker als die ook gewapende elementen in zich heeft, dat noopt tot een zeer langdurige betrokkenheid. Als je eenmaal vindt dat je je ermee moet bemoeien, kun je dat als het ware niet meer loslaten. Dat vonden we ten aanzien van Irak. We zullen dat dus moeten volhouden, ook als er tegenslagen zijn.

De heer Van Bommel (SP):

Mag ik de heer Grashoff vragen of zijn redenering, wanneer je die logisch doortrekt, in feite een aankondiging is van een permanente toestemming van GroenLinks voor deelname aan een missie in Irak en Syrië zolang dat conflict duurt?

De heer Grashoff (GroenLinks):

Nee, dat is een wat karikaturale uitleg hiervan. Je blijft tussentijds afwegen wat je doet, waarom je dat doet en of dat effectief is. Dat geef ik de heer Van Bommel zonder meer na. Maar als het gaat om de vraag ten principale of ik het op enig moment wel genoeg vind, of ik zeg «we hebben nu een tijdje wat gedaan; nu moeten anderen het doen, laat maar zitten», kan ik zeggen: nee, dat is wat ons betreft geen optie. Je zult je verantwoordelijk moeten blijven voelen en dus je afwegingen moeten blijven maken. Maar uiteraard moet je je ook altijd afvragen of het zinvol en effectief is.

De heer Van Bommel (SP):

Dat stelt mij gerust. De woorden van de heer Grashoff leken ergens anders op te wijzen. Dat er internationale betrokkenheid, ook militair, blijft bij Irak en Syrië, zelfs wanneer dat niet effectief is onder leiding van de Amerikanen, daar zijn we wel van verzekerd. Maar ik ben blij dat GroenLinks in ieder geval iedere keer een eigen afweging zal maken. De woorden van de heer Grashoff leken in een andere richting te gaan.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik ben haast wat verbaasd dat de heer Van Bommel deze conclusie trekt over een van de partijen die er trots op is om elke keer weer het dilemma tot haar door te laten dringen van wat we nu wel en niet moeten doen, en niet te snel tot de ene dan wel de andere conclusie te komen.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik zal, anders dan collega Van Bommel, alleen maar aanmoedigen dat de fractie van GroenLinks tot die conclusie komt. Ik heb dan wel een wat meer praktische vraag. Hoe gaat zij deze steun financieren?

De heer Grashoff (GroenLinks):

Volgens mij ligt er op dit moment niet daadwerkelijk een vraag voor waaruit blijkt dat dit niet gefinancierd zou kunnen worden. Ik zie dat niet voor me in de huidige begroting, en ook niet in de huidige plannen. Maar als er een probleem op dat gebied zou zijn, denken we daar uiteraard over mee.

De heer Sjoerdsma (D66):

Het vervelende is natuurlijk dat er aan de zijde van de regering geen probleem is, maar dat als we uw tegenbegroting zouden volgen, er wel degelijk een probleem is. U bezuinigt immers in tijden van grote veiligheidscrises. In tijden waarin Nederland, en terecht overigens, in nogal wat militaire missies meedraait, kiest u ervoor om 200 miljoen euro op defensie te bezuinigen. U kunt dit dus nu wel steunen en u kunt uw hulp om te zoeken naar financiële bijstand wel ruiterlijk aan dit kabinet aanbieden, maar netto onder de streep zegt u: 200 miljoen eraf. Hoe verklaart u dat nou?

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik denk dat het goed is als de heer Sjoerdsma de feiten wel juist weergeeft. In onze tegenbegroting staat dat we de door het kabinet voorgestelde intensivering van 300 miljoen met 200 miljoen korten. Dat is de feitelijke werkelijkheid. Wij denken dat deze missie ook met het huidige defensiebudget financierbaar is. Overigens zijn er allerlei ideeën over de wijze van besteding van middelen binnen defensie waar wij graag over meedenken. Maar die intensivering in geld is, wat ons betreft, niet nodig om deze belangrijke taak te blijven uitvoeren. Die was niet nodig, die is niet nodig en die wordt ook niet nodig.

Ik vervolg mijn betoog. Ik heb over de stabilisatie op 7 juli gevraagd of de Minister van Buitenlandse Zaken zou willen benadrukken dat er met name ook een langetermijn-post-ISIS-strategie voor Irak zou moeten komen. Dat heeft hij gedaan. Dat wordt ook vermeld in de artikel 100-brief die nu voorligt. Maar wat daaruit voortvloeit en welke mogelijkheden er zijn om daar ook initiatief in te nemen, wordt niet vermeld. Er staat wel: de Iraakse overheid moet het voortouw nemen tot verzoening enzovoorts. Dat is natuurlijk juist. Daar valt niets op af te dingen. Maar de vraag is in welke mate Nederland zich specifiek zou kunnen inspannen om hier een bijdrage aan te leveren.

Mijn vraag is dan ook of de Minister van Buitenlandse Zaken bereid is om het voortouw te nemen binnen de small group om juist voor die stabilisatiestrategie voor de lange termijn een forum in te richten, want die strategie is er op dit moment niet. Er is wel aandacht voor stabilisatie, maar dat is allemaal op de korte termijn gericht. We zien dat het in Tikrit, Fallujah, Ramadi en Sinjar ook na bevrijding van ISIS forse problemen oplevert. Er zijn etnische conflicten, religieuze conflicten, ontheemden en losse milities en er is een zeer zwakke staatsactiviteit. Het zou, wat dat betreft, veel meer aandacht moeten vragen, nog steeds vanuit het perspectief: als er ergens hoop is, dan is het hier. En hiervoor zouden we ons maximaal moeten inzetten. Nogmaals, is de Minister bereid om daar het voortouw in te nemen binnen de small group? Het gaat om het beschermen van burgers, om het ontwikkelen van inclusief bestuur en om het ontwikkelen en snel opbouwen van een rechtssysteem en veiligheid.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Ik begin met alle lof en waardering uit te spreken voor de Nederlandse militairen die dag in, dag uit de risico's dragen die gemoeid zijn met het strijden tegen de barbaren van ISIS. Velen van ons zijn bij die training geweest. Ik wil dat beeld toch nog maar eens oproepen voor degenen die deze kans niet hebben gehad. Als je de trainingen ziet die de Nederlandse militairen geven, waarvan de CDS ons gisteren verteld heeft dat Nederland ook de geprefereerde partner is van de peshmerga, dan zie je inderdaad binnen het uurtje dat wij er waren hoe de ontwikkeling zich al voor je ogen voltrekt. Je ziet strijders die ineens in gezamenlijkheid de battlefield opgaan, die niet meer in het wilde weg schieten en die op die manier posities weten te behouden en ook weten uit te breiden. Je ziet vrouwelijke peshmerga's, een heel peloton met gelakte nagels, maar met toch al een behoorlijke hoeveelheid militaire doelen op hun geweten. Hij lachte er ook bij. Dat hoort ook. Het is een echte inzet, met heel echte resultaten. Ik ben er ontzettend trots op dat we dat op die manier doen.

Maar het is wel een echte vijand waar we mee te maken hebben. Het is een beschavingsvijand. Dat blijkt nog maar weer eens uit de zomer die we achter de rug hebben. Er waren gruwelijke aanslagen in Europese steden, in Brussel, Parijs, München en noem maar op. Mijn eerste vraag zou dan ook zijn: is het zo dat we niet alleen nu op dit moment successen zien on the battlefield, dus op het slagveld, tegen ISIS, maar ook een verminderde aantrekkingskracht van ISIS op de mensen die uit Nederland of andere Europese landen uitreizen naar Irak en Syrië? Is daar iets van een beeld van te geven? Dat miste ik een beetje in de brief.

Het terreurnetwerk dat ISIS is, bedreigt nog steeds het meest fundamentele veiligheidsgevoel van Nederlanders, die zich met de opkomst van ISIS afvragen of zij ook in Nederland nog wel veilig en ook vrij kunnen blijven. Wat ons aan de buitengrenzen bedreigt, bedreigt ons ook in onze binnensteden. De VVD vindt het goed dat aan het begin van dit jaar is besloten om ook boven Syrië actief te worden, omdat we daarmee ISIS niet alleen in het hart maar ook over het hele terrein treffen. Het is één strijdtoneel. Daar hebben we al langer over gesproken. Ik herinner er nog maar even aan hoe onverstandig het zou zijn geweest als we eerst zouden hebben gewacht op een politieke oplossing. Dan was Aleppo de maat der dingen geworden. Aleppo is in zichzelf al vreselijk genoeg.

ISIS is een taaie tegenstander. Er wordt terecht gezegd dat de strijd een lange adem vergt en misschien zelfs nooit helemaal eindigt, maar er wordt duidelijk vooruitgang geboekt. En dat in korte tijd! Sinds de coalitie actief is, is het kalifaat gekrompen. Het is zo'n 50% kleiner in Irak en 20% kleiner in Syrië. Daar kan dus nog wel wat gebeuren. Het kalifaat is ook gespleten. Veel aanvoerroutes vanuit Turkije zijn bijvoorbeeld niet langer bruikbaar. En het is deels bevrijd. Ik noem steden als Mosul, Ramadi, Fallujah en Palmyra, waarbij wij hopen dat Mosul – het langst aangekondigde offensief, zoals de heer Servaes net terecht zei – binnenkort bevrijd wordt. Het leiderschap is voor een deel gedecimeerd. De missie werpt dus vruchten af. Dat is niet doordat ze broden afwerpt, zoals de SP in het verleden weleens beweerde, maar omdat ze gewoon echte bommen afwerpt. Het zijn ook die bommen die eraan bijdragen dat steden als Ramadi, Fallujah en Palmyra, maar ook Tikrit en Kobani nu weer mensen in hun eigen huis kunnen verwelkomen.

Ik zie op dat gebied wel wat beweging aan de kant van de SP. Ik stel me dus zo voor dat we vanavond een historische avond gaan meemaken. Ik zie ook de ontwikkeling dat zelfs de SP in staat lijkt te zijn om het onderscheid te maken tussen de bunkerbuster clustermunitie die door Russen en anderen wordt afgeworpen boven Aleppo en de kleine small diameter bombs die door Nederland en de coalitie worden gebruikt, waardoor vele Koerden weer konden terugkeren naar Kobani of Tikrit en vele Syriërs weer naar Palmyra konden gaan. Dat is het verschil. Dat moeten we wel durven maken. Aleppo is door vele collega's al aangehaald.

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. Ik word uitgedaagd!

De heer Ten Broeke (VVD):

Ja, dat is het geval.

De heer Van Bommel (SP):

Ik word zelfs uitgelokt! Ik heb mijn interruptie gebruikt tijdens het betoog van de heer Grashoff, maar ...

De voorzitter:

Mijnheer Van Bommel, ik ken uw gevoeligheden. Ik sta u toe om daar heel kort op te reageren.

De heer Van Bommel (SP):

Dank u zeer, voorzitter.

«Geen bommen maar broden» was een opmerking die wij hebben gemaakt ten aanzien van Syrië op het moment dat daar steden belegerd werden. Die worden nog steeds belegerd. Wij hebben toen gepleit voor voedseldroppings. Waar het gaat om het bombarderen ter voorkoming van genocide, bij Kobani en bij andere plaatsen, hebben wij dat zelfs gesteund. De Nederlanders hebben daar niet opgetreden, de Amerikanen wel. Dat hebben wij gesteund. Daar hebben wij zelfs om gevraagd.

De heer Ten Broeke (VVD):

Het is onjuist, want het bombarderen boven Syrië wordt niet gesteund. Bij mijn weten ligt Kobani nog altijd in Syrië. Ik weet ook dat er vele Koerden zijn, die de heer Van Bommel normaal gesproken een warm hart toedraagt en omgekeerd, die heel blij waren met de bombardementen van de coalitie waardoor ze konden terugkeren naar die stad.

De heer Van Bommel (SP):

Dat hebben wij gesteund.

De heer Ten Broeke (VVD):

Hetzelfde geldt voor Tikrit, Fallujah, Palmyra en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik vervolg mijn betoog met de veiligheid van de trainers op de grond. Ik denk dat het goed is dat ze dichter bij de gevechtslocaties komen. Ook ik heb een vraag over het golden hour. Kunnen daar garanties voor worden gegeven? In de artikel 100-brief staat dat leden van de coalitie, dus andere buitenlandse troepen, al in de problemen zijn gekomen. Betreft dat de Duitsers? Kunnen we ervan uitgaan dat als er wordt gezegd «geen gevechtsinzet», er dan inderdaad ook bijvoorbeeld wordt bedoeld «geen forward air controllers»?

Een tweede vraag die ik heb, die ook door onder anderen de heer De Roon is gesteld, heeft betrekking op het volgende. Ik heb nog steeds de indruk dat het de intentie van de regering is om het straks naadloos van de Belgen over te nemen. Ik hoor die bevestiging hier vanavond graag. De CDS heeft daar gisteren een duidelijke winstwaarschuwing over afgegeven. Zo zei hij dat zelf ook. Ik kom tot de conclusie dat dit eigenlijk niet mogelijk is. We hebben immers problemen met de trainingsuren en we hebben problemen met de financiering. Er ligt een motie Servaes/Ten Broeke over de financiering van dit soort missies. We hadden hier net zelfs een debatje tussen een aantal linkse vrienden van mij over het verhogen van de defensiebegroting. Ik vrees dat ik binnenkort zonder werk zit! Ik zou dus bijna het volgende tegen de Minister willen zeggen. De strijd tegen ISIS is een strijd die langer duurt dan alleen deze missie. Hoe gaan we ervoor zorgen die strijd ook op termijn gefinancierd wordt? Mijn partij gaat ervan uit dat de strijd tegen ISIS geen end date stelt, maar een end state moet kennen. Daar hebben we ook mee ingestemd. Het gaat ons om het resultaat. Resultaten worden geboekt. Ik wil die ook heel graag voor de toekomst vastleggen.

De voorzitter:

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de inbreng van de Kamer in eerste termijn. Gezien de grote hoeveelheid vragen schorsen we voor een klein kwartier.

De vergadering wordt van 19.03 uur tot 19.20 uur geschorst.

De voorzitter:

Wij zijn toe aan de beantwoording in eerste termijn van de bewindslieden. Ik stel voor om de Ministers even gelegenheid te geven om een aantal vragen te beantwoorden voordat er interrupties worden gepleegd. Interrumperen kan natuurlijk altijd, het ligt aan de leden, maar ik vraag u allen om dat gecomprimeerd te doen. Ik zal twee interrupties per fractie toestaan. Er gaan twee Ministers antwoorden en het is aan de leden hoe zij hun interrupties gebruiken. Laten we proberen om de beantwoording door de Minister van Buitenlandse Zaken om 20.00 uur af te ronden.

Minister Koenders:

Mevrouw de voorzitter. Ik dank de Kamer voor haar opmerkingen. Wij bespreken vandaag een artikel 100-brief. De meeste vragen op dat terrein zijn gesteld aan de Minister van Defensie. Dat betekent dat ik mij moet beperken in de beantwoording, want de artikel 100-brief is de kern van waar het vandaag over gaat.

Ik zal een aantal opmerkingen maken over de politieke ontwikkelingen in Irak, omdat die missie zich daar afspeelt. Tegen mijn intuïtie en motivatie in zal ik niet beginnen met Syrië, omdat ik dat aan het einde wil doen. Ik maak mij daar zeer ernstige zorgen over en wil daarover graag spreken aan het einde van mijn bijdrage.

Laat ik beginnen met de redengeving van dit overleg, namelijk de strijd tegen ISIS. De Nederlandse regering heeft altijd al een relatie gelegd tussen wat er politiek gebeurt in die regio, wat er militair mogelijk is en wat er humanitair noodzakelijk is. Wij kunnen het één dus ook niet scheiden van het ander. De politieke ontwikkelingen in Irak bepalen mede het succes van de strijd tegen ISIS. Dat geldt zeker ook voor de vragen die gesteld zijn over stabilisatie en verzoening daarna. Het geldt net zo goed voor de situatie in Syrië. Ook daar is door de Nederlandse regering altijd een relatie gelegd tussen het politieke en het militaire deel. Ook daar zal de strijd tegen ISIS niet lukken als het gebrek aan voortgang in de politieke onderhandelingen blijft bestaan. Ik zeg dat omdat ik de zaak niet kan en mag versimpelen. Die relaties moeten duidelijk zijn.

Hier ging het specifiek over de strijd tegen ISIS. Daar wil ik kort over zijn, al is er heel veel over te zeggen. In die strijd is ongelofelijk veel gebeurd sinds de leider Al-Baghdadi nu twee jaar geleden het kalifaat uitriep, vanuit de grote moskee in Mosul. Er hebben zich vooral drama's voorgedaan, drama's ten aanzien van een groot aantal minderheden. Er is over christelijke minderheden gesproken. De Kamer krijgt ook nog schriftelijk antwoord op vragen die gesteld zijn over genocide. Er is geen twijfel over dat het drama van ISIS niet alleen minderheden, maar ook een groot deel van de moslimbevolking in de regio in het hart heeft getroffen, met een groot aantal moorden en doden. ISIS gebruikt echt apocalyptisch geweld om de eigen ideologie, voor zover dat een ideologie genoemd kan worden, verder te brengen. Daar hebben we met z'n allen zonder uitzondering een internationale coalitie tegen gesmeed van militairen, informatiediensten, deradicalisering en andere maatregelen, want het is een veelkoppig monster.

De militaire strijd tegen ISIS is met ongelofelijk veel inspanning door een brede coalitie gevoerd. Ik kom zo nog terug op Mosul, maar het is duidelijk dat ISIS – ik denk dat dit echt een compliment waard is aan de mensen die deze strijd hebben gevoerd – recentelijk veel stedelijk gebied in Irak en Syrië heeft verloren. Genoemd zijn Fallujah, Manbij en Jarablus. Sinds de hoogtijdagen – als je het zo mag noemen – in 2015 heeft ISIS 50% van zijn terrein verloren in Irak en 20% in Syrië. Dat is nog te weinig, maar het moet wel even genoteerd worden, want het is uitermate belangrijk. Het betekent niet dat ISIS weg is, het betekent niet dat ze niet ook andere strategieën hebben en het betekent niet dat het probleem is opgelost, maar het is voor een groot aantal mensen in de betrokken regio's wel van belang dat ISIS niet alleen is aangetast, maar dat daardoor ook de naam en faam van ISIS onder bepaalde groeperingen aanmerkelijk is ingezakt.

Je ziet dan ook – ik geloof dat de heer Ten Broeke mij dat vroeg – in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland dat het aantal uitreizigers sinds begin 2016 is afgenomen. De Kamer zal de laatste cijfers binnenkort krijgen. We zitten nu op een totaal van 260 uitreizigers, 40 zijn teruggekeerd en 42 omgekomen. Het gaat thans om ongeveer 170 uit Nederland afkomstige personen. Dat zijn nog veel te veel, maar je ziet wel dat er zeer belangrijke voortgang wordt geboekt. Dat geldt voor het aanpakken, ook militair, van ISIS, maar ook voor allerlei andere maatregelen die we besproken hebben in de Global Coalition Against DAESH, om foreign terrorist fighters aan te pakken. Nederland is daar met Marokko voorzitter van en we hebben vorige week in New York een vergadering gehad waarin het echt over de uitvoering ging van al die maatregelen, van de financiering en deradicalisering tot de samenwerking op het gebied van informatievoorziening. Daar is ook de NCTV bij betrokken geweest. Er is gevraagd of ik het eens ben met iemand van de inlichtingendienst die zei: het is een levenslange strijd. Ik kan eerlijk gezegd niet beoordelen of ik het daarmee eens ben of niet. Ik hoop van niet. Ik heb steeds gezegd, de regering heeft steeds gezegd dat dit een strijd van lange adem is. Die strijd heeft een militaire component, en die is inmiddels langzaam maar zeker ingedamd, maar de zomer van terreur die we gezien hebben over de wereld toont aan dat het gevoel zeker niet kan zijn dat we er ineens vanaf zouden zijn. De antwoorden moeten veel complexer zijn dan wij in deze brief hebben kunnen geven.

Het gaat hier vooral over de strategie, de tactiek: terrorisme, zelfmoordaanslagen, cyberaanvallen. ISIS is een meerkoppig monster dat qua territorium wordt ingedamd. Dat hebben we trouwens ook in Libië gezien, maar daar hebben we het vandaag niet over. Tegelijkertijd voert het verschrikkelijke aanvallen uit, niet alleen in Europa, maar ook in bijvoorbeeld Bagdad en andere steden. Het blijft een terreurorganisatie en wij hebben geen alternatief dan die op de meest intelligente manier aan te pakken. Ik wil onze militairen en de anderen in die coalitie complimenteren met de vooruitgang die geboekt is. Het is en blijft een businessmodel. Ik heb geen enkele illusie dat dit zich niet zou voortzetten, want een businessmodel heeft geld. We gaan de middelen indammen, althans dat proberen we, met de middelen die de Kamer kent en waarover we gesproken hebben, via de zaken die we vorige week in het globale counterterrorismeforum heel specifiek besproken hebben. Dat gebeurde met een groot aantal landen, waaronder ook landen die niet elke dag onze vrienden zijn, maar die we nodig hebben in deze strijd. Dat blijft een grote uitdaging, maar ik vind dat we daarin belangrijke voortgang boeken.

Over Mosul zou ik het nu willen hebben, want in een militaire strijd zitten er altijd ook elementen van een volgend front. Daar is terecht naar gevraagd. Mosul heeft momenteel alle aandacht van de anti-ISIS-coalitie. Gisteren hebben de Verenigde Staten aangekondigd om 600 extra militairen naar Irak te sturen, ter logistieke ondersteuning van de bevrijding van Mosul. We hebben er uitgebreid over gesproken tijdens de bijeenkomst van de coalitie in juli in Washington, waarbij ik ook aanwezig was. De Minister van Defensie zal over de militaire aspecten ervan spreken, maar de kern is dat het probleem daar op dit moment in mindere mate de militaire voorbereiding is. Het zijn precies de punten die genoemd worden: het oplijnen van de militaire, politieke, civiele en humanitaire kant. Vandaar dat die vergadering gehouden is. Het was geen vergadering van niks. Daar zaten mensen van al deze componenten aan tafel, uit de landen die daarover gaan. Ik kom er zo nog op terug, maar zeg alvast tegen de heer Grashoff dat daar juist de kernvraag aan de orde is gesteld hoe je al die componenten op één lijn krijgt die zo ingewikkeld zijn. Wat doe je als je een stad binnentrekt? Daar komen vluchtelingen van, dat is onvermijdelijk. De vraag is langs welke wegen zij zullen vluchten. Hoe worden ze opgevangen? Wanneer kunnen ze weer terug? Hoe kunnen ze in veiligheid terug? Wat betekent dat voor de humanitaire situatie? Dat is nog korter dan de middellange termijn. Wat betekent het voor de reconstructie van Mosul? «Opbouw» is misschien niet het goede woord. Hoe kunnen mensen terugkeren, wetende dat ISIS gebruikmaakt van de politiek van de verschroeide aarde?

De heer Servaes wees terecht op een belangrijk punt: de aanvoerlijnen vanuit Syrië en het feit dat Nederland er een bijdrage aan heeft geleverd om de aanvoer te verkleinen of moeilijker te maken. Dat was enorm belangrijk en nu kunnen er vervolgstappen worden genomen. De besluiten die de regering eerder genomen heeft, zijn van belang om nu voortgang te boeken op dit punt. De planning van de militaire operatie wordt dus afgestemd op de humanitaire voorbereidingen en de post-ISIS-stabilisatie. Dan gaat het over een groot aantal dingen, bijvoorbeeld ontmijning. Daar moet gewoon geld voor zijn. Tegen de heer De Roon zeg ik: ja, inderdaad, het gaat ook om Nederlands belastinggeld. Gelukkig zijn we niet het enige land wat daar proportioneel aan meebetaalt.

Nederland was een van de twee voorzitters van die vergadering. Wij hebben daar dus een leidende rol in genomen. We hebben geleerd van Fallujah dat veel inwoners de stad zullen ontvluchten zodra de operaties beginnen. Die vergadering ging helemaal over de humanitaire organisatie en de terugkeer van die mensen. Ik hoef al die bedragen niet te noemen, want ze staan in de brieven, maar Nederland heeft een additionele 2 miljoen toegezegd aan het Rode Kruis in Irak, voor voedsel en medische hulp. Humanitaire ontmijningsorganisaties worden actief rondom Mosul. De humanitaire hulp wordt geleverd volgens de humanitaire principes, dat betekent dat die hulp gaat naar de mensen met de hoogste noden. Wij maken geen onderscheid naar religie, ras of anderszins, maar ik heb de boodschap goed gehoord. Ik ga straks nog in op de vlakte van Ninevé, maar we sturen volgende week ook de mensenrechtenambassadeur naar Irak. Hij gaat dat niet in z'n eentje oplossen, maar hij kan wel kijken naar de terugkeer en naar de zorgen die specifieke minderheidsgroepen hebben, ook in het licht van verzoeken die daartoe zijn gedaan vanuit de Kamer.

Een ander aandachtspunt is de screening op ISIS-sympathieën van mensen die Mosul ontvluchten. Dat is een heel lastige. De heer Servaes vroeg daar onder anderen naar. Dat is enorm risicovol, want er kunnen afrekeningen plaatsvinden. Er mag geen enkel misverstand bestaan over het feit dat er in de afgelopen tijd enorm veel spanning is geweest tussen de verschillende groeperingen. Dat was al zo toen dictator Saddam Hoessein daar nog zat en het is zeker zo sinds de invasie en de Amerikaanse interventie daar. Er zit enorm veel spanning en geschiedenis tussen allerlei groeperingen. Dat kan ik niet ontkennen. In het licht van de bestrijding van ISIS en de stabilisatie daarna, kunnen wij alleen maar proberen om te voorkomen dat het er tot afrekeningen komt. Daartoe vind ik een geïntegreerde benadering echt goed. Er moet altijd op gelet worden of we voldoende werken met de mensen daar ter plekke om het op te lossen. Daarom is het belangrijk om zo spoedig mogelijk vanuit de internationale gemeenschap toegang te krijgen tot die screeninglocaties. Dat is ook de Nederlandse inzet.

Een aantal van de leden zei: ISIS kun je bestrijden, maar voor je het weet komt er weer iemand anders op. Je overwint ISIS niet door ISIS te bestrijden, maar door het gedachtegoed te overwinnen en door te voorkomen dat de militair-politieke capaciteit die daar achter zit, zich kan herordenen in een andere groepering. In die zin vraagt de heer Grasshoff terecht naar de langetermijnstrategie, maar laten we eerlijk zijn: first things first, het is uiteindelijk ten eerste aan de Irakezen zelf om de toekomst van Mosul vorm te geven. Natuurlijk heeft de internationale gemeenschap daarin een verantwoordelijkheid. We kunnen daar assisteren en er is civiel-militaire afstemming. Dat gebeurt op allerlei manieren, ook door regeringen onderling. De ambassade in Bagdad werkt daaraan mee, onder risico voor de eigen mensen. We proberen nu al actief om de verschillende groeperingen en mensen van de VN en de militaire vertegenwoordigers bij elkaar te brengen. Dat geldt ook voor de gouverneurs. We hebben juist hierover vorige week een gesprek gehad met de Minister van Buitenlandse Zaken van Irak. Wat is precies de rol van de gouverneurs? Wat is nog hun legitimiteit? Hoe kun je een optimale coördinatie met het militair bevorderen van wat er op militair vlak gebeurt? Ik vind echt dat er grote vooruitgang is geboekt.

Bij de genoemde inspanningen en dat offensief speelt uiteraard ook de situatie in Irak zelf een grote rol. Verschillende leden hebben mij daarnaar gevraagd. Laat ik daar kort nog een paar opmerkingen over maken. Zoals een aantal leden heeft gezegd, is de relatie tussen Bagdad en Erbil van absoluut cruciaal belang. We kunnen dat niet forceren, maar wel katalyseren. Minister-President Rutte heeft dat tijdens zijn bezoek ook als een van de hoofdonderwerpen aan de orde gesteld. Vandaag is Minister-President Barzani naar Bagdad afgereisd om de dialoog te hervatten. Dat is op zich een goed teken. Het is een beetje toeval dat het vandaag is, maar het is wel zo. Een goed teken is ook dat er een aantal afspraken is gemaakt tussen Bagdad en Erbil over de militaire inzet bij de bevrijding van Mosul. Het gaat er vooral om, een aantal door Koerden gecontroleerde gebieden te kunnen gebruiken om die aanval op Mosul te lanceren. De peshmerga's zullen assisteren bij de omsingeling van de stad, maar zullen niet de stad intrekken.

De hele problematiek van Irak blijft ingewikkeld. De heer Van der Staaij zei terecht dat wij daar voor de zomer uitgebreid over hebben gesproken. We hebben daarover twee gesprekken gevoerd met de Minister van Buitenlandse Zaken en collega's daar. De Ninevévlakte is nog steeds mijn grote zorg. Het overgrote gedeelte van de provincie Ninevé is op dit moment oorlogsgebied. Dat betekent dat er nog dagelijks gevechten plaatsvinden en dat grote gebieden bezaaid zijn met IED's en oorlogsresten. In de voorbereiding op de bevrijding van Mosul zijn een aantal dorpen door de peshmerga ontruimd. De bewoners zijn naar een opvangkamp op een veilige afstand van de frontlinie gebracht. U kunt zich de situatie voorstellen. In plaats van een mooie terugkeer is er een voorbereiding op een vervolgsituatie. Naar onze overtuiging is het op dit moment niet veilig genoeg om bewoners terug te laten keren. Dat geldt zowel voor minderheden als voor de grotere groep bewoners van Arabisch-soennitische afkomst. Het is ook nog te onveilig voor mensenrechtenmonitors. Op dit moment is het dus niet mogelijk om mensenrechtenmonitors in te zetten.

Voor alle partijen is het wel van groot belang om de bevolking zo snel mogelijk te laten terugkeren. Dat moet ook omdat we anders in de situatie komen van demographic engineering, waarbij de demografie politiek wordt gebruikt. De coalitie heeft daar in juli uitentreuren over gesproken. Daarbij ging het om de vraag hoe we dit zo veel mogelijk kunnen voorkomen. Onze inzet op het gebied van ontmijning is een prioriteit voor het laten terugkeren van mensen. Daarbij gaat het om 10 miljoen voor Irak in de periode 2016–2020. We leveren ook een bijdrage aan het Funding Facility for Immediate Stabilization (FFIS). Daarin wordt precies ingegaan op de vraag hoe mensen kunnen terugkeren en wat dan het bestuur is. Dit zijn onze bijdragen en de mogelijkheden, naast allerlei andere elementen die te maken hebben met humanitaire hulpverlening, maar die ik, gezien mijn beloftes in het kader van de tijd, niet gedetailleerd zal bespreken.

In dit kader noem ik ook de Dutch Relief Alliance (DRA), een samenwerkingsverband van Nederlandse hulporganisaties. Zij biedt humanitaire hulp aan bewoners van Noord-Irak en Syrië. Daarbij wordt uiteraard geen onderscheid gemaakt tussen religie, ras enzovoorts. Maar zoals ik al zei, benadrukken wij juist het belang van hulp aan bepaalde minderheden, ook in het licht van de wens van de Kamer. Wij zullen een en ander volgende week nader uitwerken, ook in het kader van het bezoek van de mensenrechtenambassadeur.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik dank de Minister voor zijn reactie en voor wat hij zei over de bevrijde gebieden. Is er inzicht in hoeveel van de dorpen die inmiddels bevrijd zijn, niet bewoond worden vanwege het gevaar van mijnen en omdat mensen er geen vertrouwen in hebben dat ze kunnen terugkeren, aangezien zij soms ook door de buren zijn verjaagd? Kan de Minister daar iets over zeggen?

Minister Koenders:

Ik kan het niet precies in aantallen zeggen. Ik kan ook niet zeggen om welke dorpen het gaat, maar dit raakt de kern, datgene waar het hele stabilisatieplan en het werk van de stand-by facility op gericht zijn. Op het moment dat er ontmijnd wordt, wordt ook bekeken of mensen kunnen terugkeren en of er faciliteiten voor hen zijn. In die structuur wordt het planmatig aan de orde gesteld en uitgevoerd. Ik zei net al dat de situatie vooruitgang op het militaire front vereist. Dat is het moeilijkste. Er zijn dorpen in de omgeving van Mosul waar men nu niet kan terugkeren. Bij een aantal andere dorpen is dat wel mogelijk. Er zijn ook hulporganisaties aanwezig.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat begrijp ik. Demining heeft natuurlijk de grootste prioriteit, want anders kunnen mensen niet terugkeren. Kees van der Staaij is er geweest en wij zijn er geweest. We hebben daar mensen gesproken die in principe afkomstig zijn van de dorpen die bevrijd zijn, maar die ook tegen ons hebben gezegd: zelfs als de omgeving redelijk veilig is en er ontmijnd is, dan nog durven we niet terug te gaan, want we zijn verjaagd door onze buren, die N-tekens et cetera op onze huizen hebben geschilderd toen ISIS binnenkwam. Wordt er ook op internationaal niveau nagedacht over de vraag hoe we die mensen, als we hen na de demining uit de tenten willen halen, meer zekerheid en veiligheid kunnen geven en hoe we hun het vertrouwen kunnen geven dat ze kunnen terugkeren naar de bevrijde dorpen? Misschien kunnen we nu al nadenken over die fase, want anders duurt die fase heel lang.

Minister Koenders:

Het antwoord is ja. Ik wil daarbij alleen geen illusies wekken. Als er zulke afrekeningen hebben plaatsgevonden ten aanzien van een aantal kwetsbare groepen, moet er zeer adequate bescherming zijn om mensen de kans te geven om terug te keren. Anders doet de situatie zich voor die we van andere landen kennen. Dan wordt er gezegd: we willen dat mensen zo spoedig mogelijk terugkeren, maar we hebben niet de instrumenten om ze te beschermen als het moeilijk wordt. Die mensen hebben wel het recht om terug te keren. Daarom verzetten wij ons tegen zo'n situatie en proberen we te sturen in de manier waarop de stabilisatie plaatsvindt. Maar nogmaals: dat is niet makkelijk; het is geen leninistisch plan dat zomaar even uitgewerkt kan worden. Daar is vertrouwen voor nodig. Daar moeten de Irakezen primair voor zorgen, maar wij moeten als internationale gemeenschap juist de ogen en oren zijn als zij niet helemaal objectief kunnen zijn en misschien soms ook niet objectief willen zijn. Ik denk aan het verschil tussen de verantwoordelijkheden van degenen die de militaire operatie uitvoeren en de verantwoordelijkheden daarna. Dat zijn niet altijd dezelfde verantwoordelijkheden. Ik ben het met de heer Voordewind eens dat hier de nadruk op dient te worden gelegd. Dat gebeurt ook maximaal binnen de bestaande mogelijkheden. Dat is het hele verhaal.

We spraken met Lise Grande, de tweede vrouw van het VN-programma daar. Ik ken de Verenigde Naties goed, dus ik ben altijd kritisch. Een plan is mooi, maar wat gebeurt er? Ik heb echter gezien dat men hier zeer gedetailleerde kennis over heeft en dat men probeert dit zo spoedig mogelijk voor te bereiden. Je ziet ook dat er in de hele militaire planning rekening mee wordt gehouden. De Minister van Defensie zal daar straks ongetwijfeld over spreken. De timing is hier mede van afhankelijk, omdat je anders niets bereikt.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik dank de Minister voor zijn toelichting. Kan hij nader ingaan op wat precies de rol van de mensenrechtenambassadeur zal zijn? Wat zullen meer specifiek de werkzaamheden zijn?

Minister Koenders:

Er moet volgende week een en ander worden uitgezocht en uitgewerkt, ook in het kader van datgene wat we al eindeloos bespreken met Al-Jaafari. Er wordt immers druk uitgeoefend op de Iraakse regering. Die bestaat ook uit bepaalde groepen, waarbij de één meer dominant is dan de ander. Er moet verslag worden gedaan in het kader van de vraag wat de relaties en de posities zijn, waarbij het ook gaat om de positie van minderheden. De vraag is of wij daar vervolgens iets mee kunnen doen wat nog scherper is dan nu het geval is. Je kunt het als Nederland niet alleen doen; dat begrijpt de heer Van der Staaij ook. Je bent immers onderdeel van een veel groter verhaal. Ik vind het wel belangrijk dat hier aandacht voor is. Er zijn maar een aantal landen die er echt specifiek naar kijken.

De heer Van der Staaij (SGP):

Herkent de Minister het beeld dat wij hebben naar aanleiding van onze gesprekken in het gebied? Vaak zeggen die mensen zelf: jullie praten allemaal mooi en geven aan dat het ook door Irak zelf moet gebeuren, maar wij hebben als minderheden onvoldoende invloed. Ze kijken heel erg naar het Westen en willen dat het Westen voor hun belangen opkomt. De machtsstructuren zijn daar zodanig dat ze zeggen: je kunt echt niet verwachten dat wij het hier voor elkaar boksen.

Minister Koenders:

Ik begrijp dat. Ik denk dat we elke dag die verantwoordelijkheid voelen. Als de heer Van der Staaij die vraag stelt, begrijpt hij ook wel dat dit zou betekenen dat je nog sneller dan mogelijk is ook militair gezien een positie dient in te nemen, zodat je mensen kunt beschermen. Maar zover zijn we nog niet. Ik wil ook geen illusies wekken daarover. Maar we doen het om ISIS te verslaan en om een en ander mogelijk te maken. Overigens is dit niet een naïef verhaal vanuit Nederland, ook al zou je dat kunnen zeggen. Dit is ook echt de doelstelling van de coalitie. Zelfs als je er niets mee zou hebben, kun je niet zeggen dat het niet tot enige stabiliteit zou leiden. Dat hebben we ook gezien. Irak is al heel lang een instabiel land, maar dit is wel de doelstelling. Je kunt ook niet aan de kant gaan staan. Je zult als land soms iets meer aandacht moeten geven aan dit soort problemen, in vergelijking met landen die juist wel bepaalde relaties hebben met bepaalde dominantere groeperingen daar. Denk aan de discussies over sjiitische milities en soennitische tribal leaders en de manier waarop met gouverneurs tot een zekere mate van samenleven kan worden gekomen. Laten we verder niet al te veel illusies hebben. Dit is wat er eigenlijk moet gebeuren.

Ik kom op een aantal vragen die betrekking hebben op de dramatische situatie in Syrië.

De voorzitter:

De heer Grashoff heeft nog een vraag over Irak. Ik ga ervan uit dat de Minister dat blokje heeft afgesloten.

Minister Koenders:

Jazeker.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Eerder stipte de Minister de kwestie aan van de langetermijnstrategie, maar ik heb geen concreet antwoord gehad op mijn vraag of hij binnen de small group het voortouw wil nemen om op langere termijn een forum op te richten. Wil de Minister daar een duidelijk antwoord op geven?

Minister Koenders:

Dan ben ik misschien onduidelijk geweest. We hebben dit juist al gedaan. Nederland was covoorzitter van het initiatief in juli, dat hier helemaal op gericht is. Ik heb daar net een aantal onderdelen van geschetst. Wij waren een van de twee landen die dit aan de orde hebben gesteld, juist vanwege het verzoek van de Kamer. Dat lijkt mij redelijk. Het is ook best veel.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Toch bereiken mij signalen dat binnen de internationale coalitie op dit punt nog steeds niet echt een duidelijke daarop georiënteerde focusgroep is. Waar zit het misverstand dan?

Minister Koenders:

Dat kan ik niet beoordelen. Misschien zit het hem een beetje in de woorden «lange termijn». Misschien is het een beetje flauw om dit te zeggen, maar de lange termijn is afhankelijk van de middellange termijn. Het is geen enkel probleem om op basis van de wens van de meerderheid van de Irakezen en de regering een politieke doelstelling voor de toekomst van Irak te formuleren, namelijk: een non-sektarisch, relatief democratisch Irak, waarin in grote mate sprake is van decentralisatie en zelfbestuur. U moet mij niet op de formulering afrekenen, maar dit is het type langetermijndoelstelling dat gedeeld is. Dat is prachtig. Het land zit echter in een oorlogssituatie. Het komt uit een dictatuur en heeft een interventie gekend. Dat betekent dat je je vooral moet richten op stabilisatie, bestuur en inclusiviteit. Nederland doet dat al. Via de Verenigde Naties, Grandi en een aantal Nederlandse initiatieven wordt daar vrij direct op gestuurd. Dat is afhankelijk van een kortere termijn die te maken heeft met de timing van militaire en civiele instrumenten. Dat daar relatief meer tijd naar uitgaat, is begrijpelijk. Zo moet de heer Grashoff het zien. Ik zou het niet anders willen zien, want je moet ook een zekere flexibiliteit blijven houden ten opzichte van datgene wat er gebeurt. Ik heb in de afgelopen periode geleerd dat we in een totaal transformatieproces van het Midden-Oosten zitten, met zeer veel geweld. Als je nadenkt over een aantal doelstellingen en dat flexibel op middellange en lange termijn inricht, kun je het meeste doen. De rest is toch ook een beetje day-to-day management.

Gezien de tijd ga ik verder met Syrië. Ik neig er vanavond niet naar om wat aan de superlatieven toe te voegen, aangezien ik het ermee eens ben. In de zomer is in de kranten al een en ander geschreven over het enorme drama van Aleppo. Ik heb indertijd al iets gezegd over de toenmalige deadline van 1 augustus. De redenering van John Kerry was: 1 augustus is de deadline; dan moet er een plan B komen. Maar dat plan is er nooit gekomen. Dat verwijt ik John Kerry niet. Dat verwijt ik ook de Amerikanen niet. Dat verwijt ik nu maar even de internationale gemeenschap, die niet de prioriteit heeft willen geven aan het gezamenlijk een halt toeroepen aan deze situatie, die overigens al jaren duurt in Syrië. Laten we het helder zien: vanaf februari is er op basis van de analyse dat niemand belang heeft bij de totale destructie van Syrië – daar heb ik inmiddels wel wat meer vraagtekens bij – onder covoorzitterschap van de Verenigde Staten en Rusland een overleg gestart van de landen in de regio om te komen tot de elementen van humanitaire toegang, staakt-het-vuren en politieke onderhandelingen. Daar moeten we achteraf niet te negatief over zijn. Ik verwijs in dit kader ook naar Staffan de Mistura. We hebben hier vaak over gesproken, dus ik hoef dat niet te herhalen. Dat zeg ik ook gezien de tijd.

Ik zal iets meer op de actualiteit ingaan. Laat er geen misverstand over bestaan: als ik nog iets over kwalificaties moet zeggen, zeg ik dat het voor mij overduidelijk is dat het systematisch gebruik van bommen in stedelijke gebieden door het regime, dat daarbij wordt ondersteund door Rusland, een oorlogsmisdaad is. Daar kan niemand omheen draaien. Daar mag ook niemand omheen draaien. Dat betekent niet dat ik denk dat het met sancties aan Rusland ineens opgelost zal worden. We weten allemaal dat dit niet zo is. Ik heb al eerder gezegd dat ik vind dat het wel op alle fronten vereist is, zeker als het gaat om het Assad-regime. Dat is ook een verwijzing naar het ICC. Maar hier heb ik voor de mensen in Aleppo nog helemaal niets mee bereikt. Dit is wel de laatste kwalificatie die ik heb. Er wordt nu in Aleppo met vatenbommen en bunkerbommen gevochten. Gaat het erom dat één van de kanten de schuld heeft? Ja. Het regime gaat met het luchtwapen daadwerkelijk door met die bombardementen. Is de oppositie dan heilig? Nee, natuurlijk niet. In de afgelopen periode zijn aan beide zijden problemen gerezen met de humanitaire toegang.

Ik wil nu van de details af, want die hebben niet zo veel zin. Het is allemaal ook vrij specialistisch. Het gaat om de wat grotere lijnen, en ook om de vraag wat er nog valt te doen en of en hoe er nog hoop kan worden gecreëerd. Daar worden wij op aangesproken; niet op een analyse van wat er elke dag precies is gebeurd. Ik denk dat wat er in de afgelopen tien dagen is gebeurd, eigenlijk als volgt moet worden gezien. Er zijn twee oorzaken waardoor het probleem niet ophoudt. De ene heeft te maken met de veel kleinere invloed van de Verenigde Staten en tot op zekere hoogte ook van Rusland op hun proxy's. Daarbij gaat het om onwil, onkunde of onmacht. De andere is het feit dat alle groeperingen op de grond op dit moment steeds meer in staat zijn om die zogenaamde grootmachten te beïnvloeden. Dat komt doordat de internationale gemeenschap zo lang op zich heeft laten wachten. Ze heeft ermee gewacht om tot een zinnig overleg te komen en dat dan ook daadwerkelijk een kans te geven, vanwege prioriteringen in de buitenlandse politiek. Het is niet meer zo dat de macht slechts aan de ene of de andere kant zit; dan zou je namelijk gewoon de kraan kunnen dichtdraaien om het probleem op te lossen. Daarin zit op dit moment de tragiek. Daardoor worden op dit moment wapens en geld op allerlei andere manieren gebruikt om dit conflict voort te kunnen zetten.

Handelen wij alleen in de Veiligheidsraad? Nee. Wij zitten daar niet in, dus wij hebben daar geen macht, behalve via de beïnvloeding van een land als Frankrijk, waarmee wij in de afgelopen drie weken zeer nauw hebben samengewerkt. Zo heeft Nederland een voorstel gedaan voor het verificatiemechanisme, dat Frankrijk heeft overgenomen. Ik wil niet dat wij daar al te veel eer voor krijgen, maar wij hebben dat wel gezamenlijk ingebracht. Wij hadden namelijk allen het gevoel dat de International Syria Support Group (ISSG) wel bij elkaar zat, terwijl wij eigenlijk niet goed wisten wat daar gebeurde; wat waren die afspraken eigenlijk? De strategie is als volgt. Ik ben nu vrij open, want dit staat in de krant. Het is ook goed om een duidelijke analyse te krijgen, om te kunnen zien wat er kan worden gedaan. Ten eerste is een bepaalde strategie nog niet helemaal onmogelijk. Ik ga nu geen naïef verhaal vertellen. Het is een sprankje hoop, terwijl alle berichten negatief zijn. Er is namelijk een belang gerezen tussen de twee grootmachten Verenigde Staten en Rusland om in Syrië Al-Nusra en ISIS gezamenlijk aan te gaan pakken. Zij hebben gezegd dat dit alleen kan als zij dat doen, dus niet als het Assadregime dat doet, wat betekent dat het Assad wordt verboden om zijn vliegtuigen de lucht in te brengen. Als voorwaarde moet de humanitaire toegang verzekerd zijn en moest er een periode van zeven dagen rust komen. Soms moeten dat soort afspraken worden gemaakt. Het lijken details, maar dat werkt nu eenmaal zo in dat soort overeenkomsten. Iedereen moet daarbij aan tafel zitten: van de Qatarezen en de Saudi's tot de Iraniërs en Syriërs. Men kan zich voorstellen hoe ingewikkeld dat is. En dan moet er ook daadwerkelijk druk worden uitgeoefend, in de trant van: u moet dat en dat doen en het gaat u wat kosten als dat niet gebeurt. Dat plan is vorige week in een crisis geraakt vanwege een grote vertrouwensbreuk tussen de Russische Federatie en de Verenigde Staten. Ik vertel nu niks geheims; dat heeft iedereen kunnen zien. De Amerikaanse regering heeft publiekelijk gezegd dat zij geen vertrouwen in die gesprekken meer heeft als er niet tot zeven dagen rust wordt overgegaan; anders zou de bevolking van Aleppo te horen krijgen dat alles goed zou komen, terwijl er de dag daarop alweer een bom zou kunnen vallen. Zij heeft toen de duimschroeven aangedraaid. Van Russische kant is daarop gezegd: dat zegt u nu wel, maar in de praktijk zien we dat die zogenaamde «gematigde oppositie» aan het radicaliseren is en zich net zo min houdt aan het staakt-het-vuren. Ik heb nu even, kort door de bocht, geschetst wat er is gebeurd.

Wat kun je nu nog doen en wat zul je moeten doen? De eerste mogelijkheid is om die hele strategie maar weg te gooien, omdat ze niet meer werkt. Ik zeg dit zonder enige naïviteit of verwachting, maar ik denk dat er zowel aan de Russische als aan de Amerikaanse kant een belang bestaat om uit deze impasse te komen. Men zou zich om drie zaken heen moeten verenigen. Ten eerste dat de vliegtuigen van het Assadregime, maar eigenlijk alle vliegtuigen van alle actoren, een week niet moeten functioneren. Nederland en andere landen hebben dit zo voorgesteld. Ten tweede moet er op de grond een verificatiemechanisme komen, want zonder dat kan er geen vertrouwen zijn. In de wereld ken ik geen staakt-het-vuren waarbij de partijen elkaar op hun blauwe ogen geloven. Eerlijk gezegd vond ik dat ook de zwakte van de afspraken tussen de Amerikanen en de Russen. Ten derde moet die humanitaire toegang gaan gelden. Ik zal zo nog iets zeggen over de airdrops. Ondanks alle berichten was er vorige week gek genoeg, zelfs bijna paradoxaal, vrij veel humanitaire toegang. Je zag toen dat er nogal wat belangen speelden, ook aan de kant van het regime, om die humanitaire toegang ineens politiek te gaan gebruiken. Ik heb daar weinig mee; het politieke gebruik van humanitaire toegang is in feite de politisering daarvan, en daar zijn wij het natuurlijk principieel mee oneens.

Ik heb de commissie zo eerlijk mogelijk willen vertellen wat de situatie is. De Nederlandse regering heeft zich deze zomer buitengewoon actief ingezet, maar natuurlijk moet de conclusie zijn dat ook wij niet zijn geslaagd in onze rol, noch via de Europese Unie, noch via de ISSG, noch via de Verenigde Naties. Toch hoef ik niet te vertellen dat het erop neerkomt dat dit nog steeds, en daadwerkelijk, moet worden geprioriteerd in de buitenlandse politiek van de landen, omdat het drama van Aleppo elke dag doorgaat. In de middag waarin die ISSG bijeenkwam, zag je het verlies van vertrouwen tussen de Amerikanen en de Russen ontstaan. Iedereen die daar toen bij zat, vroeg zich af hoe dat mogelijk was. De Nederlandse missie had ook de bijeenkomst georganiseerd met de White Helmets, die Nederland godzijdank steunt. Het was voor iedereen een moeilijke vergadering. Wij – dus ik, maar veel belangrijker nog ook John Kerry, die was meegegaan – hadden daar namelijk geen tekst. Hoe konden we die mensen van de White Helmets immers gaan vertellen dat we de hele middag bij elkaar hadden gezeten, maar dat daar niks uit was gekomen?

Ik kom terug op de essentie van de situatie. Ik kan niet zeggen dat ik morgen de gouden oplossing in mijn zak heb. Ik zeg alleen maar dat Nederland zich nu opnieuw hiervoor zal gaan inzetten, met Frankrijk, Italië, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Wij hebben daar constant contact mee. Daarbij zal het gaan om een stevige positiebepaling ten opzichte van de Russische Federatie. Wij zullen onze verantwoordelijkheid nemen en meewerken aan het herstel van het staakt-het-vuren, aan volledige humanitaire toegang en de enkele focus op de bestrijding van ISIS. Het is echt van belang dat de internationale gemeenschap dit eensgezind doet. Daarbij gaat het helemaal niet om sancties, maar om eensgezinde actie van de internationale gemeenschap. Gezien de aard van de Russische Federatie zie ik namelijk niet dat dit anders een gedragsverandering tot stand kan brengen. Verder zijn we dus bezig met een wapenstilstand en de humanitaire toegang. Met mijn Franse collega probeer ik het idee van een geloofwaardige monitoring te vestigen. Dat is lastig, want daarvoor moet je normaliter mensen op de grond hebben. Het enige alternatief is nu om dit via technische middelen te doen. Ook is er nog de strategie van een samenwerking tegen ISIS en Jabhat al-Nusra. Ik heb daar mijn twijfels over, maar ik kan me voorstellen dat Rusland en de Verenigde Staten een gezamenlijke strategie daarvoor hebben, waardoor ook spoilers als Iran en landen in de Golf daar een belang in kunnen krijgen. Dat is, om het maar zo te zeggen, het eerlijke verhaal over de situatie in Syrië.

Nu de humanitaire hulp, natuurlijk een heel belangrijk punt. De situatie is zoals zij is, maar natuurlijk blijft de humanitaire imperatief bestaan. Het volgende in antwoord op de vraag over de airdrops. Na de eerste succesvolle voedseldroppings boven Deir el-Zour op 10 april heeft het Wereldvoedselprogramma ruim 120 voedseldroppings uitgevoerd. Er is 2.060 ton voedsel gedropt, voor meer dan 110.000 mensen. Hoewel dit geen ideale vorm is, is het belangrijk om daarmee door te gaan; dat ben ik eens met de heer Sjoerdsma. Juist dankzij de Nederlandse bijdrage van 3 miljoen euro kan het Wereldvoedselprogramma tot eind deze maand daarmee doorgaan. Qamishli is 85 keer bereikt. De mensen die dit doen wil ik als helden kwalificeren. Zij doen dit echt met gevaar voor eigen leven; we weten immers allemaal van het bombardement op het humanitaire konvooi aan de Turks-Syrische grens. Het afdwingen van humanitaire toegang heeft voor Nederland dus de hoogste prioriteit. De effectiviteit van de hulp via de grond blijft een prioriteit van ons. Nogmaals, er is, paradoxaal genoeg, met de humanitaire konvooien sprake van wat vooruitgang, al valt het allemaal natuurlijk in het niet bij alle grote ellende. De ruimere toestemming ervoor heeft voor een deel een wat opportunistisch karakter, maar is niettemin van belang voor de bevolking.

De laatste vraag voor mij ging over Turkije. Kortheidshalve wil ik daar het volgende over zeggen. De commissie is bekend met de zogenaamde operatie «Euphrates Shield» in Syrië. Zoals bekend is Turkije getroffen door terroristische aanslagen in Gaziantep, waarbij 50 mensen omkwamen. De operatie is een duidelijke reactie op die aanslagen. Wij hebben Turkije, een NAVO-bondgenoot, gevraagd om alle informatie te geven die van belang is. Natuurlijk hadden ook wij zorgen over de Turkse acties: waren die gericht op ISIS of op Koerdische strijders? Ik verwijs hiervoor ook naar de uitlatingen van Erdogan. Ik heb in Turkije publiekelijk gezegd dat het van belang is dat de acties van Turkije in Syrië zich beperken tot het bestrijden van ISIS. Ik vind het positief dat de Turkse regering nu actief tegen ISIS optreedt. Ik heb ook begrip voor de Turkse wens om de eigen grenzen te beschermen. Vanwege de samenwerking met de Verenigde Staten is het van belang dat Turkije zich richt op ISIS, en dat het dit doet in samenwerking met zijn partners. Ik vind het een goed teken dat de operatie wordt uitgevoerd in samenwerking met de Amerikaanse Special Forces, dus dat Turkije en de Verenigde Staten dit gezamenlijk doen, en dat er nu geen gevechten zijn tussen Turkije en de Koerdische YPG.

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter. Allereerst dank ik iedereen voor de hartelijke woorden aan het adres van onze militairen. Die worden zeer gewaardeerd. Ik zal deze woorden zeker doorgeven.

Er waren vragen over de Non Lethal Assistance, de NLA. Toevallig was er vanmiddag een ander AO waarin dit al ter sprake is gekomen. Ik zei toen tegen de heer Knops dat ik hem uitgebreid antwoord zou geven, zodat ik er vanavond, dus nu, niet meer over zou hoeven praten. Ik merk echter dat het nog volop leeft, dus ik zal er kort nog iets over zeggen. Ik heb de heer Knops vanmiddag al toegezegd dat ik in de eerstvolgende voortgangsrapportage en alle die daarop volgen, steeds een aparte paragraaf zal laten opnemen over de uitvoering van de NLA, zodat de Kamer precies kan volgen wat er gebeurt. Vanmiddag zei ik ook dat wij, door er op deze manier over te praten, soms de indruk creëren dat dit project een totale mislukking is. Buitenlandse Zaken heeft 1 miljoen euro ter beschikking gesteld. Dat bedrag staat niet op zichzelf, maar maakt deel van een veel groter geheel van uitgebreide Non Lethal Assistanceprogramma's die ook worden uitgevoerd door, bijvoorbeeld, de Amerikanen en de Duitsers. Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk NLA lokaal te verwerven. Dat is niet bepaald een eenvoudige opgave, want uiteindelijk hebben we het over een land in oorlog, wat natuurlijk zijn weerslag heeft op goederenstromen, procedures en hun doorlooptijden et cetera. Je zou de spullen wel uit Nederland kunnen halen, maar ter plaatse krijg je juist te horen dat het goed is om met lokale producten te werken, al was het maar omdat de instructies dan in de eigen taal zijn en er zo ook snel reserveonderdelen kunnen worden aangeschaft. Men wil dus graag dat we op de lokale markt werven. Het gaat daarbij om toegang, maar ook om het creëren van werkgelegenheid. We opereren vaak in landen waar de economische omstandigheden niet perfect zijn en dan is het goed om deze spullen lokaal in te kopen. We hebben in Irak geen inkooporganisatie, maar de verwervers zijn wel met enige regelmaat in Irak. Zij zullen daar binnenkort weer drie maanden aaneen verblijven.

Zorgvuldigheid blijft noodzakelijk. De Kamer is gisteren door middel van een technische briefing geïnformeerd over – ik vat het nu even samen – Non Lethal Assistance 1, 2 en 3. Met name over nummer 1 bestaat wat ongemak, bijvoorbeeld over de radiosets: daarvan is het eerste kwart geleverd, maar met de overige driekwart ter waarde van € 86.000, op een bedrag van in totaal 1 miljoen euro, ging het inderdaad niet goed. Men is die levering kwijtgeraakt. Vanmiddag werd mij gevraagd of ik aangifte ga doen. Ik doe dat niet, maar de leverancier wel. Vervolgleveringen komen ook niet van de grond. We bekijken nu of we het contract moeten ontbinden en of we dit opnieuw in de markt moeten zetten. Het geld dat daardoor vrijkomt, zouden we kunnen aanwenden voor andere behoeftes. De komende twee weken zal er meer duidelijk worden. We zullen in dat geval vermoedelijk een verlies lijden van € 43.000, een bedrag dat eerder is gebruikt als aanbetaling. Andere zaken gaan wel goed, al ging er nog iets mis bij de levering van medische kits, die van onvoldoende kwaliteit waren. Er was geen aanbetaling gedaan, dus wij hebben deze geretourneerd.

Nogmaals, ik zal dit allemaal opnemen in de voortgangsrapportages. Ik heb een lang verhaal verteld, maar zal het nu samenvatten. Van de 1 miljoen euro is inmiddels ongeveer € 750.000 goed besteed. € 211.000 daarvan is opnieuw beschikbaar. We zullen dus vermoedelijk een verlies lijden van € 43.000. Ik wil graag de indruk wegnemen dat de trainingen niet succesvol zouden zijn omdat de NLA niet van de grond zou komen. Dat klopt niet; NLA staat niet op zichzelf en er gaat een heleboel vooral wel goed. Ik begrijp echter de behoefte aan aanvullende informatie op dit punt en zal aan het verzoek gehoor geven.

Ik kom nu op het verschil tussen de Mobile Support Teams, dus de MST oftewel de flexibele trainingsteams, en A&A, advise & assist. In de technische briefing van gisteren is uitgelegd dat MST een training van de reguliere Iraakse strijdkrachten betreft. In ons geval zijn dat de peshmerga's. In Bagdad doen we dat alleen met de SOF. Het gaat daarbij vooral om een voortgezette specialistische training van bijvoorbeeld vaardigheden, of om medische ondersteuning. Deze wordt uitgevoerd op peshmergalocaties, dus niet tijdens gevechten, en is echt gericht op de mensen die het werk doen: de soldaten en het kader. Advise & assist is voor de special forces. Dat is geen training, maar advies en begeleiding van de Iraakse partnereenheid in de planning en de directe voorbereiding tijdens en op het gevecht. A&A vindt plaats achter de gevechtslocaties en is gericht op de aansturing van de operatie. Ik denk dat ik gisteren heel duidelijk heb aangegeven dat het vooral niet de bedoeling is dat onze mensen, of de mensen die hierin participeren, bij gevechtsacties betrokken raken.

Er is eigenlijk een heleboel informatie gevraagd die ik nu nog niet kan geven. In de brief heb ik duidelijk aangegeven dat wij nu samen met onze Belgische collega's een aantal opties in kaart brengen. Als we zover zijn, zal de Kamer natuurlijk nader worden geïnformeerd. Er is terecht gevraagd naar de medische evacuatie en naar de «golden hour», maar ik heb in mijn artikel 100-brief volgens mij duidelijk aangegeven dat er op die punten vanzelfsprekend geen concessies zullen worden gedaan. Dus: geen boots on the ground, geen betrokkenheid bij gevechtsacties, medische evacuatie, golden hour; het zal allemaal worden gerespecteerd. Een en ander wordt nu uitgewerkt. Als wij zover zijn, zal de Kamer als eerste worden geïnformeerd. Ik weet niet wanneer dat is, maar we maken wel enig tempo. U heeft net van de collega van Buitenlandse Zaken gehoord dat de strijd zich ontwikkelt. Vanuit de militaire campagne wordt er ook meer flexibiliteit verwacht ten aanzien van de SOF. Ik denk dat ik hier nu genoeg over heb gezegd. De heer Sjoerdsma vroeg naar het golden hour. Zoals gezegd, zal dit zijn gegarandeerd.

Over de F-16's en de aflossing van de Belgen in de strijd tegen ISIS is een heleboel gezegd. Laat ik eerlijk zijn: dit heeft me best wel verrast. Voor ieder besluit wordt altijd een militair advies gegeven. Vanmiddag heb ik daar in een ander debat heel duidelijk over gesproken. Als er bijvoorbeeld grenzen zijn aan de inzet van bepaalde capaciteiten, zoals F-16's, special forces, een helikopter of een infanterie-eenheid, zal dat duidelijk worden in zo'n militair advies. Je doet dit niet al ruim een jaar van tevoren, maar gedurende het jaar, in de aanloop naar een bepaald besluit of het moment waarop je dat zou willen nemen. De commissie weet dat het zo werkt, want zo werken wij in de aanloop naar elke artikel 100-brief. De Belgen zitten er nog tot juli 2017. Wij hebben eerder gezegd dat Nederland het, afhankelijk van de behoeften en na politieke besluitvorming, in juli 2017 van België zou kunnen overnemen. Ik citeerde uit eerdere vragen en brieven; dit is in antwoord op verschillende vragen als zodanig aan de Kamer verwoord. Maar het moet allemaal wel mogelijk zijn. De Commandant der Strijdkrachten gaf gisteren al aan dat een hoeveelheid zaken ertoe doet, bijvoorbeeld de transitie en de invoering van de F-35, die nu al het nodige vraagt met betrekking tot de opleiding van onze vliegers. Verder spelen er kwesties als onderhoud of het interen op de generieke geoefendheid. Ik kan nu helemaal niet vooruitlopen op de exacte situatie over een jaar. Verder verbaast het me dat voor een deel de indruk werd gewekt dat daarover binnen de coalitie niet zou worden gecommuniceerd. Het spreekt voor zich dat ik op mijn niveau, of de collega van Buitenlandse Zaken met zijn collega's, maar ook de CHODs (Chiefs of Defence) en CDS'en volop met elkaar in contact staan en met regelmaat bij elkaar komen, en dat er in coalitieverband wordt gepraat over wat de precieze behoefte is en wie wat waar gaat invullen. Niet voor niets hebben we bijvoorbeeld gezegd dat we, nu we de F-16's niet leveren, zouden kunnen bekijken of we de dringende behoefte aan tankercapaciteit, dus de kwestie rond de KDC-10, kunnen adresseren. Zo proberen we iedere keer in te spelen op de behoefte van de coalitie, met de mogelijkheden die er zijn. Ik kan niet zeggen of wij exact over een jaar gereed zijn om te kunnen worden ingezet. Ik weet wel dat het voor iedereen hier, maar in het bijzonder voor onze vliegers, van groot belang is dat zij hun generieke geoefendheid weer op peil krijgen en dat de kisten goed zijn onderhouden. Daar doen wij op dit moment alles aan. Als het zover is en als zulks duidelijk is geworden in het militaire advies, zal de Kamer vanzelfsprekend nader worden geïnformeerd over de inzetbaarheid van de F-16's.

De heer Ten Broeke (VVD):

De Minister zegt dat ze verrast is, zelfs verbaasd, dat er nu vragen worden gesteld naar aanleiding van de bijdrage van de CDS van gisteren. Die was heel helder. Hij sprak van een winstwaarschuwing, waarmee hij volgens mij het understatement van de dag maakte. Zelf ben ik verrast omdat de Minister een strofe voorlas uit de beantwoording van vragen die volgens mij in een van de eerdere brieven heeft gestaan. Mensen die hierin zitten zoals wij, zouden daaruit toch mogen afleiden dat we na de Belgen het liefst een naadloze overgang zouden zien; overigens zouden sommige andere partijen dat ook doen. Ik weet wel dat dat besluit vanavond niet voorligt. Ik ga er dan ook niet op vooruitlopen, maar de Minister mag wel weten dat mijn partij de strijd tegen ISIS beschouwt als een strijd van the long haul, zoals ze in de VS zeggen. Ik zou dus graag zien dat de Minister voorbereidt dat we dit weer van de Belgen kunnen overnemen. En ik wil gewoon wel antwoorden op de vragen die wij daarover hebben gesteld. Ik heb deze situatie eerder meegemaakt, namelijk bij de inzet van de zes F-16's boven Libië. Dat was naar mijn mening bepaald geen maximale of optimale inzet, maar juist door die inzet werd er veel trainingsachterstand opgelopen. Uiteindelijk hebben we die gecompenseerd. Ik hoor graag van de Minister of ze hierover nadenkt. Het is immers een strijd van de lange termijn en ik wil de antwoorden die bij zoiets passen.

Minister Hennis-Plasschaert:

Met alle respect, maar hier krijg ik toch een beetje een aanmatigend gevoel van. Ik denk namelijk dat er geen verschil bestaat tussen de regering en de Kamer met betrekking tot het belang dat aan de strijd tegen ISIS wordt gehecht. Ik gaf alleen aan dat militair advies vanzelfsprekend voorafgaat aan een politiek besluit en dat dat militaire advies nog in de maak is. Het is heel gebruikelijk om daarbij nog even goed te kijken naar de inzetbaarheid en gereedheid van mensen en materieel. Daar is helemaal niks mis mee. Wij hebben niet voor niets in de brief verwoord dat wij eventueel bereid zijn om het stokje van de Belgen over te nemen, afhankelijk van de behoefte en na politieke besluitvorming. Dat is ook precies de manier waarop de coalitie werkt en de reden waarom we met de Belgen tot deze samenwerking hebben besloten. Het is voor veel meer landen onmogelijk om jaren aaneen zo veel kisten met zo veel vliegers in te zetten. Dat je elkaar aflost en bijstaat is dus alleen maar goed nieuws. Ik heb helemaal niet zo veel zin om elkaar hier de maat te nemen over het belang van de strijd tegen ISIS. Volgens mij gaat het daarbij ook om een gedeeld belang; niet alleen voor de regio aldaar, maar zeker ook vanwege de direct bedreiging van onze binnensteden. Met wat wij nu leveren of wat er nu op stapel staat aan trainers, flexibele trainingsteams, A&A en de tankervliegtuigen leveren wij volgens mij wel degelijk onze bijdrage. Wij behoren nog steeds tot de kerngroep. Over een of twee weken zit ik bijvoorbeeld weer met een kleine groep Ministers van Defensie in Parijs, om daar door te praten over de behoeftestelling van de coalitie en wat wij daarvoor kunnen betekenen. Als er geld komt voor vlieguren is dat mooi, maar dat is niet genoeg. Dit is ook niet meteen geregeld. Allereerst moet het onderhoud worden versneld; er is namelijk niet zoiets als direct gekwalificeerd onderhoudspersoneel beschikbaar. Ook is er nog iets als instructiepersoneel. In de afgelopen jaren hebben we, niet alleen door onze inzet in Irak maar ook die van daarvoor in Afghanistan, een uithollingsproces doorlopen. Terwijl de budgetten al terugliepen, werd in 2011 besloten tot het terugschroeven van het aantal vlieguren, maar tegelijkertijd werd er een groter beroep gedaan op onze capaciteiten. Dat houd je een tijdje vol, maar op een gegeven moment is de grens bereikt. En inmiddels is die grens bereikt. Je hebt dan even tijd nodig om weer op adem te komen. Dat geldt voor instructeur, vluchtleiders, missiecommandanten, ga zo maar door. Wij zijn daar nu mee bezig en ik houd de Kamer daarvan op de hoogte. Iedereen kan van mij aannemen dat ook het kabinet constructief is met betrekking tot de bijdrage die wij willen blijven leveren aan de strijd tegen ISIS.

De heer Ten Broeke (VVD):

De Minister zegt dat de grens is bereikt. Dat werd ons gisteren ook wel duidelijk, toen de CDS heel helder aangaf hoe het met zat met die 800 vlieguren: 400 werden er opgesoupeerd en met de rest moesten zo'n beetje alle vliegers hun training doen. De dag moet nog geboren worden dat mijn fractie zou ingaan tegen een militair advies. Dat hoeft ook niet, want de Minister zei zelf dat dat militair advies nog moet komen. Volgens mij hebben wij gisteren wel een soort voorindicatie gekregen van wat het zou kunnen zijn: zowel het onderhoud, als het geld voor de vlieguren, als de instructie, kortom alle elementen die de Minister zojuist noemde, zouden er weleens toe kunnen leiden dat we er niet automatisch van uit kunnen gaan dat Nederland weer kan meedoen als de Belgen straks moeten worden opgevolgd. De Minister zei dat ze geen aanmatigende vragen wilde, maar haar antwoord moet wel aan de maat zijn. Mijn vraag was heel helder: wordt erover nagedacht om alles op alles te zetten om dit snel mogelijk te maken? De intentie is er kennelijk; dat heb ik uit de antwoorden in eerdere brieven mogen opmaken. Met de collega's vraag ik de Minister om deze intentie vandaag nogmaals uit te spreken.

Minister Hennis-Plasschaert:

Als de grens niet was bereikt, hadden wij ons ook niet hoeven terugtrekken. We zijn met een reden teruggekomen: om op adem te komen. Het was heel redelijk dat de Belgen van ons het stokje hebben overgenomen. Ik heb net zinnen voorgelezen die ik al een paar keer met de Kamer heb gewisseld. Ik heb ook aangegeven dat het kabinet constructief is over de te leveren bijdrage aan de strijd tegen ISIS. Het spreekt voor zich dat hieraan een behoeftestelling van de coalitie voorafgaat. Er is dus de intentie om zo spoedig mogelijk weer gereed en inzetbaar te zijn, maar dat is niet van vandaag op morgen gebeurd. Het militair advies zal daar uiteindelijk duidelijkheid over moeten geven.

Tot zover de F-16's. De heer Sjoerdsma mompelde nog iets over Jordanië. Ik ga daar toch nog even iets over zeggen.

De heer Sjoerdsma (D66):

Volgens mij heeft niemand gemompeld.

De voorzitter:

Dat ben ik met u eens.

Minister Hennis-Plasschaert:

Wat zegt u?

De voorzitter:

Minister, u sprak alsof er gemompeld zou zijn. Maar er werden vragen gesteld.

Minister Hennis-Plasschaert:

O, excuses.

De voorzitter:

Het was vast niet zo bedoeld, maar het is goed dat u het even zegt, mijnheer Sjoerdsma. «Gemompeld» of «gemopperd».

De heer Sjoerdsma (D66):

Nou ja, ik hoorde net regelmatig het woord «aanmatigend». Daarom dacht ik: laat ik dit toch even noemen.

Minister Hennis-Plasschaert:

Ik heb dat woord één keer gebruikt, geloof ik. Het spijt mij werkelijk. Maar ik heb het goed verstaan. Het ging over Jordanië. Afgelopen week was er ook een journalist van RTL Nieuws die er wat over twitterde. Vanmiddag kwam het ook weer ter sprake tijdens een debat. Ik heb dat toen al toegelicht, maar ik ga dat nog een keer doen. Ik kan me het moment in het debat nog goed herinneren. Het liet me koud, en nu helemaal. Jordanië heeft destijds gezegd: wij zijn gastland, u bent hier welkom, maar we vragen u wel om niet hierover te praten. Dat had met name te maken met een ander land dat ook van die gastvrijheid gebruikmaakte en onmiddellijk wat cameraploegen naar binnen loodste, met alle gevolgen van dien voor de veiligheid van Jordanië. De autoriteiten daar waren echt woedend en waren in staat om op dat moment alle coalitielanden onmiddellijk de deur te wijzen. Ze hebben ons toen nadrukkelijk gevraagd om ons aan die code te houden. Door de tijd heen werden ze er wat ontspannener in, omdat de directe dreiging voor de veiligheid van Jordanië afnam. Dat bleek ook uit het feit dat wij uiteindelijk journalisten ter plaatse hebben gehad, die allerhande reportages hebben gemaakt en daarover ook hebben gepubliceerd. Dus, nogmaals: het is het goed recht van een gastland dat zijn deur openzet voor coalitielanden, die daar ook gebruik van maken, om aan het verblijf voorwaarden te verbinden. Daar kwam dat verhaal vandaan.

De heer Sjoerdsma vroeg ook nog of het BIV toereikend is. Het antwoord is: ja.

De heer De Roon vroeg nog of «tribal resistance forces» hetzelfde is als «soennitische milities». Het antwoord is: ja. Hebben wij daar last van? Nee, want we trainen vooral de peshmerga en de SOF. Natuurlijk houden we goed in de gaten hoe die actoren allemaal op elkaar inwerken en welke risico's dat met zich brengt. Vooralsnog zien we geen directe bedreiging voor onze eigen mensen in dat gebied. Feit is dat er onderhuidse spanningen zijn tussen de diverse Iraakse actoren. Ik denk dat collega Koenders daar al het nodige over heeft gezegd, dus over de Koerden, de sjiieten en de soennieten. Ze hebben nu nog ISIS als gemeenschappelijke vijand, maar als de aandacht daarvoor wat verslapt, dan zullen we daar zeker nog wat last van krijgen.

De heer Ten Broeke had een vraag over de Duitsers, die in de problemen zijn gekomen. We hebben het snel nagevraagd, maar kunnen nu niks achterhalen. Ze hebben ook geen SF'ers, SOF'ers in Irak. Het bericht waarover hij spreekt, herkennen we nu dus niet. Maar we gaan het natuurlijk nog na. Ik kan nu dus niet bevestigen dat partners in de problemen zouden zijn gekomen. We zien overigens wel dat ISIS veel minder vaak inbreuk kan maken op frontlijnen en dat het dus veiliger wordt achter die frontlijnen. De vraag is overigens hoelang die nog bestaan, want ik gaf net al aan dat de strijd zich enorm ontwikkelt en dat de frontlijnen dus ook in beweging zijn.

Volgens mij heb ik hiermee alle vragen beantwoord.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Sjoerdsma nog een interruptie heeft. Mogelijk is er een vraag vergeten.

De heer Sjoerdsma (D66):

Nee, voorzitter, er is geen vraag vergeten. Ik heb nog wel een vraag over de algehele militaire inzet. Collega Ten Broeke heeft net iets gevraagd over de intentie om de F-16's opnieuw in te zetten en over de militaire mogelijkheden daartoe. In de brief is te lezen dat de inzet van de A&A-teams met België nog nader bekeken moet worden. De Minister zegt: ik garandeer een medische afvoerketen en het «golden hour». Maar ook de medische kant moeten we nog nader invullen. We moeten nog bekijken hoe dat gaat werken. De inzet van de tankercapaciteit moet nog worden bezien met de coalitie. Verder zal de instructeurscapaciteit worden beperkt en zullen de experts extra worden belast. Mijn vraag is dan een beetje: is de missie zoals in de brief aangegeven, althans de militaire kant daarvan, niet half ingevuld?

Minister Hennis-Plasschaert:

U hebt gelijk in de zin dat een aantal dingen nog nader moeten worden onderzocht. Dat was in de vorige artikel 100-brief eigenlijk niet anders, met de Mobile Support Teams, de MST's. Ook toen zijn we later met een separate brief bij de Kamer teruggekomen. De timing van een artikel 100-brief doet er namelijk toe. Die moeten we tijdig met elkaar kunnen bespreken. Het kan dan nog wel zo zijn dat een aantal zaken moet worden uitgezocht of nader moet worden besproken met de coalitie. Er zijn nu zeven landen die A&A-teams leveren. De heer Sjoerdsma vroeg naar de ervaringen daarmee. Die zijn goed. Ik zeg uit mijn hoofd: de VS, Canada, Frankrijk, het VK en nog meer landen. In ieder geval zijn het er zeven. Ik weet dat de Belgen en Denen inmiddels politieke toestemming hebben verkregen, maar die zijn het ook nog aan het uitwerken. Het spreekt voor zich dat we daar even wat tijd voor nodig hebben, maar ook dat we zo spoedig mogelijk bij de Kamer terugkomen, omdat ook wij geen zin hebben om verder te vertragen. Dat geldt ook voor de tankercapaciteit. Wij hebben geïdentificeerd wanneer we die capaciteit beschikbaar hebben. Dan is het af en toe ook wel passen en meten voor de coalitie om te bezien of de behoefte er op een gegeven moment daadwerkelijk is. Daarom is een aantal dingen nog onvoldoende ingevuld. Ik zeg de heer Sjoerdsma echter graag toe dat we met de details bij hem terugkomen.

De voorzitter:

Ik dank de bewindspersonen voor de beantwoording in eerste termijn. We gaan naar de vervolgtermijn, de tweede termijn. Mag ik ervan uitgaan dat twee minuten spreektijd voldoende is? Ik zie dat dat akkoord is. Na de tweede termijn volgt er, zoals bekend, een derde termijn. Dan krijgt u, zoals afgesproken, één minuut om toe te lichten of u voor of tegen de verlenging bent.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter, ik dacht dat ik aan het eind van de rit zat, maar ...

De voorzitter:

Ik dacht u een plezier te doen met u nu aan de voorkant te bedienen.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Over de positie van GroenLinks ten aanzien van de hoofdvraag die voorligt, ben ik in mijn eerste termijn duidelijk geweest: ja, steun. Ik hoef die derde termijn dan ook niet meer. Ik steun het voorstel. We blijven ons er echter met name buitengewoon zorgen over maken of we met elkaar aan de kant waar wél enige hoop zit in Irak, wel voldoende doen voor de betrokkenheid op middellange en lange termijn. We komen daar ongetwijfeld nog op terug. Ik begrijp het antwoord daarop van de Minister van Buitenlandse Zaken wel, maar dat antwoord blijft wat mij betreft wat moeilijk in te schatten in het licht van de vraag of we in voldoende mate meerwaarde leveren daar waar we dat echt kunnen. Ik heb en houd daar mijn twijfel over.

De voorzitter:

Collega's, ik stel u voor om de derde termijn te handhaven, zoals we altijd doen. Dat is wel zo ordentelijk. In die derde termijn kunt u ook in plaats van een minuut tien seconden gebruiken. Dat is helemaal aan u. We houden die derde termijn dus gewoon in stand. Dat is wel zo duidelijk voor eenieder. Het gaat dan om een reactie op de beantwoording in tweede termijn door de bewindslieden. Zo hebben we het altijd gedaan. Houd dat alstublieft gewoon even in stand. U kunt het zelf kort houden.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Ik heb het zojuist ook al aangegeven in een interruptiedebatje met de Minister: ook voor mijn partij is de strijd tegen ISIS een heel fundamentele. Ik ben het met de Minister van Buitenlandse Zaken eens als hij zegt dat ISIS nog weleens heel verschillende verschijningsvormen zou kunnen krijgen. Het fundamentele gevaar waarmee wij te maken hebben, is niet alleen iets wat zich ver van hier afspeelt, waar militairen hun leven wagen en waar ze ook fantastische resultaten bereiken, zoals – we hebben het met eigen ogen kunnen zien – met de training en met de peshmerga. Dezelfde strijd voeren we ook hier, heel dicht bij huis. Dat maakt dat die strijd niet alleen fundamenteel is maar ook essentieel. We zullen eraan moeten wennen dat het niet een strijd is die we zomaar kunnen winnen, ondanks de gebiedswinst, de terreinwinst die we hebben geboekt. We zitten erin «for the long haul», zo zei ik zojuist. Ik vind het daarom goed dat Nederland alles op alles zet om daar steun te blijven leveren en om trainingen te blijven verzorgen. Ik ga er ook van uit dat dit kabinet, ook al loopt het op zijn laatste benen – het zit in zijn vierde jaar – blijft nadenken over de veiligheid van dit land, de veiligheid van onze coalitie en de veiligheid van de westerse wereld. In de samenwerking met coalitiegenoten, of dat nu de Duitsers of de Belgen zijn, moet je dan ook laten zien dat je er structureel in zit.

De heer Servaes (PvdA):

Voorzitter. Ik sta nog recht op mijn benen, en de coalitie volgens mij ook.

Ik maak even één opmerking naar aanleiding van wat de Minister van Defensie zei. Ze reageerde wat geprikkeld op de opmerking die wij over het materieel hadden gemaakt. Ik wil het misverstand wegnemen als zou ik vinden dat de non-lethal assistance mislukt is. Ik heb dat niet gezegd in eerste termijn. Ik denk juist dat het heel belangrijk is dat we die steun geven. Ik ben wel kritisch over lange aanbestedingsprocedures. Ik begrijp dat het via de lokale partners gaat, maar gisteren hoorden we van de CDS dat er vervolgens besteld wordt in Duitsland. Die ketens lijken me lang gelet op de oorlogssituatie waarmee we te maken hebben. Het is dus niet mislukt, maar het is wel essentieel dat het goed gebeurt.

Ik ondersteun het verhaal van collega Ten Broeke. ISIS zal niet weg zijn over een jaar. We weten dat ISIS steeds verandert en steeds op andere plekken komt. In die zin vind ik het juist wel verstandig dat het kabinet niet alleen heel zorgvuldig naar de militaire inzetbaarheid kijkt, maar ook de periode tussen nu en 1 juli 2017 gebruikt om politiek en militair strategisch te blijven inventariseren waar dadelijk onze inzet het effectiefst is. Ik voel er dus helemaal niet voor om nu al vast te leggen wat we precies op 1 juli 2017 gaan doen. Ik ondersteun wel de intentie om steeds te bekijken waar we het effectiefst kunnen bijdragen. We moeten dus het tempo er wel in houden, maar tegelijk ook de tijd gebruiken.

Ik kom op mijn laatste punt. Terwijl we hier spreken, kondigt Secretary Kerry aan dat hij de lijn met Moskou zo'n beetje doorknipt. Ik heb nog wel een vraag voor Minister Koenders. Hij zegt: we moeten ultiem blijven proberen om er samen uit te komen. Maar wanneer is het wél tijd om over plan B na te denken? Als de VS zelf zeggen dat het geen zin meer heeft om te praten met Moskou, is het dan toch niet tijd om gezamenlijk met de Verenigde Staten en in EU-verband een steviger pakket neer te leggen?

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. Ik dank de bewindspersonen voor de beantwoording. Ik dank ook voor de inspanningen, met name van de Minister van Buitenlandse Zaken, op het internationale toneel om alles te doen wat mogelijk is – «alles te doen wat nodig is» kan ik niet helemaal zeggen – met alle beperkingen die daarbij zitten. Ik heb eerder al gevraagd om te bekijken of het niet goed is om onafhankelijk onderzoek te doen. De Minister was buitengewoon duidelijk in zijn oordeel. Ik denk dat de hele Tweede Kamer daar ook zo over denkt. Dit zijn van die momenten, misschien ook achteraf, waarop je denkt: dit moet worden gemarkeerd. Ik krijg graag een reactie op dit punt.

Wat betreft Turkije was de Minister duidelijk over wat hij tegen Erdogan heeft gezegd, namelijk: je mag alleen tegen ISIS optreden. Maar Erdogan zelf heeft gezegd dat hij ook optreedt tegen de Syrische Koerden. Ik hoor graag een reactie van de Minister daarop.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de Ministers voor hun beantwoording, met name ook de Minister van Buitenlandse Zaken voor wat hij zei over terugkeer van de minderheden naar de vlakte van Ninevé. De Minister wijst ook naar de in de Dutch Relief Alliance verenigde Nederlandse ngo's die daar actief kunnen zijn. Ik wijs de Minister er wel op – maar dat debat moeten we voeren met de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking – dat die pot voor 2017 juist leeg is. Ik hoop dat dit nog in de begroting kan worden opgelost, want de kleinere ngo's, ook de Nederlandse, kunnen daar fantastisch werk doen. Ik weet hoe het zit met de VN op dat gebied: het is voor de VN heel moeilijk om daar toegang te krijgen.

Ik ben het eens met collega Servaes, die vraagt of het niet tijd wordt om de druk op Rusland op te voeren nu Minister Kerry weinig meer ziet in voortzetting van het overleg.

Ik had nog een vraag gesteld over de Syrian Democratic Council. Ik weet dat ik de Minister van Buitenlandse Zaken stalk met dit onderwerp, maar het gaat wel om een aangenomen motie. Ik vraag de Minister toch om te bekijken wat de mogelijkheden zijn om in de bevrijde gebieden in Koerdistan, in het noorden van Syrië non-lethal steun te geven, zoals hij dat ook doet aan de gematigde oppositie in Syrië.

Ik kom op de radiocontrolled IED's. Het zou nu, in oktober geleverd worden. Kan de Minister hier bevestigen dat het inderdaad oktober is en dat er geen uitstel meer komt?

Wat betreft de «advise & assist»-teams zijn we afhankelijk van de UAV's, zo heb ik begrepen. Hoe staat het nu met die UAV's? Die vormden een harde voorwaarde voor het inzetten van de Advice & Assist Special Operation Forces in te zetten.

Ik kom, tot slot, op de F-16's. Ik sluit me aan bij de collega's die zeggen: het zou mooi zijn als het denken niet stopt. Ook wat onze fractie zouden scenario's mogelijk gemaakt kunnen worden om ons voor te bereiden op naadloze voortzetting van onze samenwerking met de Belgen na de zomer van 2017.

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Ook ik dank beide Minister voor de beantwoording. Ik sluit me aan bij alle collega's, en ook het kabinet, die hebben gesteld dat de strijd tegen ISIS een strijd van bijzonder lange adem zal zijn. Het zal er ook een zijn van vallen en opstaan, en waarschijnlijk ook van een heleboel teleurstellingen, met name als het gaat om gebieden die bevrijd worden maar nog daarvoor verwoest of verminkt worden door achtergelaten IED's, of om gebieden waar op dit moment überhaupt geen normaal bestaan mogelijk is. Na de bevrijding begint dus vaak nog een heel langzame, lange en moeizame tocht naar hopelijk opbouw en iets van normalisering van het leven.

Ik sluit mij graag aan bij degenen die vragen hebben gesteld over de levering van radio's en IED's. Ik begrijp uit de antwoorden van de Minister van Defensie dat die in oktober zullen worden geleverd. Dat lijkt mij goed nieuws.

De vraag van de heer Knops is nog steeds een heel relevante vraag. Het kan inderdaad zijn dat iemand stelt dat Turkije alleen ISIS aanvalt, maar de realiteit is natuurlijk wel echt een andere. We hebben dan een NAVO-bondgenoot die een bondgenoot van ons op de grond aanvalt, terwijl die samen met ons strijdt tegen ISIS. Dat roept heel serieuze vragen op over de gezamenlijke strategie in die coalitie en wat die precies inhoudt.

Ik sluit mij ook aan bij wat is gezegd over Kerry, die nu toch afstand wil nemen van Moskou. De Minister zegt zelf dat sancties niet helpen. Collega Servaes legt nu omfloerst iets om tafel, omdat we toch iets moeten doen. Dat roept ook bij mij nog steeds de vraag op wat, als de Minister sancties niet zit zitten, de mogelijkheden zijn om de druk op Moskou zodanig te doen toenemen dat we iets van een coöperatieve houding gaan zien en er een bereidheid is om te stoppen met de oorlogsmisdaad die we nu dagelijks zien. Welke middelen, welke diplomatieke hefboom, welke andere middelen ziet de Minister dan wel, die volgens hem wel zouden kunnen werken?

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. Ik heb eerst een vraag aan de Minister van Defensie. Ik meende haar te horen zeggen dat er met betrekking tot de special forces geen sprake is van inzet bij gevechtsacties. Dat is niet aan de orde en indien dat wel aan de orde komt, worden wij daarover geïnformeerd. Ik zie de Minister nee schudden. Dat zie ik dan maar meteen als antwoord dat dit niet is wat zij heeft gezegd.

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken wil ik het volgende vragen. Toen ik hem de uitspraak van de MI6-topman voorlegde dat het hier gaat om een levenslange strijd, zei de Minister dat hij dat niet kan beoordelen. Maar die vraag is wel relevant, zeker gezien ook het groene licht van GroenLinks voor permanente betrokkenheid. Als dergelijke signalen worden gegeven, en we constateren ook dat het hier gaat om indammen, met als gevolg verspreiding over de hele regio en risico's voor Europa, dan is dat permanente scenario wel te vrezen. De Minister van Buitenlandse Zaken kan zich dan ook volgens mij niet onthouden van een opinie op dat vlak. Hij hoeft niet een eindoordeel te geven, maar een opinie zal toch wel nodig zijn.

Over de situatie Rusland/de Verenigde Staten zegt de Minister van Buitenlandse Zaken dat er een gezamenlijk belang is en dat als Al-Nusra wordt aangepakt, humanitaire hulp mogelijk wordt. De praktijk is echter een andere. Er worden hier uitspraken gedaan over druk op Rusland, maar hetzelfde kan worden gezegd over druk op andere partijen. Turkije is genoemd, maar het geldt ook voor de Amerikanen. Een staakt het vuren in Syrië kan alleen tot stand komen als dat door alle partijen wordt gerespecteerd. De vraag is of de Minister daar nog enige kans toe ziet, nu de Amerikanen dit nieuwe standpunt van een breuklijn met Moskou hebben ingenomen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Ik dank de bewindslieden voor de beantwoording. Ik zal het oordeel over de verlenging, zoals gebruikelijk, opschorten tot de derde termijn. Dit steekt wel een beetje bleekjes af bij de fractie van GroenLinks die al in twee termijnen instemming heeft betuigd met de verlenging.

Er resteren nog wat vragen. Mijn eerste punt is meer een constatering dan een vraag. Wat we besproken hebben rond Mosul vond ik een treffende illustratie dat je echt én het militaire én het humanitaire én het civiele diplomatieke spoor nodig hebt, wil je daar ook echt goede ontwikkelingen bewerkstelligen. Dit is daar een voorbeeld van. Als een van die drie sporen ontbreekt, weet je dat het nergens toe zal leiden. Daarom ook steun voor de inzet van het kabinet om die samenhang te bewaken.

Richting de Minister van Defensie wil ik nog iets opmerken over de befaamde F-16's. Ik heb hier in eerste termijn ook een opmerking over gemaakt omdat het kabinet in de brief, op pagina's 12 tot 14, bijna 40 regels aan de inzet van de F-16's heeft geweid. Daarom dacht ik: daar moet ik dan in dit debat ook maar een opmerking over maken. Ik besef dat het heel snel ook vooruitlopen is op toekomstige besluitvorming, maar niettemin heb ik de volgende vraag. We zitten met de bijzondere situatie dat deze verlenging tot december 2017 is voorzien, terwijl de vraag hoe het verder gaat met de F-16's al halverwege 2017 aan de orde is. Dus even los van de Nederlandse inzet, is mijn vraag hoe binnen de coalitie is gewaarborgd – dan bedoel ik niet de coalitie in Nederlandse zin, maar die in internationale zin, de anti-ISIS-coalitie – dat er inderdaad een naadloze opvolging van de inzet van de F-16's is.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Ik heb nog een vraag, want ik heb het idee dat die in eerste termijn niet goed is beantwoord. Die vraag gaat over de A&A-teams. Ik heb uit de brief begrepen dat er nog met België over gesproken wordt of we dat gezamenlijk zouden kunnen doen, maar dat daarbij in ieder geval ook een UAV, of misschien wel meerdere, noodzakelijk is. Mijn vraag is dan heel concreet: zijn die dan beschikbaar of is dat nog een probleem?

Dan de F-16's. De Minister van Defensie weet dat wat mijn fractie betreft we het liefst waren doorgegaan met het inzetten van F-16's bij de strijd tegen Irak. De Minister heeft in de afgelopen maanden echter duidelijk en overtuigend uiteengezet dat dat gewoon niet kan. Nu blijkt dat het eigenlijk ook nog zeer de vraag is of het dan wel bij de volgende aflossing zou kunnen. Dus in juli volgend jaar. Dat vind ik schokkend, maar het is een gegeven en de Minister heeft ook onderbouwd dat er op dat punt grote problemen zijn. Mijn fractie hoopt echter wel dat we daar toch toe in staat zullen blijken te zijn.

Tot slot wil ik nog opmerken dat – daar is al door meerderen in deze bijeenkomst op gewezen – ook al versla je IS op de grond in Syrië en Irak, je er dan nog niet vanaf bent. Verder is er ook een groot gevaar in ons land. Mijn fractie zou graag zien dat ook in ons land de defensie-inspanningen worden vergroot om dat te keren. Daar gaat dit AO niet over, dat weet ik wel, maar ik zeg het toch even. We komen daar later bij de begrotingsbehandeling op terug.

De voorzitter:

Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de inbreng van de Kamer in tweede termijn. Ik geef nu het woord aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

Minister Koenders:

Voorzitter. Er zijn in tweede termijn niet zo veel vragen meer gesteld aan mij. Ik wil nog wel een aantal opmerkingen maken. Ik ben het qua benadering eens met de heer Grashoff. Ik hoop hem in de volgende weken en maanden verder te overtuigen van de inzet, maar hopelijk ook van de uitkomsten van de inzet van de Nederlandse regering als het gaat om die langetermijnstrategie. Het is inderdaad lastig om dat precies altijd operationeel te maken, maar we zullen proberen om de Kamer daar zo veel mogelijk in de vervolgbrieven van op de hoogte te houden. Het is ook onze plicht om dat te doen.

Ik laat de discussie over levenslang ISIS, levenslang F-16's, levenslang dit en dat even voor wat die is. U kunt ervan op aan dat de Nederlandse regering de strijd tegen ISIS zeer serieus neemt. Dat hebben we altijd gedaan en dat blijven we doen. Ik blijf de Kamer erop wijzen: wij gaan niet in op missies, zonder de benodigde artikel 100-brieven. Daarover is een afspraak met de Kamer gemaakt. We gaan daar niet op vooruitlopen. We hebben net een brief gestuurd hoe wij geïntegreerd tegen missies aankijken. De Kamer krijgt daar dus echt van de Nederlandse regering geen speculaties over. Er is met de Kamer een artikel 100-procedure afgesproken en daar houden wij ons aan.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik maak hier bezwaar tegen, want in de artikel 100-brief waar we vandaag over spreken, wordt aangekondigd dat er een aantal activiteiten ontwikkeld zullen worden, maar er zijn zo veel losse eindjes dat de Minister de Kamer niet kan verwijten dat we daar vragen over hebben. Dat daar nog een aparte artikel 100-brief over komt, dat moge duidelijk zijn, maar dat we daar vragen over stellen, dat lijkt mij heel logisch, ook omdat er een aantal voorwaarden aan wordt verbonden. Het is dan ook heel logisch dat wij daar helderheid over willen.

Minister Koenders:

Ik zeg niet dat de Kamer geen vragen mag stellen. Uiteraard mag de Kamer vragen stellen. Maar de antwoorden komen in artikel 100-brieven. Dat is de manier waarop wij opereren. Dat gaat bij alle missies zo. Wij zijn niet van plan om daar nu van af te stappen.

Ik kom nu op het punt van de Syrische Koerden. We hebben daar een lange discussie over gehad. Ik heb in de afgelopen periode zeer veel contacten gehad met verschillende Koerdische groeperingen. Ik ben me zeer bewust van de motie die op dit punt is ingediend. Ik heb vorige week nog uitgebreid gesproken met een aantal Koerdische leiders die naar Nederland zijn gekomen. Ik heb gezegd dat de Koerdische partijen, inclusief de PYD, CDF en CDC, actief worden betrokken bij door Nederland gefinancierde Track II-dialogen. De Koerden zijn door deelname van de Kurdisch National Council betrokken bij onderhandelingen in Génève.

Nederland financiert een aantal projecten gericht op mensenrechten en dialoog in de Koerdische gebieden. De afgelopen tijd hebben we actief gesprekken gevoerd met verschillende leden van de oppositie, waaronder de Syrisch Koerdische leider van de Kurdisch National Council, die zeer grote problemen heeft met YPG en ons echt afraadt om die te steunen. Hij zegt dat het gewoon niet goed terecht komt. Het is een marxistische organisatie die top-down het geld uitdeelt op een manier die niet in overeenstemming is met de manier waarop wij geld willen uitgeven. Ik heb daar dan ook twijfels bij en ik probeer te kijken in hoeverre we naast die Track II-dialogen andere mogelijkheden hebben om in dat gebied in Syrië daadwerkelijk hulp ter plekke te krijgen.

Bij YPG, zo heb ik al eerder gezegd, zijn echt problemen met mensenrechten en met verdeling. Het is een zeer marxistisch-leninistisch georganiseerde organisatie. Ik wil daarom echt weten of het geld goed terecht komt. We proberen de Koerden daar echt te helpen en we zullen mogelijkheden voor steun in Noord-Syrië blijven onderzoeken. Ik heb al eerder tegen de heer Voordewind gezegd dat wij daar actief mee bezig zijn en dat ik de motie uitvoer, maar dat ik geen geld ergens aan ga besteden als ik niet weet dat het goed terechtkomt.

Ik heb in eerste termijn al gezegd wat ik vind van de interventie van Turkije in Syrië. Ik vind het van belang dat er nu juist geen conflict is tussen Turkije en de YPG's. Dat lijkt mij belangrijk, omdat ze ook gedeeltelijk gebruikt worden in de strijd tegen ISIS. De opvatting daarover deel ik. We hebben dit niet alleen bij de Turkse regering aan de orde gesteld. Het is veel belangrijker dat de Amerikanen dat ook doen. Er zijn afspraken gemaakt ten westen van de Eufraat en voor zover mijn kennis gaat, zijn daar nu op dat punt geen problemen. Maar we houden dat, om de reden die de heer Knops naar voren bracht, zeker goed in de gaten.

Ik vind het moeilijk om nu grote conclusies te trekken naar aanleiding van een berichtje in de krant: staan de VS op het punt om gesprek met Rusland over Syrië op te schorten? Op dat punt stonden ze vorige week ook en dat kan ik me ook heel goed voorstellen. Het moment dat dat moet gebeuren kan ook zeker komen. Ik weet niet of dat niet juist een drukmiddel is. Ik vind het goed dat wij dat doen. De Nederlandse regering heeft duidelijk grote moeite met de manier waarop de Russische Federatie nu samen met de regering van Syrië verantwoordelijk is voor bombardementen en mensenrechtenschendingen. Ik ben het overigens met een aantal van u ook wel eens dat het probleem niet alleen maar aan één kant ligt. Ik ben zeer bereid om over verdere stappen na te denken, maar dit bericht brengt mij niet verder met de discussie die ik eerder met de Kamer heb gevoerd vanavond. Daar vind ik het echt te onduidelijk voor. Ik ben het met de heer Kerry eens en dit is de manier waarop zij met hun machtspositie druk kunnen uitoefenen. Ik hoop dat dat ook consequenties heeft. Ik roep de Russische regering op om daar goed naar te kijken, omdat ook zij een probleem zullen hebben als dit op deze manier continueert, aangezien ze daardoor steeds verder in de problemen zullen komen in Syrië.

De heer Servaes (PvdA):

Wij spreken volgende week weer met de Minister tijdens een overleg over de Raad Buitenlandse Zaken. Ik vind het pijnlijk om te zien hoe afwezig de Europese Unie in dezen is. De Minister zegt nu voor het eerst dat hij bereid is om over stappen na te denken; stappen voor als we er niet uit komen en als die lijn met Moskou echt breekt. We krijgen volgens mij nog een geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken. Ik vraag de Minister om daar dan ook op reflecteren. Hoe gaat dat volgende week of over twee weken in Brussel besproken worden?

Minister Koenders:

Ik ben veel pessimistischer dan de heer Servaes over de rol van de Europese Unie hierin. Ik heb in de afgelopen periode gezien dat die rol minimaal is. Ik heb eraan getrokken, maar ik zie weinig voortgang. We zullen het ongetwijfeld proberen, maar daar ligt de toekomst niet. Het zal gaan om een aantal grotere landen, Duitsland, Frankrijk en hopelijk ook het Verenigd Koninkrijk. Uiteraard zal ik mijn maximale inzet gebruiken om de Europese positie te steunen. Waar je aan zou kunnen denken – de EU is echter geen militaire actor, maar een humanitaire, economische, politieke actor – is dat er nog verdere voorwaarden worden verbonden aan de eventuele hulp voor stabilisatie van Syrië. Dat is tot nu toe het enige drukmiddel waar de Russische Federatie tot op zekere hoogte gevoelig voor gebleken is. Dat zou kunnen en dat moeten we onderzoeken. Ik ben zeer bereid om volgende week met de heer Servaes en de Kamer na te denken over hoe we de rol van de Europese Unie kunnen versterken. Ik deel namelijk met hem de teleurstelling over het gebrek aan projectie van invloed en macht van de Europese Unie.

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter. De heer Ten Broeke zei – hij was niet de enige, maar hij zei het heel mooi – dat de strijd tegen ISIS een fundamentele is. Dat ben ik zeer met hem eens. Dat heb ik in eerste termijn ook al aangegeven. Volgens mij zijn we dat allemaal met elkaar eens.

De heer Servaes merkte op dat ik aan zou hebben gegeven dat soms de schijn ontstaat dat de NLA een mislukking is. Zo heb ik dat niet bedoeld te zeggen, maar er wordt soms een negatieve lading aan gegeven. Dat is ook begrijpelijk, want als er een levering kwijt is, raak ik ook geïrriteerd en wil ik ook dat die boven water komt. Maar het is dan wel goed om te beseffen dat het gaat om een bedrag van € 43.000 op het totaal van 1 miljoen. Iedere euro die verloren gaat, is er een te veel, maar soms ontstaat dan ineens een beeld alsof er niets is afgeleverd. Dat heb ik eigenlijk vooral willen aangeven.

De heer Voordewind ging daar ook nog even op in en vroeg om helder aan te geven wat er wel en niet is geleverd. Dat snap ik. Ik heb getracht dat in eerste termijn te doen. Ik zal het nu nog een keer doen. In 2015 zijn voor € 500.000 goederen besteld voor de peshmerga. Het ging om eenvoudige counter-IED-middelen, kleding en radiosets voor acht bataljons. Die eenvoudige counter-IED-middelen plus kleding zijn geleverd. Ik heb net uitgelegd dat het wat de radio's betreft bij de eerste kwart goed is gegaan. Bij de rest hebben we een probleem. We staan nu op het punt om opnieuw porto's aan te schaffen, maar dan bij een andere leverancier, en het huidige contract te ontbinden.

De andere helft van het budget is toentertijd besteed om in Bagdad infrastructurele projecten te realiseren daar waar de SOF trainen. Dat is gelukt, en eigenlijk ook nog in no time, met lokale aannemers. Het ging om een heel erg mooi medisch lesgebouw en een aantal openluchtleslokalen. Tevens zijn er medische kits besteld, waarvan een aantal echt beneden niveau en van onvoldoende kwaliteit waren. Die zijn teruggestuurd en worden opnieuw aangekocht. Ik heb zojuist ook een samenvatting gegeven van de 1 miljoen, waarvan € 750.000 inmiddels goed is besteed, € 211.000 opnieuw beschikbaar is en € 43.000 vermoedelijk verloren gaat. In 2016 is opnieuw een bedrag van 1 miljoen euro ter beschikking gesteld voor non-lethal assistance en daarvoor zijn meer geavanceerde counter-IED-middelen aangekocht via een consortium van bedrijven. Dit consortium heeft inmiddels bevestigd dat de leverancier de eerste overeengekomen deellevering van deze goederen rond deze tijd zou verschepen naar Irak. Naar verwachting arriveren de goederen over een maand in het gebied.

In Bagdad is overeengekomen dat er een hindernisbaan wordt gebouwd op de academie. De offerteprocedure sluit vandaag. Drie aannemers hebben daarop ingetekend. Dit zijn de details die u vanaf heden ook in de voortgangsrapportages gaat krijgen.

De heer Voordewind en de heer De Roon vroegen ook nog naar de UAV's. We hebben het dan vermoedelijk over de Raven of de Puma. Dat zal blijken uit de contacten die we hebben met de Belgen en de andere A&A-teams. Wij gaan ze daar waar dat moet en noodzakelijk is natuurlijk leveren, omdat een van de aspecten van zo'n A&A-team is, beeld te hebben bij wat er op het veld gebeurt. Als we dat in samenwerking met anderen doet, betekent dat echter niet dat Nederland altijd degene is die de UAV's levert. Dat doe je in goede samenwerking met anderen. Maar nogmaals, de informatiepositie en de beeldvorming zijn cruciaal bij de inzet van A&A-teams. Of wij ze nu leveren of anderen, ze moeten aanwezig zijn. Dat wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het concept.

Tegen de heer Van Bommel zeg ik nog een keer: A&A is A&A en dus is betrokkenheid bij gevechtsacties niet aan de orde. Ik zal de Kamer informeren als de A&A verder is uitgewerkt en we een goed beeld hebben van met wie we het doen, wanneer we het doen en onder welke omstandigheden we het doen. Van gevechtsacties zal echter geen sprake zijn.

De heer Van der Staaij vroeg nog even aandacht voor de F-16's. Dat snap ik ook wel, want dat punt heeft ook mijn volle aandacht, mocht daar enig misverstand over zijn ontstaan. Ook ik hecht zeer aan de inzet van de F-16's, zeker als de coalitie aangeeft daar behoefte aan te hebben. Voor mij is de behoeftestelling van de coalitie leidend. Als zij zeggen dat die airpower cruciaal is en als dat vanuit het militaire spoor keer op keer wordt aangegeven, dan vind ik ook dat vanuit de coalitie alles op alles moet worden gezet om die airpowerbehoefte in te vullen. Dat betekent niet dat wij dat altijd moeten doen, maar wel dat iedereen daar zijn verantwoordelijkheid in moet nemen. Als je even terug moet stappen, moet je ook zo snel mogelijk terugkomen. Dat is ook mijn streven. Volgende week of over twee weken zit ik weer in kleine setting in Parijs met de Ministers van Defensie om te praten over de behoefte van de coalitie en hoe we die militair kunnen invullen. Mijn collega van Buitenlandse Zaken zit ook met regelmaat met zijn collega's bijeen. De Commandanten der Strijdkrachten, zitten ook regelmatig bijeen en dan wordt steeds weer over die behoefte gesproken. Om het maar even heel simpel uit te drukken: er worden heel grote sheets gepresenteerd, waarop staat wie wat doet, waar behoefte aan is, wie er gaat leveren en wanneer er een gat is. Op die manier ben je elkaar ook aan het prikkelen: nu kan ik even niet, kun jij het overnemen? Daar wordt dus steeds over gesproken en iedereen realiseert zich dat het natuurlijk mogelijk moet zijn, want uiteindelijk gaat het wel om de veiligheid van de mensen die je zelf inzet. Als daar iets fout gaat, vergeef je jezelf dat nooit. Het moet echter wel gebeuren binnen de grenzen van wat mogelijk is. Als het niet precies op 1 juli is, dan heel snel daarna, wat mij betreft.

De voorzitter:

Ik dank de bewindslieden voor de beantwoording in tweede termijn. We gaan, zoals te doen gebruikelijk bij een verlenging, naar een derde termijn, waarin u per fractie kunt aangegeven of u voor of tegen verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS bent. U hebt daarvoor een minuut, maar het mag ook korter. De heer Grashoff heeft aangegeven deze termijn over te slaan. Het woord is daarom aan de heer Ten Broeke.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Ik dank beide bewindspersonen voor de beantwoording. De VVD-fractie, dat mag geen verrassing zijn, stemt vol overtuiging in met de verlenging van deze missie en wenst vanzelfsprekend al diegenen die daar een belangrijke rol in vervullen, een behouden missie. We zullen hopelijk binnenkort weer in de gelegenheid zijn om ze ergens in actie te zien.

De heer Servaes (PvdA):

Voorzitter. Ik dank beide bewindspersonen ook voor de uitgebreide beantwoording vandaag. Wij hebben in mei het goede werk van de militairen in de regio kunnen zien. Daar waren we, denk ik, allemaal erg van onder de indruk. De PvdA-fractie steunt de verlenging die nu voorligt. Zij wenst iedereen veel succes. Dat geldt ook voor het thuisfront, voor wie het altijd lastig is. Wij wensen iedereen een zeer behouden thuiskomst.

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie steunt de missie ook, zoals ze dat in het verleden heeft gedaan en dat in de toekomst ook zal doen, als dat nodig mocht blijken. Daar spreken we dan over. We wensen onze militairen die daar actief zijn, veel succes en vooral ook een behouden terugkeer.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook de ChristenUnie-fractie stemt volmondig in met de verlenging van deze missie. We zien uit naar de mogelijke aanvullingen die er nog zullen komen, maar die wachten we rustig af. We wensen uiteraard de militairen die erbij betrokken zijn, veel succes en een veilige thuiskomst.

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Namens de D66-fractie kan ik instemmen met de verlenging van deze missie. Ik wens natuurlijk, net als de collega's, alle betrokken militairen en hun familieleden een succesvolle missie en een behouden thuiskomst.

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. De inzet van de Nederlandse militairen in Irak is onderdeel van een groter geheel in de strijd tegen Islamitische Staat in Irak en Syrië. Wij hebben vastgesteld dat de indamming in Irak en Syrië redelijk succesvol is, maar dat er tegelijkertijd sprake is van een verspreiding over de regio en een toegenomen risico in Europa zelf. Aan het militaire front wordt wel een hoop inspanning geleverd, maar op het politieke en diplomatieke vlak worden er weinig tot geen resultaten bereikt. Dat maakt dat deze strijd op deze wijze naar de opvatting van de SP niet succesvol is of zal zijn. Om die reden geeft mijn fractie geen steun aan verlenging van deze missie. Dat laat onverlet dat ook de SP de Nederlandse militairen een veilige missie wenst en een behouden terugkeer naar Nederland.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. De SGP-fractie steunt van harte de verlenging van deze missie. Ook wij wensen alle militairen een goede missie – ik denk daarbij ook aan het thuisfront – en hopen op een behouden thuiskomst.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De missie in de strijd tegen ISIS is een van de weinige missies die door de PVV van harte wordt ondersteund. Dat geldt zeker ook voor de verlenging die nu aan de orde is. De betrokken militairen en wellicht ook anderen die erbij betrokken zijn, wensen wij alle succes en effectiviteit in hun taak en uiteraard een veilige terugkeer in Nederland.

De voorzitter:

Willen de bewindslieden wellicht nog heel kort reageren?

Minister Koenders:

Voorzitter. Ik kan alleen zeggen dat het voor de regering uiteraard van groot belang is dat een belangrijke meerderheid in de Kamer opnieuw de missie in de strijd tegen ISIS steunt. Ik dank u voor die steun en uiteraard ook voor datgene wat u wilt overbrengen aan de Nederlandse inzet en de Nederlandse militairen.

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter. Dank aan u allen voor de steun die u steeds weer uitspreekt en de betrokkenheid die u toont. Het spreekt voor zich dat ook ik onze militairen heel veel succes wens en een behouden thuiskomst.

De voorzitter:

Dank u wel. Alvorens dit algemeen overleg af te ronden, verzoek ik u mij nog 30 seconden te geven voor een aantal zaken. Dat betreft onder andere het voorlezen van de toezeggingen die zijn gedaan.

  • In de eerstvolgende voortgangsrapportage wordt informatie over non-lethal assistance aan Irak opgenomen en dat gebeurt ook in de daarop volgende voortgangsrapportages.

  • De Minister van Defensie gaat na of berichten juist zijn dat Duitse militairen in gevaar zijn geweest in Irak. Dit naar aanleiding van een opmerking van de heer Ten Broeke.

  • De Minister van Buitenlandse Zaken zal in een vervolgbrief informatie over de langetermijnstrategie op civiel en humanitair terrein opnemen.

Ik dank de Ministers, ik dank de medewerkers en ik dank de leden voor deze snelle behandeling. Ik wens ook eenieder goede werkzaamheden.

Sluiting 21.03 uur.